Gemeentelijke regelgeving

Heronderzoekplan 2015 Gemeente Ooststellingwerf

Gemeente Ooststellingwerf · geldt sinds 15 oktober 2015

2.0. HERONDERZOEK DEBITEUREN PW/ IOAW/ IOAZ en BBZ

2.2. Categorieën debiteuren

2.2.1. Leningen / terugvordering / overige vorderingen

a.Onderzoek aflossingsritme debiteuren

Uit het debiteurensysteem wordt maandelijks een lijst “verplichtingen” gegenereerd. Indien niet aan de (betalings)verplichtingen wordt voldaan, dan genereert het systeem de volgende maand een lijst “aanmaningen”, daarna een lijst “dwangbevelen” en tenslotte een lijst “beslagen”. Aan de hand van de lijst “aanmaningen” wordt door de debiteurenadministratie de debiteur bij wanbetaling schriftelijk gemaand om binnen twee weken weer over te gaan tot voortzetting van de aflossing. Wordt hier niet aan voldaan dan volgt een dwangbevel. Voldoet de debiteur niet aan de betalingsverzoeken dan tracht de debiteurenadministratie de vordering te incasseren door verrekening of verkort beslag. Lukt dit niet dan wordt de vordering overgedragen aan een deurwaarder. De uitvoering van dit onderzoek wordt niet op schrift vastgelegd.

b.Administratief debiteurenonderzoek

Eens in de (uiterlijk) achttien maanden worden de vorderingen in deze categorie administratief heronderzocht. Van het administratieve debiteurenonderzoek wordt een rapport met advies opgemaakt. Door de bevoegde medewerker wordt beslist op het advies. Naar aanleiding van het debiteurenonderzoek ontvangt de debiteur een saldobevestiging.

Het administratieve debiteurenonderzoek bestaat uit:

•controle in het BRP op persoon- en adresgegevens. Alleen bij wijziging in het BRP wordt een kopie bij het rapport gevoegd;

•controle of er inmiddels weer adresgegevens beschikbaar zijn van debiteuren die bijvoorbeeld naar het buitenland zijn verdwenen of zijn vertrokken 'onbekend waarheen';

•controle of de debiteur zijn aflossingsverplichtingen conform invorderingsbeschikking of afspraak nakomt en

•controle verloop van de invordering door deurwaarder. In het debiteurenonderzoek wordt verslag gedaan van het telefonisch of schriftelijk contact met de deurwaarder over de incassoprocedure.

Als uit het administratieve debiteurenonderzoek blijkt dat de invordering niet correct verloopt wordt actie ondernomen richting debiteur. De debiteurenmedewerker tracht de vordering te incasseren door verrekening of verkort beslag. Lukt dit niet dan wordt de vordering overgedragen aan een deurwaarder.

Het administratief debiteurenonderzoek geldt ook voor vorderingen die binnen vijf jaar kunnen worden afgelost.

c.Financieel debiteurenonderzoek

Een financieel debiteurenonderzoek kan eens in de vijf jaar worden uitgevoerd. Na het primaire invorderingsbesluit worden jaarlijks administratieve heronderzoeken gehouden. Na een periode van vijf jaar kan er een financieel heronderzoek worden ingesteld, indien uit Suwinet blijkt dat de debiteur een (aanmerkelijk) hoger inkomen heeft dan het inkomen waarop de aflossing destijds werd gebaseerd.

Het financieel debiteurenonderzoek geschiedt aan de hand van een door de debiteur in te vullen inlichtingenformulier (met vragen over de persoonlijke en financiële positie van de debiteur) en te leveren bewijsstukken. Het periodieke aflossingsbedrag (in de vorm van een draagkrachtberekening) wordt opnieuw berekend. Ook komen de elementen zoals die hierboven staan omschreven bij het administratief debiteurenonderzoek aan de orde. De berekening wordt vastgelegd in een rapport met advies. Voor de berekening kan het systeem van de Tremanormen worden gehanteerd. Door de bevoegde medewerker wordt beslist op het advies. Naar aanleiding hiervan wordt een nieuw invorderingsbesluit (met saldo-opgave) genomen en toegezonden aan de debiteur.

2.2.2. Boeten

De standaardboete van (maximaal) € 150,- wordt ineens verrekend met de uitkering. Is dat niet mogelijk dan zijn de bepalingen onder 2.1 van toepassing. Dit geldt eveneens bij boeten hoger dan € 150,-.

Bij recidive is de Verordening Verrekening Bestuurlijke Boete bij Recidive van toepassing.

2.2.3. Verhaal van bijstand (levensonderhoud)

Vorderingen op grond van verhaal van bijstand (onderhoudsplicht) worden bij brief aan de onderhoudsplichtige kenbaar gemaakt.

Tegen de verhaalsbrief kan - in het kader van de Algemene wet bestuursrecht - geen bezwaar worden aangetekend. Als de onderhoudsplichtige weigert de verhaalsbijdrage te betalen dan wordt de zaak voorgelegd aan de rechtbank. De beschikking van de rechtbank wordt bij wanbetaling ter incasso overgedragen aan de deurwaarder.

Onder deze categorie debiteuren vallen ook de alimentatiebeschikkingen die door de rechtbank tussen de ex-echtgenoten, meestal tijdens de echtscheidingsprocedure, zijn vastgesteld.

Zowel de vorderingen op grond van verhaal van bijstand als op grond van alimentatiebeschikkingen worden jaarlijks, per 1 januari, geïndexeerd met het indexeringspercentage alimentatie. Deze debiteuren worden jaarlijks aangeschreven.

a.Onderzoek aflossingsritme verhaalsdebiteuren

Onderzoek aflossingsritme: maandelijks (uiteraard alleen degenen die een onderhoudsbijdrage is opgelegd en daardoor een debiteur zijn). Zie voor een beschrijving van dit onderzoek onder het kopje 2.2.1, onder a (Onderzoek aflossingsritme debiteuren) van dit heronderzoekplan. De uitvoering van dit onderzoek wordt niet op schrift vastgelegd.

b.Administratief verhaalsonderzoek

Administratief verhaalsonderzoek: uiterlijk eens in de achttien maanden. Zie voor een beschrijving van dit onderzoek onder het kopje 'Administratief debiteurenonderzoek' van dit heronderzoekplan. Dit onderzoek is niet van toepassing op de onderhoudsplichtige van wie de verhaalsbijdrage op nihil is vastgesteld.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.