Aanhef
Samen werken aan een veilige stad
November 2025
Bestuurlijke samenvatting
Voor u ligt het beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving fysieke leefomgeving Oldenzaal (VTH-beleid Oldenzaal 2025). Dit beleid richt zich op vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van de fysieke leefomgeving van de gemeente Oldenzaal. Daaronder vallen de taken op het gebied van bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) en bijzondere wetten. Dit beleidsplan vervangt het in 2018 vastgestelde beleidsplan “VTH-beleid fysieke leefomgeving Oldenzaal uit 2018”.
In dit plan worden beleidsmatige keuzes gemaakt over de taken die de gemeente de komende jaren uitvoert en wordt inzicht gegeven in de middelen die de gemeente inzet om naleving van regels te bereiken en bevorderen.
De algemene VTH-doelstelling sluit aan bij het VTH-beleid Twente (waarin het beleid is opgenomen voor de milieutaken die de Omgevingsdienst Twente uitvoert) en het maatschappelijk doel van de Omgevingswet en luidt als volgt:
“Het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht op de naleving en het handhaven van regels om, met het oog op duurzame ontwikkeling, gericht op het in onderlinge samenhang:
bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies.”
Dit algemene doel wordt, overeenkomstig de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht Oldenzaal 2024, in dit beleid nader uitgewerkt voor de volgende onderdelen:
•de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten;
•de dienstverlening en
•de financiën
In dit VTH-beleid Oldenzaal 2025 gestelde prioriteiten worden jaarlijks uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. Ook wordt er een jaarverslag met evaluatie gepresenteerd. Op basis van deze jaarlijkse evaluaties kan het beleid en de prioriteiten worden bijgesteld.
Een belangrijk kader voor dit plan wordt, naast de geldende wet- en regelgeving, gevormd door de Structuurvisie, Oldenzaal 2040 en andere reeds vastgestelde c.q. met deze nota van te stellen beleidsdocumenten.
Met de komst van de Omgevingswet wordt getracht een goede balans te vinden tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. ‘Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’ is hierbij het motto. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijke regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Met de introductie van deze wet wordt ook een nieuwe werkwijze van de overheid gestimuleerd. Daarbij wordt het steeds belangrijker tijdig te starten met het integraal kijken naar alle ruimtelijke ontwikkelingen met de daarbij behorende ruimtelijke vraagstukken. Steeds meer verschuift de rol van een besluitvormende naar een faciliterende co-creërende rol. Daarmee ontstaat een nieuwe balans tussen overheid, maatschappelijk middenveld en de private sector, gekenmerkt door samenwerken in (nieuwe) netwerken. Dit gaat gepaard met privatisering, deregulering en verschuiving van verantwoordelijkheden.
6. Strategieën
6.2 Vergunningenstrategie
6.2.1. Strategie
De vergunningenstrategie beschrijft hoe de gemeente Oldenzaal aanvragen voor vergunningen en meldingen behandelt en beoordeelt. Vergunningverlening is een belangrijk instrument om activiteiten in de fysieke leefomgeving op een zorgvuldige en rechtmatige manier mogelijk te maken, waarbij de belangen van initiatiefnemers, omwonenden en de leefomgeving worden afgewogen.
De basis van de vergunningverlening ligt in het toetsen van aanvragen aan wet- en regelgeving, beleidskaders en de geldende omgevingskwaliteit. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar de complexiteit van de aanvraag, zowel op technisch-inhoudelijk vlak als op sociaal-maatschappelijk niveau. Hoe complexer de aanvraag of de situatie, hoe zorgvuldiger de beoordeling en hoe intensiever het proces van afstemming.
Voor het bepalen van de aanpak van vergunningverlening wordt gewerkt met 4 typen vergunningen, die samen het speelveld van de vergunningenstrategie vormen.
Technisch-inhoudelijke complexiteit
In het geval de aanvraag een technisch-inhoudelijk complexe situatie betreft en/of de activiteit binnen een gebied ligt of komt te liggen dat een grote dynamiek kent en/of gevoelige functies herbergt, zullen bij de beoordeling van de vergunningaanvraag veel criteria worden beoordeeld om tot een besluit te kunnen komen.
Sociaal-maatschappelijke complexiteit
Als de sociaal-maatschappelijke complexiteit van de situatie echter groot is, ligt het totstandkomingsproces gecompliceerder. Bijvoorbeeld vanwege de voorgeschiedenis of het economisch belang van de betrokken inrichting of initiatiefnemer en/of aanwezige belangenorganisaties die zich roeren. In dat geval moet bestuurlijke afwegingsruimte worden ingevuld en is het proces minstens zo belangrijk als de inhoud. Afstemming, overleg en/of samenwerking zijn noodzakelijk tussen het bevoegd gezag (ambtelijk en/of bestuurlijk), de aanvrager of initiatiefnemer in kwestie, belanghebbenden, derden en eventueel de ODT en overige adviseurs/partners. Het kan zijn dat er veel klachten uit de omgeving komen of dat een actieclub actief is.
Bij een geringe of afwezige sociaal-maatschappelijke complexiteit kan het proces dat leidt tot een vergunning betrekkelijk gemakkelijk worden doorlopen.
Indien de sociaal-maatschappelijke complexiteit echter groot is, dan is ook het proces van totstandbrenging gecompliceerder. In dat geval moet de beschikbare bestuurlijke afwegingsruimte (ten volle) worden benut en waar mogelijk in overleg, afstemming en samenwerking met de betrokken belanghebbenden.
In combinatie leiden beide assen tot vier typen vergunningen. In het schema is de kleur van het type vergunning donkerder naarmate de inspanningen om het type vergunning te leveren en het aantal betrokkenen over het algemeen groter is.
We onderscheiden 4 typen vergunningen.
1Vergunning eenvoudig
De vergunning is technisch-inhoudelijk noch sociaal-maatschappelijk complex. De vergunning bestaat vooral uit standaardvoorschriften. De vergunning kan zelfstandig door het bevoegd gezag worden voorbereid.
2Vergunning specifiek
De situatie is technisch-inhoudelijk complex, maar de sociaal-maatschappelijke complexiteit is klein. De vergunning kan zelfstandig door het bevoegd gezag en/of samen met de adviseurs worden voorbereid. De relatief grote technisch-inhoudelijke complexiteit maakt dat de vergunning vooral bestaat uit specifieke voorschriften.
3Vergunning eenvoudig +
De situatie is technisch-inhoudelijk gezien niet complex, maar de sociaal-maatschappelijke impact is groot. Vanwege de relatief kleine technisch-inhoudelijke complexiteit kan een vergunning worden opgesteld die hoofdzakelijk bestaat uit standaardvoorschriften. De sociaal-maatschappelijke complexiteit eist dat dit gebeurt met extra aandacht voor zorgvuldige afstemming, overleg en/of samenwerking tussen het bevoegd ezag (ambtelijk en/of bestuurlijk), de aanvrager of initiatiefnemer in kwestie, belanghebbenden derden en eventueel de Omgevingsdienst Twente en overige adviseurs/partners.
4Vergunning specifiek+
De situatie is zowel technisch-inhoudelijk als sociaal-maatschappelijk complex. De technisch-inhoudelijke complexiteit maakt dat een vergunning moet worden opgesteld die vooral bestaat uit specifieke voorschriften. De sociaal- maatschappelijke complexiteit eist dat dit gebeurt met extra aandacht voor zorgvuldige afstemming, overleg en/of samenwerking tussen het bevoegd gezag (ambtelijk en/of bestuurlijk), de aanvrager of initiatiefnemer in kwestie, belanghebbenden derden en eventueel de ODT en overige adviseurs/partners.
Behandelen (vergunning)aanvragen
Bij het behandelen van (vergunning)aanvragen nemen we de hieronder genoemde punten in acht.
Omgevingsgerichtheid:
•Toetsen van de (nieuwe) activiteit aan de belasting op de omgeving.
•Inhoudelijk beoordelen van de aanvraag na een integrale beoordeling en toetsing van de weigeringsgronden.
•Voorkomen van onaanvaardbare belasting voor de omgeving (natuur, milieu, mens en dier).
•Toetsen aan het model van technisch-inhoudelijke en sociaal-maatschappelijke complexiteit.
•Adresseren van (mogelijk) politiek-bestuurlijke aandachtspunten.
•Adresseren van (mogelijk) aanwezige maatschappelijke onrust in de omgeving van de (nieuwe) activiteit, het werken conform communicatiestrategie: vroegtijdig verbinding zoeken met partners, versterken relaties in- en extern.
•Werken vanuit de kernthema’s integraliteit, uniformiteit, gelijke procedures en gelijke voorschriften bij vergelijkbare aanvragen.
Transparantie:
•Afstemmen van de vergunningverlening op landelijke algemene regelgeving en landelijke standaarden en op het gemeentelijk en/of het provinciaal beleid.
•Zorgdragen voor een vergunning die op maat is opgesteld, helder, transparant, openbaar en digitaal beschikbaar is, begrijpelijk is voor inwoner, ondernemer en organisatie, en die handhaafbaar is.
•Overzichtelijk vastleggen van alle beschikkingen.
•Zorgdragen voor de mogelijkheid het VTH-beleid van het bevoegd gezag digitaal te raadplegen.
Differentiatie:
•Extra aandacht voor aanvragen om een vergunning voor activiteiten die bij niet-naleven schade kunnen veroorzaken aan natuur, milieu, mens en dier met mogelijk maatregelvoorschriften. Aanvraag (activiteit), besluit (vergunning) en voorschriften (exacte condities) worden in detail geformuleerd.
•Toepassen van maatregel(middel)voorschriften wanneer landelijke voorschriften onvoldoende helder zijn in de toepassing op een specifieke situatie of als sprake is van slecht (naleef)gedrag.
Professionaliteit en samenwerking:
•Na vergunningverlening waarbij de technisch-inhoudelijk en sociaal-maatschappelijk complexiteit groot is, een “warme overdracht” van vergunningverlening naar toezicht.
•Het 4-ogenprincipe bij beschikkingen.
•Publiceren (ontwerp-)vergunningen (met uitzondering van bepaalde vergunningen op grond van de APV/bijzondere wetten waarbij in publicatie geen toegevoegde waarde wordt gezien).
•Het behandelen van zienswijzen.
•Deelnemen aan de geborgde (landelijke) kennisinfrastructuur, die verbonden is aan de taakuitvoering door het bevoegd gezag.
•Uitwisselen van kennis en goede voorbeelden.
6.3 Toezichtstrategie
6.3.1 Strategie
Toezicht gebeurt op basis van een risicoanalyse (zie paragraaf 2.3) waarbij de gemeente Oldenzaal haar toezichtcapaciteit zo efficiënt en effectief mogelijk inzet en waardoor het (geplande) toezicht plaats vindt op basis van vooraf gemaakte keuzes. Daarnaast dienen zich ook ongewone voorvallen of klachten aan waarbij niet gepland toezicht noodzakelijk is.
De gemeente Oldenzaal wil “slim en samen” integraal toezicht uitoefenen, waarbij voldoende kwaliteit van de controles is gewaarborgd en waarbij de klant centraal staat. Dit wordt vormgegeven door middel van “gecoördineerd toezicht” onder regie van de casemanager/teamleider handhaving. Dat betekent dat per situatie wordt gekozen voor de meest efficiënte en klantvriendelijke werkwijze, gelet op de mogelijkheden en beperkingen binnen de gemeente Oldenzaal.
Gecoördineerd toezicht (onder regie van de casemanager of teamleider) betekent:
•altijd signaleren voor elkaar;
•daar waar mogelijk controleren voor elkaar
•daar waar mogelijk controleren met elkaar en
•daar waar nodig en/of het niet anders kan: controleren na elkaar.
Daarbij wordt het volgende in acht genomen:
•Kwaliteit: Voor het toezicht op de complexe regelgeving op het gebied van bouwen en milieu is specialistische kennis vereist en moet te gewaarborgd zijn.
•Klantgerichtheid: De toezichthouders zijn volwaardige gesprekspartners voor de burgers en bedrijven. Er worden niet meer controles gehouden dan nodig is.
•Mogelijkheden: Er wordt op efficiënte wijze gebruik gemaakt van de aanwezige en noodzakelijke kennis, ervaring en capaciteiten van de toezichthouders.
•Verschillende toezichtmomenten: Bodemtoezicht vindt plaats vóór aanvang van de bouw, bouwinspecties meestal ook tijdens de bouw bouwinspecties meestal ook tijdens de bouw en milieu-inspecties (ODT) hoofdzakelijk ná voltooiing van de bouw. Er kan dus (vaak) niet worden volstaan met één inspectiemoment.
Kanttekening hierbij is de samenwerking met de Omgevingsdienst Twente waar het milieutoezicht per 1 januari 2019 wordt ondergebracht. Als integraal toezicht wordt opgepakt. Tussen bijvoorbeeld bouwen en milieu, is er veel afstemming nodig om dat het om verschillende organisaties gaat. Ook hierbij wordt nogmaals het belang onderstreept om een, zoveel mogelijk, eenduidig uniform VTH beleid vast te stellen.
Frequentie, soort en wijze van toezicht
De gemeente Oldenzaal koppelt de frequentie en wijze van toezicht aan de prioriteit die aan een bepaalde handhavingstaak wordt toegekend. Hoe hoger de prioriteit, hoe actiever en diepgaander het toezicht. Daar waar sprake is van geen of weinig risico, wordt minder (diepgaand) gecontroleerd, steekproefsgewijs gecontroleerd of alleen op basis van het zogenaamde “piepsysteem” (meldingen/incidenten/signalen). Dat laatste is vooral gebaseerd op vertrouwen in het naleefgedrag en gebeurt uit oogpunt van efficiëntie en klantgerichtheid (verminderen toezichtlast).
6.3.1 Strategie
Toezicht gebeurt op basis van een risicoanalyse (zie paragraaf 2.3) waarbij de gemeente Oldenzaal haar toezichtcapaciteit zo efficiënt en effectief mogelijk inzet en waardoor het (geplande) toezicht plaats vindt op basis van vooraf gemaakte keuzes. Daarnaast dienen zich ook ongewone voorvallen of klachten aan waarbij niet gepland toezicht noodzakelijk is.
De gemeente Oldenzaal wil “slim en samen” integraal toezicht uitoefenen, waarbij voldoende kwaliteit van de controles is gewaarborgd en waarbij de klant centraal staat. Dit wordt vormgegeven door middel van “gecoördineerd toezicht” onder regie van de casemanager/teamleider handhaving. Dat betekent dat per situatie wordt gekozen voor de meest efficiënte en klantvriendelijke werkwijze, gelet op de mogelijkheden en beperkingen binnen de gemeente Oldenzaal.
Gecoördineerd toezicht (onder regie van de casemanager of teamleider) betekent:
•altijd signaleren voor elkaar;
•daar waar mogelijk controleren voor elkaar
•daar waar mogelijk controleren met elkaar en
•daar waar nodig en/of het niet anders kan: controleren na elkaar.
Daarbij wordt het volgende in acht genomen:
•Kwaliteit: Voor het toezicht op de complexe regelgeving op het gebied van bouwen en milieu is specialistische kennis vereist en moet te gewaarborgd zijn.
•Klantgerichtheid: De toezichthouders zijn volwaardige gesprekspartners voor de burgers en bedrijven. Er worden niet meer controles gehouden dan nodig is.
•Mogelijkheden: Er wordt op efficiënte wijze gebruik gemaakt van de aanwezige en noodzakelijke kennis, ervaring en capaciteiten van de toezichthouders.
•Verschillende toezichtmomenten: Bodemtoezicht vindt plaats vóór aanvang van de bouw, bouwinspecties meestal ook tijdens de bouw en milieu-inspecties (ODT) hoofdzakelijk ná voltooiing van de bouw. Er kan dus (vaak) niet worden volstaan met één inspectiemoment.
Kanttekening hierbij is de samenwerking met de Omgevingsdienst Twente waar het milieutoezicht per 1 januari 2019 wordt ondergebracht. Als integraal toezicht wordt opgepakt. Tussen bijvoorbeeld bouwen en milieu, is er veel afstemming nodig om dat het om verschillende organisaties gaat. Ook hierbij wordt nogmaals het belang onderstreept om een, zoveel mogelijk, eenduidig uniform VTH beleid vast te stellen.
Frequentie, soort en wijze van toezicht
De gemeente Oldenzaal koppelt de frequentie en wijze van toezicht aan de prioriteit die aan een bepaalde handhavingstaak wordt toegekend. Hoe hoger de prioriteit, hoe actiever en diepgaander het toezicht. Daar waar sprake is van geen of weinig risico, wordt minder (diepgaand) gecontroleerd, steekproefsgewijs gecontroleerd of alleen op basis van het zogenaamde “piepsysteem” (meldingen/incidenten/signalen). Dat laatste is vooral gebaseerd op vertrouwen in het naleefgedrag en gebeurt uit oogpunt van efficiëntie en klantgerichtheid (verminderen toezichtlast).
In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s wordt dit uitgewerkt voor de verschillende taakvelden. De mate van diepgang van de controles wordt bepaald door het mogelijke risico dat aan een bepaalde activiteit verbonden is. Veiligheid en gezondheid staan voorop. Daarbij wordt echter ook uitgegaan van de verantwoordelijkheid van de burgers en bedrijven zelf.
Daarnaast zet de gemeente Oldenzaal met het VTH-beleid in op een slimmere en meer integrale aanpak van de risico’s die de fysieke leefomgeving kunnen bedreigen. Dit is een ontwikkelproces waarbij de gemeente structureler en directer van haar interventies en de effecten op het naleefgedrag wil leren. Een van de uitdagingen is het vaststellen van een doelmatige en doeltreffende werkwijze voor de uitvoering van deze taken, door keuzes te maken in typen toezicht en hun mogelijke combinaties. Bij de realisatie en vaststelling van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma worden deze keuzes toegelicht.
6.4 Handhavingstrategie
6.4.1 Handhavingsstrategie
Om te kunnen handhaven is het noodzakelijk afspraken te maken over de manier waarop we vorm geven aan handhaving. Om een goede uitvoering te geven aan handhaving sluiten we aan bij de Landelijke handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO) zie Externe link:Landelijke_Handhavingsstrategie_Omgevingsrecht_LHSO.pdf (vng.nl) De LHSO is een beleidskader voor de bestuursrechtelijke- en strafrechtelijke handhaving. Het doel van deze strategie is uitvoering geven aan de beginselplicht tot handhaven, passend optreden bij overtredingen, n vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes maken en interventies kiezen en toepassen op eenduidige wijze. Dit kan op zowel strafrechtelijke wijze (bestraffend) als bestuursrechtelijk (gericht op het herstel van de situatie). De keuze van de in te zetten bestuursrechtelijke sanctie vindt plaats aan de hand van de in de strategie opgenomen interventieladder en interventiematrix. Daarbij zijn het gevolg van de overtreding en het gedrag van de overtreder bepalend voor de wijze hoe er gehandhaafd wordt.
Bijlage 2: Risicoanalyse
2.1 Bouw
2.2 Bestaande bouw
2.3 Ruimtelijke ordening
2.4 APV
2.5 Brandveiligheid
Toezichtsprofiel