Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en de invordering van brandweerrechten 2011

Gemeente Oost Gelre · geldt sinds 7 januari 2011

Aanhef

De raad van de gemeente Oost Gelre;

gezien het voorstel van het college van de gemeente Oost Gelre van 8 november 2010;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;

BESLUIT:

Vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van brandweerrechten 2011

Artikel 1 Belastbaar feit

1Onder de naam ‘brandweerrechten’ worden geheven:

a.rechten voor het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde bezittingen van de gemeentelijke brandweer of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeentelijke brandweer in beheer of in onderhoud zijn;

b.rechten voor het genot van door of vanwege de gemeentelijke brandweer verstrekte diensten.

2Geen rechten als bedoeld in het eerste lid worden geheven ter zake van:

a.het voorkomen, beperken en bestrijden van brand;

b.het beperken van brandgevaar;

c.het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand;

d.al hetgeen met de onderdelen a, b en c verband houdt;

e.het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand;

f.de bestrijding en beperking van rampen, als bedoeld in artikel 1 van de Rampenwet;

g.het beschikbaar stellen van brandweerpersoneel voor het ziekenvervoer.

Artikel 2 Belastingplicht

Belastingplichtig is:

a.degene die gebruik maakt van de bezittingen, werken of inrichtingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a;

b.degene die een dienst aanvraagt, dan wel degene te wiens behoeve een dienst is verleend, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b.

Artikel 3 Maatstaf van heffing en tarief

1De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

2Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 4 Belastingjaar

Voor zover in de bij deze verordening behorende tarieventabel tarieven zijn opgenomen die per jaar worden geheven, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 5 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De rechten waarop artikel 4 van toepassing is, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten, in zoverre in afwijking van artikel 3, tweede lid, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor de dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.

4Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.

Artikel 6 Wijze van heffing

1De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

2Indien zich ten aanzien van eenzelfde belastingplichtige meerdere belastbare feiten voordoen, kunnen de rechten ter zake daarvan worden geheven bij wege van één gedagtekende schriftelijke kennisgeving.

Artikel 7 Termijn van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald op het moment van uitreiking van de in artikel 6 bedoelde kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van brandweerrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten.

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel

1De verordening brandweerrechten 2010 van 15 december 2009 wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

3In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover terzake daarvan de heffing van de brandweerrechten in die periode plaatsvindt.

4De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.

5Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening brandweerrechten 2011”.

Bijlage Bijlagen

Tarieventabel behorende bij de Verordening Brandweerrechten Oost Gelre 2011

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.