Aanhef
De raad van de gemeente Olst-Wijhe;
Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 oktober 2025 nr. 38187-2025
Gelet op artikel 15:33 van de Wet milieubeheer;
BESLUIT
Vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2026 Olst-Wijhe
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a.gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;
b.aanbieding: het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in een container ter lediging waarbij het registratiesysteem wordt geactiveerd, alsmede het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in een afvalzak in een verzamelcontainer waarbij het registratiesysteem wordt geactiveerd.
Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit
1Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
2De Afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 3 Belastingplicht
1De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt en van degene die huishoudelijke afvalstoffen aanbiedt.
2Voor toepassing van het eerste lid, wordt:
a.gebruikmaken van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;
b.aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven, met dien verstande dat degene die het deel in gebruik heeft gegeven, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;
c.het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld, met dien verstande dat degene die het perceel ter beschikking heeft gesteld, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie het perceel ter beschikking is gesteld.
3De belasting voor de diensten in hoofdstuk 3 van de tarieventabel, wordt geheven van degene ten behoeve van wie de afvalstoffen worden ingezameld.
Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief
1De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstukken 1, 2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
2Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 5 Belastingjaar
Met betrekking tot de belasting in hoofdstuk 1 en 2 die per jaar wordt geheven is het belastingjaar(tijdvak) gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 6 Wijze van heffing
1De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 en 2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.
2De belasting bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van een mondelinge danwel gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, danwel door uitreiking van de gedagtekende schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
3Per belastbaar feit kan een afzonderlijke aanslag worden opgelegd of kennisgeving worden gedaan.
Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is bij de aanvang van de belastingplicht.
2De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of, zo dit eerder is na beëindiging van de belastingplicht.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
5Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt en van hetzelfde inzamelmiddel gebruikt blijft maken.
6De belasting als bedoeld in hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.
Artikel 8 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag uiterlijk drie maanden na dagtekening van het aanslagbiljet betaald zijn.
2aIn afwijking van het eerste lid geldt voor een automatische betalingsincasso, mogelijk bij een aanslagbedrag vanaf € 30 tot € 5000 het volgende. Het aantal termijnen bedraagt ten minste drie en ten hoogste tien maanden. De aanslag wordt betaald in zoveel gelijke termijnen als er nog maanden resteren in het lopende belastingjaar. De eerste termijn vervalt op de 25e dag van de maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. Aanslagen met een dagtekening in oktober, november en december hebben een betaaltermijn van drie maanden.
2bIn afwijking van het eerste lid kan op verzoek bij een aanslagbedrag minder dan € 30 en meer dan € 5000, betaald worden door middel van automatische betalingsincasso. Het aantal incasso termijnen is dan maximaal drie termijnen. De eerste termijn vervalt op de 25e dag van de maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijnen telkens een maand later.
3De in artikel 6 tweede lid bedoelde gedagtekende kennisgevingen moeten worden betaald:
a.ingeval van uitreiking van de kennisgeving: op het tijdstip van uitreiking;
b.ingeval van toezending van de kennisgeving: binnen veertien dagen na de dagtekening.
4De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 9 Kwijtschelding
1Voor de belasting in hoofdstuk 1 van de tarieventabel kan kwijtschelding worden verleend tot een bedrag van maximaal € 217,08 per belastingjaar;
2Voor de belasting in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 van de tarieventabel wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel
1De “Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2025”, vastgesteld bij raadsbesluit van de gemeente Olst-Wijhe van 11 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
[Artikel 10 bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: De “Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2025”, vastgesteld bij raadsbesluit van de gemeente Olst-Wijhe van 9 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.]
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.
3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
4Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening afvalstoffenheffing 2026 Olst-Wijhe”.
Tarieventabel behorende bij de verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2026
Algemeen
Hoofdstuk 1 Maatstaf en jaarlijks tarief afvalstoffenheffing
1De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 217,08
Hoofdstuk 2 Maatstaven en ledigings- c.q. aanbiedingstarief afvalstoffenheffing
2.1. Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt voor het belastingjaar de belasting voor percelen, die voor de afvalverwijdering van huishoudelijk restafval zijn aangewezen op verzamelcontainers, per aanbieding van maximaal 60 liter restafval € 1,80.
2.2. Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt voor het belastingjaar de belasting voor percelen, die voor de afvalverwijdering van huishoudelijk restafval zijn aangewezen op verzamelcontainers, per aanbieding van maximaal 30 liter restafval € 0,90.
Hoofdstuk 3 Overige tarieven
3.1. Indien de belastingplichtige wil wisselen van containervolume, dan bedraagt het tarief voor de omwisseling door ROVA van een of twee containers, per keer € 47,00
Indien de containers bij het wisselen door belanghebbende zelf worden afgehaald bedraagt het tarief voor de omwisseling van een of twee containers, per keer € 15,75
3.2. Indien een nieuw ingezetene van de gemeente als belastingplichtige wordt aangemerkt, kan hij gedurende een periode van zes maanden nadat de belastingplicht is ontstaan, kosteloos een maal van container volume wisselen.
3.3. Indien een belastingplichtige van de gemeente, binnen de gemeente verhuist, kan hij gedurende een periode van zes maanden nadat de verhuizing feitelijk heeft plaatsgevonden kosteloos een maal van containervolume wisselen.
3.4. Het tarief voor het uitgeven van nieuwe milieupas in verband verlies of diefstal of beschadiging bedraagt € 7,50
3.5. Het tarief voor het uitgeven van een extra container bedraagt:
-bij afhalen € 43,25
-bij bezorgen € 74,50
3.6. Het tarief voor het uitgeven van een nieuwe container in verband met verlies of diefstal of beschadiging bedraagt:
-bij afhalen € 43,25
-bij bezorgen € 74,50
3.7. Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 en 2 bedraagt het tarief voor het op afroep inzamelen van grof huishoudelijk afval € 40,00 per m3.
3.8. Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 en 2 bedraagt het tarief voor het op afroep inzamelen van grof tuinafval bij een hoeveelheid van
-minder dan 1 m3 € 15,00
-voor elke m3 meer dan 1 m3 € 10
Behoort bij raadsbesluit d.d. 10 november 2025.
De griffier van de Gemeente Olst-Wijhe,
Anne-Marie Holleman