Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout;
Gelet op de Algemene wet rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Gemeentewet en de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking West-Brabant (hierna BWB);
Besluit:
Artikel 1
1Met ingang van 1 januari 2015 met betrekking tot de gemeentelijke belastingen waarvan de heffing en invordering niet aan de BWB is overgedragen, te weten: afvalstoffenheffing geheven door middel van een mondelinge kennisgeving of een schriftelijke kennisgeving, marktgelden, parkeerbelastingen, precariobelasting geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, reinigingsrechten, retributies en leges;
a.aan te wijzen als gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet (de heffingsambtenaar): de directeur middelen & dienstverlening;
b.aan te wijzen als gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet (de invorderingsambtenaar): de directeur middelen & dienstverlening);
c.aan te wijzen als gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel e, van de Gemeentewet (belastingdeurwaarder) de belastingdeurwaarder van de BWB;
d.aan te wijzen als de gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel d, van de Gemeentewet (belastingambtenaren) jegens wie mede gelden de verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 49, 50, 51 en 53a van de Gemeentewet dan wel de Algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet de ambtenaren van de afdelingen ISC en RBW.
Artikel 2
1Het aanwijzingsbesluit van 12 december 2011 wordt ingetrokken.
2De intrekking van het aanwijzingsbesluit, bedoeld in lid 1, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van de op basis van dat aanwijzingsbesluit vastgestelde mandaatbesluiten, indien en voor zover deze mandaatbesluiten niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2015.