Gemeentelijke regelgeving

Damoclesbeleid gemeente Opmeer 2025

Gemeente Opmeer · geldt sinds 3 september 2025

8. Geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid van de maatregel

8.2 Noodzakelijkheid en evenwichtigheid van de maatregel

8.2.1 Bestaat de noodzaak tot sluiting

Bij de beoordeling van de noodzaak van een sluiting is de vraag aan de orde of met een minder ingrijpende maatregel kan en moet worden volstaan omdat het beoogde doel daarmee kan worden bereikt. Aan de hand van de ernst en de omvang van de overtreding dient te worden beoordeeld in hoeverre sluiting van een pand noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning of het lokaal en het herstel van de openbare orde. In recente uitspraken heeft de Raad van State het beoordelingskader verder verduidelijkt aangaande de noodzaak van woningsluiting (ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285; ABRvS 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022: 1910, 1911, 1913 en 2016).

De volgende feiten en omstandigheden zijn daarbij onder andere van belang:

•Is er sprake van gevaar voor de openbare orde.

•De mate van gevaarzetting en de risico’s voor de omgeving, waaronder de aard en omvang van de aangetroffen stoffen en goederen.

•Het soort verdovende middelen in samenhang met de hoeveelheid aangetroffen drugs.

•Is er sprake van recidive.

•De ligging van een woning of lokaal in een voor (drugs)criminaliteit kwetsbare wijk, waarbij een groter gewicht mag worden toegekend aan de signaalfunctie.

•De drugshandel of hennepteelt / drugsproductie heeft een professioneel karakter.

•Feitelijke handel in/vanuit pand: voor de beoordeling van de ernst en de omvang van de overtreding is mede van belang of de aangetroffen drugs feitelijk in of vanuit het pand werden verhandeld en of sprake is van een ‘loop’ naar het pand.

•Een combinatie van aanwezigheid van middelen als bedoeld op Lijst I en II Opiumwet;

•De mate van (ernstige) overlast rondom de locatie.

•Overige feiten en/of omstandigheden die duiden op georganiseerde drugshandel en/of ernstige ondermijnende criminaliteit in (georganiseerd) verband.

Verzwarende omstandigheden

Er kan ook sprake zijn van feiten en omstandigheden die op zichzelf al bij de noodzakelijkheidstoets betrokken zijn, maar in hun onderlinge samenhang of gezien de omvang toch aanleiding geven tot een langere sluitingsduur. Er is dan sprake van een grotere inbreuk op het woon- en leefklimaat. Verzwarende omstandigheden kunnen leiden tot een zwaardere maatregel dan in de matrix bij de betreffende constatering over ‘geringe handelshoeveelheid’ of ‘ernstig geval’ is aangegeven. Wanneer een langere sluitingsduur noodzakelijk is, wordt in beginsel aansluiting gezocht bij de sluitingsduur van de volgende constatering. Wanneer een sluiting in plaats van een waarschuwing noodzakelijk wordt geacht, wordt aansluiting gezocht bij de sluitingsduur genoemd bij een eerste constatering.

Te denken valt aan de volgende niet limitatieve (verzwarende) omstandigheden:

•omvang van de aangetroffen verdovende middelen en/of aanwezigheid van wapens en/of munitie in de zin van de Wet wapens en munitie.

•indicaties van betrokkenheid bij grootschalige (internationale) drugshandel; en/of in combinatie met verdenking witwassen.

•de aanwezigheid van grote sommen contant geld.

•ernstige gewelds- of andere openbare orde delicten gelieerd aan de locatie (waaronder ripdeals, aanslagen, bedreiging, mensenhandel, prostitutie, illegaal vuurwerk).

•de aannemelijkheid dat er ook andere locaties betrokken zijn bij de drugshandel.

•zeer ernstig gevaar voor en/of bedreiging van de woon- en leefomgeving.

De burgemeester zal aan de hand van bovenstaande feiten en omstandigheden per geval beoordelen of voldoende noodzaak bestaat over te gaan tot sluiting van een pand en of een sluiting voor langere duur noodzakelijk is.

8.2.2 Is de sluiting evenwichtig?

Nadat is bepaald dat er voldoende noodzaak tot sluiting van een pand bestaat dient beoordeeld te worden of de duur van de sluiting evenwichtig is ook als de duur in overeenstemming is met de duur die volgt uit de beleidsregels. Bij deze beoordeling zijn de volgende omstandigheden van belang:

a) de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon;

b) de gevolgen van de sluiting:

•medische situatie van belanghebbende.

•is er een bijzondere binding met de woning.

•de mogelijkheid om weer in de woning terug te keren.

•de overtreder door sluiting op een zwarte lijst komt te staan.

•zijn er minderjarige kinderen in de woning.

De mate van verwijtbaarheid en de (nadelige) gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester de sluiting noodzakelijk mocht achten. Dit vraagt een actieve opstelling van de burgemeester. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig. Indien noodzakelijk kan de burgemeester ook afwijken van de handhavingsmatrix door een kortere sluitingsduur op te leggen.

8.2.3 Overige (minder ingrijpende) maatregelen

Uit de beoordelingstoets kan volgen dat sluiting van een pand niet noodzakelijk of niet evenwichtig is en dient te worden afgezien van deze bestuurlijke maatregel. De gevolgen van de sluiting staan dan niet in redelijke verhouding tot het doel dat met de sluiting wordt beoogd. In dat geval kan de burgemeester een last onder dwangsom inzetten gericht aan de overtreder(s) of een waarschuwing geven. Dit laatste is aan de orde bij een geringe overschrijding van de gedoogde gebruikershoeveelheden. Afgewogen dient te worden of met een minder verstrekkende maatregel kan worden volstaan (zie ABRvS 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:738). In paragraaf 7.5 voorziet deze beleidsregel hierin.

De hoogte van een op te leggen dwangsom moet in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van de vermeende geschonden belangen. Dat wil zeggen dat het bedrag een voldoende afschrikwekkend effect moet hebben zodat voorkomen wordt dat wederom een overtreding van artikel 13b Opiumwet plaatsvindt.

De hoogte van een op te leggen dwangsom is gebaseerd op de te verwachten opbrengst van de aangetroffen situatie.

Hoogte van de dwangsom:

Woning

Lokaal

Softdrugs

€ 600 per hennepplant of € 20 per gram, met dien verstande dat de dwangsom niet minder dan € 5.000 bedraagt

€ 600 per hennepplant of € 20 per gram, met dien verstande dat de dwangsom niet minder dan € 5.000 bedraagt.

Harddrugs

€ 10.000

€ 10.000

8.2.4. Tussentijdse heropening en opheffing

Na de sluiting mag een woning, lokaal of een daarbij behorend erf niet meer worden betreden (artikel 2:41, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Opmeer 2024). In uitzonderlijke gevallen kan ontheffing worden verleend van dat verbod. Daarmee wordt zeer terughoudend omgegaan. Er wordt alleen toestemming gegeven om een woning, lokaal of daarbij behorend erf te betreden als sprake is van dringende en zwaarwegende omstandigheden, bijvoorbeeld voor het uitvoeren van een (spoed-)reparatie.

Van de mogelijkheid tot opheffing van de sluiting wordt terughoudend gebruik gemaakt. Alleen als aannemelijk is dat met de sluiting geen enkel doel meer wordt gediend, waarbij rekening wordt gehouden met de aard, ernst en duur van de overtreding en de uitgangspunten van dit beleid, kan de sluiting worden opgeheven.

Toelichting

Ingevolge artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht wordt aan dit document de rechtsstatus van een beleidsregel, vastgesteld door de burgemeester, toegekend. Deze beleidsregel zal volgens de gebruikelijke regels gepubliceerd worden en treedt in werking een dag na bekendmaking.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.