Gemeentelijke regelgeving

Veiligheids- en agressieprotocol voor politieke ambtsdragers gemeente Ommen 2026

Gemeente Ommen · geldt sinds 25 maart 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Ommen;

gelezen het voorstel van het presidium van 22 januari 2026;

B E S L U I T:

Vast te stellen het Veiligheids- en agressieprotocol voor politieke ambtsdragers gemeente Ommen 2026

Inleiding

Dit veiligheids- en agressieprotocol voor politieke ambtsdragers

1Politieke ambtsdragers voor de gemeente zijn mensen die de gemeente besturen. Hierbij gaat het om de burgemeester, de wethouders en raadsleden. In dit protocol worden ook de commissieleden daaronder begrepen.

van de gemeente Ommen bevat afspraken en uitgangspunten hoe er gehandeld wordt als zij te maken krijgen met veiligheidsrisico’s en/of (vormen van) agressie.

Voor politieke ambtsdragers is het belangrijk dat zij benaderbaar en toegankelijk zijn voor inwoners en bedrijven. En dat zij het politieke debat vrij kunnen voeren, publieke taken vrij van dwang kunnen uitoefenen en dat besluiten zonder druk worden genomen. Agressie is normoverschrijdend en daarom hanteert de gemeente Ommen een zerotolerance beleid ten aanzien van dit gedrag. Denk daarbij bijvoorbeeld aan belediging, belediging of bedreiging richting familie, stalken, fysiek geweld of vernieling. Deze vormen van agressie of normoverschrijdend gedrag richting politieke ambtsdragers kunnen ook via sociale media, e-mail of internet worden geuit of op andere locaties dan het gemeentehuis.

In Ommen vinden wij het belangrijk om gezamenlijk als gemeentebestuur één lijn te trekken tegen agressie en geweld tegen politieke ambtsdragers: emotie mag, agressie niet. Op agressie geeft de gemeente Ommen altijd een passende reactie. Wij zien dit als een collectief belang en een collectieve verantwoordelijkheid.

In dit veiligheids- en agressieprotocol voor politieke ambtsdragers staat beschreven welke norm in Ommen wordt gebruikt met betrekking tot veiligheid en agressie, welke preventieve (veiligheids-) maatregelen er zijn en hoe gehandeld en gecommuniceerd wordt als politieke ambtsdragers te maken krijgen met normoverschrijdend gedrag. En ten slotte welke bijstand en (na)zorg mogelijk is vanuit de gemeente Ommen.

3. Preventie

Artikel 3.1 Organisatorische maatregelen

•Als politieke ambtsdragers tijdens kantoortijden een gesprek met een inwoner voeren in het gemeentehuis, doen zij dit bij voorkeur in een spreekkamer. Waar nodig kan een beroep worden gedaan op binnen de organisatie aanwezige beveiligers of een interventieteam.

•Als vooraf duidelijk is dat een risico-gesprek moet worden gevoerd, dan wordt bijstand door een beveiliger of interventieteam preventief ingeschakeld. Ook kan worden gekozen om een tweede persoon vanuit de organisatie aan het gesprek te laten deelnemen.

•Bij het organiseren van groepsbijeenkomsten/informatieavonden wordt vooraf een risicoanalyse gemaakt. Op basis van het resultaat hiervan wordt een passende locatie gekozen, worden organisatorische maatregelen getroffen en wordt waar nodig beveiliging ingezet. De gemeentesecretaris kan, in overleg met de griffier ondersteunen bij het treffen van de juiste maatregelen.

Artikel 3.2 Dialoog, training

•Bij aanvang van een nieuwe raadsperiode wordt in een bijeenkomst met politieke ambtsdragers stil gestaan bij de beleidsuitgangspunten van veilig en integer werken, met bijzondere aandacht voor de organisatienorm zoals deze wordt gehanteerd, voor de alarmeringsprocedure, de afspraken ten aanzien van het melden van incidenten en voor het omgaan met vervelende ervaringen/opvang en nazorg.

•Gedurende de raadsperiode worden naar behoefte bijeenkomsten belegd om ervaringen en dilemma’s in de aanpak te bespreken op basis van casuïstiek. Waar relevant worden ook vertegenwoordigers van de ambtelijke organisatie uitgenodigd om casuïstiek waarin het samenspel tussen politieke ambtsdragers en ambtenaren in het bijzonder van belang is/was, te bespreken en om afspraken te maken voor de toekomst.

•Naar behoefte wordt een informeel overleg met aparte status en zonder politieke agenda gepland, waarin in een veilige omgeving gesproken kan worden over de impact van agressie-incidenten op de persoon.

•Vaardigheidstrainingen voor burgemeester, wethouders, raads- en commissieleden worden ‘op maat’ aangeboden vanuit de organisatie.

5. De handelingsprocedure na een incident

Artikel 5.1 Melden

Alle voorvallen van normoverschrijdend gedrag (zoals beschreven in bovenstaand schema) worden intern gemeld. Het kanaal dat wordt gebruikt door de inwoner is in deze niet van belang. Melding wordt gemaakt van normoverschrijdend gedrag dat face-to-face, schriftelijk, via e-mail of social media wordt geuit.

•Raads- en commissieleden melden incidenten bij de griffier. De griffier stelt de burgemeester op de hoogte.

•Wethouders melden incidenten bij de burgemeester. De burgemeester stelt de gemeentesecretaris op de hoogte.

•De burgemeester meldt een incident bij de gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris informeert de griffier over het incident en betrekt ook de ambtenaar Openbare Orde en Veiligheid.

•De arbocoördinator wordt over alle incidenten geïnformeerd.

•Voor het melden wordt gebruik gemaakt van het registratieformulier ongewenste omgangsvormen (bijlage 1). Het voordeel van registeren is dat er een totaaloverzicht van incidenten en de daarbij behorende veroorzakers ontstaat vanuit de bestuurlijke en ambtelijke organisatie.

•Het melden van incidenten geeft inzicht in de aard, de vorm en mogelijke toename of afname van incidenten binnen de gemeente en is de basis voor de te nemen (preventieve)maatregelen. Het registreren van incidenten is ook belangrijk voor het, mogelijk later, aangifte doen bij de politie en voor het verhalen van mogelijke schade.

•Ook als een politieke ambtsdrager twijfelt of er sprake is van normoverschrijdend gedrag is het altijd mogelijk contact op te nemen met de burgemeester en/of de griffier. Na het contact wordt bepaald of en wat er nodig is.

Artikel 5.2 Afhandeling van incidenten

Na het doen van een melding wordt besproken welke maatregel tegen de veroorzaker wordt genomen. De arbocoördinator geeft advies en ondersteuning. Het binnen de gemeente gehanteerde sanctiebeleid is leidend. In zijn algemeenheid zijn de volgende maatregelen mogelijk:

•De persoon mondeling of schriftelijk waarschuwen.

•(Tijdelijk) de dienstverlening beperken of (tijdelijk) de toegang ontzeggen tot de gemeentelijke gebouwen. Politieke ambtsdragers zijn altijd bevoegd een inwoner te verzoeken en/of op te dragen een gebouw te verlaten en, na drie keer herhaling en bij aanhoudende weigering van de inwoner, de politie te bellen. Er is dan sprake van huis-/lokaalvredebreuk en dat is een strafbaar feit. De schriftelijke ontzegging voor een bepaalde tijd is een besluit van de burgemeester. Als hier geen gevolg aan wordt gegeven dan wordt de politie eveneens direct in kennis gesteld en is opnieuw sprake van een strafbaar feit waarvan aangifte zal worden gedaan.

•De persoon oproepen voor een incidentgesprek met een daartoe aangewezen vertegenwoordiger van de gemeente over het normoverschrijdend gedrag.

•Het voorval melden bij de politie (als het gedrag niet strafbaar is, maar wel normoverschrijdend, kan melding worden gedaan bij de politie, zodat het incident in ieder geval bekend is bij de politie).

•Aangifte doen bij de politie.

•Andere maatregelen treffen, al naar de omstandigheden.

•De burgemeester informeert, waar dat passend is, de Hoofdofficier van Justitie en de politiechef en bespreekt incidenten in het overleg binnen deze lokale driehoek.

Bij het bepalen van de maatregel wordt meegenomen of er sprake is van een eerste of herhaald incident, zowel gericht tegen politieke ambtsdragers, als tegen ambtenaren van de gemeente.

Artikel 5.3 Opvang en nazorg

Naast het regelen van praktische zaken is met name de emotionele ondersteuning van politieke ambtsdragers (en hun families) van groot belang voor het behoud van persoonlijk welzijn en voor adequaat functioneren in de toekomst. De impact van een incident kan groot zijn en daarom wordt altijd opvang en nazorg aangeboden.

Voor opvang en nazorg is zeker niet altijd een externe professional nodig. Effectieve ondersteuning na incidenten wordt vooral gekenmerkt door invoelend vermogen en kennis van de mogelijke effecten van bv. bedreiging. De burgemeester is de eerst aangewezen persoon om opvang en nazorg te verlenen aan de wethouders, de griffier aan de raads- en commissieleden. Afhankelijk van de aard van het incident kan er ook voor gekozen worden om het interne (ambtelijke) collegiale interventieteam een rol te geven in de emotionele ondersteuning.

Als ondersteuning van het thuisfront nodig is dan is het in ieder geval raadzaam een externe professional in te schakelen. De gemeente kan hiertoe een lokale voorziening treffen (bijvoorbeeld via de arbodienstverlener, of een aan de gemeente verbonden vertrouwenspersoon).

Ook het ondersteuningsteam van Weerbaar Bestuur kan (vertrouwelijk) worden benaderd voor advies en een luisterend oor en contact met lotgenoten via 070-3738314 of info@ondersteuningsteamwb.nl. Voor meer informatie kan gekeken worden op (https://www.weerbaarbestuur.nl/)

Bij intern verzorgde opvang en nazorg worden altijd de volgende gesprekken aangeboden:

Eerste gesprek (binnen 24 uur)

Direct na een agressie-incident gaat het er om de veiligheid te herstellen en steun te bieden aan de betrokkene(n). Het eerste gesprek heeft als doelen: veiligheid, emotionele ondersteuning en praktische hulp bieden, informatie geven over het verwerkingsproces en vervolgafspraken maken. Het is vooral belangrijk om betrokkene het verhaal te laten vertellen en te onderzoeken waar hij of zij behoefte aan heeft. Wellicht moeten er (praktische) zaken worden geregeld (informeren thuisfront, aangifte doen, schade e.d.).

Tweede gesprek (binnen drie dagen na het incident)

Het doel van dit gesprek is net als bij het eerste gesprek het bieden van een luisterend oor en steun (emotioneel en praktisch). Daarnaast is het belangrijk dat samen met de betrokkene het verloop van de afgelopen dagen in kaart wordt gebracht en zodoende meer informatie wordt verkregen over het verwerkingsproces.

Derde gesprek (na 4 -6 weken (of eerder voor zover nodig))

Naast emotionele ondersteuning, gaat het tijdens het derde gesprek om de terugblik op de gebeurtenis en de periode daarna. Het is belangrijk om stil te staan bij eventuele veranderingen in de kijk op het ambt en het functioneren daarbinnen, het privéleven en persoonlijke beleving. Bij mogelijke signalen op stagnatie van het verwerkingsproces is het zinvol om de betrokkene in ieder geval door te verwijzen naar professionele hulpverlening.

Artikel 5.4 Aangifte doen en schade verhalen

•Als sprake is van strafbare feiten doet in alle gevallen, met instemming van de betrokkene, de gerechtigd vertegenwoordiger van de gemeente daarvan aangifte waarbij materiële en immateriële schade altijd worden verhaald als de dader bekend is.

•Over de aangifte wordt niet gecommuniceerd, tenzij de betreffende politieke ambtsdrager daarmee instemt ten behoeve van het onderzoek.

•De betreffende politieke ambtsdrager wordt juridisch als benadeelde beschouwd.

•De betrokken politieke ambtsdrager verleent als benadeelde volledige medewerking aan het politieonderzoek.

•Het Openbaar Ministerie (OM) wordt, voor zover nog niet betrokken in een eerdere fase, door de politie op de hoogte gesteld bij een dreigingsmelding en/of een aangifte.

o Bij dreiging tegen een persoon ligt de verantwoordelijkheid voor de beslissing over het treffen van beveiligingsmaatregelen, in het kader van de strafrechtelijke handhaving en het bewaken en beveiligen, bij de Hoofdofficier van Justitie en doet de politie voorstellen over de te nemen maatregelen (artikel 1 lid 2 Politiewet, aanwijzing beveiliging van personen, objecten en diensten).

o Als de burgemeester zelf onderwerp is van dreiging, blijft de Hoofdofficier van Justitie verantwoordelijk en kan worden overlegd met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Als de burgemeester slachtoffer is, wordt tevens de Commissaris van de Koning op de hoogte gesteld.

o De werkgever is, ook als sprake is van een “fictief dienstverband” verplicht de Nederlandse Arbeidsinspectie binnen 24 uur te waarschuwen als sprake is van een ernstig incident waarbij een politieke ambtsdrager lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, in het ziekenhuis moet worden opgenomen, blijvende schade overhoudt aan de gezondheid of overlijdt aan de gevolgen.

o De gemeentesecretaris en/of de griffier zorgen voor terugkoppeling aan de betrokkenen en aan de gemeenteraad over de strafrechtelijke vervolging en de resultaten daarvan.

•Schade aan persoonlijke eigendommen of aanvullende kosten die een betrokkene moet maken door een incident worden in eerste instantie vanuit de organisatie vergoed aan de betrokkene. De gemeente verhaalt de kosten op de veroorzaker.

Bijlage

TABEL 1

EMOTIONEEL GEDRAG

AGRESSIE

(Non-)verbale Agressie

AGRESSIE

Bedreiging, Intimidatie

AGRESSIE

Fysiek Geweld

GEDRAG VAN DE INWONER

Gedrag gericht op zichzelf en op de eigen situatie

Kritiek op regels, beleid en/of bestuurlijk orgaan

Gedrag gericht op de politieke ambtsdrager

(Non) verbaal dreigen, dreigen met geweld, Intimideren, stalken, seksuele intimidatie

Schoppen, slaan, spugen, beetpakken, trekken, vernielen, voorwerpen gooien

Vaak te herkennen aan het woordje “Ik”. Uitzondering of begrip vragen, klagen, excuus verzinnen, beroep op redelijkheid doen, afhankelijk gedrag, claimen.

Vaak te herkennen aan het woordje “Jullie”. In discussie gaan, ter verantwoording roepen, beschuldigen, schande spreken, machtsstrijd, obstructie.

Vaak te herkennen aan het woordje “Jij”. Sarren, zuigen, treiteren, uitlokken, grof zijn, schelden, belachelijk maken Organisatie bepaalt wat wel/niet acceptabel is.

Gaat een stap verder dan verbale agressie. Het kan ook gaan om een suggestie van geweld of door openlijk hiermee te dreigen. Het gedrag is op jou persoonlijk gericht. De uiting van agressie levert mogelijk ook gevaar op voor de inwoner zelf of voor anderen.

Gaat een stap verder dan bedreiging of intimidatie. Het gedrag is gericht op personen en/of zaken.

STANDPUNT GEMEENTE OMMEN

Inwoners mogen klagen en boos en geïrriteerd zijn. In de aanpak is de politieke ambtsdrager aan zet.

Inwoners mogen kritiek hebben op het beleid en de regelgeving en mogen dit uiten en boos en geïrriteerd zijn. In de aanpak is de politieke ambtsdrager aan zet.

Inwoners mogen niet persoonlijk worden richting politieke ambtsdragers. We gaan pas verder in gesprek wanneer de inwoner met dit gedrag stopt. Als het gedrag niet stopt beëindigen we het gesprek en nemen we passende maatregelen.

Inwoners mogen politieke ambtsdragers niet bedreigen of intimideren. We beëindigen in zo’n geval het gesprek en nemen gepaste maatregelen.

De veiligheid van politieke ambtsdragers gaat boven alles. Inwoners mogen dus niet fysiek worden naar personen en/of zaken.

MELDEN EN OPVOLGING

Niet melden, tenzij het gedrag aanhoudt en er een patroon ontstaat.

Niet melden, tenzij het gedrag aanhoudt en er een patroon ontstaat.

Als de inwoner zich positief corrigeert na te zijn aangesproken op zijn/haar gedrag, wordt er niet gemeld. Bij aanhoudend gedrag wordt er wel gemeld en afgehandeld conform sanctiebeleid van de gemeente. Het doel is regie voeren op de interactie.

Altijd melden en afhandelen conform sanctiebeleid van de gemeente. Het doel is regie voeren op de interactie.

Altijd melden en afhandelen conform sanctiebeleid van de gemeente. Het doel is regie voeren op de interactie.

Bijlage 1 Registratieformulier ongewenste omgangsvormen (zoals agressie, intimidatie en geweld)

Bij alle agressie-incidenten invullen en na (mede)ondertekening door de griffier/ gemeentesecretaris versturen aan de arbocoördinator

Persoonsgegevens politieke ambtsdrager

1Naam

2Ambt

3Telefoonnummer

Incidentgegevens

4Omschrijving van het incident

(Eventueel bijlage)

5Namen van aanwezigen tijdens het incident

6Datum en tijdstip incident

7Ernst van het incident volgens de politieke ambtsdrager (getal omcirkelen op de plek die uw mening het beste weergeeft)

Helemaal niet 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 extreem

Aard van het incident (s.v.p. aankruisen)

Sociale media

Telefoon

Op schrift (brief/mail)

Gemeentehuis

Huisbezoek

8Schelden

9Dreigen

10Gebruik geweld

11Weigert te vertrekken

12Overig

13Is, voorafgaande aan het (telefonisch) gesprek, het dossier van de inwoner geraadpleegd?

o Ja

o Nee, toelichting

14Was er vooraf reden om een verhoogd risico op agressief gedrag te verwachten?

o Ja (ga verder naar vraag 18)

o Nee (ga verder naar vraag 19)

15Had u van tevoren extra maatregelen genomen om gevaarlijke situaties te voorkomen?

o Ja, gebruik gemaakt van beveiligde spreekkamer

o Ja, voorgenomen direct duidelijk en consequent te zijn over de situatie

o Ja, een beveiliger of interventieteam is gevraagd in de buurt te blijven

o Ja, een tweede persoon vanuit de organisatie is bij het gesprek uitgenodigd

o Ja, namelijk …

o Nee, omdat …

Persoonsgegevens veroorzaker

16Naam en voorletters veroorzaker

17Geboortedatum

18Contactgegevens:

Adres

Telefoonnummer

Ondertekening

Plaats:

Datum:

Politieke ambtsdrager

Plaats:

Datum:

Griffier / gemeentesecretaris

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.