Aanhef
GemeenteOoststellingwerfDe raad van de gemeente Ooststellingwerf;nr.8gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van;gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet;b e s l u i t :vast te stellen deVERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN STAANGELDEN 2002Belastbaar feit
Artikel 1 Belastbaar feit
Onder de naam "staangelden" wordt een recht geheven voor het hebben van standplaatsen op voor de openbare dienst bestemde grond.
Artikel 2 Belastingplicht
Het recht wordt geheven van degene, die een standplaats inneemt danwel degene die een standplaats heeft.
Artikel 3 Heffingsgrondslag
De heffingsgrondslag voor het staangeld is het aantal strekkende meters.
Artikel 4 Belastingtarief
1Het staangeld bedraagt:voor kramen, tenten, dissen of soortgelijke inrichtingen bestemd tot het uitstallen of verkopen van waren of goederen van welke aard ook:a. op de jaarmarkten per strekkende meter € 2,26met een minimum van € 11,34b. op de wekelijkse goederen-markten per strekkende meter € 0,97met een minimum van € 4,85
2Voor de toepassing van het bepaalde in het 1e lid van dit artikel wordt een gedeelte van een strekkende meter voor een volle gerekend.
Artikel 5 Wijze van heffing
1De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende nota of andere schriftuur, waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld.
2Door of vanwege het college van burgemeester en wethouders wordt het model van de in het eerste lid bedoelde nota of schriftuur vastgesteld.
Artikel 6 Tijdstip van betaling
1De rechten moeten worden voldaan bij aanbieding van de in artikel 5 bedoelde nota of bedoeld schriftuur.
2De rechten als bedoeld in artikel 4, 1e lid, onder b, kunnen op de eerste marktdag van elk kwartaal, bij vooruitbetaling aan de marktmeester worden voldaan.
3De rechten per kwartaal als bedoeld in lid 2 worden berekend door de verschuldigde staangelden per wekelijkse goederenmarkt voor het 1e, 2e, 3e en 4e kwartaal te vermenigvuldigen met respectievelijk 12, 11, 12 en 12.
Artikel 7 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van staangelden.
Artikel 8 Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeerartikel
1De "Verordening op de heffing en invordering van staangelden 2001", vastgesteld bij besluit van 14 november 2000 wordt ingetrokken met ingang van de in het 3e lid genoemde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.
3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2002.
4Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening staangelden 2002".