Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek,
gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en de Participatiewet (PW) en de Uitvoeringsnota Bestaanszekerheid 2025-2029, gezien het college het wenselijk acht om nadere regels op te stellen over de gemeentelijke regelingen op het gebied van inkomensondersteuning,
besluit vast te stellen:
de Beleidsregels Inkomensondersteuning gemeente Oldebroek 2026
Algemene bijstand
Er zijn verschillende voorwaarden met betrekking tot inkomsten, vermogen en vrijlatingen die van belang zijn bij de toetsing voor het verstrekken van een bijstandsuitkering. De regels onder Algemene Bijstand geven de kaders met betrekking tot deze criteria weer.
5. Medische kosten
5.3. Overzicht kosten
5.3.1. Eigen bijdrage basiszorgverzekering
Voor de eigen bijdragen vanuit de basiszorgverzekering is bijzondere bijstand mogelijk. Dit geldt niet voor aanvullende verzekeringen, het wettelijk eigen risico en het vrijwillig eigen risico.
5.3.2. Geneesmiddelen
Voor zowel zelfhulpgeneesmiddelen als geneesmiddelen die u op recept van een arts gebruikt geldt dat deze in principe worden vergoed vanuit de basisverzekering. Het basispakket van de Zorgverzekeringswet (Zvw) heeft betrekking op noodzakelijke, op genezing gerichte zorg. Voor geneesmiddelen die buiten de basiszorgverzekering vallen is dan ook geen recht op bijzondere bijstand mogelijk.
5.3.3. Hoortoestel
Voor een hoortoestel wordt 75% van de kosten vergoed vanuit de basisverzekering. Bijzondere bijstand ter hoogte van de eigen bijdrage van 25% op een hoortoestel uit de aangemeten categorie is mogelijk. Voor kinderen onder de 18 jaar geldt dat 100% van de kosten wordt vergoed vanuit de basisverzekering. In de aangemeten categorie wordt uitgegaan van de goedkoopst adequate voorziening. Voor een verzekering van een gehoorapparaat is geen bijzondere bijstand mogelijk.
5.3.4. Orthopedisch schoeisel
Voor orthopedisch schoeisel geldt een wettelijke eigen bijdrage. Voor de eigen bijdrage kan bijzondere bijstand worden verstrekt.
De hoogte van de te verstrekken bijzondere bijstand voor orthopedisch schoeisel is de wettelijke eigen bijdrage per paar met aftrek van het normbedrag uit de prijzengids van het Nibud voor normale schoenen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen kinderschoenen (tot 16 jaar) en volwassenen (ouder dan 16 jaar en of het heren- of damesschoenen betreft).
De hoogte van de bijzondere bijstand voor orthopedisch schoeisel is maximaal de eigen bijdrage verminderd met een eventuele vergoeding van de zorgverzekering voor de eigen bijdrage en het normbedrag voor normale schoenen (nibud).
5.3.5. Ziekenvervoer
Voor ziekenvervoer geldt een wettelijke eigen bijdrage. Voor de eigen bijdrage kan bijzondere bijstand worden verstrekt. De hoogte van de bijstand is nooit meer dan de wettelijke eigen bijdrage.
5.3.6. Brillen en contactlenzen
Brillen en contactlenzen worden slechts in enkele gevallen vergoed door de zorgverzekeraar (Zie zorginstituut Nederland) onder de basisverzekering, gewone brillen (glazen en montuur) komen bij inwoners ouder dan 18 niet in aanmerking voor een vergoeding vanuit het basispakket.
Voor kinderen jonger dan 18 jaar is een gedeeltelijke vergoeding vanuit de basisverzekering mogelijk voor brillenglazen. Voor de eigen bijdrage voor lenzen en brillen in deze gevallen is bijzondere bijstand mogelijk. De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt maximaal €59,50,- per glas/lens.
Wanneer de sterkte van de glazen moet worden aangepast of als het montuur te klein is geworden bij opgroeiende kinderen is het mogelijk om tussentijds bijzondere bijstand te verstrekken. Er is geen bijzondere bijstand mogelijk voor een zonnebril, gekleurde glazen of lenzen, duikbril, lasbril, computerbril of een andere speciale brillen. De maximale vergoeding vanuit de bijzondere bijstand is gelijk aan de maximale vergoeding in de meest uitgebreide polis van de collectieve zorgverzekering van de gemeente Oldebroek.
5.3.7. Dieetproducten
Als er sprake is van een noodzakelijk dieet en hiervoor dieetproducten moeten worden aangeschaft, kan voor de meerkosten bijzondere bijstand worden verstrekt. Meerkosten zijn de extra uitgaven die betrokkene heeft aan voeding als gevolg van zijn dieet. Hierbij moet eerst worden nagegaan of de zorgverzekeraar een deel van de kosten vergoedt.
De meerkosten van dieetproducten zijn opgenomen in de prijzengids van het Nibud. De meerkosten worden maandelijks uitbetaald.
Let op: Dieetpreparaten vallen onder de Zvw (Zorgverzekeringswet) of Wlz (Wet langdurige zorg)-regeling voor farmaceutische hulp en zijn daarmee voorliggend. Hiervoor wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.
Artikel 5.3.8. Tandheelkundige hulp
Tandartskosten
De vergoeding voor tandheelkundig hulp is voor een deel in de basisverzekering opgenomen en wordt voor een deel vergoed via aanvullende verzekeringen. Dit betekent dat de Zorgverzekeringswet een passende en toereikende voorliggende voorziening is. Dit geldt ook als de gemaakte kosten niet (volledig) door de (aanvullende) verzekering worden vergoed.
Kunstgebit
Voor de eigen bijdrage die betaald moet worden voor kosten uit de basisverzekering is bijzondere bijstand mogelijk. De basisverzekering dekt de kosten van chirurgische tandheelkundige hulp, röntgenonderzoek en uitneembare kunstgebitten. De bijzondere bijstand is maximaal de eigen bijdrage verminderd met een eventuele vergoeding van de (aanvullende) zorgverzekering voor de eigen bijdrage. Indien de aanvrager geen aanvullende verzekering heeft die de wettelijke eigen bijdrage vergoedt, kan hiervoor bijzondere bijstand worden verstrekt.
Orthodontie tot 18 jaar
Bijzondere bijstand is mogelijk voor een deel van de kosten van orthodontie voor kinderen tot en met 17 jaar. Er kan bijzondere bijstand voor orthodontie worden verstrekt wanneer iemand hiervoor aanvullend verzekerd is. Iemand die niet aanvullend verzekerd is heeft geen recht op bijzondere bijstand. De hoogte van de bijzondere bijstand is afhankelijk van de eigen bijdrage vanuit de aanvullende verzekering. Indien het maximale bedrag is bereikt bij de zorgverzekeraar kan er geen bijzondere bijstand meer worden verstrekt.
5.3.9. Bevallingskosten en kraamzorg
Bijzondere bijstand is mogelijk voor de wettelijke eigen bijdragen van de zorgverzekering voor kraamzorg, voor zover deze niet wordt vergoed door de zorgverzekeraar.
De wettelijke eigen bijdrage van de zorgverzekering voor de bevalling in een ziekenhuis of geboortecentrum zonder medische of sociale indicatie komt niet in aanmerking voor bijzondere bijstand.
5.3.10. Alarmeringskosten
De alarmeringsapparatuur, installatie en instructie en onderhoud, reparatie of vervanging wordt voor 100% vergoed vanuit de basisverzekering. Bijzondere bijstand is mogelijk voor kosten voor de abonnementskosten op de alarmcentrale voor zover deze niet door de zorgverzekering, WLZ of WMO worden vergoedt of wanneer er sprake is van een lichamelijke beperking of ziekte en daardoor een verhoogd risico is om in een noodsituatie terecht te komen.
5.3.11. Stookkosten
Verwarmingskosten behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Alleen indien er sprake is van bijzondere omstandigheden als gevolg van ziekte kan er aanleiding zijn om bijstand te verlenen voor de meerkosten van verwarming die noodzakelijk is in verband met de ziekte.
Een onafhankelijk medisch advies wordt gevraagd om te bepalen of sprake is van een zodanige ziekte dat extra hoog verwarmen noodzaak is en hoeveel ruimtes dit betreft.
De hoogte van de vergoeding bedraag maximaal €15,- per maand per kamer met een maximum van 2 kamers.
5.3.12. Maaltijdvoorziening
Indien dit (medisch) noodzakelijk is en er geen andere oplossing mogelijk is kan bijzondere bijstand worden verleend voor de extra kosten van een warme maaltijd voorziening.
De vergoeding bijzondere bijstand wordt verstrekt voor de meerkosten. Dit zijn de kosten minus de kosten uit de Nibud prijzengids voor een warme maaltijd.
5.3.13. Eigen bijdrage WMO
Voor de wettelijke eigen bijdrage WMO (Wet maatschappelijk ondersteuning) kan bijzondere bijstand worden verleend, deze is niet inkomensafhankelijk. De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan de eigen bijdrage. Om aanvragen te voorkomen is aan het CIZ de opdracht gegeven om geen eigen bijdrage in rekening te brengen tot een inkomen van 120% van de bijstandsnorm.
8. Overige kosten
8.3. Juridische kosten
8.3.1. Bewindvoering, mentorschap en curatele
Bijzondere bijstand is mogelijk voor de kosten van bewindvoerders, mentoren en curatoren indien de bewindvoerder, mentor en curator door de Kantonrechter is benoemd. Voor de kosten van bewindvoering in het kader van de WSNP bestaat geen recht op bijzondere bijstand.
De hoogte van de bijzondere bijstand is maximaal de beloning die is genoemd in de Regeling curatoren, bewindvoerders en mentoren.
8.3.2. Kosten rechtsbijstand
Indien sprake is van een toevoeging (gesubsidieerde rechtsbijstand) van de Raad voor Rechtsbijstand kan bijzondere bijstand worden verleend voor de kosten van de eigen bijdrage, griffierechten, kosten uittreksels van de gemeente, kosten getuigen of deskundigen en (overige) proceskostenvergoeding.
8.5. Reiskosten
8.5.1. Reiskosten in verband met therapie / behandeling
De reiskosten voor bezoek aan een psycholoog, therapeut of een verslavingskliniek komen voor bijzondere bijstand in aanmerking als er geen sprake is van een volledige vergoeding vanuit een voorliggende voorziening, zoals Wlz, Wmo of zorgverzekering. De noodzaak en frequentie van de reiskosten wordt op individuele basis vastgesteld. Voor het vaststellen van de noodzaak dient ook gekeken te worden of er geen passende therapeut, psycholoog of behandelaar binnen de straal van 10 kilometer beschikbaar is.
8.5.2. Reiskosten bezoek aan uithuisgeplaatste kinderen
Als er geen beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening is bijzondere bijstand voor reiskosten mogelijk. Voor de bezoekfrequentie wordt aangesloten bij de bezoekregeling zoals bepaald door het CJG of de begeleidende organisatie.
8.5.3. Reiskosten bezoek gedetineerde
De reiskosten voor het bezoeken van een gedetineerde komen in aanmerking voor bijzondere bijstand wanneer:
1De gedetineerde hoort tot de 1e of 2egraads familie van inwoner, en:
2De gedetineerde verblijft in een gesloten inrichting, en:
3De bezoekfrequentie is maximaal 1 keer per maand per gezinslid, en:
4De inrichting buiten de gemeente is gelegen maar binnen Nederland.
8.5.4. Reiskosten bezoek zieke familieleden
De reiskosten van het woonadres van de inwoner naar het adres het zieke familielid verblijft komt in aanmerking voor bijzondere bijstand onder de volgende voorwaarden:
1De zieke betreft 1e of 2egraads familie van inwoner, en:
2Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als het gaat om incidentele kosten.
Het aantal bezoeken en de hoogte van de bijzondere bijstand is afhankelijk van de ernst van de situatie en de afstand tussen woonplaats en het adres waar het zieke familielid verblijft. Dit zal individueel beoordeeld worden.
8.5.5. Reiskosten bij inburgering
De kosten voor het vervoer van het woonadres van de inburgeraar naar de locatie waar de lessen en trainingen plaatsvinden komen in aanmerking voor bijzondere bijstand. Hiervoor wordt een mobiliteitskaart (OV Budgetkaart) beschikbaar gesteld. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten met het openbaar vervoer. In bijzondere situaties kan de consulent inburgering bepalen dat een mobiliteitskaart niet passend is. Dan worden de reiskosten vergoed op basis van de belastingvrije reiskostenvergoeding per kilometer.
8.6. Toeslag levensonderhoud jongeren 18 t/m 20 jaar
8.6.1. Jongeren niet in een inrichting
Jongeren van 18 tot en met 20 jaar kunnen in aanmerking komen voor een aanvullende norm binnen de algemene bijstand wanneer zij zelfstandig wonen en wanneer redelijkerwijs geen beroep kan worden gedaan op ondersteuning door ouders.
De hoogte van de aanvullende norm wordt vastgesteld volgens de landelijk geharmoniseerde jongerennorm zoals opgenomen in artikel 20 Participatiewet. Het college kan deze norm verhogen of verlagen binnen de wettelijke kaders, waarbij de totale norm nooit hoger mag zijn dan de bijstandsnorm voor een 21 jarige in vergelijkbare omstandigheden (exclusief vakantietoeslag).
8.6.2. Jongeren wel in een inrichting
Er is bijzondere bijstand mogelijk voor jongeren tussen de 18 en 20 jaar die in een inrichting verblijven wanneer zij de onderhoudsplicht richting hun ouders niet ten gelde kunnen maken. Deze groep is volgens artikel 13, lid 2 onder 1 van de PW uitgesloten van het recht op algemene bijstand.
De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt de norm voor een in een inrichting verblijvende alleenstaande van 21 jaar of ouder tot Aow-leeftijd. De bijzondere bijstand wordt waar mogelijk verhaald op de ouders.
Algemene toelichting
Artikel 11.6. Toelichting op besteding
De activiteitenbijdrage moet worden besteed aan culturele, maatschappelijke en sportieve voorzieningen en activiteiten. De inwoner moet tot 1 jaar na toekenning de bewijsstukken voor de besteding bewaren.
Onderstaande voorzieningen en activiteiten vallen onder de in de regeling vastgestelde voorwaarden, waaraan een volwassene of kind zijn activiteitenbijdrage kan besteden.
Volwassene
Kind
Contributies verenigingen, zoals een sport vereniging, scouting of muziekvereniging. Indien het Volwassenfonds sport en cultuur niet toereikend is.
Contributie voor sport, cultuur en muziek, indien het Jeugdfonds sport en cultuur niet toereikend is.
Kosten vervoer naar vereniging.
Kosten vervoer naar vereniging.
Kosten hobby’s en vrijwilligerswerk zoals tablet, laptop of computer, fiets, inclusief reparatie en onderhoud, reiskosten.
Kosten activiteiten op school, oppas en hobby’s. Bijvoorbeeld gymkleding, schoolreisjes, reiskosten, schoolbijdrage, tablet /laptop/ computer, fiets, inclusief reparatie en onderhoud.
Abonnementen en lidmaatschappen op bijv. bibliotheek, museumkaart, politieke partij, belangenorganisatie.
Abonnementen en lidmaatschappen op een tijdschrift of een museumkaart.
Entreegelden voor bioscoop, musea, zwembad, theater, pretpark, etc.
Entreegelden voor bioscoop, musea, zwembad, theater, pretpark, etc.
Sportkleding en attributen voor sport.
Sportkleding en attributen voor sport
Lesgeld van bijvoorbeeld een computercursus.
Schoolreisje of werkweek.
Legeskosten zoals bijvoorbeeld identiteitskaart, paspoort of gehandicaptenparkeerkaart