Gemeentelijke regelgeving

Beleid zonnepaneelvelden gemeente Ooststellingwerf

Gemeente Ooststellingwerf · geldt sinds 12 oktober 2017

Hoofdstuk 1: inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

In dit beleid wordt begrepen onder:

1dorp:een kern zoals bedoeld in artikel 1, lid 1.46 van de Verordening Romte Fryslân 2014;

2toestemming:

a.een bestemmingsplan als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro);

b.een omgevingsvergunning als bedoeld hoofdstuk 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

3zonnepaneelveld:een samenstel van bouwwerken op het maaiveld, voor het opwekken van elektriciteit of warmte door het opvangen van de straling van de zon.

Voor de andere begrippen wordt bij het gebruiken van deze regels de omschrijvingen gebruikt zoals deze in betreffende geldende bestemmingsplannen van de gemeente Ooststellingwerf, de Verordening Romte Fryslân 2014, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Besluit omgevingsrecht, het Bouwbesluit en de Bouwverordening zijn opgenomen.

Hoofdstuk 2: regels voor zonnepaneelvelden

Artikel 2

1Een toestemming voor een zonnepaneelveld in het landelijk gebied wordt alleen verleend voor een veld:

a.op gronden in aansluiting op bestaand stedelijk gebied van een dorp als onderdeel van een uitbreiding, of in de directe omgeving van bestaand stedelijk gebied, onder voorwaarde dat het veld een redelijke aansluiting heeft of krijgt op de stedelijke samenstelling van een dorp; of

b.op gronden binnen een bouwperceel van een bestaand bedrijf, van een bestaande maatschappelijke voorziening of van een bestaande woning, onder voorwaarde dat het op te stellen vermogen is gericht op de energievraag die samenhangt met de bestaande bestemming van dat perceel; of

c.op gronden met een bestemming voor bestaande nutsvoorzieningen of voor infrastructuur voor weg-, spoor-, water- en vliegverkeer, voor zover het geen historische infrastructuur betreft, zoals benoemd en aangewezen in de Structuurvisie Grutsk op ‘e Romte; of

d.op gronden die deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur of zijn aangewezen als natuurgebieden buiten de ecologische hoofdstructuur op de kaart Natuur van de Verordening Romte Fryslân 2014, alleen voor zover het veld voor wat betreft functie en vermogen is gericht op de energiebehoefte die samenhangt met het fysieke beheer en onderhoud van dat natuurgebied.

2In afwijking van artikel 2, lid 1., onder a. kan een toestemming voor een zonnepaneelveld worden verleend voor een veld op gronden die niet aansluiten op bestaand stedelijk gebied, onder voorwaarde dat aangetoond wordt dat deze naar redelijk verwachting van de gemeente en provincie binnen tien jaar onderdeel is van de stedelijke woon- of werkuitbreiding of daarop zal aansluiten.

3In afwijking van artikel 2, lid 1., onder c., is een zonnepaneelveld op historische infrastructuur mogelijk, onder voorwaarde dat het veld in omvang beperkt blijft, de historische en landschappelijke kwaliteiten voorop blijven staan en de specifieke behoefte om een veld aan te leggen en/of te bouwen op die plaats is onderbouwd.

4Bij toepassing van artikel 2, lid 1. onder a., lid 2. en lid 3. wordt in de toelichting op de toestemming een onderbouwing opgenomen voor de plaats en de omvang van het veld op grond van:

a.de gemeentelijke ambitie voor zonne-energie;

b.de daaraan verbonden analyse van en visie op mogelijkheden binnen en buiten bestaand bebouwd gebied;

c.de energiebehoefte van een dorp, of van enkele samenwerkende dorpen en de mogelijkheid van participatie van bewoners; en

d.aard en schaal van een dorp.

5Bij toepassing van artikel 2, lid 1, lid 2 en lid 3 wordt in de toelichting op de toestemming een onderbouwing opgenomen voor de inpassing binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten en wordt een ruimtelijk inrichtingsplan opgesteld, waarvan de uitvoering zo nodig als voorwaardelijke bepaling in de toestemming is opgenomen.

Artikel 3

1In aanvulling op de in artikel 2, lid 1 opgenomen regel wordt een toestemming voor de aanleg, bouw en/of het gebruik van een zonnepaneelveld alleen verleend voor een bepaalde periode.

2In een toestemming voor een zonnepaneelveld wordt een onderbouwing opgenomen waaruit blijkt voor welke periode het veld ten hoogste mogelijk gemaakt moet worden. De periode die nodig is om het veld economisch rendabel te maken is daarbij een belangrijke voorwaarde.

3Voor de aanleg, bouw en/of het gebruik van een zonnepaneelveld waarvoor toestemming is verleend moeten binnen drie jaar na het onherroepelijk worden van de toestemming handelingen zijn uitgevoerd waarbij gebruik is gemaakt van die toestemming. Na drie jaar kunnen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf en/of de raad van de gemeente Ooststellingwerf de toestemming geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen.

Hoofdstuk 3: algemene regels

Artikel 4

Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht met in achtneming van het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en in het bestemmingsplan, met een onderbouwing afwijken van deze regels.

Hoofdstuk 4: slotregels

Artikel 5

Deze regels kunnen worden aangehaald als “Beleid zonnepaneelvelden gemeente Ooststellingwerf”.

Bijlage 2: Overzicht van mogelijkheden om voor bepaalde periode medewerking te verlenen aan zonnepaneelvelden

In tabel 1 is een overzicht opgenomen van de mogelijkheden op basis waarvan wij medewerking kunnen verlenen aan de tijdelijke aanleg, bouw en/of het gebruik van zonnepaneelvelden. Hierna zijn de betreffende artikelen in samenvatting opgenomen. Bij het overzicht wordt opgemerkt dat dit niet per se een volledig overzicht van de mogelijkheden is. Mogelijk dat er na het in werking treden van het beleid door nieuwe inzichten ook nog andere manieren mogelijk blijken om medewerking te kunnen verlenen aan een tijdelijk zonnepaneelveld.

Tabel 1. Overzicht van de mogelijkheden om voor een bepaalde periode medewerking te verlenen aan zonnepaneelvelden

grondslag

toestemming

periode

art. 3.2 Wro

bestemmingsplan (voorlopige bestemming)

5jaar

art. 3.2 Wro i.s.m. art. 7j, lid 5 Chw

bestemmingsplan (voorlopige bestemming)

15jaar

art. 2.23 Wabo

omgevingsvergunning

te bepalen

art. 2.23 Wabo i.s.m. bijlage II, art. 4, lid 11 Bor

omgevingsvergunning

10jaar

Wet ruimtelijke ordening (Wro)

Artikel 3.1

2De bestemming van gronden, met inbegrip van de met het oog daarop gestelde regels, wordt binnen een periode van tien jaar, gerekend vanaf de datum van vaststelling van het bestemmingsplan, telkens opnieuw vastgesteld.

Artikel 3.2

Bij een bestemmingsplan kunnen voorlopige bestemmingen worden aangewezen en met het oog hierop voorlopige regels worden gegeven. Een voorlopige bestemming geldt voor een daarbij te stellen termijn van ten hoogste vijf jaar.

Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet

Artikel 7j

1Dit artikel is van toepassing op door de raad van de in de onderstaande tabel genoemde gemeenten bij bestemmingsplan aan te wijzen locaties, voor zover die aanwijzing plaatsvindt vóór de in die tabel aangegeven datum:

e.Ooststellingwerf

18maart 2020

2In aanvulling op Bijlage II, hoofdstuk III, artikel 3, van het Besluit omgevingsrecht is binnen de aangewezen gebieden geen omgevingsvergunning vereist voor een activiteit, die betrekking heeft op een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking op de grond of op een op de grond staand bouwwerk, mits het bouwwerk, waarop de collectoren of panelen worden geplaatst, voldoet aan de volgende eisen:

1°. de bouwhoogte van het bouwwerk niet hoger is dan vijf meter;

2°. het bouwwerk niet voorzien is van een niet op de grond gelegen buitenruimte.

3In aanvulling op artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening kunnen voor aan te wijzen locaties in een bestemmingsplan regels worden gesteld met betrekking tot het uiterlijk van de in het eerste lid bedoelde bouwwerken en beleidsregels worden opgenomen die betrekking hebben op redelijke eisen van welstand als bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 3, van de Woningwet. In afwijking van artikel 12b van de Woningwet wordt het advies van de welstandscommissie dan wel de stadsbouwmeester mede gebaseerd op de criteria, die zijn opgenomen in het bestemmingsplan.

4In afwijking van artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening wordt de bestemming van gronden, met inbegrip van de met het oog daarop gesteld regels, binnen een periode van vijftien jaar opnieuw vastgesteld.

5In afwijking van artikel 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening geldt een voorlopige bestemming voor de duur van ten hoogste vijftien jaar.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Artikel 2.23

1In een omgevingsvergunning voor een voortdurende activiteit kan worden bepaald dat zij, voor zover zij betrekking heeft op die activiteit, geldt voor een daarbij aangegeven termijn.

2Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van activiteiten als bedoeld in het eerste lid categorieën van gevallen worden aangewezen waarin in de omgevingsvergunning wordt bepaald dat zij slechts geldt voor een daarbij aangegeven termijn. Bij de maatregel kan ten aanzien van die termijn worden bepaald:

a.een maximum gedurende welke deze kan gelden, of

b.in welke categorieën gevallen deze kan worden verlengd.

Artikel 2.23a

1In een omgevingsvergunning voor een aflopende activiteit kan worden bepaald dat, voor zover zij betrekking heeft op die activiteit, de vergunninghouder na het verstrijken van een bij de omgevingsvergunning aangegeven termijn, verplicht is de voor de verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand hersteld te hebben.

2Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van activiteiten als bedoeld in het eerste lid categorieën gevallen worden aangewezen waarin in de omgevingsvergunning wordt bepaald dat op de vergunninghouder na het verstrijken van een bij de omgevingsvergunning aangegeven termijn, een plicht rust als bedoeld in het eerste lid. Ten aanzien van die termijn is artikel 2.23, tweede lid, laatste volzin, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2.23b

In een omgevingsvergunning kan worden bepaald dat daarbij aangewezen voorschriften nadat de vergunning haar gelding heeft verloren, gedurende een daarbij aangegeven termijn van kracht blijven.

Besluit omgevingsrecht (Bor)

Bijlage II, Hoofdstuk IV, Artikel 4

Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet, waarbij met toepassing van artikel 1.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking:

11ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.

Bijlage II, Hoofdstuk IV, Artikel 5

6Artikel 4, onderdelen 9 en 11, is niet van toepassing op een activiteit als bedoeld in onderdelen C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.