Aanhef
De raad van de gemeente Opmeer,
gelet op de Gemeentewet art 147 en artikel 149 en de Omgevingswet artikel 2.4;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 aug. 2025,
gehoord de behandeling in de oordeelsvormende raadsvergadering van 11 sep. 2025;
besluit:
1De Nota Parkeernormen 2025 vast te stellen;
2De Nota Parkeernormen 2016 in te trekken.
1. Inleiding
1.5 Beleidsaspecten
1.5.1 Uitgangspunten
•De nota is bedoeld als normenkader van de gemeente Opmeer.
•De nota moet worden gebruikt als kader richting externe partijen (projectontwikkelaars, adviesbureaus, makelaars, enzovoort).
•De nota is van toepassing op geldende en toekomstige ruimtelijke plannen in Opmeer, nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie.
•De parkeernormen moeten een positieve invloed hebben op de bereikbaarheid en economische ontwikkeling van de kernen.
•Elke initiatiefnemer van bouwplannen is verantwoordelijk voor het realiseren van zijn eigen parkeeroplossing, in principe op eigen terrein.
•Een nieuw bouwinitiatief mag geen parkeerproblemen in de omgeving veroorzaken.
•Vanwege de kwaliteit van de openbare ruimte moet ernaar gestreefd worden zo zorgvuldig mogelijk parkeerplaatsen in de openbare ruimte aan te leggen waarbij de mogelijkheden voor uitwisseling en dubbelgebruik niet uit het oog verloren mogen worden.
•Indien de ontwikkelaar parkeerplaatsen in de openbare ruimte moet aanleggen kan hiervoor een exploitatieplan worden vastgesteld waarin de kosten worden verhaald op de ontwikkelaar.
•De gemeente kan er voor kiezen een anterieure overeenkomst af te sluiten met een ontwikkelaar, waarbij de kosten voor de inrichting van de openbare ruimte waaronder parkeervoorzieningen worden opgenomen.
•De nota kent een algemene strekking. Dit betekent dat de nota niet in alle gevallen direct toepasbaar is omdat in specifieke gevallen maatwerk noodzakelijk en wenselijk is. Waar voor een bepaalde functie een Opmeerse parkeernorm ontbreekt (Bijlage 1), is het betreffende kencijfer van het CROW maatgevend, met het gemiddelde van de minimum- en maximumwaarde als uitgangspunt. Mocht ook een CROW-kencijfer ontbreken dan kan mogelijk worden teruggevallen op parkeergegevens over een bouwwerk met deze functie elders in het land. Anders moet op zoek gegaan worden naar (de norm van) een zo goed mogelijk vergelijkbare functie (qua gebruik en mobiliteitspatroon)
•Uitgaande van een gemiddelde norm van 1,7 parkeerplaats per woning zijn er voldoende parkeerplaatsen aanwezig. Echter uitgaande van een loopafstand van ca. 100 meter vanaf een individuele woning kan er een tekort zijn. De gemeente werkt er aan om deze lokale tekorten op te heffen. Met name in het centrum van Hoogwoud ontbreekt hiervoor ruimte.
•Het college kan gemotiveerd afwijken van de normen.
1.5.2 Overig parkeerbeleid.
Er zijn nog een aantal zaken met betrekking tot parkeren waarvoor de gemeente Opmeer al dan niet beleid voor heeft vastgelegd.
•Betaald parkeren. Gemeente Opmeer kent geen betaald parkeren.
•Parkeren van elektrische voertuigen. De gemeente Opmeer acht het verstrekken van energie voor mobiliteit geen gemeentelijke taak, maar werkt via de MRA-e wel mee aan initiatieven van derden voor het plaatsen van oplaadpunten voor elektrische voertuigen in de openbare ruimte. De plaatsen bij zo’n oplaadpunt worden in principe gereserveerd voor elektrische voertuigen.
De visie op het aantal laadpalen en overige beleid wordt periodiek herzien.
•Laden & lossen. De gemeente Opmeer heeft op dit moment geen parkeerplaatsen gereserveerd voor uitsluitend laden & lossen.
•Parkeerplaatsen met vergunningen. Anders dan de gehandicaptenparkeerplaatsen en de blauwe zone kent de gemeente Opmeer geen parkeerplaatsen met vergunningen.
•Handhaving van het Parkeerbeleid. Het parkeerbeleid wordt gehandhaafd door de gemeentelijke BOA.
1.5.2.1 Parkeren in voortuin
Voor parkeren in de voortuin wordt een uitrit gemaakt, hiervoor moet op grond van de artikel 7.4 Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Opmeer 2023 in de meeste gevallen een omgevingsvergunning worden aangevraagd. De weigeringsgronden zijn bij dit artikel vermeld.
Punt a (Als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats) moet nader beschouwd worden, vaak gaat parkeren in de voortuin ten koste van een langsparkeervak, maar omdat in de voortuin haaks geparkeerd wordt biedt parkeren in de voortuin de mogelijkheid om twee auto’s te parkeren waar er vroeger een stond, als buren beide in de voortuin parkeren.
Met oog op de klimaatadaptatie is parkeren in de voortuin minder wenselijk omdat dit vaak extra verharding geeft.
1.5.2.2 Deelauto’s
De gemeente staat positief ten opzichte van deelauto’s. Deelauto’s zijn interessant voor mensen die minder dan 8.000 km per jaar rijden.
1.5.2.3 Bermverharding en parkeervoorzieningen
Buiten de bebouwde kom zijn er beperkt parkeervoorzieningen langs de weg. Het beleid van de gemeente is dat parkeren buiten de bebouwde kom zoveel mogelijk op eigen terrein plaats moet vinden. Indien niet voldoende ruimte daarvoor aanwezig is, kan men op de weg parkeren, tenzij
de wegenverkeerswetgeving dit verbiedt. Dit is bijvoorbeeld het geval op een fietsstrook. In dat geval zorgt de gemeente voor voldoende parkeergelegenheid langs de weg.
Bij hoge uitzondering staat de gemeente de aanleg van parkeervoorzieningen door bedrijven toe. Hiervoor is een omgevingsvergunning nodig op grond van artikel 7.3 Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Opmeer 2023.
Bij de aanleg moet rekening gehouden worden met de volgende beleidsuitgangspunten:
1de gemeente staat slechts bij hoge uitzondering de aanleg van parkeervoorzieningen bij bedrijven in bermen toe. Dit is alleen toegestaan ter voorkoming van verkeershinderlijk parkeren en van bermschade en uitsluitend als op het bedrijfsterrein of in de directe omgeving geen ruimte aanwezig is een parkeervoorziening buiten de weg te maken.
2Bij het aanleggen van parkeervoorzieningen mag bestaande beplanting niet worden beschadigd.
Ingeval van beschadiging wordt deze hersteld voor rekening van de aanvrager.
3De kosten voor de aanleg en het onderhoud van de parkeervoorziening zijn voor rekening van de aanvrager.
4De waterafvoer van de weg mag door de gemaakte werken niet worden verstoord.
1.5.2.4 Parkeren op openbare weg voor eigen inrit of garage
Op grond van Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) artikel 24 lid 1.b is het niet toegestaan te parkeren voor een inrit of een uitrit; Wat een inrit of uitrit is wordt niet verder gedefinieerd in het RVV 1990. We hanteren het volgende begrip: Een uitweg, uitrit of inrit is: een uitgang voor voertuigen van een gebouw of perceel naar de openbare weg, en/of de ingang voor voertuigen vanaf de openbare weg. Dit kan van alles zijn, bijvoorbeeld:
•de oprit naar een garage of carport,
•de oprijlaan bij een boerderij, of vrijstaande woning,
•de toegang tot een weiland, tot een bosperceel, enzovoort,
•de ingang van een parkeergarage,
•een garage die direct uitkomt op de openbare weg.
Een inrit/uitrit is vaak herkenbaar aan:
•een trottoir of een fietspad of een drempel die met het voertuig gepasseerd wordt,
•een toegangshek/deur of een slagboom,
•een uitsparing in een hekwerk dat het perceel omsluit.
Over het algemeen zijn de woorden inrit en uitrit synoniem, ze verschillen alleen door het gebruik dat ervan wordt gemaakt. Soms wordt er eenrichtingsverkeer ingesteld, dus dan is er een aparte inrit en uitrit. Voor een eigen inrit of garage mag dus ook niet geparkeerd worden.
Op grond van RVV 1990 artikel 87 kan het bevoegd gezag (het college) ontheffing verlenen van het verbod als bedoel in artikel 24. Uiteraard mag een ontheffing geen vrijbrief zijn om het trottoir te blokkeren of anderszins hinder op te leveren. Een toetsingskader is dus gewenst.
De ontheffing moet controleerbaar zijn. Hierbij kan een ontheffingenstelsel vergelijkbaar met de blauwe zone ingesteld worden (met de nodige administratie) of kan een algemene ontheffing onder voorwaarden ingesteld worden, hierbij wordt het parkeren toegestaan als aan de voorwaarden voldaan wordt, de voorwaarden zijn handhaafbaarheid door herkenbaarheid van de auto door het plaatsen van een bord “eigen inrit met kenteken” en geen hinder voor ander verkeer.
De bewoners regelen zelf de bordjes, de gemeente controleert bij klachten over bereikbaarheid.
1.5.2.5 Gehandicaptenparkeerplaats op kenteken
Inwoners van de gemeente Opmeer, in het bezit van een gehandicaptenparkeerkaart type bestuurder komen als zij niet beschikken over een voorziening op eigen grond in aanmerking voor een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken. Binnen de gemeente Opmeer zijn er ook een aantal algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. Het instellen van gehandicaptenparkeerplaatsen heeft tot doel om weggebruikers en passagiers met een handicap te beschermen. Op een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats met kenteken mag alleen door dat bepaalde voertuig worden geparkeerd.
Toetsingscriteria voor de aanvraag
-De aanvrager heeft een gehandicaptenparkeerkaart type bestuurder.
-De aanvrager woont in de gemeente Opmeer.
-Er is onvoldoende openbare parkeerruimte in de nabijheid van uw woning.
-De aanvrager beschikt niet over een eigen parkeervoorziening.
Er is een apart aanvraagformulier
Er zijn kosten aan de aanvraag verbonden.
1.5.2.6 Ontheffing blauwe zone
In Opmeer het centrum van Opmeer is een parkeerschijfzone, aangegeven door blauwe strepen in de bestrating. Er mag maximaal twee uur geparkeerd worden. Hierbij geldt het volgende ontheffingensysteem, vastgelegd in de nota beleidsregels blauwe zone:
Bewoners
Iedereen die in de parkeerschijfzone woont en niet over voldoende eigen parkeerruimte beschikt, kan in aanmerking komen voor een ontheffing (bewonersontheffing). Alle bewoners in de parkeerschijfzone worden hiertoe door de gemeente aangeschreven. Wel moet het kentekenbewijs van het motorvoertuig op naam staan van de bewoner, tenzij de bewoner gebruik maakt van de een auto van de werkgever/lease-auto. Omdat sommige bewoners óf huishoudens meer dan een auto zullen hebben (autoliefhebbers met een tweede, klassieke auto en gezinnen waarvan ook de kinderen over auto's beschikken) kan een bewonersontheffing één of meerdere voertuigen op kenteken betreffen met een maximum van twee. Om ervoor te zorgen dat niet beide auto's tegelijkertijd in de parkeerschijfzone worden geparkeerd kan de bewonersontheffing per keer voor slechts voor één voertuig worden gebruikt.
Per woonadres worden maximaal twee parkeerontheffingen uitgegeven. In mindering op het aantal aanvragen per woonadres wordt het aantal eigen parkeerplaatsen gebracht. Dit zijn zowel parkeerplaatsen in parkeergarages, als parkeerplaatsen in garageboxen, opritten en carports. De aanvrager geeft op het aanvraagformulier gevraagd wel of niet over eigen parkeermogelijkheden te beschikken. Hierdoor wordt voorkomen dat de gemeente tevoren in de gehele parkeerschijfzone moet inventariseren welke woningen over eigen parkeerruimte beschikt. En daarmee tegen problemen ten aanzien van de precieze definiëring van parkeerruimte aanloopt. Door de 'bewijslast' bij de aanvrager neer te leggen kan, bij klachten of twijfel, altijd achteraf door de gemeente worden gecontroleerd in hoeverre de aanvrager over eigen parkeerruimte beschikt.
Bezoekers van bewoners in de zone kunnen van hun parkeerschijf gebruik maken of buiten het gebied parkeren.
Ondernemers
Ondernemers, die volgens de gegevens van de Kamer van Koophandel, eigenaar van een bedrijf of vestiging in de zone zijn komen in aanmerking voor een ontheffing (bedrijfsontheffing). Hierbij dient de reden waarom het voertuig nodig is voor de bedrijfsvoering en in de nabijheid van het bedrijf of de werkzaamheden moet worden geparkeerd aangegeven te worden. In beginsel komen winkels/detailhandel niet in aanmerking voor een ontheffing. Makelaars/assurantiekantoren, verswinkels en bezorgdiensten kunnen wel in aanmerking komen voor een ontheffing. Ontheffingen ten behoeve van woonwerkverkeer, laden en lossen en het vervoer van de financiële dagopbrengst, worden niet verstrekt. Laden en lossen (en verhuizen) blijft immers gewoon toegestaan in de parkeerschijfzone.
Indien het bedrijf de beschikking heeft over eigen parkeerplaatsen (zie voor de definiëring hiervan de ontheffingrichtlijnen voor bewoners) wordt het aantal beschikbare parkeerplaatsen in mindering gebracht op het aantal te verstrekken ontheffingen. Per bedrijf wordt, onafhankelijk van het aantal werknemers, maximaal één parkeerontheffing uitgegeven. Ondernemers die zowel voor een bewoners- als voor een bedrijfsontheffing in aanmerking komen, komen alleen in aanmerking voor de bewonersontheffing.
Marktkooplui
Marktkooplui kunnen een parkeerontheffing aanvragen voor de tijden van de weekmarkt (dinsdag).
Installatiebedrijven/aannemers
Bedrijven die tijdelijk moeten parkeren in de zone, zoals installatiebedrijven en aannemers, kunnen een 'tijdelijke ontheffing' krijgen. De ontheffing duurt zo lang als nodig is voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Ook de noodzaak van het kunnen parkeren moet worden aangegeven. Deze ontheffing wordt ook uitgegeven voor rouw- en trouwauto's.
Gehandicapten
Bezitters van een gehandicaptenparkeerkaart kunnen zonder tijdsbeperking op elke willekeurige parkeerplaats in de blauwe zone parkeren. Zij hoeven dus geen gebruik te maken van de parkeerschijf, noch hoeven zij per se gebruik te maken van de speciale gehandicaptenparkeerplaatsen.
Hulpdiensten
Voor landelijk opererende hulpdiensten ambulance, brandweer en politie geldt een landelijk geregelde ontheffing van parkeerduurbeperking. Deze diensten kunnen dus zonder ontheffing of parkeerschijf onbeperkt parkeren.
Er is een apart aanvraagformulier
Er zijn in de meeste gevallen geen kosten aan de aanvraag verbonden.
1.5.2.7 Parkeren grote voertuigen
APV Artikel 5:8 Grote voertuigen
1Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
(Dit geldt voor de bebouwde kom met uitzondering van bedrijventerreinen)
2Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.
3Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.
4Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.
5Het college kan ontheffing verlenen van de verboden.
Dat heeft het college gedaan voor de bedrijventerreinen de Veken (uitsluitend op de aangegeven weggedeelten) en Westerboekelweg.
1.5.2.8 Fietsparkeren.
Naast de auto wordt ook de fiets gebruikt. Op grond van het RVV 1990 artikel 27 mogen fietsen en bromfietsen worden geplaatst op het trottoir, voetpad, in de berm dan wel op andere door het bevoegd gezag aangewezen plaatsen. Dit leidt soms tot geblokkeerde voetpaden, het is daarom wenselijk dat er ook voor het parkeren van fietsen voldoende ruimte wordt gereserveerd. Daar waar het autogebruik hoog is zal in het algemeen het fietsgebruik lager zijn en omgekeerd.
•Voor de bebouwde kommen van gemeente Opmeer zijn de parkeernormen voor fietsen gelijk aan de parkeernorm voor de auto, met uitzondering van scholen, hier is een hoger aantal plaatsen wenselijk.
•De fietsenberging is opgenomen in het Bouwbesluit 2012. Daarom zijn er geen parkeernormen voor de fiets voor de functie wonen.
•Voor het parkeren van fietsen is het altijd toegestaan om meer voorzieningen te realiseren dan volgens de norm nodig is.
1.5.2.9 Parkeren in de APV.
Een aantal zaken op het gebied van parkeren die we niet willen hebben zijn geregeld in de Algemene plaatselijke verordening (APV). De APV kent een afdeling parkeerexcessen met artikelen die een parkeerverbod inhouden tenzij anders vermeld:
•Parkeren van voertuigen van een autobedrijf, rijschool, taxibedrijf, e.d., maximaal 3 voertuigen op de openbare weg geparkeerd, tevens een verbod de weg als werkplaats te gebruiken.
•Te koop aanbieden van voertuigen: verboden.
•Defecte voertuigen, mogen maximaal drie achtereenvolgende dagen parkeren.
•Voertuigwrakken: verboden
•Kampeermiddelen e.a.: mogen maximaal drie achtereenvolgende dagen parkeren,
•Parkeren van reclamevoertuigen: verboden
•Parkeren van grote voertuigen: verboden tussen 18.00 en 8.00 uur
•Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen: verboden, behalve gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.
•Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen (gereserveerd)
•Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen, verboden.
Het college kan van de verboden ontheffing verlenen.
3. Parkeereisen
3.2 Parkeernormen
3.2.1. Woningen
De parkeernormen voor woningen zijn ingedeeld naar grootte van de woning en prijsklasse. De prijsgrenzen worden door de gemeente zelf bepaald en kunnen jaarlijks bijgesteld worden. Zie de tabel in bijlage 1.
De parkeernormen zijn met ingang van deze norm exclusief de parkeerruimte voor bezoekers.
Appartementen hebben een gelijke norm als woningen.
In veel gevallen is in de planfase van een te ontwikkelen gebied nog niet op het detailniveau duidelijk hoe de te bouwen voorzieningen er uit komen te zien. In deze gevallen werd gerekend met een algemene norm van 1,7 parkeerplaatsen per woning. Op het moment dat deze nadere gegevens beschikbaar zijn, kan uitgerekend worden wat de exacte parkeernorm is.
3.2.2 Bezoekers
De parkeerplaatsen voor bezoekers zijn niet langer opgenomen in het getal per woning. Parkeerplaatsen voor bezoekers worden in principe aangelegd in de openbare ruimte, maar moeten in ieder geval openbaar toegankelijk zijn. Bij bestemmingswijziging kan de eis gesteld worden dat deze bezoekersplaatsen niet in de openbare ruimte maar in een openbaar toegankelijk gebied gerealiseerd worden, binnen het plangebied. Voor bezoekers rekenen met
-in de blauwe zone: 0,15 per woning
-rest bebouwde kom: 0,2 per woning
-buitengebied: 0,3 per woning (te realiseren op eigen terrein)
3.2.3 Ouderenhuisvesting
Bij woningen die voor ouderenhuisvesting zijn bestemd, wordt onderscheid gemaakt in een zelfstandige woning, een woning in of bij een zorginstelling (met ten minste beperkte zorgvoorzieningen) en een woning die specifiek bestemd is voor senioren.
Een zelfstandige woning voor ouderen, waarbij geen relatie (fysiek of organisatorisch) bestaat met een zorginstelling, wordt als een normale woning aangemerkt.
Een woning die specifiek bestemd is voor senioren krijgt een lagere norm. Dit soort woningen is qua parkeernorm vergelijkbaar met aanleunwoningen en krijgt dan ook dezelfde norm opgelegd als de functie ‘serviceflat/aanleunwoning’ (namelijk 0,9 parkeerplaats per woning).
Een woning in of bij een zorginstelling behoort tot de categorie ‘verpleeg/verzorgingstehuis’, waarbij ook een norm van 0,6 parkeerplaats per wooneenheid geldt. Alle normen zijn inclusief parkeren door personeel.
3.2.4 Commerciële ruimten in woongebieden
De afgelopen jaren worden er steeds vaker woningen gebouwd met een commerciële ruimte aan huis. Deze ruimte kan gebruikt worden voor verschillende doeleinden zoals zakelijke dienstverlening, maatschappelijke dienstverlening en aan huis gebonden beroepen, zoals bijvoorbeeld een kapper, een accountant, een schoonheidssalon of een ambachtelijk bedrijfje. Een belangrijk kenmerk van deze ruimten is dat ze kleinschalig zijn en dat het moet passen binnen het woonmilieu. Om willekeur in de toekomst te voorkomen is de norm voor kleinschalige commerciële ruimte aan huis vastgelegd op 1,0 parkeerplaats per behandelkamer c.q. arbeidsplaats. Dit komt boven op de parkeernorm van de bijbehorende woning.
3.2.5 Scholen/kinderdagverblijven
Bij scholen en kinderdagverblijven is gedurende de dag een min of meer vast aantal parkeerders aanwezig, het personeel. De haal- en brengmomenten brengen een extra, kortdurende piek met zich mee. Het CROW heeft een rekenmethode ontwikkeld om het noodzakelijke aantal parkeerplaatsen bij scholen en kinderdagverblijven te berekenen. Deze methode is toegepast bij de realisatie van de nieuwe kindcentra in Hoogwoud en Spanbroek. Omdat de kindcentra net nieuw zijn, worden geen normen opgenomen in deze nota.
3.3 Toepassing van de normen
3.3.1 Rekenfactoren
Bij de definitie van parkeercapaciteit is al aangegeven dat garages en opritten op privégrond voor een bepaald percentage meetellen. Uit de praktijk blijkt dat de beschikbare parkeergelegenheden op eigen terrein niet altijd als zodanig worden gebruikt. Voor parkeervoorzieningen op eigen terrein worden daarom bij de bouw van meerdere woningen de rekenwaarde gehanteerd uit de tabel 1.
Tabel 1
Parkeervoorziening op eigen terrein
afmetingen
theoretisch aantal
berekenings- Aantal
enkele oprit zonder garage
Oprit min. 5,0 meter diep en 2,5 meter breed
1
0,8
Lange oprit zonder garage of carport
Oprit min. 10,0 meter diep en 2,5 meter breed
2
1
Dubbele oprit zonder garage of carport
Oprit min. 5,0 meter diep en 5,0 meter breed
2
1,7
Garage zonder oprit (bij woning)
Garage min. 5,0 meter diep en 2,5 meter breed
1
0,6
Garagebox (niet bij woning)
Garage min. 5,0 meter diep en 2,5 meter breed
1
0,7¹
Garage met enkele oprit
Oprit en garage min. 5,0 meter diep en 2,5 meter breed
2
1,2
Garage met lange oprit
Oprit en garage min. 10,0 meter diep en 2,5 meter breed
3
1,5²
Garage met dubbele oprit
Oprit en garage min. 5,0 meter diep en 5,0 meter breed
3
2,0²
1Mits de parkeerplaats ook in gronduitgiftevoorwaarden en koopovereenkomsten is/wordt vastgelegd.
2Berekeningsaantal is nooit hoger dan de parkeernorm.
3Bij nieuwbouwprojecten wordt voor bezoekers altijd 0,2 parkeerplaats per woning op openbaar terrein aangelegd (bezoekersdeel).
Uitgangspunt bij de toepassing van de parkeernormen bij meerdere woningen is een gebiedsgerichte aanpak. Dit betekent dat niet per woning bepaald wordt wat de parkeernorm is, maar voor het gehele gebied. In het geval van woningen is het onafhankelijk van elkaar kunnen wegrijden op eigen terrein geen vereiste.
De afronding vindt plaats in de allerlaatste fase bij de bepaling van het totaal noodzakelijke aantal parkeerplaatsen. Afronding wordt naar boven gedaan.
voorbeeld 1: Individuele woning in bestaande wijk
Aan de hand van bijlage 1 kan bepaald worden binnen welke sector de woning behoort en wat daarbij de parkeernorm is. Afronding van de parkeernorm vindt altijd naar boven plaats.
Bij de bouw van een individuele woning in een bestaande wijk dient het theoretische aantal parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Er wordt hierbij dus geen rekening gehouden met de rekenfactoren van tabel 1. In het geval van individuele woningen is het op eigen terrein onafhankelijk van elkaar kunnen wegrijden geen vereiste.
Bij individuele woningen mogen op eigen terrein meer parkeerplaatsen worden aangelegd dan de parkeernorm aangeeft. De regels omtrent de aanleg c.q. uitbreiding van uitritten bij woningen zijn opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving Opmeer 2023 en de Beleidsregel Uitwegen 2024.
Rekenvoorbeeld
In een bestaande wijk in Hoogwoud wordt 1 middeldure sector woning gebouwd.
Parkeernorm: 1,8. Afronding betekent dat 2 parkeerplaatsen op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd.
Onafhankelijk van elkaar wegrijden is bij individuele woningen geen vereiste. Aanvrager kan dus kiezen uit het realiseren van:
-garage en een oprit (beide 5,0 m diep en 2,5 m breed)
-een brede oprit (5,0 m diep en 5,0 m breed)
-een lange oprit (10,0 m diep en 2,5 m breed)
Voorbeeld 2: Meerdere woningen in bestaande wijk
Bij de bouw van meerdere woningen is het noodzakelijk dat per woning 0,2 parkeerplaatsen per woning in het openbare gebied worden aangelegd voor bezoekers. Hier wordt wel rekening gehouden met de rekenfactoren.
Rekenvoorbeeld
Centrum Opmeer: 10 woningen dure sector met lange oprit en garage/carport.
Noodzakelijk aantal parkeerplaatsen: 10 * 2.0 = 20 parkeerplaatsen
In het plan opgenomen conform berekeningsaantal: 10 * 1,5 = 15 parkeerplaatsen op eigen grond. Noodzakelijk aantal parkeerplaatsen op openbaar terrein (volgens berekening):
20– 15 = 5 parkeerplaatsen.
Daarnaast is per woning altijd tenminste 0,2 parkeerplaats op openbaar terrein noodzakelijk. Dit betekent dat 10*0,2 = 2 parkeerplaatsen op openbaar terrein noodzakelijk zijn. Hieraan wordt voldaan.
3.3.2 aanwezigheidspercentages
Uitgangspunt bij de toepassing van de parkeernormen is een gebiedsgerichte aanpak. De ervaring leert dat veel bestaande parkeerproblemen zijn veroorzaakt doordat juist niet gekozen is voor een gebiedsgerichte aanpak. In plaats van afzonderlijke functies te beschouwen wordt de parkeervraag van verschillende functies met elkaar in verband gebracht.
Een gebiedsgerichte aanpak kan leiden tot een efficiëntere benutting van parkeercapaciteit. Een parkeerplaats voor een winkelvoorziening kan bijvoorbeeld in de avonduren worden benut door bewoners of bezoekers van horeca. Bij een gebiedsgerichte aanpak moet rekening worden gehouden met bestaande aanwezige parkeercapaciteit en/of parkeerdruk. De wijze waarop wordt omgegaan met parkeervoorziening op eigen terrein (woningbouw) en de aanwezigheidspercentages zoals vermeld in bijlage 2 (mogelijkheden dubbelgebruik) zijn dan van belang.
Parkeerplaatsen zijn dikwijls uitwisselbaar, waardoor het niet noodzakelijk is de som van het aantal parkeerplaatsen van de functies in een gebied aan te leggen, maar slechts een deel ervan. Onder uitwisselbaarheid wordt hier verstaan dat meerdere functies op verschillende momenten gebruik kunnen maken van dezelfde parkeerplaatsen. De mogelijkheden voor uitwisselbaarheid in een gebied hangen af van de locatiekeuze van de parkeerplaatsen en de mate waarin de maximale parkeerbehoefte van verschillende functies in de tijd samenvallen. Bij meervoudig gebruik van parkeerplaatsen kan door de gemeente Ontheffing van een deel van de parkeereis worden verleend. Of de berekening aansluit bij de werkelijkheid kan worden vastgesteld in een parkeerdrukmeting. De parkeerdrukmeting wordt gehouden op het moment dat de bezettingsgraad van de te realiseren functie het hoogst is. Bijvoorbeeld in het geval dat het bouwplan voorziet in de realisatie van een woning wordt het onderzoek in de nachtelijke uren verricht (bewonersparkeren) en bij de realisatie van een winkel in de dagsituatie tijdens een piekmoment, met name op vrijdagmiddag en zaterdagmiddag (winkelpubliek). Bij een parkeerdruk van meer dan 85% bezettingsgraad ontstaat een verkeersonveilige situatie en een mindere situatie voor de leefbaarheid door zoekende automobilisten en foutparkeerders.
3.3.3 Reconstructies of functiewijziging binnen een gebied
Indien er op een locatie woningen of bedrijven gesloopt worden en op dezelfde locatie nieuwbouw wordt gepleegd, dan zal er voor het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen als volgt te werk worden gegaan.
Eerst bepalen wat het gesloopte- of te slopen- pand voor parkeerbehoefte heeft op eigen terrein en in het openbare gebied in de directe omgeving van dat pand. Vervolgens wordt dan bepaald wat er voor de nieuwbouw aan parkeren nog nodig is aan de hand van de in de bijlage opgenomen parkeernormen. Vervolgens wordt dan bepaald wat er nog extra aan parkeren moet worden gerealiseerd op eigen terrein en in het openbare gebied. Rekening houden met bestaande parkeerplaatsen die in de nieuwe situatie ook beschikbaar blijven wordt salderen genoemd.
Ook als de functie van een pand wijzigt, bijvoorbeeld winkel wordt woningen, moet de parkeereis op deze manier bepaald worden.
Rekenvoorbeeld
Centrum Spanbroek: 14 eenpersoonswoningen maken plaats voor 20 appartementen sociale sector. Aanwezig van bestaande woningen: 14 * 1,3 = 19 plaatsen
Noodzakelijk aantal parkeerplaatsen: 20 * 1,5 = 30 parkeerplaatsen
Nieuw aan te leggen parkeerplaatsen 30 – 19 = 11 parkeerplaatsen.
Of deze parkeerplaatsen ook allemaal aangelegd moeten worden is afhankelijk van de werkelijk situatie en de omgeving, overeenkomstig het gestelde in 3.3.2.
Noot: De parkeerbehoefte van bepaalde bestaande functies kan in de praktijk niet aanwezig zijn. Met name als een bedrijf al sinds mensenheugenis op een locatie aanwezig is, zoals dorpshuizen of kerken, zal er niet worden voldaan aan de bestaande parkeereis. Het is daarom van belang te controleren of voor salderen geclaimde parkeerplaatsen aanwezig zijn.
3.3.4 Parkeergarages
Uitgangspunt bij het aanleggen van parkeervoorzieningen is een zekere mate van uitwisselbaarheid van die parkeerplaatsen. Daarom zal uitgegaan worden van het principe dat er per woning of appartement 1 parkeerplaats in de parkeergarage meegeteld zal worden in de parkeernormering. Het overige deel van de parkeereis moet daarom in het openbare gebied of in het openbaar toegankelijke deel van de parkeergarage worden gerealiseerd. Voor extra dure woningen of zogenaamde penthouses dienen 2 parkeerplaatsen in de parkeergarage te worden meegeteld.
Bijlage 1: Parkeernormen gemeente Opmeer
Functie
Parkeernorm
Bezoekers aandeel
eenheid
Voetnoot
Bezoekersaandeel blauwe zone
0,15
Woning
1
Bezoekersaand. rest bebouwde kom
0,2
Woning
1
Bezoekersaandeel buitengebied
0,3
Woning
2
Blauwe zone
3
Kamerverhuur <30 m2
0,4
kamer
Appartement < 75 m²
1,0
woning
4
Appartement 75-100 m2
1,3
Woning
Appartement > 100 m2
1,5
Woning
Rest bebouwde kom
Kamerverhuur <30 m2
0,5
kamer
Appartement < 75 m²
1,0
Woning
Appartement 75-100 m2
1,3
Woning
Appartement > 100 m2
1,8
woning
Huurwoning
1,3
Woning
Tussenwoning of hoekhuis
1,6
Woning
Twee-onder-een kap of vrijstaand
2,0
Woning
Tiny house
0,4
woning
serviceflat/aanleunwoning
0,8
woning
verpleeg-, verzorgingshuis
0,6
60%
wooneenheid
5
Huisvesting tijdelijke werknemers
0,4
bed
detailhandel
85%
100m2 bvo
6
-wijk- of dorpscentrum (non-food)
3,2
-buurt- of discountsupermarkt
4,5
-full service supermarkt
5,6
-bouwmarkten, tuincentra etc.
2,5
-kringloopwinkel
2,0
Kantoren met balie
3,4
20%
100m2 bvo
Kantoren zonder balie
2,4
5%
100m2 bvo
kleinschalige commerciële ruimte aan huis
1,0
65%
Behandelkamer
arbeidsplaats
7
arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, groothandel, transportbedrijf)
0,8
5%
100m2 bvo
arbeidsintensief/bezoekersextensief
(industrie, garagebedrijf, laboratorium)
2,2
5%
100m2 bvo
Showroom
1,6
35%
100m2 bvo
bedrijfsverzamelgebouw
1,7
10%
100m2 bvo
café, bar, cafetaria
6,0
90%
100m2 bvo
discotheek
19,0
95%
100m2 bvo
restaurant
6,0
80%
100m2 bvo
hotel, vakantiewoning, B&B, e.d.
1,0
kamer
museum, bibliotheek
0,9
95%
100m2 bvo
sporthal (binnen)
2,6
95%
100m2 bvo
sportveld (buiten)
18
95%
ha.terrein
dansstudio, sportschool, fitness
5,0
95%
100m2 bvo
tennisbanen
2,5
90%
baan
jachthaven
0,6
ligplaats
evenementenhal, congresgebouw
6,0
99%
100m2 bvo
zwembad
12
90%
100m2 bassin
overdekte speeltuin/-hal
4
90%
100m2 bvo
cultureel centrum, wijkgebouw
2,0
90%
100m2 bvo
arts, maatschap, kruisgebouw, therapeut
2,5
65%
behandelkamer
basisonderwijs (excl. Kiss & Ride)
0,8
leslokaal
crèche, peuterspeelzaal, kinderdagverblijf
1.3
100m2 bvo
religiegebouw
0,1
zitplaats
1) De norm voor bezoekers moet gehaald worden in de openbare ruimte dan wel openbaar toegankelijke ruimte in bijvoorbeeld een parkeergarage en komt bij woningen bovenop de norm van de woning.
2) de parkeerplaatsen buiten de bebouwde kom worden in principe op eigen grond aangelegd.
3) Naar verwachting zullen er bij ontwikkeling in de blauwe zone geen grondgebonden woningen worden gerealiseerd, daarom zijn alleen normen voor appartementen opgenomen.
4) In afwijking van de CROW publicatie 744 maken we geen onderscheid in koop- of huurappartementen. Omdat Opmeer autogericht is zal het autobezit ook bij huurappartementen wat hoger liggen dan het landelijk gemiddelde, de gekozen normen liggen binnen de bandbreedte van de verschillende soorten appartementen.
5) Bij verzorgingshuizen is de norm inclusief personeel.
6) BVO (Bruto vloeroppervlak): totale vloeroppervlakte gemeten vanuit de buitenmuren van een gebouw, de normen zijn voor personeel en bezoekers.
7) komt bovenop de norm van de woning
Een aantal normen uit de CROW publicatie 744 zijn niet overgenomen omdat deze functies nu en in de toekomst naar verwachting niet binnen de gemeente voorkomen. Indien er plannen ontwikkeld worden voor een functie die niet in de nota parkeernormen is opgenomen wordt de parkeernorm bepaald aan de hand van de CROW publicatie 744.
Parkeren fiets
Naast de auto wordt ook de fiets gebruikt. Het is nodig dat er ook voor het parkeren van fietsen ruimte wordt gereserveerd. Daar waar het autogebruik hoog is zal in het algemeen het
fietsgebruik lager zijn en omgekeerd.
Voor de bebouwde kommen van gemeente Opmeer zijn de parkeernormen voor fietsen gelijk aan de parkeernorm voor de auto, met uitzondering van scholen, hier is een hoger aantal plaatsen wenselijk.
De fietsenberging is opgenomen in het Bouwbesluit 2012. Daarom zijn er geen parkeernormen voor de fiets voor de functie wonen.
Voor het parkeren van fietsen is het altijd toegestaan om meer voorzieningen te realiseren dan volgens de norm nodig is.
Bijlage 2: Aanwezigheidspercentages
Type object
werkdag
zaterdag
Ochtend
middag
avond
koopavond
middag
avond
woningen bewoners
60
60
90
80
75
80
Woningen bezoek
40
50
75
70
100
100
detailhandel (food)
30
60
10
100
100
0
detailhandel (non-food)
30
70
0
100
100
0
kantoren
100
100
5
5
5
0
commerciële ruimte aan huis
100
100
5
75
80
80
bedrijven
100
100
5
5
5
0
consumentgerichte bedrijvigheid ¹
30
75
5
100
100
0
sociaal cultureel
10
40
100
100
60
90
sociaal medisch
100
100
30
15
15
5
ziekenhuis
85
100
40
50
25
40
dagonderwijs ²
100
100
0
0
0
0
avondonderwijs
0
0
100
100
0
0
bibliotheek
30
70
100
70
75
0
museum
20
45
0
0
100
0
restaurant
30
40
80
90
70
100
café
30
40
90
85
75
100
bioscoop, theater
15
30
90
90
60
100
zwembad
100
80
100
100
100
100
sport ³
30
50
100
100
100
90
1) Tuincentra, Doe-het-zelf- en bouwmarkten, autoshowroom.
2) Inclusief crèche, kinderdagverblijf, peuterspeelzaal.
3) Inclusief sporthal, dansschool.
Bijlage 4: Aanvraag gehandicaptenparkeerplaats 2025
Contactgegevens:
Afdeling: Civiele Techniek en Wonen (CTW)
Contactpersoon: M.C. Blom
Telefoon: 0226 – 363 363
Email: mblom@opmeer.nl
Doel
Het instellen van gehandicaptenparkeerplaatsen heeft tot doel om weggebruikers en passagiers met een handicap te beschermen. Op een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats met kenteken mag alleen door dat bepaalde voertuig worden geparkeerd.
Toetsingscriteria voor de aanvraag
-De aanvrager heeft een gehandicaptenparkeerkaart type bestuurder.
-De aanvrager woont in de gemeente Opmeer.
-Er is onvoldoende openbare parkeerruimte in de nabijheid van uw woning.
-De aanvrager beschikt niet over een eigen parkeervoorziening.
Procedure nieuwe aanvraag
-Na ontvangst van het aanvraagformulier wordt door de afdeling CTW bekeken of de aanvraag aan de criteria voldoet.
-De gemeente besluit vervolgens over de toekenning van de gehandicaptenparkeerplaats, dit is een verkeersbesluit conform artikel 15 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 12 van de BABW1.
-Het besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
-Tegen het besluit kan door een ieder, die direct in zijn belangen is getroffen, bezwaar worden ingediend binnen zes weken na bekendmaking.
-De aanvrager wordt van het besluit schriftelijk op de hoogte gebracht en bij toekenning verzocht de plaatsingskosten over te maken.
-Na ontvangst van het geld zorgt de afdeling CTW voor plaatsing van de borden.
Kosten
-Eerste aanvraag (voorbereidings-, bebordings- en plaatsingskosten) € 184,90
-Wijziging onderbord (kenteken) € 30,80
-Verhuizen van de gehandicaptenparkeerplaats € 30,80
De uitvoering
Bij de parkeerplaats wordt bord E06, gehandicaptenparkeerplaats, en een onderbord waarop het kenteken staat gezet. Volgens artikel 26 van de RVV 19902 mag op een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats alleen door het voertuig met dat kenteken worden geparkeerd.
1) BABW, Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer
2) RVV 1990, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
Aanvraagformulier Gehandicaptenparkeerplaats 2025
Ondergetekende:
Naam : ___________________________
Straat: : _____________________ nr:___
Postcode en woonplaats : ___________________________
Telefoon : ___________________________
□ Vraagt een nieuwe gehandicaptenparkeerplaats aan voor een (gehandicapten)voertuig met kenteken :___________. De kosten bedragen € 184,90. Bij dit formulier dient u een kopie van uw gehandicaptenparkeerkaart (type bestuurder) en een kopie kentekenbewijs in te leveren.
□ Heeft een andere auto met kenteken ___________ en verzoekt om een nieuw kentekenbord onder het verkeersbord. De kosten bedragen € 30,80. Gelieve een kopie kentekenbewijs in te leveren.
□ Gaat verhuizen binnen de gemeente Opmeer en verzoekt om verplaatsing van de gehandicaptenparkeerplaats. De kosten bedragen € 30,80.
□ Verzoekt om een bestaande gehandicaptenparkeerplaats te laten vervallen i.v.m.……………………………………………………Hier zijn geen kosten aan verbonden.
Gegevens over gehandicaptenparkeerplaats GPP
Adres GPP
Straat : _________________________ nr:___
Plaats : ______________________________
Nieuwe adres GPP (indien van toepassing)
Straat : _________________________ nr:___
Plaats : ______________________________
Nadere omschrijving situatie GPP:
…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………
Situatieschets of opmerkingen:
Handtekening:………………………
datum:……………………..