Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels Parkeren – Nota parkeernormen 2026 Gemeente Olst-Wijhe

Gemeente Olst-Wijhe · geldt sinds 27 oktober 2026

3 Hoogte parkeer- en stallingsnormen

3.2 Toelichting en uitgangspunten parkeernormen auto

3.2.1 Algemeen

Gebiedsbepaling

Bij het bepalen van de toe te passen parkeernorm, dient vooraf vastgesteld te worden of de ontwikkeling zich binnen de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom bevindt. Indien sprake is van een ontwikkeling buiten de bebouwde kom, dan dient de norm ‘Buitengebied’ gehanteerd te worden. Als sprake is van een ontwikkeling binnen de bebouwde kom, dan dient eerst nog gekeken te worden of de ontwikkeling zich, volgens de afbeeldingen in paragraaf 3.1, bevindt in het centrum van Olst of Wijhe. Is dit het geval, dan geldt de norm ‘Centrum’, is dit niet het geval, dan geldt de norm ‘Rest bebouwde kom’.

Laad en los voorzieningen

Als de functie van een ontwikkeling (bedrijfshal, supermarkt, horeca, e.d.) aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, dan is een initiatiefnemer verplicht om deze ruimte te faciliteren op eigen terrein. Uitsluitend in die gevallen dat op grond van bijzondere omstandigheden de initiatiefnemer aannemelijk maakt dat de logistieke aan- en afvoer van producten geen specifieke laad- en losplaatsen behoeft, dan wel dat op een andere wijze kan worden voldaan aan de eis om voldoende laad- en losmogelijkheden beschikbaar te hebben, kan hier onderbouwd van afgeweken worden.

Vrijstelling kan worden verleend als de initiatiefnemer aantoonbaar kan maken dat laden en lossen op eigen terrein niet mogelijk is en op een andere wijze kan worden voldaan aan de eis om voldoende laad- en losmogelijkheden beschikbaar te hebben. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het toestaan van laden en lossen in openbaar gebied in het geval van een historisch zo gegroeide situatie waarbij geen ruimte is op eigen terrein en waarbij laden en lossen in zeer beperkte mate gebeurt. Het op andere wijze voorzien in laden en lossen is alleen mogelijk, als geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

▪ De verkeersveiligheid;

▪ De openbare ruimte;

▪ De parkeersituatie;

▪ De woon- en leefsituatie.

Bezoekersaandeel

Het bezoekersaandeel in de tabellen met de parkeernormen staat voor het aantal parkeerplaatsen dat toegankelijk moet zijn voor bezoekers. Dit kan ook betekenen dat bezoekers na aanmelding per intercom kunnen parkeren op het eigen terrein van het bedrijf. Hiermee is in de parkeernormen al rekening gehouden. De weergegeven parkeernorm is dus voor deze functies inclusief bezoekersparkeren.

Meerdere functies binnen een ontwikkeling

In het geval van meerdere functies binnen een ontwikkeling, dient gekeken te worden of sprake is van een dominante functie met bijbehorende ondersteunende (neven)functies, of dat het om meerdere functies gaat die zelfstandig van elkaar functioneren en dus ook zelfstandig bezoekers aantrekken. Wanneer het om een dominante functie gaat met ondersteunende (neven)functies, dan wordt alleen de norm toegepast van de dominante functie. Dit geldt bijvoorbeeld bij functies zoals:

▪ Sport- of ontspanningsvoorzieningen met ondersteunende horeca die alleen geopend is gedurende de openingstijden van de betreffende sport- of ontspanningsvoorziening;

▪ Arbeidsintensieve industrie met bijbehorende opslagruimte die arbeidsextensief is;

▪ Eventuele horeca binnen zorginstellingen;

Wanneer beide functies afzonderlijk van elkaar bezoekers aantrekken, dan dient voor beide functies apart de parkeernorm genomen te worden en dient apart de parkeervraag per functie berekend te worden.

3.2.2 Wonen

Aanleunwoning

Binnen de categorie wonen hanteert het CROW ook de categorie aanleunwoning/serviceflat. In de regel worden aanleunwoningen gebouwd tegen of in de nabijheid van een verzorgingshuis. Deze woningen zijn bedoeld voor ouderen die nog relatief mobiel zijn en geen grote gezondheidsproblemen hebben. Dit type woningen is in de basis kleiner dan 90 m2 gebruiksvloeroppervlak (GBO) en komt onder de volgende benamingen voor: aanleunwoningen, appartementen met zorg binnen handbereik, ouderenwoning, serviceflat of zelfstandige seniorenwoning. De functie aanleunwoning kan breed worden geïnterpreteerd. Binnen deze nota wordt het volgende onderscheid gemaakt:

▪ Intramurale zorgwoningen voor mensen met een zwaardere zorgindicatie (dag verzorging). Deze zorgwoningen vallen onder de categorie verpleeg-/verzorgingshuis.

▪ Extramurale zorgwoningen voor zorgbehoevenden met behoefte aan zorg op afroep. Dit type zorgwoningen valt onder de categorie aanleunwoning

3.2.3 Werken

Meerdere functies

Het kan voorkomen dat binnen een ontwikkeling van een bedrijf, meerdere functies gerealiseerd worden. Als dit het geval is, dient voor al deze functies apart de parkeernorm vastgesteld te worden. Gecombineerd zorgen deze parkeernormen samen dan voor de totale parkeervraag.

Vrachtwagen parkeren

Bij de functie: bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief, bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief en bedrijfsverzamelgebouw, zijn de parkeerkencijfers exclusief het vrachtwagen parkeren. Als het binnen de ontwikkeling van de hiervoor genoemde functies aannemelijk is dat er een behoefte gaat ontstaan naar parkeerplaatsen voor grote voertuien (vrachtwagens), dan is een initiatiefnemer verplicht om deze ruimte te faciliteren op eigen terrein.

3.2.4 Winkel en boodschappen

Geen aanvullende uitgangspunten.

3.2.5 Sport, cultuur en ontspanning

Geen aanvullende uitgangspunten.

3.2.6 Horeca en (verblijfs)recreatie

Terrassen

Terrassen maken onderdeel uit van de bijbehorende horeca. Vaak zullen het terras en de inpandige horeca met een zekere mate van wisselwerking als een geheel werken. Zo is het terras in de wintermaanden gesloten en wordt de inpandige ruimte volledig gebruikt. In de zomermaanden wordt vooral buiten gezeten en wordt slechts een deel van de binnenruimte gebruikt. Dit wordt verder ondersteund door het feit dat de faciliteiten in bijvoorbeeld in een keuken van een restaurant maximaal ingesteld zijn op een volledige bezetting van de binnenruimte. Uit dat oogpunt wordt een terras niet meegerekend voor zo ver het aantal m² van dat terras kleiner is dan het bvo van het verblijfsgedeelte van de inpandige horecavoorziening.

Wanneer de buitenruimte op het terras echter groter is, wordt voor het aantal m² dat het terras groter is dan de binnenruimte dezelfde norm gehanteerd als voor de binnenruimte. Dus bijvoorbeeld een horeca van 50 m² bvo met een terras van 200 m² moet dus voor 150 m² extra parkeerplaatsen maken. Dergelijke situaties doen zich hoofdzakelijk voor bij seizoensgebonden horeca, zoals bij voorbeeld een ijssalon. Belangrijk is dat de terrasvergunning gelijktijdig wordt getoetst met de omgevingsvergunning.

3.2.7 Gezondheid en (sociale)voorzieningen

Behandelkamers versus backoffice

Bij gezondheidsfuncties is de parkeernorm afhankelijk van het aantal behandelkamers. Backoffice, zoals bijvoorbeeld een laboratorium, ondersteunende kantoorruimte, of een hal met ontvangstruimte, dragen bij deze functie niet direct bij aan de parkeervraag. Bij het toetsen van een plan dient daarom vastgelegd te worden waar sprake is van een behandelkamer en waar niet. Het is de verantwoordelijkheid van de ontwikkelaar om dit op een duidelijke manier kenbaar te maken.

3.2.8 Onderwijs

Parkeren bij een basisscholen en kinderdagverblijven

Bij basisscholen en kinderdagverblijven is de parkeerdruk het hoogst op de momenten dat kinderen gehaald of gebracht worden. De normering bevat enkel de behoefte voor personeel van deze functies. Voor het halen en brengen (en kiss&ride) dient daarom op basis van het aantal leerlingen of opvangplekken een separate onderbouwing aangeleverd te worden voor de benodigde ruimte voor het halen en brengen van kinderen.

3.2.9 Functies met ruime marge of die niet één op één benoemd worden

Zoals omschreven, zijn de parkeernormen gebaseerd op de landelijke kencijfers van CROW. Bij een aantal functies geeft CROW aan dat een ruime marge aangehouden moet worden voor het bepalen van de parkeereis in verband met het beschikbaar zijn van weinig data of in geval van een sterke variatie van het auto- en fietsgebruik. Bij deze functies blijft de gegeven norm het uitgangspunt, maar is aanvullende maatwerkonderbouwing mogelijk om tot een andere parkeereis te komen. Het gebruik van een maatwerkonderbouwing betreft een afwijking.

Het kan daarnaast voorkomen dat een ontwikkeling een functie omvat die niet één op één te koppelen is aan een functie die opgenomen is in de lijst met parkeernormen. Wanneer dit het geval is, dient gezocht te worden naar een maatwerkoplossing door het opstellen van een mobiliteitsplan. Deze maatwerkoplossing kan bijvoorbeeld gevonden worden aan de hand van een onderbouwing op basis van het aantal bezoekers van de functie. De ontwikkelaar dient te onderbouwen waarom de gekozen maatwerkoplossing het beste past bij de te ontwikkelen functie. Het college toetst deze onderbouwing.

3.3 Toelichting en uitgangspunten fietsparkeernormen

3.3.1 Algemeen

Gebiedsbepaling

Bij het bepalen van de toe te passen fietsparkeernorm, dient vooraf vastgesteld te worden of de ontwikkeling zich binnen de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom bevindt. Indien sprake is van een ontwikkeling buiten de bebouwde kom, dan dient de norm ‘Buitengebied’ gehanteerd te worden. Als sprake is van een ontwikkeling binnen de bebouwde kom, dan dient eerst nog gekeken te worden of de ontwikkeling zich, volgens de afbeeldingen in paragraaf 3.1, bevindt in het centrum van Olst of Wijhe. Is dit het geval, dan geldt de norm ‘Centrum’, is dit niet het geval, dan geldt de norm ‘Rest bebouwde kom’.

Bezoekersaandeel

Het bezoekersaandeel in de tabellen met de fietsparkeernormen staat voor het aantal parkeerplaatsen dat toegankelijk moet zijn voor bezoekers. Dit kan ook betekenen dat bezoekers na aanmelding per intercom kunnen parkeren op het eigen terrein van het bedrijf. Hiermee is in de parkeernormen al rekening gehouden. De weergegeven fietsparkeernorm is dus voor deze functies inclusief bezoekersparkeren.

Meerdere functies binnen een ontwikkeling

In het geval van meerdere functies binnen een ontwikkeling geldt bij het toepassen van fietsparkeren hetzelfde uitgangspunt als voor autoparkeernormen.

3.3.2 Functies met ruime marge die niet één op één benoemd worden

Zoals omschreven, zijn de fietsparkeernormen gebaseerd op de landelijke kencijfers van CROW. Bij een aantal functies geeft CROW aan dat een ruime marge aangehouden moet worden voor het bepalen van de fietsparkeereis in verband met het beschikbaar zijn van weinig data of in geval van een sterke variatie van het auto- en fietsgebruik. Bij deze functies blijft de gegeven norm het uitgangspunt, maar is aanvullende maatwerkonderbouwing mogelijk om tot een andere parkeereis te komen. Het gebruik van een maatwerkonderbouwing betreft een afwijking.

Het kan voorkomen dat een ontwikkeling een functie omvat die niet één op één te koppelen is aan een functie die opgenomen is in de lijst met fietsparkeernormen. Wanneer dit het geval is, dient gezocht te worden naar een maatwerkoplossing door het opstellen van een mobiliteitsplan. Deze maatwerkoplossing kan bijvoorbeeld gevonden worden aan de hand van een onderbouwing op basis van het aantal bezoekers van de functie. De ontwikkelaar dient te onderbouwen waarom de gekozen maatwerkoplossing het beste past bij de te ontwikkelen functie. Het college toetst deze onderbouwing.

Bijlage 1 Begrippenlijst

-Aanwezigheidspercentages: Percentages aan de hand waarvan kan worden bepaald welk aandeel van de parkeerplaatsen op verschillende momenten door verschillende doelgroepen kan worden benut (ten behoeve van toets dubbelgebruik parkeerplaatsen en bij saldering verschuiving piekmoment parkeervraag).

-Bouwontwikkeling: een bouwontwikkeling waarvoor een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend moet worden. Het kan gaan over het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een gebouw.

-Dubbelgebruik: het beoordelen of parkeerplaatsen door meer dan één doelgroep op verschillende momenten kunnen worden gebruikt. Bijvoorbeeld gebruik door kantoorbezoekers overdag en 's avonds door bewoners.

-Eigen terrein: terrein waarop de ontwikkeling wordt gerealiseerd, alsmede een aansluitend of elders gelegen terrein waarover de initiatiefnemer privaatrechtelijke zeggenschap heeft en waarbij wordt voldaan aan de maximaal acceptabele loopafstand.

-Initiatiefnemer: de ontwikkelaar en/of eigenaar van de grond of opstallen voor wie de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwontwikkeling is ingediend.

-Maatgevende parkeerbehoefte: het moment in de tijd waarop de parkeerbehoefte van de te realiseren functies tezamen maximaal is. De maatgevende parkeerbehoefte per functie wordt berekend aan de hand van de aanwezigheidspercentages.

-Mobiliteitsplan: een plan waarin door de initiatiefnemer is vastgelegd en toegelicht welke modaliteitsvormen (naar aard en omvang) gebruikt zullen worden om in de mobiliteitsbehoefte te voorzien.

-Normatieve parkeerbehoefte: het aantal parkeerplaatsen dat bij een bouwontwikkeling benodigd is om in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien. In de normatieve parkeerbehoefte wordt onderscheid gemaakt tussen een gebruikersdeel en een bezoekersdeel. De normatieve parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de van toepassing verklaarde parkeernormen.

-Parkeerplaats: een ruimte die exclusief gebruikt wordt voor het parkeren van een (motor)voertuig die wat betreft maatvoering voldoet aan de meest actuele versie van norm NEN-2443 en/of richtlijnen van CROW: parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in garages.

-Parkeerdruk: de parkeerdruk betreft de bezetting van de parkeerplaatsen afgezet tegen het totaal aantal beschikbare parkeerplaatsen. In de gemeente Olst-Wijhe wordt gesproken van een te hoge parkeerdruk als deze in het openbaar gebied op straat 90% of meer bedraagt.

-Parkeereis: het aantal parkeerplaatsen dat conform de berekende parkeerbehoefte, na de toets dubbelgebruik, op eigen terrein gerealiseerd moet worden. Hierbij mag rekening worden gehouden met verrekening van de oude functie (salderen), mits de berekening wordt uitgevoerd naar maatgevend moment. In geval van toepassing van de afwijkingsbevoegdheid is de parkeereis het aantal parkeerplaatsen dat conform de berekende parkeerbehoefte, na de toets dubbelgebruik en eventuele verrekening oude feitelijke functie, op eigen terrein gerealiseerd moet worden.

-Parkeernormen: normen voor het berekenen van de parkeerbehoefte bij bouwontwikkelingen gerelateerd aan de gebruiksfunctie van deze bouwontwikkelingen.

-Parkeerovereenkomst: overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de gemeente, waarin de gemaakte afspraken worden vastgelegd over de wijze waarop in de toekomstige parkeerbehoefte wordt voorzien.

-Restcapaciteit: het aantal parkeerplaatsen dat op het maatgevende moment onbezet is. Er is sprake van restcapaciteit indien de parkeerdruk in het openbaar gebied voor straat parkeren onder de 90% is.

Bijlage 2 Normen autoparkeren

Wonen *

Eenheid

Gebied

Toelichting

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Koop, huis, vrijstaand

Per woning

1,65

2,2

2,4

Koop, huis, twee-onder-een-kap

Per woning

1,55

2,1

2,2

Koop, huis, tussen/hoek

Per woning

1,35

2,0

2,1

Koop, appartement, >100 m² bvo

Per woning

1,45

2,05

2,1

Koop, appartement, 75 - 100m² bvo

Per woning

1,25

1,6

1,7

Koop, appartement, <75m² bvo

Per woning

1,15

1,7

1,6

Huur, huis, vrije sector

Per woning

1,15

1,6

1,7

Huur, huis, sociale huur

Per woning

0,95

1,3

1,4

Huur, appartement, vrije sector, >100 m² bvo

Per woning

1,15

1,6

1,6

Huur, appartement, vrije sector, 75 - 100 m² bvo

Per woning

0,85

1,2

1,3

Huur, appartement, vrije sector, <75 m² bvo

Per woning

0,75

1,1

1,2

Huur, appartement, sociale huur, >100 m² bvo

Per woning

0,85

1,2

1,3

Huur, appartement, sociale huur, 75 - 100 m² bvo

Per woning

0,75

1,1

1,2

Huur, appartement, sociale huur, <75 m² bvo

Per woning

0,65

1,0

1,1

Huur, appartement, vrije sector of sociale huur <30 m² bvo

Per woning

0,45

0,7

0,8

Kamerverhuur, studenten, niet zelfstandig

Per woning

0,40

0,45

0,7

Aanleunwoning, serviceflat

Per woning

0,90

1,1

1,2

Zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen

Kleine eenpersoonswoning

Per woning

0,40

0,6

0,7

Tiny house, meestal grondgebonden

* Normen zijn inclusief aandeel bezoekers

Per woning

0,15

0,20

0,30

Werk

Eenheid

Gebied

Aandeel bezoekers

Toelichting

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Kantoor (zonder baliefunctie)

Per 100 m2 bvo

1,85

2,55

2,55

5%

Administratief en zakelijk.

Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)

Per 100 m2 bvo

2,45

3,55

3,55

20%

Kantoren met een baliefunctie, of waar veel zakelijke of privébezoeken plaatsvinden; consultants, makelaars, banken, advocatenkantoren etc.

Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief

Per 100 m2 bvo

1,55

2,35

2,35

5%

Bijvoorbeeld industrie, laboratorium of een werkplaats, Relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief

Per 100 m2 bvo

0,65

1,05

1,05

5%

Relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers, bijvoorbeeld loods, bedrijfsopslag, transportbedrijf of distributiecentra

Bedrijfsverzamelgebouw

Per 100 m2 bvo

1,35

1,95

1,95

5%

Mix van kantoren (zonder baliefunctie) en bedrijven

Opslagruimte(particulier)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

10,0

10,0

n.v.t.

Een gebouw opgedeeld in kleinere individuele opslageenheden. Ook wel opslagbox genoemd

Winkelen & boodschappen

Eenheid

Gebied

Aandeel bezoekers

Toelichting

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Buurtsupermarkt

Per 100 m2 bvo

2,4

4,3

n.v.t.

89%

Dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m2 wvo) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied heeft.

Fullservice supermarkt

Per 100 m2 bvo

3,95

6,15

n.v.t.

93%

Dit soort supermarkten heeft speciale afdelingen voor groente, vlees, kaas en brood. De verkoopvloeroppervlakte is meestal tussen de 1.000 en 2.000 m2 wvo.

Grote supermarkt (XL))

Per 100 m2 bvo

6,8

8,8

n.v.t.

84%

Grote supermarkten kenmerken zich door een (zeer) uitgebreid assortiment op een verkoopvloeroppervlakte groter dan 2.500 m2 wvo (en vaak kleiner dan 4.000 m2 wvo). Het serviceniveau is hoog. In dit soort supermarkten worden vaak producten (brood, vlees) ter plekke bereid.

Groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, bouwmaterialen of kantoorartikelen)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

6,75

n.v.t.

80%

Een groothandel in levensmiddelen, bouwmaterialen of kantoorartikelen is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging voor een specifieke productgroep op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen.

Groothandel algemeen

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

7,4

n.v.t.

80%

Een groothandel is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen

Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum

Per 100 m2 bvo

3,7

n.v.t.

n.v.t.

82%

De binnenstad of het hoofdwinkelgebied van een kern is vaak het oudste deel van een dorp of een stad dat door de aanwezigheid van meerdere winkels en andere voorzieningen een centrumfunctie vervult (centraal winkelgebied). De bedoelde (met name grotere) centra zijn voor een belangrijk deel gericht op het zogenoemde funshoppen en op winkelen (het aanschaffen van goederen met een hoge drempelwaarde en een lage aankoopfrequentie).

Buurtwinkelcentrum en dorps(winkel)centrum

Per 100 m2 bvo

3,4

5,0

n.v.t.

72%

Stadsdeel-, wijk- en buurtcentra zijn ondersteunende winkelgebieden (voornamelijk voor doelgerichte boodschappen) die een aanvulling vormen op de binnenstad of het hoofdwinkelgebied van een kern in een gemeente. Een dorpscentrum is het winkelgebied van een dorp (< 20.000 inwoners). Een voorbeeld van informatie over de typering van winkelgebieden staat in een uitgave van Locatus, wat niet uitsluitend is maar wel als inspiratie kan dienen bij het bepalen van de typering van winkelgebieden.

Wijkwinkelcentrum (klein)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

5,0

n.v.t.

76%

Wijkwinkelcentrum (gemiddeld)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

5,6

n.v.t.

79%

Wijkwinkelcentrum (groot)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

6,2

n.v.t.

81%

Stadsdeelcentrum

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

6,9

n.v.t.

85%

Weekmarkt

Per 100 m2 bvo

0,225

0,225

n.v.t.

85%

Bij een weekmarkt met een gemiddelde omvang en bij een klein wijk-, buurt en/of dorpscentrum kunnen globale parkeerkencijfers gegeven worden. Het is niet mogelijk gebleken om voor deze functie kencijfers verkeersgeneratie te ontwikkelen.

Kringloopwinkel

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

1,95

2,25

89%

Bruin- en witgoedzaken

Per 100 m2 bvo

4,05

8,15

9,25

92%

Het gaat om grootschalige, volumineuze vestigingen, die vaak gevestigd zijn in de eerste bebouwingsschil rondom het stadscentrum of in gebieden, die aan de rand van de stad liggen.

Woonwarenhuis/woonwinkel (overig)

Per 100 m2 bvo

1,25

1,95

1,95

91%

Dit zijn detailhandelszaken, die een breed assortiment hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Er zijn geen praktijkgegevens voor meer gespecialiseerde woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort. Gebruik daar deze kencijfers ook voor.

Woonwarenhuis (zeer groot)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

5,15

5,15

95%

Dit zijn grootschalige detailhandelszaken met vaak een bovenregionaal verzorgingsgebied, die een breed assortiment hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Er zijn geen praktijkgegevens voor meer gespecialiseerde grootschalige woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort. Gebruik daar deze kencijfers ook voor.

Meubelboulevard/woonboulevard

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

2,45

n.v.t.

93%

Winkelboulevard

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

4,45

n.v.t.

94%

Een winkelboulevard of retailpark is een verzameling van meerdere, vaak grootschalige detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar (die in tegenstelling tot een woon- of meubelboulevard niet gericht zijn op een gezamenlijk thema).

Outletcentrum

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

10,4

10,4

94%

Een outletcentrum bestaat uit een verzameling van meerdere detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar, die gezamenlijk een grootschalig winkelgebied vormen (met een oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m2 wvo). Een outletcentrum profileert zich meestal met lagere prijzen dan standaardwinkels.

Bouwmarkt

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

2,35

2,45

87%

Tuincentrum (inclusief buitenruimte)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

2,65

2,85

89%

Het betreft de middelgrote en grootschalige detailhandelsvestigingen (> 1.000 m2 wvo) in (perifeer) stedelijk gebied of het buitengebied. Deze centra verkopen ook aanverwante artikelen, zoals dierartikelen, seizoenartikelen (kerstversiering, paasversiering en dergelijke), accessoires en decoratiemateriaal voor in huis. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).

Groencentrum (inclusief buitenruimte)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

2,65

2,85

89%

Het betreft kleinere tuincentra (< 2.000 m2 wvo) die liggen in (perifeer) stedelijk gebied of het buitengebied. Zij verkopen in beperkte mate aanverwante artikelen verkocht (alleen aan groen gerelateerde producten, zoals tuingereedschap, materiaal voor klein tuinonderhoud en groen gerelateerde decoraties). Zij verkopen geen seizoensartikelen (kerstversiering, paasversiering en dergelijke) verkocht. Groencentra zijn meestal kleinere bedrijven met als achtergrond een hoveniersbedrijf of plantenkwekerij, die fungeren als lokaal tuincentrum. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).

Sport, cultuur & ontspanning

Eenheid

Gebied

Aandeel bezoekers

Toelichting

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Bibliotheek

Per 100 m2 bvo

0,45

1,15

1,35

97%

Museum

Per 100 m2 bvo

0,6

1,1

n.v.t.

95%

Bioscoop

Per 100 m2 bvo

3,2

11,2

13,7

94%

Filmtheater/filmhuis

Per 100 m2 bvo

2,6

7,9

9,9

97%

Een filmtheater of filmhuis is een uitgaansgelegenheid (met een ideële/culturele doelstelling) waar films bekeken kunnen worden. Het betreft voornamelijk kleinschalige, artistieke films, die in het algemeen een minder groot publiek trekken dan de films in een bioscoop.

Theater/schouwburg

Per 100 m2 bvo

7,4

9,8

12

87%

Musicaltheater

Per 100 m2 bvo

2,9

4,0

5,1

86%

Een musicaltheater is een grootschalig theater, waar (vaak langlopende) theaterproducties gepresenteerd worden. Dagelijks zijn er een of twee voorstellingen, voornamelijk ’s avonds. De capaciteit van een voorstelling ligt vaak tussen de 1.000 en 2.000 bezoekers.

Casino

Per 100 m2 bvo

5,7

6,5

8,0

86%

Bowlingcentrum

Per bowlingbaan

1,6

2,8

2,8

89%

Een bowlingcentrum is gericht op zowel professioneel als recreatief bowlen. Het betreft dus niet de recreatieve bowlingfaciliteiten bij campings, hotels en dergelijke.

Biljartcentrum/snookercentrum

Per tafel

0,85

1,35

1,75

87%

Dansstudio

Per 100 m2 bvo

1,6

5,5

7,4

93%

Fitnessstudio/sportschool

Per 100 m2 bvo

1,4

4,8

6,5

87%

Een fitnessstudio/sportschool is een kleinschaligere voorziening (indicatie: circa 750 m2 bvo) waar bezoekers voor het overgrote deel alleen gebruik maakt van fitnessapparaten.

Fitnesscentrum

Per 100 m2 bvo

1,7

6,3

7,4

90%

Bij een fitnesscentrum gaat het om zogenoemde grotere multifunctionele centra (> 1.500 m2 bvo), die een breed pakket aan activiteiten aanbieden. Dit betreft zowel individueel trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics, eventueel in beperkte mate aangevuld met wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie.

Wellnesscentrum

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

9,3

10,3

99%

Een wellnesscentrum is de grotere zelfstandige (combinaties van) sauna’s, thermen en kuurcentra (en dus niet voorzieningen bij hotels, bungalowparken of campings). Een sauna is een publieke badinrichting, waar mensen saunabaden kunnen nemen. Kuurcentra bieden naast saunabaden ook vaak geneeskundige therapieën aan en vaak zijn faciliteiten aanwezig om te overnachten. Bij beide voorzieningen zijn in veel gevallen ook een massage-/beautysalon en horeca aanwezig (meestal een restaurant). Het verzorgingsgebied van de bedoelde wellnessvoorzieningen is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk.

Sauna/hammam

Per 100 m2 bvo

2,5

6,7

7,3

99%

Sporthal

Per 100 m2 bvo

1,55

2,85

3,45

96%

Sportzaal

Per 100 m2 bvo

1,15

2,85

3,55

94%

Tennishal

Per 100 m2 bvo

0,3

0,5

0,5

87%

Padelhal

Per 100 m2 bvo

0,35

0,65

0,65

87%

Squashhal

Per 100 m2 bvo

1,6

2,7

3,2

84%

Zwembad (overdekt)

Per 100 m2 bassin

n.v.t.

11,5

13,3

97%

Zwembad (openlucht)

Per 100 m2 bassin

n.v.t.

12,9

15,8

99%

Zwemparadijs

Per 100 m2 bassin

n.v.t.

4,0

4,0

99%

Sportveld

Per hectare terrein

20

20

20

95%

Stadion

Per zitplaats

0,12

0,12

n.v.t.

99%

Kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)

Per 100 m2 bvo

1,25

1,85

2,05

98%

Bij de parkeerkencijfers is uitgegaan van een sobere semi-overdekte of overdekte 400 meter kunstijsbaan, gecombineerd met een baan van 30 × 60 meter (op het middenterrein bijvoorbeeld), zonder grootschalige tribunes of andere extra’s, maar wel geschikt voor wedstrijden. Er is onderscheid gemaakt in kunstijsbanen van 400 meter en in kleinere ijsbanen (voor bijvoorbeeld ijshockey en kunstrijden op de schaats).

Kunstijsbaan (400 meter)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

2,55

2,75

98%

Ski- en snowboardhal

Per 100 m2 sneeuw (exclusief oefenpistes)

n.v.t.

2,55

n.v.t.

98%

Jachthaven

Per ligplaats

0,6

0,6

0,6

n.v.t.

Golfoefencentrum (pitch & put)

Per centrum

n.v.t.

51,1

56,2

93%

Al dan niet in combinatie met een golfbaan kan er sprake zijn van een golf(oefen)centrum. Een dergelijk centrum heeft bijvoorbeeld een driving range (afslagplaatsen) en een oefenbaan, eventueel gecombineerd met andere oefenfaciliteiten (zoals oefenbunkers of een putting green).

Golfbaan (18 holes)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

96,0

118,3

98%

Indicatief gesteld is voor de aanleg van een 18-holes golfbaan circa 60-70 hectare grond nodig. Als recreatief medegebruik plaatsvindt, is dit 25-50% meer.

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner

Per 100 m2 bvo

3,1

4,7

5,1

97%

Indoorspeeltuinen zijn zelfstandig functionerende speelgelegenheden voor kinderen tussen de twee en twaalf jaar die qua grootte, aard en prijs vallen tussen een wijkspeeltuin en een attractiepark. Er zijn bijvoorbeeld klimtoestellen, luchtkussens, ballenbakken en glijbanen. De gemiddelde voorziening heeft overwegend een lokaal verzorgingsgebied. De afmetingen variëren meestal van 1.500 m2 bvo tot 3.500 m2 bvo. Er zijn echter ook voorzieningen, die beduidend groter zijn, zoals Kidzcity in Utrecht, met een grootte van 5.000 m2.

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot

Per 100 m2 bvo

3,7

5,6

6,1

98%

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot

Per 100 m2 bvo

4,0

5,9

6,4

98%

Kinderboerderij (stadsboerderij)

Per gemiddelde boerderij

3,1

4,7

5,1

97%

Manege (paardenhouderij)

Per box

n.v.t.

n.v.t.

0,4

90%

Dierenpark

Per ha. Netto terrein

8,0

8,0

8,0

99%

Attractie- en pretpark

Per ha. Netto terrein

n.v.t.

8,0

8,0

99%

Volkstuin

Per 10 tuinen

n.v.t.

1,35

1,45

100%

Plantentuin (botanische tuin)

Per gemiddelde tuin

n.v.t.

10,5

13,5

99%

Horeca en (verblijfs)recreatie

Eenheid

Gebied

Aandeel bezoekers

Toelichting

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Camping (kampeerterrein)

Per standplaats

n.v.t.

n.v.t.

1,2

90%

Bungalowpark (huisjescomplex)

Per bungalow

n.v.t.

1,7

2,1

91%

Hotel (1 ster)

Per 10 kamers

0,4

2,5

4,5

77%

In Nederland geldt voor hotels een hotelclassificatiesysteem met sterren. Een hotel met een ster biedt slechts basisvoorzieningen, een hotel met twee sterren biedt beperkt aanvullende voorzieningen, een hotel met drie sterren is een middenklasse hotel, een hotel met vier sterren een eersteklas hotel en een hotel met vijf sterren een luxehotel.

Hotel (2 ster)

Per 10 kamers

1,45

4,25

6,25

80%

De parkeerbehoefte bij deze functie is in sterke mate afhankelijk van het aantal zitplaatsen en van het bezoekersprofiel met bijbehorende vervoerswijzekeuze van de bezoekers.

Hotel (3 ster)

Per 10 kamers

2,2

5,2

6,8

77%

Hotel (4 ster)

Per 10 kamers

3,5

7,5

9,0

73%

De parkeerbehoefte bij deze functie is in sterke mate afhankelijk van het aantal zitplaatsen en van het bezoekersprofiel met bijbehorende vervoerswijzekeuze van de bezoekers.

Hotel (5 ster)

Per 10 kamers

5,5

11,0

12,6

65%

Café/bar/cafetaria

Per 100 m2 bvo

6,0

7,0

n.v.t.

90%

Restaurant

Per 100 m2 bvo

7,0

7,0

9,0

80%

Discotheek

Per 100 m2 bvo

6,9

20,8

20,8

99%

Evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw

Per 100 m2 bvo

6,0

8,5

n.v.t.

99%

Gezondheidszorg

Eenheid

Gebied

Aandeel bezoekers

Toelichting

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Huisartsenpraktijk (-centrum)

Per behandelkamer

2,25

3,25

3,25

57%

Apotheek

Per apotheek

2,45

3,35

n.v.t.

45%

Fysiotherapiepraktijk (-centrum)

Per behandelkamer

1,35

1,95

1,95

57%

Consultatiebureau

Per behandelkamer

1,45

2,15

2,15

50%

Consultatiebureau voor ouderen

Per behandelkamer

1,3

2,0

2,2

38%

Tandartsenpraktijk (-centrum)

Per behandelkamer

1,75

2,55

2,65

47%

Gezondheidscentrum

Per behandelkamer

1,75

2,45

2,45

55%

Een gezondheidscentrum is een locatie waar verschillende gezondheidsinstellingen onder een dak gevestigd zijn. Vaak zijn dit huisartsen, fysiotherapeuten, verloskundigen, een apotheek en/of een consultatiebureau. De diverse gezondheidsinstellingen hebben vaak verschillende openingstijden, ook avondopeningstijden komen voor. Bij het parkeerkencijfer is geen rekening gehouden met de aanwezigheid van een apotheek. Maak een parkeerbalans op basis van de verschillende functies en de daarvoor beschikbare ruimte in het gebouw. Bepaal de parkeervraag bij een dergelijk multifunctioneel centrum op basis van het maatgevende piekmoment.

Ziekenhuis

Per 100 m2 bvo

1,5

1,9

2,0

29%

Bezoekers van klinische patiënten: 0,5 p.p. per bed bij beperkt aantal bezoekuren per dag, 0,25 p.p. per bed bij gespreide bezoektijden

dagverplegings- respectievelijk deeltijdbehandelingspatiënten: 0,5 p.p. per bed respectievelijk plaats

medewerkers: 0,25 p.p. per formatieplaats (voor elke ambulante behandelaar 1 parkeerplaats

Aandeel bezoekers: 29%

Crematorium

Per (deels) gelijktijdige plechtigheid

n.v.t.

30,1

30,1

99%

Begraafplaats

Per (deels) gelijktijdige plechtigheid

n.v.t.

31,6

31,6

97%

Penitentiaire inrichting

Per 10 cellen

1,65

3,25

3,65

37%

Religiegebouw

Per zitplaats

0,15

0,15

n.v.t.

n.v.t.

Verpleeg- en verzorgingstehuis

Per wooneenheid

0,6

0,6

n.v.t.

60%

Onderwijs

Eenheid

Gebied

Aandeel bezoekers

Toelichting

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Kinderdagverblijf (crèche)

Per 100 m2 bvo

1,0

1,4

1,5

n.v.t.

De grootste parkeer- en verkeersdruk bij kinderdagverblijven ontstaat door het brengen en halen van kinderen. Er is een systematiek ontwikkeld om dit te berekenen. De systematiek is opgenomen in het rekenprogramma ‘Parkeervraagcalculator’.

Basisschool (exclusief kiss & ride)

Per leslokaal

0,75

0,75

0,75

48%

De grootste parkeer- en verkeersdruk bij basisscholen ontstaat door het halen en brengen van kinderen. De hoeveelheid auto’s die hiermee gemoeid is, is mede afhankelijk van de grootte van de school (aantal kinderen), hoeveel kinderen begeleid naar school komen, hoeveel kinderen met de auto worden gebracht, hoeveel kinderen er overblijven en vooral de signatuur van de school (openbaar of bijzonder, algemeen of speciaal). Kortom te veel invloedsfactoren om in een overzichtelijke tabel of tool uit te werken. Hiervoor is lokaal maatwerk noodzakelijk. Vandaar dat voor deze categorie geen verkeersgeneratiecijfers zijn opgenomen.

Middelbare school

Per 100 leerlingen

3,7

4,9

4,9

11%

ROC

Per 100 leerlingen

4,8

5,9

5,9

7%

Hogeschool

Per 100 studenten

9,4

10,9

10,9

72%

Universiteit

Per 100 studenten

13,4

16,8

18,8

48%

Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs

Per 10 studenten

4,6

6,9

10,5

95%

Bijlage 3 Normen fietsparkeren

Wonen *

Eenheid

Gebied

Toelichting

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Koop, huis, vrijstaand

Per woning

5,3

5,2

5,15

Koop, huis, twee-onder-een-kap

Per woning

5,3

5,2

5,15

Koop, huis, tussen/hoek

Per woning

5,3

5,2

5,15

Koop, appartement, >100 m² bvo

Per woning

5,3

5,2

5,15

Koop, appartement, 75 - 100m² bvo

Per woning

4,55

4,45

4,40

Koop, appartement, <75m² bvo

Per woning

3,55

3,45

3,40

Huur, huis, vrije sector

Per woning

5,3

5,2

5,15

Huur, huis, sociale huur

Per woning

5,3

5,2

5,15

Huur, appartement, vrije sector, >100 m² bvo

Per woning

5,3

5,2

5,15

Huur, appartement, vrije sector, 75 - 100 m² bvo

Per woning

4,35

4,45

4,40

Huur, appartement, vrije sector, <75 m² bvo

Per woning

3,55

3,45

3,40

Huur, appartement, sociale huur, >100 m² bvo

Per woning

5,3

5,2

5,15

Huur, appartement, sociale huur, 75 - 100 m² bvo

Per woning

4,55

4,45

4,40

Huur, appartement, sociale huur, <75 m² bvo

Per woning

3,55

3,45

3,40

Huur, appartement, vrije sector of sociale huur <30 m² bvo

Per woning

2,8

2,7

2,65

Kamerverhuur, studenten, niet zelfstandig

Per woning

1,65

1,55

1,50

Aanleunwoning, serviceflat

Per woning

0,85

0,95

0,90

Zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen

Kleine eenpersoonswoning

Per woning

2,8

2,7

2,65

Tiny house, meestal grondgebonden

* Normen zijn inclusief aandeel bezoekers

Per woning

0,30

0,20

0,15

Werk

Eenheid

Gebied

Aandeel bezoekers

Toelichting

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Kantoor (zonder baliefunctie)

Per 100 m2 bvo

1,05

0,8

0,6

5%

Administratief en zakelijk

Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)

Per 100 m2 bvo

1,45

1,0

0,8

20%

Kantoren met een baliefunctie

Bedrijf arbeidsintensief/bezoeker extensief

Per 100 m2 bvo

1,05

0,7

0,65

5%

Bijvoorbeeld industrie, laboratorium of een werkplaats, Relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers

Bedrijf arbeidsextensief/bezoeker extensief:

Per 100 m2 bvo

0,45

0,3

0,3

5%

Relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers, bijvoorbeeld loods, bedrijfsopslag, transportbedrijf of distributiecentra

Bedrijfsverzamelgebouw

Per 100 m2 bvo

0,85

0,6

0,5

5%

Mix van kantoren (zonder baliefunctie) en bedrijven

Opslagruimte(particulier)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

6,0

6,0

n.v.t.

Een gebouw opgedeeld in kleinere individuele opslageenheden. Ook wel opslagbox genoemd

Winkelen & boodschappen

Eenheid

Gebied

Aandeel bezoekers

Toelichting

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Buurtsupermarkt

Per 100 m2 bvo

1,85

1,05

n.v.t.

89%

Dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m2 wvo) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied heeft.

Fullservice supermarkt

Per 100 m2 bvo

2,7

1,75

n.v.t.

93%

Dit soort supermarkten heeft speciale afdelingen voor groente, vlees, kaas en brood. De verkoopvloeroppervlakte is meestal tussen de 1.000 en 2.000 m2 wvo.

Grote supermarkt (XL))

Per 100 m2 bvo

2,7

1,75

n.v.t.

84%

Grote supermarkten kenmerken zich door een (zeer) uitgebreid assortiment op een verkoopvloeroppervlakte groter dan 2.500 m2 wvo (en vaak kleiner dan 4.000 m2 wvo). Het serviceniveau is hoog. In dit soort supermarkten worden vaak producten (brood, vlees) ter plekke bereid.

Groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, bouwmaterialen of kantoorartikelen)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

1,1

n.v.t.

80%

Een groothandel in levensmiddelen, bouwmaterialen of kantoorartikelen is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging voor een specifieke productgroep op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen.

Groothandel algemeen

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

1,1

n.v.t.

80%

Een groothandel is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen

Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum

Per 100 m2 bvo

1,65

n.v.t.

n.v.t.

82%

De binnenstad of het hoofdwinkelgebied van een kern is vaak het oudste deel van een dorp of een stad dat door de aanwezigheid van meerdere winkels en andere voorzieningen een centrumfunctie vervult (centraal winkelgebied). De bedoelde (met name grotere) centra zijn voor een belangrijk deel gericht op het zogenoemde funshoppen en op winkelen (het aanschaffen van goederen met een hoge drempelwaarde en een lage aankoopfrequentie).

Buurtwinkelcentrum en dorps(winkel)centrum

Per 100 m2 bvo

1,7

1,5

n.v.t.

72%

Stadsdeel-, wijk- en buurtcentra zijn ondersteunende winkelgebieden (voornamelijk voor doelgerichte boodschappen) die een aanvulling vormen op de binnenstad of het hoofdwinkelgebied van een kern in een gemeente. Een dorpscentrum is het winkelgebied van een dorp (< 20.000 inwoners). Een voorbeeld van informatie over de typering van winkelgebieden staat in een uitgave van Lobatus, wat niet uitsluitend is maar wel als inspiratie kan dienen bij het bepalen van de typering van winkelgebieden.

Wijkwinkelcentrum (klein)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

1,8

n.v.t.

76%

Wijkwinkelcentrum (gemiddeld

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

2,15

n.v.t.

79%

Wijkwinkelcentrum (groot)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

2,35

n.v.t.

81%

Stadsdeelcentrum

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

2,55

n.v.t.

85%

Weekmarkt

Per 100 m2 bvo

1,7

1,5

n.v.t.

85%

Bij een weekmarkt met een gemiddelde omvang en bij een klein wijk-, buurt en/of dorpscentrum kunnen globale parkeerkencijfers gegeven worden. Het is niet mogelijk gebleken om voor deze functie kencijfers verkeersgeneratie te ontwikkelen.

Kringloopwinkel

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

0,8

0,6

89%

Bruin- en witgoedzaken

Per 100 m2 bvo

0,25

0,25

0,25

92%

Het gaat om grootschalige, volumineuze vestigingen, die vaak gevestigd zijn in de eerste bebouwingsschil rondom het stadscentrum of in gebieden, die aan de rand van de stad liggen.

Woonwarenhuis/woonwinkel (overig)

Per 100 m2 bvo

0,25

0,25

0,25

91%

Dit zijn detailhandelszaken, die een breed assortiment hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Er zijn geen praktijkgegevens voor meer gespecialiseerde woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort. Gebruik daar deze kencijfers ook voor.

Woonwarenhuis (zeer groot)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

0,25

0,25

95%

Dit zijn grootschalige detailhandelszaken met vaak een bovenregionaal verzorgingsgebied, die een breed assortiment hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. Er zijn geen praktijkgegevens voor meer gespecialiseerde grootschalige woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort. Gebruik daar deze kencijfers ook voor.

Meubelboulevard/woonboulevard

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

0,25

n.v.t.

93%

Winkelboulevard

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

0,25

n.v.t.

94%

Een winkelboulevard of retailmarkt is een verzameling van meerdere, vaak grootschalige detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar (die in tegenstelling tot een woon- of meubelboulevard niet gericht zijn op een gezamenlijk thema).

Outletcentrum

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

0,25

0,15

94%

Een outletcentrum bestaat uit een verzameling van meerdere detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar, die gezamenlijk een grootschalig winkelgebied vormen (met een oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m2 wvo). Een outletcentrum profileert zich meestal met lagere prijzen dan standaardwinkels.

Bouwmarkt

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

0,3

0,25

87%

Tuincentrum (inclusief buitenruimte)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

0,3

0,25

89%

Het betreft de middelgrote en grootschalige detailhandelsvestigingen (> 1.000 m2 wvo) in (perifeer) stedelijk gebied of het buitengebied. Deze centra verkopen ook aanverwante artikelen, zoals dierartikelen, seizoenartikelen (kerstversiering, paasversiering en dergelijke), accessoires en decoratiemateriaal voor in huis. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).

Groencentrum (inclusief buitenruimte)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

0,3

0,25

89%

Het betreft kleinere tuincentra (< 2.000 m2 wvo) die liggen in (perifeer) stedelijk gebied of het buitengebied. Zij verkopen in beperkte mate aanverwante artikelen (alleen aan groen gerelateerde producten, zoals tuingereedschap, materiaal voor klein tuinonderhoud en groen gerelateerde decoraties). Zij verkopen geen seizoensartikelen (kerstversiering, paasversiering en dergelijke). Groencentra zijn meestal kleinere bedrijven met als achtergrond een hoveniersbedrijf of plantenkwekerij, die fungeren als lokaal tuincentrum. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).

Sport, cultuur & ontspanning

Eenheid

Gebied

Aandeel bezoekers

Toelichting

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Bibliotheek

Per 100 m2 bvo

3,5

2,7

2,0

97%

Museum

Per 100 m2 bvo

1,35

0,7

n.v.t.

95%

Bioscoop

Per 100 m2 bvo

4,5

1,65

1

94%

Filmtheater/filmhuis

Per 100 m2 bvo

4,5

1,65

1

97%

Een filmtheater of filmhuis is een uitgaansgelegenheid (met een ideële/culturele doelstelling) waar films bekeken kunnen worden. Het betreft voornamelijk kleinschalige, artistieke films, die in het algemeen een minder groot publiek trekken dan de films in een bioscoop.

Theater/schouwburg

Per 100 m2 bvo

17

9

6

87%

Musicaltheater

Per 100 m2 bvo

17

9

6

86%

Een musicaltheater is een grootschalig theater, waar (vaak langlopende) theaterproducties gepresenteerd worden. Dagelijks zijn er een of twee voorstellingen, voornamelijk ’s avonds. De capaciteit van een voorstelling ligt vaak tussen de 1.000 en 2.000 bezoekers.

Casino

Per 100 m2 bvo

0,95

0,6

0,6

86%

Bowlingcentrum

Per bowlingbaan

4,45

2,55

2,4

89%

Een bowlingcentrum is gericht op zowel professioneel als recreatief bowlen. Het betreft dus niet de recreatieve bowlingfaciliteiten bij campings, hotels en dergelijke.

Biljartcentrum/snookercentrum

Per tafel

2,4

1,5

1,1

87%

Dansstudio

Per 100 m2 bvo

5,65

2,85

2

93%

Een fitnessstudio/sportschool is een kleinschaligere voorziening (indicatie: circa 750 m2 bvo) waar bezoekers voor het overgrote deel alleen gebruik maakt van fitnessapparaten.

Fitnessstudio/sportschool

Per 100 m2 bvo

5,65

2,85

2

87%

Fitnesscentrum

Per 100 m2 bvo

5,65

2,85

2

90%

Bij een fitnesscentrum gaat het om zogenoemde grotere multifunctionele centra (> 1.500 m2 bvo), die een breed pakket aan activiteiten aanbieden. Dit betreft zowel individueel trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics, eventueel in beperkte mate aangevuld met wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie.

Wellnesscentrum

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

4

4

99%

Een wellnesscentrum is de grotere zelfstandige (combinaties van) sauna’s, thermen en kuurcentra (en dus niet voorzieningen bij hotels, bungalowparken of campings). Een sauna is een publieke badinrichting, waar mensen saunabaden kunnen nemen. Kuurcentra bieden naast saunabaden ook vaak geneeskundige therapieën aan en vaak zijn faciliteiten aanwezig om te overnachten. Bij beide voorzieningen zijn in veel gevallen ook een massage-/beautysalon en horeca aanwezig (meestal een restaurant). Het verzorgingsgebied van de bedoelde wellnessvoorzieningen is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk.

Sauna/hammam

Per 100 m2 bvo

4

4

4

99%

Sporthal

Per 100 m2 bvo

5,3

2,9

2,35

96%

Sportzaal

Per 100 m2 bvo

6,4

2,6

2

94%

Tennishal

Per 100 m2 bvo

0,8

0,5

0,5

87%

Padelhal

Per 100 m2 bvo

1,55

0,95

0,95

87%

Squashhal

Per 100 m2 bvo

5,1

3

2,5

84%

Zwembad (overdekt)

Per 100 m2 bassin

n.v.t.

9,5

9,5

97%

Zwembad (openlucht)

Per 100 m2 bassin

n.v.t.

17,5

17,5

99%

Zwemparadijs

Per 100 m2 bassin

n.v.t.

9,5

9,5

99%

Sportveld

Per hectare terrein

57,5

57,5

57,5

95%

Stadion

Per zitplaats

0,2

0,2

n.v.t.

99%

Kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)

Per 100 m2 bvo

2,85

1,9

1,65

98%

Bij de parkeerkencijfers is uitgegaan van een sobere semi-overdekte of overdekte 400 meter kunstijsbaan, gecombineerd met een baan van 30 × 60 meter (op het middenterrein bijvoorbeeld), zonder grootschalige tribunes of andere extra’s, maar wel geschikt voor wedstrijden. Er is onderscheid gemaakt in kunstijsbanen van 400 meter en in kleinere ijsbanen (voor bijvoorbeeld ijshockey en kunstrijden op de schaats).

Kunstijsbaan (400 meter)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

3,25

2,9

98%

Ski- en snowboardhal

Per 100 m2 sneeuw (exclusief oefenpistes)

n.v.t.

3,2

n.v.t.

98%

Jachthaven

Per ligplaats

0,15

0,15

0,15

n.v.t.

Golfoefencentrum (pitch & put)

Per centrum

n.v.t.

17,5

17,5

93%

Al dan niet in combinatie met een golfbaan kan er sprake zijn van een golf(oefen)centrum. Een dergelijk centrum heeft bijvoorbeeld een drieling range (afslagplaatsen) en een oefenbaan, eventueel gecombineerd met andere oefenfaciliteiten (zoals oefenbunkers of een putting green).

Golfbaan (18 holes)

Per 100 m2 bvo

n.v.t.

17,5

17,5

98%

Indicatief gesteld is voor de aanleg van een 18-holes golfbaan circa 60-70 hectare grond nodig. Als recreatief medegebruik plaatsvindt, is dit 25-50% meer.

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner

Per 100 m2 bvo

1,5

0,6

0,45

97%

Indoorspeeltuinen zijn zelfstandig functionerende speelgelegenheden voor kinderen tussen de twee en twaalf jaar die qua grootte, aard en prijs vallen tussen een wijkspeeltuin en een attractiepark. Er zijn bijvoorbeeld klimtoestellen, luchtkussens, ballenbakken en glijbanen. De gemiddelde voorziening heeft overwegend een lokaal verzorgingsgebied. De afmetingen variëren meestal van 1.500 m2 bvo tot 3.500 m2 bvo. Er zijn echter ook voorzieningen, die beduidend groter zijn, zoals Kidzcity in Utrecht, met een grootte van 5.000 m2.

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot

Per 100 m2 bvo

1,5

0,6

0,45

98%

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot

Per 100 m2 bvo

1,5

0,6

0,45

98%

Kinderboerderij (stadsboerderij)

Per gemiddelde boerderij

12,5

12,5

12,5

97%

Manege (paardenhouderij)

Per box

n.v.t.

n.v.t.

0,55

90%

Dierenpark

Per ha. Netto terrein

10,75

10,75

10,75

99%

Attractie- en pretpark

Per ha. Netto terrein

n.v.t.

10,75

10,75

99%

Volkstuin

Per 10 tuinen

n.v.t.

1,8

1,6

100%

Plantentuin (botanische tuin)

Per gemiddelde tuin

n.v.t.

14,05

10,95

99%

Horeca en (verblijfs)recreatie

Eenheid

Gebied

Aandeel bezoekers

Toelichting

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Camping (kampeerterrein)

Per standplaats

n.v.t.

n.v.t.

0,15

90%

Bungalowpark (huisjescomplex)

Per bungalow

n.v.t.

0,15

0,15

91%

Hotel (1 ster)

Per 10 kamers

2

2

2

77%

In Nederland geldt voor hotels een hotelclassificatiesysteem met sterren. Een hotel met een ster biedt slechts basisvoorzieningen, een hotel met twee sterren biedt beperkt aanvullende voorzieningen, een hotel met drie sterren is een middenklasse hotel, een hotel met vier sterren een eersteklas hotel en een hotel met vijf sterren een luxehotel.

Hotel (2 ster)

Per 10 kamers

2

2

2

80%

De parkeerbehoefte bij deze functie is in sterke mate afhankelijk van het aantal zitplaatsen en van het bezoekersprofiel met bijbehorende vervoerswijzekeuze van de bezoekers.

Hotel (3 ster)

Per 10 kamers

2

2

2

77%

Hotel (4 ster)

Per 10 kamers

2

2

2

73%

De parkeerbehoefte bij deze functie is in sterke mate afhankelijk van het aantal zitplaatsen en van het bezoekersprofiel met bijbehorende vervoerswijzekeuze van de bezoekers.

Hotel (5 ster)

Per 10 kamers

2

2

2

65%

Café/bar/cafetaria

Per 100 m2 bvo

11,5

11,5

n.v.t.

90%

Restaurant

Per 100 m2 bvo

11,5

6,5

n.v.t.

80%

Discotheek

Per 100 m2 bvo

12,5

10

5,5

99%

Evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw

Per 100 m2 bvo

1

1

n.v.t.

99%

Gezondheidszorg

Eenheid

Gebied

Aandeel bezoekers

Toelichting

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Huisartsenpraktijk (-centrum)

Per behandelkamer

0,9

0,75

0,3

57%

Apotheek

Per apotheek

7

7

n.v.t.

45%

Fysiotherapiepraktijk (-centrum)

Per behandelkamer

0,9

0,75

0,3

57%

Consultatiebureau

Per behandelkamer

0,9

0,75

0,3

50%

Consultatiebureau voor ouderen

Per behandelkamer

0,9

0,75

0,3

38%

Tandartsenpraktijk (-centrum)

Per behandelkamer

2,1

2

1,7

47%

Gezondheidscentrum

Per behandelkamer

0,9

0,75

0,3

55%

Een gezondheidscentrum is een locatie waar verschillende gezondheidsinstellingen onder een dak gevestigd zijn. Vaak zijn dit huisartsen, fysiotherapeuten, verloskundigen, een apotheek en/of een consultatiebureau. De diverse gezondheidsinstellingen hebben vaak verschillende openingstijden, ook avondopeningstijden komen voor. Bij het parkeerkencijfer is geen rekening gehouden met de aanwezigheid van een apotheek. Maak een parkeerbalans op basis van de verschillende functies en de daarvoor beschikbare ruimte in het gebouw. Bepaal de parkeervraag bij een dergelijk multifunctioneel centrum op basis van het maatgevende piekmoment.

Ziekenhuis

Per 100 m2 bvo

0,75

0,85

0,55

29%

Bezoekers van klinische patiënten: 0,5 p.p. per bed bij beperkt aantal bezoekuren per dag, 0,25 p.p. per bed bij gespreide bezoektijden

dagverplegings- respectievelijk deeltijdbehandelingspatiënten: 0,5 p.p. per bed respectievelijk plaats

medewerkers: 0,25 p.p. per formatieplaats (voor elke ambulante behandelaar 1 parkeerplaats

Aandeel bezoekers: 29%

Crematorium

Per (deels) gelijktijdige plechtigheid

n.v.t.

6,5

6,5

99%

Begraafplaats

Per (deels) gelijktijdige plechtigheid

n.v.t.

6,5

6,5

97%

Penitentiaire inrichting

Per 10 cellen

0,45

0,45

0,45

37%

Religiegebouw

Per zitplaats

0,35

0,35

n.v.t.

n.v.t.

Verpleeg- en verzorgingstehuis

Per wooneenheid

0,55

0,75

0,75

60%

Onderwijs

Eenheid

Gebied

Aandeel bezoekers

Toelichting

Centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Kinderdagverblijf (crèche)

Per 100 m2 bvo

1

0,75

0,75

n.v.t.

De grootste parkeer- en verkeersdruk bij kinderdagverblijven ontstaat door het brengen en halen van kinderen. Er is een systematiek ontwikkeld om dit te berekenen. De systematiek is opgenomen in het rekenprogramma ‘Parkeervraagcalculator’.

Basisschool (exclusief kiss & ride)

Per leslokaal

11,5

11,5

11,5

48%

De grootste parkeer- en verkeersdruk bij basisscholen ontstaat door het halen en brengen van kinderen. De hoeveelheid auto’s die hiermee gemoeid is, is mede afhankelijk van de grootte van de school (aantal kinderen), hoeveel kinderen begeleid naar school komen, hoeveel kinderen met de auto worden gebracht, hoeveel kinderen er overblijven en vooral de signatuur van de school (openbaar of bijzonder, algemeen of speciaal). Kortom te veel invloedsfactoren om in een overzichtelijke tabel of tool uit te werken. Hiervoor is lokaal maatwerk noodzakelijk. Vandaar dat voor deze categorie geen verkeersgeneratiecijfers zijn opgenomen.

Middelbare school

Per 100 leerlingen

80

80

80

11%

ROC

Per 100 leerlingen

48

48

48

7%

Hogeschool

Per 100 studenten

64

64

64

72%

Universiteit

Per 100 studenten

64

64

64

48%

Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs

Per 10 studenten

3,75

3,75

3,75

95%

Bijlage 4 - Aanwezigheidspercentages

Functiegroep

Werkdagochtend

Werkdagmiddag

Werkdagavond

Werkdagnacht

Vrijdagmiddag

Vrijdagavond

Zaterdagmiddag

Zaterdagavond

Zondagmiddag

Woningen bewoners

60%

60%

90%

100%

70%

80%

75%

80%

75%

Woningen bezoekers

40%

50%

75%

0%

60%

100%

100%

100%

90%

Kantoor/bedrijven

100%

100%

5%

0%

60%

5%

0%

0%

0%

Commerciële dienstverlening

100%

100%

5%

0%

100%

75%

0%

0%

0%

Detailhandel

30%

60%

10%

0%

60%

75%

100%

0%

60%

Grootschalige detailhandel

30%

60%

70%

0%

60%

80%

100%

0%

0%

Supermarkt

50%

60%

40%

0%

80%

80%

100%

40%

60%

Sportfuncties binnen

50%

50%

100%

0%

40%

100%

100%

100%

75%

Sportfuncties buiten

25%

25%

50%

0%

25%

50%

100%

25%

100%

Bioscoop/theater/podium/enzovoort

5%

40%

50%

0%

40%

100%

40%

100%

40%

Sociaal medisch: arts/therapeut/consultatie-bureau

100%

100%

10%

0%

75%

10%

0%

0%

0%

Verpleeghuis/verzorgingstehuis

100%

100%

50%

25%

100%

50%

100%

100%

100%

Ziekenhuis: patiënten inclusief bezoekers

100%

100%

40%

5%

100%

40%

40%

40%

40%

Ziekenhuismedewerkers

100%

100%

40%

10%

100%

40%

20%

20%

20%

Restaurant

30%

40%

80%

0%

60%

90%

70%

100%

40%

Dagonderwijs

100%

100%

0%

0%

100%

0%

0%

0%

0%

Avondonderwijs

0%

0%

100%

0%

0%

100%

0%

0%

0%

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.