Aanhef
De burgemeester van Oostzaan,
gelet op artikel 13b Opiumwet,
besluit
vast te stellen het volgende
Beleid artikel 13b Opiumwet Gemeente Oostzaan – 2024
4. Handhaving
4.1 Toepassing maatregel
Uitgangspunt: Sluiten pand
Als sprake is van overtreding van een verboden gedraging vanuit een pand en/of de daarbij behorende erven zoals aangegeven in artikel 13b Opiumwet, dan zijn drie maatregelen ter handhaving toepasbaar: 1. Sluiten van het pand, 2. Opleggen van een last onder dwangsom en 3. Geven van een waarschuwing.
Alhoewel deze drie handhavingsmogelijkheden beschikbaar zijn, is sluiten van het pand als handhavingsmaatregel het uitgangspunt. De sluiting maakt voor gebruikers en handelaren in drugs (direct) duidelijk dat het pand geen onderdeel meer uitmaakt van het drugscircuit. Ook maakt het voor omwonenden, passanten en omliggende ondernemingen, duidelijk dat de burgemeester staat voor de veiligheid en de bescherming van het woon- en leefklimaat.
Uit de rechtspraak volgt dat de aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs aangemerkt kan worden als een ernstig geval
7ECLI:NL:RVS:2017:1362, uitspraak 24 mei 2017. ECLI:NL: 2019:2912 uitspraak 28 augustus 2019.
dat sluiting van een pand op grond van art 13b Opiumwet rechtvaardigt. Een handelshoeveelheid is een hoeveelheid die meer is dan een gebruikershoeveelheid. Kortom, de constatering van een handelshoeveelheid drugs is voldoende ernstig om tot sluiting van een pand over te gaan. Echter, toepassing van de sluitingsmaatregel is niet in alle gevallen waarbij sprake is van een handelshoeveelheid drugs, passend. Immers, een aangetroffen/geconstateerde handelshoeveelheid drugs kan per geval verschillen.
Daarom wordt ter handhaving een onderscheid gemaakt tussen twee handelshoeveelheden voor het al dan niet toepassen van de sluitingsmaatregel, te weten:
1een geringe handelshoeveelheid.
2een meer dan geringe of grote handelshoeveelheid.
Sluiten
De constatering van een meer dan geringe of een grote handelshoeveelheid drugs leidt in beginsel tot sluiting van een pand. In de handhavingsmatrix is weergegeven wanneer hiervan sprake is. Bij verzachtende en/of bijzondere omstandigheden kan van sluiting worden afgeweken. Het opleggen van een last onder dwangsom, het geven van een waarschuwing of verkorten van de sluitingsduur ligt dan in de lijn om toe te passen.
De aanwezigheid van goederen ter productie van drugs (de voorbereidingshandelingen) wordt ook gezien als een ernstig geval. Dit, omdat het productieproces gepaard gaat met grove veronachtzaming van de maatschappelijke effecten, zoals de schade voor de gezondheid en milieu en gevaar voor de samenleving. Bovendien wordt met deze verboden gedraging de drugscriminaliteit in stand gehouden. Gelet hierop wordt de aanpak op de voorbereidingshandelingen gelijkgesteld met de aanpak op de constatering van ‘een meer dan geringe of grote handelshoeveelheid drugs’ en wordt de sluitingsmaatregel in beginsel ook op deze situatie toegepast.
Sluitingstermijn
Aan de sluitingsmaatregel is een termijn gekoppeld die de duur van de sluiting bepaald. De sluitingstermijn is in beginsel 3, 6, 9 of 12 maanden. De termijnduur wordt o.a. bepaald door de hoeveelheid, de ernst en omvang van de aangetroffen drugs of materiaal ter productie, de locatie, het aantal constateringen, recidive, de verzachtende, bijzondere of verzwarende omstandigheden.
De sluitingstermijn bij een niet-bewoond pand ligt vanaf de eerste constatering/overtreding hoger dan bij een bewoond pand.
Sluiten bij spoed
Afhankelijk van de ernst van de situatie en de mate van gevaarzetting is het mogelijk gebruik te maken van spoedeisende sluiting. Het gaat daarbij om situaties waarbij onmiddellijk optreden is vereist en aan betrokkene niet eerst de mogelijkheid wordt geboden tot het geven van een zienswijze. In een
dergelijke situatie volgt het feitelijk handelen tot sluiting vrij kort op het mondelinge besluit van de burgemeester. Het schriftelijke besluit volgt binnen een redelijke termijn.
Waarschuwing
De constatering van een geringe handelshoeveelheid drugs leidt in beginsel bij een eerste overtreding/constatering tot het geven van een waarschuwing, tenzij uit feiten en omstandigheden blijkt dat desondanks voldoende noodzaak bestaat tot het toepassen van een zwaardere maatregel. In dat geval volgt in beginsel een sluiting. In de handhavingsmatrix is weergegeven wanneer sprake is van een geringe handelshoeveelheid drugs.
Last onder dwangsom
De last onder dwangsom is een maatregel die bij hoge uitzondering wordt toegepast. Daarom is het als toe te passen maatregel niet opgenomen in de handhavingsmatrix. Het wordt in beginsel alleen toegepast als uit feiten en omstandigheden en/of de diverse belangen die er spelen, blijkt dat deze maatregel passender is om toe te passen dan de andere maatregelen. Deze maatregel geldt voor beide handelshoeveelheden en kan daarom worden opgelegd als verzwarende of als verzachtende maatregel.
Hoogte dwangsom
De hoogte van een op te leggen dwangsom moet in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van de vermeende geschonden belangen. Dat wil zeggen dat het bedrag een voldoende afschrikwekkend effect moet hebben zodat voorkomen wordt dat wederom een overtreding van artikel 13b Opiumwet plaatsvindt. De hoogte kan gebaseerd worden op de te verwachten opbrengst van de drugs.
Verzwarende omstandigheden
Dit zijn omstandigheden die extra invloed hebben op de toepassing van het te nemen handhavings-maatregel en/of de duur daarvan. Deze kunnen leiden tot toepassing van een zwaardere maatregel of een langere sluitingsduur dan in beginsel is bepaald. Dit betekent dat:
•bij een waarschuwing dit kan leiden tot een sluiting, waarbij in beginsel de sluitingsduur van de eerste constatering wordt gehanteerd of
•bij een waarschuwing dit kan leiden tot het opleggen van een last onder dwangsom;
•bij een sluiting de sluitingsduur van de volgende constatering wordt gehanteerd (de sluitingsduur van de eerste constatering wordt verzwaard naar de sluitingsduur van de tweede constatering).
Voorbeelden van verzwarende omstandigheden (niet uitputtend):
–aanwezigheid van wapens en/of munitie in de zin van de Wet wapens en munitie;
–indicatie van betrokkenheid bij grootschalige (internationale) drugshandel; en/of in combinatie met verdenking witwassen;
–de aanwezigheid van grote sommen contant geld;
–ernstige gewelds- of andere openbare orde delicten gelieerd aan de locatie (waaronder ripdeals, aanslagen, bedreiging, mensenhandel, prostitutie, illegaal vuurwerk);
–de aannemelijkheid dat er ook andere locaties betrokken zijn bij de drugshandel;
–zeer ernstig gevaar voor en/of bedreiging van de woon- en leefomgeving;
–de mate van overlast;
–recidive van betrokkene(n), daaronder in ieder geval begrepen eerdere overtredingen door de gebruikers of eigenaren van het pand van de Opiumwet en/of eerdere sluiting van eigendommen van één of meerdere pandeigenaren op grond van artikel 13b Opiumwet;
–antecedenten van betrokkene;
–samenloop van overtredingen;
Verzachtende of bijzondere omstandigheden
Dit zijn omstandigheden die extra invloed hebben op de toepassing van het te nemen handhavings-maatregel en/of de duur daarvan. Uit een zienswijze kan blijken of deze omstandigheden voor betrokkene zich voordoen. Deze omstandigheden worden afgewogen tegen de doelstellingen van de maatregel. Op basis daarvan wordt een passende maatregel vastgesteld. Deze omstandigheden kunnen leiden tot toepassing van een lichtere maatregel of een mildere of kortere sluitingsduur dan in beginsel is bepaald. Dit betekent dat bij een sluiting dit zal leiden tot:
•het hanteren van een mildere sluitingsduur of
•het hanteren van de sluitingsduur van de eerdere constatering (de sluitingsduur van de tweede constatering wordt verlicht naar de sluitingsduur van de eerste constatering) of
•het opleggen van een last onder dwangsom.
Recidive
Een herhaalde constatering van de overtreding zoals aangegeven in art 13b Opiumwet binnen drie jaar en na de verzenddatum van een eerder genomen bestuurlijke handhavingsbesluit, wordt aangemerkt als recidive.
Bij herhaling van een overtreding zal de bekendheid van het pand groter zijn en kan een langere sluitingstijd nodig zijn om de openbare orde te herstellen en of om andere met dit beleid beoogde doelen te bereiken. In beginsel sluit de zwaarte van de toe te passen maatregel aan op de mate, ernst en omvang van de recidive.
Samenloop
Van samenloop is sprake als op een en hetzelfde moment sprake is van meerdere overtredingen zoals aangegeven in art. 13b Opiumwet (bv. spullen voor de productie van drugs + hoeveelheid harddrugs + hoeveelheid softdrugs). Bij samenloop wordt de zwaarst gestelde maatregel van toepassing of wordt naar aanleiding van feiten en omstandigheden gekozen voor de maatregel die past bij de ernst van de situatie.
Intrekken vergunningen
Naast bestuursrechtelijke handhaving op grond van artikel 13b Opiumwet wordt in geval van vergunningplichtige inrichtingen ook beoordeeld of er aanleiding is om de vergunningen in te trekken (zoals een alcohol-, huisvestings- of exploitatievergunning).
4.2 Handhavingsmatrix
Deze handhavingsmatrix geeft aan welke maatregel de burgemeester in beginsel toepast op basis van de feiten en omstandigheden bij overtreding van de verbodsbepalingen aangegeven in art 13b Opiumwet en de duur hiervan.
Hierna wordt per casus afgewogen of de volgens de handhavingsmatrix genomen maatregel ook geschikt, noodzakelijk en evenredig is. Deze vervolgstappen komen in paragraaf 5 aan de orde.
Woningen en/of daarbij behorende erven:
Geringe handelshoeveelheid drugs
Aanwezigheid hoeveelheid softdrugs:
> 5-30 gram softdrugs of 6-20 hennep-planten of > 1-10 ampullen lachgas.
Aanwezigheid hoeveelheid harddrugs:
> 0,5-5 gram/>1-5 pillen/tabletten of >5-50 ml consumptie-eenheid vloeibare harddrugs.
Schriftelijke waarschuwing, tenzij verzwarende omstandigheden
Meer dan geringe/grote handelshoeveelheid drugs
Constatering
1econstatering
2econstatering binnen 3 jaar na voorgaande constatering
3een volgende
constatering binnen 3 jaar na voorgaande constatering
Aanwezigheid hoeveelheid softdrugs:
≥ 30 gram softdrugs of ≥ 20 hennepplanten of ≥ 10 ampullen lachgas/≥ 1 cilinder lachgas.
Aanwezigheid hoeveelheid harddrugs:
≥ 5 gram/ ≥ 5 pillen/tabletten of ≥ 50 ml consumptie-eenheid vloeibare harddrugs.
Voorbereidingshandelingen bedoeld in artikel 13b, eerste lid onder b, van de Opiumwet
3
maanden
sluiting
6
maanden
sluiting
9
maanden sluiting
Lokalen en/of daarbij behorende erven:
Geringe handelshoeveelheid drugs
Aanwezigheid hoeveelheid softdrugs:
>5-30 gram softdrugs of 6-20 hennep-planten of > 1-10 ampullen lachgas.
Aanwezigheid hoeveelheid harddrugs:
>0,5-5 gram/>1-5 pillen/tabletten of >5-50 ml consumptie-eenheid vloeibare harddrugs.
Schriftelijke waarschuwing, tenzij verzwarende omstandigheden
Meer dan geringe/grote handelshoeveelheid drugs
Constatering
1econstatering
2econstatering binnen 3 jaar na voorgaande constatering
3een volgende
constatering binnen 3 jaar na voorgaande constatering
Aanwezigheid hoeveelheid softdrugs:
≥ 30 gram softdrugs of ≥ 20 hennepplanten of ≥ 10 ampullen lachgas/ ≥ 1 cilinder lachgas.
Aanwezigheid hoeveelheid harddrugs:
≥ 5 gram/≥ 5 pillen/tabletten of ≥ 50 ml consumptie-eenheid vloeibare harddrugs.
Voorbereidingshandelingen bedoeld in artikel 13b, eerste lid onder b, van de Opiumwet
6
maanden
sluiting
9
maanden
sluiting
12
maanden
sluiting
4.3 Doel maatregelen
Voornoemde maatregelen worden gehanteerd om de openbare orde te herstellen. Tegelijkertijd worden hiermee de volgende belangrijke en specifiekere (sub)doelen bereikt:
•het beëindigen en/of (herhaling) voorkomen van overtredingen van de Opiumwet;
•het versterken van de handhaving van de Opiumwet;
•het doorbreken van de bekendheid van het pand als drugspand in het drugscircuit;
•het verhinderen dat het pand (weer) wordt gebruikt ten behoeve van het drugscircuit en de georganiseerde drugshandel;
•het afgeven van een duidelijk en zichtbaar signaal dat de handel in en de productie van drugs niet wordt getolereerd en dat daartegen wordt opgetreden;
•het beschermen van (de kwaliteit van) de woon- en/of leefklimaat in en rondom het pand;
•het voorkomen van gevaarlijke situaties voor (nieuwe) bewoners, ondernemers en omwonenden;
•het herstellen van de onrust en/of het gevoel van onveiligheid in de directe omgeving van het pand en/of de gemeente.
5. Beoordeling
5.1 Geschiktheid van de maatregel
De maatregel die de burgemeester oplegt, moet geschikt zijn om het gestelde doel te bereiken. Het wettelijke doel van artikel 13b Opiumwet is het herstellen van de openbare orde. Daarnaast geeft de beleidsregel in 4.3 nog een aantal specifiekere doelen aan die met de maatregel wordt beoogd. In principe blijkt de geschiktheid van de maatregel uit de toepassing van onderhavige beleidsregel en de toegepaste handhavingsmatrix. Uit de zienswijze kan eventueel blijken dat de op te leggen maatregel niet geschikt is om een of meerdere van de doelen te bereiken.
5.2 Noodzakelijkheid van de maatregel
In hoeverre is de toepassing van de betreffende maatregel noodzakelijk ter bescherming van het woon- en leefklimaat en herstel van de openbare orde? Of kan het doel met een minder ingrijpende maatregel worden bereikt? Aan de hand van de ernst en de omvang van de overtreding wordt de noodzaak beoordeeld. De ernst en omvang kan onder andere uit het volgende worden afgeleid:
–Het gevaar voor de openbare orde.
–De mate van gevaarzetting en de risico’s voor de omgeving, waaronder de aard en omvang van de aangetroffen stoffen en goederen.
–Het soort verdovende middelen in samenhang met de hoeveelheid aangetroffen drugs.
–Is er sprake van recidive.
–De ligging van een woning of lokaal in een voor (drugs)criminaliteit kwetsbare wijk, waarbij een groter gewicht mag worden toegekend aan de signaalfunctie.
–De drugshandel of hennepteelt/drugsproductie heeft een professioneel karakter.
–Feitelijke handel in/vanuit pand: voor de beoordeling van de ernst en de omvang van de overtreding is mede van belang of de aangetroffen drugs feitelijk in of vanuit het pand werden verhandeld en of sprake is van een ‘loop’ naar het pand.
–Een combinatie van aanwezigheid van middelen als bedoeld op Lijst I en II Opiumwet;
–De mate van (ernstige) overlast rondom de locatie.
–Overige feiten en/of omstandigheden die duiden op georganiseerde drugshandel en/of ernstige ondermijnende criminaliteit in (georganiseerd) verband.
–Tijdsverloop.
5.3 Evenredigheid/evenwichtigheid van de maatregel
Nadat is bepaald dat er voldoende noodzaak is tot het toepassen van de betreffende maatregel, wordt vervolgens gekeken of die maatregel in redelijke verhouding staat tot de overtreding; er wordt gekeken naar het doel van de maatregel en de gevolgen van het opleggen van de maatregel voor betrokkene. De maatregel mag niet onevenredig bezwarend zijn. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de soort maatregel, maar ook naar de duur of zwaarte van de maatregel.
Bij deze beoordeling zijn de volgende omstandigheden van belang:
a.de mate van verwijtbaarheid van betrokkene.
b.de gevolgen van de maatregel:
•medische of een bepaalde situatie van betrokkene;
•is er een bijzondere binding met de woning/het pand;
•de mogelijkheid om weer in de woning/het pand terug te keren;
•betrokkene door sluiting op een zwarte lijst komt te staan;
c.de aanwezigheid van minderjarige kinderen bij sluiting woning: de aanwezigheid van minderjarige kinderen in een woning is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan van sluiting moet worden afgezien. Wel moet voldoende aandacht geschonken worden aan het feit dat er minderjarige kinderen wonen. De aanwezigheid van minderjarige kinderen tezamen met andere omstandigheden kan maken dat in redelijkheid de betreffende maatregel niet moet worden toegepast.
De mate van verwijtbaarheid en de (nadelige) gevolgen van de maatregel moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de maatregel noodzakelijk wordt geacht.
De punten b en c vraagt om actief onderzoek van de burgemeester.
Een te nemen en/of genomen maatregel met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig. Indien noodzakelijk kan de burgemeester afwijken van de handhavingsmatrix.