Gemeentelijke regelgeving

Beleidsnota illegaal grondgebruik

Gemeente Oost Gelre · geldt sinds 1 juli 2022

6. Handhavend optreden

6.3 Handhaven in privaatrechtelijke zin

6.3.1. Verjaring

We onderscheiden twee vormen van verjaring, namelijk verkrijgende en bevrijdende verjaring. Verkrijgende (acquisitieve) verjaring treedt op als de grond gedurende 10 jaar onafgebroken en te goeder trouw in bezit is (art. 3:99BW). In de praktijk is er bij illegale inbezitneming van grond vrijwel nooit sprake van goede trouw.

In geval van bezit te kwader trouw kan echter na een onafgebroken bezit van 20 jaar bevrijdende (extinctieve) verjaring aan de orde zijn. Na die termijn kan de oorspronkelijke rechthebbende de eigendom niet meer terug vorderen, zodat de bezitter als het ware bevrijd wordt van die vordering. Tevens is in het Burgerlijk Wetboek bepaald dat de bezitter na afloop van die termijn ook eigenaar wordt van de zaak.

Bezit wordt verkregen door onder andere inbezitneming (art.3:112 BW). Inbezitneming is zich de feitelijke macht verschaffen over een goed (art.3:113 lid 1). Om te kunnen spreken van inbezitneming is het volgens de jurisprudentie niet voldoende dat “enkele op zichzelf staande machtsuitoefeningen” hebben plaatsgehad. De feiten en omstandigheden moeten ondubbelzinnig wijzen op de pretentie van eigendom. Daarvan kan sprake zijn indien het terrein is afgesloten door middel van een ondoordringbare haag, een hekwerk of schutting, zodat de grond niet meer toegankelijk is voor de gemeente of derden. Ook de bouw van opstallen op de grond kan op de pretentie van eigendom wijzen.

Het enkel beplanten van de grond en het onderhouden daarvan zijn handelingen die op zichzelf nog niet hoeven te duiden op een eigendomspretentie.

Gedurende een verjaringstermijn kan de rechthebbende, de gemeente, een rechtsvordering instellen om het bezit van de ander te beëindigen. De verjaring kan worden gestuit, onder meer door een daad van rechtsvervolging, door een schriftelijke aanmaning en door erkenning (art 316-318 boek 3 BW). Stuiting is het afbreken van de lopende verjaring. Na de dag waarop de verjaring is gestuit begint direct een nieuwe verjaringstermijn te lopen. Deze is dan 5 jaar, maar kan niet eerder eindigen dan op het moment dat de oorspronkelijke termijn zou zijn verstreken (art 3:319).

Ook na erkenning begint er dus opnieuw een verjaringstermijn te lopen. Om dit te voorkomen zal er een koopovereenkomst of een huurovereenkomst dienen te worden afgesloten. Bij de verhuur van grond wordt jaarlijks gecontroleerd of de huurder nog gebruik gemaakt van het gehuurde. Als dit niet het geval is wordt met zijn opvolger bekeken of er een koop- of huurovereenkomst voor de desbetreffende grond wordt afgesloten.

6.3.2 Te ondernemen acties

De gemeente kan, als eigenaar en rechthebbende, overgaan tot het opeisen van de grond (ogv artikel 5:2 BW) als de eigendom niet is verjaard. Nadat op vriendelijke wijze in de voorfase is verzocht de grond te ontruimen zal, indien hieraan niet is voldaan, nogmaals een verzoek tot ontruiming worden gedaan. Wanneer de overtreder hier geen gehoor aan geeft, wordt bij de burgerlijke rechter een rechtsvordering aanhangig gemaakt en wordt de overtreder gedagvaard.

Overigens kan het gebeuren dat ontruimde grond na de ontruiming weer in gebruik wordt genomen door de gebruiker. Indien de gebruiker binnen een jaar na de ontruiming de grond opnieuw in gebruik neemt onderbreekt de ontruiming de loop van de verjaring niet (artikel 3:103 BW). Het is van belang dat de eigendom van de grond niet alsnog door verjaring overgaat op de gebruiker. Ontruimde gronden zullen hiertoe allemaal tot na verloop van het eerste jaar extra gecontroleerd dienen te worden, om zo verjaring te voorkomen. Indien grond opnieuw in gebruik wordt genomen verdient het aanbeveling om de overtreder aansprakelijk te stellen om daarmee kosten te verhalen.

Bij het handelen door de gemeente moeten de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht worden genomen, zoals eerder aangegeven. In sommige situaties kunnen burgers zicht beroepen op deze beginselen, vooral als het gebruik gedurende langere tijd is gedoogd of als in het verleden toezeggingen zijn gedaan. Tijdens het handhaven moet hier voldoende aandacht aan worden gegeven.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.