Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Olst-Wijhe over de verdeling van schaarse vergunningen voor de exploitatie van standplaatsen in de gemeente Olst-Wijhe

Gemeente Olst-Wijhe · geldt sinds 23 juli 2022

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Olst-Wijhe;

gelet op het bepaalde in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening, de Nadere regels standplaatsen gemeente Olst-Wijhe, artikel 4:81 en hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht

besluit

vast te stellen de navolgende beleidsregel voor de verdeling van schaarse vergunningen voor de exploitatie van standplaatsen in de gemeente Olst-Wijhe

“Beleidsregel verdeling schaarse vergunningen voor de exploitatie van standplaatsen”

3. BELEID

3.1 De procedure

De procedure voor zowel vaste als seizoensstandplaatsen gaat als volgt:

Stap 1: bekendmaken vrije standplaats

Wanneer een standplaats vrijkomt wordt op de website van de gemeente Olst-Wijhe bekend gemaakt dat ondernemers binnen een termijn van twee weken kunnen meedingen voor een standplaatsvergunning door hiervoor hun interesse kenbaar te maken. De gemeente stelt voor het meedingen een formulier op.

Stap 2: bekendmaken interesse

Ondernemers kunnen meedingen voor de standplaats door middel van het beschikbaar gestelde formulier. Wanneer een mededinging onvoldoende gegevens bevat, wordt de ondernemer in de gelegenheid gesteld om de mededinging binnen één week aan te vullen.

Stap 3: beoordelen volledige kennisgevingen

Onvolledige mededingingen worden niet mee beoordeeld. De overige mededingingen worden beoordeeld op de criteria uit onderstaande tabel. Deze beoordeling vindt plaats binnen één week na de deadline van mededinging, of in het geval dat er onvolledige mededingingen zijn gedaan; één week na de termijn om onvolledige mededingingen aan te vullen.

In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen selectiecriteria en beoordelingscriteria. Van de selectiecriteria moet zonder meer sprake zijn. Als een standplaatshouder daar niet aan voldoet, komt hij niet in aanmerking voor een standplaats.

Selectie- en beoordelingscriteria voor vaste standplaatsen

Selectiecriteria

-Pinnen moet mogelijk zijn op de standplaats (in verband met de veiligheid en tegengaan van ondermijning/witwassen)

-De ondernemer/onderneming heeft geen negatief betalingsgedrag bij de gemeente.

Beoordelingscriteria

1.

Vanaf de standplaats wordt een assortiment aangeboden dat in zijn geheel niet wordt aangeboden vanuit de detailhandel in de betreffende dorpskern.

Of

Vanaf de standplaats wordt een assortiment aangeboden dat gedeeltelijk niet wordt aangeboden vanuit de detailhandel in de betreffende dorpskern.

3punten

2punten

2.

Het assortiment bestaat in zijn geheel uit streekproducten (Onder streekproducten wordt hier verstaan: producten die zijn geproduceerd in de streek “Salland”).

Of

Streekproducten zitten ook in het assortiment.

Max. 3 punten

Max. 2 punten

3.

Vanaf de standplaats wordt een assortiment aangeboden dat in zijn geheel niet wordt aangeboden op de standplaatsen in de betreffende dorpskern.

Of

Vanaf de standplaats wordt een assortiment aangeboden dat gedeeltelijk niet wordt aangeboden op de standplaatsen in de betreffende dorpskern.

2punten

1punt

4.

De ondernemer treft aantoonbare duurzaamheidsmaatregelen (1 punt per maatregel).

Max. 3 punten

5.

De aanvrager kan positieve referenties overleggen van andere gemeenten over zijn/haar naleefgedrag en betalingsgedrag.

1punt

Selectie- en beoordelingscriteria voor seizoensstandplaatsen

Voor de seizoensstandplaatsen gelden vanwege het andere karakter van de vergunning/standplaats andere selectie- en beoordelingscriteria. Het assortiment is in dit soort gevallen vaak beperkt of toegespitst op een product (bijvoorbeeld ijs), waardoor de aanvragen mogelijk niet altijd zijn te toetsen aan de criteria voor vaste standplaatsen.

In onderstaande tabel zijn de criteria voor de verdeling van de seizoensstandplaats opgenomen.

Selectiecriteria

-Pinnen moet mogelijk zijn op de standplaats (in verband met de veiligheid en tegengaan van ondermijning/witwassen).

-De ondernemer/onderneming heeft geen negatief betalingsgedrag bij de gemeente.

-Het betreft een onafhankelijke partij die zelf geen standplaatsen inneemt of winkel heeft in de betreffende dorpskern(en) (om conflicterende belangen tegen te gaan)

1.

De aanvrager heeft een goed plan waarmee hij aantoont dat hij met de flexibele standplaats een bijdrage zal leveren aan een gevarieerd en kwalitatief goed aanbod van goederen en diensten op de seizoensstandplaats.

Max. 3 punten

2.

Streekproducten zitten ook in het assortiment

Max.2 punten

3.

Vanaf de standplaats wordt een assortiment aangeboden dat in zijn geheel niet wordt aangeboden op de standplaatsen in de betreffende dorpskern.

Of

Vanaf de standplaats wordt een assortiment aangeboden dat gedeeltelijk niet wordt aangeboden op de standplaatsen in de betreffende dorpskern.

2punten

1punt

4.

De ondernemer treft aantoonbare duurzaamheidsmaatregelen (1 punt per maatregel)

Max. 3 punten

5.

De aanvrager kan positieve referenties overleggen van andere gemeenten over zijn/haar naleefgedrag en betalingsgedrag

1punt

Aan de hand van de scores geldt het volgende:

1Degene met het hoogst aantal punten komt in aanmerking voor de vergunning.

2Bij een gelijk aantal punten, wordt degene met het hoogst aantal punten bij beoordelingsaspect 1 in de gelegenheid gesteld een vergunning aan te vragen. Wanneer die score gelijk is, wordt gekeken naar de hoogste score bij beoordelingsaspect 2, enzovoort.

3Als er uiteindelijk een identieke score is, wordt er geloot in het bijzijn van de betreffende ondernemers, onder toezicht van de burgemeester of een wethouder.

Stap 4: bekendmaken scores

Eén week nadat de scores bekend zijn, wordt dit bekendgemaakt aan de betreffende ondernemers en wordt meegedeeld wie in aanmerking komt voor de vergunning.

Stap 5: aanvragen vergunningen

Degene die de mededinging heeft ‘gewonnen’ kan binnen twee weken een vergunning aanvragen. Anderen kunnen dat juridisch gezien ook, maar die aanvragen zullen gelet op de uitkomst van de mededinging worden geweigerd. Wanneer de vergunning niet binnen de gestelde termijn wordt aangevraagd, kan het college besluiten de tweede kandidaat in de gelegenheid te stellen een vergunning aan te vragen (en daarna de derde, enzovoort).

Stap 6: besluit

De vergunningaanvraag wordt getoetst aan de overige aspecten uit deze beleidsregels. Wanneer de vergunning wordt verleend, kan daartegen binnen zes weken in bezwaar worden gegaan. Bij het indienen van het bezwaar is het ook het moment om vermeende onjuistheden in de mededinging aan te kaarten.

3.2 Handelswijze bij geen inschrijvingen

Wanneer er na de bovengenoemde bekendmaking niemand inschrijft en men op een later moment vergunningen aanvraagt, worden deze behandeld op volgorde van binnenkomst.

3.3 Tijdsduur vergunningen

In artikel 1.7 van de APV is bepaald dat vergunningen, verleend op grond van de APV, gelden voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. Omdat sprake is van schaarse vergunningen verzet de aard van de vergunningen zich tegen verlening voor onbepaalde tijd.

Vaste standplaatsen worden verleend voor een periode van 10 jaar.

Voor deze termijn is gekozen om te voorzien in een goede terugverdientijd voor ondernemers. Uit het rapport “schaarse vergunningen op de markt” van belangenvereniging Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel (CVAH) blijkt dat de terugverdientijd van de investeringen voor een ambulant handelaar, zich hoofdzakelijk bevindt in de range van vijf tot vijftien jaar. Met een gemiddelde bezetting van twee dagen in de week, is de terugverdientijd zo’n 10 jaar voor de meeste ondernemers.

De termijn van 10 jaar geeft nog steeds voldoende ruimte en gelegenheid voor nieuwe ondernemers om mee te dingen om een standplaats te bemachtigen.

Om die reden wordt de tijdsduur voor de vergunningen bepaald op 10 jaar.

Voor seizoensstandplaatsen geldt dat ze een vergunning voor bepaalde tijd kunnen krijgen voor de aangevraagde periode in een jaar. Deze vergunningen moeten jaarlijks opnieuw worden aangevraagd.

3.3 Intrekken vergunningen

In artikel 1:6 van de APV is bepaald dat een vergunning kan worden ingetrokken indien van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn. De termijn die in de te verlenen vergunning wordt opgenomen is:

voor vaste standplaatsen: één maand

Deze termijn is gelijk aan de huidige gehanteerde termijn.

voor seizoensstandplaatsen: twee weken (tijdens het seizoen)

Deze termijn is nieuw.

Vanwege de schaarste met vergunningen is het niet wenselijk dat een vergunning wordt verleend die niet wordt gebruikt, terwijl er andere ondernemers zijn die de standplaats graag innemen. In bijzondere omstandigheden kan het college, na verzoek van de standplaatshouder, schriftelijk ontheffing verlenen van die termijn. In de ontheffing wordt een nieuwe termijn genoemd die redelijk is in relatie tot de bijzondere omstandigheid.

5. SLOTBEPALINGEN

5.1 Hardheidsclausule

In uitzonderlijke gevallen kan het college – gemotiveerd – afwijken van de in deze beleidsregel vastgelegde criteria en voorwaarden.

5.2 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op de achtste dag na bekendmaking.

5.3 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: “Beleidsregel verdeling schaarse vergunningen voor de exploitatie van standplaatsen”.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.