Aanhef
De raad van de gemeente Oldebroek;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 augustus 2022 ;
nummer
besluit:
•de bodemkwaliteitskaart en de nota bodembeheer vast te stellen;
•het erkennen van bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten, aanpassen van het beleid als gevolg van wijzigingen in wet- en regelgeving te delegeren aan het college.
2 Bodemfunctie en bodemkwaliteit
2.3 Bodemkwaliteitskaart
2.3.1 PFAS
Voor PFAS is reeds een bodemkwaliteitskaart en bijbehorende beleidsregels opgesteld voor de regio Noord-Veluwe, met uitzondering van de gemeente Heerde en Hattem. Uit de resultaten blijkt dat PFAS geen belemmering is bij het grondverzet. Voor verdere details wordt verwezen naar de rapportage. Het beleid ten aanzien van het toepassen van PFAS-houdende grond is in deze Nota geïntegreerd. De ontgravingskaarten ten aanzien van PFAS zijn opgenomen in bijlage 3.
2.3.2 Ontgravingskaarten
In afwijking op de Richtlijn zijn de zones geclassificeerd op basis van de 80-percentielwaarde (P80: waarde waar 80 % van de waarnemingen onder ligt) in plaats van het rekenkundig gemiddelde. Deze keuze is in paragraaf 3.2 nader toegelicht. De ontgravingskaarten zijn te vinden in bijlage 3. In tabel 2.1 is de ontgravingsklasse per zone weergegeven. Hieruit blijkt dat de kwaliteit van de bovengrond van de zone ‘Bedrijven- en industrieterreinen’ beter is dan de bovengrond in de zone ‘Wonen’. Dat is niet uitzonderlijk als het gebied met de functie wonen al veel langer beïnvloed wordt door haar gebruik.
Ter controle zijn de hoogste waarnemingen van de zone Wonen in beeld gevraagd en deze liggen verspreid over de regio in diverse gemeenten. Er kan dus geen deelgebied worden aangemerkt met een afwijkende kwaliteit die de gemiddelde classificering beïnvloedt.
Het gebied Drielanden is verdacht op het voorkomen van arseen. De bodemkwaliteitskaart is niet opgesteld voor deze parameter (zie ook paragraf 3.8).
2.3.3 Toepassingskaarten
De toepassingskaart is de combinatie van de functie en de kwaliteit van de bodem. In tabel 2.1 staan de toepassingseisen. De kaarten zijn opgenomen in bijlage 4. Hierbij gelden de volgende opmerkingen:
•De toepassingseis van de gemeentelijke hoofdwegen en de provinciale wegen is bepaald aan de hand van de functie. De functie is Industrie. De dubbele toets is niet uitgevoerd, daar de kwaliteit van de bermen niet bepaald is. Dit is gebiedspecifiek beleid (zie ook paragraaf 3.6)
•De gemeentelijke bermen zijn begrensd op 0,5 m -mv. In de ondergrond wordt geen verdere beïnvloeding verwacht van de berm en deze is opgenomen in de aangrenzende zone. Eenzelfde redenatie is van toepassing voor provinciale wegbermen, maar aangezien deze in beheer zijn van de provincie zijn deze wel apart gezoneerd voor de ondergrond (zie ook paragraaf 3.6). Opgemerkt wordt dat de bermen óók verdacht zijn ten aanzien van asbest en dat asbest wel dieper dan 0,5 m -mv aangetroffen kan worden. Asbest is echter geen onderdeel van deze bodemkwaliteitskaart. Bermen ter plekke van verdachte deellocaties (toegangsdammen, lokale ophogingen, etc.) zijn uitgesloten van deze kaart
•De toepassingseis voor PFAS is bepaald aan de hand van het generieke kader (zie bijlage 1 voor uitleg) voor de wegbermen van de gemeentelijke hoofdstructuur en de provinciale wegen. Zo wordt toepassingsruimte gecreëerd voor toepasbare, licht PFAS-houdende grond. Voor de overige zones is de toepassingseis bepaald aan de hand van de ontgravingskwaliteit. Zo vindt er geen verslechtering van de bodemkwaliteit ten aanzien van PFAS plaats. Dit is gebiedspecifiek beleid
•Binnen de grondwaterbeschermingsgebieden gelden afwijkende toepassingseisen voor zowel standaardpakket als PFAS. De regels zijn opgenomen in het provinciale beleid
3 Gebiedspecifieke zaken
4.2 Basisregels
4.2.1 Vooronderzoek
De bodemkwaliteitskaart geeft de diffuse achtergrondkwaliteit van de bodem weer (zie hoofdstuk 2).
Locaties waarvan bekend dat er bodemverontreiniging aanwezig is, zijn uitgesloten van de kaart. Logischerwijs kan de kaart dan niet gebruikt worden voor grondverzet of voor het bepalen van de veiligheidsklasse. Om te bepalen of de bodemkwaliteitskaart gebruikt kan worden voor een locatie dient de initiatiefnemer een vooronderzoek te laten uitvoeren conform de norm NEN 5725. In deze norm zijn sinds 2018 specifieke onderzoeksaanleidingen (met bijbehorende onderzoeksvragen) beschreven om de kaart te kunnen gebruiken als bewijsmiddel. Te weten:
•Voor grondverzet: aanleiding F: Toetsing gebruik bodemkwaliteitskaart bij te ontgraven grond en het toepassen van grond
•Voor bepaling van veiligheidsklasse: aanleiding G: Opstellen hypothese over bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s (zie hoofdstuk 5).
Het vooronderzoek voor het gebruik van de bodemkwaliteitskaart in het kader van grondverzet (aanleiding F) dient op onderstaande vragen een antwoord te geven:
•Vallen de werkzaamheden (graven/opslaan/toepassen) volledig binnen de afbakening van de bodemkwaliteitskaart (horizontaal en verticaal)?
•Welke bodemkwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart(en) en
•welke lagen zijn daarbij onderscheiden?
•Is de bodem asbestverdacht?
•Is het op basis van de activiteiten, ontgraving of ongewoon voorval aannemelijk dat de bodemkwaliteit ter plaatse is veranderd sinds het vaststellen of actualiseren van de bodemkwaliteitskaart?
•Zijn er puntbronnen aanwezig of is ernstige bodemverontreiniging te verwachten binnen het
•ontgravingsprofiel? (locaties die op voorhand zijn uitgesloten, zijn opgenomen in paragraaf 2.3). Aandachtspunt hierbij is ook de bodemlaag rond de grondwaterstand die verdacht kan zijn op PFAS.
Het kan voorkomen dat uit het vooronderzoek volgt dat de bodemkwaliteitskaart gebruikt kan worden, maar dat er tijdens de werkzaamheden afwijkingen worden aangetroffen van hetgeen dat het vooronderzoek heeft uitgewezen (bijvoorbeeld vanwege het waarnemen van oliegeur of aantreffen van bijmenging zoals puin en/of asbestplaatjes). In die gevallen vervalt de geldigheid van de bodemkwaliteitskaart en dient alsnog aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd.
4.2.2 Zorgplicht
Onder alle omstandigheden moet bij het toepassen van grond en baggerspecie de wettelijke zorgplicht conform artikel 13 van de Wet bodembescherming (bodem) en artikel 7 van het Besluit bodemkwaliteit (toepassingen in oppervlaktewaterlichaam in beheer van gemeente) in acht worden genomen. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen een verplichting heeft om verontreiniging te voorkomen of wanneer voorkomen niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken.
Deze zorgplicht geldt ook in de situaties dat er geen onderzoeksplicht en meldingsplicht is zoals bij tijdelijke uitname (paragraaf 5.2). Ondanks dat er geen onderzoeksgegevens zijn kan toch op basis van gebruik of zintuiglijke waarnemingen een vermoeden van bodemverontreiniging zijn.
4.6 Aandachtspunten
4.6.1 Invasieve exoten
In het beheergebied van de regio Noord-Veluwe komt, net als elders in Nederland, de Japanse Duizendknoop voor. Deze plant is een zogenaamde invasieve exoot. Dat wil zeggen dat de plant hier van nature niet voorkomt, maar door de mens is geïntroduceerd. De Japanse Duizendknoop verspreidt zich makkelijk en is moeilijk te bestrijden. De plant kan veel schade aanrichten aan bijvoorbeeld infrastructurele werken en is ook slecht voor de biodiversiteit. Het is dan ook onwenselijk dat de plant zich door grondverzet verspreidt.
Verder is er recent (14 juli 2021) een handelsverbod op Aziatische duizendknopen, waaronder de Japanse Duizendknoop. Dit verbod gaat in op 1 januari 2022 en is ook van toepassing op handel in grond en bagger met daarin plantenresten van deze duizendknopen. Bij grondverzet dient dan ook te worden geverifieerd of de Japanse Duizendknoop, Sachalinse Duizendknoop en de Bastaardduizend-knoop voorkomt op locatie.
Aangezien de locaties van voorkomen van gedurende de tijd snel kan veranderen, is er geen kaart opgenomen in deze Nota. Via www.waarneming.nl kan het voorkomen van de Japanse Duizendknoop (en andere soorten) worden gecheckt. De kaart op deze site is niet volledig maar geeft een goede indicatie.
4.6.2 Overige aandachtspunten
Overige aandachtspunten, die buiten de scope van deze Nota vallen, maar waarover afstemming plaats
moet vinden met de gemeenten in de regio Noord-Veluwe zijn:
•Niet-gesprongen explosieven (NGE)
•Archeologische waarden
•Ecologische waarden
Bijlage 1. Bodemkwaliteitskaart
Bodemfunctiekaart
Ontgravingskaarten
Bovengrond
Ondergrond
Toepassingskaarten
Bovengrond
Ondergrond