2. ACTIVEREN
2.1 Soorten activa
2.1.1 Immateriële vaste activa
Onder de immateriële vaste activa worden de kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio, de kosten van onderzoek en ontwikkeling en bijdragen aan activa in eigendom van derden opgenomen (artikel 34 BBV).
Het BBV staat slechts in zeer beperkte mate de activering van immateriële vaste activa toe. Bovendien is de activering van immateriële vaste activa niet verplicht.
Kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief
Het BBV biedt de mogelijkheid om kosten van onderzoek en ontwikkeling, indien aan de voorwaarden van artikel 60 BBV wordt voldaan, voor een bepaald actief te activeren.
Uitgangspunt 1:
De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief worden in beginsel geactiveerd, behalve als het van te voren vaststaat dat het onderzoek niet gaat leiden tot een actief. Daarbij geldt een maximale afschrijvingstermijn van 5 jaar (artikel 64 lid 5 BBV).
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
Over de bijdragen aan activa in eigendom van derden heeft het BBV nadere voorwaarden opgesteld om deze bijdragen te kunnen activeren (artikel 61 BBV).
Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien:
•er sprake is van een investering door een derde;
•de investering bijdraagt aan de publieke taak;
•de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen;
•de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
Uitgangspunt 2:
Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd als aan de voorwaarden uit artikel 61 van het BBV wordt voldaan.
2.1.2 Materiële vaste activa
Onder materiële vaste activa worden investeringen verstaan waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. In artikel 35 van het BBV wordt onderscheid gemaakt in de volgende soorten activa:
-investeringen met een economisch nut;
-investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
-investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
In artikel 59 lid 1 BBV is opgenomen dat alle investeringen moeten worden geactiveerd. Een uitzondering hierop vormen, conform artikel 59 lid 2 BBV, de kunstvoorwerpen met een cultuur-historische
waarde. Deze worden niet geactiveerd.
De investeringen kunnen ook onderverdeeld worden naar de volgende categorieën:
-nieuwe- of uitbreidingsinvesteringen: dit zijn investeringen ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe activiteiten of expansie van de huidige activiteiten;
-vervangingsinvesteringen: dit zijn investeringen ten behoeve van de vervanging van een oud (bestaand) actief als gevolg van economische veroudering of slijtage;
-levensduurverlengende investeringen: dit zijn investeringen die worden gepleegd ten behoeve van een bestaand actief en leiden tot een substantiële levensduurverlenging van het betreffende actief.
2.1.3 Financiële vaste activa
In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen (artikel 36 BBV):
1Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen;
2Leningen aan woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen;
3Overige verstrekte langlopende geldleningen;
4Overige uitzettingen met een looptijd van één jaar of langer.
Bijlage I: Afschrijvingstabel
Activasoort
Onderwerp
Soort investering
Afschrijvingstermijn (in aantal jaar)
Immateriële vaste activa
Kosten van onderzoek en ontwikkeling
Kosten van onderzoek en ontwikkeling *
5
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
Afhankelijk van de aard van de investering
Materiële vaste activa
Grond (in erfpacht uitgegeven)
Grond (in erfpacht uitgegeven)
n.v.t.
Terreinen
Aanleg/inrichting recreatieterrein
40
Renovatie recreatieterrein
25
Recreatie en speelvoorzieningen *
12
Aanleg voetbalveld
40
Renovatie voetbalveld
25
Aanleg handbalveld
25
Renovatie handbalveld
10
Kunstgrasveld onderlaag
40
Kunstgrasveld toplaag
10
Renovatie kunstgrasveld
15
Hekwerk/ballenvanger
10
Aanleg groenvoorziening
20
Begraafplaats
25
Terreinverlichting: armaturen
15
Terreinverlichting: masten
40
Woonruimten en bedrijfsgebouwen
Nieuwbouw woning (incl. HAT) *
40
Overige gebouwen (sporthal e.d.) *
40
Renovatie woning/gebouwen
25
Tijdelijk/noodgebouwen (semipermanente units) *
20
Tijdelijk/noodgebouwen (lichtere noodbouw) *
15
Aanbouw/aanpassing
Restantduur hoofdgebouw, minimaal 10 jaar
(Her) inrichting inventaris/meubilair
15
Bureaustoelen
10
Schoolgebouwen
Nieuwbouw schoolgebouw *
50
Renovatie schoolgebouw *
25
Eerste inrichting, meubilair *
15
Onderwijsleerpakket (OLP)
8
(her) inrichting van schoolpleinen
15
Weg- en waterbouwkundige werken
Aanleg wegen, vaarwegen en waterpartijen
40
Aanleg fietspaden, trottoirs en parkeerplaatsen
25
Herinrichting en reconstructie wegen, fietspaden, voetpaden, trottoirs parkeerplaatsen en waterpartijen
25
Bewegwijzering, straatmeubilair, verkeersvoorzieningen en - maatregelen
10
Openbare verlichting: armaturen
20
Openbare verlichting: lichtmasten
40
Openbare verlichting: OV kasten *
40
Betonconstructie van bruggen
40
Kunststof constructie van bruggen *
40
Houtenconstructie van bruggen
25
Beschoeiingen
20
(Her) planten van bomen langs wegen *
33
Brandkranen
20
Riolering
Riolen en putten
55(m.u.v. investeringen waar een doeluitkering tegenover staat)
Kolken
30
Persleidingen
45
Technische installaties
15
Bouwkundige voorzieningen (bergbezinkbassin/gemaalputten)
45
Individuele behandeling van afvalwater (IBA-systeem)
20
Vervoersmiddelen
Aanschaf nieuwe auto’s
10
Aanschaf nieuwe tractoren
15
Aanschaf nieuwe brandweerauto’s
15
Aanhangwagens
15
Machines en apparaten
Maaimachines
8
Houtversnipperaar *
12
Hogedrukreiniger (RIOR)
7
Sneeuwschuiver
15
Robotmaaier *
5
Overige machines en apparatuur
10
Technische installaties
Centrale verwarming ketel
15
Centrale verwarming leidingen
20
Klimaatbeheersingssysteem (afhankelijk van type systeem) *
15-20
Warmwater voorzieningen
20
Liftinstallatie
20
Beveiliging & bekabeling *
15
Energiebesparende maatregelen (afhankelijk van type maatregel)
10-15
PV panelen *
20
Warmtepomp *
15
Laadpalen (afhankelijk van gebruiksintensiteit) *
10-15
Stroomaggregaat en kasten
10
Overige installaties
15
Automatisering
Hardware (PC’s, beeldschermen)
7
Laptops *
4
Mobiele telefoons
3
*Nieuwe categorie of gewijzigde afschrijvingstermijn t.o.v. de activanota 2019.
Bijlage II: Begrippenlijst
Activa
De bezittingen van de gemeente zoals gronden, gebouwen, voertuigen en infrastructuur. Deze worden ingedeeld in vlottende activa en vaste activa.
Activeren
Het opnemen van investeringen op de balans. De jaarlijkse kosten (kapitaallasten) worden ten laste van de exploitatie gebracht.
Afschrijven
Een boekhoudkundige weergave van de waardevermindering van activa wegens technische slijtage en economische veroudering. De gebruiksduur bepaalt de afschrijvingstermijn en dus ook de hoogte van de afschrijvingslasten.
Agio/Disagio
Agio en Disagio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het hogere c.q. lagere bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. Agio en Disagio kan ook betrekking hebben op aandelen
Annuïtaire afschrijving
Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks gelijk zijn gedurende de gehele afschrijvingstermijn van de investering. In de beginjaren is de afschrijvingscomponent laag en de rentecomponent hoog. Aan het eind ligt deze verhouding andersom.
Boekwaarde
Waarde van de activa op de balans. Dit is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen.
Componentenbenadering
De componentenbenadering houdt in dat een investering wordt opgedeeld in verschillende onderdelen. Deze onderdelen kennen een ander verloop van de waarde. Per onderdeel verschilt hierdoor de economische levensduur.
Desinvesteren activa
De definitieve buiten gebruikstelling van duurzame (materiële) productiemiddelen (bv. verkoop of sluiting).
Economische levensduur
De economische levensduur wordt bepaald door rationeel en doelmatig gebruik rekening houdend met technologische ontwikkelingen. Met andere woorden, slijtage van activa door veroudering.
Financiële vaste activa
Activa die een financiële waarde of bezit vertegenwoordigen (bijvoorbeeld deelnemingen en aandelen).
Immateriële vaste activa
Investeringsuitgaven waar geen bezit tegenover staat (bijvoorbeeld kosten sluiten geldlening)
Investeringen
Uitgaven ter verwerving van een goed of ter bereiking van een doel waaraan een meerjarig nut kan worden toegekend.
Investeringskrediet
Het bedrag dat door de gemeenteraad beschikbaar is gesteld voor het doen van een investering
Investering met economisch nut
Activa die verhandelbaar zijn (waar markt voor is zoals bijvoorbeeld gebouwen) of die kunnen bijdragen aan het genereren van middelen, bijvoorbeeld door het vragen van rechten, heffingen, leges of prijzen. Deze investeringen moeten worden geactiveerd.
Investering met maatschappelijk nut
Activa waarmee geen middelen gegenereerd kunnen worden maar wel duidelijk een publieke taak vervullen zoals wegen, groenvoorziening, bruggen e.d. Op basis van geactualiseerde BBV-voorschriften moeten ook deze investeringen geactiveerd worden.
Kapitaallasten
Kapitaallasten zijn de jaarlijks terugkerende lasten die samenhangen met de investeringen. De kapitaallasten bestaan uit afschrijvingen en rente.
Lineaire afschrijving
Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks dalen. De afschrijvingscomponent is jaarlijks gelijk. Als gevolg van een daling van de boekwaarde neemt de jaarlijkse rentelast af
Materiële vaste activa
Activa waar een bezit tegenover staat en waaraan een meerjarig nut kan worden toegekend
Rente
Een vergoeding voor het beslag dat de boekwaarde van een investering legt op de financieringsmiddelen van de gemeente. De rente is onderdeel van de kapitaallasten
Restwaarde
De restwaarde vertegenwoordigt de schatting van de opbrengstwaarde tegen het huidige prijspeil, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van) het actief
Vaste activa
Bezittingen waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode langer dan 1 jaar is vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn gronden, gebouwen en inventaris. De vaste activa worden verder verdeeld in: immateriële vaste activa, materiële vaste activa en financiële vaste activa
Verkrijgingsprijs
Het bedrag dat betaald is om activa aan te schaffen (de inkoopprijs en de bijkomende kosten)
Vervaardigingsprijs
De kosten die gemaakt zijn ten behoeve van het intern vervaardigen van een actief.
Waarderen
De waarde die toegekend wordt aan het geactiveerde kapitaalgoed c.q. de investering op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs