II. Begrippenkader
Artikel 1 Verklaring begrippen
In dit statuut wordt verstaan onder:
Agentschap
Het Agentschap van de Generale Thesaurie is een onderdeel van het Ministerie van Financiën, onder meer verantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering van het schatkistbankieren. In dit statuut: het Agentschap.
Administratieve organisatie
Het stelsel van organisatorische maatregelen dat gericht is op het tot stand brengen en in stand houden van de goede werking van de informatieverzorging in en over de organisatie, waaronder het invoeren van functiescheiding en interne controle.
Beheer van geldstromen
Commercial Paper (CP)
Alle activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren, zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).
Ongedekte verhandelbare schuldtitels met een vastgestelde looptijd (maximaal twee jaar) die zijn uitgegeven door een niet-kredietinstelling.
Deposito
Het creditbedrag op een aan de rekening-courant bij ’s Rijksschatkist gekoppelde rekening, waarover een vooraf vastgestelde rente wordt vergoed en waarover gedurende een vooraf vastgestelde periode door de gemeente niet vrij kan worden beschikt.
Derivaten
Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan bepaalde onderliggende waarden. Deze onderliggende waarden kunnen financiële producten zijn, zoals leningen of obligaties. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico's te sturen en financieringskosten te minimaliseren.
Drempelbedrag schatkistbankieren
Het bedrag dat de gemeente over een heel kwartaal bezien gemiddeld buiten de schatkist mag aanhouden. De wijze waarop deze wordt bepaald is vastgelegd in de ‘Regeling schatkistbankieren decentrale overheden’.
Financieringsparagraaf
In de financieringsparagraaf bij begroting en jaarrekening wordt een nadere concretisering opgenomen van algemene doelstellingen voor de komende verslagperiode. Deze doelstellingen worden voor deze verslagperiode vertaald in heldere meetbare targets.
Financiering
Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor de dekking van de vermogensbehoefte. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.
Intern liquiditeitsrisico
De risico's van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.
Interne controle
Het geheel van controlemaatregelen gericht op het waarborgen van rechtmatigheid, juistheid, volledigheid en tijdigheid van gegevensverstrekking.
Kasgeld
Leningen met een looptijd korter dan één jaar.
Kasgeldlimiet
Een bedrag dat de omvang van de kortlopende schuldpositie begrenst. De wijze waarop deze wordt bepaald is vastgelegd in de ‘Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden’.
Koersrisico
Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.
Kredietrisico
De risico's op een waardedaling van een vordering als gevolg van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij.
Liquiditeitenbeheer
Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.
Liquiditeitenplanning
Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid.
Liquiditeitspositie
Medium Term Note (MTN)
De mate waarin op korte termijn aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaan.
Een instrument voor de gemeente om financiering met een looptijd van minimaal twee en maximaal dertig jaar aan te trekken. Een MTN is een verhandelbare schuldbekentenis aan toonder met gestandaardiseerde voorwaarden.
Onderhandse lening
Een lening waarbij een geldnemer rechtstreeks geld leent van een geldgever, de voorwaarden van de lening (w.o. rente, looptijd, aflossing) worden in onderling overleg vastgesteld.
Rente
Renterisico
De vergoeding die in rekening wordt gebracht voor het tijdelijk beschikbaar stellen van liquiditeiten (het lenen).
Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.
Renterisiconorm
De renterisiconorm is de som van de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen. De wijze waarop deze wordt bepaald is vastgelegd in de ‘Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden’.
Saldobeheer
Schatkistbankieren
Het beheer van de dagelijkse saldi op de bankrekeningen.
Het uitzetten van gelden bij het ministerie van financiën.
Treasury activiteiten
Treasuryfunctie
De financieringsactiviteiten, het bijbehorende risicobeheer en alle activiteiten die erop gericht zijn huidige en toekomstige financiële risico’s in kaart te brengen en te beheersen.
Alle activiteiten voor het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's.
De treasuryfunctie wordt uitgevoerd door de treasurer.
Treasurer
De financieel consulent die aangewezen is om de treasuryfunctie uit te voeren.
Uitzetting
Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen.
Kortlopende uitzettingen lopen tot één jaar en langlopende uitzettingen lopen één jaar of langer. Uitzettingen worden onderverdeeld in uitzettingen uit hoofde van de publieke taak en uitzettingen uit hoofde van de treasuryfunctie
III. Doelstellingen van de treasuryfunctie
Artikel 2 Treasuryfunctie
De treasuryfunctie van de gemeente:
1verzekert de duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities.
2beschermt de gemeentelijke vermogens- en (rente)resultaten tegen ongewenste financiële risico's zoals renterisico's, koersrisico's, kredietrisico's en liquiditeitenrisico's.
3streeft, binnen de kaders van de Wet fido, de bijbehorende ministeriële regelingen en dit treasurystatuut, naar een optimale financieringsstructuur tegen zo laag mogelijke kosten.
4ondersteunt en adviseert alle onderdelen binnen de gemeentelijke organisatie bij financieringsvraagstukken.
5waarborgt dat de taken en verantwoordelijkheden van de treasuryfunctie duidelijk worden geregeld.
IV. Wet- en regelgeving voor de treasury activiteiten
Artikel 3 Wet fido
1De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en de bijbehorende ministeriële regelingen geven het bindende kader voor de uitoefening van de treasuryfunctie van gemeenten. De onderliggende regelingen zijn:
•Regeling uitzettingen derivaten decentrale overheden (Ruddo)
•Besluit leningsvoorwaarden decentrale overheden (Bldo)
•Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden (Ufdo)
•Regeling schatkistbankieren decentrale overheden (Skb)
2De uitoefening van de treasuryactiviteiten van de gemeente Oostzaan staat beschreven in dit treasurystatuut en dient minimaal te voldoen aan het wettelijk bindende kader, zoals beschreven in het eerste lid.
3Handelingen op de geldmarkt, de kapitaalmarkt en andere activiteiten in het kader van treasury vinden uitsluitend plaats in de valuta EUR (ook wel Euro of €). Hiermee wordt het koersrisico uitgesloten.
V. Kasbeheer
Artikel 4 Rekeningbeheer
1Het aantal bankrekeningen en het aantal bankrelaties voor rekeningbeheer wordt tot een minimum beperkt.
2Daar waar mogelijk zijn de bankrekeningen per bankrelatie ondergebracht in een compensabel stelsel. Hierbij zijn de debet- en creditsaldi van alle rekeningen samengevoegd tot één gecombineerd saldo. De bankrelatie berekent de te betalen/ontvangen rente over dit gecombineerde saldo.
3De rekeningvoorwaarden, waaronder de rentetarieven, kredietfaciliteit en indien van toepassing de provisie, zijn tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden schriftelijk overeengekomen met de bankrelaties.
4De bankrekeningen die primair gebruikt worden en dagelijks saldi hebben van materieel belang zijn gekoppeld aan een tussenrekening die speciaal is ingericht voor het schatkistbankieren. De tussenrekening is gekoppeld aan een rekening-courant van de gemeente bij de schatkist.
Artikel 5 Saldo- en liquiditeitenbeheer
1De treasurer streeft voor het renteresultaat naar een optimale positie van de (gecombineerde) rekening-courant saldi. De optimale positie is een marginaal positief saldo, waarbij rekening is gehouden met de komende inkomsten/uitgaven binnen één á enkele dagen.
2Om het liquiditeitsrisico te beperken is een efficiënte interne en externe informatievoorziening georganiseerd om tijdig de valutaire saldi van de komende dag(en) tot een maand te bepalen en beheren.
3Er is een globale liquiditeitsplanning opgesteld waarbij de structurele inkomsten/uitgaven in beeld zijn gebracht en er actieve afstemming plaatsvindt met voornamelijk projectleiders van (grote) investeringsprojecten, het grondbedrijf en planning en control.
Artikel 6 Schatkistbankieren
1Overtollige middelen worden overgeboekt naar de schatkist en zijn daarmee dagelijks opneembaar en zichtbaar via de internetfaciliteit Schatkistbankieren.
2De gemeente kan de gelden uitzetten in deposito’s bij het Agentschap met looptijden van 2 dagen tot 30 jaar.
3De treasurer is bevoegd om gelden tot een looptijd van 1 jaar uit te zetten in deposito’s, zoals genoemd in lid 2.
4Het college besluit vooraf over uitzettingen van één jaar en langer.
5In afwijking van lid 1 mag de gemeente gelden tot aan het drempelbedrag (gemiddeld per kwartaal) buiten de schatkist aanhouden. Voor de berekening van het drempelbedrag geldt het in de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden opgenomen percentage en minimumbedrag.
Artikel 7 Onderling lenen
1De gemeente mag geen overtollige middelen uitzetten bij andere partijen dan bij de schatkist.
2Uitzondering op het eerste lid is het onderling lenen. De gemeente mag gelden aantrekken van en uitzetten bij andere decentrale overheden, mits er geen sprake is van een toezichtrelatie.
Artikel 8 Geldmarkt en kasgeldleningen
1Als de gemeente een tekort aan liquide middelen verwacht, kan zij geld lenen op de geldmarkt. Op de geldmarkt kunnen leningen met een looptijd van één dag (callgeld) tot één jaar (kasgeld) worden aangetrokken. Daarnaast kan een kredietfaciliteit bij de bankrelaties worden gebruikt.
2De gemeente mag de kasgeldlimiet, zoals beschreven in de Wet fido, wettelijk maximaal twee achtereenvolgende kwartalen overschrijden. Het daaropvolgende derde kwartaal mag dat niet meer. Dit beperkt de renterisico’s.
3Voor de berekening van de kaslimiet geldt het in de Ufdo opgenomen percentage en minimumbedrag.
4Als niet wordt voldaan aan de kasgeldlimiet en de kasgeldlimiet wordt voor het derde achtereenvolgende kwartaal overschreden, dan informeert de gemeente de toezichthouder. De kwartaalrapportage en een plan van aanpak om onder de kasgeldlimiet te komen wordt aan de toezichthouder toegezonden. Aanvullende aanwijzingen van de toezichthouder worden opgevolgd.
VI. Portefeuillebeheer en kapitaalmarkt
Artikel 9 Opgenomen gelden (O/G) portefeuille
Bij het aantrekken van financiering voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:
1Financiering wordt uitsluitend aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak.
2Langlopende leningen op de kapitaalmarkt worden pas aangetrokken als de eigen financieringsmiddelen van de gemeente te kort schieten.
3Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financiering zijn: onderhandse leningen, commercial paper (CP) en medium term notes (MTN).
4Er worden bij voorkeur offertes opgevraagd bij minimaal twee instellingen voordat een financiering wordt aangetrokken. De treasurer beoordeelt de offertes op de betrouwbaarheid van de partij, het rentepercentage en de leningsvoorwaarden. De treasurer informeert het afdelingshoofd bedrijfsvoering en de portefeuillehouder financiën schriftelijk, voordat een langlopende geldlening wordt aangetrokken.
5Het college van B&W accordeert aangetrokken langlopende geldleningen achteraf en de burgemeester ondertekent de lening overeenkomst. Het college informeert de gemeenteraad per brief, wanneer de totale hoogte van de lening(en) in dat jaar uitkomt boven de in de paragraaf Financiering genoemde verwachte hoogte voor aan te trekken leningen
6De renterisiconorm, zoals beschreven in de Wet fido en vastgesteld in de Ufdo, wordt niet overschreden.
Artikel 10 Derivaten
1Het gebruik van derivaten is uitsluitend toegestaan ter afdekking van financiële renterisico's.
2Niet-effectieve posities van derivaten zijn niet toegestaan. Van een niet-effectieve positie is sprake in het geval de onderliggende waarde en de looptijd van financiële derivaten niet overeenkomen met de financieringsbehoefte waar zij betrekking op hebben.
3Voordat een derivatentransactie wordt afgesloten, moet deze goedgekeurd worden door het college van burgemeester en wethouders.
Artikel 11 Uitgezette gelden (U/G) en verstrekte borgstellingen
1Uitzetten van gelden in het kader van de treasuryfunctie is uitsluitend mogelijk in ’s Rijksschatkist (conform artikel 6) of bij overige decentrale overheden waarmee de gemeente geen directe toezichtrelatie heeft (conform artikel 7).
2In afwijking van het eerste lid is het onder de in lid 3 tot en met 8 genoemde voorwaarden toegestaan om gelden uit te zetten aan derden en/of garanties te verstrekken aan banken voor derden. Op grond van artikel 160 lid 1 sub e Gemeentewet is het college bevoegd om tot privaatrechtelijke rechtshandelingen, o.a. het verstrekken van geldleningen en garanties, te besluiten. Het college geeft de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden indien de raad daarom verzoekt, of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. Het college neemt in het laatste geval geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen (artikel 169 lid 4 GW).
3De gemeente verstrekt geen leningen en garanties aan het personeel en politieke ambtsdragers van openbare lichamen, zoals beschreven in de wet fido.
4De te financieren activiteit waarvoor een gemeentelening of garantie wordt aangevraagd moet passen binnen het gemeentelijk beleid en voldoende bijdragen aan het maatschappelijk belang. Dit beoordeelt het college van burgemeester en wethouders.
5Er moet vastgesteld te zijn dat de te financieren activiteit zonder gemeentelening of gemeentegarantie niet of niet exploitabel tot stand komt.
6Indien er landelijk opererende instellingen, andere overheidsinstanties of waarborgfondsen zijn die bereid zijn onder overzienbare en aanvaardbare voorwaarden garanties of leningen te verstrekken dan garandeert de gemeente niet of slechts gedeeltelijk.
7Het risico voor de gemeente moet overzienbaar en aanvaardbaar zijn en zoveel mogelijk worden beperkt. Hiertoe bedingt de gemeente zoveel mogelijk zekerheden.
8Een gemeentelening of garantie moet passen binnen de hiervoor geldende nationale en internationale kaders, waaronder de wet fido, bijbehorende ministeriele regelingen en de bepalingen die van toepassing zijn op staatsteun.
9Leningen of garanties die op grond van eerder door de gemeenteraad vastgestelde regelingen zijn verstrekt, worden door dit Treasurystatuut niet aangetast.
VII. Administratieve organisatie en interne controle
Artikel 12 Algemene uitgangspunten AO/IC
De volgende uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle gelden voor de treasuryfunctie:
1De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn in de tabellen van de artikelen 13 en 14 vastgelegd.
2De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat:
•de uitvoering rechtmatig en doelmatig is.
•de treasuryactiviteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd.
•de risico’s worden beheerst.
•de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd is.
3Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
•iedere transactie wordt zichtbaar door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (twee paar ogen-principe);
•de uitvoering, controle en registratie in de financiële administratie gebeurt door afzonderlijke functionarissen.
4Tegenpartijen krijgen de opdracht de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de boekhouding zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties.
5De afgesloten transacties op de geldmarkt en de kapitaalmarkt zijn centraal geadministreerd waarbij een actueel direct opvraagbaar overzicht is van de huidige posities.
6In de begroting is een financieringsparagraaf opgenomen. Daarin wordt een prognose gegeven van de volgende onderwerpen (niet limitatief):
a.de toepassing van de kasgeldlimiet (volumes, mogelijke over- of onderschrijdingen),
b.de renterisiconorm,
c.relevante algemene liquiditeitsontwikkelingen,
d.de financieringsbehoefte,
e.het risicobeheer,
f.gebruik van derivaten,
g.ontwikkeling van de schuldpositie van de gemeente.
7In de jaarrekening is een financieringsparagraaf opgenomen waarin de onderwerpen uit het vorige lid worden verantwoord.
8De gemeenteraad controleert het treasurybeleid en -beheer door de financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening.
VIII. Verantwoordelijkheden
Artikel 13 Verdeling verantwoordelijkheden
In de volgende tabel staan de verantwoordelijkheden voor de treasuryorganisatie van Oostzaan beschreven:
Functie
Verantwoordelijkheden
Gemeenteraad
•vaststellen van doelstellingen, de kaders en het beleid voor treasury;
•toezicht houden op de kaders en het treasurybeleid, door het vaststellen van de financieringsparagraaf in de Programmabegroting en -rekening;
•uitvoeren van eventueel niet aan het college van B&W overgedragen, uitvoerende, treasuryactiviteiten.
College van burgemeester en wethouders
•uitvoering van het treasurybeleid;
•beslissen over bijzondere transacties;
•het mandateren voor het afsluiten van transacties (voor zover niet voorbehouden aan de raad);
•(achteraf) bekrachtigen van de afgesloten langlopende geldleningen;
•vooraf accorderen van derivatencontracten en uitzettingen van één jaar en langer;
•rapporteren aan de gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid.
Portefeuillehouder financiën
•politiek verantwoordelijk voor het uitvoeren van het treasurybeleid.
Alle afdelingshoofden
•het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie die hun afdeling aanlevert aan financiën met betrekking tot toekomstige uitgaven en inkomsten.
Afdelingshoofd bedrijfsvoering
•zorgen voor de juiste (verantwoording van de) uitvoering van de treasuryactiviteiten;
•opzetten en bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen;
•het controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfuncties en hierover rapporteren aan het college van B&W;
•bewaken van administratieve richtlijnen op het gebied van treasury;
•zorgen voor voldoende functiescheiding bij de boekhouding en tussen de boekhouding en de treasurer;
•het uitvoeren van de aan hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten conform de treasuryparagraaf.
Financiële consulenten
•bevorderen dat budgetbeheerders c.q. projectleiders tijdig gegevens van een goede kwaliteit aanleveren bij de treasurer over toekomstige substantiële uitgaven, ontvangsten en grotere mutaties daarin en signaleren als dit niet gebeurt.
Budgethouders en budgetbeheerders
•tijdig aanleveren bij de treasurer van betrouwbare operationele informatie over toekomstige inkomende en uitgaande geldstromen (bijvoorbeeld een betalingsschema bij substantiële aankopen, subsidiebeschikkingen)
•het fiatteren van betalingen en ontvangsten, ten laste c.q. ten gunste van hun budgetten
Financiën
•juist en volledig vastleggen van de bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de verplichtingen- en financiële administratie
•beheren van de debiteuren en crediteuren
•controleren van de door de treasurer verstrekte opdrachten
•uitvoeren van gecontroleerde en akkoord verklaarde opdrachten
•registreren en bewaren van de transactiebevestigingen van derden
•tweede controle via saldobeheer op opdrachten
•maandrentenota controleren, registreren en betalen
•vaste geldleningen registreren in de financiële administratie.
Concerncontroller
•het jaarlijks uitvoeren van een deelwaarneming op de uitgevoerde treasurytransacties
•het periodiek toetsen van opzet, bestaan en werking van de AO/IC rondom treasury
•het rapporteren aan het afdelingshoofd bedrijfsvoering, de directie en de accountant over geconstateerde afwijkingen
Treasurer
•uitvoeren van de activiteiten van de volgende deelfuncties: het (rente)risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer.
•dagelijks uitvoeren van de cashmanagementactiviteiten binnen het vastgestelde treasurybeleid en financieringsparagrafen in begroting en rekening
•beheren van de geldstromen, dagelijkse saldi en liquiditeitsposities
•onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen
•afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit de hiervoor genoemde deelfuncties
•schriftelijk vastleggen van de treasurytransacties
•actualiseren van treasurybeleid en treasurystatuut
•voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied
•adviseren van betrokken organisatieonderdelen over de organisatie van het betalingsverkeer, het leveren van informatie over toekomstige uitgaven en ontvangsten, betalingstermijnen en de te gebruiken krediettermijn
•in samenwerking met de teams adviseren over en toetsen van verzoeken van derden voor geldleningen en garanties
•aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de boekhouding
•rapporteren aan het afdelingshoofd bedrijfsvoering over de uitvoering van het treasurybeleid en het gevoerde treasurybeheer
•controleren van de leningencontracten op juistheid
•dossiervorming call- en kasgeldleningen
IX. Bevoegdheden
Artikel 14 Verdeling bevoegdheden
Binnen de gemeente Oostzaan gelden de volgende bevoegdheden binnen de treasuryorganisatie:
Treasuryactiviteit
Bevoegd functionaris
Autorisatie door
Uitzetten en opnemen van gelden naar/van de rekening-courant bij het Rijk (schatkistbankieren)
Treasurer
Financieel consulent
Uitzetten van gelden in deposito via schatkistbankieren met een looptijd tot 1 jaar
Treasurer
Afdelingshoofd bedrijfsvoering
Aantrekken van geld via daggeld of kasgeld
Treasurer
Afdelingshoofd bedrijfsvoering
Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen
Medewerker financiële administratie
Financieel consulent
Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen
Financieel consulent
Afdelingshoofd bedrijfsvoering
Bankcondities en tarieven afspreken
Financieel consulent
Afdelingshoofd bedrijfsvoering
Uitzettingen van gelden in deposito via schatkistbankieren met een looptijd van 1 jaar en langer
Treasurer
College van B&W (voorafgaand aan de transactie)
Opnemen van geldleningen met een looptijd tot 1 jaar
Treasurer
Afdelingshoofd bedrijfsvoering
Uitzetten van geldleningen met een looptijd tot 1 jaar
Treasurer
Afdelingshoofd bedrijfsvoering
Opnemen van geldleningen met een looptijd van 1 jaar of langer (voor bedrag > paragraaf financiering)
Treasurer
College van B&W
Het beleggen in garantieproducten
Treasurer
Afdelingshoofd bedrijfsvoering
Uitzetten van geldleningen met een looptijd van 1 jaar of langer
Treasurer
College van B&W
Derivatencontracten
Treasurer
College van B&W
Lenen of garant staan voor derden met een maatschappelijk belang =< € 20.000
Financieel consulent
College van B&W
Lenen of garant staan voor derden met een maatschappelijk belang > € 20.000
Financieel consulent
Gemeenteraad
Het garanderen van gelden uit hoofde van de publieke taak =< 20.000
Financieel consulent
College van B&W
Het garanderen van gelden uit hoofde van de publieke taak > 20.000
Financieel consulent
Gemeenteraad
X. Informatievoorziening
Artikel 15 Uitwisseling van informatie
Voor de treasuryactiviteiten moeten de in de onderstaande tabel genoemde functionarissen de volgende informatie verstrekken:
Informatie
Frequentie
Informatieverstrekker
Informatieontvanger
Gegevens over toekomstige uitgaven en inkomsten voor de liquiditeitenplanning
Continu
Treasurer, gevoed door informatie van budgethouders/beheerders, projectleiders, financieel consulent
Gemeenteraad indien noodzakelijk.
Beleidsplannen treasury in de financieringsparagraaf van de programmabegroting
Jaarlijks
Treasurer, gevoed door informatie van budgethouders/beheerders, projectleiders, financieel consulent
Gemeenteraad
Verslag van treasuryactiviteiten, evalueren en formuleren van verbetervoorstellen in de financieringsparagraaf van jaarstukken
Jaarlijks
Treasurer, gevoed door informatie van budgethouders/beheerders, projectleiders, financieel consulent
Gemeenteraad
Informatie aan derden (toezichthouder) zoals genoemd in artikel 8 Wet fido
Indien vereist
Financieel consulent, gevoed door informatie van budgethouders/beheerders, projectleiders, financieel consulent
Derden, waaronder de provincie
XI. Inwerkingtreding
Artikel 16 Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze regeling treedt in werking de dag na publicatie en werkt terug tot 1 januari 2019
2Deze regeling wordt aangehaald als: Treasurystatuut 2019
3Het Treasurystatuut 2010 wordt gelijktijdig met de inwerkingtreding van dit besluit ingetrokken met dien verstande dat de juridische gevolgen van Treasurystatuut 2010 in stand blijven voor de beslissingen die onder de werking van dat treasurystatuut tot stand zijn gekomen.