Hoofdstuk 2 Begrippenkader
Artikel 1. Begrippenkader
In dit artikel worden de belangrijkste begrippen gedefinieerd die met betrekking tot treasury relevant zijn.
1Algemene begrippen treasuryfunctie:
a.De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
b.Het treasurybeleid bestaat uit de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie. Het beleid wordt vastgelegd in een treasurystatuut.
c.Het treasurybeheer is de (beleids)uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het treasurystatuut. De beleidsuitvoering vindt zijn weerslag in specifieke beleidsplannen. Deze en de realisaties daarvan voor een referentieperiode komen aan de orde in de paragraaf financiering van achtereenvolgens de programmabegroting en de programmarekening.
2De treasuryfunctie bestaat uit drie treasury deelfuncties:
2.1 Risicobeheer
•renterisicobeheer
•kredietrisicobeheer
•koersrisicobeheer
•intern liquiditeitsrisicobeheer
•valutarisicobeheer
2.2 Gemeentefinanciering
•financiering (voor minimaal 1 jaar)
•uitzettingen (voor minimaal 1 jaar)
•relatiebeheer
2.3 Kasbeheer
•geldstromenbeheer (inclusief betalingsverkeer)
•saldobeheer op dag basis
•liquiditeitenbeheer (tot 1 jaar)
In dit statuut wordt verstaan onder:
-Financiering
Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen;
-Geldstromenbeheer
Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);
-Intern liquiditeitsrisico
De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meer jaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;
-Kasgeldlimiet
Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar;
-Koersrisico
Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;
-Kredietrisico
De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit;
-Derivaten
Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder ander gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.
-Liquiditeitenbeheer
Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;
-Liquiditeitenplanning
Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid;
-Rating
De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier;
-Renterisico
Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen;
-Renterisiconorm
Een bij de aanvang van het jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van het totaal van de vaste schuld van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden;
-Rente typische looptijd
Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;
-Rentevisie
Toekomstverwachting over de renteontwikkeling;
-Saldobeheer
Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;
-Schatkistbankieren
Het (verplicht) aanhouden van publieke middelen bij het Ministerie van Financiën;
-Solvabiliteitsratio van 0%
Status die door een bancaire toezichthouder in een EU-lidstaat aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend;
-Treasuryfunctie
De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer;
-Uitzetting
Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.
Artikel 2. Algemene doelstellingen van de treasuryfunctie
1Het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden met als doel het uitvoeren van de programma’s binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders van de begroting.
2Het verzekeren van duurzame toegang tot de financiële markten tegen acceptabele condities.
3Het beschermen van de gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, valutarisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s.
4Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
5Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de wet fido respectievelijk de limieten en voorschriften van dit statuut.
6Waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden van de treasuryfunctie duidelijk worden geregeld.
Hoofdstuk 3 Risicobeheer
Artikel 3. Renterisicobeheer
1Jaarlijks wordt de rentevisie ten behoeve van de begroting en de meerjarenbegroting opgesteld op basis van de rentevisie van tenminste één vooraanstaande financiële instelling.
2Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning.
3De rentevisie wordt opgenomen in de paragraaf financiering van de programmabegroting.
4De gemeente streeft naar spreiding in de rente typische looptijd van uitzettingen.
5Het gevoerde beleid met betrekking tot het renterisicobeheer wordt toegelicht in de paragraaf financiering van de gemeenterekening.
6De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de wet Fido
7De rentenormrisico wordt niet overschreden conform de wet Fido
Artikel 4. Kredietrisicobeheer
1De gemeente verstrekt in beginsel geen leningen aan derden. Bij uitzondering kan de gemeente toch besluiten tot het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak;
2Er vindt een beoordeling plaats van de betreffende businesscase, de financiële positie en kredietwaardigheid van de betreffende partij en worden, indien mogelijk, zekerheden of garanties geëist en worden de wetgeving en richtlijnen inzake staatssteun in acht genomen.
3Voor de inning van vorderingen draagt het team Financiën en Belastingen zorg.
4De budgethouder is verantwoordelijk voor het bij bedragen vanaf € 100.000,-- beoordelen van de kredietwaardigheid van de debiteur of crediteur (indien sprake is van vooruitbetaling).
5De budgethouder is verantwoordelijk voor het aanleveren van de voor de factuur benodigde gegevens. Deze worden binnen 5 werkdagen opgesteld en doorgestuurd naar het team Financiën en Belastingen. Facturering vindt plaats onder algemene leveringsvoorwaarden.
6Voor de niet-belastingvorderingen geldt een algemene betalingstermijn van 30 dagen.
7Het team Financiën en Belastingen is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de incassoactiviteiten volgens de gemeentelijke belastingverordeningen en de invorderingswet.
8Het team Financiën en Belastingen voert analyses uit op de debiteurenportefeuille en rapporteert minimaal eenmaal per jaar naar aanleiding hiervan aan het college van burgemeester en wethouders.
9Betalingen worden met in acht neming van de krediettermijn voldaan.
Artikel 5. Koersrisicobeheer
1Risico's bij uitzettingen worden beperkt door het gebruik van uitsluitend vastrentende- of garantieproducten.
Artikel 6. Intern liquiditeitsbeheer
1Jaarlijks wordt een lange termijn liquiditeitenplanning opgesteld, die een periode van één tot maximaal vier jaar bestrijkt.
2De liquiditeitenplanning wordt opgenomen in de paragraaf financiering van de programmabegroting en de meerjarenbegroting.
3In de programmarekening wordt aan het college van burgemeester en wethouders over de ontwikkeling van de liquiditeitspositie gerapporteerd.
Artikel 7. Valutarisicobeheer
1De gemeente loopt door middel van uitzettingen geen valutarisico.
2Gelden worden uitsluitend aangetrokken, uitgezet of gegarandeerd in de Euro.
Hoofdstuk 4 Gemeentefinanciering
Artikel 8. Aantrekken van lang vermogen
1Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren
2Het aantrekken van middelen op lange termijn is voorbehouden aan de treasurer. Hetgeen in samenspraak met de teamleider tot stand komt.
3Alvorens langlopende leningen worden aangetrokken worden door de treasurer minimaal 2 offertes aangevraagd bij banken en of geldmakelaars.
4De offertes moeten telefonisch door de financiële relatie worden voorgelegd aan de gemeente Oost Gelre. Vervolgens worden de offertes vastgelegd door de treasurer.
5De rentepercentages van de aan te trekken geldleningen moeten in overeenstemming zijn met geldende kapitaalmarkttarieven bij de verschillende financiële relaties van de gemeente Oost Gelre, als genoemd in artikel 12 lid 1.
6Definitief aangetrokken langlopende leningen worden eenmaal per jaar gerapporteerd aan het college van burgemeester en wethouders.
7Toegestane financieringsinstrumenten voor een periode van minimaal één jaar:
a.Vaste geldleningen
b.Onderhandse geldleningen
c.Medium Term Notes
8In de jaarlijkse programmabegroting wordt in de paragraaf financiering het geprognosticeerde financieringsbeleid opgenomen.
9In de jaarlijkse programmarekening wordt verantwoording afgelegd over de uitvoering van de gemandateerde bevoegdheid tot het aangaan van geldleningen.
Artikel 9. Uitzetting
1Kredietrisico’s worden beperkt door uitsluitend middelen uit te zetten bij voldoende kredietwaardige partijen als genoemd in artikel 12 lid 2.
2Gelden mogen alleen worden uitgezet bij financiële ondernemingen waarvan het land van vestiging tot de Europese Economische Ruimte behoort (EU + Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) en het betreffende land een minimale credit-landenrating van AA heeft, toegekend door minimaal twee van de drie gerenommeerde ratingbureaus.
3Uitzettingen langer dan 3 maanden mogen alleen bij een financiële onderneming met een rating van AA minus, toegekend door minimaal twee van de drie gerenommeerde ratingbureaus.
4Uitzettingen tot en met 3 maanden mogen bij financiële ondernemingen die een A rating bezitten, toegekend door minimaal twee van de drie gerenommeerde ratingbureaus.
5Het is expliciet verboden om gelden te lenen met het enkele doel de middelen tegen een hoger rendement uit te zetten.
6Tijdelijk overtollige gelden van aangetrokken leningen voor projectfinanciering mogen uitsluitend worden uitgezet bij de financiële onderneming waar de leningen zijn aangegaan. Hiervoor kan een netting-overeenkomst worden gesloten, zodat bij niet nakomen van verplichtingen, vorderingen en schulden tegen elkaar kunnen worden weggestreept. Indien een dergelijke overeenkomst niet is afgesloten, moet de financiële onderneming voldoen aan de rating vereisten voor het uitzetten van middelen.
7In de contracten voor het uitzetten van middelen moet een bepaling opgenomen worden voor een ontbindingsmogelijkheid door de gemeente Oost Gelre indien een instelling gedurende de looptijd een rating lager dan de AA-rating krijgt. (bijv. directe opeisbaarheid van de uitgezette gelden bij een verlaging van de rating)
8Uitzettingen dienen afgewogen te worden op basis van de zekere opbrengst van het uitzetten van de middelen tegen de minimale rentetarieven bij de bank versus andere vormen van uitzetten met een gelijkwaardige zekerheid en een minimaal gelijkwaardig rendement. Hierbij dienen de looptijden gematched te worden.
9Het uitzetten van middelen op lange termijn is voorbehouden aan de treasurer.
10Alvorens middelen worden uitgezet worden minimaal 2 offertes aangevraagd bij banken en of geldmakelaars als genoemd in artikel 12 lid 2.
11De offertes moeten telefonisch door de financiële relatie worden voorgelegd aan de gemeente Oost Gelre. Vervolgens worden de offertes vastgelegd door de treasurer.
12Het rendement op het uit te zetten vermogen moet in overeenstemming zijn met geldende kapitaalmarkttarieven bij de verschillende financiële relaties van de gemeente Oost Gelre, als genoemd in artikel 12 lid 2.
13Definitief uitgezette middelen worden eenmaal per kwartaal gerapporteerd aan het college van burgemeester en wethouders.
14Gelden mogen uitsluitend worden belegd in:
a.Deposito’s
b.Onderhandse geldleningen
c.Staatsleningen
d.Medium Term Notes
e.Garantieproducten
f.Spaarrekening
g.Obligaties
15In de jaarlijkse programmabegroting wordt in de paragraaf financiering het geprognosticeerde uitzettingsbeleid toegelicht.
16In de jaarlijkse programmarekening wordt verantwoording afgelegd over de uitvoering van het uitzettingsbeleid.
Artikel 10. Leningen en garanties
1De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak uitsluitend verstrekken aan door de Gemeenteraad goedgekeurde derde partijen. Met uitzondering van de achtervang-overeenkomst met het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) waartoe het college van burgemeester en wethouders bevoegd is op basis van artikel 160 lid 1 onder e van de Gemeentewet.
Artikel 11. In- en doorlenen van middelen
1Het in- en doorlenen van middelen met als doel hiermee inkomsten te genereren is niet toegestaan.
2Het in- en doorlenen van middelen in naam van de gemeente Oost Gelre kan alleen geschieden vanuit haar publieke taak.
Artikel 12. Relatiebeheer
1Geldgevers van de gemeente Oost Gelre zijn financiële instellingen die officieel onder Nederlands of anderszins EU-toezicht staan, publiekrechtelijke en semi-publiekrechtelijke lichamen en overheidsinstellingen.
2Voldoende kredietwaardige tegenpartijen voor het uitzetten van middelen van de gemeente Oost Gelre zijn:
a.Financiële instellingen die officieel onder Nederlands of anderszins EU-toezicht staan en minimaal een AA-rating hebben van een gezaghebbend ratingbureau.
b.Instellingen aan wiens papier door een bancaire toezichthouder in een EU-lidstaat de solvabiliteitsvrije status is toegekend.
3Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.
4Bij maximaal drie banken mogen bankrekeningen zijn geopend.
5Het college van burgemeester en wethouders bepaalt met welke banken welke relatie wordt aangehouden.
6Bankrelaties en hun bancaire condities worden ten minste ééns in de vijf jaar beoordeeld.
7Bij financiële instellingen buiten Nederland mogen geen rekeningen worden aangehouden.
Hoofdstuk 5 Kasbeheer
Artikel 13. Geldstromenbeheer
1Het gemeentelijk betalingsverkeer vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de teamleider Financiën en Belastingen.
2Het liquiditeitsgebruik wordt beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen.
3Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank.
4De gemeente Oost Gelre houdt een kas aan op de afdeling Bedrijfsvoering en Dienstverlening team Burgerzaken.
5Jaarlijks wordt in de paragraaf financiering van de programmarekening gerapporteerd over de kosten van en ontwikkelingen met betrekking tot het betalingsverkeer.
Artikel 14. Saldo- en liquiditeitenbeheer
1De gemeente Oost Gelre heeft bij raadsbesluit van december 2004 voor onbeperkte duur een rekening courant overeenkomst afgesloten bij de nv Bank Nederlandse Gemeenten. Opzegging van de rekening courant overeenkomst door de gemeente Oost Gelre kan alleen geschieden met instemming van de gemeenteraad.
2Het aantrekken en uitzetten van vermogen tot en met een bedrag van € 10.000.000,-- voor een periode kleiner of gelijk aan twaalf maand kan zonder goedkeuring van het college van burgemeester en wethouders door de treasurer worden uitgevoerd.
3Het aantrekken en uitzetten van kort vermogen boven een bedrag van € 10.000.000,-- dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders.
4De rentepercentages van de aan te trekken geldleningen of uit te zetten middelen moeten in overeenstemming zijn met de geldende geldmarkttarieven bij de verschillende relaties van de gemeente Oost Gelre, als genoemd in artikel 12 lid 1 respectievelijk lid 2.
5Alvorens middelen worden aangetrokken of uitgezet met een looptijd korter of gelijk aan één jaar worden minimaal 2 offertes aangevraagd bij banken en of geldmakelaars.
6Toegestane financieringsinstrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen:
a.Daggeld
b.Kasgeldleningen
c.Kredietlimiet op rekening courant
7Toegestane financieringsinstrumenten bij het uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn:
a.Rekening-courant
b.Daggeld
c.Spaarrekeningen
d.Deposito’s
8Jaarlijks wordt in de paragraaf financiering van de programmarekening gerapporteerd over het saldo- en liquiditeitenbeheer.
Hoofdstuk 6 Administratieve organisatie en interne controle
Artikel 15. Administratieve organisatie en interne controle
In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle.
1De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasury activiteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;
2Bevoegdheden zijn via mandaat nader schriftelijk vastgelegd;
3Bij de uit te voeren treasury activiteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
a.iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe);
b.de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
c.de uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen.
4Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties;
5De transacties worden onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten en gecontroleerd door de comptabele.
Artikel 16. Verantwoordelijkheden
De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd.
Functie
Verantwoordelijkheden
De Gemeenteraad
•Het vaststellen van treasury doelstellingen, het treasurybeleid, globale richtlijnen en limieten;
•Het vaststellen van de paragraaf financiering in programmabegroting en programmarekening;
•Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan;
•Het evalueren en als gevolg daarvan (eventueel) bijstellen van het treasurybeleid;
Het college van B&W
•Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid);
•Het rapporteren aan de Gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid.
Treasurer
•Het uitvoeren van de aan haar/hem gemandateerde treasury activiteiten conform het treasurystatuut en de paragraaf financiering;
•Het zorgdragen voor juiste verantwoording van de uitvoering van de door hem/haar gemandateerde treasury activiteiten;
•Het rapporteren aan B&W over de uitvoering van het treasurybeheer;
•Het afleggen van verantwoording aan het college van B&W.
•Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer. Deze activiteiten moeten conform dit treasurystatuut en de paragraaf financiering worden uitgevoerd;
•Het opstellen van de rentevisie;
•Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldo- en liquiditeitenbeheer;
•Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen;
•Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit bovenstaande deelfuncties;
•Het schriftelijk vastleggen van de treasury transacties en het doorgeven hiervan aan de financiële administratie;
•Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied;
•Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de gemeentelijke administratie;
•Het rapporteren en afleggen van verantwoording aan de teamleider Financiën en Belastingen over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten.
Budgethouders / Activiteitverantwoordelijken
•Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie die hun afdelingen aanleveren aan het team Financiën en Belastingen met betrekking tot (toekomstige) uitgaven en ontvangsten;
•Beoordeling kredietwaardigheid conform artikel 4 lid 3;
•Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare operationele informatie over toekomstige geldstromen aan het team Financiën en Belastingen;
•Het fiatteren van betalingen en ontvangsten, ten laste c.q. ten gunste van hun budgetten.
De kassier
•Het beheren van de geldstromen;
•Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen;
•Het afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer;
•Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de gemeentelijke administratie.
•Het rapporteren en afleggen van verantwoording aan de teamleider Financiën en Belastingen over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten.
De consulenten van het team Financiën en Belastingen
•Het adviseren van de afdelingen over de financiële gevolgen van hun activiteiten en projecten.
Financiële administratie
•Het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de verplichtingen- en financiële administratie;
Medewerker interne controle
•Het opzetten van administratieve richtlijnen op het gebied van treasury;
•Het bewaken van de kwaliteit van de treasury processen;
•Het voeren van de interne controle op de uitgevoerde treasury transacties en hierover rapporteren aan de teamleider Financiën en Belastingen en de controller.
De comptabele
•Het ontvangen van de orderbevestiging van derden en het controleren of deze overeenkomt met de transactie-informatie zoals verstrekt door de treasurer;
De externe accountant
•Het in het kader van haar reguliere controletaak adviseren en controleren omtrent de feitelijke naleving van het treasurystatuut.
•Het controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasury functie en hierover rapporteren aan het college van B&W.
Artikel 17. Bevoegdheden
In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde fiattering.
Bevoegd functionaris
(eerste handtekening)
Autorisatie door
(tweede handtekening)
Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer
1Het uitzetten van geld
Treasurer
Teamleider Financiën en Belastingen
2Het aantrekken van geld
Treasurer
Teamleider Financiën en Belastingen
3Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen
Kassier
Comptabele
Bankrelatiebeheer
4Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen
College van B&W
-
5Bankcondities en tarieven afspreken
Treasurer
Teamleider Financiën en Belastingen
Financiering en uitzetting
6Het afsluiten van kredietfaciliteiten
Treasurer
Teamleider Financiën en Belastingen
7Het aantrekken van gelden zoals vastgelegd in treasurystatuut en paragraaf
Treasurer
Teamleider Financiën en Belastingen
8Het uitzetten van gelden zoals vastgelegd in treasurystatuut en paragraaf
Treasurer
Teamleider Financiën en Belastingen
9Het beleggen in garantieproducten
Treasurer
Teamleider Financiën en Belastingen
10Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak
Teamleider Financiën en Belastingen
College van B&W
11Het garanderen van gelden uit hoofd van de publieke taak
Teamleider Financiën en Belastingen
College van B&W
Hoofdstuk 7 Informatievoorziening
Artikel 18. Informatievoorziening
Ter optimalisering van het treasurybeleid en de daarbij van belang zijnde transparantie dient de informatievoorziening tijdig opgeleverd te worden ter ondersteuning van de uitvoering van de treasury activiteiten.
Met betrekking tot de treasury activiteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen:
Informatie
Frequentie
Informatie-verstrekker
Informatie-ontvanger
1Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en ontvangsten voor de liquiditeiten-planning
Jaarlijks / Incidenteel
Afdelingshoofden / Teamleiders
Treasurer
2Liquiditeitenplanning
Jaarlijks
Treasurer
College B&W
3Rapportage liquiditeitspositie
Jaarlijks
Treasurer
College B&W
4Rapportage debiteurenportefeuille
Eenmaal per jaar
Comptabele
College B&W
5Beoordeling bankrelaties
Vijfjaarlijks
Treasurer
College B&W
6Beleidsplannen treasury in treasury-paragraaf van programmabegroting
Jaarlijks
College van B&W
Gemeenteraad
7Evaluatie treasuryactiviteiten in treasuryparagraaf van programma-rekening
Jaarlijks
College van B&W
Gemeenteraad
8Informatie aan derden (toezichthouder en CBS) zoals genoemd in art. 8 Wet fido
Kwartaal
Comptabele
Derden
9Lenings- / uitzettings-/ garantiebesluiten
Binnen 14 dagen na besluit
College B&W
Provincie
Artikel 19. Inwerkingtreding
Dit treasurystatuut treedt in werking met ingang van 8 juli 2025.