Gemeentelijke regelgeving

Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Fysieke Ruimtelijke Leefomgeving 2020-2024 OWO-gemeenten

Gemeente Ooststellingwerf · geldt sinds 12 januari 2023

Aanhef

Samenvatting

Al een aantal jaren werken de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland (OWO) samen. Daarmee bundelen ze hun krachten met als doel verbetering van de kwaliteit, klantgerichtheid, en vermindering van (meer)kosten en kwetsbaarheid. Op het vakgebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) is er sinds 1 juli 2015 een gezamenlijke afdeling die voor de drie OWO-gemeenten het gros van de werkzaamheden VTH uitvoert in de fysieke ruimtelijke leefomgeving. Het gaat daarbij om ruimtelijke ordening, bouwen en wonen, brandveiligheid, milieu en natuur, openbare ruimte en algemeen plaatselijke verordening, Drank- en horecawet en Bijzondere wetten. Een deel van het VTH-werk ligt bij de afdelingen beleid / ruimte en de klantencontactcentra.

Er is op dit moment veel gaande in onze VTH-wereld. We dragen verplicht extra taken over naar de FUMO (2020). De wetgeving gaat ingrijpend veranderen met de komst van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging (2021). Daarnaast heeft de Rekenkamercommissie recentelijk aanbevelingen gedaan op het terrein van vergunningverlening. Deze aanbevelingen en de adviezen vanuit het provinciale Interbestuurlijke toezicht zijn verwerkt in het plan.

Eén Beleidsplan OWO-VTH voor alle drie OWO-gemeenten

Voor u ligt het eerste Beleidsplan OWO-VTH dat voor alle drie samenwerkende OWO-gemeenten geldt. Dit Beleidsplan OWO-VTH harmoniseert de werkwijze rond de VTH-taken daar waar het kan. Maatwerk in de uitvoering blijft mogelijk. Er zijn meerdere redenen voor het opstellen van VTH-beleid. Ten eerste is het wettelijk verplicht om actueel beleid te hebben en ons ‘oude’ beleid voldeed niet meer aan de eisen. Verder is het VTH-takenpakket breed. We kunnen niet overal tegelijk zijn en moeten daarom keuzes maken. We hebben een omgevings- en risicoanalyse opgesteld om te bepalen waar de grootste risico’s zitten. Ook hebben we uitgangspunten bepaald, onze ‘spelregels’, en doelen: ‘wat we willen bereiken’. Dit helpt om keuzes te maken en de juiste dingen te doen. Elk geval is anders, maar het VTH-beleid geeft algemene beginselen.

Onze uitgangspunten: welke ‘spelregels’ hanteren we?

•Deskundig en dichtbij: We zijn deskundig en doen ons werk op een constructieve manier, in persoonlijk contact met onze inwoners en bedrijven en met kennis van ons gebied.

•Risico-gestuurd: We zetten onze capaciteit in daar waar de risico’s het grootst zijn of waar de regels het slechtst worden nageleefd.

•Integraal: We kijken breed naar de wetgeving en beleidskaders en werken daarbij samen met onze partners zoals de Omgevingsdienst (FUMO), provincie, Wetterskip en Veiligheidsregio.

•Gedeelde verantwoordelijkheid: Wij nemen onze verantwoordelijkheid om ons werk goed uit te voeren maar kunnen niet zonder een actieve houding van de aanvragers

•Correct gedrag is de norm: Wij gedragen ons netjes en datzelfde verwachten we ook van onze inwoners en bedrijven.

Onze doelen: wat willen we bereiken?

•Goede kwaliteit leefomgeving

We dragen met ons werk bij aan een veilige, gezonde, duurzame en schone leefomgeving met een goede ruimtelijke kwaliteit. Dit doen we door vergunningen te verlenen en te controleren op de regels voor bouwen, constructie, brandveiligheid en milieu. Ook controleren we of evenementen veilig zijn en of de horeca zich houdt aan de regels (bijvoorbeeld NIX18) en houden we toezicht op natuur, landschap en groen.

•Goede Uitvoeringskwaliteit met een organisatie die staat

Onze producten zijn van goede kwaliteit, onze medewerkers goed opgeleid en onze organisatie robuust. We houden ons aan de wettelijke termijnen. We zijn voldoende bereikbaar buiten kantooruren voor het geval er calamiteiten zijn.

•Klantgerichte dienstverlening

Meldingen over de openbare ruimte kunnen gemakkelijk (digitaal) ingediend worden. We handelen deze meldingen af en dragen daarmee bij aan de kwaliteit van onze leefomgeving en de tevredenheid van onze inwoners en bedrijven. Bij bezwaren zoeken we eerst persoonlijk contact en voorkomen daarmee onnodige juridische procedures.

•Middelen en doelen in evenwicht

We hebben voldoende mensen en budget om ons werk uit te voeren en onze voorgenomen doelen te bereiken.

Wanneer hebben we onze doelen bereikt: uitvoering en monitoring

Jaarlijks vertalen we onze doelen naar concrete werkzaamheden in het VTH-jaarprogramma. We betrekken daarbij de monitoring en evaluatie van het vorige jaar. Het positieve effect van ons werk op de beleidsdoelen is lastig te meten. De omgevingskwaliteit wordt immers bepaald door vele factoren. Daarom kiezen we voor het meten van onze ‘prestaties’, zoals het aantal verleende vergunningen en controles. Ook meten we het naleefgedrag, dit is de mate waarin bepaalde doelgroepen de regels naleven, en het aantal overtredingen. Verder meten we de klanttevredenheid. Door deze metingen regelmatig te herhalen kunnen we een vergelijking maken met voorgaande jaren.

Omgevings- en risicoanalyse OWO-gemeenten geactualiseerd

De drie OWO-gemeenten zijn plattelandsgemeenten met in totaal zo’n 81.000 inwoners. Er zijn een aantal grotere en kleinere dorpen en een uitgestrekt buitengebied met o.a. landbouw en natuur. De beleving van natuur en landschap en de groene, aantrekkelijke woonomgeving is een kernkwaliteit. Verder zijn er een aantal bedrijventerreinen.

Gemeentelijke speerpunten zijn de Energietransitie, dit is hoe we ‘van het gas af gaan’ en omschakelen naar duurzame energievormen, maar ook het tegengaan van Ondermijning, dit is de vermenging van de onderwereld (criminaliteit) met de bovenwereld.

De probleem- en risicoanalyse is uitgevoerd door voor alle VTH-taken in te schatten wat het effect is als de regels niet worden nageleefd en hoe groot de kans daarop is. We gebruiken de formule: Risico = kans x effect.

Wat betekent de omgevings- en risicoanalyse voor ons werk in de komende jaren?

•Minder periodieke milieucontroles. De inzet op periodieke milieucontroles kan omlaag worden bijgesteld vanwege verschuiving van de complexere en zwaardere bedrijvigheid naar de FUMO. Deels was dit al gangbare praktijk.

•Meer tijd voor natuur, landschap en groen. We willen meer tijd vrijmaken voor het toezicht op natuur, landschap en groen omdat we een aantrekkelijke, groene leefomgeving belangrijk vinden.

•Meer aandacht voor openbare ruimte. Verder stimuleren we het doen van meldingen over hinder en overlast in de openbare ruimte. Dat dit werkt, zien we aan een stijgende lijn in het aantal meldingen. De behandeling van deze meldingen draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving en een klantgerichte dienstverlening. Het aanbrengen van focus en prioriteit is belangrijk. We verwachten dat de benodigde inzet hierop de komende jaren eerder zal toe- dan afnemen.

•Energietransitie. We leveren onze bijdrage aan de energietransitie. Het toezicht op energie bij bedrijven pakken we projectmatig op.

•Ondermijning. We zijn in al onze werkzaamheden alert op ondermijning. Dit vraagt nog wel verdere bewustwording en kennisopbouw.

Onze strategieën: hoe voeren we ons werk uit?

We passen in ons werk de bovenbeschreven uitgangspunten, onze ‘spelregels’, toe. De strategieën voor vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn verder uitgebreid beschreven in het Beleidsplan OWO-VTH.

Onze middelen

De uitvoering van dit Beleidsplan OWO-VTH past binnen de beschikbare middelen. Voor een aantal ontwikkelingen wordt nog gekeken naar aanpak en benodigde middelen.

Samenvatting in beeld:

1 Inleiding

1.1 Waarom een Beleidsplan OWO-VTH?

Er zijn meerdere redenen voor het opstellen van VTH-beleid.

Het is wettelijk verplicht om actueel VTH-beleid te hebben. Het handhavingsbeleid van de individuele OWO-gemeenten liep tot en met 2018 en was verouderd. Het VTH-beleid moet aan veel wettelijke eisen voldoen. Zo moet er een actuele probleem- en risicoanalyse zijn, moeten er meetbare doelen zijn geformuleerd en vanaf 2017 is het ook verplicht om vergunningenbeleid te hebben. We voldeden niet aan alle eisen. We hebben 2019 gebruikt om in OWO-verband nieuw VTH-beleid te ontwikkelen.

Dit Beleidsplan OWO-VTH harmoniseert de werkwijze rond de VTH-taken daar waar het kan.

Maatwerk blijft mogelijk, daar waar dat nodig is.

Het VTH-takenpakket is breed. We kunnen niet overal tegelijk zijn en moeten daarom keuzes maken. In dit Beleidsplan OWO-VTH is een omgevings- en risicoanalyse uitgewerkt. Ook zijn uitgangspunten en doelen vastgesteld. Dit helpt om keuzes te maken en de juiste dingen te doen. Elk geval is anders, maar het VTH-beleid geeft algemene beginselen.

1.2 Waar gaat het Beleidsplan OWO-VTH over?

Fysieke / ruimtelijke leefomgeving

Het Beleidsplan OWO-VTH gaat over onze wettelijke taken in de fysieke / ruimtelijke leefomgeving, voor zover hieraan een Vergunningen-, Toezicht- en / of Handhavingscomponent zit. Binnen de reikwijdte van het fysieke / ruimtelijke domein vallen de volgende onderdelen:

–ruimtelijke ordening;

–bouwen en wonen;

–brandveiligheid;

–milieu en natuur;

–openbare ruimte / algemene plaatselijke verordening (Apv),

–Drank- en Horecawet en Bijzondere wetten

VTH-taken andere afdelingen, FUMO en VRF

Het Beleidsplan OWO-VTH is ook van toepassing op de VTH-taken die op de afdelingen Beleid / Ruimte, de klantencontactcentra en door de buitendiensten van de drie moederorganisaties worden uitgevoerd. Dit geldt ook voor de werkzaamheden die de Veiligheidsregio Fryslân voor ons uitvoert. Het Beleidsplan OWO-VTH is voorlopig ook van toepassing op de taakuitvoering door de Omgevingsdienst Fryslân (FUMO), omdat er nog geen wettelijk vereist ‘uniform VTH-beleid voor de basistaken met alle deelnemers in de FUMO’ is. Voor de totstandkoming van dit uniforme VTH-beleid voor de basistaken is inmiddels een Fryslân-breed project gestart. Dit leidt naar verwachting in 2020 tot een beleidskader dat bestuurlijk vastgesteld kan worden door alle deelnemers. Zolang dit uniforme VTH-beleid voor basistaken er nog niet is, geldt het Beleidsplan OWO-VTH ook voor de basistaken.

Wat valt er niet onder?

Het beleidsplan ziet niet op de volgende onderwerpen:

–Invordering van belastingen, leges en dwangsommen;

–Toezicht jeugdoverlast (bijvoorbeeld samenscholing of alcoholmisbruik) tenzij passend binnen de taken Apv en Drank- en Horecawet;

–Toezicht op de sociale wetgeving (Participatiewet, Leerplichtwet, Wet kinderopvang e.d.)

–Toezicht op (privaatrechtelijke) overeenkomsten en subsidies;

VTH heeft wel een oor- en oogfunctie voor bovenstaande onderwerpen en werkt in het veld nauw samen met andere disciplines.

1.3 Hoe is het Beleidsplan OWO-VTH tot stand gekomen?

Met alle drie gemeenteraden heeft in het beginstadium van het proces afstemming en participatie plaatsgevonden. Er zijn drie informele raadsbijeenkomsten geweest, waarin een toelichting op de hoofdlijnen van het voorgenomen VTH-beleid is gegeven en een gedachtewisseling heeft plaatsgevonden. Verder heeft er een bijeenkomst met de drie OWO-colleges plaatsgevonden. Ook met de beleidsafdelingen en KCC’s hebben in het beginstadium gesprekken plaatsgevonden. De omgevings- en risicoanalyse is tot stand gekomen tijdens enkele ambtelijke bijeenkomsten met de VTH-afdeling, en vertegenwoordigers van de afdelingen Beleid / Ruimte en KCC’s.

Het Beleidsplan OWO-VTH is vastgesteld door de colleges van Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland op 28 januari 2020. Het beleidsplan treedt in werking met terugwerkende kracht op 1 januari 2020.

4 Omgevingsanalyse en prioriteiten

4.1 Ontwikkelingen en context

Wet en Besluit VTH (inwerkingtreding per 1-7-2017)

•Wettelijke status omgevingsdiensten / basistakenpakket

•Beleidscyclus ook voor vergunningverlening

•Voldoen aan kwaliteitscriteria

•Verordening vaststellen voor kwaliteitsniveau VTH

•Uitwerken doelstellingen Uitvoeringskwaliteit, Dienstverlening, Financiën

•Verdere overdracht basistaken naar de FUMO (vóór 1-1-2020)

Omgevingswet (planning 1-1-2021)

•Bundeling wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water voor een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving

•Integratie (ruimtelijk) beleid in Omgevingsvisie, Omgevingsplan en Verordening

•Keuzemogelijkheden melding- en vergunningplicht in Omgevingsplan

•Kortere termijnen voor vergunningprocedures

•Minder regels, meer maatwerk

•Andere rollen gemeente: uitnodigen en ‘ja, mits’

•Meer participatie

•Keuze en implementatie nieuwe VTH-vakapplicatie (‘Omgevingswet-proof’)

Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (planning 1-1-2021)

•Doel is verbeteren kwaliteitsborging bouwen / versterken positie bouwconsument

•Bouwtechnische toets bouwplannen en toezicht op de bouwtechnische uitvoering door de markt

•Planologische toets en welstandstoets blijft bij de gemeente, evenals de handhaving

Coalitie-afspraken drie OWO-gemeenten

Interbestuurlijk toezicht door provincie Fryslân

•Vergunningenbeleid opstellen en handhavingsbeleid actualiseren

•Meetbare strategische doelstellingen formuleren

•Risicoanalyses actualiseren

•Voldoen aan kwaliteitscriteria

•Landelijke Handhavingsstrategie verder implementeren en borgen

Rekenkamercommissie

•Onderzoek naar de kwaliteit van vergunningverlening OWO-VTH (2019).

4.2 Omgevingsanalyse

Omgevings- en gebiedsanalyse

De Omgevingsanalyse is een instrument om onze omgeving in beeld te brengen. En met de ‘Omgeving’ bedoelen we de gemeentelijke omgeving in brede zin: het hele grondgebied (fysieke leefomgeving / openbare ruimte) met haar gebiedstypen, zoals landbouw, natuur, industrieterrein e.d., en haar specifieke kenmerken, kwaliteiten, risico’s en risicovolle activiteiten.

Met de Omgevingsanalyse creëren we een actueel beeld van ons grondgebied, de omvang en trends van ons takenpakket en de problemen en risico’s. Op basis van de Omgevingsanalyse kunnen we vervolgens bepalen waar onze prioriteiten liggen voor de uitvoering van onze VTH-taken en waar we onze capaciteit op in moeten zetten.

De omgevingsanalyse is tot stand gekomen door analyse van relevante beleidsdocumenten, Omgevingsvisies e.d. van de OWO-gemeenten, de Provinciale Omgevingsanalyse, analyse van ontwikkelingen en context, en coalitieafspraken. Vervolgens zijn meerdere ambtelijke sessies georganiseerd. Een probleem- en risicoanalyse van de VTH-taken is opgesteld met VTH-medewerkers op 10 december 2018 en de resultaten hiervan zijn verder uitgewerkt in werksessies met beleidsmedewerkers en VTH-vertegenwoordiging en met het management van de afdeling OWO-VTH (beide op 4 juni 2019).

De drie OWO-gemeenten zijn plattelandsgemeenten met in totaal zo’n 81.000 inwoners. Naast een aantal grotere en kleinere dorpen is er een uitgestrekt buitengebied met o.a. landbouw en natuur. De beleving van natuur en landschap en de groene, aantrekkelijke woonomgeving is een belangrijke kernkwaliteit die behouden dient te blijven. Naast dorpen, buitengebied en natuur zijn er ook een aantal bedrijventerreinen.

De VTH-werkvoorraad van de afgelopen jaren (gekeken is naar de periode 2016-2018), de ‘productie’, blijkt redelijk stabiel en laat wel schommelingen maar niet echt duidelijke trends zien. Het aantal inrichtingen en locaties voor de periodieke milieu-, Drank- en horecawet- en brandveiligheidscontroles is stabiel. Het totale aantal Wabo-vergunningaanvragen en Wabo-meldingen is redelijk stabiel. De omvang van vergunningverlening APV en bijzondere wetten is per jaar wisselend, maar er is niet een eenduidige trend te herkennen.

Landelijke prioriteiten

2Uit Omgevingsanalyse Fryslân (2019)

•Asbest

•Bodem / toepassing grond

•Covergisting

•Vuurwerk

•Gevaarlijke stoffen

•Risicovolle inrichtingen

•Aanpak ondermijning

De landelijke prioriteiten asbest, toepassing grond en ketentoezicht zijn basistaken en worden uitgevoerd door de FUMO.

Gemeentelijke speerpunten

Wat de algemene gemeentelijke prioriteiten betreft:

Energietransitie:

Hieronder wordt verstaan de omschakeling van fossiele naar duurzame energievormen. Het bevorderen van energiebesparing is hier een onderdeel van. Dit raakt de VTH-taken bijvoorbeeld als het gaat om het toezicht op de energievoorschriften bij milieu-inrichtingen en het energieaspect bij de bouwplantoetsing en -toezicht.

Criminaliteit / ondermijning:

OWO-VTH levert een bijdrage aan het bestrijden van ondermijning door o.a. integrale gebiedscontroles op recreatieterreinen, de Bibob-toets, Wet Damocles (sluiting drugspanden) en in zijn algemeenheid bij zowel vergunningverlening als toezicht alert te zijn op aanwijzingen van criminaliteit en ondermijning.

4.3 Probleem- en risicoanalyse

Bij het opstellen van de probleem- en risicoanalyse is gebruik gemaakt van de methodiek die in 2014 is gebruikt bij de handhavingsbeleidsplannen van de OWO-gemeenten en bij het Format VTH-beleidsplan Friese gemeenten en oorspronkelijk is ontwikkeld door het expertisecentrum Rechtshandhaving van het ministerie van Justitie

3Gids Programmatisch Handhaven voor decentrale overheden, Expertisecentrum rechtshandhaving Ministerie van Justitie, december 2006. Verder de Werkgroep Procescriteria, Format Beleidsplan VTH Friese gemeenten (2018)

.

Voor alle VTH-taken voor de fysieke / ruimtelijke leefomgeving is een inschatting gemaakt van de effecten bij niet-naleving enerzijds en de kans op een overtreding anderzijds. Het risico wordt bepaald door de formule: Risico = negatief effect x kans op niet-naleving. Elke taak is bekeken vanuit vergunningverlening en handhaving. Ook is voor elke taak nagegaan in hoeverre er verschillen zijn tussen de OWO-gemeenten.

De inschatting is gedaan op basis van expert-judgement door medewerkers van de afdeling OWO-VTH. De resultaten zijn getoetst in een tweede bijeenkomst waar ook beleidsmedewerkers van de drie moederorganisaties aanwezig waren. Het management van OWO-VTH heeft de resultaten getoetst op eigen ervaring en inzichten. Tot slot zijn de globale resultaten besproken en toegelicht in de drie gemeenteraden.

Uit de probleem- en risicoanalyse volgen een aantal prioriteiten. Deze zijn gekoppeld aan de soort omgeving waar ze het meest voorkomen. Hierbij merken we op dat dit als indicatie bedoeld is: natuurlijk is er overlap tussen de soort gebieden en zijn er prioriteiten die in meerdere gebieden voorkomen.

In de volgende figuur is één en ander samengevat.

4.4 Conclusies

Vanuit de omgevings- en risicoanalyse trekken we de volgende conclusies:

1Verschuiving capaciteit van milieutoezicht naar toezicht natuur en groen en openbare ruimte

2Bijdrage leveren aan de gemeentelijke speerpunten Ondermijning en Energietransitie

Ad 1. Verschuiving capaciteit

Minder periodieke milieucontroles;

Het milieutoezicht op de complexere en zwaardere bedrijvigheid wordt gedaan door de FUMO. Vanwege de geringere risico’s van de achterblijvende bedrijvigheid is het verantwoord om de controlefrequentie van de periodieke milieucontroles omlaag bij te stellen. Deels was het al gangbare praktijk om de lichtste categorie inrichtingen alleen bij klachten te controleren (piepsysteem). Het risicogerichte milieutoezicht wordt verder ontwikkeld (verschuiving van integrale controles naar deels ook projectmatig en thematisch toezicht. De vrijkomende capaciteit verschuift naar andere prioriteiten.

Meer toezicht natuur en groen

Dit aspect is als speerpunt uit de omgevingsanalyse gekomen als wezenlijk voor het behoud van een aantrekkelijke groene woonomgeving en biodiversiteit. Meer tijd voor toezicht groene wetten en toezicht op bestemmingsplan(bepalingen) is nodig, evenals op afspraken over landschappelijke inpassing van bouwplannen.

Meer toezicht openbare ruimte.

We zien een trend dat het aantal meldingen / klachten over de openbare ruimte toeneemt. Middels de digitale mogelijkheden om meldingen te doen en actieve communicatie daarover, wordt het ook gestimuleerd meldingen in te dienen. De behandeling van deze meldingen draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving en een klantgerichte dienstverlening, maar kost wel tijd. Het aanbrengen van focus en prioriteit is daarom belangrijk. We verwachten dat de benodigde capaciteit hiervoor de komende jaren eerder zal toe- dan afnemen.

Ad 2. Bijdrage leveren aan gemeentelijke speerpunten Ondermijning en Energietransitie

Ondermijning.

Landelijk en gemeentelijk speerpunt, ook vanuit integraal veiligheidsbeleid. Vraagt niet meteen meer capaciteit, maar wel bewustwording bij de hele afdeling VTH. Projectmatig toezicht gericht op tegengaan van ondermijning (integrale controles recreatieparken, gevelcontroles industrieterreinen e.d.).

Energietransitie.

Gemeentelijk speerpunt. VTH-taken waarmee we een bijdrage kunnen leveren, zijn bijvoorbeeld controles energievoorschriften bij bedrijven. Dit pakken we projectmatig op. Capaciteit hiervoor komt vrij door periodieke controlefrequenties milieu te verlagen. Ook bij de bouwplantoetsing en –toezicht kunnen energieaspecten aan de orde zijn. Dit raakt de implementatie van de Wet kwaliteitsborging bouwen en wordt daarom in dat kader verder uitgewerkt.

5 Strategieën

5.1 Preventiestrategie

Onze preventiestrategie (voorkomen van overtredingen):

‘Voorkomen is beter dan genezen’:

•Communicatie en voorlichting om spontaan naleefgedrag te bevorderen

•Vooroverleg: uitleg regels en mogelijkheden, verkorten afhandeltermijnen

•(Persoonlijk) overleg en buurtbemiddeling om tot oplossingen te komen

•Evaluatiegesprekken na belangrijke activiteiten

De preventiestrategie is gericht op het voorkomen van overtredingen middels communicatie en voorlichting. Daarmee vergroten we de bewustwording. We zetten in op vooroverleg, voorafgaand aan de formele procedures. Daarmee scheppen we helderheid over de haalbaarheid van een initiatief en de benodigde informatie bij een aanvraag. We verwachten daarmee de ‘formele’ afhandeltermijnen te verkorten. We voeren overleg, zijn alert op de ‘vraag achter de vraag’ en zetten zo nodig buurtbemiddeling in (als er onderliggende problemen zijn). Na belangrijke activiteiten voeren we evaluatiegesprekken (relatiebeheer en leereffect voor de volgende keer).

Zie voor de uitwerking bijlage D1.

5.2 Vergunningenstrategie

Onze vergunningenstrategie (reguleren van activiteiten):

•Voldoen aan termijnen door vooroverleg en monitoring adviestermijnen

•Integraal toetsen, alert op ondermijning

•Risicogericht toetsen

•Vaste toetsingskaders

•Handhaafbaarheidstoets en actieve overdracht vergunningsdossier

•Actuele vergunningen, intrekken niet gebruikte omgevingsvergunningen

•Juridische kwaliteitstoets

•Werkprocessen digitaal en geborgd in Squit XO

Om te voldoen aan de formele afhandeltermijnen, zetten we in op vooroverleg. In de formele procedures hanteren we de eisen van ontvankelijkheid strikter (juiste informatie en op tijd), maar wel met oog voor de verschillende belangen. We monitoren de adviestermijnen van onze in- en externe adviseurs.

Bij binnenkomst van de aanvraag bekijken we welke wetgeving en beleidskaders van toepassing zijn en ‘wie we nodig hebben tijdens de procedure’. We zijn alert op ondermijning en passen waar nodig de Bibob-toets toe. Ook toetsen we of de activiteit op andermans of gemeentegrond plaatsvindt. De diepgang van toetsing is afhankelijk van de risico’s. Veiligheid is belangrijk. Bij de complexere vergunningen, afwijkende gevallen en bijzondere situaties doen we een juridische toets en een handhaafbaarheidstoets en dragen het dossier na vergunningverlening actief over aan de toezichthouder.

Tijdens de controles (gebruiksfase) toetsen we ook de actualiteit van de vergunning. Voor niet gebruikte omgevingsvergunningen starten we in principe de procedure tot intrekking van de vergunning. Rechterlijke uitspraken volgen we op. We evalueren deze uitspraken en de jurisprudentie en leggen zo nodig de wijzigingen in onze digitale werkprocessen vast. We gebruiken de algemeen aanvaarde en (landelijk) ontwikkelde hulpmiddelen zoals leidraden, toolboxen e.d.

Zie voor de uitwerking bijlage D2.

5.3 Toezichtstrategie

Onze toezichtstrategie (controleren van activiteiten):

‘Vriendelijk waar het kan, streng waar het moet’ ‘Minder toezicht waar mogelijk – Meer toezicht waar nodig’

‘Toezicht op basis van prioriteiten’

•Integraal toezicht in samenwerking

•Legalisatietoets voordat handhaving wordt ingezet

•Buurtbemiddeling / mediation

•Preventief toezicht om overtredingen en illegale activiteiten op te sporen

•Risicogericht toezicht, alert op ondermijning

•Afhandeling meldingen, klachten en verzoeken om handhaving

Door het houden van toezicht, sporen we overtredingen en illegale activiteiten op. We gaan ervan uit dat van het houden van toezicht een preventieve werking uit gaat en dat we in de meeste gevallen op een vriendelijke manier tot oplossingen komen. Lukt dat niet, dan ‘pakken we door’.

We houden integraal en risicogericht toezicht en werken daarbij samen met onze handhavingspartners. Prioriteit bepaalt de intensiteit van het toezicht. Hoe hoger de prioriteit, hoe hoger de controlefrequentie en hoe diepgaander en gedetailleerder de controle.

We zijn alert op ondermijning en sociale problematiek. Als we een overtreding constateren, gaan we eerst na of de overtreding te legaliseren is. Als dat het geval is, en de initiatiefnemer wil hieraan meewerken, dan kan het verdere handhavingstraject hierop worden afgestemd. Als het vermoeden bestaat dat achter een overtreding een andere problematiek zit (bijvoorbeeld een burenruzie), wijzen we actief op de mogelijkheden van buurtbemiddeling of mediation.

We voeren preventief toezicht uit op verleende vergunningen, meldingen en andere toestemmingen. Voor de uitvoering van periodieke controles op de regels voor milieu, Drank- en horecawet en brandveiligheid (gebruiksfase) hanteren we als leidraad vaste controlefrequenties. Deze passen we aan als het risico of het naleefgedrag dit nodig maken. We hebben toezichthouders die tevens Boa (domein II) zijn. We willen ons toezicht verder ontwikkelen en gerichter inzetten op risico’s en slecht naleefgedrag, bijvoorbeeld door controles thema-gewijs of projectmatig uit te voeren.

Onze toezichthouders openbare ruimte zijn ook Boa (domein I) en houden toezicht op basis van eigen waarnemingen en binnenkomende meldingen / klachten. Een risicoanalyse van de meldingen / klachten is belangrijk om te borgen dat de aandacht naar ‘de juiste gevallen’ gaat. Een helder Meldingenprotocol Fysieke ruimtelijke leefomgeving kan daarbij helpen, evenals kwaliteitsmetingen openbare ruimte (bijvoorbeeld de metingen dorpsspiegels) en de toezichtvraag vanuit de beleidsafdelingen van de moederorganisaties. Op anonieme meldingen wordt in beginsel niet gereageerd, tenzij er veiligheidsaspecten aan de orde zijn.

Zie voor een verdere uitwerking bijlage D3.

5.4 Handhavingsstrategie

Onze handhavingsstrategie (optreden tegen overtredingen):

‘Consequent en vasthoudend’

‘Handhaving als logisch sluitstuk’

•Landelijke handhavingsstrategie (LHS) wordt toegepast voor alle VTH-taken

•We voeren strafrechtelijke handhaving met onze eigen Boa’s uit of werken samen op basis van de Friese afspraken ‘Functionele Boa-structuur’

•We passen de Leidraad hoogte dwangsom en lengte begunstigingstermijnen toe

•Er vindt invordering plaats van verbeurde dwangsommen

De handhavingsstrategie is primair gericht op het optreden tegen overtredingen en het beëindigen van illegale situaties. Als legalisatie niet mogelijk is, wordt de verdere handhavingsaanpak bepaald. Dit gebeurt op basis van risico’s, naleefgedrag en prioriteit, maar ook andere mogelijkheden van aanpak (buurtbemiddeling, extra tijd gunnen) worden bekeken. Als het toezicht niet tot oplossingen leidt, dan is handhaving een (logisch) sluitstuk. Een eenmaal ingezet handhavingstraject wordt doorgezet tot de overtreding is beëindigd en sancties worden geëffectueerd. Consequent en vasthoudend optreden is nodig om reden van geloofwaardigheid. Bovendien gaat hier een preventieve werking van uit naar derden. Daarom zijn hercontroles belangrijk. We houden daarbij echter altijd in het achterhoofd dat elk handhavingstraject ook maatwerk is!

We hanteren de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) voor ons gehele VTH-takenpakket. Daarmee sluiten we aan bij de rest van Nederland: vergelijkbare situaties  vergelijkbare keuzes. Het principe van de LHS is dat elke overtreding wordt ‘ingeschaald’ op basis van de ernst en het risico van de overtreding en het gedrag van de overtreder. Vervolgens wordt gemotiveerd gekozen voor bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke vervolgstappen. De strafrechtelijke handhaving voeren we uit met onze eigen Boa’s domein II of in samenwerking met andere Friese gemeenten of de FUMO volgens de Friese afspraken ‘Functionele Boa-structuur’. We gaan de LHS verder implementeren in onze werkwijze en digitale werkprocessen.

Bij de bestuursrechtelijke handhaving hanteren we de Leidraad hoogte dwangsommen en lengte begunstigingstermijnen van Infomil als uitgangspunt. We overwegen de inzet van het instrument ‘bestuurlijke boete’ bij Drank- en Horecawetzaken. Bij invordering (bijvoorbeeld van dwangsommen) werken we conform een protocol samen met onze afdelingen OWO-BVI en OWO-FA.

Zie voor een verdere uitwerking bijlage D4.

5.5 Gedoogstrategie

Onze gedoogstrategie (gemotiveerd accepteren): Aansluiten bij landelijk kader:

1Gedogen slechts in uitzonderingsgevallen

2Alleen indien beperkt in omvang en/of tijd

3Expliciet middels een gedoogbeschikking met voorwaarden

4Toezicht op naleving

Wanneer wet- en regelgeving wordt overtreden is het bevoegde gezag in beginsel verplicht om handhavend op te treden. Als we toch van handhaving afzien, doen we dat gemotiveerd en hanteren daarbij de landelijke nota ‘Grenzen aan gedogen’.

Zie voor verdere uitwerking bijlage D5.

5.6 Handhaving eigen organisatie

Handhaving op overtredingen door de eigen organisatie is gericht op snel en effectief herstel van overtredingen (voorbeeldfunctie) en vindt in principe op dezelfde wijze plaats.

In de praktijk kan het voorkomen dat de gemeente zelf een overtreding begaat waartegen handhavend moet worden opgetreden. Hier gaan we als volgt mee om.

We maken geen onderscheid in de wijze van handelen bij geconstateerde overtredingen tussen burgers, bedrijven en (eigen) bestuursorganen. Overtredingen door eigen en/of andere bestuursorganen worden op in dit beleid beschreven wijze aangepakt en afgehandeld als bij inwoners, bedrijven en verenigingen. Ook in deze gevallen wordt de LHS gehanteerd.

Het proces is gericht op een snel en effectief herstel van overtredingen met het oog op de eigen voorbeeldfunctie van de gemeente.

6 Uitvoering, organisatie en monitoring

6.1 Beleidscyclus Big8 en VTH-jaarprogramma

Het Besluit omgevingsrecht (Bor) verplicht gemeenten om voor alle VTH-taken die binnen de reikwijdte van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vallen, een probleem- en risicoanalyse uit te voeren, doelen en prioriteiten te stellen en de capaciteit en middelen in een programma op te nemen. Met dit Beleidsplan OWO-VTH en de VTH-jaarprogramma’s wordt aan deze verplichting voldaan.

Er is sprake van een dubbele uitvoeringscyclus: één op beleidsniveau en één op uitvoeringsniveau die gekoppeld zijn via de schakel “programma en organisatie” (Big Eight). Zie de afbeelding hieronder.

Het Beleidsplan OWO-VTH bevat het strategische en het operationele beleidskader (strategieën) en vormt daarmee het kader voor het VTH-jaarprogramma. Het college van burgemeester en wethouders stelt het VTH-jaarprogramma vast. Het programma vormt het instrument om bestuurlijk sturing te geven aan de uitvoering van de VTH-taken. In het programma worden de VTH-doelen uit het VTH-beleid, en de concrete werkzaamheden om die doelen te behalen, verder uitgewerkt. In het programma worden de beschikbare capaciteit en middelen aan de voorgenomen werkzaamheden toegekend. De jaarlijkse evaluatie van de uitgevoerde werkzaamheden én de jaarlijkse actualisatie van de probleem- en risicoanalyse (beschreven in het VTH-jaarverslag) vormen hierbij belangrijke input.

De voortgang van de uitvoering wordt gedurende het jaar gemonitord. Gedurende het jaar vindt waar nodig bijsturing plaats als gevolg van incidenten, (landelijke) ontwikkelingen of gewijzigde bestuurlijke prioriteit. Bij substantiële afwijkingen van het programma wordt het bestuur geïnformeerd.

6.2 Organisatie en middelen

Afdeling OWO-VTH

Sinds 1 juli 2015 is er één afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving die de VTH-werkzaamheden voor de drie OWO-gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland uitvoert. Deze afdeling is ondergebracht bij Opsterland, bestaat uit een team Vergunningen, een team Toezicht en Handhaving en een team Advies en Ondersteuning en wordt aangestuurd door een afdelingshoofd.

VTH-taken op andere afdelingen

Er liggen ook VTH-taken op de drie afdelingen Beleid / Ruimte, de drie klantencontactcentra en de buitendiensten. Zo liggen bijvoorbeeld de behandeling van principeverzoeken op de beleidsafdelingen, evenals de advisering over omgevingsvergunningen in afwijking van bestemmingsplannen en binnen- en buitenplanse afwijkingsmogelijkheden. De klantencontactcentra doen de intake van meldingen en klachten en van diverse aanvragen en verzoeken. En de buitendiensten zijn een belangrijke oor- en oogfunctie en zitten met hun taken ‘opruimen van afval e.d.’ heel dicht tegen de VTH-taken aan.

Bezwaren worden behandeld door de (onafhankelijke) bezwarencommissies van de drie gemeenten. Daarbij treedt OWO-VTH op als ‘verweerder’. De afhandeling van bezwaren tegen leges vormt hierop een uitzondering. Deze worden voorbereid door OWO-VTH als ‘adviseur’ van de Heffingsambtenaar die bevoegd is voor afdoening. Bij beroepszaken werken OWO-VTH en de stafjuristen van de moederorganisaties nauw samen.

De afspraken over de taakverdeling tussen OWO-VTH enerzijds en de afdelingen Beleid / Ruimte, KCC’s, stafjuristen en buitendiensten anderzijds, zijn vastgelegd in de zogenaamde ‘knipafspraken’. Deze worden regelmatig geëvalueerd.

Bestuurlijke verantwoordelijkheid

Er zijn meerdere bestuurders met een verantwoordelijkheid op het VTH-vlak. Dit zijn de portefeuillehouders voor vergunningverlening en voor toezicht en handhaving. Daarnaast is er vaak betrokkenheid van de portefeuillehouder voor openbare orde en veiligheid en zijn er raakvlakken met de portefeuillehouders die verantwoordelijk zijn voor het beleid (bijvoorbeeld RO, economie).

Mandaat OWO-VTH

We werken op basis van vastgestelde mandaatafspraken voor OWO-VTH.

Wettelijke eisen aan VTH-organisatie

In de kwaliteitscriteria en het Besluit omgevingsrecht zijn een aantal eisen vastgelegd waaraan een VTH-organisatie moet voldoen. Hieronder worden de belangrijkste eisen toegelicht.

Functiescheiding vergunningverlening en toezicht

Er is sprake van functiescheiding tussen vergunningverleners en toezichthouders / handhavers. Daarmee wordt gewaarborgd dat een vergunningverlener niet de door hem zelf opgestelde vergunning controleert. Bij de juristen is er in ieder geval functiescheiding op dossierniveau (jurist kan niet in één dossier adviseren over zowel vergunningverlening als handhaving). Verder is er een functionele scheiding tussen de VTH-taken van een gemeente en de betrokkenheid als bouwer/opdrachtgever/initiator/ondersteuner van activiteiten.

Roulatie toezichthouders

Daar waar nodig rouleren de toezichthouders, dit om te voorkomen dat er een te langdurige relatie ontstaat tussen toezichthouders en specifieke bedrijven en om de kwetsbaarheid van het team te verkleinen.

Voldoen aan Kwaliteitscriteria VTH: eisen aan opleiding, kennis, vlieguren

Op grond van het Besluit VTH dient de gemeente een kwaliteitsniveau te kiezen voor de uitvoering van de VTH-taken en dit te borgen in een Verordening Kwaliteit VTH. Gekozen is voor aansluiting bij het kwaliteitsniveau Frysk Peil

4Vastgesteld in colleges: Weststellingwerf: 18 oktober 2019, Opsterland: 29 oktober 2019, Ooststellingwerf: 12 november 2019

en de Verordening Kwaliteit VTH is vastgesteld door de drie gemeenteraden

5Vastgesteld door: raad Weststellingwerf: 2 december 2019, Opsterland: 9 december 2019, Ooststellingwerf: 17 december 2019

.

Medewerkers VTH dienen voor een aantal deskundigheidsgebieden binnen het omgevingsrecht te voldoen aan minimale opleiding- en kenniseisen en dienen een minimaal aantal uren aan de verschillende taken te besteden. In een Verbeterplan wordt uitgewerkt op welke wijze wordt voldaan en wat er nog moet gebeuren om volledig te voldoen; ook een planning en kostenplaatje hoort hierbij.

Om blijvend te voldoen aan de kwaliteitscriteria is een structureel opleidingsbudget nodig, evenals een monitoringssysteem (een soort van VTH-dashboard) waarin de taken en vlieguren per medewerker worden bijgehouden en aangepast bij wijzigingen.

Het actueel houden van de kwaliteitscriteria Frysk Peil vindt plaats onder regie van het Fries VTH-overleg. Ook de samenwerking met andere partijen op deskundigheidsgebieden waar de OWO-gemeenten niet zelfstandig kunnen voldoen wordt afgestemd binnen het Fries VTH-overleg.

24-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid

De meldkamer Noord Nederland is altijd bereikbaar voor noodhulp.

Voor milieu-gerelateerde klachten is het Friese milieualarmnummer 24 uur per dag bereikbaar (ondergebracht bij de FUMO). Voor de milieucalamiteiten die betrekking hebben op basistaken, heeft de FUMO een piketdienst. Milieucalamiteiten die voor de uitvoering bij de gemeente liggen, worden doorgespeeld naar de gemeente. In geval van spoed gebeurt dit naar de crisis- en rampenorganisatie die 24 uur per dag bereikbaar is (Officieren van Dienst, HOWO).

Voor meldingen en calamiteiten in de openbare ruimte is er bij alle drie OWO-gemeenten een piketdienst voor calamiteiten (buitendiensten). Dit is een ‘hard’ piket (iemand heeft dienst). Afhankelijk van het specifieke geval gaat de piketambtenaar de juiste deskundige collega’s erbij betrekken. Dit is een ‘zacht’ piket (lijst telefoonnummers medewerkers). Daarbij wordt ook regelmatig een beroep gedaan op de paraatheid van de VTH-medewerkers.

Omdat een ‘zacht piket’ kwetsbaar is (afhankelijk van of iemand toevallig de telefoon opneemt), gaan we de haalbaarheid van een ‘hard piket’ voor VTH-toezicht onderzoeken.

Taken, verantwoordelijkheden, bevoegdheden

Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn vastgelegd in het Functieboek OWO-VTH, dat bij de oprichting van de samenwerkingsafdeling is opgesteld.

Alle toezichthouders zijn als zodanig aangewezen en aangesteld door het bevoegde bestuursorgaan, al dan niet onder mandaat.

VTH-vakapplicatie, protocollen en werkprocessen

Het streven is om digitaal te werken. Werkprocessen zijn opgenomen in onze digitale werkomgeving (vakapplicatie SquitXO, Squit2go). Voor de toezichthouders is Squit2go beschikbaar, waarmee in het veld de juiste informatie beschikbaar is en gemakkelijk controleresultaten kunnen worden ingevoerd. Bovendien zijn in Squit2go de openstaande (bouw)dossiers en meldingen / klachten (openbare ruimte) visueel zichtbaar op locatie wat efficiëncy en gebiedscontroles faciliteert.

Personele en financiële middelen

De kosten van vergunningverlening, toezicht en handhaving bestaan uit personele kosten, inhuur van derden en materiële kosten. Materiële kosten betreffen bijvoorbeeld werkkleding, meetapparatuur, fototoestellen, telefoons, literatuur en ondersteunende automatisering. Ook opleidingskosten vallen hieronder.

De totaal beschikbare middelen en formatie zijn in de begroting van de drie OWO-gemeenten geborgd. Inzet van middelen en verdeling over de werkzaamheden wordt gepland via het VTH-jaarprogramma, waar een afweging plaatsvindt welke activiteiten moeten worden uitgevoerd om de doelen te bereiken en aan prioriteiten voldoende aandacht te geven. Als gedurende het jaar wijzigingen in de inzet van menskracht en/of middelen nodig zijn ten opzichte van het VTH-jaarprogramma, wordt hierover overleg gevoerd met de portefeuillehouder. Zo wordt de bestuurlijke sturing op de inzet gewaarborgd.

In onderstaande tabel zijn de middelen van OWO-VTH weergegeven. De totale formatie is sinds de start van de afdeling OWO-VTH onveranderd en bedraagt 40.3 fte. Dit is exclusief 1 fte toezichthouder openbare ruimte voor Ooststellingwerf.

Omschrijving

2020

Personeelskosten

3.328.063

Materiële kosten

215.000

Totale begroting OWO-VTH

3.543.062

Bijdrage per gemeente

1.181.021

Het VTH-jaarprogramma geeft inzicht in de capaciteit en middelen voor de voorgenomen werkzaamheden. Op basis van de werkvoorraad en (op ervaring gebaseerde) kengetallen zijn de personele en financiële middelen toereikend voor het bereiken van gestelde doelen en uitvoering van het VTH-takenpakket. Met risico-gestuurde toetsing en toezicht wordt de beschikbare capaciteit efficiënt en effectief ingezet. Fluctuaties worden opgevangen met een flexibele schil in de formatie. Bij calamiteiten wordt in eerste instantie geschoven met middelen en inzet en zo nodig worden extra middelen gevraagd.

Voor grote ontwikkelingen, zoals de implementatie Omgevingswet (waaronder nieuwe VTH-vakapplicatie), Wet kwaliteitsborging bouwen, voldoen aan kwaliteitscriteria en dergelijke, wordt separaat bekeken welke middelen nodig zijn.

6.3 Registratie en monitoring

Om te kunnen bepalen of de gestelde VTH-doelen worden bereikt, is het essentieel dat de doelen meetbaar zijn en dat er monitoring en registratie plaatsvindt. Monitoring is het periodiek meten van dezelfde parameters of indicatoren zoals bijvoorbeeld het aantal uitgevoerde controles, aantal verleende vergunningen e.d. Door monitoring en registratie worden de resultaten van de uitvoering en handhaving meetbaar. Van belang is de juiste indicatoren te kiezen, deze eenduidig te definiëren en te meten. Hiermee kunnen periodes met elkaar worden vergeleken. Door de resultaten van de inzet op vergunningverlening en handhaving te registreren en monitoren, wordt belangrijke informatie verkregen over de effectiviteit van onze werkzaamheden. Dit helpt bij de programmering/planning in volgende jaren.

Door registratie en monitoring is het mogelijk om uitspraken te doen over:

–de mate van realisatie van de VTH-doelen;

–het effect van de inzet op verschillende onderwerpen;

–(de ontwikkeling van) het naleefgedrag.

In hoofdstuk 3 Doelen hebben we beschreven hoe we het bereiken van onze doelen gaan meten. We steken in op meting van het naleefgedrag en op meting van onze prestaties, waarbij we ervan uitgaan dat onze VTH-werkzaamheden een bijdrage leveren aan een beter naleefgedrag en daarmee aan een veilige, schone, gezonde en duurzame woon- en leefomgeving.

De meting van onze Uitvoeringskwaliteit koppelen we aan de implementatie van de kwaliteitscriteria Frysk Peil en de uitvoering van het Verbeterplan Kwaliteit.

En wat betreft een klantgerichte dienstverlening: we gaan ervan uit dat we met een adequate afhandeling van meldingen en klachten (over de leefomgeving) een bijdrage leveren aan een schone en aantrekkelijke leef- en woonomgeving. Bij onze prioritering maken we ook gebruik van periodieke metingen van de kwaliteit openbare ruimte

6Metingen kwaliteit openbare ruimte, bijvoorbeeld de dorpsspiegels in Opsterland.

. We leveren daarmee ook een bijdrage aan de tevredenheid van onze inwoners, bedrijven en instellingen. We meten het aantal meldingen en borgen de werkwijze in een Meldingenprotocol.

We meten periodiek de klanttevredenheid en passen onze werkwijze aan op de resultaten.

VTH-vakapplicatie

Er wordt gebruik gemaakt van de VTH-applicatie SquitXO en Squit2go om sturingsinformatie vast te leggen en te analyseren. Verdere inrichting van de systemen is nodig om de monitoring en registratie te verbeteren en ‘effectmeting’ mogelijk te maken.

6.4 Evaluatie en VTH-Jaarverslag

Jaarlijks stelt het college van burgemeester en wethouders een VTH-jaarverslag vast, waarmee het college verantwoording aflegt aan de gemeenteraad maar ook aan externe partijen over de uitvoering van de VTH-taken. Deze verantwoording kent een wettelijke grondslag. Het VTH-jaarverslag wordt tevens toegezonden aan Gedeputeerde Staten van Fryslân.

In het jaarverslag vindt zowel evaluatie van de VTH-doelen plaats (beleidscyclus) als evaluatie van de geprogrammeerde activiteiten (uitvoeringscyclus). Deze evaluaties zijn input voor het volgende jaarprogramma en eventueel aanleiding om het beleid bij te stellen.

Meting kwaliteitscriteria

In het VTH-jaarverslag wordt ook de vanuit de Verordening Kwaliteit verplichte rapportage aan de raad opgenomen over in hoeverre aan de kwaliteitscriteria wordt voldaan.

Bijlage A - Begrippen en afkortingen

Begrip/ afkorting

Toelichting

Apv

Algemene plaatselijke verordening

Awb

Algemene wet bestuursrecht

Basistaken

Taken voortkomend uit de Wet Milieubeheer waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is, maar waarvan de uitvoering verplicht is ondergebracht bij de Omgevingsdienst Fryslân (FUMO).

Beginselplicht tot handhaven

Uitgangspunt is dat het bevoegd gezag verplicht is op te treden bij een geconstateerde overtreding. De term ‘beginselplicht’ impliceert dat er omstandigheden kunnen zijn om van handhaven en/of het opleggen van een sanctie af te zien. Dit is in het recht geregeld via artikel 5:5 Awb (het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke sanctie op voor zover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond) en artikelen 39 en verder van het Wetboek van Strafrecht (strafuitsluitingsgronden). Uit de rechtspraak volgt voorts dat overwogen kan worden van handhaven af te zien als er concreet zicht op legalisatie bestaat, of wanneer handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

Bestuurlijke boete

Onder bestuurlijke boete wordt op grond van artikel 5:40 van de Awb verstaan: de bestraffende sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom. Het bevoegd bestuursorgaan kan een bestuurlijke boete opleggen voor een overtreding als in wetgeving is vastgelegd welke bestuurlijke boete kan worden opgelegd voor die betreffende overtreding.

Bibob-toets

Toets op grond van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur

Boa

Buitengewoon Opsporingsambtenaar

Bor

Besluit omgevingsrecht

Brzo

Besluit risico’s zware ongevallen. Voor inrichtingen die hieronder vallen, is de provincie bevoegd gezag. Uitvoering van VTH-taken vindt plaats door de Omgevingsdienst Groningen.

BSBm

Bestuurlijke Strafbeschikking milieu

BW

Bijzondere Wetten, waaronder de Drank- en Horecawet, Wet op de kansspelen, Winkeltijdenwet e.d.

DHW

Drank- en Horecawet

DHW-basiscontrole

Controle van de vergunning van een horeca-inrichting. Hierbij wordt gelet op wijzigingen in de inrichting, aanwezigheid leidinggevenden en andere vergunningsbepalingen

DHW-leeftijds-controle

Controle gericht op alcoholverstrekking aan jongeren onder de 18 jaar.

Dorpsspiegel (Opsterland)

Periodieke verzameling van informatie over hoe inwoners de leefomgeving in hun dorp ervaren. De gemeente gebruikt deze informatie om haar dienstverlening zo goed mogelijk af te stemmen op de behoeften in de dorpen.

DVO

Dienstverleningsovereenkomst waarin de prestaties (de te leveren diensten), de vergoeding en overige afspraken omtrent de samenwerking tussen partijen worden vastgelegd.

Energietransitie

Omschakeling van fossiele naar duurzame energievoorziening middels energiebesparing, duurzame opwek van elektriciteit en warmte en de vervanging van aardgas door duurzame alternatieven.

Externe veiligheid

Externe veiligheid is een begrip uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en beschrijft de kans dat personen in de omgeving van een activiteit waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, slachtoffer worden van een ongeval met die stoffen.

Fryske norm

Kengetallen (van bedrijven) op basis waarvan in Fryslân de programmering en capaciteitsberekening plaatsvindt (plaatsvond) voor vergunningverlening en handhaving bij milieu-inrichtingen door de FUMO.

FUMO

De FUMO is de Friese omgevingsdienst (Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing)

GHOR

Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. Een geneeskundige hulporganisatie in de regio. De GHOR is onderdeel van de VRF

Gedogen

Onder gedogen wordt verstaan: het bestuur dat bevoegd is tot handhaving kan en mag wel handhaven maar neemt een gemotiveerd besluit om hiervan af te zien.

Handhaving

Activiteiten waarmee (vaak in aansluiting op toezicht) beoogd wordt feiten of gedragingen in strijd met wet of wettelijk voorschrift te beëindigen of ongedaan te maken.

Infomil

Kenniscentrum, landelijk informatiepunt voor wet- en regelgeving binnen het omgevingsdomein.

KCC

Klant Contact Centrum

LHS

Landelijke Handhaving Strategie

Mor

Regeling omgevingsrecht

Nije Pleats traject

Werkwijze waarbij middels werksessies een team van deskundigen samen met initiatiefnemer en gemeente werkt aan de ruimtelijke en landschappelijke inpassing van bouwplannen.

OM

Openbaar Ministerie

Omgevings-dienst

Gemeenschappelijke Regeling van provincies en gemeenten voor de uitvoering van de VTH-basistaken (art. 7.1 Besluit omgevingsrecht).

Ondermijning

De vermenging van de onderwereld en de bovenwereld, de sluipende bedreiging van de integriteit van het openbaar bestuur, overheidsambtenaren en bedrijfsleven, bedreigde bestuurders en ambtenaren, afpersingspraktijken, de innesteling van criminele fenomenen in buurten en woonwijken of het ontstaan van ‘vrijplaatsen’.

OWO

Samenwerking van Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland

OWO-BVI

Samenwerkingsafdeling Beheer Vastgoed Informatie

OWO-FA

Samenwerkingsafdeling Financiële Administratie

Principeverzoek

Schriftelijk verzoek van een initiatiefnemer of de gemeente in principe bereid is om planologisch medewerking te verlenen.

RO

Ruimtelijke Ordening

Sanctie

Straf of maatregel die wordt toegepast als rechtsregels worden overtreden

SMART

Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden

Thuistaken

In engere zin: de taken uit de Wet milieubeheer waarvoor de bestuursorganen van de gemeente bevoegd gezag zijn en waarvoor het niet verplicht is om de uitvoering onder te brengen bij een Omgevingsdienst.

In bredere zin: de taken waarvoor de bestuursorganen van de gemeente het bevoegd gezag zijn en die in eigen huis worden verricht.

Toezicht

Activiteiten waarmee gecontroleerd wordt of op juiste wijze uitvoering gegeven wordt aan vergunningen of wettelijke bepalingen

Vergunning-verlening

Het geheel aan activiteiten ter afdoening van aanvragen om een vergunning, ontheffing, verklaring van geen bedenking of beoordelen en reageren op een melding.

VRF

Veiligheids Regio Fryslân. Brandweer Fryslân maakt hier onderdeel van uit.

VTH-taken

De vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is (Wabo, APV, bijzondere wetten e.d.)

VTH kwaliteitscriteria

Kwaliteitscriteria die inzichtelijk maken welke kwaliteit burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en opdrachtgevers mogen verwachten bij de uitvoering of de invulling van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken).

Wabo

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Wkb

Wet kwaliteitsborging bouwen

Zorgvuldigheids-beginsel

In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd rechtsbeginsel, dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden en nemen: correcte handeling van de burger, zorgvuldig onderzoek naar de feiten en belangen, procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming.

Bijlage B – Uitwerking doelen

Doel

Indicator

Realisatie

1We streven naar behoud en verbetering van veiligheid, ruimtelijke kwaliteit, gezondheid, duurzaamheid en schone leefomgeving

Veilige woon- en leefomgeving

Risico-gestuurde vergunningverlening en toezicht volgens een toetsings- en toezichtprotocol, focus ligt op constructie- en brandveiligheid van gebouwen waar mensen en dieren verblijven.

Periodieke controles milieu, brandveilig gebruik en Drank- en horecawet conform leidraad controlefrequenties met oog voor risico’s. Evenementencontroles.

Vastgesteld toetsings- en toezichtprotocol

Afspraken uitbesteding constructie-toets

Naleefpercentage

Aantal controles

Geconstateerde overtredingen

Opgelegde bestuurlijke sancties

PV’s

Bij implemen-tatie Wkb (2021)

Doorlopend

Duurzame, gezonde en aantrekkelijke woon- en leefomgeving.

Bijdrage leveren aan energietransitie door projectmatig toezicht op energie(besparings)voorschriften voor milieu-inrichtingen en energie-aspecten bij toetsing / toezicht bouw.

Werkafspraken maken over handhaafbaarheidstoets en uitvoering toezicht op afspraken over landschappelijke inpassing (bijvoorbeeld Nije Pleats trajecten)

Vermindering alcoholgebruik jongeren

Aantal controles energievoorschriften milieu-inrichtingen

Vastgesteld toetsings- en toezichtprotocol

Vastgelegde werkafspraken

Aantal controles

Aantal leeftijdscontroles

Naleefpercentage (metingen via Platform Nuchtere Fries)

2We streven naar goede UitvoeringsKwaliteit en vermindering van Kwetsbaarheid

Goede kwaliteit producten en voldoen aan Kwaliteitscriteria VTH

Verbeterplan hoe te voldoen aan kwaliteitscriteria Frysk Peil

Verdere implementatie van de LHS

Juridische kwaliteit producten is goed

Brieven worden in eenvoudig Nederlands geschreven (B1)

Vastgesteld verbeterplan Uitvoering plan conform planning

LHS-systematiek in format rapportages SquitXO. Toezichthouders kennen de LHS en passen deze verifieerbaar toe.

Casus-bespreking LHS met Boa-netwerk

Percentage beschikkingen dat stand houdt in bezwaar en beroep

Projecten gericht op eenvoudiger taalgebruik.

Meting klanttevredenheid

1ehelft 2020

2020

Periodiek

95%

Doorlopend

Voldoen aan termijnen (Omgevingswet)

Dienstverleningsafspraken (aanlevertermijnen) met FUMO, afdelingen beleid / Ruimte en andere adviseurs maken / actualiseren

Vastgelegde afspraken.

Percentage tijdigheid vergunningen en nulmeting

2020

Onderzoek haalbaarheid ‘hard piket’ VTH-toezicht buiten kantooruren

Onderzoek haalbaarheid en kosten van invoering van een ‘hard piket’ voor VTH-toezichthouders

Haalbaarheidsonderzoek en besluitvorming daarover

2020 / 2021

3We streven naar Klantgerichte dienstverlening

Adequate afhandeling meldingen en klachten

Opstellen Meldingenprotocol Leefomgeving

Vastgesteld Meldingenprotocol.

Aantal meldingen/klachten leefomgeving.

Metingen kwaliteit openbare ruimte (bijvoorbeeld metingen dorpsspiegels in Opsterland)

2020

Verbetering klanttevredenheid

Digitale informatieverstrekking meenemen in de doorontwikkeling van VTH-vakapplicatie

Opzetten systematiek en uitvoeren periodieke meting klanttevredenheid

Digitaal inzicht status vergunningaanvragen, aansluiting op mijnoverheid.nl

Uitgevoerd onderzoek

Implementeren resultaten in werkprocessen.

Volgt invoering nieuwe VTH-vakapplicatie

Systematiek:

2021

Onderzoek: 2022

4Beschikbare financiële en personele middelen zijn in evenwicht met de gestelde doelen

Middelen zijn geborgd in de drie begrotingen OWO.

In VTH-jaarprogramma’s aantoonbaar evenwicht tussen middelen en activiteiten met aandacht voor behaald voordeel uit OWO-samenwerking

Vastgestelde begrotingen

Vastgestelde VTH-jaarprogramma’s

Jaarlijks

Bijlage C1 - Wettelijke en beleidsmatige kaders Ooststellingwerf

Landelijke wet- en regelgeving:

1Asbestverwijderingsbesluit 2005

2Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen

3Besluit omgevingsrecht

4Bouwbesluit 2012

5Drank- en horecawet

6Erfgoedwet

7Huisvestingswet 2014

8Regeling Omgevingsrecht

9Vuurwerkbesluit

10Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

11Wet bodembescherming

12Wegenverkeerswet 1994

13Wet milieubeheer

14Wet Natuurbescherming

15Wet op de kansspelen

16Wet ruimtelijke ordening

17Winkeltijdenwet

18Woningwet

19Zondagswet

Provinciale regelgeving

Provinciaal beleid:

1Verordening Ruimte 2014

2Omgevingsanalyse Fryslân (2019)

Gemeentelijke regelgeving

1Afvalstoffenverordening Ooststellingwerf 2014

2Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

3Bestemmingsplannen / beheersverordening

4Bouwverordening Ooststellingwerf 2012

5Erfgoedverordening (2010)

6Legesverordening Ooststellingwerf

7Verordening op de warenmarkt(en) voor de gemeente Ooststellingwerf 2010

8Speelautomatenhallenverordening gemeente Ooststellingwerf 2016

9Verordening Kwaliteit VTH Ooststellingwerf 2019

10Verordening nadere eisen elektronisch bestuurlijk verkeer (2015)

11Verordening op de warenmarkt(en) voor de gemeente Ooststellingwerf 2010

12Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Ooststellingwerf (2010)

13Verordening Winkeltijden Ooststellingwerf 2014

Gemeentelijk beleid

1Antennes en zendmasten beleid Ooststellingwerf (2012)

2Bestemmingsplannen / beheersverordeningen

3Bestuursrechtelijke sancties art. 13B Opiumwet

4Beleidsregels inboedel op straat

5Beleidsregels intrekken omgevingsvergunningen Ooststellingwerf (2013)

6Beleidsregels oplaadinfrastructuur elektrische voertuigen

7Beleidsregel oude onrechtmatige bewoning recreatiewoningen Ooststellingwerf 2012

8Beleid Zonnepaneelvelden Ooststellingwerf

9Besluit Mandaat OWO-VTH Ooststellingwerf (2016)

10Bestuursmandaat Ooststellingwerf 2018

11Collegebesluit Huishoudelijk reglement Bestuurlijk VTH overleg (2018)

12Dienstverleningsovereenkomst BVI-VTH

13Evenementenbeleid Ooststellingwerf 2018

14Evenementen, rekenmethode geluidniveaus muziekinstallaties, v2017-11-03

15Geluidreductieplan industrieterrein Venekoten (2016)

16Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2019

17Integraal Veiligheidsbeleid Ooststellingwerf 2017-2021

18Landelijke handhavingsstrategie (versie 1.7, 24 april 2014)

19Milieubeleidsplan Ooststellingwerf 2010-2016

20Nota Archeologie Ooststellingwerf 2014

21Nota reclamebeleid

22Ontheffingsbeleid voor het verbranden van oogstafval, takken en snoeihout

23Preventie- en handhavingsplan DHW 2015-2019 Ooststellingwerf

24Proces Invordering dwangsom (dec. 2019)

25Reclamebeleid Ooststellingwerf (2010)

26Regeling mandaat, machtiging en volmacht gemeente Ooststellingwerf 2017

27Speelautomatenhallenverordening gemeente Ooststellingwerf 2016

28Uitvoeringsprogramma omgevingswet 2017-2020 Ooststellingwerf

29Verordening kleinschalige verblijfsrecreatie

30Visie Dienstverlening 2019-2022 (2019)

31Welstandsnota Ooststellingwerf

32Werkafspraken bijtincidenten honden (2017)

Bijlage C2 - Wettelijke en beleidsmatige kaders Westststellingwerf

Landelijke wet- en regelgeving:

1Asbestverwijderingsbesluit 2005

2Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen

3Besluit omgevingsrecht

4Bouwbesluit 2012

5Drank- en horecawet

6Erfgoedwet

7Huisvestingswet 2014

8Regeling Omgevingsrecht

9Vuurwerkbesluit

10Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

11Wet bodembescherming

12Wegenverkeerswet 1994

13Wet milieubeheer

14Wet Natuurbescherming

15Wet op de kansspelen

16Wet ruimtelijke ordening

17Winkeltijdenwet

18Woningwet

19Zondagswet

Provinciale regelgeving

Provinciaal beleid:

1Verordening Ruimte 2014

2Omgevingsanalyse Fryslân (2019)

Gemeentelijke regelgeving

1Aanwijzingsbesluit alcoholverbodsgebieden Weststellingwerf 2018

2Afvalstoffenverordening Weststellingwerf 2009

3Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

4Beheersverordeningen

5Bouwverordening Weststellingwerf (2012)

6Erfgoedverordening Weststellingwerf 2017

7Legesverordening Weststellingwerf

8Marktverordening Weststellingwerf 2018

9Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening 2016 Weststellingwerf

10Verordening Kwaliteit VTH Weststellingwerf 2019

11Verordening gebruik camperplaatsen

12Verordening Winkeltijden Weststellingwerf 2014

13Wegsleepverordening Weststellingwerf 2013

Gemeentelijk beleid

1Aanwijzingsbesluit digitaal opkopers register, gemeente Weststellingwerf 2017

2Besluit aanwijzen toezichthouders DHW MB-ALL 2017

3Beleidsregels artikel 13B Opiumwet Weststellingwerf 2016

4Beleidsregel ontheffing artikel 35 DHW gemeente Weststellingwerf (2016)

5Bestemmingsplannen / beheersverordeningen

6Bibob beleidslijn Weststellingwerf 2017

7Collegebesluit Huishoudelijk reglement Bestuurlijk VTH overleg (2018)

8Collegebesluit vaststelling LHS juli 2018

9Communicatievisie 2017-2020

10Dienstverleningsovereenkomst BVI-VTH

11Evenementenbeleid (2016)

12Gemeentelijk Rioleringsplan Weststellingwerf 2016-2020

13Handhavingsarrangementen Bijzondere wetten 2016

14Handleiding schaalvergroting agrarische sector 2011

15Horecaconvenant 2019-2021

16Integraal veiligheidsbeleid

17Investeringskalender 2017-2027

18Klimaatbeleidsplan 2010-2020

19Kwaliteitshandvest dienstverlening 2018

20Landelijke handhavingsstrategie (versie 1.7, 24 april 2014)

21Proces Invordering dwangsom (dec. 2019)

22Mandaatregeling OWO-VTH

23Nadere regels APV voor terrassen en uitstallingen (2014)

24Omgevingsvisie Weststellingwerf (2019)

25Ontwikkelagenda versterking economische structuur (2011)

26Projectplan verduurzaming MKB (2019)

27Rapport MKB/REVA ‘Beleidsvisie versterking kernwinkelapparaat Wolvega’(2010)

28Terrassenbeleid en nadere regels (2012)

29Uitvoeringsplan DHW 2019-2021

30Uitvoeringsregels Evenementen 2017

31Woonvisie Weststellingwerf 2016

32Welstandsnota Weststellingwerf (2004)

Bijlage C3 - Wettelijke en beleidsmatige kaders Opsterland

Landelijke wet- en regelgeving:

1Asbestverwijderingsbesluit 2005

2Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen

3Besluit omgevingsrecht

4Bouwbesluit 2012

5Drank- en horecawet

6Erfgoedwet

7Huisvestingswet 2014

8Regeling Omgevingsrecht

9Vuurwerkbesluit

10Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

11Wet bodembescherming

12Wegenverkeerswet 1994

13Wet milieubeheer

14Wet Natuurbescherming

15Wet op de kansspelen

16Wet ruimtelijke ordening

17Winkeltijdenwet

18Woningwet

19Zondagswet

Provinciale regelgeving

Provinciaal beleid:

1Verordening Ruimte 2014

2Omgevingsanalyse Fryslân (2019)

Gemeentelijke regelgeving

1Afvalstoffenverordening

2Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

3Bestemmings- en beheersplannen

4Bouwverordening

5Brandbeveiligingsverordening (2013)

6Legesverordening Opsterland

7Marktverordening

8Monumentenverordening (2006)

9Parkeerverordening

10Ruimtelijke plannen

11Speelautomatenverordening

12Verordening agrarische geur (2012)

13Verordening Bezwarencommissie (2018)

14Verordening Kwaliteit VTH (PM)

15Winkeltijdenverordening (2014)

16Woonschepenverordening

Gemeentelijk beleid

1Aanwijzing ligplaatsen recreatievaartuigen (2015)

2Aanwijzingsbesluit hinderlijk drankgebruik Opsterland 2015

3Aanwijzingsbesluit camperplaatsen (2018)

4Ambitiedocument Zon Opsterland (2016)

5Beleid jongerencaravans in opsterland (2015)

6Beleidskader parkeren grote voertuigen Opsterland (2007)

7Beleidsregels art. 13b Opiumwet (2018)

8Beleidsregels intrekken bouw- en sloopvergunningen Opsterland (2010)

9Beleidsregels Opsterland Damocles (2018)

10Besluit ondermandaat OWO-VTH 2017

11Bestemmings- en beheersplannen

12Bibob beleidslijn Opsterland (2017)

13Collegebesluit Huishoudelijk reglement Bestuurlijk VTH overleg (2018)

14Dienstverleningsovereenkomst BVI-VTH

15Evaluatie Milieubeleidsplan (2016)

16Evenementenbeleid Opsterland

17Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2015-2020)

18Handhaven overtredingen eigen organisatie (2014)

19Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Opsterland 2015-2019

20Integraal Veiligheidsbeleid Opsterland 2019-2022 (2019)

21Landelijke handhavingsstrategie (versie 1.7, 24 april 2014)

22Proces Invordering dwangsom (dec. 2019)

23Ligplaatsenbeleid (2001)

24Mandaatregeling Opsterland + Tabel mandaatregeling 2018

25MT-besluit mediation bij bezwaarschrift (2017)

26Omgevingsvisie Opsterland 2015-2030 (2015)

27Standplaatsenbeleid (2015)

28Preventie- en handhavingsplan DHW 2019-2022 Opsterland

29Protocol huisuitzettingen (2011)

30Reclame in de openbare ruimte Opsterland (2019)

31Reclamebeleid verkiezingsborden Opsterland (2014)

32Terrassenbeleid Opsterland (2013)

33Welstandsnota

34Werkafspraken bijtincidenten honden (2017)

Bijlage D1 – Uitwerking Preventiestrategie (hoofdstuk 5.1)

Onze preventiestrategie (voorkomen van overtredingen):

‘Voorkomen is beter dan genezen’:

•Communicatie en voorlichting om spontaan naleefgedrag te bevorderen

•Vooroverleg: uitleg regels en mogelijkheden, verkorten afhandeltermijnen

•(Persoonlijk) overleg en buurtbemiddeling om tot oplossingen te komen

•Evaluatiegesprekken na belangrijke activiteiten

De preventiestrategie is gericht op het voorkomen van overtredingen middels communicatie en voorlichting. Daarmee vergroten we de bewustwording. We zetten in op vooroverleg, voorafgaand aan de formele procedures. Daarmee scheppen we helderheid over de haalbaarheid van een initiatief en de benodigde informatie bij een aanvraag. We verwachten daarmee de ‘formele’ afhandeltermijnen te verkorten. We voeren overleg, zijn alert op de ‘vraag achter de vraag’ en zetten zo nodig buurtbemiddeling in (als er onderliggende problemen zijn). Na belangrijke activiteiten voeren we evaluatiegesprekken (relatiebeheer en leereffect voor de volgende keer).

UITWERKING PREVENTIESTRATEGIE

Communicatie en voorlichting

Een bekend gezegde luidt: “Voorkomen is beter dan genezen”. Communicatie met onze inwoners, bedrijven en verenigingen is een wezenlijk onderdeel om onze doelen te bereiken. Via actieve communicatie en voorlichting willen we overtredingen terugdringen en spontaan naleefgedrag bevorderen. Bij projectmatig toezicht wordt de communicatie in het projectplan beschreven. Verder worden specifieke communicatie-acties uitgewerkt in het VTH-jaarprogramma.

Vooroverleg

We zetten in op vooroverleg, voorafgaand aan de formele procedures. om de regels en mogelijkheden uit te leggen. Tijdens vooroverleg lichten we de regels en mogelijkheden toe. De aanvrager krijgt daarmee helderheid over de haalbaarheid van een initiatief (toetsing aan wetgeving, ruimtelijk beleid en welstand) en de benodigde informatie bij de aanvraag. De vergunningverlener is in het vooroverleg naast toetser ook adviseur. Vooroverleg is belangrijker naarmate een initiatief complexer en grootschaliger is. In het vooroverleg kunnen adviezen van de beleidsafdelingen nodig zijn voor de toetsing aan lokaal (ruimtelijk) beleid. Met vooroverleg wordt ook voorkomen dat onnodig vergunningaanvragen en meldingen worden ingediend (vergunningvrij). Hiermee worden (formele) afhandelingstermijnen verkort. Onder de Omgevingswet worden een aantal proceduretermijnen substantieel korter. Er is sprake van ‘termijnen van orde’, dit betekent geen vergunningen van rechtswege meer, maar wel nog de mogelijkheid van in gebreke stellingen. Dit maakt het nog belangrijker om vooroverleg te voeren.

Buurtbemiddeling en (persoonlijk) overleg

We schakelen buurtbemiddeling in als we zelf partij zijn in een zaak of als we geen taak / bevoegdheid hebben. Wij zijn alert op de ‘vraag achter de vraag’. Met persoonlijk overleg proberen we meldingen, klachten en bezwaren op te lossen voordat er juridische procedures nodig zijn. Vervelende beschikkingen kondigen we (telefonisch) aan.

Evaluatiegesprekken na belangrijke activiteiten

Na belangrijke activiteiten voeren we evaluatiegesprekken (bijvoorbeeld na grote evenementen of na uitvoering van een project). Hiermee houden we een goed contact met de initiatiefnemers en trekken we gezamenlijke conclusies voor vervolgtrajecten.

Bijlage D2 – Uitwerking Vergunningenstrategie (hoofdstuk 5.2)

Onze vergunningenstrategie (reguleren van activiteiten):

•Voldoen aan termijnen door vooroverleg en monitoring adviestermijnen

•Integraal toetsen, alert op ondermijning

•Risicogericht toetsen

•Vaste toetsingskaders

•Handhaafbaarheidstoets en actieve overdracht vergunningsdossier

•Actuele vergunningen, intrekken niet gebruikte omgevingsvergunningen

•Juridische kwaliteitstoets

•Werkprocessen digitaal en geborgd in Squit XO

Om te voldoen aan de formele afhandeltermijnen, zetten we in op vooroverleg. In de formele procedures hanteren we de eisen van ontvankelijkheid strikter (juiste informatie en op tijd), maar wel met oog voor de verschillende belangen. We monitoren de adviestermijnen van onze in- en externe adviseurs.

Bij binnenkomst van de aanvraag bekijken we welke wetgeving en beleidskaders van toepassing zijn en ‘wie we nodig hebben tijdens de procedure’. We zijn alert op ondermijning en passen waar nodig de Bibob-toets toe. Ook toetsen we of de activiteit op andermans of gemeentegrond plaatsvindt. De diepgang van toetsing is afhankelijk van de risico’s. Veiligheid is belangrijk. Bij de complexere vergunningen, afwijkende gevallen en bijzondere situaties doen we een juridische toets en een handhaafbaarheidstoets en dragen het dossier na vergunningverlening actief over aan de toezichthouder.

Tijdens de controles (gebruiksfase) toetsen we ook de actualiteit van de vergunning. Voor niet gebruikte omgevingsvergunningen starten we in principe de procedure tot intrekking van de vergunning. Rechterlijke uitspraken volgen we op. We evalueren deze uitspraken en de jurisprudentie en leggen zo nodig de wijzigingen in onze digitale werkprocessen vast. We gebruiken de algemeen aanvaarde en (landelijk) ontwikkelde hulpmiddelen zoals leidraden, toolboxen e.d.

UITWERKING VERGUNNINGENSTRATEGIE

Voldoen aan termijnen

Voor veel vergunningsaanvragen gelden op dit moment wettelijke termijnen waarbinnen de gemeente een besluit moet nemen. Overschrijding van deze termijnen kan leiden tot vergunningen van rechtswege of in gebreke stellingen. Overschrijding van termijnen wordt soms veroorzaakt door de onvolledigheid van aanvragen (het niet voldoen aan de indieningsvereisten), soms ook door trage levering van adviezen door onze in- en externe adviseurs. Vanuit klantvriendelijkheid kiezen we er dan voor om in dergelijke gevallen de ‘procedure te laten doorlopen’ om een weigering of buiten behandeling laten van de vergunning te voorkomen. We willen daarom inzetten op vooroverleg. Tegelijkertijd willen we omwille van de tijdigheid in de formele procedures (na indienen aanvraag) wat strikter worden en zo weinig mogelijk gebruik maken van de mogelijkheid tot verlenging van de termijn. Ook gaan we adviestermijnen monitoren.

Integraal toetsen, alert op ondermijning

Een ingediende aanvraag / verzoek komt binnen bij de casemanager. Bij de ‘intake’ bekijken we welke besluiten en meldingen nodig zijn voor het initiatief, welke beleidskaders van toepassing zijn, welke adviseurs en samenwerkingspartners betrokken moeten worden en of er een Bibob-toets

7De Bibob-toets Is geen basistaak (art. 7.1 lid 2) en ligt daarmee, ook voor de basistaakinrichtingen, bij de gemeente zelf en niet bij de FUMO.

nodig is. Bij vermoeden van ondermijning wordt waar mogelijk en nodig de Bibob-toets ingezet, desnoods gemotiveerd afwijkend van ons Bibob-beleid. De exploitatievergunning voor horeca-inrichtingen kan een bruikbaar instrument zijn om ondermijning tegen te gaan, omdat de Bibob-toets hierop van toepassing is.

Omgevingsaanvragen bouw en ruimtelijke ordening worden waar nodig afgestemd met de afdelingen Beleid. Afhankelijk van de complexiteit, maatschappelijke context en naleefgedrag wordt bepaald welk soort voorschriften nodig zijn. Principeverzoeken worden afgedaan door de beleidsafdelingen en geven duidelijkheid of er bestuurlijke intentie is om mee te werken aan een bestemmingswijziging.

Integraliteit is niet altijd wettelijk geregeld. Zo is strijdigheid met het bestemmingsplan helaas geen weigeringsgrond voor de Drank- en horecawet (DHW); we verlenen de vergunning dan met de uitdrukkelijke vermelding dat de vergunning niet gebruikt mag worden in strijd met het bestemmingsplan. Er is geen automatische weigeringsgrond voor aangevraagde activiteiten op andermans grond of gemeentegrond, maar hier wordt wel naar gekeken om problemen te voorkomen.

Risicogericht toetsen

De diepgang van de toetsing van aanvragen is afhankelijk van de risico’s van de gevraagde activiteiten. Voor het beoordelen van aanvragen wordt een integraal toetsingsprotocol opgesteld waarin, afhankelijk van de risico’s en het naleefgedrag, verschillende toetsingsniveaus zijn gehanteerd. Veiligheid is belangrijk, denk bijvoorbeeld aan constructieve veiligheid en brandveiligheid. Constructieberekeningen van complexere bouwwerken worden getoetst door een extern bureau. Waar nodig, adviseert de Veiligheidsregio Fryslân over brandveiligheidsaspecten.

Vaste toetsingskaders

Voor het behandelen en beoordelen van aanvragen hanteren wij vaste toetsingskaders. Deze kaders komen voort uit de wet- en regelgeving en ons vastgestelde beleid. Zie bijlage C1 t/m C3 Beleidsinventarisaties. Elke aanvraag om omgevingsvergunning wordt getoetst aan de gemeentelijke beleidskaders en regelgeving.

De beleidsafdelingen adviseren over binnen- en buitenplanse afwijkingsmogelijkheden.

Handhaafbaarheidstoets, actieve overdracht vergunning naar toezicht en handhaving

Een goede vergunning verkleint het risico op latere problemen bij het toezicht en de handhaving op de naleving van de vergunning. Daarom doen we (steekproefsgewijs) een handhaafbaarheidstoets, met name in de complexere gevallen met maatwerkvoorschriften.

Bij de complexere vergunningen, afwijkende gevallen en bijzondere situaties wordt het vergunningsdossier actief overgedragen naar de toezichthouder (tekst en uitleg en aandachtspunten voor toezicht).

Actuele vergunningen, intrekking

Vergunningen voor activiteiten met een beheer- of gebruiksfase worden periodiek getoetst op actualiteit. Voor milieuvergunningen ligt deze taak bij de FUMO. Voor vergunningen brandveilig gebruik en de Drank- en horecawetvergunningen wordt de actualiteitstoets meegenomen in de periodieke controles.

Voor niet gebruikte omgevingsvergunningen starten we in principe de procedure tot intrekking van de vergunning. De gemeente wil daarmee voorkomen dat bouwwerken op grond van ‘oude bouwregels’ worden gebouwd en dat ‘slapende’ vergunningen en nieuwe ontwikkelingen strijdig met elkaar zijn / worden.

Juridische kwaliteit

Rechtszekerheid voor inwoners en bedrijven is van groot belang. We streven naar vergunningen die helder, duidelijk en niet voor meerdere uitleg vatbaar zijn en daardoor de rechterlijke toets kunnen doorstaan. Rechterlijke uitspraken volgen we op. We evalueren deze uitspraken en de jurisprudentie en leggen zo nodig de wijzigingen in onze digitale werkprocessen vast. We gebruiken de algemeen aanvaarde en (landelijk) ontwikkelde hulpmiddelen zoals leidraden, toolboxen e.d.

Werkprocessen digitaal en geborgd in VTH-vakapplicatie

De werkprocessen zijn vastgelegd in de VTH-vakapplicatie Squit XO en Squit2go (toezicht). De procedures en aanlevertermijnen van onze interne adviseurs (groen, ruimtelijke ordening) en externe adviseurs (FUMO, VRF) worden in dit systeem bijgehouden. We streven naar verdere digitalisering van werkprocessen.

Bijlage D3 – Uitwerking Toezichtstrategie (Hoofdstuk 5.3)

Onze toezichtstrategie (controleren van activiteiten):

‘Vriendelijk waar het kan, streng waar het moet’ ‘Minder toezicht waar mogelijk – Meer toezicht waar nodig’

‘Toezicht op basis van prioriteiten’

•Integraal toezicht in samenwerking

•Legalisatietoets voordat handhaving wordt ingezet

•Buurtbemiddeling / mediation

•Preventief toezicht om overtredingen en illegale activiteiten op te sporen

•Risicogericht toezicht, alert op ondermijning

•Afhandeling meldingen, klachten en verzoeken om handhaving

Door het houden van toezicht, sporen we overtredingen en illegale activiteiten op. We gaan ervan uit dat van het houden van toezicht een preventieve werking uit gaat en dat we in de meeste gevallen op een vriendelijke manier tot oplossingen komen. Lukt dat niet, dan ‘pakken we door’.

We houden integraal en risicogericht toezicht en werken daarbij samen met onze handhavingspartners. Prioriteit bepaalt de intensiteit van het toezicht. Hoe hoger de prioriteit, hoe hoger de controlefrequentie en hoe diepgaander en gedetailleerder de controle.

We zijn alert op ondermijning en sociale problematiek. Als we een overtreding constateren, gaan we eerst na of de overtreding te legaliseren is. Als dat het geval is, en de initiatiefnemer wil hieraan meewerken, dan kan het verdere handhavingstraject hierop worden afgestemd. Als het vermoeden bestaat dat achter een overtreding een andere problematiek zit (bijvoorbeeld een burenruzie), wijzen we actief op de mogelijkheden van buurtbemiddeling of mediation.

We voeren preventief toezicht uit op verleende vergunningen, meldingen en andere toestemmingen. Voor de uitvoering van periodieke controles op de regels voor milieu, Drank- en horecawet en brandveiligheid (gebruiksfase) hanteren we als leidraad vaste controlefrequenties. Deze passen we aan als het risico of het naleefgedrag dit nodig maken. We hebben toezichthouders die tevens Boa (domein II) zijn. We willen ons toezicht verder ontwikkelen en gerichter inzetten op risico’s en slecht naleefgedrag, bijvoorbeeld door controles thema-gewijs of projectmatig uit te voeren.

Onze toezichthouders openbare ruimte zijn ook Boa (domein I) en houden toezicht op basis van eigen waarnemingen en binnenkomende meldingen / klachten. Een risicoanalyse van de meldingen / klachten is belangrijk om te borgen dat de aandacht naar ‘de juiste gevallen’ gaat. Een helder Meldingenprotocol Fysieke ruimtelijke leefomgeving kan daarbij helpen, evenals kwaliteitsmetingen openbare ruimte (bijvoorbeeld de metingen dorpsspiegels) en de toezichtvraag vanuit de beleidsafdelingen van de moederorganisaties. Op anonieme meldingen wordt in beginsel niet gereageerd, tenzij er veiligheidsaspecten aan de orde zijn.

UITWERKING TOEZICHTSTRATEGIE

Van de controle maken we een rapport. De rapportage en briefwisseling wordt in de VTH-vakapplicatie Squit bijgehouden. Ook het aantal en soort overtredingen wordt in Squit bijgehouden. We gaan ervan uit dat van het houden van toezicht een preventieve werking uit gaat. Overtredingen kunnen daarmee mogelijk worden voorkomen en in de praktijk blijkt dat in veel gevallen met een waarschuwing en het maken van afspraken overtredingen snel worden verholpen en verdere handhaving niet nodig is. Ook hierbij is onze dienstverlening erop gericht om op een klantvriendelijke manier tot een oplossing te komen. We gebruiken de algemeen aanvaarde en (landelijk) ontwikkelde hulpmiddelen zoals leidraden, toolboxen e.d.

Integraal toezicht

We voeren waar mogelijk integraal toezicht uit. Dit betekent dat tijdens een controle wordt gecontroleerd op alle regelgeving die van toepassing is. Hiertoe controleren onze toezichthouders zoveel mogelijk met elkaar (ook met handhavingspartners), voor elkaar (ook voor partners) of na elkaar. Het uitgangspunt is dat er zo min mogelijk (administratieve) lasten zijn voor inwoners, bedrijven en verenigingen.

Tijdens controles geven de toezichthouders voorlichting over de geldende regels. De controle-resultaten worden bijgehouden in de VTH-vakapplicatie.

We hebben de toezichthouders van het Wetterskip Fryslân aangewezen als toezichthouder zodat zij in voorkomende gevallen voor ons bepaalde aspectcontroles uit kunnen voeren (bijvoorbeeld erfafspoeling agrarische bedrijven). Ditzelfde geldt voor de toezichthouders van de Veiligheidsregio Fryslân, die bepaalde brandveiligheidscontroles voor ons uitvoeren.

In voorkomende gevallen doen we gezamenlijke controles met één of meer handhavingspartners, als er meerdere handhavingsaspecten aan de orde zijn.

Bij periodieke controles milieu, Drank- en horecawet of brandveilig gebruik worden andere aspecten waar mogelijk meegenomen, bijvoorbeeld gokautomaten, evenementen.

We zijn alert op sociale problematiek en houden daarbij contact met onze vaste aanspreekpunten bij het sociaal domein (illegale bewoning recreatiewoningen, verwaarlozing e.d.).

Legalisatietoets

Als een overtreding wordt geconstateerd, wordt eerst nagegaan of de overtreding te legaliseren is. Als dat het geval is, en de initiatiefnemer is hiertoe genegen (bijvoorbeeld indienen vergunningaanvraag), dan kan het verdere handhavingstraject hierop worden afgestemd.

Buurtbemiddeling, mediation

Als het vermoeden bestaat dat achter een overtreding een andere problematiek zit (bijvoorbeeld een burenruzie), wijzen we actief op de mogelijkheden van buurtbemiddeling of mediation. We willen hiermee voorkomen dat we partij worden in onderlinge conflicten en dat we tijd moeten besteden aan zaken met lage prioriteit en/of waar we geen bevoegdheden hebben (bijvoorbeeld privaatrechtelijke geschillen). Natuurlijk nemen we onze verantwoordelijkheid bij overtredingen met impact op de leefomgeving.

Preventief toezicht

We voeren preventief toezicht uit:

–toezicht op verleende beschikkingen (vergunningen, meldingen, ontheffingen etc.). Verleende vergunningen/meldingen/ontheffingen etc. worden, waar mogelijk, integraal gecontroleerd op basis van een controlefrequentie die recht doet aan de risico’s;

–periodieke controles op de regels voor milieu, Drank- en horecawet en brandveiligheid (gebruiksfase);

–gebiedsgericht toezicht in de openbare ruimte (Boa’s maar ook de andere toezichthouders, ‘op weg naar’);

–thematisch / projectmatig toezicht.

Preventief toezicht vindt zowel aangekondigd (op afspraak) als onaangekondigd plaats. In incidentele gevallen houden we toezicht op basis van een uitgewerkt toezichtplan.

Risicogericht toezicht, alert op ondermijning

‘Toezicht daar waar de risico’s het grootst zijn of het naleefgedrag slecht’

‘Minder toezicht waar dat kan – meer waar dat nodig is’

‘Toezicht op basis van prioriteiten’

Om risicogericht te kunnen werken en het toezicht te kunnen richten op de situaties waar het naleefgedrag slecht is en/of de risico’s hoog zijn, is een probleem- en risicoanalyse uitgevoerd. Deze is beschreven in hoofdstuk 4. Alle VTH-taken zijn ‘gescoord’ en hebben een lage, gemiddelde of hoge prioriteit.

De prioritering bepaalt de intensiteit van het toezicht. Voorop staat dat we op alle prioriteiten toezicht houden. De intensiteit en diepgang van het toezicht zijn echter verschillend, zie onderstaande tabel.

Prioriteit

Soort toezicht

Hoge prioriteit

Het toezicht op de naleving van de regels vindt actief, intensiever (hogere frequentie) en diepgaander plaats (hoger detailniveau, alle aspecten) en kan ook projectmatig worden opgepakt.

Gemiddelde prioriteit

Het toezicht vindt minder intensief maar wel regulier plaats. Toezicht kan ook steekproefsgewijs of gebiedsgericht plaatsvinden.

Lage prioriteit

Het toezicht vindt niet actief plaats. In principe wordt alleen naar aanleiding van meldingen / klachten of handhavingsverzoeken toegezien op de naleving van de regels (piepsysteem). Toezicht wordt ook projectmatig uitgevoerd (bijvoorbeeld gericht op bepaalde aspecten).

De uitwerking van de toezichtactiviteiten vindt plaats in het VTH-jaarprogramma, waarbij de evaluatie uit het VTH-jaarverslag input vormt. Voor periodieke controles in de gebruiksfase (milieu, brandveilig gebruik, drank- en horeca-inrichtingen) gelden de hieronder vermelde controlefrequenties als leidraad. Verdere uitwerking vindt waar nodig plaats in een nog op te stellen toetsings- en toezichtprotocol. Bij acute hinderlijke, gevaarlijke en/of spoedeisende situaties wordt direct opgetreden.

Toezicht bouw en sloop

Bij het toezicht op omgevingsvergunningen bouw worden controles uitgevoerd tijdens het bouwproces en soms bij de oplevering (m.n. in complexere gevallen en/of indien sprake is brandveiligheidsaspecten). Op basis van de risico’s wordt de frequentie en diepgang van het toezicht bepaald. Eén en ander wordt verder uitgewerkt in een integraal toezichtprotocol.

Veiligheidsaspecten zijn belangrijk (constructie, brandveiligheid). Bij weigering van vergunningen wordt ingeschat welk toezicht nodig is om illegale activiteiten te voorkomen.

Controle op sloopmeldingen is met name aan de orde als er asbest vrijkomt; deze sloopmeldingen worden vanaf 1-1-2020 getoetst en gecontroleerd door de FUMO (basistaak).

Het toezicht op de vergunningsvrije bouw en bestaande bouw vindt plaats aan de hand van meldingen / klachten, eigen waarnemingen en andere aanwijzingen voor risico’s (bijvoorbeeld wijziging gebruik of incidenten elders).

Toezicht milieu

Op basis van de risico’s is aan alle inrichtingen / activiteiten een milieucategorie en gemiddelde controlefrequentie toegekend, die als leidraad wordt gebruikt voor het uitvoeren van de periodieke controles. Zie onderstaande tabel. Er heeft harmonisatie binnen OWO plaatsgevonden. De controlefrequentie voor de lichtere bedrijvigheid is omlaag gebracht. Daarmee wordt capaciteit vrijgespeeld om meer op basis van steekproeven en thema’s toezicht te gaan houden en het risicogerichte toezicht verder te ontwikkelen. Bij slecht naleefgedrag wordt de inrichting, ongeacht de controlefrequentie, het volgende jaar weer gecontroleerd. Bij goed naleefgedrag kan de controlefrequentie omlaag bijgesteld worden (bonus-malus systeem). Voor de basistaak-inrichtingen voert de FUMO het milieutoezicht uit (zo’n 420 inrichtingen binnen OWO). Voor de overige inrichtingen wordt het toezicht door OWO-VTH uitgevoerd.

Milieucategorie

1

(licht)

2

(gemiddeld)

3

(middelzwaar)

4

(zwaar)

Totaal

Totaal inrichtingen OWO

871

1937

398

80

3286

8Aantallen o.b.v. VTH-jaarprogramma 2019

Controlefrequentie

0%

10%

25%

100%

Toelichting

piepsysteem (via meldingen / klachten / incidenten)

obv steekproef, thema’s (wel integrale controles)

eens per 4 jaar, bijstelling ogv naleef-gedrag

eens per jaar

gemiddeld aantal integrale controles/ jaar

(exclusief hercontroles)

190

100

80

370

uitvoering door FUMO

70

uitvoering door OWO

300

Toezicht brandveiligheid

Het toezicht op brandveiligheidseisen in de bestaande bouw vindt periodiek plaats voor de grotere, relevante gebouwen waar veel personen verblijven of waar sprake is van nachtverblijf of verblijf minder redzame personen. Het betreft zo’n 160-200 gebouwen per gemeente. Het toezicht wordt deels door de Veiligheidsregio Fryslân en deels door onszelf uitgevoerd. Als leidraad voor deze periodieke controles worden de onderstaande controlefrequenties gehanteerd. Deze controlefrequentie komt overeen met de systematiek van de Veiligheidsregio Fryslân. Jaarlijks komt dit neer op gemiddeld zo’n 50-70 controles per gemeente.

Prioriteit gebouw

1(zeer hoog)

2(hoog)

3(gemid-deld)

4(beperkt)

5(zeer laag)

Totaal

Totaal OWO

134

39

18

95

256

542

Controlefrequentie

100%

50%

33%

25%

0%

Toelichting

Eens per jaar

Eens per 2 jaar

Eens per 3 jaar

Eens per 4 jaar

Piepsysteem

Gemiddeld aantal controles

134

20

6

24

0

183

Toezicht Drank- en horecawet (DHW) en evenementen

De gemeentelijke Preventie- en Handhavingsplannen vormen een belangrijk kader voor de toezichtactiviteiten. Jaarlijks wordt in nauw overleg met de beleidsafdelingen een uitvoeringsprogramma DHW en evenementen opgesteld en dat wordt opgenomen in het VTH-jaarprogramma.

Tijdens de verlening van een DHW-vergunning wordt gecontroleerd op de inrichtingseisen (ventilatie, oppervlakte e.d.). Het niet voldoen aan de inrichtingseisen is namelijk een weigeringsgrond voor de vergunning. Verder vinden periodieke controles plaats bij de inrichtingen Drank- en horecawet. Als leidraad wordt de onderstaande controlefrequentie gehanteerd.

aantal inrichtingen

controlefrequentie

aantal controles gemiddeld

Totaal inrichtingen OWO

321

25%

(eens per 4 jaar)

80

Deze controles worden waar mogelijk gecombineerd met de periodieke milieucontroles bij deze bedrijven, gokautomaten e.d.

Toezicht op evenementen vindt steekproefsgewijs plaats. In het VTH-jaarprogramma wordt capaciteit geraamd. De keuze van te controleren evenementen vindt jaarlijks plaats op basis van een risico-inschatting, waarbij het soort evenement, aantal bezoekers, omgeving, het naleefgedrag en overlastervaringen van voorgaande jaren een rol spelen.

Leeftijdscontroles worden uitgevoerd bij zowel evenementen als inrichtingen. Deze leeftijdscontroles worden gedeeltelijk uitbesteed aan een extern bureau, die Boa’s in dienst heeft. Wij hebben deze Boa’s aangewezen als toezichthouder.

Toezicht APV / openbare ruimte

Voor het toezicht op de APV-bepalingen en/of de openbare ruimte, zijn er Boa’s domein I voor het OWO-grondgebied. Toezicht vindt plaats op basis van eigen waarnemingen van de Boa en op basis van meldingen / klachten, die telefonisch of via de digitale meldsystemen binnenkomen. Een risicoanalyse van de meldingen / klachten is belangrijk om te borgen dat de aandacht naar ‘de juiste gevallen’ gaat. Afspraken met de klantencontactcentra over de intake van deze meldingen is van belang (voldoende informatie, simpele gevallen meteen telefonisch afdoen door KCC), dit wordt geborgd middels een actueel protocol Meldingen fysieke ruimtelijke leefomgeving. Evaluatie en inzet vindt plaats o.a. op basis van metingen van de kwaliteit openbare ruimte

9Metingen kwaliteit openbare ruimte (bijvoorbeeld de dorpsspiegels in Opsterland)

en de jaarlijkse toezichtvraag vanuit de beleidsafdelingen van de moederorganisaties (bijvoorbeeld parkeren, afval, reclame e.d.).

Eén Boa domein I is in dienst bij en werkt voor Ooststellingwerf, maar draait verder mee met de afdeling OWO-VTH..

Afhandeling meldingen / klachten / verzoeken om handhaving

We voeren toezicht uit naar aanleiding van meldingen en klachten over de leefomgeving, verzoeken om handhaving e.d. We hanteren daarbij de uitgangspunten van de Ombudsman en ons Meldingenprotocol Leefomgeving.

Uitgangspunten Ombudsman

Bij het afdoen van meldingen, klachten en verzoeken om handhaving onderschrijven wij de uitgangspunten en richtlijnen die de Nationale Ombudsman hierover heeft vastgelegd in het rapport van 2017 ‘De kunst van het handhaven’. De belangrijkste aandachtspunten daarbij zijn:

1Houd het perspectief van de burger in het oog:

De gemeente is zich bewust van het perspectief van de burger die om handhaving verzoekt en stemt haar informatieverstrekking over het handhavingstraject hierop af;

2Handel oplossingsgericht:

De gemeente neemt zo snel mogelijk persoonlijk contact op en spant zich in voor een snelle en informele oplossing;

3Wees transparant en voortvarend:

De gemeente informeert de burger die om handhaving verzoekt over de aanpak en het verloop van het traject en hoe zij de betrokken belangen weegt. Zij werkt snel en slagvaardig. Als de gemeente van standpunt verandert, laat ze dat weten.

Meldingenprotocol fysieke ruimtelijke leefomgeving

De afhandeling van meldingen en klachten is belangrijk en heeft prioriteit. Dit draagt bij aan de veiligheid, ruimtelijke kwaliteit en een prettige leefomgeving. De mogelijkheid om digitaal meldingen in te dienen worden steeds groter, daarmee wordt de drempel om een melding / klacht in te dienen lager. Om onze beschikbare capaciteit in te kunnen blijven zetten op de ‘juiste gevallen’, wordt de de aard en ernst van de melding / klacht onderzocht en gerelateerd aan de VTH-prioriteiten. Niet alle klachten resulteren in een controle.

Op anonieme meldingen wordt in beginsel niet gereageerd, tenzij er veiligheidsaspecten aan de orde zijn. In het Meldingenprotocol Leefomgeving zijn duidelijke afspraken gemaakt met de klantencontactcentra van de drie moederorganisaties over de intake van meldingen en het afdoen van ‘simpele, veel voorkomende meldingen’. Meldingen en klachten van overlast in het fysieke / ruimtelijke domein kunnen 24/7 via de website en/of andere digitale meldsystemen van de gemeente gemeld worden

10Digitale meldsysteem Opsterland: Melddesk. Ooststellingwerf: Verbeter-de-buurt-app

en tijdens kantooruren ook via een daarvoor bestemd telefoonnummer van de gemeente. Het formulier op de website ondersteunt een voortvarende afhandeling (gerichte vragen naar informatie, snel doorgeleiden naar verantwoordelijke ambtenaar). Er wordt actief met de melder afgestemd of er sprake is van een melding / klacht of een ingediend handhavingsverzoek.

Bijlage D4 – Uitwerking Handhavingsstrategie (hoofdstuk 5.4)

Onze handhavingsstrategie (optreden tegen overtredingen):

‘Consequent en vasthoudend’

‘Handhaving als logisch sluitstuk’

•Landelijke handhavingsstrategie (LHS) wordt toegepast voor alle VTH-taken

•We voeren strafrechtelijke handhaving met onze eigen Boa’s uit of werken samen op basis van de Friese afspraken ‘Functionele Boa-structuur’

•We passen de Leidraad hoogte dwangsom en lengte begunstigingstermijnen toe

•Er vindt invordering plaats van verbeurde dwangsommen

De handhavingsstrategie is primair gericht op het optreden tegen overtredingen en het beëindigen van illegale situaties. Als legalisatie niet mogelijk is, wordt de verdere handhavingsaanpak bepaald. Dit gebeurt op basis van risico’s, naleefgedrag en prioriteit, maar ook andere mogelijkheden van aanpak (buurtbemiddeling, extra tijd gunnen) worden bekeken. Als het toezicht niet tot oplossingen leidt, dan is handhaving een (logisch) sluitstuk. Een eenmaal ingezet handhavingstraject wordt doorgezet tot de overtreding is beëindigd en sancties worden geëffectueerd. Consequent en vasthoudend optreden is nodig om reden van geloofwaardigheid. Bovendien gaat hier een preventieve werking van uit naar derden. Daarom zijn hercontroles belangrijk. We houden daarbij echter altijd in het achterhoofd dat elk handhavingstraject ook maatwerk is!

We hanteren de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) voor ons gehele VTH-takenpakket. Daarmee sluiten we aan bij de rest van Nederland: vergelijkbare situaties  vergelijkbare keuzes. Het principe van de LHS is dat elke overtreding wordt ‘ingeschaald’ op basis van de ernst en het risico van de overtreding en het gedrag van de overtreder. Vervolgens wordt gemotiveerd gekozen voor bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke vervolgstappen. De strafrechtelijke handhaving voeren we uit met onze eigen Boa’s domein II of in samenwerking met andere Friese gemeenten of de FUMO volgens de Friese afspraken ‘Functionele Boa-structuur’. We gaan de LHS verder implementeren in onze werkwijze en digitale werkprocessen.

Bij de bestuursrechtelijke handhaving hanteren we de Leidraad hoogte dwangsommen en lengte begunstigingstermijnen van Infomil als uitgangspunt. We overwegen de inzet van het instrument ‘bestuurlijke boete’ bij Drank- en Horecawetzaken. Bij invordering (bijvoorbeeld van dwangsommen) werken we conform een protocol samen met onze afdelingen OWO-BVI en OWO-FA.

UITWERKING HANDHAVINGSSTRATEGIE

Bij elke geconstateerde overtreding wordt een afweging gemaakt of en hoe het verdere handhavingstraject wordt ingezet. Is legalisatie niet mogelijk dan kan het nodig zijn dat er gebruik wordt gemaakt van dwangmiddelen om de overtreding te beëindigen. Tegen geconstateerde overtredingen kan zowel bestuursrechtelijk (gemeente) als strafrechtelijk (buitengewoon opsporingsambtenaar/politie/Openbaar Ministerie) worden opgetreden.

Incidenteel kan er privaatrechtelijk worden opgetreden, bijvoorbeeld als het gaat om illegaal gebruik van gemeentegrond of om de naleving van voorwaarden bij een verkoopovereenkomst e.d.

In die gevallen ligt het primaat bij (de juristen van) de drie moederorganisaties.

Bij het bepalen van het verdere handhavingstraject, worden de risico’s, naleefgedrag, prioriteit, maar ook andere mogelijkheden van aanpak (buurtbemiddeling, extra tijd gunnen) bekeken en waar mogelijk ingezet. Handhaving is pas aan de orde in die gevallen dat het (informele) voortraject niet tot de gewenste oplossing heeft geleid en / of de overtreder niet bereid is om mee te werken aan een mogelijke oplossing. In dat geval wordt (logischerwijs) overgegaan tot het (formele) handhavingstraject. Een eenmaal ingezet handhavingstraject wordt doorgezet tot de overtreding is beëindigd en sancties worden geëffectueerd. Consequent en vasthoudend optreden is nodig om reden van geloofwaardigheid. Bovendien gaat hier een preventieve werking van uit naar derden. We houden daarbij echter altijd in het achterhoofd dat elk handhavingstraject ook maatwerk is!

Landelijke Handhavingsstrategie (LHS)

Voor onze handhavingsstrategie, sluiten we aan bij de Landelijke Handhaving Strategie (LHS). Deze is vastgesteld in de drie colleges

11Vastgesteld door de colleges van B&W in Weststellingwerf (6-7-2018), Ooststellingwerf (21-1-2016)) en Opsterland (10-7-2018)).

. Alhoewel de LHS ontwikkeld is voor de Wabo, hanteren wij de systematiek over de volle breedte van ons VTH-takenpakket.

De kern van de landelijke handhavingsstrategie is de ‘interventiematrix’. Dit is een blokkenschema waarin op basis van 1. de ernst van de overtreding en 2. het gedrag van de overtreder, passende bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke instrumenten worden benoemd. Uitgaande van de interventiematrix, wordt afgewogen welke (combinatie van) sancties het meest doeltreffend is om een overtreding te beëindigen. Met deze strategie kunnen toezichthouders in Nederland in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes maken en interventies op vergelijkbare wijze kiezen en toepassen.

Het toepassen van de LHS vindt plaats met behulp van de onderstaande interventiematrix en een vast stappenplan. Startpunt van het stappenplan is een tijdens het toezicht gedane bevinding.

Stappenplan LHS:

1Plaats de bevinding in de interventiematrix;

2Bepaal of sprake is van verzwarende aspecten;

3Onderzoek samenwerking bestuur, politie en Openbaar Ministerie

4Optreden met toepassing van de interventiematrix;

5Vastlegging.

Stap 1: Plaats de bevinding in de interventiematrix

Aan de hand van het gedrag van de overtreder en de (mogelijke) gevolgen van de overtreding, wordt de uitgangspositie in de interventiematrix bepaald.

Stap 2: Bepaal of sprake is van verzwarende aspecten

Vervolgens bepaalt de toezichthouder of er verzachtende factoren (bijvoorbeeld legalisatie) dan wel verzwarende factoren zijn (zoals bijvoorbeeld recidive), waardoor de overtreding een trede lager of hoger in de matrix terecht kan komen.

Stap 3: Bepaal of overleg met politie en OM noodzakelijk is

Indien een overtreding in het midden- of zware segment is gepositioneerd, stelt de LHS dat overleg met de strafrechtpartner plaatsvindt om te bepalen of alleen bestuursrecht of alleen strafrecht of bestuurs- en strafrechtelijk wordt opgetreden.

Stap 4: Optreden met toepassing van de interventiematrix

De LHS gaat uit van het principe zo licht mogelijk starten met interveniëren gericht op herstel en het vervolgens snel inzetten van zwaardere interventies als naleving uitblijft.

Stap 5: Vastlegging

De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden verifieerbaar en transparant vastgelegd in een rapportage en in Squit XO.

Gebruikte afkortingen:

•BSBm: bestuurlijke strafbeschikking milieu

•PV: proces-verbaal (op te stellen door een Boa, afhandeling door OM

•LOB: last onder bestuursdwang

•LOD: last onder dwangsom

Afwijken van de handhavingsstrategie is mogelijk als dat nodig of beter is voor het bereiken van het doel: het beëindigen van de overtreding. Dit moet wel gemotiveerd worden.

De LHS wordt verder geïmplementeerd in onze werkwijze en onze format rapportages in Squit.

Stappenplan handhavingsstrategie bestuursrechtelijk traject, link met LHS

Het aantal stappen in het bestuursrechtelijke traject is afhankelijk van de ‘inschaling’ van de overtreding in de interventiematrix:

Uitvoering hercontroles is belangrijk

De opvolging van termijnen, die zijn gesteld om overtredingen ongedaan te maken, is belangrijk. Het voortduren van een overtreding is namelijk ongewenst en komt de geloofwaardigheid van een handhavingstraject niet ten goede. Daarom worden hercontroles uitgevoerd kort na afloop van de gestelde (begunstigings)termijnen.

Leidraad hoogte dwangsommen en lengte begunstigingstermijnen

De meest voorkomende bestuursrechtelijke handhavingsbeschikking is de dwangsombeschikking. De gemeente heeft bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom en het maximum van het te verbeuren bedrag een ruime mate van beleidsvrijheid. De gemeente bepaalt ook zelf de begunstigingstermijn, dit is de tijd die de overtreder krijgt om de overtreding te beëindigen. Om transparant te zijn en willekeur tegen te gaan, hanteren we de landelijke Leidraad dwangsombedragen en begunstigingstermijnen’ van Infomil

12Zie www.infomil.nl . De leidraad gaat weliswaar alleen in op Wabo-gerelateerde overtredingen, maar we gebruiken deze naar analogie ook voor overtredingen APV, bijzondere wetten e.d.

.

De genoemde bedragen zijn een algemene richtlijn. In de handhavingsbeschikking wordt de hoogte van de dwangsom en de lengte van de begunstigingstermijn gemotiveerd. Afhankelijk van de overtredingssituatie, kan gemotiveerd worden afgeweken van de genoemde bedragen.

Bestuurlijke boete

De bestuurlijke boete kan worden toegepast bij de Drank- en Horecawet en kan meerwaarde hebben als bestuursrechtelijk ‘lik-op-stuk’ instrument.

Toepassing strafrecht, werkwijze Boa’s domein I en II

De strafrechtelijke handhaving, voortvloeiend uit de systematiek van de LHS, voeren we uit met onze eigen Boa’s domein II dan wel in samenwerking met onze buurgemeenten dan wel de FUMO.

Binnen Fryslân hanteren we de afspraken ‘Functionele Boa-structuur’ (2019). Daarnaast hebben we Boa’s domein I. Eén Boa domein I is in dienst bij Ooststellingwerf en werkt voor Ooststellingwerf, maar draait wel mee met afdeling OWO-VTH. Binnen OWO hebben we samenwerkingsafspraken waarmee geregeld is dat al onze Boa’s op het hele OWO-grondgebied mogen optreden.

Invordering

Na het verlopen van de begunstigingstermijn uit de dwangsombeschikking is de opgelegde dwangsom van rechtswege verbeurd. Er wordt een invorderingsbeschikking opgesteld om het bedrag te innen. De invordering moet starten binnen één jaar nadat een bedrag is verbeurd.

De overtreder heeft juridische mogelijkheden om tegen de inning van een dwangsom op te komen. Alleen indien een besluit door een rechter wordt geschorst bij wijze van voorlopige voorziening, dan wel van rechtswege wordt geschorst (verzet tegen een dwangbevel), wordt de inning opgeschort.

Bij de inning en bezwaar daartegen, staat de hoogte van de dwangsom in principe niet meer ter discussie.

Als niet wordt overgegaan tot betaling dan wordt er eenmalig een aanmaning gestuurd. Daarna wordt overgegaan tot invordering bij dwangbevel. De kosten van invordering, waaronder advocaatkosten en deurwaarderskosten, worden op de overtreder verhaald.

We werken bij de invordering van dwangsommen e.d. samen met de afdelingen OWO-BVI en OWO-FA op basis van een vastgesteld protocol.

Bijlage D5 – Uitwerking gedoogstrategie (hoofdstuk 5.5)

Onze gedoogstrategie (gemotiveerd accepteren): Aansluiten bij landelijk kader:

1Gedogen slechts in uitzonderingsgevallen

2Alleen indien beperkt in omvang en/of tijd

3Expliciet middels een gedoogbeschikking met voorwaarden

4Toezicht op naleving

Wanneer wet- en regelgeving wordt overtreden is het bevoegde gezag in beginsel verplicht om handhavend op te treden. Als we toch van handhaving afzien, doen we dat gemotiveerd en hanteren daarbij de landelijke nota ‘Grenzen aan gedogen’.

UITWERKING GEDOOGSTRATEGIE

Wanneer wet- en regelgeving wordt overtreden is het bevoegde gezag in beginsel verplicht om handhavend op te treden. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan afzien van handhaven. Onder gedogen wordt verstaan: het bestuur dat bevoegd is tot handhaving kan en mag wel handhaven maar neemt een gemotiveerde beslissing

13Op 24 april 2019 heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan. Een beslissing om een bepaalde situatie te gedogen, is geen beslissing in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en staat daarom niet open voor bezwaar en beroep. De Raad van State heeft bepaalde categorieën hiervan uitgezonderd, zoals coffeeshops. Voor die categorie staat nog wel bezwaar en beroep open tegen een gedoogbeschikking.

om hiervan af te zien. Het niet constateren van overtredingen valt niet onder de definitie van gedogen.

De gemeente sluit wat haar gedoogstrategie betreft voor alle beleidsvelden aan bij de landelijke nota ‘Grenzen aan gedogen’ (Tweede Kamer, 1996-1997, 25085, nrs 1-2) . Kort samengevat geldt voor gedogen:

1Slechts in uitzonderingsgevallen:

a.Als handhaving, bijvoorbeeld de uitoefening van bestuursdwang, tot overduidelijke onrechtvaardigheid zou leiden. Gedogen kan in deze situaties aanvaardbaar of zelfs geboden zijn, mits de andere betrokken belangen door het gedogen niet onevenredig worden geschaad;

b.Als het achterliggende belang beter is gediend met gedogen. Soms kan meer worden bereikt met afspraken over de termijn en de wijze van naleving dan met strikte handhaving;

c.Als een zwaarder wegend belang gedogen rechtvaardigt (bijvoorbeeld vertrouwensbeginsel);

2Mits beperkt in omvang en / of tijd;

3Expliciet (middels gemotiveerde gedoogbeschikking met voorwaarden) en na zorgvuldige kenbare belangenafweging;

4Toezicht op naleving. Als de voorwaarden overtreden worden, wordt de gedoogbeschikking ingetrokken en tot handhaving overgegaan.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.