Aanhef
De raad van de gemeente Oldenzaal;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 juli 2011, nr. 29/6, reg.nr. INT-11-00439;
gelet op artikel 147, lid 2 van de Gemeentewet;
b e s l u i t :
vast te stellen het bij dit besluit behorende Antennebeleid 2011.
2. Achtergrond
2.4 Gezondheid
2.4.1 Onderzoek
Regelmatig wordt er onderzoek gedaan naar gezondheidsklachten in relatie tot antennes. De uitkomsten van deze gezondheidsonderzoeken zijn verschillend. In de meeste onderzoeken kan er geen verband worden gelegd, maar soms verschijnt een publicatie waarin dit verband wel aanwezig lijkt te zijn. Een definitief wereldwijd geaccepteerd standpunt is er niet.
Er zijn verschillende organisaties die de onderzoeken op het terrein van antennes en gezondheid analyseren en beoordelen. Dit zijn onder andere de Gezondheidsraad en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). In alle adviezen die van de Gezondheidsraad zijn verschenen, geeft ze aan dat gezondheidseffecten op korte termijn van antennes niet zijn aangetoond. Over klachten door langdurige blootstelling geeft zij aan dat deze niet te verwachten zijn. In beide gevallen geldt dat de blootstellingslimieten niet mogen worden overschreden.
Het oordeel over mogelijke gezondheidsrisico’s is aan de minister van VWS voorbehouden en wordt niet beoordeeld door het gemeentelijke bestuur. Voor wat betreft de bezorgdheid met betrekking tot mogelijke gezondheidsrisico’s is er geen beleidsruimte voor de gemeente om de plaatsing van antenne-installaties tegen te houden enkel op basis van deze bezorgdheid.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is van mening dat er gelet op de onderzoeken, geen aanwijzingen zijn die een terughoudend beleid ten aanzien van de plaatsing van UMTS in de leefomgeving rechtvaardigen.
Ook jurisprudentie van de Raad van State geeft aan dat omgevingsvergunningen niet op basis van gezondheidsoverwegingen mogen worden geweigerd. Met andere woorden, aan het belang van de mobiele telecommunicatie mag meer waarde worden gehecht dan aan het subjectieve belang van vrees voor gezondheidseffecten.
2.4.2 Informatie
Voor alle ingrepen in de openbare ruimte en alle maatschappelijke onrust is de gemeente vaak het eerste aanspreekpunt voor de bewoners. Het geven van goede informatie is dan ook belangrijk. Om de onrust onder burgers zoveel mogelijk weg te nemen is het belangrijk dat de providers en ook de gemeente open en duidelijk zijn naar de burger toe. Daarbij moet wel worden aangemerkt dat de gemeente niet de juiste instantie is om te oordelen over mogelijk gevaar voor volksgezondheid voor wat betreft de mobiele telefonie. Zoals in hoofdstuk 1 vermeld is dat de minister van VWS. De gemeente moet, als zij de antwoorden niet weet de burgers kunnen verwijzen naar de juiste organisaties waar wel alle informatie aanwezig is. Burgers met vragen kunnen worden doorverwezen naar de website van het antennebureau (www.antennebureau.nl) het telefoonnummer is 0900-2683663 tijdens werkdagen van 09.00 uur tot 17.00 uur. De website van de rijksoverheid (www.rijksoverheid.nl/antennes) geeft ook veel informatie. Op deze site kunnen brochures worden gedownload met de titel: ‘Alles over antennes’ en ‘Antennes en uw gezondheid’. Op de gemeentelijke website zal ook naar de betreffende sites worden verwezen.
3. Wet- en regelgeving
3.2 Nationaal Antennebeleid
3.2.1 Antenneconvenant
Om ervoor te zorgen dat netwerken van mobiele communicatie snel gebouwd kunnen worden, heeft de Rijksoverheid er in het Nationaal Antennebeleid voor gekozen een groot gedeelte van de antenne-installaties omgevingsvergunningvrij te maken. Het Antenneconvenant is bedoeld om invulling te geven aan dit beleid. Dit convenant uit 2002 is in september 2010 herzien omdat het niet was afgestemd op de toetreding van nieuwe providers.
Het convenant (zie www.antennebureau.nl) 23 februari 2011is een onderlinge afspraak tussen de mobiele providers, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het rijk. Daarin zijn de voorwaarden vastgelegd voor de plaatsing van vergunningvrije antenne-installaties kleiner dan 5 meter bestemd voor mobiele communicatie. Met dit convenant wordt ondervangen dat deze antenne-installaties, ondanks de vergunningvrijheid, zorgvuldig worden geplaatst. Belangrijke aspecten uit het convenant zijn het plaatsingsplan, visuele inpasbaarheid, instemmingprocedure voor huurders en de blootstellingslimieten.
Plaatsingsplan
De providers stellen samen voor de gemeente waarin zij vergunningsvrije antenne-installaties willen plaatsen een plaatsingsplan. In dit plan wordt een overzicht gegeven van zowel de geplande als bestaande antenne-installaties in de gemeente. Ook de vergunningsplichtige antenne-installaties worden in het plan opgenomen. Op deze manier krijgt de gemeente inzicht in het totale aantal antenne-installaties en hun locaties. In het convenant zijn afspraken gemaakt over wat in een plaatsingsplan moet staan en welke procedure de partijen moeten volgen (artikel 3 van het convenant).
Nieuwkomers op de markt voor mobiele telecommunicatie mogen de eerste keer dat ze in een gemeente vergunningsvrije antenne-installaties willen plaatsen, individueel een plaatsingsplan bij de gemeente indienen. Zo worden zij in de gelegenheid gesteld in de eerste fase van de uitrol vertrouwelijk en in hun eigen tempo antennes te plaatsen. De uitzonderingssituatie heeft een looptijd van twee jaar vanaf ondertekening van het convenant, dus twee jaar vanaf 28 september 2010.
Tenzij anders afgesproken stellen de providers elk jaar een plaatsingsplan op. Omdat het bedrijfsvertrouwelijke informatie bevat moet het als vertrouwelijk door de gemeente worden behandeld.
Visuele inpasbaarheid
De providers moeten zich houden aan de welstandseisen die de gemeente heeft opgesteld. De gemeente kan eisen stellen aan de kleuren van de techniekkast, de bekabeling en gevelantennes. Dit geldt overigens ook voor de niet-vergunningplichtige antenne-installaties. Op deze manier kan de gemeente er voor zorgen dat providers bij het plaatsen van antenne-installaties voldoende rekening houden met het lokale straat- en landschapsbeeld. In artikel 4 van het convenant staat beschreven wat de eisen zijn.
Instemmingprocedure voor huurders
Als een provider een antenne-installatie wil plaatsen op een wooncomplex met huurwoningen moet, naast de eigenaar ook vooraf instemming van de bewoners zijn verkregen. Dit gebeurt met een instemmingprocedure. Plaatsing van een antenne-installatie op woongebouwen met huurwoningen is niet mogelijk als meer dan de helft van de bewoners tegen plaatsing heeft gestemd. Bewoners kunnen op een formulier aangeven of ze al dan niet instemmen met plaatsing van één of meer antenne-installaties op hun woongebouw en welke bezwaren men heeft. Om alsnog instemming te krijgen na het wegnemen van bezwaren van bewoners, kan een tweede instemming ronde gehouden worden. In het convenant (artikel 5) staat de procedure beschreven. De gemeente heeft hierin geen taak.
Blootstellingslimieten
Internationaal zijn op basis van wetenschappelijk onderzoek blootstellingslimieten vastgesteld voor elektromagnetische velden. De blootstellingslimieten zijn vastgesteld door een internationale commissie. Dit is de International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP). ICNIRP heeft internationale richtlijnen vastgesteld voor de blootstelling van de mens aan elektromagnetische velden in het frequentiegebied van 0 Hz tot 300 GHz. Binnen dit gebied vallen ook de frequenties voor mobiele telecommunicatie (100 kHz tot 300 GHz). In 1999 heeft de Raad van Europa de richtlijnen van ICNIRP aanbevolen aan haar lidstaten. Nederland hanteert de richtlijnen van ICNIRP.
In het convenant (artikel 6) is vastgelegd dat bij plaatsing van antenne-installaties alle providers in Nederland er voor moeten zorgen dat de in die Europese aanbeveling genoemde advieswaarden niet worden overschreden.
3.3 Wabo
3.3.1 Bestemmingsplan
Aanvragen voor een omgevingsvergunning worden getoetst aan het bestemmingsplan. Artikel 2.1 eerste lid sub c. van de Wabo geeft aan dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Voor de activiteit bouwen van een bouwwerk welke in strijd is met het bestemmingsplan zijn er echter verschillende mogelijkheden om een omgevingsvergunning te verlenen waarin wordt afgeweken van het bestemmingsplan.
Binnenplans afwijken
In een bestemmingsplan kan aangegeven zijn in welke gevallen en onder welke voorwaarden van de voorschriften afgeweken kan worden. In dergelijke gevallen kan een omgevingsvergunning worden verleend waarin staat dat er binnenplans afgeweken mag worden van het bestemmingsplan (art. 2.1, lid1 sub c juncto art 2.12, lid 1, onder a, onder 1).
Buitenplans afwijken voor kruimelgevallen
In bijlage II, art. 4 van het Besluit Omgevingsrecht (Bor) is een lijst met zogenaamde planologische kruimelgevallen opgenomen. Voor deze relatief kleine afwijkingen van het bestemmingsplan kan een aparte procedure worden doorlopen. Antenne-installaties niet hoger dan 40 meter staan in deze kruimellijst opgenomen (art. 2.1, lid 1, onder c juncto art. 2.12, lid 1, onder a, onder 2 ).
Buitenplans afwijken van tijdelijke aard
Deze mogelijkheid om van de voorschriften van het bestemmingsplan af te wijken, kan alleen maar voor tijdelijke voorzieningen worden gebruikt. Daarna moet men het tijdelijk geplaatste bouwwerk weer verwijderen of het tijdelijke gebruik beëindigen. Een aanvrager moet met een verklaring of met een toelichting aangeven voor welke periode en waarvoor de tijdelijke voorziening noodzakelijk is. Alleen als de tijdelijkheid van het plan duidelijk aantoonbaar is, kan de gemeente tijdelijk van het bestemmingsplan afwijken. (art. 2.1, lid 1, onder c juncto art. 2.12, lid 2).
Buitenplans afwijken
Voor alle overige gevallen kan een gemeente alleen afwijken van het bestemmingsplan als een activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. (art. 2.1, lid 1, onder c juncto art. 2.12, lid 1, onder a, onder 3). Om in deze gevallen een omgevingsvergunning te kunnen verlenen dient de uitgebreide voorbereidingsprocedure doorlopen te worden.
3.3.2 Monumenten
Het plaatsen van een antenne-installatie op een monument of in een beschermd stad- of dorpsgezicht is omgevingsvergunningplichtig. Dit geldt zowel voor rijksmonumenten als voor provinciale en gemeentelijke monumenten. Het enige verschil is dat bij het plaatsen van een antenne-installatie op een rijksmonument de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is en bij provinciale en gemeentelijke monumenten de reguliere voorbereidingsprocedure geldt.
3.3.3 Milieuwetgeving
De Wet milieubeheer is voor een deel geïntegreerd in de Wabo en het Ivb is opgenomen in Bijlage I van het Besluit omgevingsrecht (Bor).
Indien een activiteit in deze bijlage wordt genoemd is het bedrijf die deze activiteit uitvoert, meestal een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Afhankelijk van de activiteit en de omvang van de inrichting kan een inrichting onder categorie A, B of C van het Activiteitenbesluit vallen. Inrichtingen die onder categorie A vallen zijn de zogenaamde niet meldingsplichtige inrichtingen. Deze inrichtingen moeten echter wel voldoen aan de algemene voorschriften uit de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit (o.a. afval en zorgplicht).
Als aan de volgende eisen wordt voldaan is een antenne-installatie en de zendinrichting een inrichting van de Wet milieubeheer die onder categorie A valt:
•een inrichting met een elektrisch vermogen of gezamenlijk vermogen voor de omzetting van elektrische energie in stralingsenergie, dat kleiner is dan 4 kW (Bor, Bijlage I, onderdeel C, categorie 20.3)
•als binnen de inrichting geen verbrandingsmotoren van meer dan 1,5 kW of elektromotoren of het gezamenlijk vermogen van de elektromotoren of verbrandingsmotoren van meer dan 1,5 kW aanwezig zijn (Bor, Bijlage I, onderdeel C, categorie 1.1 lid a en b).
Als bijvoorbeeld een aggregaat onderdeel uitmaakt van de inrichting (voor de stroomvoorziening), kan niet aan bovenstaande voorwaarden worden voldaan. De inrichting valt dan onder categorie B van het Activiteitenbesluit en is meldingsplichtig. De inrichting moet dan voor het oprichten en in gebruik zijn een melding doen via de Activiteitenbesluit Internet Module (AIM). De inrichting moet dan voldoen aan de van toepassing zijnde voorschriften uit het Activiteitenbesluit.
Een melding op het gebied van het Activiteitenbesluit is onderdeel van de ontvankelijkheid van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
Bijlage 1: Definities
Antenne: Een stelsel van elektrische geleiders dat dient om geleide elektromagnetsche golven om te zetten in vrij elektromagnetische golven of omgekeerd
Antenne-installatie: Het geheel van één of meerdere antennes, antennedrager, bedrading en apparatuur- of techniekkast met bijbehorende bevestigingsconstructie dat gebruikt wordt voor het verzenden en/of ontvangen van radiofrequente elektromagnetische velden
Vergunningvrij: een antenne-installatie voor mobiele telecommunicatie, bestaande uit antenne('s), antennedrager, bedrading en apparatuur of techniekkast(en) met bijbehorende bevestigingsconstructie, welke ingevolge de Woningwet zonder vergunning mag worden opgericht.
Vergunningplichtig: een antenne-installatie voor mobiele telecommunicatie, bestaande uit antenne('s), antennedrager, bedrading en apparatuur of techniekkast(en) met bijbehorende bevestigingsconstructie, voor de oprichting waarvan ingevolge de Woningwet een vergunning is vereist.
Blootstellingslimieten: Aanbevelingen die maximumwaarden stellen voor de elektrische veldsterkte waaraan de bevolking zonder gevaar voor de gezondheid kan worden blootgesteld
C2000: Het digitale mobiele netwerk voor de hulpverleningsdiensten in Nederland.
GSM: Afing van ‘Global System for Mobile communications’. Het is wereldwijd de meest gebruikte draadloze communicatietechnologie. In 1992 werden in Gsm wordt vooral gebruikt om te telefoneren en korte tekstberichten (sms) te verzenden.
Opstelpunt: Plaats waar een antenne-installatie geplaatst wordt. Dit kan zijn een hoogspanningsmast, stationsmast, betonnen mast, ander bouwwerk en/of een stuk grond, ieder afzonderlijk of gezamenlijk geschikt en bestemd voor het daaraan, daarop of daarin bevestigen en/of plaatsen van antennes, apparatuur en/of bijbehorende zaken.
UMTS: Afkorting van Universal Mobile Telecommunications System, een nieuwe wereldwijde standaard voor mobiele telefonie. Universal Mobile Telecommunications System (UMTS) is de opvolger van het GSM-netwerk.
Het digitale UMTS-netwerk heeft meer capaciteit en kan grote hoeveelheden data, in kleine digitale pakketjes, snel versturen. Dit maakt het netwerk geschikt voor breedband internet en andere vormen van datacommunicatie. UMTS moet het mogelijk maken om naast spraak een veelheid aan datacommunicatietoepassingen mobiel toegankelijk te maken, die ook via het vaste net beschikbaar zijn.
Provider: Zendgemachtigden zoals KPN, Vodafone, Ben e.a.
Zendmast: Een (vaak) vrijstaande mast die gebruikt kan worden door meerdere antenne-eigenaren met verschillende toepassingen. In een zendmast kunnen meerdere antenne-installaties geplaatst worden.
Bijlage 2: Bestaande antenne-installaties
Op onderstaande kaart staan de UMTS- en GSM-locaties aangegeven in respectievelijk blauwe en zwarte driehoeken. De groene driehoeken staan voor de radiozendamateurs.
Uit: Nationaal Antenneregister