Gemeentelijke regelgeving

Besluit van de raad van de gemeente Oosterhout van 8 oktober 2024 tot vaststelling van de Nota investerings- en afschrijvingsbeleid Gemeente Oosterhout 2025

Gemeente Oosterhout · geldt sinds 1 januari 2025

2 INVESTERINGEN

2.2 TYPE INVESTERINGEN

2.2.1 Immateriële vaste activa

Immateriële activa zijn kapitaaluitgaven waar geen bezittingen tegenover staan.

In de balans moet onderscheid gemaakt worden in:

•kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio;

•kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief;

•bijdragen aan activa in eigendom van derden.

Kosten van onderzoek en ontwikkeling zijn veelal de kosten die worden gemaakt in de voorbereiding van een groot project. Deze kosten mogen echter alleen geactiveerd worden als voldaan is aan de volgende voorwaarden:

•het voornemen bestaat om het actief te verkopen of te gebruiken;

•de technische uitvoerbaarheid om het actief te gebruiken staat vast;

•dat het actief economisch of maatschappelijk nut zal genereren;

•dat de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

De afschrijvingstermijn voor onderzoek en ontwikkeling bedraagt maximaal vijf jaren, voor kosten van geldleningen staat deze termijn maximaal op de looptijd van de lening.

2.2.2 Financiële vaste activa

Financiële activa zijn activa die een financiële waarde vertegenwoordigen. In de balans dient de volgende onderverdeling gemaakt te worden bij de financiële vaste activa:

a.Kapitaal verstrekkingen aan: (bijvoorbeeld het verstrekken van aandelenkapitaal)

•deelnemingen;

•gemeenschappelijke regelingen;

•overige verbonden partijen;

b.Leningen aan (hierbij wordt rente en aflossing berekend):

•openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden;

•woningbouwcorporaties

•deelnemingen

•overige verbonden partijen

c.Overige langlopende leningen

d.Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;

e.Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;

f.Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Bijdragen aan activa in eigendom van derden vallen onder de financiële vaste activa. Voorwaarden voor activering:

•er moet sprake zijn van een investering door derden;

•deze investering draagt bij aan de publieke taak;

•deze derde heeft zich verplicht te investeren op een wijze die beoogd wordt door de gemeente;

•de gemeente kan de bijdrage of het actief terugvorderen indien de derde in gebreke blijft.

2.2.3 Materiële vaste activa

De materiële vaste activa betreffen de kapitaaluitgaven waar tegenover een actief staat met een nuttigheidsduur over meerdere jaren. Er wordt onderscheid gemaakt in:

•Investeringen met een economisch nut (dit zijn alle investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven en/of verhandelbaar zijn);

•Investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven (dit betreft bijvoorbeeld de investeringen op het gebied van riolering en afvalverwijdering);

•Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut (dit betreft investeringen die geen middelen genereren, maar wel duidelijk een publieke taak vervullen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om investeringen in water, wegen en groen).

Het verloop van de materiële vaste activa moet door middel van een sluitend overzicht worden weergegeven waarin de boekwaarde per 1/1, (des)investeringen, afschrijvingen, bijdragen van derden die direct gerelateerd zijn aan een actief, afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen en boekwaarde per 31/12 worden meegenomen.

Tevens moet in de toelichting onder de materiële vaste activa afzonderlijk worden opgenomen:

•Gronden en terreinen;

•Woonruimten;

•Bedrijfsgebouwen;

•Grond-, weg- en waterbouwkundige werken;

•Grond-, weg- en waterbouwkundige werken waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;

•Vervoermiddelen;

•Machines, apparaten en installaties;

•Machines, apparaten en installaties waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;

•Overige materiële vaste activa;

•Overige materiële vaste activa waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven.

5 AFSCHRIJVEN EN RENTE TOEREKENEN

5.5 OVERIGE AANDACHTSPUNTEN AFSCHRIJVEN

5.5.1 Startmoment van afschrijvingen

Er is een aantal mogelijke momenten waarop met afschrijven kan worden begonnen, elk van deze momenten is voor discussie vatbaar. De commissie BBV hanteert een drietal acceptabele momenten wanneer met het afschrijven van een nieuw kapitaalgoed wordt begonnen, te weten:

a.óf in het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt en vanaf het moment dat het door de gemeente in gebruik kan worden genomen,

b.óf medio het begrotingsjaar waarin het gereed komt/verworven wordt,

c.óf in het begrotingsjaar dat volgt op het jaar waarin het gereed komt/verworven wordt.

Voor het doorbelasten van kapitaallasten wordt een onderscheid gemaakt tussen het in de begroting en het op rekeningbasis doorbelasten van kapitaallasten (rente + afschrijving).

Definitie gereed melding

Het moment waarop de budgethouder aangeeft dat het actief gereed is. Dit is het moment dat het actief gebruikt gaat worden voor het doel waarvoor het bestemd is, ongeacht of het definitief is opgeleverd en/of kleine openstaande punten nog moeten worden afgehandeld.

In de gemeente Oosterhout wordt gebruik gemaakt van optie c). Praktisch houdt dit in dat een investering die bijvoorbeeld medio 2024 gereedkomt pas vanaf 1 januari 2025 voor afschrijving in aanmerking komt. Deze methode van start afschrijven is het meest eenvoudig vast te stellen en levert dus ook het meest stabiele begrotingsbeeld op.

5.5.2 Afschrijving op gronden

Het afschrijven op gronden neemt een bijzondere plaats in omdat gronden duurzame goederen zijn die niet aan slijtage onderhevig zijn. Er bestaat dan ook geen noodzaak tot afschrijven. Uitsluitend wanneer de economische nuttigheid van de grond wijzigt, kan van dit principe worden afgeweken.

5.5.3 Extra (incidentele) afschrijvingen

Alleen in gevallen waarbij de economische waardedaling van het activum sneller verloopt dan de daling van de boekwaarde is extra incidentele afschrijving toegestaan. Als het actief buiten gebruik wordt gesteld of tenietgaat, dan moet de boekwaarde in één keer afgeschreven te worden.

Indien de bestemming van een actief wijzigt, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen. Extra afschrijvingen dienen onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking te worden genomen (artikel 63 en 65 BBV).

5.5.4 Restwaarde

De restwaarde van een investering is van tevoren veelal moeilijk in te schatten. Toch kan het gebeuren dat dit vooraf bekend is (bijvoorbeeld tijdelijke noodlokalen). Op grond van het voorzichtigheidsprincipe wordt er van uit gegaan dat de restwaarde nihil is tenzij expliciet bepaald. Als gevolg hiervan kan bij inruil of afstoting van een productiemiddel sprake zijn van boekwinst, het verschil tussen de boekwaarde volgens de financiële administratie en de opbrengstwaarde. De boekwinst wordt als incidentele bate in de jaarrekening verantwoord. Ook voor bedrijfsgebouwen (scholen, gemeentewerf, gemeentehuis, sporthallen, etc.) wordt dit principe gehanteerd. Vaak wordt voor dit soort panden, na een bepaalde gebruiksduur, bepaald dat hier nieuwbouw voor in de plaats moet komen. Indien gerekend wordt met een restwaarde, zijn de kapitaallasten nu lager, maar moet er in de toekomst dekking gevonden worden voor het afboeken van de restwaarde, waardoor er feitelijk een groter beslag wordt gelegd op toekomstige financiële ruimte. Om deze reden werken wij niet met restwaarden.

5.5.5 Componentenbenadering

Investeringen worden in de uitvoering in toenemende mate integraal aangepakt. Hierdoor zijn zij opgebouwd uit een aantal deelinvesteringen zoals grond, voorbereidingskosten, bouw en installaties. Voor deze onderdelen gelden verschillende afschrijvingstermijnen. Om de juiste afschrijvingstermijnen en daardoor ook afschrijvingen per investeringsobject te kunnen bepalen, moeten de samengestelde investeringsprojecten naar hun componenten uitgesplitst worden. Daarbij moet ook onderscheid worden aangebracht tussen investeringen met een economisch en maatschappelijk nut.

Om een zo goed mogelijk inzicht te krijgen in de geplande en in uitvoering zijnde investeringen, moet splitsing opgenomen zijn in het investeringsplan.

BIJLAGE 1 BEGRIPPEN

Activeren

Het opnemen van investeringen op de balans. De waarde van de activa wordt bij het vermogen van de gemeente geteld. De jaarlijkse kosten worden in de toekomst ten laste van de exploitatie gebracht, dit zijn de kapitaallasten.

Afschrijven

Een boekhoudkundige weergave van de waardevermindering van activa wegens technische slijtage en economische veroudering. Het af te schijven bedrag hangt af van de economische levensduur van de investering. De afschrijvingen zijn onderdeel van de kapitaallasten. De meest voorkomende afschrijvingsmethoden zijn lineaire afschrijving en annuïtaire afschrijving.

Agio/Disagio

Agio is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. Agio kan ook te maken hebben met aandelen. De prijs, of koers, van een aandeel is opgebouwd uit de nominale waarde plus het agio. Disagio is het tegengestelde van agio.

Annuïtaire afschrijvingsmethode

Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks gelijk zijn gedurende de gehele economische levensduur van de investering. In de beginjaren is de afschrijvingscomponent laag en de rentecomponent hoog. Aan het eind ligt deze verhouding andersom.

Boekwaarde

Waarde van de activa op de balans. Dit is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen.

Boekwinst

Als het actief wordt verkocht tegen een prijs die hoger is dan de resterende boekwaarde op het moment van verkoop.

Componentenbenadering

De componentenbenadering houdt in dat op verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief, die afzonderlijk vervangen kunnen worden, afzonderlijk worden afgeschreven op basis van de individuele verwachte gebruiksduur van die delen.

Economische levensduur

Slijtage van de activa door veroudering. Er komen nieuwe machines op de markt waarin de jongste technische kennis is verwerkt. De economische levensduur wordt bepaald door rationeel en doelmatig gebruik rekening houdend met technologische ontwikkelingen.

Financiële vaste activa

Is een groep van activa die een financiële waarde of bezit vertegenwoordigen (bijvoorbeeld deelnemingen en aandelen).

Immateriële vaste activa

Dit zijn investeringsuitgaven waar geen gemeentelijke bezittingen tegenover staan. Dit zijn die activa die niet stoffelijk van aard zijn en die niet onder de financiële vaste activa worden begrepen (bijvoorbeeld kosten sluiten geldleningen).

Investeren

Het aanschaffen of zelf produceren van activa. Hierbij is het de bedoeling de activa meer jaren te gebruiken.

Investering

Een uitgave van enige omvang, waarvan het nut zich over meer jaren uitstrekt. Onderscheid wordt gemaakt tussen investeringen met een economisch nut en investeringen met een maatschappelijk nut.

Investering met economisch nut

Activa die kunnen bijdragen aan het genereren van middelen, bijvoorbeeld door het vragen van rechten, heffingen, leges of prijzen of die verhandelbaar zijn, zoals gebouwen. Deze investeringen moeten worden geactiveerd.

Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut

Activa die geen mogelijkheid hebben middelen te genereren maar wel duidelijk een publieke taak vervullen zoals wegen, groenvoorziening, bruggen e.d. Deze investeringen mogen volgens de BBV worden geactiveerd.

Investeringskrediet

Bedrag dat door de gemeenteraad is beschikbaar gesteld voor het doen van een investering.

Kapitaallasten

Dit zijn de jaarlijks terugkerende lasten die samenhangen met de investeringen. De kapitaallasten bestaan uit afschrijvingen en rente.

Levensduurverlengende investeringen

Dit zijn investeringen die worden gepleegd ten behoeve van een bestaand actief en expliciet leiden tot een substantiële levensduurverlenging van het betreffend actief.

Lineaire afschrijvingsmethode

Een afschrijvingsmethode waarbij de kapitaallasten jaarlijks dalen. De

afschrijvingscomponent is jaarlijks gelijk. Als gevolg van een daling van de boekwaarde neemt de jaarlijkse rentelast af.

Materiële vaste activa

Dit zijn investeringsuitgaven waar bezittingen tegenover staan van stoffelijke aard, waarvan de gebruiksduur gedurende meer jaren kan worden toegepast.

Nieuwe of uitbreidingsinvesteringen

Dit zijn investeringen ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe activiteiten of uitbreiding van de huidige activiteiten

Rente

Een vergoeding voor het beslag dat de boekwaarde van een investering legt op de financieringsmiddelen van de gemeente. De rente is onderdeel van de kapitaallasten.

Restwaarde

Vertegenwoordigt de schatting van de opbrengstwaarde tegen het huidige prijspeil, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van) het actief.

Technische levensduur

Het aantal jaren dat een actief daadwerkelijk meegaat, voordat het technisch versleten is.

Vaste activa

De bezittingen van de gemeente waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode langer dan een jaar is vastgelegd. Voorbeelden hiervan zijn gronden, gebouwen en inventaris. De vaste activa worden verder verdeeld in: Immateriële vaste activa, Materiële vaste activa en Financiële vaste activa.

Verkrijgingsprijs

Het bedrag dat is betaald om activa aan te schaffen (de inkoopprijs en de bijkomende kosten).

Vervaardigingsprijs

De kosten die gemaakt zijn ten behoeve van het intern vervaardigen van een actief.

Vervangingsinvestering

Het vervangen van een actief waarvan de technische of economische levensduur is verstreken.

Vlottende activa

De bezittingen van de gemeente waarvan het daarvoor benodigde vermogen voor een periode korter dan een jaar is vastgelegd. Binnen een jaar moeten de vlottende activa zijn omgezet in geld. Voorbeelden hiervan zijn voorraden, debiteuren en liquide middelen (bank en kas).

Voorraden

Dit zijn goederen die je in bewaring houdt voor later gebruik. In de BBV is het volgende onderscheid opgenomen; grond- en hulpstoffen (onderverdeeld naar niet in exploitatie genomen bouwgronden en overige grond- en hulpstoffen), onderhanden werk waaronder bouwgronden in exploitatie, gereed product en handelsgoederen en vooruitbetalingen.

Waarderen

De waarde die toegekend wordt aan het geactiveerde kapitaalgoed c.q. de investering op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

BIJLAGE 2 AFSCHRIJVINGSTABEL

Om de afschrijvingstermijnen uniform te hanteren en de verwachte toekomstige gebruiksduur in overeenstemming te brengen met de technische en/of economische levensduur, zijn per activagroep de volgende afschrijvingstermijnen opgenomen.

Afkorting

Toelichting

M

Investeringen met maatschappelijk nut. Deze zijn niet verhandelbaar en leveren geen inkomsten op., maar vervullen een publiek nut. Dit zijn met name investeringen in de openbare ruimte.

E

Investeringen met economisch nut. Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen.

H

Investeringen waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. Bij gemeenten zijn dit bijvoorbeeld investeringen in riolering, afvalinzameling en parkeren.

Soort investering

Nut

Afschrijvingstermijn

in jaren

Immateriële vaste activa

Onderzoek en ontwikkeling

Onderzoek en ontwikkeling

M

Max 5 jr

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

Termijn behorende bij activa

Materiële vaste activa

Gronden en terreinen

Gronden en terreinen

E/M

GA

Bedrijfsgebouwen

aankoop/nieuwbouw/uitbreiding steen

E

40

nieuwbouw steen (variabel max.)

E

40

nieuwbouw (hout)

E

25

restauratie gebouw

E

25- 40

Technische installaties (CV-installaties, klimaatregeling, zonnepanelen, liften, etc)

E

15-25

inrichtingskosten, meubilair

E

10

bouwkundige voorzieningen

E

25

Modulaire units

E

40

Bouwkundige voorziening aan sportaccommodaties (binnen-, buitensportacc.)

E

15

Grond-, weg- en waterbouw

Civieltechnische werken (bruggen, viaducten, duikers, geluid- en grondkerende constructies):

-aanleg

M

60

-mechanisme

M

25

Houten bruggen

M

25

Openbare verlichting:

-aanleg, lantaarnpalen, lichtmasten, kabelnet

M

40

armaturen

M

20

Openbaar groen:

-aanleg (bomen en groen)

M

35

Speeltuinen en -weiden:

-aanleg

M

15

Sport buiten:

aanleg velden

E

25

renovatie velden

E

15

kunstgrasveld - aanleg toplaag

E

10

kunstgrasveld - aanleg onder- en middenlaag

E

20

Hybride veld- aanleg toplaag

E

15

Hybride veld- aanleg onder- en middenlaag

E

20

Wegen aanleg:

-fiets- en wandelpaden

M

25

-overige wegen; busstrook

M

25

Wegen:

-herstraten/reconstructies

M

20

Verkeer:

-verkeersdrempels

M

25

Bushaltes:

-inrichting

M

20

Parkeervoorzieningen:

-aanleg parkeerplaatsen

M / H

20

Milieu:

-bodemsanering

M

10

Grond-, weg- en waterbouwkundige werkenwaarvoor ter bestrijding van de kostenheffing kan worden geheven

Begraafplaatsen:

-aanleg

H

40

Riolering:

-aanleg en vervanging

H

50

-bergbezinkbassin

H

50

-drukriolering - bouwkundig

H

50

-drukriolering - mechanisch/elektrisch

H

15

-centraalbesturing

H

10

Water:

waterbeheersing

H

25

waterwerken, aanleg

H

40

Milieu:

Herinrichting milieustraat

H

20

Vervoermiddelen

Bedrijfswagen, bestelwagens

E

8

Fiets

E

8

Vrachtwagen

E/H

8

Personenvoertuig

E

5

Machines, apparaten en installaties

Automatisering, apparatuur en programmatuur

E

3- 5

Communicatiemiddelen

E

5

Telefooncentrale

E

3

Installaties:

-geluid

E

5

-aanleg zwembadinstallaties

E

15

-aanleg beregeningsinstallaties

E

10- 15

Machines:

-kassa's

E

5

verkeersregelinstallaties (vri)

M

15

parkeermeters-automaten

M

10

Technische voorzieningen aan sportaccommodaties

E

10

Machines, apparaten en installaties waarvoor ter bestrijding van de kosten heffing kan worden geheven

Vuilniswagen

H

8

Veegwagen

H

5

Maaimachines

H

4

zoutstrooier, trekker, heftruck

H

10

weegbruggen

H

20

Milieu: -apparatuur

H

5

Milieu: -treffen voorzieningen

H

10

Begraafplaatsen: diverse voorzieningen

H

15

Overige materiële vaste activa

Gereedschappen, instrumenten, materialen e.d.

E

5- 10

Hekwerken, terreinafrastering

E

10

Verkeer:

-bewegwijzeringsborden

M

10

-controlemiddelen/signaleringsborden

M

5

-lichteninstallaties

M

10

-telapparatuur

M

5

AED

E

3

Overige materiële vaste activa waarvoor ter bestrijding van de kosten heffing kan worden geheven

Pers- en textielcontainers

H

8

GFE – cocons

H

10

Containers milieustraat

H

15

ondergrondse containers

H

15

Financiële vaste activa

Kapitaalverstrekking en deelnemingen

looptijd lening

Aandelenkapitaal

GA

Kapitaalverstrekking aan deelnemingen, GR en verbonden partijen

looptijd lening

BIJLAGE 3 ARTIKELEN BBV M.B.T. WAARDERING EN AFSCHRIJVING

Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (Bbv) bevat de onderstaande regels ten aanzien van waardering en afschrijving.

Artikel 33

Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa.

Artikel 34

In de balans worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

a.kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio;

b.kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;

c.bijdragen aan activa in eigendom van derden.

Artikel 35

1In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

a.investeringen met een economisch nut;

b.investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;

c.investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

2Van de materiële vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven.

Artikel 36

In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

a.kapitaalverstrekkingen aan:

1deelnemingen;

2gemeenschappelijke regelingen;

3overige verbonden partijen;

b.leningen aan:

1openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden;

2woningbouwcorporaties;

3deelnemingen;

4overige verbonden partijen;

a.overige langlopende leningen;

b.uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;

c.uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;

d.overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Artikel 51

In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend.

Artikel 52

1In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:

a.gronden en terreinen;

b.woonruimten;

c.bedrijfsgebouwen;

d.grond-, weg- en waterbouwkundige werken;

e.vervoermiddelen;

f.machines, apparaten en installaties;

g.overige materiële vaste activa.

2In de toelichting op de balans wordt het verloop van de activa, als bedoeld in het eerste lid, gedurende het begrotingsjaar, in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing:

a.de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar;

b.de investeringen of desinvesteringen;

c.de afschrijvingen;

d.bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief;

e.afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen;

f.de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar.

Artikel 59

1Alle investeringen worden geactiveerd.

2In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde niet geactiveerd.

Artikel 60

Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien:

a.het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;

b.de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;

c.het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en;

d.de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

Artikel 61

Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien:

a.er sprake is van een investering door een derde;

b.de investering bijdraagt aan de publieke taak;

c.de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en;

d.de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.

Artikel 62

1Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd.

2In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief op de waardering daarvan in mindering gebracht.

3In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.

Artikel 63

1Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

2De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.

3De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte gronden hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.

4Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde.

5Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen.

6In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer.

7Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd.

8Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend.

Artikel 64

1De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.

2Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar.

3Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.

4In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.

5In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar.

6Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt.

Artikel 65

1Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.

2Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

3Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.