Aanhef
De raad van de gemeente Oosterhout;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 augustus 2025, Zaaknr. 1077903;
gelet op artikel 4.19 van de Omgevingswet;
besluit de volgende beleidsregel vast te stellen:
Beleidsregel uiterlijk van bouwwerken Oosterhout 2025
Hoofdstuk 2 Rijks- en gemeentelijke monumenten
2.4 Criteria voor zonnepanelen
Algemeen
De volgende algemene criteria hebben betrekking op de plaatsing van zon-nepanelen op- of bij rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten en op- of bij bebouwing binnen de grenzen van de drie beschermde stads- of dorpsgezichten. De opbrengst is ondergeschikt aan de monumentale en/of de cultuurhistorische waarden.
Waar
•Het plaatsen van zonnepanelen is toegestaan op, vanuit de openbare ruimte gezien, niet-zichtbare daken van bebouwing (hoofd- en bijgebouwen). Het plaatsen van zonnepanelen is ook toegestaan op, vanuit de openbare ruimte gezien, niet zichtbare delen van het zijerf en achtererf. Het plaatsen van zonnepanelen is niet toegestaan op een voordakvlak, aan gevels of op het voorerf (voortuin).
•Om het karakteristieke beeld niet te verstoren worden zonnepanelen zo onopvallend mogelijk geplaatst. De verschillende mogelijkheden dienen te worden onderzocht waarbij de volgende zoekvolgorde wordt gehanteerd:
1Is plaatsing op het maaiveld (achtererf, eventueel zij-erf) mogelijk.
2Is plaatsing op een plat dak mogelijk.
3Is plaatsing op het achter- of zijdakvlak van een aan- of bijgebouw zonder (cultuur)historische waarde mogelijk.
4Is plaatsing op het achter- of zijdakvlak van een aan- of bijgebouw met (cultuur)historische waarde mogelijk.
5Is plaatsing op het achter- of zijdakvlak van het hoofdgebouw mogelijk.
•De plaatsing van de zonnepanelen is reversibel. De zonnepanelen inclusief installaties kunnen in de toekomst zonder beschadiging of verlies van historisch materiaal van dak of bebouwing weer verwijderd worden. Plaatsing is alleen mogelijk op harde, niet natuurlijke materialen zoals dakpannen, bitumen en zink (geen riet) en wanneer geen cultuurhistorisch waardevol groen (hagen, bomen) verwijderd wordt.
Waarop
•Plaatsing op platte daken dient aaneengesloten en evenwijdig aan de dakrand te worden uitgevoerd. Uitgangspunt is dat de panelen niet of nauwelijks zichtbaar zijn. Bepalend hiervoor zijn de afstand tot de dakrand, die minimaal gelijk is aan de hoogte van het paneel, en de hoogte die de panelen boven de dakrand uitsteken, deze bedraagt maximaal 30 cm.
•Plaatsing op hellende daken vlak met eenzelfde hellingshoek als het dakvlak. Per dakvlak in één rechthoekig en aaneengesloten paneelvlak waarbij de panelen allemaal in dezelfde richting (horizontaal of verticaal) liggen. Bij over verschillende panden doorlopende dakvlakken dienen de afzonderlijke legplannen op elkaar te worden afgestemd. Om de zichtbaarheid te beperken de panelen liefst onderin het dakvlak plaatsen, maar in ieder geval op minimaal 50 cm afstand van nok, goot, dakrand en hoekkepers.
Uitvoering
•Zonnepanelen uitvoeren in een matte egale kleur zwart zonder rand (all-black) of in een kleur die overeenkomt met de kleur van de dakbedekking. Daarbij altijd uitgaan van één type paneel per paneelvlak, dakvlak of gebouw.
•Kabels en leidingen niet zichtbaar aan de buitenzijde of aan de binnenzijde van de gebouwen aanbrengen. Ook omvormers en andere installatieonderdelen dienen onzichtbaar en/of aan de binnenzijde van gebouwen te worden geplaatst.
Aanvullend
Voor monumenten gelden naast de algemene criteria deze set aanvullende criteria. Deze criteria gelden ook voor monumenten binnen de grenzen van één van de beschermde stads- of dorpsgezichten.
•Bij hellende daken zijn zonnepanelen niet toegestaan op het voordakvlak.
•Bij schild- en zadeldaken zijn op het achterdakvlak panelen mogelijk tenzij dit dakvlak gericht is op de openbare ruimte (zie voorbeeld Ridderstraat 80). Op zijdakvlakken zijn panelen mogelijk tenzij dit dakvlak gericht is op de openbare ruimte. Hierbij dient minimaal 1/3 deel van de breedte van het dakvlak, vanaf de voorzijde gezien, vrij te blijven van panelen. De panelen zijn vanaf de achterzijde naar voor geordend.
•Bij andere kapvormen zoals samengestelde kappen, mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vraagt plaatsing om een maatwerkoplossing. Aanbevolen wordt om in een vroeg stadium hierover vooroverleg te voeren met de commissie. In overleg kan dan onderzocht worden of er mogelijk oplossingen of alternatieven zijn.
Bijzondere gebouwtypen
Niet alle monumenten of bouwwerken zijn geschikt voor de plaatsing van zonnepanelen. Objecten met bijzondere cultuurhistorische, architectuurhistorische of stedenbouwhistorische waarde kunnen geheel worden uitgesloten voor de plaatsing van zonnepanelen.
Hierbij gaat het bijvoorbeeld om bijzondere gebouwtypen (o.a. kerken, molens, stadhuizen, militaire objecten, vestingwerken, historische waterhuishoudingobjecten en kerkhoven). Ook wanneer er sprake is van bijzondere of kwetsbare dakbedekking (bijvoorbeeld riet, lood, koper, zink, leien of een zeldzaam type dakpan en/of een bijzondere legpatroon) kan het aanbrengen van zonnepanelen daarop niet gewenst zijn.
De Adviescommissie Omgevingskwaliteit Oosterhout beoordeelt of een bouwwerk of object uitgesloten wordt voor de plaatsing van zonnepanelen. Aanbevolen wordt om in een vroeg stadium hierover vooroverleg te voeren met de commissie. In overleg kan dan onderzocht worden of er mogelijk oplossingen of alternatieven zijn.
Hoofdstuk 3 Beschermde stads- en dorpsgezichten
3.2 Beschermd dorpsgezicht Den Hout
3.2.1 Algemeen
Deze uit de middeleeuwen daterende, in plattegrond nog zeer gave akkernederzetting met daaraan karakteristieke bebouwing is zeer waardevol. De bestaande bebouwingsvorm straalt een duidelijke oorspronkelijkheid en karakteristiek uit. Behoud van deze gebiedskenmerken staat voorop.
Het beschermde dorpsgezicht Den Hout wordt gevormd door een aantal karakteristieke lang- en kortgevelboerderijen, karakteristieke woonhuizen en kerk met klooster rondom een driehoekig, met bomen beplant onverharde brink (de Houtse Heuvel) . Het bebouwingsbeeld is zeer bescheiden en weinig pretentieus. Stadse fratsen komen er niet voor. De ambitie van het gemeentebestuur van Oosterhout is gericht op behoud van de aanwezige karakteristiek binnen het beschermd dorpsgezicht Den Hout.
3.2.2 Criteria voor bouwwerken
De toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht en de beleidsuitgangspunten voor omgevingskwaliteit maken deel uit van deze beoordelingscriteria. Alle hierna met * gemerkte criteria gelden slechts indien en voor zover het geldende omgevingsplan niet anders bepaalt.
Plaatsing*
•In de structuur, de opbouw, de breedte en het type van de bebouwing dient het oorspronkelijke en beschermde ruimtelijke karakter als uitgangspunt.
•Algehele nieuwbouw is slechts toegestaan voor zover het gebouw geen rijks- of gemeentelijk monument betreft en voor zover de bestaande karakteristiek niet aangetast wordt.
•Algehele nieuwbouw moet binnen de contouren van de bestaande bebouwing plaatsvinden (zowel de vier gevels als de dakvorm), tenzij door een geringe verschuiving de karakteristiek van de omgeving verbeterd.
•De openheid tussen twee bebouwingselementen of complexen moet bewaard blijven. Uitbreidingen aan de voorkanten zijn niet toegestaan.
•Specifiek voor agrarische bedrijven is de clustering van meerdere gebouwen (woonhuis, stallen, loodsen) op een bouwperceel. De positionering van deze gebouwen ten opzichte van elkaar heeft vaak een bedrijfsmatige achtergrond maar is ook uit een oogpunt van de beleving van het complex een belangrijk uitgangspunt. Woonhuizen en boerderijen in het dorpsgezicht dienen deze karakteristiek te respecteren.
•Het overwegend open tot half open bebouwingbeeld van herkenbare individuele panden dient in stand gehouden te worden. Het overwegend open bebouwingsbeeld met omvangrijke bouwmassa's aan ruime open ruimten dient eveneens in stand gehouden te worden.
•Nieuwbouw dient aan te sluiten bij de ritmiek van de bestaande bebouwing in de omgeving.
•De parcellering, de positie en de oriëntatie van de oorspronkelijke bebouwing dienen richtinggevend te zijn bij nieuwbouw.
•Zijgevels die duidelijk zichtbaar zijn vanaf de openbare weg dienen als voorgevel behandeld te worden.
Hoofdvorm*
•Bij renovatie van bestaande gebouwen dient de originele vorm(geving) het uitgangspunt te zijn. De hoofdvormen dienen ervoor te zorgen dat de gebouwen passen bij de landschappelijke en cultuurhistorische karakteristiek.
•Elke bouwmassa moet zijn eigen karakteristiek hebben, maar moet passen bij de bouwmassa's in de omgeving. Grote ingrepen aan bestaande gebouwen dienen zo veel mogelijk op één punt, uitsluitend aan de achterzijde, te worden geconcentreerd, rekening houdend met de originele hoofdvorm en kapvorm.
Gevelopbouw
•Bij bestaande gevels moet de oorspronkelijke (traditionele) indeling gehandhaafd blijven. De bebouwing heeft een duidelijke relatie met de (oorspronkelijke) agrarische functie: dit uit zich in eenvoudige hoofdvormen en een duidelijke gevelindeling, aansluitend op het oorspronkelijk boerderijtype van dit gebied.
Kleuren en materialen (hoofdvlakken)
•Bij renovatie van gebouwen dient het originele materiaalgebruik het uitgangspunt te zijn. De hoofdkleurtoon en het overwegend materiaalgebruik dienen afgestemd te zijn op de karakteristiek in het dorpsgezicht, waarbij het gebruik van gedekte kleuren en natuurlijke materialen voorop staan. Daken gedekt met riet/stro en/of gebakken pannen, gevels van (rode/bruinrode) baksteen en/of hout.
•Als historische panden een rieten kap hebben, is vervanging door ander materiaal niet toegestaan tenzij aangetoond kan worden dat daardoor de cultuurhistorische en architectonische waarde niet wordt aangetast.
Compositie massaonderdelen
•Gebouwen moeten geclusterd en in onderlinge samenhang op het terrein geplaatst zijn. Aan- en bijgebouwen dienen rekening te houden met de herkenbaarheid van de hoofdbebouwing.
Gevelindeling
•Bij verbouw en renovatie dient te worden aangesloten bij de richting en de maatverhoudingen van de bestaande gevelopeningen. De gevels van bijgebouwen moeten een duidelijke plint en een beëindiging aan de bovenzijde hebben. Grote vlakken moeten een structuur of onderverdeling hebben. De maat en schaal van de gevelindeling moeten worden gerespecteerd.
•De verticale geleding en ritmiek van de gevel dient te worden benadrukt, mede gelet op gevelassen, kolomplaatsingen en dergelijke.
•In de horizontale gevelopbouw moeten de begrenzing van de onderzijde (plint) en de bovenzijde (goot of kroonlijst) als belangrijke elementen zijn behandeld.
•Het onderscheid tussen het oorspronkelijke woondeel van een (voormalige) boerderij en het oorspronkelijke bedrijfsdeel dient in de architectuur op een herkenbare wijze zichtbaar te blijven.
•De architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand blijft uitgangspunt in geval van splitsing. De vormgeving van entree en de eventuele symmetrie van de gevelopbouw wordt zorgvuldig behandeld.
•Toevoegingen, zoals opgetrokken middenrisalieten en dakuitbouwen aan de voorzijde maken in plaatsing en vormgeving deel uit van het ontwerp van de onderliggende (voor)gevel.
Kleuren en materialen (deelvlakken)
•Bij het plaatsen van loodsen en schuren dient er sprake te zijn van een toepassing van passend materiaal, zoals baksteen en hout. Spiegelende oppervlakken, kunststof en Trespa mogen niet worden toegepast bij beplating van de gevels.
Detaillering
•Bij detaillering moeten de aanwezige fijne en/of ambachtelijke onderdelen behouden blijven. De detaillering van nieuwe onderdelen moet qua vorm en uitstraling passen bij de aanwezige details. Extra aandacht is vereist voor: voordeuren, garagedeuren kozijnen, gootbakken, boeiboorden, windveren en erfafscheidingen.
Bouwwerken op erven en erfafscheidingen*
•Toegestaan worden hagen of heggen tot een maximale hoogte van 1 m., al dan niet voorzien van open en donker geschilderd rasterwerk.
•Erfafscheidingen op voor- en zij-erven mogen niet gebouwd zijn. Uitsluitend groene erfafscheidingen in de vorm van hagen zijn toegestaan.
•Hekwerken e.d. aan de straatzijde mogen niet hoger dan 1,20 m zijn en moeten op één lijn staan en in hoogte en vormgeving op elkaar zijn afgestemd.
•Zij-erven gelegen grenzend aan openbare ruimte dienen als voorerf te worden behandeld.
•Op achtererven gelegen in zicht van de openbare ruimte zijn hagen of heggen, al dan niet voorzien van open rasterwerk, tot max. 2 meter* toegestaan.
Dakkapellen en dakramen
•Dakkapellen en dakramen aan de voorzijde zijn niet toegestaan.
Aan- en uitbouwen
•Bijgebouwen worden uitsluitend achter de hoofdbebouwing op de kavel geplaatst en worden in massa, maatvoering en stijl afgestemd op (ondergeschikt aan) de hoofdmassa.
•Materialen, kleuren en detaillering van de aan- en bijgebouwen worden zorgvuldig afgestemd op die van het hoofdgebouw.
•Toevoegingen aan het dak worden uitsluitend aan de achterzijde aangebracht.
•In het geval dat de kap haaks op de as van de straat staat, zijn toevoegingen niet toegestaan*.
Rolluiken e.d.
•Aan de voorzijde en de zijgevels zijn geen rolluiken toegestaan. Aan de achterzijde zijn rolluiken toegestaan, mist deze zijn opgenomen in de gevelstructuur (in of achter de gevel aanbrengen) en materiaal en kleur zijn afgestemd op de overige gevel.
Technische installaties
•Kleine windmolens (kwi’s) airco-units, warmtepompen, complete energie-units, ventilatie- en klimaatsystemen, antennes etc. op, aan en bij gebouwen zo veel mogelijk inpandig, dan wel minimaal achter de voorgevellijn op een plek die niet zichtbaar is vanuit het openbaar gebied.
3.2.3 Criteria voor reclame-uitingen
Voor de reclame-uitingen binnen het beschermd dorpsgezicht Den Hout gelden de volgende voorwaarden:
•Voor monumenten gelden de in 2.3 genoemde voorwaarden, met dien verstande dat hier geen lichtbakken zijn toegestaan.
•Ook aan andere gebouwen dan monumenten zijn geen lichtbakken toegestaan.
•In principe dient te worden gestreefd naar onverlichte uithangborden dwars op de gevel (maximaal 2 per monument).
•De maatvoering en plaatsing van –al dan niet aangelichte- objecten dient extra kritisch afgezet te worden tegen de structuur van de gevel.
•De dikte van zowel het vlak tegen de gevel als het haaks op de gevel geplaatste object mag maximaal 5 cm bedragen.
•Eventuele aanlichtings-armaturen dienen qua afmetingen maximaal ondergeschikt te zijn en dienen onopvallend qua kleurstelling te zijn.
•Waar mogelijk zal worden aangestuurd op een reclamevoering met ‘open’ belettering.
3.2.4 Criteria voor zonnepanelen Algemeen
De volgende algemene criteria hebben betrekking op de plaatsing van zonnepanelen op of bij bebouwing binnen de grenzen van de drie beschermde stads- of dorpsgezichten. De opbrengst is ondergeschikt aan de monumentale en/of de cultuurhistorische waarden.
Waar
•Het plaatsen van zonnepanelen is toegestaan op, vanuit de openbare ruimte gezien, niet-zichtbare daken van bebouwing (hoofd- en bijgebouwen). Het plaatsen van zonnepanelen is ook toegestaan op, vanuit de openbare ruimte gezien, niet zichtbare delen van het zijerf en achtererf. Het plaatsen van zonnepanelen is niet toegestaan op een voordakvlak, aan gevels of op het voorerf (voortuin).
•Om het karakteristieke beeld niet te verstoren worden zonnepanelen zo onopvallend mogelijk geplaatst.
•De verschillende mogelijkheden dienen te worden onderzocht waarbij de volgende zoekvolgorde wordt gehanteerd:
1Is plaatsing op het maaiveld (achtererf, eventueel zij-erf) mogelijk
2plaatsing op een plat dak mogelijk.
3Is plaatsing op het achter- of zijdakvlak van een aan- of bijgebouw zonder (cultuur)historische waarde mogelijk.
4Is plaatsing op het achter- of zijdakvlak van een aan- of bijgebouw met (cultuur)historische waarde mogelijk.
5Is plaatsing op het achter- of zijdakvlak van het hoofdgebouw mogelijk.
•De plaatsing van de zonnepanelen is reversibel. De zonnepanelen inclusief installaties kunnen in de toekomst zonder beschadiging of verlies van historisch materiaal van dak of bebouwing weer verwijderd worden. Plaatsing is alleen mogelijk op harde, niet natuurlijke materialen zoals dakpannen, bitumen en zink (geen riet) en wanneer geen cultuurhistorisch waardevol groen (hagen, bomen) verwijderd wordt.
Waarop
•Plaatsing op platte daken dient aaneengesloten en evenwijdig aan de dakrand te worden uitgevoerd. Uitgangspunt is dat de panelen niet of nauwelijks zichtbaar zijn. Bepalend hiervoor zijn de afstand tot de dakrand, die minimaal gelijk is aan de hoogte van het paneel, en de hoogte die de panelen boven de dakrand uitsteken, deze bedraagt maximaal 30 cm.
•Plaatsing op hellende daken vlak met eenzelfde hellingshoek als het dakvlak. Per dakvlak in één rechthoekig en aaneengesloten paneelvlak waarbij de panelen allemaal in dezelfde richting (horizontaal of verticaal) liggen. Bij over verschillende panden doorlopende dakvlakken dienen de afzonderlijke legplannen op elkaar te worden afgestemd. Om de zichtbaarheid te beperken de panelen liefst onderin het dakvlak plaatsen, maar in ieder geval op minimaal 50 cm afstand van nok, goot, dakrand en hoekkepers
Uitvoering
•Zonnepanelen uitvoeren in een matte egale kleur zwart zonder rand (all-black) of in een kleur die overeenkomt met de kleur van de dakbedekking. Daarbij altijd uitgaan van één type paneel per paneelvlak, dakvlak of gebouw.
•Kabels en leidingen niet zichtbaar aan de buitenzijde of aan de binnenzijde van de gebouwen aanbrengen. Ook omvormers en andere installatieonderdelen dienen onzichtbaar en/of aan de binnenzijde van gebouwen te worden geplaatst.
Aanvullend
Vanwege het specifieke karakter is het beschermd gezicht Den Hout opgedeeld in drie zones A, B en C op basis van de verschillende waarden van het beschermd dorpsgezicht. De volgende criteria zijn aanvullend op de algemene criteria.
•Zone A: Eerste linie aan Houtse Heuvel en waardevolle wegstructuren.
De bebouwing direct (eerste linie) aan de Houtse Heuvel, de historische voormalige landwegen naar de Houtse Heuvel (Vrachelsestraat, Hespelaar), de Achterstraat als historische en gave landweg en de twee kerkpaden tussen de Achterstraat en Houtse Heuvel.
•Zone B: Tweede linie en minder waardevolle wegstructuren.
De bebouwing in de tweede linie aan de cultuurhistorisch waardevolle wegstructuren inclusief de open akkers aan weerszijden van de kerkpaden en de cultuurhistorisch minder waardevolle wegstructuren Herestraat, Ruiterspoor en Eindsepad.
•Zone C: Derde linie, naoorlogse woonbuurt en westelijk akkergebied.
De bebouwing in de derde linie aan de cultuurhistorisch waardevolle wegstructuren, de naoorlogse woonbuurt ten zuiden van de Houtse Heuvel (Molenakker, Hoge Akker) en het akkergebied ten westen van de Houtse Heuvel met lage cultuurhistorische waarde.
Zone A: eerste linie aan Houtse Heuvel en waardevolle wegstructuren
•Bij hellende daken zijn zonnepanelen niet toegestaan op het voordakvlak en op een zijdakvlak of achterdakvlak wanneer dat gericht is naar het openbare gebied en kan worden gezien als voordakvlak.
•In andere gevallen zijn panelen mogelijk op een achterdakvlak en op het zijdakvlak wanneer minimaal 1/2 deel van de breedte van het dakvlak vanaf de voorzijde gezien vrij blijft van panelen. De panelen zijn vanaf de achterzijde naar voor geordend.
•Bij andere kapvormen zoals samengestelde kappen, mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vraagt plaatsing om een maatwerkoplos-sing. Aanbevolen wordt om in een vroeg stadium hierover vooroverleg te voeren met de commissie. In overleg kan dan onderzocht worden of er mogelijk oplossingen of alternatieven zijn.
Zone B: Tweede linie en minder waardevolle wegstructuren
•Bij schild- en zadeldaken zijn zonnepanelen op het achterdakvlak toegestaan. Op het voordakvlak wanneer de panelen laag in de onderste helft van het dakvlak worden geplaatst en op het zijdakvlak wanneer minimaal 1/3 deel van de breedte van het dakvlak vanaf de voorzijde gezien vrij blijft van panelen. De panelen zijn vanaf de achterzijde naar voor geordend.
•Op de dakvlakken van een ondergeschikt dak (aan-, uit- of bijbouw) is de plaatsing van panelen mogelijk.
•Bij andere kapvormen zoals samengestelde kappen, mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vraagt plaatsing om een maatwerkoplossing. Aanbevolen wordt om in een vroeg stadium hierover vooroverleg te voeren met de commissie. In overleg kan dan onderzocht worden of er mogelijk oplossingen of alternatieven zijn.
Zone C: Derde linie, naoorlogse woonbuurt en westelijk akkergebied
Hier gelden geen aanvullende criteria voor zonnepanelen bovenop de algemene criteria.
3.3 Beschermd dorpsgezicht De Heilige Driehoek
3.3.1 Algemeen
Dit terrein met religieuze functie is zeer waardevol. Naast de historische gebouwen wordt dit gebied gekenmerkt door zijn open terreinen. Behoud van deze gebiedskenmerken staat voorop. Eerste toetsingskader voor ontwikkelingen in dit gebied is de “Beheersvisie Heilige Driehoek Oosterhout 2025.
Het beschermde dorpsgezicht de Heilige Driehoek wordt gevormd door drie kloosters en kleinschalige andere bebouwing ten oosten van de kern van Oosterhout. Deze geconcentreerde bebouwing wordt omgeven met sloten, muren en hagen omsloten open terreinen. De ambitie van het gemeentebestuur van Oosterhout is gericht op behoud van de aanwezige karakteristiek binnen het beschermd dorpsgezicht de Heilige Driehoek.
3.3.2 Criteria voor bouwwerken
De toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht en de beleidsuitgangspunten voor omgevingskwaliteit maken deel uit van deze beoordelingscriteria. Alle hierna met * gemerkte criteria gelden slechts indien en voor zover het geldende omgevingsplan niet anders bepaalt.
Plaatsing*
•In de structuur, de opbouw, de breedte en het type van de bebouwing dient het oorspronkelijke en beschermde ruimtelijke karakter als uitgangspunt.
•Algehele nieuwbouw is slechts toegestaan voor zover het gebouw geen rijks- of gemeentelijk monument betreft en voor zover de bestaande karakteristiek niet aangetast wordt.
•Algehele nieuwbouw moet binnen de contouren van de bestaande bebouwing plaatsvinden (zowel alle gevels als de dakvorm), tenzij door een geringe verschuiving de karakteristiek van de omgeving wordt verbeterd.
•Het ruimtelijk karakter moet gebaseerd zijn op de beoogde kwaliteiten van het gebied. Het overwegend open tot half open bebouwingbeeld van herkenbare individuele panden dient in stand gehouden te worden.
•Het overwegend open bebouwingsbeeld met omvangrijke bouwmassa's aan ruime open ruimten dient eveneens in stand gehouden te worden.
•Nieuwbouw dient aan te sluiten bij de ritmiek van de bestaande bebouwing in de omgeving. De parcellering, de positie en de oriëntatie van de oorspronkelijke bebouwing dienen richtinggevend te zijn bij nieuwbouw. Zijgevels die duidelijk zichtbaar zijn vanaf de openbare weg dienen als voorgevel behandeld te worden.
Hoofdvorm*
•De massa en vorm van nieuwbouw moeten zorgvuldig ingepast worden tussen de bestaande bebouwing.
•De bouwhoogte dient afgestemd te worden op de bouwmassa en kapvorm van de belendende omgeving. De bebouwing in het gebied wordt grotendeels gekenmerkt door 1 of 2 bouwlagen, met uitzondering van de kloostercomplexen waarvan enkele volumes meer bouwlagen bezitten.
•Verspringingen in de dakgoothoogte moeten binnen de uitersten van de naastgelegen bebouwing blijven.
•Bij panden die een stedenbouwkundig geheel vormen dienen toevoegingen per woning ondergeschikt te zijn aan de hoofdstructuur en de ritmiek van het geheel. Hierbij is de eenmaal toegevoegde toevoeging in beginsel de standaard uitvoering voor de overige panden.
•De vormgeving van het dak moet afgestemd zijn op de stijl van het betreffende pand.
Gevelopbouw
•Bij renovatie en/of nieuwbouw dient de oorspronkelijke gevelopbouw en materiaal-en kleurgebruik gerespecteerd te worden.
•Waar tussenruimten tussen de panden gelijk of kleiner is dan 2x de gemiddelde gevelbreedte van de naastliggende panden, dient nieuwbouw aan te sluiten bij de kenmerken van de bebouwing in de directe omgeving. (Bij grotere tussenruimten is een grotere vrijheid in stijlkenmerken, ritmiek, gevelopeningen en toevoegingen toegestaan).
•Alle gevels gericht naar, of zichtbaar vanuit de openbare ruimte, moeten ten minste op voetgangersniveau voorzien zijn van gevelopeningen blinde gevels zijn daar, zeker op begane grondniveau, niet toegestaan.
Kleuren en materialen (hoofdvlakken)
•Bij verbouwing of renovatie dient men het oorspronkelijke kleur- en materiaalgebruik tot uitgangspunt te nemen.
•Bij nieuwbouw mogen gevels in hoofdzaak behalve baksteen ook uit andere passende materialen bestaan.
•De kleuren van in het zicht komende dakbedekking en gevels moeten op elkaar afgestemd zijn.
•Het gebruik van sterk contrasterende kleuren is niet toegestaan.
Gevelindeling
•Bij verbouwing en renovatie dient aangesloten te worden bij de richting en de maatverhouding van de bestaande gevelopeningen.
•De onderpui en de bovengevel dienen een samenhangend geheel te vormen.
•De plaatsing van penanten en kolommen dienen de gevelritmiek te ondersteunen.
•De onderzijde (plint) en de bovenzijde (goot of kroonlijst) dienen een horizontale geleding te geven en het gevelvlak af te bakenen.
•Bij splitsing van ruimten moet de architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand behouden blijven.
•Bij samenvoeging van meerdere panden, moet de individualiteit van de panden voorop blijven staan.
•Plaatsing en behandeling van de hoofdentree dient bijzondere aandacht te verkrijgen.
Kleuren en materialen (deelvlakken)
•Bij verbouwing of renovatie dient men het oorspronkelijke materiaal en kleurgebruik tot uitgangspunt te nemen. Het gebruik van sterk contrasterende kleuren in grotere vlakken is niet toegestaan.
Detaillering
•Bij verbouwing en renovatie dient zorgvuldig omgaan te worden (herstel, interpretatie of reactie) met de ornamentiek zoals: overstekken, daklijsten, siermetselwerk lijsten en speklagen en de specifieke detaillering van gevelopeningen, eventuele balkonhekken, deurluifels en dergelijke.
•Bij nieuwbouw dient de detaillering zorgvuldig en met aandacht voor de plasticiteit van de gevel uitgewerkt te zijn.
•Gevelreclame aan panden met een commerciële functie dienen binnen de structuur en de detaillering van de gevel te passen.
Bouwwerken op erven*
•Bouwwerken op erven dienen in onderlinge samenhang te worden vormgegeven. Bij voorkeur dient men hagen of heggen toe te passen en/of open en donker geschilderd sierhekwerk.
•Toegangspoorten en dergelijke moeten in de lijn van de voorgevel of de erfgrens geplaatst worden.
Aan- en uitbouwen
•Bijgebouwen dienen bij voorkeur achter de hoofdbebouwing op de kavel te worden geplaatst en dienen in massa, maatvoering en stijl afgestemd te worden op de hoofdmassa*.
•Bijgebouwen voor de voorgevelrooilijn worden niet toegestaan*.
•Materialen, kleuren en detaillering van de aanbouwen en bijgebouwen moeten zorgvuldig afgestemd worden op die van het hoofdgebouw.
•Toevoegingen aan het dak mogen uitsluitend aan de achterzijde worden aangebracht. In het geval dat de kap haaks op de as van de straat staat, ten minste 3 m achter de voorgevelrooilijn.
Rolluiken e.d.
•Moeten worden opgenomen in de gevelstructuur (in of achter de gevel aanbrengen).
•Materiaal en kleur dienen te worden afgestemd op de overige gevel.
•Rolluiken moeten worden uitgevoerd in hekvorm, minimaal 95% transparant.
Technische installaties
•Kleine windmolens (kwi’s) airco-units, warmtepompen, complete energie-units, ventilatie- en klimaatsystemen, antennes etc. op, aan en bij gebouwen zo veel mogelijk inpandig, dan wel minimaal achter de voorgevellijn op een plek die niet zichtbaar is vanuit het openbaar gebied.
3.3.3 Criteria voor reclame-uitingen
Voor de reclame-uitingen binnen het beschermd dorpsgezicht de Heilige Driehoek gelden de volgende voorwaarden:
•Voor monumenten gelden de in paragraaf 2.3 genoemde voorwaarden, met dien verstande dat hier geen lichtbakken zijn toegestaan.
•Ook aan andere gebouwen dan monumenten zijn geen lichtbakken toegestaan.
•In principe dient te worden gestreefd naar onverlichte uithangborden dwars op de gevel (maximaal 2 per monument).
•De maatvoering en plaatsing van –al dan niet aangelichte- objecten dient extra kritisch afgezet te worden tegen de structuur van de gevel.
•De dikte van zowel het vlak tegen de gevel als het haaks op de gevel geplaatste object mag maximaal 5 cm bedragen.
•Eventuele aanlichtings-armaturen dienen qua afmetingen maximaal ondergeschikt te zijn en dienen onopvallend qua kleurstelling te zijn.
•Waar mogelijk zal worden aangestuurd op een reclamevoering met ‘open’ belettering.
3.3.4 Criteria voor zonnepanelen Algemeen
De volgende algemene criteria hebben betrekking op de plaatsing van zonnepanelen op of bij bebouwing binnen de grenzen van de drie beschermde stads- of dorpsgezichten. De opbrengst is ondergeschikt aan de monumentale en/of de cultuurhistorische waarden.
Waar
•Het plaatsen van zonnepanelen is toegestaan op, vanuit de openbare ruimte gezien, niet-zichtbare daken van bebouwing (hoofd- en bijgebouwen). Het plaatsen van zonnepanelen is ook toegestaan op, vanuit de openbare ruimte gezien, niet zichtbare delen van het zijerf en achtererf. Het plaatsen van zonnepanelen is niet toegestaan op een voordakvlak, aan gevels of op het voorerf (voortuin).
•Om het karakteristieke beeld niet te verstoren worden zonnepanelen zo onopvallend mogelijk geplaatst. De verschillende mogelijkheden dienen te worden onderzocht waarbij de volgende zoekvolgorde wordt gehanteerd:
1Is plaatsing op het maaiveld (achtererf, eventueel zij-erf) mogelijk.
2Is plaatsing op een plat dak mogelijk.
3Is plaatsing op het achter- of zijdakvlak van een aan- of bijgebouw zonder (cultuur)historische waarde mogelijk.
4Is plaatsing op het achter- of zijdakvlak van een aan- of bijgebouw met (cultuur)historische waarde mogelijk.
5Is plaatsing op het achter- of zijdakvlak van het hoofdgebouw mogelijk.
•De plaatsing van de zonnepanelen is reversibel. De zonnepanelen inclusief installaties kunnen in de toekomst zonder beschadiging of verlies van historisch materiaal van dak of bebouwing weer verwijderd worden. Plaatsing is alleen mogelijk op harde, niet natuurlijke materialen zoals dakpannen, bitumen en zink (geen riet) en wanneer geen cultuurhistorisch waardevol groen (hagen, bomen) verwijderd wordt.
Waarop
•Plaatsing op platte daken dient aaneengesloten en evenwijdig aan de dakrand te worden uitgevoerd. Uitgangspunt is dat de panelen niet of nauwelijks zichtbaar zijn. Bepalend hiervoor zijn de afstand tot de dakrand, die minimaal gelijk is aan de hoogte van het paneel, en de hoogte die de panelen boven de dakrand uitsteken, deze bedraagt maximaal 30 cm.
•Plaatsing op hellende daken vlak met eenzelfde hellingshoek als het dakvlak. Per dakvlak in één rechthoekig en aaneengesloten paneelvlak waarbij de panelen allemaal in dezelfde richting (horizontaal of verticaal) liggen. Bij over verschillende panden doorlopende dakvlakken dienen de afzonderlijke legplannen op elkaar te worden afgestemd. Om de zichtbaarheid te beperken de panelen liefst onderin het dakvlak plaatsen, maar in ieder geval op minimaal 50 cm afstand van nok, goot, dakrand en hoekkepers.
Uitvoering
•Zonnepanelen uitvoeren in een matte egale kleur zwart zonder rand (all-black) of in een kleur die overeenkomt met de kleur van de dakbedek-king. Daarbij altijd uitgaan van één type paneel per paneelvlak, dakvlak of gebouw.
•Kabels en leidingen niet zichtbaar aan de buitenzijde of aan de binnenzijde van de gebouwen aanbrengen. Ook omvormers en andere installatieonderdelen dienen onzichtbaar en/of aan de binnenzijde van gebouwen te worden geplaatst.
Aanvullend
Vanwege het specifieke karakter is het beschermd gezicht De Heilige Driehoek opgedeeld in drie zones A, B en C op basis van de verschillende waarden van het beschermd dorpsgezicht. Deze criteria zijn aanvullend op de algemene criteria.
•Zone A: De drie kloostercomplexen.
Het gebied van de drie kloostercomplexen: Sint-Catharinadal, Onze-Lieve-Vrouwe-abdij en de Sint-Paulusabdij rondom de Kloosterdreef en (een deel van) de Hoogstraat.
•Zone B: Waardevolle wegstructuren rondom de kloostercomplexen.
De cultuurhistorische waardevolle straten en landwegen rondom de kloostercomplexen, waaronder de Zandheuvel, Leijsenstraat, Vijfhuizen, Leijsendwarsstraat, Monnikendreef en het resterende deel van de Hoogstraat.
•Zone C: Herstructureringsgebied en minder waardevolle wegstructuren.
De cultuurhistorisch minder waardevolle delen (o.a. herstructureringsgebied) van het beschermde gezicht, gelegen aan de Veerseweg en (delen van) Helleke en de Pieter Koolenstraat.
Zone A: de drie kloostercomplexen
•Op alle hellende daken van hoofdgebouwen zijn panelen niet toegestaan.
•Op het achterdakvlak of zijdakvlak van een ondergeschikt dak (aan-, uit- of bijbouw) zijn panelen mogelijk wanneer ze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte en alleen wanneer minimaal 1/3 deel van de breedte van het dakvlak vanaf de voorzijde gezien vrij blijft van panelen. De panelen zijn vanaf de achterzijde naar voor geordend.
•Bij andere kapvormen zoals samengestelde kappen, mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vraagt plaatsing om een maatwerkoplossing. Aanbevolen wordt om in een vroeg stadium hierover vooroverleg te voeren met de commissie. In overleg kan dan onderzocht worden of er mogelijk oplossingen of alternatieven zijn.
Zone B: Waardevolle wegstructuren rondom de kloostercomplexen
•Bij hellende daken zijn zonnepanelen niet toegestaan op het voordakvlak maar wel op het achterdakvlak.
•Bij schild- en zadeldaken zijn op het zijdakvlak panelen mogelijk wanneer minimaal 1/3 deel van de breedte van het dakvlak vanaf de voorzijde gezien vrij blijft van panelen. De panelen zijn vanaf de achterzijde naar voor geordend.
•Bij andere kapvormen zoals samengestelde kappen, mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vraagt plaatsing om een maatwerkoplossing. Aanbevolen wordt om in een vroeg stadium hierover vooroverleg te voeren met de commissie. In overleg kan dan onderzocht worden of er mogelijk oplossingen of alternatieven zijn.
Zone C: Herstructureringsgebied en minder waardevolle wegstructuren
•Hier gelden geen aanvullende criteria voor zonnepanelen bovenop de algemene criteria.
3.4 Beschermd stadsgezicht Oosterhout (Heuvel e.o.)
3.4.1 Algemeen
Dit gebied bestaande uit het plein Heuvel en een reeks van kleine slotjes met daar tussen de Slotparken en de voormalige oprijlaan wordt voornamelijk rondom de Heuvel gekenmerkt door kleinschalige aaneengesloten bebouwing, met linden beplante en kasseien bestrate Heuvel. Behoud van deze gebiedskenmerken staat voorop.
Het beschermde stadsgezicht Oosterhout. wordt gevormd door de Heuvel met daaraan grenzend meerlaagse herenhuizen, het park en de Slotjes ten midden van de kern Oosterhout. Het plein Heuvel en de Slotjes worden van elkaar gescheiden door de slotparken en de Ridderstraat. De ambitie van het gemeentebestuur van Oosterhout is gericht op behoud van de aanwezige karakteristiek binnen het beschermd stadsgezicht Oosterhout.
3.4.2 Criteria voor bouwwerken
De toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd stadsgezicht en de beleidsuitgangspunten omgevingskwaliteit maken deel uit van deze beoordelingscriteria. Alle hierna met * gemerkte criteria gelden slechts indien en voor zover het geldende omgevingsplan niet anders bepaalt.
Plaatsing*
•In de structuur, de opbouw, de breedte en het type van de bebouwing dient het oorspronkelijke en beschermde ruimtelijke karakter als uitgangspunt.
•Algehele nieuwbouw is slechts toegestaan voor zover het gebouw geen rijks- of gemeentelijk monument betreft en voor zover de bestaande karakteristiek niet aangetast wordt.
•Algehele nieuwbouw moet binnen de contouren van de bestaande bebouwing plaatsvinden (zowel de vier gevels als de dakvorm), tenzij door een geringe verschuiving de karakteristiek van de omgeving wordt verbeterd.
•De geslotenheid langs de Heuvel dient hier als uitgangspunt. In het overige deel dient de openheid tussen twee bebouwingselementen of complexen bewaard te blijven.
•Uitbreidingen zijn hier aan de voorkanten niet toegestaan. Uitbreidingen aan de zijkanten zijn alleen toegestaan als de openheid tussen de bebouwingselementen gehandhaafd blijft.
•Nieuwbouw dient aan te sluiten bij de ritmiek van de bestaande bebouwing in de omgeving.
•Het ruimtelijk karakter moet gebaseerd zijn op het gegroeide en beschermde ruimtelijke karakter van de directe omgeving.
•Het wisselende bebouwingbeeld van herkenbare individuele panden dient in stand gehouden te worden. Panden moeten gericht zijn naar de openbare ruimte, tenzij de oorspronkelijke situatie hiervan afwijkt.
•Zijgevels die duidelijk zichtbaar zijn vanaf de openbare weg dienen als voorgevel behandeld te worden.
Hoofdvorm*
•Bij renovatie van gebouwen dient de originele vorm(geving) het uitgangspunt te zijn.
•Elke bouwmassa moet zijn eigen karakteristiek hebben, maar moet passen bij de bouwmassa's in de omgeving.
•Grote ingrepen aan bestaande gebouwen dienen zo veel mogelijk op één punt te worden geconcentreerd, rekening houdend met de originele hoofdvorm en kapvorm.
•De bestaande samenhang en afwisselende vormgeving van de kappen in de omgeving dient gehandhaafd te blijven.
•Bij panden die een stedenbouwkundig geheel vormen dienen toevoegingen per woning ondergeschikt te zijn aan de hoofdstructuur en de ritmiek van het geheel.
•De hoofdvormen, die moeten bestaan uit liggende staafvormige bouwmassa's met lage goothoogte en forse, hoogoplopende kappen, dienen ervoor te zorgen dat de gebouwen passen bij de landschappelijke en cultuurhistorische karakteristiek.
•De bouwhoogte moet afgestemd worden op de bouwmassa en kapvorm van de belendende omgeving.
Gevelopbouw
•Bij verbouw, renovatie en/of vervangende nieuwbouw dient respect voor de oorspronkelijke gevelopbouw, materiaaltoepassing en kleurgebruik essentieel te zijn en moet de oorspronkelijke (traditionele) gevelindeling gehandhaafd blijven, waarbij de gevelopeningen verticaal gericht zijn.
•Bij nieuwbouw dient de bebouwing in de omgeving v.w.b. stijlkenmerken en materialiseren het uitgangspunt te vormen.
•De verticale geleding van de gevel dient benadrukt te worden.
•De architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand dient uitgangspunt te blijven in geval van splitsing.
•De individualiteit van de panden dient bij samenvoeging gehandhaafd te blijven.
Kleuren en materialen (hoofdvlakken)
•Bij renovatie van gebouwen dient het originele materiaalgebruik het uitgangspunt te zijn.
•De hoofdkleurtoon en het overwegend materiaalgebruik dienen afgestemd te zijn op de karakteristiek in het stadsgezicht, waarbij het gebruik van gedekte kleuren en natuurlijke materialen voorop staan.
•Daken zijn gedekt gebakken pannen, gevels van (rode/bruinrode) baksteen en/of hout.
•Als historische panden een rieten kap hebben, is vervanging door ander materiaal niet toegestaan tenzij aangetoond kan worden dat daardoor de cultuurhistorische en architectonische waarde niet wordt aangetast.
Compositie massaonderdelen
•Gebouwen moeten geclusterd en in onderlinge samenhang op het terrein geplaatst te staan. Aan- en bijgebouwen dienen rekening te houden met de herkenbaarheid van de hoofdbebouwing.
Gevelindeling
•Bij verbouw en renovatie dient te worden aangesloten bij de richting en de maatverhoudingen van de bestaande gevelopeningen.
•De maat en schaal van de gevelindeling moet worden gerespecteerd. De verticale geleding en ritmiek van de gevel dient te worden benadrukt, mede gelet op gevelassen, kolomplaatsingen en dergelijke.
•In de horizontale gevelopbouw moeten de begrenzing van de onderzijde (plint) en de bovenzijde (goot of kroonlijst) als belangrijke elementen zijn behandeld.
•De architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand blijft uitgangspunt in geval van splitsing.
•De vormgeving van het dak moet afgestemd zijn op de stijl van het betreffende pand.
•De vormgeving van entree en de eventuele symmetrie van de gevelopbouw wordt zorgvuldig behandeld.
•Toevoegingen, zoals opgetrokken middenrisalieten en dakuitbouwen aan de voorzijde maken in plaatsing en vormgeving deel uit van het ontwerp van de onderliggende (voor)gevel.
Kleuren en materialen (deelvlakken)
•Spiegelende oppervlakken, kunststof en Trespa mogen niet worden toegepast bij beplating van de gevels.
•De kleuren van dakpannen en gevels moeten op elkaar afgestemd zijn.
Detaillering
•Bij detaillering moeten de aanwezige fijne en/of ambachtelijke onderdelen behouden blijven.
•Bij renovatie dient zorgvuldig omgegaan te worden (herstel, interpretatie of reactie) met de ornamentiek zoals: overstekken, daklijsten, siermetselwerk lijsten en speklagen.
•De detaillering van nieuwere onderdelen moet qua vorm en uitstraling passen bij de aanwezige details. Extra aandacht is vereist voor: voordeuren, garagedeuren kozijnen, gootbakken, boeiboorden en windveren.
Bouwwerken op erven en erfafscheidingen*
•Bij voorkeur dient men hagen of heggen toe te passen, al dan niet voorzien van open en donker geschilderd sierhekwerk.
•Gebouwde erfafscheidingen moeten worden vormgegeven in samenhang met de architectuur en hoofdmateriaalkeuze van het pand.
•Hekwerken e.d. aan de straatzijde zijn niet toegestaan.
•Zij-erven grenzend aan en in het zicht van de openbare ruimte dient men als voorerf te behandelen.
•Erfafscheidingen op achtererven in zicht van de openbare ruimte mogen niet hoger zijn dan 2 meter.
•Men dient gemetselde tuinmuren of hagen toe te passen, al dan niet voorzien van open en donker geschilderd hekwerk.
•Toegestaan worden hagen of heggen, al dan niet voorzien van open en donker geschilderd hekwerk.
Dakkapellen en dakramen
•Dakkapellen aan de voorzijde zijn in beginsel niet toegestaan.
•Een uitzondering wordt gemaakt voor toevoegingen die in plaatsing en vormgeving afgestemd zijn op de onderliggende gevel.
•Aan de voorzijde zijn geen dakramen toegestaan.
Aan- en uitbouwen
•Bijgebouwen worden uitsluitend achter de hoofdbebouwing op de kavel geplaatst en worden in massa, maatvoering en stijl afgestemd op (ondergeschikt aan ) de hoofdmassa.
•Materialen, kleuren en detaillering van de aan- en bijbouwen dienen zorgvuldig te worden afgestemd op die van het hoofdgebouw.
•Bijgebouwen voor de voorgevelrooilijn worden niet toegestaan.
•Toevoegingen aan het dak mogen uitsluitend aan de achterzijde worden aangebracht.
•In het geval dat de kap haaks op de as van de straat staat, zijn toevoegingen niet toegestaan.
Rolluiken e.d.
•Aan de voorzijde en de zijgevels zijn geen rolluiken toegestaan.
•Aan de achterzijde zijn rolluiken toegestaan, mist deze zijn opgenomen in de gevelstructuur (in of achter de gevel aanbrengen) en materiaal en kleur zijn afgestemd op de overige gevel.
Technische installaties
•Kleine windmolens (kwi’s) airco-units, warmtepompen, complete energie-units, ventilatie- en klimaatsystemen, antennes etc. op, aan en bij gebouwen zo veel mogelijk inpandig, dan wel minimaal achter de voorgevellijn op een plek die niet zichtbaar is vanuit het openbaar gebied.
3.4.3 Criteria voor reclame-uitingen
Voor de reclame-uitingen binnen het beschermd stadsgezicht Oosterhout gelden de volgende voorwaarden:
•Voor monumenten gelden de in paragraaf 2.3 genoemde voorwaarden.
•Maximaal één lichtbak tegen de gevel is toegestaan van maximaal 100x50 cm.
•In principe dient te worden gestreefd naar onverlichte uithangborden dwars op de gevel (maximaal 2 per monument).
•De maatvoering en plaatsing van –al dan niet aangelichte- objecten dient extra kritisch afgezet te worden tegen de structuur van de gevel.
•De dikte van zowel het vlak tegen de gevel als het haaks op de gevel geplaatste object mag maximaal 5 cm bedragen.
•Eventuele aanlichtings-armaturen dienen qua afmetingen maximaal ondergeschikt te zijn en dienen onopvallend qua kleurstelling te zijn.
•Waar mogelijk zal worden aangestuurd op een reclamevoering met ‘open’ belettering.
3.4.4 Criteria voor zonnepanelen Algemeen
De volgende algemene criteria hebben betrekking op de plaatsing van zonnepanelen op of bij bebouwing binnen de grenzen van de drie beschermde stads- of dorpsgezichten. De opbrengst is ondergeschikt aan de monumentale en/of de cultuurhistorische waarden.
Waar
•Het plaatsen van zonnepanelen is toegestaan op, vanuit de openbare ruimte gezien, niet-zichtbare daken van bebouwing (hoofd- en bijgebouwen). Het plaatsen van zonnepanelen is ook toegestaan op, vanuit de openbare ruimte gezien, niet zichtbare delen van het zijerf en achtererf. Het plaatsen van zonnepanelen is niet toegestaan op een voordakvlak, aan gevels of op het voorerf (voortuin).
•Om het karakteristieke beeld niet te verstoren worden zonnepanelen zo onopvallend mogelijk geplaatst. De verschillende mogelijkheden dienen te worden onderzocht waarbij de volgende zoekvolgorde wordt gehanteerd:
1Is plaatsing op het maaiveld (achtererf, eventueel zij-erf) mogelijk.
2Is plaatsing op een plat dak mogelijk.
3Is plaatsing op het achter- of zijdakvlak van een aan- of bijgebouw zonder (cultuur)historische waarde mogelijk.
4Is plaatsing op het achter- of zijdakvlak van een aan- of bijgebouw met (cultuur)historische waarde mogelijk.
5Is plaatsing op het achter- of zijdakvlak van het hoofdgebouw mogelijk.
•De plaatsing van de zonnepanelen is reversibel. De zonnepanelen inclusief installaties kunnen in de toekomst zonder beschadiging of verlies van historisch materiaal van dak of bebouwing weer verwijderd worden. Plaatsing is alleen mogelijk op harde, niet natuurlijke materialen zoals dakpannen, bitumen en zink (geen riet) en wanneer geen cultuurhistorisch waardevol groen (hagen, bomen) verwijderd wordt.
Waarop
•Plaatsing op platte daken dient aaneengesloten en evenwijdig aan de dakrand te worden uitgevoerd. Uitgangspunt is dat de panelen niet of nauwelijks zichtbaar zijn. Bepalend hiervoor zijn de afstand tot de dakrand, die minimaal gelijk is aan de hoogte van het paneel, en de hoogte die de panelen boven de dakrand uitsteken, deze bedraagt maximaal 30 cm.
•Plaatsing op hellende daken vlak met eenzelfde hellingshoek als het dakvlak. Per dakvlak in één rechthoekig en aaneengesloten paneelvlak waarbij de panelen allemaal in dezelfde richting (horizontaal of verticaal) liggen. Bij over verschillende panden doorlopende dakvlakken dienen de afzonderlijke legplannen op elkaar te worden afgestemd. Om de zichtbaarheid te beperken de panelen liefst onderin het dakvlak plaatsen, maar in ieder geval op minimaal 50 cm afstand van nok, goot, dakrand en hoekkepers.
Uitvoering
•Zonnepanelen uitvoeren in een matte egale kleur zwart zonder rand (all-black) of in een kleur die overeenkomt met de kleur van de dakbedekking. Daarbij altijd uitgaan van één type paneel per paneelvlak, dakvlak of gebouw.
•Kabels en leidingen niet zichtbaar aan de buitenzijde of aan de binnenzijde van de gebouwen aanbrengen. Ook omvormers en andere installatieonderdelen dienen onzichtbaar en/of aan de binnenzijde van gebouwen te worden geplaatst.
Aanvullend
Vanwege de kleinschaligheid van het gebied en de grote mate van openbaar gebied met vrijstaande objecten gelden de aanvullende criteria voor het gehele beschermde stadsgezicht.
•Bij hellende daken zijn zonnepanelen niet toegestaan op het voordakvlak.
•Bij schild- en zadeldaken zijn op het zijdakvlak en achterdakvlak panelen mogelijk wanneer ze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte en alleen wanneer minimaal 1/3 deel van de breedte van het dakvlak vanaf de voorzijde gezien vrij blijft van panelen. De panelen zijn vanaf de achterzijde naar voor geordend.
•Bij andere kapvormen zoals samengestelde kappen, mansardekappen of andere bijzondere kapvormen vraagt plaatsing om een maatwerkoplossing. Aanbevolen wordt om in een vroeg stadium hierover vooroverleg te voeren met de commissie. In overleg kan dan onderzocht worden of er mogelijk oplossingen of alternatieven zijn.
Bijlage 1 Begrippenlijst
Aanbouw: Grondgebonden toevoeging meestal van een bouwlaag aan een gevel van een hoofdgebouw.
Achterdakvlak: Het van de openbare weg afgekeerde dakvlak van bebouwing.
Achtererf: Deel van het erf achter het hoofdgebouw.
Adviescommissie: Adviescommissie omgevingskwaliteit zoals bedoeld onder artikel 17.9 van de Omgevingswet.
Bebouwingslint: Een strook van gebouwen, vaak met een historische waarde
Behouden: Handhaven, bewaren, in stand houden.
Belendende: Naastgelegen, (direct) grenzend aan.
Bijgebouwen: Grondgebonden gebouw meestal van een bouwlaag dat los van het hoofdgebouw op het erf of kavel staat; meestal bedoeld als schuur, tuinhuis of garage.
Blinde gevel: Gevel of muur zonder raam, deur of andere opening.
Boeiboord: Opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal.
Bouwblok: Een aan alle zijden door straten, wegen of groen begrensde groep gebouwen, die een stedenbouwkundige eenheid vormt.
Buitengebied: Buiten de kernen gelegen gebied, ook wel landelijk gebied.
Context: Omgeving, situatie, geheel van omringende ruimtelijke kenmerken.
Contrasteren: Een tegenstelling vormen.
Cultuurhistorische
waarde: Een bouwwerk of een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied.
Dakkapel: Ondergeschikte toevoeging aan een dakvlak, vooral bedoeld om de lichttoevoer te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten.
Daklijst: Lijst als beëindiging en overgang tussen dak en gevel, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal. Hoogste punt van een schuin dak.
Dakrand: Omtimmerde dakgoot, lijst als beëindiging en overgang tussen dak en gevel, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal.
Dakvlak: Plat of hellend dak van een gebouw, waarop dakbedekking is aangebracht. Bij twee-onder-een-kapwoningen en seriematige woningbouw heeft iedere woning een eigen dakvlak Bij boerderijen die kadastraal gesplitst zijn blijft het dakvlak te allen tijde onverdeeld.
Damwandprofiel: Metalen beplatingmateriaal met een damwandprofilering.
Detail: Ontmoeting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en kozijn.
Detaillering: Uitwerking, weergave van de verschillende onderdelen c.q. aansluitingen.
Erf: Al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmings- of omgevingsplan van toepassing is, de bestemming deze inrichting niet verbiedt.
Erfafscheiding: Bouwwerk of lijnvormige beplanting, of een combinatie van beide, bedoeld om het erf af te bakenen van een buurerf of van de openbare ruimte.
Erfgoed: Alle objecten, gebouwen en gebieden die van cultuurhistorische waarde zijn, ook de niet wettelijk beschermde
Erker: Ondiepe uitbouw met veel glas, die buiten de voorgevel steekt.
Evenwichtig: Passend binnen compositie.
Geleding: Verticale of horizontale indeling van de gevel bijvoorbeeld door middel van inspringingen.
Gevelbeeld: Het uiterlijk van de gevel.
Gevellijn: Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de gevel van een bouwwerk tot aan de perceelsgrenzen (dit gaat om de ligging t.o.v. de weg, maar - anders dan bij rooilijn - ook t.o.v. openbaar groen).
Gevelwand: Meerdere - min of meer geschakelde - panden die de begrenzing vormen van een straat- of pleinruimte.
Goothoogte: Afstand tussen goot en maaiveld.
Hellend dak: Een schuin dak (kap) van bovengrondse bebouwing.
Hoofddak: Het dak van het belangrijkste (hoofd)gebouw.
Hoofdgebouw: Het gebouw op het perceel dat door zijn constructie, afmetingen of functie (bestemming) als belangrijkste bouwwerk is te zien.
Horizontale
gevelopbouw: Gevelopbouw van beneden naar boven.
Kavel: Grondstuk, kadastrale eenheid.
Keper: Snijlijn van twee aansluitende dak vlakken.
Kern: Veelal kleinschalig stedelijk gebied, ook wel centrum van een dorp of stad.
Kleinschaligheid: Klein van opzet en maatvoering.
Kroonlijst: Een meestal versierde en geprofileerde rand als bekroning van de bovenzijde van een gevel.
Lijst: Een meestal versierde en geprofileerde rand als bekroning van de bovenzijde van een gevel. Kroonlijst, gootlijst.
Lint(bebouwing): Langgerekte lijn van (veelal vrijstaande) bebouwing langs een weg of waterverbinding.
Luifel: Afdak buiten tegen de muur van een gebouw aangebracht en verder niet ondersteund, meestal boven een deur, raampartij of gehele pui.
Maaiveld: Bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht, de gemiddelde hoogte van het terrein, grenzend aan de gevels, op het tijdstip van de aanvraag om bouwvergunning.
Mansardekap: Een dak met aan twee zijden onder een stompe hoek geknikt of gebroken dakvlak.
Massa: Volume/omvang van een gebouw of bouwdeel.
Materialen: De middelen waarmee gebouwen of openbare ruimte worden vormgegeven.
Monument: Onroerende zaak dat vanwege de cultuurhistorische waarde door het rijk, provincie of gemeente is aangewezen tot monument krachtens de Erfgoedwet.
Nok: Hoogste lijn of punt van een schuin dak; horizontale snijlijn van twee dakvlakken.
Omgevingsvergunning: Vergunning bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet
Ondergeschikt: Voert niet de boventoon.
Onderpui: Gevelzijde van de onderbouw van een gebouw, veelal onderscheiden van de rest door gebruik van een ander materiaal (hout, aluminium etc.) met glas.
Oorspronkelijk: Origineel, aanvankelijke vorm, authentiek.
Openbaar gebied/ruimte: Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.
Oriëntatie: De (hoofd)richting van een gebouw en/of verschijningsvorm richting het openbaar gebied.
Ornamentiek: Versiering.
Overstek: Bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel.
Paneel: Rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting.
Parcellering: Indeling in percelen.
Penant: Het smalle gedeelte van een muur tussen twee gevelopeningen (bv. tussen twee hoge vensters of deuren) of tussen gevelopening en de hoek van een gebouw.
Perceel: Stuk grond waarvoor één rechtsorde geldt, dat wil zeggen dezelfde eigenaar en hetzelfde eigendomsrecht heeft.
Plat dak: Een horizontaal dak van bovengrondse bebouwing.
Plint: Een duidelijk te onderscheiden horizontale lijn aan de onderzijde van een gebouw of een duidelijk te onderscheiden onderste horizontale laag van een gebouw, bijvoorbeeld een plint met bergingen.
Renovatie: Vernieuwing. Aanpassing van een woning aan de tegenwoordige eisen van elementair woongenot.
Respecteren: Met eerbied behandelen, eerbiedigen, waarderen.
Restauratie: Werkzaamheden gericht op ontstorend behoud, herstel en bescherming van gebouwen met cultuurhistorische waarde.
Reversibel: Omkeerbaar naar oorspronkelijke hoedanigheid zonder onherstelbare schade.
Risaliet: Deel van een voorgevel dat vooruitspringt, minstens één raamtravee breed en over de gehele hoogte doorlopend.
Ritmiek: Regelmatige herhaling.
Roede: Tussenregel van een glasraam.
Rooilijn: Lijn die in het bestemmings- of omgevingsplan of bouwverordening aangeeft waarbinnen gebouwd mag worden.
Schaal: Het begrip van relatieve grootte, vooral van één element tot een ander of van één element tot het geheel; ook, een object of gebied dat in evenredige verhouding staat tot het object of dat gebied.
Stedenbouwkundig: Ruimtelijke opbouw of samenstelling van een gebied: de manier waarop bebouwing, straten, pleinen, water en andere open ruimte ten opzichte van elkaar zijn gesitueerd.
Textuur: De voelbare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk).
Travee: Begrip bij de vlakverdeling van gevels. De afstand tussen twee opeenvolgende steun-punt-assen in de lengterichting van een gebouw.
Uitbouw: Aan het gebouw vastzittend bouwwerk dat rechtstreeks vanuit het gebouw toegankelijk is.
Venster: Een (licht)opening in de muur van een gebouw.
Verdieping: Bouwlaag.
Vergunningvrije
bouwwerken: Bouwwerken die zonder vergunning te realiseren zijn.
Versieringen: Onderdelen of elementen van een gebouw of los daarvan aangebrachte elementen, bedoeld als esthetische verrijking of als reclame-element.
Verticaliteit: In verhouding veel hoger dan breed; het laten domineren van de verticale lijnen.
Voordakvlak: Het naar de openbare weg toegekeerde dakvlak van bebouwing.
Voorerf: Deel van het erf voor het hoofdgebouw.
Voorgevel/voorkant: De bebouwing en het erf in zoverre duidelijk zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
Voorgevelrooilijn: Als bedoeld in het bestemmings- of omgevingsplan dan wel de gemeentelijke bouwverordening.
Zadeldak: Een dak dat aan twee zijden schuin is met een symmetrisch profiel.
Zichtbaar(heid): Zichtbaar vanuit de openbare ruimte, gezien vanaf een hoogte van 180 cm boven maaiveld. Bomen of begroeiing tellen niet mee voor de zichtbaarheid.
Zijdakvlak: Een loodrecht op de openbare weg gekeerd dakvlak.
Zijerf: Deel van het erf naast het hoofdgebouw.
Bijlage 2 Lijst met Rijks- en gemeentelijke monumenten (2025)
No.
Monument-nummer
Adres
Postcode
Plaats
Functie
1
31648
Arendstraat 27
4901 JJ
Oosterhout
Woonhuis
2
31649
Arendstraat 32
4901 JK
Oosterhout
Werk-Woonhuis
3
31650
Arendstraat 37
4901 JJ
Oosterhout
Woonhuis
4
31651
Heuvel 1
4901 KB
Oosterhout
Woonhuis
5
31652
Heuvel 5
4901 KB
Oosterhout
Woonhuis
6
31653
Heuvel 9
4901 KB
Oosterhout
Woonhuis
7
31654
Heuvel 11
4901 KB
Oosterhout
Woonhuis
8
31655
Heuvel 13
4901 KB
Oosterhout
Woonhuis
9
31656
Heuvel 15
4901 KB
Oosterhout
Overheidsgebouw
10
31657
Heuvel 19
4901 KB
Oosterhout
Woonhuis
11
31658
Heuvel 2
4901 KC
Oosterhout
Woonhuis
12
31659
Heuvel 8
4901 KC
Oosterhout
Woonhuis
13
31660
Heuvel 10
4901 KC
Oosterhout
Woonhuis
14
31661
Heuvel 14
4901 KC
Oosterhout
Woonhuis
15
31662
Heuvel 16
4901 KC
Oosterhout
Werk-Woonhuis
16
31663
Oosterhout
Grensafbakening
17
31664
Heuvelstraat 10
4901 KD
Oosterhout
Woonhuis
18
31665
Aan de Hoofseweg
Oosterhout
Overblijfselen van kasteel Strijen
19
31666
Keiweg 22
4901 JA
Oosterhout
Woonhuis
20
31667
Klappeijstraat 44
4901 HE
Oosterhout
Woonhuis
21
31668
Keiweg 161
4901 PD
Oosterhout
Woonhuis
22
31669
Kloosterdreef 1 & 3
4901 PH
Oosterhout
Klooster, kloosteronderdl
23
31670
Markt 13
4901 EP
Oosterhout
Werk-Woonhuis
24
31671
Markt 17
4901 EP
Oosterhout
Kerk en kerkonderdeel
25
31672
Markt 21
4901 EP
Oosterhout
Woonhuis
26
31673
Markt 28
4901 EP
Oosterhout
Kerk
27
31674
Torenstraat 2
4901 EJ
Oosterhout
Kerk en kerkonderdeel
28
31675
Markt 20
4901 EP
Oosterhout
Werk-Woonhuis
29
31677
Ridderstraat 80
4902 AC
Oosterhout
Woonhuis
30
31678
Ridderstraat 56
4902 AB
Oosterhout
Woonhuis
31
31679
Rulstraat 25
4901 LM
Oosterhout
Woonhuis
32
31680
Rulstraat 6
4901 LN
Oosterhout
Kerk
33
31681
Slotlaan 15
4902 AD
Oosterhout
Bestuursgebouw en onderdl
34
31682
Ruiterspoor 8 A
4911 BB
Den Hout
Molen
35
31683
Houtse Heuvel 12
4911 AW
Den Hout
Kerk
36
31684
Provincialeweg 84
4909 AL
Oosteind
Kerkelijke dienstwoning
37
31685
Provincialeweg 86
4909 AL
Oosteind
Kerk
38
512230
Pastoor Bressersstraat 1
4901 HZ
Oosterhout
Leerlooierij
39
512231
Bij Pastoor Bressersstraat 1
4901 HZ
Oosterhout
Fabrieksschoorsteen
40
515764
Ridderstraat 88
4902 AC
Oosterhout
Landhuis
41
515766
Bij Ridderstraat 88
4902 AC
Oosterhout
Historische aanleg
42
515767
Ridderstraat 86
4902 AC
Oosterhout
Koetshuis
43
515768
Bij Ridderstraat 86
4902 AC
Oosterhout
Tuin, park en platsoen
44
515770
Bij Ridderstraat 86
4902 AC
Oosterhout
Tuin, park en platsoen
45
515771
Bij Ridderstraat 86
4902 AC
Oosterhout
Tuin, park en platsoen
46
520006
Hoogstraat 80
4901 PK
Oosterhout
Klooster
47
520007
Hoogstraat 80
4901 PK
Oosterhout
Klooster
48
520008
Hoogstraat 80
4901 PK
Oosterhout
Klooster, kloosteronderdl
49
520010
Nieuwe Bouwlingstraat 37
Oosterhout
Muur
50
520011
Nieuwe Bouwlingstraat 37
Oosterhout
Grafmonument
51
520013
Tilburgse Baan 1
4904 SP
Oosterhout
Woonhuis
52
520014
Bij Tilburgse Baan 1
4904 SP
Oosterhout
Veestal
53
520019
Veerseweg 50
4901 ZE
Oosterhout
Graf
54
520020
Veerseweg 50
4901 ZE
Oosterhout
Grafmonument
55
520022
Veerseweg 52
4901 ZE
Oosterhout
Looierswoning
56
520023
Veerseweg 52
4901 ZE
Oosterhout
Leerlooierij
57
520024
Baarschotsestraat 85
4849 BK
Dorst
Kerk
58
520025
Bredaseweg 106
4902 NS
Oosterhout
Bierbrouwerij
59
520026
Heuvel
4901 KC
Oosterhout
Woonhuis
60
520027
Ingang Corneliuskerk
4911 AW
Den Hout
Gedenkteken
61
520028
Ingang Corneliuskerk
4911 AW
Den Hout
Gedenkteken
62
520029
Houtse Heuvel 7
4911 AT
Den Hout
Woonhuis
63
520030
Kapelerf 10
4849 BZ
Dorst
Brandspuithuisje
64
520031
Kloosterstraat 10
4901 HS
Oosterhout
Fabrieksgebouw
65
520032
Leijsenhoek 4
4901 ET
Oosterhout
Woonhuis
66
520033
Provincialeweg 89
4909 AG
Oosteind
Boerderij
67
520034
Achter Sint Janstraat 9
Oosterhout
Muziekkoepel
68
520035
St. Marcoenstraat
4849 CE
Dorst
Grafkruis
69
525658
Hoogstraat 80
4901 PK
Oosterhout
Loods
70
525661
Hoogstraat 80
4901 PK
Oosterhout
Nutsbedrijf
71
525662
Bij Hoogstraat 80
4901 PK
Oosterhout
Tuin
72
525663
Tilburgse Baan 5
4904 SP
Oosterhout
Tuinmanswoning
73
525664
Bij Tilburgse Baan 1
4904 SP
Oosterhout
Veestal
74
525666
Veerseweg 52
4901 ZE
Oosterhout
Leerlooierij
75
526459
Achterstraat 1
4911 AX
Den Hout
Schuur
76
526752
Steenovensebaan 29
4849 RD
Dorst
Boerderij
77
526756
Heikant 86
4909 AP
Oosteind
Boerderij
78
526807
Bij Heikant 86
4909 AP
Oosteind
Schuur
79
526808
Bij Heikant 86
4909 AP
Oosteind
Schuur
80
526829
Bij Steenovensebaan 29
4849 RD
Dorst
Schuur
81
526830
Steenovensebaan 29 A
4849 RD
Dorst
Schuur
82
527663
Provincialeweg 143 A
4909 AH
Oosteind
Korenmolen
Gemeentelijke monumenten, stand per 2 mei 2025.
No.
Adres
Postcode
Woonplaats
Categorie
Monument-nummer
1
Achterstraat 1
4911 AX
Den Hout
boerderij
2000-001
2
Achterstraat 26
4911 AZ
Den Hout
Vlaamse schuur
2000-003
3
Achterstraat 3
4911 AX
Den Hout
Vlaamse schuur
2000-002
4
Arendstraat 13 - 13b
4901 JJ
Oosterhout
gevel winkel
1995-019
5
Arendstraat 35
4901 JJ
Oosterhout
kerk
1997-001
6
Baarschotsestraat 79
4849 BK
Dorst
boerderij
1999-002
7
Baarschotsestraat bij 85
4849 BK
Dorst
heilig hartbeeld
1999-003
8
Basiliekstraat 2-4
4901 EM
Oosterhout
woonhuis + winkel
1996-005
9
Berkenstraat 12
4909 BG
Oosteind
boerderij + schuur
2001-018
10
Berkenstraat 41
4909 BH
Oosteind
Vlaamse schuur
2001-019
11
Bredaseweg 115
4904 SB
Oosterhout
woonhuis
2001-042
12
Bredaseweg 125
4904 SB
Oosterhout
woonhuis
2001-043
13
Bredaseweg 25
4901 KN
Oosterhout
woonhuis
1995-020
14
Bredaseweg 29
4901 KN
Oosterhout
woonhuis
1996-018
15
Bredaseweg 30 a
4901 KL
Oosterhout
leerlooierij
1995-021
16
Bredaseweg 48
4901 KM
Oosterhout
woonhuis
2001-035
17
Bredaseweg 52
4901 KM
Oosterhout
woonhuis
2001-036
18
Bredaseweg 54
4901 KM
Oosterhout
woonhuis
2001-036
19
Bredaseweg 56
4901 KM
Oosterhout
woonhuis
2001-036
20
Bredaseweg 58-60
4901 KM
Oosterhout
woonhuis/winkel
2001-037
21
Bredaseweg 89
4902 NR
Oosterhout
woonhuis
2001-039
22
Bredaseweg 93
4902 SB
Oosterhout
woonhuis
2001-040
23
Bredaseweg ong.
4904 SC
Oosterhout
wegkruis met beeld
2000-004
24
Groenendijk 2
4909 AD
Oosteind
boerderij
2001-021
25
Groenendijk 35
4909 AC
Oosteind
woonhuis + schuur
2001-022
26
Groenendijk 70
4909 AD
Oosteind
pomphuis
2001-020
27
Heikantsestraat 26 en 26a
4909 BR
Oosteind
boerderij
2001-024
28
Heikantsestraat 26 en 26a
4909 BR
Oosteind
boerderij
2001-024
29
Heikantsestraat 43
4909 BP
Oosteind
Vlaamse schuur
2001-026
30
Helleke 2
4901 PA
Oosterhout
woonhuis
2001-054
31
Helleke 8
4901 PA
Oosterhout
woonhuis
2001-057
32
Helleke ong.
4901 PA
Oosterhout
kapel
2001-056
33
Herweg 35 voorheen: 25
4911 BG
Den Hout
boerderij
2000-005
34
Hespelaar 1
4911 AD
Den Hout
boerderij-complex
2000-006
35
Hespelaar 1
4911 AD
Den Hout
boerderij-complex
2000-006
36
Hespelaar 24a
4911 AE
Den Hout
Vlaamse schuur
2000-008
37
Hespelaar 25
4911 AD
Den Hout
boerderij-complex
2000-009
38
Hespelaar 6
4911 AE
Den Hout
boerderij
2000-007
39
Heuvel 21
4901 KB
Oosterhout
woonhuis (voorzijde)
1995-024
40
Heuvel 4
4901 KC
Oosterhout
woonhuis
1995-022
41
Heuvelstraat 6-8
4901 KD
Oosterhout
woonhuis-complex voorzijde
1995-025
42
Hoevestraat ong.
Oosterhout
grenssteen
1999-011
43
Hogedijk 64
4909 BN
Oosteind
Vlaamse schuur
2002-005
44
Hondstraat 2
4904 TC
Oosterhout
boerderij
2002-009
45
Hoogstraat 104
4909 AV
Oosteind
boerderij
2001-029
46
Hoogstraat 82 b
4901 PK
Oosterhout
schuur
2002-008
47
Hoogstraat 98
4909 AV
Oosteind
boerderij
2001-028
48
Houtse Heuvel 16
4911 AW
Den Hout
woonhuis
2000-017
49
Houtse Heuvel 24a
4911 AW
Den Hout
dorpshuis
2002-007
50
Houtse Heuvel 26
4911 AW
Den Hout
deel kloostercomplex (rechts)
2000-018
51
Houtse Heuvel 28
4911 AW
Den Hout
deel kloostercomplex (midden)
2000-018
52
Houtse Heuvel 29
4911 AT
Den Hout
boerderijcomplex
2000-019
53
Houtse Heuvel 30
4911 AW
Den Hout
deel kloostercomplex (links)
2000-018
54
Houtse Heuvel 37
4911 AV
Den Hout
woonhuis/winkel
2000-020
55
Houtse Heuvel 43
4911 AV
Den Hout
boerderij
2000-021
56
Houtse Heuvel 45
4911 AV
Den Hout
woonhuis
2000-022
57
Houtse Heuvel 55
4911 AV
Den Hout
boerderij
2000-023
58
Houtse Heuvel 63
4911 AV
Den Hout
woonhuis
2000-024
59
Houtse Heuvel 67
4911 AV
Den Hout
boerderij
2000-025
60
Innovatiepark 1
4906 AA
Oosterhout
Vlaamse schuur
2000-026
61
Innovatiepark ong.
Oosterhout
archeologisch monument
2002-003
62
Julianalaan 10
4905 BD
Oosterhout
woonhuis
2001-044
63
Julianalaan 11
4905 BC
Oosterhout
woonhuis
2001-049
64
Julianalaan 12
4905 BD
Oosterhout
woonhuis
2001-045
65
Julianalaan 13
4905 BC
Oosterhout
woonhuis
2001-049
66
Julianalaan 46
4905 BD
Oosterhout
woonhuis
2001-046
67
Julianalaan 48
4905 BD
Oosterhout
woonhuis
2001-046
68
Julianalaan 5
4905 BC
Oosterhout
woonhuis
2001-049
69
Julianalaan 50
4905 BD
Oosterhout
woonhuis
2001-047
70
Julianalaan 60
4905 BD
Oosterhout
boerderij + vl schuur
2001-048
71
Julianalaan 7
4905 BC
Oosterhout
woonhuis
2001-049
72
Julianalaan 9
4905 BC
Oosterhout
woonhuis
2001-049
73
Keiweg 96
4902 PE
Oosterhout
woonhuis
2001-070
74
Klappeijstraat 54
4901 HE
Oosterhout
woonhuis
1995-026
75
Klappeijstraat 56
4901 HE
Oosterhout
woonhuis
1995-026
76
Kloosterstraat 2 - 4
4901 HS
Oosterhout
winkel
2002-001
77
Kloosterstraat 23
4901 HR
Oosterhout
woonhuis
1995-029
78
Kloosterstraat 25
4901 HR
Oosterhout
woonhuis
1995-030
79
Kloosterstraat 6
4901 HS
Oosterhout
woonhuis
1995-027
80
Kruisstraat 3 (vh 3-5)
4901 LX
Oosterhout
woonhuis
1995-001
81
Laan 1
4901 LP
Oosterhout
woonhuis
1995-002
82
Laan 11
4901 LP
Oosterhout
woonhuis
1995-005
83
Laan 13
4901 LP
Oosterhout
woonhuis
1996-019
84
Laan 15
4901 LP
Oosterhout
woonhuis
1995-006
85
Laan 17
4901 LP
Oosterhout
woonhuis
1995-007
86
Laan 19 - 21
4901 LP
Oosterhout
woonhuis
1995-008
87
Laan 19 - 21
4901 LP
Oosterhout
woonhuis
1995-008
88
Laan 3
4901 LP
Oosterhout
woonhuis
1995-003
89
Laan 9
4901 LP
Oosterhout
woonhuis
1995-004
90
Laanstraat 1
4902 PN
Oosterhout
woonhuis
2001-078
91
Leeuwenstraat 14
4901 HB
Oosterhout
pottenbakkerij-complex
1996-006
92
Mathildastraat 37A
4901 HC
Oosterhout
pottenbakkerij-complex
1996-006
93
Leijsendwarsstraat 11
4901 PE
Oosterhout
boerderij
2001-077
94
Leijsendwarsstraat 6
4901 PG
Oosterhout
boerderij
2001-075
95
Leijsendwarsstraat 8
4901 PG
Oosterhout
boerderij
2001-075
96
Leijsendwarsstraat 9
4901 PE
Oosterhout
boerderij
2001-076
97
Leijsenhoek 2
4901 PD
Oosterhout
woonhuis
1996-007
98
Leijsenhoek 20
4901 PD
Oosterhout
woonhuis
1996-008
99
Leijsenhoek 6
4901 PD
Oosterhout
woonhuis
1997-009
100
Leijsenstraat 20
4901 PD
Oosterhout
boerderij
2001-075
101
Leijsenstraat 31
4901 PC
Oosterhout
boerderij
2001-073
102
Leijsenstraat 51
4901 PC
Oosterhout
boerderij
2001-074
103
Leijsenstraat ong.
Oosterhout
grenssteen
2001-071
104
Markt 14
4901 EP
Oosterhout
woonhuis
1996-012
105
Markt 18
4901 EP
Oosterhout
woonhuis
1996-013
106
Markt 22 (St. Janstraat 1 d t/m m)
4901 EP
Oosterhout
winkelgevel
1996-014
107
Markt 4
4901 EP
Oosterhout
woonhuis/winkelpand
1996-009
108
Markt 5
4901 EP
Oosterhout
woonhuis
1996-010
109
Markt 6
4901 EP
Oosterhout
woonhuis
1996-011
110
Moerstraat 3
4911 AG
Den Hout
Vlaamse schuur
2002-010
111
Nieuwstraat 11
4901 JH
Oosterhout
woonhuis
1995-010
112
Nieuwstraat 22
4901 JH
Oosterhout
woonhuis
1995-011
113
Oude Bredasebaan
4904 SE
Oosterhout
grenssteen
1999-012
114
Pannenhuisstraat 21
4911 BR
Den Hout
Joodse begraafplaats c.a.
2003-001
115
Provincialeweg 101
4909 AG
Oosteind
woonhuis/werkplaats
2001-011
116
Provincialeweg 107
4909 AG
Oosteind
boerderij
2001-012
117
Provincialeweg 113
4909 AG
Oosteind
postkantoor/woonhuis
2001-013
118
Provincialeweg 122
4909 AM
Oosteind
woonhuis/leerlooierij
2001-014
119
Provincialeweg 143
4909 AH
Oosteind
woonhuis
2001-015
120
Provincialeweg 149B
4909 AG
Oosteind
gevelsteen
2002-004
121
Provincialeweg 38
4909 AK
Oosteind
woonhuis
2001-030
122
Provincialeweg 51
4909 AE
Oosteind
boerderij
2001-031
123
Provincialeweg 53
4909 AE
Oosteind
boerderij
2001-032
124
Provincialeweg 67 - 71
4909 AE
Oosteind
woonhuis met bedrijfsruimte
2001-033
125
Provincialeweg 67 - 71
4909 AE
Oosteind
woonhuis met bedrijfsruimte
2001-033
126
Provincialeweg 78
4909 AK
Oosteind
woonhuis
2001-034
127
Provincialeweg 80
4909 AK
Oosteind
boerderij
2001-001
128
Provincialeweg 87
4909 AG
Oosteind
woonhuis
2001-004
129
Provincialeweg 90
4909 AL
Oosteind
woonhuis
2001-006
130
Provincialeweg 92
4909 AL
Oosteind
woonhuis
2001-007
131
Provincialeweg 93
4909 AG
Oosteind
boerderij
2001-008
132
Provincialeweg 97
4909 AG
Oosteind
boerderij
2001-009
133
Provincialeweg 98
4909 AL
Oosteind
gevelsteen
2001-010
134
Provincialeweg bij 86
4909 AL
Oosteind
heilig hartbeeld
2001-002
135
Provincialeweg bij 86
4909 AL
Oosteind
kruis/grafmonument
2001-003
136
Ridderstraat 29
4902 AA
Oosterhout
kapel
1997-003
137
Ridderstraat 33
4902 AA
Oosterhout
woonhuis
2001-058
138
Ridderstraat 66
4902 AC
Oosterhout
woonhuis
2001-059
139
Ridderstraat 68
4902 AC
Oosterhout
woonhuis
2001-060
140
Ridderstraat 74
4902 AC
Oosterhout
woonhuis
2001-061
141
Ridderstraat 76
4902 AC
Oosterhout
woonhuis
2001-062
142
Ridderstraat 78
4902 AC
Oosterhout
woonhuis
2001-063
143
Ridderstraat ong. en Ridderstraat/hoek Slotlaan
4902 AA
Oosterhout
poorten
1997-004
144
Rijksweg 209
4849 PK
Dorst
woonhuis
1999-006
145
Rulstraat 29
4901 LM
Oosterhout
woonhuis
1995-013
146
Rulstraat 42
4901 LN
Oosterhout
woonhuis/bedrijfspand
1995-014
147
Rulstraat 7
4901 LM
Oosterhout
woonhuis
1995-012
148
Rulstraat 72 (Kruisstraat 1)
4901 LN
Oosterhout
1995-015
149
Slotlaan ong. (Slotpark)
Oosterhout
kiosk
1997-005
150
Sint Franciscusstraat 8
4849 CG
Dorst
klooster
2024-001
151
St. Janstraat 3
4901 LR
Oosterhout
woonhuis
1997-010
152
St. Janstraat 32
4901 LT
Oosterhout
winkel/woonhuis
1995-016
153
St. Janstraat 35
4901 LT
Oosterhout
woonhuis
1995-017
154
St. Janstraat 56
4901 LT
Oosterhout
woonhuis c.a.
1995-018
155
St. Janstraat 9 - 9A
4901 LR
Oosterhout
woonhuis
1996-015
156
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
157
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
158
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
159
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
160
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
161
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
162
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
163
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
164
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
165
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
166
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
167
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
168
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
169
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
170
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
171
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
172
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
173
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
174
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
175
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
176
St. Josephstraat 20-40 en 43-61
4901 GN en 4901 GM
Oosterhout
woonhuiscomplex
2004-001
177
St. Vincentiusstraat 105
4901 GJ
Oosterhout
pastorie
1997-006
178
St. Vincentiusstraat 105
4901 GJ
Oosterhout
schuilkelder
2016-01
179
St. Vincentiusstraat 113
4901 GJ
Oosterhout
kerk
1997-007
180
St. Vincentiusstraat 86
4901 GL
Oosterhout
klooster
1995-032
181
Steenovensebaan 27
4849 RD
Dorst
Vlaamse schuur
2016-02
182
Steenovensebaan 33
4849 RD
Dorst
boerderij
1999-007
183
Stelvenseweg 3
4911 AC
Den Hout
boerderij
2000-010
184
Torenstraat 1
4901 EG
Oosterhout
gevel
1996-016
185
Torenstraat 21
4901 EG
Oosterhout
woonhuis
1996-017
186
Veekestraat 16
4904 TE
Oosterhout
boerderij
2000-011
187
Veerseweg 32
4901 ZE
Oosterhout
woonhuis
2001-064
188
Veerseweg 54 a
4901 ZE
Oosterhout
boerderij/café
2001-055
189
Veerseweg achter 54
4901 ZE
Oosterhout
stadion
xxx
190
Veerseweg 56
4901 ZE
Oosterhout
voormalige leerlooierij
2001-065
191
Veerseweg 58
4901 ZE
Oosterhout
woonhuis
2001-066
192
Vijfhuizen 1
4901 PB
Oosterhout
woonhuis met werkplaats
2001-067
193
Vijfhuizen 1
4901 PB
Oosterhout
woonhuis met werkplaats
2001-067
194
Vrachelsedijk 15
4904 TA
Oosterhout
boerderij-complex
2000-012
195
Vrachelsestraat 46
4911 BJ
Den Hout
boerderij en Vlaamse schuur
2000-013
196
Vrachelsestraat 46
4911 BJ
Den Hout
boerderij en Vlaamse schuur
2000-013
197
Vrachelsestraat 52
4911 BJ
Den Hout
boerderij
2000-014
198
Wethouder van Dijklaan 17
4849 PG
Dorst
woonhuis
1999-009
199
Wethouder van Dijklaan 17
4849 PG
Dorst
brandtoren
1999-009
200
Wethouder van Dijklaan 19
4849 PG
Dorst
werkplaats
1999-010
201
Wethouder van Dijklaan 2
4903 RS
Dorst
woonhuis
1999-008
202
Wethouder van Dijklaan ong.
Dorst
vredeskapel
2013-001
203
Wilhelminakanaal-Oost 43
4905 AG
Oosterhout
schoorsteen
2001-051
204
Wilhelminalaan 90 - 92
4905 AX
Oosterhout
dubbel woonhuis
2001-052
205
Wilhelminalaan 90 - 92
4905 AX
Oosterhout
dubbel woonhuis
2001-052
206
Wilhelminalaan 93
4905 AV
Oosterhout
pompgemaal en aflaatwerk
2001-053
207
Willemstraat 33
4901 LA
Oosterhout
woonhuis
1995-033
208
Zandheuvel 51
4901 HT
Oosterhout
school
2024-02
209
Zandheuvel 125
4901 HV
Oosterhout
woonhuis
2001-069
210
Zandheuvel 2
4901 HW
Oosterhout
leerlooierij
1995-034
211
Zandheuvel 88
4901 HX
Oosterhout
woonhuis
2001-068
212
Zandheuvel 90
4901 HX
Oosterhout
kloostercomplex
1996-001
Bijlage 3 Beeldregieplan Esdoornlaan
Document op te vragen bij de gemeente.
Bijlage 4 Beeldkwaliteitsplan Side Stream Innovation Valley
Document op te vragen bij de gemeente.