Gemeentelijke regelgeving

Activanota Gemeente Opmeer 2026

Gemeente Opmeer · geldt sinds 8 oktober 2026

2. ACTIVEREN

2.1 Soorten activa

2.1.1 Immateriële vaste activa

Onder de immateriële vaste activa worden de kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio, de kosten van onderzoek en ontwikkeling en bijdragen aan activa in eigendom van derden opgenomen (artikel 34 BBV).

Het BBV staat slechts in zeer beperkte mate de activering van immateriële vaste activa toe. Bovendien is de activering van immateriële vaste activa niet verplicht.

Kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief

Het BBV biedt de mogelijkheid om kosten van onderzoek en ontwikkeling, indien aan de voorwaarden van artikel 60 BBV wordt voldaan, voor een bepaald actief te activeren.

Uitgangspunt 1:

De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief worden in beginsel geactiveerd, behalve als het van te voren vaststaat dat het onderzoek niet gaat leiden tot een actief. Daarbij geldt een maximale afschrijvingstermijn van 5 jaar (artikel 64 lid 5 BBV).

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

Over de bijdragen aan activa in eigendom van derden heeft het BBV nadere voorwaarden opgesteld om deze bijdragen te kunnen activeren (artikel 61 BBV).

Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien:

•er sprake is van een investering door een derde;

•de investering bijdraagt aan de publieke taak;

•de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen;

•de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.

Uitgangspunt 2:

Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd als aan de voorwaarden uit artikel 61 van het BBV wordt voldaan.

2.1.2 Materiële vaste activa

Onder materiële vaste activa worden investeringen verstaan waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. In artikel 35 van het BBV wordt onderscheid gemaakt in de volgende soorten activa:

-investeringen met een economisch nut;

-investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;

-investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

In artikel 59 lid 1 BBV is opgenomen dat alle investeringen moeten worden geactiveerd. Een uitzondering hierop vormen, conform artikel 59 lid 2 BBV, de kunstvoorwerpen met een cultuur-historische

waarde. Deze worden niet geactiveerd.

De investeringen kunnen ook onderverdeeld worden naar de volgende categorieën:

-nieuwe- of uitbreidingsinvesteringen: dit zijn investeringen ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe activiteiten of expansie van de huidige activiteiten;

-vervangingsinvesteringen: dit zijn investeringen ten behoeve van de vervanging van een oud (bestaand) actief als gevolg van economische veroudering of slijtage;

-levensduurverlengende investeringen: dit zijn investeringen die worden gepleegd ten behoeve van een bestaand actief en leiden tot een substantiële levensduurverlenging van het betreffende actief.

2.1.3 Financiële vaste activa

In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen (artikel 36 BBV):

1Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen;

2Leningen aan woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen;

3Overige verstrekte langlopende geldleningen;

4Overige uitzettingen met een looptijd van één jaar of langer.

Bijlage I: Afschrijvingstabel

Activasoort

Onderwerp

Soort investering

Afschrijvingstermijn (in aantal jaar)

Immateriële vaste activa

Kosten van onderzoek en ontwikkeling

Kosten van onderzoek en ontwikkeling *

5

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

Afhankelijk van de aard van de investering

Materiële vaste activa

Grond (in erfpacht uitgegeven)

Grond (in erfpacht uitgegeven)

n.v.t.

Terreinen

Aanleg/inrichting recreatieterrein

40

Renovatie recreatieterrein

25

Recreatie en speelvoorzieningen *

12

Aanleg voetbalveld

40

Renovatie voetbalveld

25

Aanleg handbalveld

25

Renovatie handbalveld

10

Kunstgrasveld onderlaag

40

Kunstgrasveld toplaag

10

Renovatie kunstgrasveld

15

Hekwerk/ballenvanger

10

Aanleg groenvoorziening

20

Begraafplaats

25

Terreinverlichting: armaturen

15

Terreinverlichting: masten

40

Woonruimten en bedrijfsgebouwen

Nieuwbouw woning (incl. HAT) *

40

Overige gebouwen (sporthal e.d.) *

40

Renovatie woning/gebouwen

25

Tijdelijk/noodgebouwen (semipermanente units) *

20

Tijdelijk/noodgebouwen (lichtere noodbouw) *

15

Aanbouw/aanpassing

Restantduur hoofdgebouw, minimaal 10 jaar

(Her) inrichting inventaris/meubilair

15

Bureaustoelen

10

Schoolgebouwen

Nieuwbouw schoolgebouw *

50

Renovatie schoolgebouw *

25

Eerste inrichting, meubilair *

15

Onderwijsleerpakket (OLP)

8

(her) inrichting van schoolpleinen

15

Weg- en waterbouwkundige werken

Aanleg wegen, vaarwegen en waterpartijen

40

Aanleg fietspaden, trottoirs en parkeerplaatsen

25

Herinrichting en reconstructie wegen, fietspaden, voetpaden, trottoirs parkeerplaatsen en waterpartijen

25

Bewegwijzering, straatmeubilair, verkeersvoorzieningen en - maatregelen

10

Openbare verlichting: armaturen

20

Openbare verlichting: lichtmasten

40

Openbare verlichting: OV kasten *

40

Betonconstructie van bruggen

40

Kunststof constructie van bruggen *

40

Houtenconstructie van bruggen

25

Beschoeiingen

20

(Her) planten van bomen langs wegen *

33

Brandkranen

20

Riolering

Riolen en putten

55(m.u.v. investeringen waar een doeluitkering tegenover staat)

Kolken

30

Persleidingen

45

Technische installaties

15

Bouwkundige voorzieningen (bergbezinkbassin/gemaalputten)

45

Individuele behandeling van afvalwater (IBA-systeem)

20

Vervoersmiddelen

Aanschaf nieuwe auto’s

10

Aanschaf nieuwe tractoren

15

Aanschaf nieuwe brandweerauto’s

15

Aanhangwagens

15

Machines en apparaten

Maaimachines

8

Houtversnipperaar *

12

Hogedrukreiniger (RIOR)

7

Sneeuwschuiver

15

Robotmaaier *

5

Overige machines en apparatuur

10

Technische installaties

Centrale verwarming ketel

15

Centrale verwarming leidingen

20

Klimaatbeheersingssysteem (afhankelijk van type systeem) *

15-20

Warmwater voorzieningen

20

Liftinstallatie

20

Beveiliging & bekabeling *

15

Energiebesparende maatregelen (afhankelijk van type maatregel)

10-15

PV panelen *

20

Warmtepomp *

15

Laadpalen (afhankelijk van gebruiksintensiteit) *

10-15

Stroomaggregaat en kasten

10

Overige installaties

15

Automatisering

Hardware (PC’s, beeldschermen)

7

Laptops *

4

Mobiele telefoons

3

*Nieuwe categorie of gewijzigde afschrijvingstermijn t.o.v. de activanota 2019.

Bijlage II: Begrippenlijst

Activa

De bezittingen van de gemeente zoals gronden, gebouwen, voertuigen en infrastructuur. Deze worden ingedeeld in vlottende activa en vaste activa.

Activeren

Het opnemen van investeringen op de balans. De jaarlijkse kosten (kapitaallasten) worden ten laste van de exploitatie gebracht.

Afschrijven

Een boekhoudkundige weergave van de waardevermindering van activa wegens technische slijtage en economische veroudering. De gebruiksduur bepaalt de afschrijvingstermijn en dus ook de hoogte van de afschrijvingslasten.

Agio/Disagio

Agio en Disagio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het hogere c.q. lagere bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. Agio en Disagio kan ook betrekking hebben op aandelen

Annuïtaire afschrijving

Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks gelijk zijn gedurende de gehele afschrijvingstermijn van de investering. In de beginjaren is de afschrijvingscomponent laag en de rentecomponent hoog. Aan het eind ligt deze verhouding andersom.

Boekwaarde

Waarde van de activa op de balans. Dit is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen.

Componentenbenadering

De componentenbenadering houdt in dat een investering wordt opgedeeld in verschillende onderdelen. Deze onderdelen kennen een ander verloop van de waarde. Per onderdeel verschilt hierdoor de economische levensduur.

Desinvesteren activa

De definitieve buiten gebruikstelling van duurzame (materiële) productiemiddelen (bv. verkoop of sluiting).

Economische levensduur

De economische levensduur wordt bepaald door rationeel en doelmatig gebruik rekening houdend met technologische ontwikkelingen. Met andere woorden, slijtage van activa door veroudering.

Financiële vaste activa

Activa die een financiële waarde of bezit vertegenwoordigen (bijvoorbeeld deelnemingen en aandelen).

Immateriële vaste activa

Investeringsuitgaven waar geen bezit tegenover staat (bijvoorbeeld kosten sluiten geldlening)

Investeringen

Uitgaven ter verwerving van een goed of ter bereiking van een doel waaraan een meerjarig nut kan worden toegekend.

Investeringskrediet

Het bedrag dat door de gemeenteraad beschikbaar is gesteld voor het doen van een investering

Investering met economisch nut

Activa die verhandelbaar zijn (waar markt voor is zoals bijvoorbeeld gebouwen) of die kunnen bijdragen aan het genereren van middelen, bijvoorbeeld door het vragen van rechten, heffingen, leges of prijzen. Deze investeringen moeten worden geactiveerd.

Investering met maatschappelijk nut

Activa waarmee geen middelen gegenereerd kunnen worden maar wel duidelijk een publieke taak vervullen zoals wegen, groenvoorziening, bruggen e.d. Op basis van geactualiseerde BBV-voorschriften moeten ook deze investeringen geactiveerd worden.

Kapitaallasten

Kapitaallasten zijn de jaarlijks terugkerende lasten die samenhangen met de investeringen. De kapitaallasten bestaan uit afschrijvingen en rente.

Lineaire afschrijving

Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks dalen. De afschrijvingscomponent is jaarlijks gelijk. Als gevolg van een daling van de boekwaarde neemt de jaarlijkse rentelast af

Materiële vaste activa

Activa waar een bezit tegenover staat en waaraan een meerjarig nut kan worden toegekend

Rente

Een vergoeding voor het beslag dat de boekwaarde van een investering legt op de financieringsmiddelen van de gemeente. De rente is onderdeel van de kapitaallasten

Restwaarde

De restwaarde vertegenwoordigt de schatting van de opbrengstwaarde tegen het huidige prijspeil, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van) het actief

Vaste activa

Bezittingen waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode langer dan 1 jaar is vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn gronden, gebouwen en inventaris. De vaste activa worden verder verdeeld in: immateriële vaste activa, materiële vaste activa en financiële vaste activa

Verkrijgingsprijs

Het bedrag dat betaald is om activa aan te schaffen (de inkoopprijs en de bijkomende kosten)

Vervaardigingsprijs

De kosten die gemaakt zijn ten behoeve van het intern vervaardigen van een actief.

Waarderen

De waarde die toegekend wordt aan het geactiveerde kapitaalgoed c.q. de investering op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.