Aanhef
De raad van de gemeente Ooststellingwerf;
nr.11
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 oktober 2025;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
b e s l u i t :
vast te stellen de
ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING OOSTSTELLINGWERF 2026
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. Definities
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a.wet: de Algemene wet bestuursrecht;
b.subsidieaanvrager: de indiener van een aanvraag om subsidie te krijgen;
c.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf;
d.raad: de raad van de gemeente Ooststellingwerf;
e.begrotingssubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 4:23, derde lid onder c, van de wet;
f.incidentele subsidie: subsidie als bedoeld in artikel 4:23, derde lid onder d, van de wet;
g.Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Artikel 2. Reikwijdte
1Deze verordening is van toepassing op alle door het college te verstrekken subsidies.
2Subsidie op basis van deze verordening wordt verstrekt aan een rechtspersoon of een rechtspersoon in oprichting.
Artikel 3. Bevoegdheid college
1Het college is bevoegd nadere regels te stellen over subsidieverstrekking, berekening van uurtarieven en uniforme kostenbegrippen.
2Het college is bevoegd te besluiten op subsidieaanvragen en daarmee samenhangende besluiten te nemen.
3Het college kan subsidieplafonds vaststellen.
4Het college kan afwijken van de bepalingen in de volgende artikelen van deze verordening:
a.artikel 5, tweede en derde lid;
b.artikel 6;
c.artikel 12, eerste lid;
d.artikel 15, eerste lid;
e.artikel 17.
5Het college kan bij regeling afwijken van artikel 2, tweede lid.
Artikel 4. Staatssteunregels
Het college kan van de bepalingen van deze verordening, een afzonderlijke subsidieverordening en nadere regels afwijken of bepalingen buiten toepassing laten voor zover dit noodzakelijk is om te voldoen aan een Europees steunkader.
Hoofdstuk 2. Subsidieaanvraag
Artikel 5. Subsidieaanvraag
1Een subsidieaanvraag wordt elektronisch of schriftelijk ingediend bij het college, met gebruikmaking van het door het college vastgestelde aanvraagformulier.
2Indien geen aanvraagformulier is vastgesteld bevat de subsidieaanvraag minimaal:
a.een plan waarin de activiteit, de doelgroep, de doelstellingen, de beoogde resultaten en het tijdvak worden beschreven;
b.een begroting en dekkingsplan van kosten, het aangevraagde subsidiebedrag, en bij een financiële reserve, de hoogte hiervan;
c.opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
d.indien van toepassing de stand van de egalisatiereserve bij een aanvraag voor subsidie die per boekjaar wordt verstrekt.
3Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, voegt bij de subsidieaanvraag:
a.de oprichtingsakte of de statuten;
b.het meest recente jaarverslag, jaarrekening of balans.
4Het college kan subsidieaanvragen die zijn ingediend door dezelfde subsidieaanvrager en die betrekking hebben op hetzelfde subsidiejaar behandelen als één subsidieaanvraag.
Artikel 6. Aanvraagtermijn
1Een aanvraag voor begrotingssubsidie wordt ingediend uiterlijk 1 juli voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
2Een aanvraag voor incidentele subsidie wordt uiterlijk acht weken voor de aanvang van de te subsidiëren activiteiten ingediend.
Artikel 7. Niet-subsidiabele kosten
Het college verstrekt in elk geval geen subsidie voor:
a.kosten die niet rechtstreeks aan de activiteit zijn toe te rekenen;
b.niet noodzakelijke of bovenmatige kosten;
c.ongespecificeerde kosten;
d.kosten van vrijwilligersuren;
e.boetes, financiële sancties en hiermee samenhangende kosten.
Artikel 8. Omzetbelasting
1Subsidiebedragen worden geacht inclusief eventueel verschuldigde omzetbelasting te zijn.
2Het college verstrekt geen aanvullende subsidie indien alsnog omzetbelasting verschuldigd blijkt te zijn.
Hoofdstuk 3. Beslissing op de subsidieaanvraag
Artikel 9. Beslistermijn
1Het college beslist op een aanvraag voor begrotingssubsidie uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.
2Het college beslist op een aanvraag voor incidentele subsidie binnen 8 weken nadat de aanvraag is ingediend.
3Bij een subsidieaanvraag die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag wordt aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn waarbinnen op de aanvraag moet worden besloten verdaagd tot acht weken nadat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.
Artikel 10. Absolute weigeringsgronden
Het college weigert de subsidie, trekt deze in en vordert deze terug als:
a.subsidieverstrekking in strijd is met een wettelijk voorschrift;
b.de subsidieaanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met (internationale) wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde;
c.de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt;
d.tegen de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard;
e.subsidieverstrekking in strijd is met een Europees steunkader;
f.de activiteiten van de subsidieaanvrager in strijd zijn met de op grond van de in internationale verdragen algemeen erkende rechten van de mens.
Artikel 11. Relatieve weigeringsgronden
Het college kan de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren, intrekken en terugvorderen als:
a.de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op, of onvoldoende ten goede komen aan, de gemeente of haar inwoners;
b.niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de te subsidiëren activiteiten;
c.naar het oordeel van het college reeds voldoende activiteiten en/of voorzieningen in de gemeente aanwezig zijn als die waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
d.de te subsidiëren activiteiten gericht zijn op het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard;
e.de subsidieaanvrager haar activiteiten niet open heeft gesteld voor alle groeperingen zonder onderscheid naar ras, land van herkomst, godsdienst, levensovertuiging, sekse of seksuele geaardheid, tenzij de subsidie is aangevraagd voor activiteiten die gericht zijn op een specifieke door de gemeente erkende doelgroep;
f.de subsidieaanvraag betrekking heeft op kosten die verbonden zijn aan festiviteiten ter gelegenheid van een jubileum;
g.de te subsidiëren activiteiten niet passen binnen het gemeentelijk beleid;
h.het college voor dezelfde activiteiten reeds eerder subsidie heeft verstrekt;
i.de subsidieaanvrager verplichtingen is aangegaan voordat op de subsidieaanvraag is beslist.
Artikel 12. Betaling en bevoorschotting
1Als het college een subsidie bij verlening direct vaststelt, vindt de betaling van de subsidie in één termijn plaats.
2In de overige gevallen besluit het college bij de subsidieverlening over de hoogte en de termijnen van de voorschotten. Het college kan de voorschotten afhankelijk stellen van de voortgang en uitvoering van de activiteiten.
3Bij subsidieverlening aan een rechtspersoon in oprichting wordt pas overgegaan tot bevoorschotting nadat de oprichtingsakte aan het college is overgelegd.
Hoofdstuk 4. Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 13. Algemene verplichtingen
1De subsidieontvanger meldt het college direct schriftelijk als aannemelijk is dat:
a.een of meer van de gesubsidieerde activiteiten niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht;
b.niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
2De subsidieontvanger meldt het college direct schriftelijk:
a.beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, of op ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;
b.relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;
c.ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel kunnen worden nagekomen;
d.wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.
3De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan door of namens het college dan wel de raad ingestelde onderzoeken.
Artikel 14. Bijzondere verplichtingen
1Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan het college:
a.de verplichting opnemen dat de subsidieontvanger tussentijds moet rapporteren;
b.aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet opleggen, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie;
c.verplichtingen aan de subsidie verbinden die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteiten wordt verricht.
2Het college kan bij het besluit tot subsidievaststelling van een begrotingssubsidie bepalen dat de subsidieontvanger een egalisatiereserve vormt als bedoeld in artikel 4:72 van de wet. De subsidieontvanger neemt de egalisatiereserve zichtbaar op in de financiële verantwoording.
Artikel 15. Vergoeding vermogensvorming
1Het college kan voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming bepalen dat subsidieontvanger een vergoeding is verschuldigd die bij afzonderlijke beschikking wordt vastgesteld indien:
a.de subsidieontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of de bestemming daarvan wijzigt;
b.de subsidieontvanger een schadevergoeding ontvangt voor verlies of beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen;
c.de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd;
d.de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken;
e.de subsidie geheel of gedeeltelijk wordt beëindigd;
f.de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden.
2De vergoeding bedraagt de waarde van de goederen in het economisch verkeer op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met een maximum van de toegekende subsidie.
Hoofdstuk 5. Verantwoording en vaststelling van de subsidie
Artikel 16. Verantwoording en vaststelling subsidies tot en met € 10.000
1Het college kan een subsidie tot en met € 10.000 direct vaststellen.
2Als het college een subsidie tot en met € 10.000 niet direct vaststelt, vermeldt de verleningsbeschikking op welke wijze de verantwoording en de vaststelling van de subsidie plaatsvindt.
Artikel 17. Verantwoording subsidies van meer dan € 10.000
1Bij een subsidie van meer dan € 10.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag in tot subsidievaststelling:
a.in geval van een subsidie die per jaar wordt verstrekt, uiterlijk 24 weken na afloop van het betrokken kalenderjaar;
b.in andere gevallen uiterlijk 24 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.
2De aanvraag tot subsidievaststelling bevat:
a.een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;
b.een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten in de vorm van een financieel verslag of een jaarrekening;
c.bij een subsidie van meer dan € 75.000 een controleverklaring opgesteld door een onafhankelijk accountant.
Artikel 18. Beslistermijn op aanvraag tot subsidievaststelling
Het college stelt de subsidie vast binnen 20 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.
Artikel 19. Niet terug te vorderen bedragen
Het college vordert bedragen tot € 57,- niet terug.
Hoofdstuk 6. Overige bepalingen
Artikel 20. Evaluatieverslag
Artikel 4:24 van de wet is niet van toepassing op de subsidies die op grond van deze verordening worden verstrekt.
Artikel 21. Hardheidsclausule
1Het college kan, in bijzondere gevallen, een bepaling of bepalingen van deze verordening of van de nadere regels zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
2Het college brengt jaarlijks verslag uit aan de raad over de toepassing van lid 1 van dit artikel.
Artikel 22. Overgangsrecht
1Op subsidieaanvragen die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening is de Algemene subsidieverordening Ooststellingwerf 2018 van toepassing.
2Op subsidieaanvragen op basis van subsidieregelingen die zijn vastgesteld voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening is de Algemene subsidieverordening Ooststellingwerf 2018 van toepassing.
Artikel 23. Slotbepalingen
1De Algemene subsidieverordening Ooststellingwerf 2018, vastgesteld op 20 februari 2018, wordt ingetrokken.
2Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
3Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Ooststellingwerf 2026.