Gemeentelijke regelgeving

Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning 2025 gemeente Oldambt

Gemeente Oldambt · geldt sinds 1 januari 2025

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldambt;

Gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldambt 2025;

besluit:

vast te stellen de volgende nadere regels:

Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldambt 2025

Artikel 1. Begripsbepalingen en eigen bijdrage

1In deze nadere regels wordt verstaan onder:

a.Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning;

b.Budgetperiode: de periode waar een persoonsgebonden budget (Pgb) betrekking op heeft;

c.Budgethouder: de cliënt die de verplichtingen verbonden aan het Pgb uitvoert (overeenkomsten aangaan, aansturen van de ondersteuning, declareren en verantwoorden);

d.College: het college van burgemeester en wethouders van Oldambt;

e.Instandhoudingskosten: kosten die redelijkerwijs gemaakt moeten worden om een voorziening te kunnen gebruiken en de levensduur te waarborgen. Deze kosten betreffen uitsluitend kosten van reparaties en onderhoud en (zo nodig), WA- of ALLRISK verzekering van woonvoorzieningen, vervoermiddelen en rolstoelen die zijn verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2025 Oldambt;

f.Maatwerkvoorziening: een voorziening afgestemd op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een specifieke persoon en die door het college in zorg in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt verstrekt;

g.Persoonsgebonden budget (Pgb): persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet; een budget waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken;

h.Sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt;

i.Uitvoeringsbesluit: het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015;

j.Verordening: de verordening maatschappelijke ondersteuning 2025 gemeente Oldambt;

k.Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

l.Zorg in natura (ZIN): zorg, ondersteuning of voorzieningen die de cliënt nodig heeft via een instelling of leverancier die een contract heeft met de gemeente.

2De begrippen die in dit Financieel besluit gehanteerd worden hebben (tenzij anders aangegeven) de betekenis zoals omschreven in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en de verordening maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Oldambt 2025. De artikelen in dit Financieel besluit zijn aanvullend op het landelijk vastgestelde Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldambt 2025.

3Bijdrage in de kosten:

a.Een cliënt dient voor een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo een vaste eigen bijdrage te betalen (het abonnementstarief) ongeacht het inkomen, vermogen en de hoeveelheid hulp en/of ondersteuning;

b.De hoogte van de eigen bijdrage is op basis van het bepaalde in de artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de wet en bedraagt per 1 januari 2025 € 21,-;

c.De eigen bijdrage wordt geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK);

d.De eigen bijdrage bedraagt niet meer dan de kostprijs voor de voorziening.

e.In de volgende situaties hoeft een cliënt geen abonnementstarief te betalen:

I. cliënt is getrouwd/heeft een geregistreerd partnerschap/ leeft samen en vormt een gezamenlijk huishouden met iemand en één van beide heeft de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikt;

II. cliënt betaalt al een eigen bijdrage voor beschermd wonen of voor de WLZ (art. 2.1.4 a en art. 2.1.4 b Wmo);

4Voor de volgende maatwerkvoorzieningen betaalt cliënt geen abonnementstarief:

a.Rolstoelvoorzieningen;

b.Maatwerkvoorzieningen verstrekt aan kinderen tot 18 jaar;

c.Regiotaxi;

d.Verhuiskostenvergoeding;

e.Voor (huishoudelijke) ondersteuning betaalt cliënt een eigen bijdrage zolang hij gebruik maakt van de maatwerkvoorziening.

5Voor een vervoersvoorziening betaalt een cliënt een eigen bijdrage zolang hij gebruik maakt van de maatwerkvoorziening. De instandhoudingskosten per maand liggen hoger dan het abonnementstarief.

6Voor een woonvoorziening betaalt een cliënt een eigen bijdrage tot de hoogte van de kostprijs van de voorziening.

Artikel 2. Tarieven Zorg in Natura (ZIN) en Persoonsgebonden budget (Pgb) voor huishoudelijke ondersteuning, begeleiding en vervoer

Artikel 3. Tarieven Persoonsgebonden budget (Pgb) voor een dienst

1Het college betaalt het Pgb voor een dienst aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De SVB betaalt, na het toekenningsbericht en nadat het besluit op de aanvraag van de inwoner is genomen van het college, de formele of informele aanbieder met wie de inwoner een zorgovereenkomst is aangegaan.

2Een gedeelte van de verantwoording van het Pgb vindt vooraf plaats via de zorgovereenkomst die de Pgb-budgethouder met de formele of informele aanbieder afsluit. Deze wordt goedgekeurd door de SVB (arbeidsrechtelijk) en de gemeente (zorginhoudelijk).

3Iedere Pgb-budgethouder dient alle documenten die betrekking hebben op het Pgb en de aanschaf van de voorziening dan wel de inhuur van een formele of informele aanbieder, gedurende vijf jaar te bewaren en als daarom wordt gevraagd (een kopie van) de stukken aan de gemeente verstrekken.

4De gemeente kan de stukken opvragen bij een steekproefsgewijze controle op de kwaliteit en/of rechtmatigheid van het Pgb of een controle naar aanleiding van signalen over onjuiste besteding van het Pgb door de budgethouder en/of de formele of informele aanbieder.

Artikel 4. Tarieven Beschermd wonen

1Voor Beschermd Wonen is geen tarief voor informele ondersteuning vastgesteld, omdat voor Beschermd Wonen geen verstrekking mogelijk is via een Pgb informele ondersteuning.

2Voor Maatschappelijke Opvang of Vrouwenopvang is geen Pgb-tarief vastgesteld, omdat hiervoor geen Pgb als verstrekkingsvorm mogelijk is.

3Alle genoemde tarieven zijn maximum tarieven.

4Het in de beschikking vastgestelde Pgb en tarief geldt gedurende de looptijd van de beschikking.

5Indien het tarief van de door de bewoner gekozen zorgaanbieder hoger is dan het maximum vastgestelde tarief in het Financieel besluit 2025 van de gemeente Oldambt, betaalt de bewoner het meerdere zelf.

6De maximum hoogte van de ZIN en Pgb zijn als volgt vastgesteld:

Tabel 3 Tarieven Beschermd Wonen Zorg in Natura (ZIN)

TABEL 2025 ZIN

Productcode

Productnaam

ZIN-tarief 2025

Eenheid

15A60

Verblijf met 24 uurs toezicht

€ 183,25

per etmaal

15A66

Verblijf met toezicht nabij en op afroep

€ 168,58

per etmaal

15A62

Woonbegeleiding Complex

€ 82,64

per uur

15A63

Activering en participatie

€ 41,28

per dagdeel

15A64

Vervoer Activering en participatie (bij verblijf)

€ 9,80

per retour

15A65

Vervoer met rolstoel Activering en participatie (bij verblijf)

€ 25,47

per retour

15A76

Thuis Plus in eigen woning (ambulant): bandbreedte 1 tot en met 3 uur per week

€ 37,67

per etmaal

15A77

Thuis Plus in eigen woning (ambulant): bandbreedte 4 tot en met 6 uur per week

€ 70,98

per etmaal

15A78

Thuis Plus in eigen woning (ambulant): bandbreedte 7 tot en met 10 uur per week

€ 110,68

per etmaal

15A86

Thuis Plus in woning aanbieder (ambulant): bandbreedte 1 tot en met 3 uur per week

€ 37,67

per etmaal

15A87

Thuis Plus in woning aanbieder (ambulant): bandbreedte 4 tot en met 6 uur per week

€ 70,98

per etmaal

15A88

Thuis Plus in woning aanbieder (ambulant): bandbreedte 7 tot en met 10 uur per week

€ 110,68

per etmaal

15A72

Woonbegeleiding Complex (bij Thuis Plus)

€ 89,06

per uur

15A73

Activering en participatie (bij Thuis Plus) alleen Arbeidsmatige activiteiten

€ 41,28

per dagdeel

15A74

Vervoer Activering en Participatie (bij Thuis Plus)

€ 9,80

per retour

15A75

Vervoer rolstoel Activering en Participatie (bij Thuis Plus)

€ 25,47

per retour

Tabel 4 Tarieven Beschermd Wonen Persoonsgebonden budget (Pgb)

TABEL 2025 PGB

Productcode

Productnaam

PGB-tarief 2025

PGB-tarief 2025 voor ZZP

Eenheid

15A60

Verblijf met 24 uurs toezicht (met wooncomponent)

€ 183,25

€ 155,76

per etmaal

15P60

Verblijf met 24 uurs toezicht (zonder wooncomponent)

€ 147,24

€ 125,15

per etmaal

15A66

Verblijf met toezicht nabij en op afroep (met wooncomponent)

€ 168,58

€ 143,30

per etmaal

15P66

Verblijf met toezicht nabij en op afroep (zonde wooncomponent)

€ 132,57

€ 112,69

per etmaal

15P62

Woonbegeleiding Complex

€ 82,64

€ 70,24

per uur

15P63

Activering en participatie

€ 41,28

€ 35,09

per dagdeel

15P64

Vervoer Activering en participatie (bij verblijf)

€ 9,80

€ 9,80

per retour

15P65

Vervoer met rolstoel Activering en participatie (bij verblijf)

€ 25,47

€ 25,47

per retour

15P76

Thuis Plus (ambulant): bandbreedte 1 tot en met 3 uur per week

€ 37,67

€ 32,02

per etmaal

15P77

Thuis Plus (ambulant): bandbreedte 4 tot en met 6 uur per week

€ 70,98

€ 60,34

per etmaal

15P78

Thuis Plus (ambulant): bandbreedte 7 tot en met 10 uur per week

€ 110,68

€ 94,08

per etmaal

15A86

Thuis Plus in woning aanbieder (ambulant): bandbreedte 1 tot en met 3 uur per week

€ 37,67

€ 32,02

per etmaal

15A87

Thuis Plus in woning aanbieder (ambulant): bandbreedte 4 tot en met 6 uur per week

€ 70,98

€ 60,34

per etmaal

15A88

Thuis Plus in woning aanbieder (ambulant): bandbreedte 7 tot en met 10 uur per week

€ 110,68

€ 94,08

per etmaal

15P72

Woonbegeleiding Complex (bij Thuis Plus)

€ 89,06

€ 75,70

per uur

15P73

Activering en participatie (bij Thuis Plus) alleen Arbeidsmatige activiteiten

€ 41,28

€ 35,09

per dagdeel

15P74

Vervoer Activering en Participatie (bij Thuis Plus)

€ 9,80

€ 9,80

per retour

15P75

Vervoer rolstoel Activering en Participatie (bij Thuis Plus)

€ 25,47

€ 25,47

per retour

Artikel 5. Woonvoorzieningen

1Komen de totale kosten van de woonvoorzieningen boven de € 10.000,- dan geldt het primaat verhuizen en wordt in principe de woning niet aangepast.

2Het bedrag dat verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken van een woning bedraagt maximaal € 3.134,-.

3De vergoeding voor de kosten van tijdelijke huisvesting is gebaseerd op artikel 13, lid 1 van de Wet op de huurtoeslag (maximale huur in de sociale sector per maand).

4Hoogte vergoeding bij woningsanering:

•De vergoeding voor woningsanering betreft uitsluitend kosten die noodzakelijk zijn voor vervanging van vloerbedekking en/of gordijnen in verband met cara of allergische aandoeningen.

•Voor vloerbedekking en raambedekking gelden de volgende normbedragen per m2 inclusief bijkomende kosten als egaliseren, leggen, ophangen etc.

•Vinyl (PVC) vloerbedekking (rolstoelgeschikt) per strekkende meter van 4 meter breed: maximaal € 72,50.

•Gordijnen/lamellen per m2 raamoppervlak: maximaal € 22,00.

•Bij de berekening van het bedrag wordt rekening gehouden met afschrijftermijnen als genoemd in artikel 3.6.1.8c van de nadere regels maatschappelijke ondersteuning Oldambt.

Artikel 6. Woningaanpassing woonwagens en woonschepen

Het college kan op aanvraag een Pgb toekennen voor woningaanpassing voor een woonwagen of woonschip indien:

a.de technische levensduur van de woonwagen of het woonschip nog minimaal vijf jaar is;

b.de stand- en ligplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt.

Artikel 7. Verkoop woning

Bij verkoop van de woning waarin een voorziening is aangebracht binnen een periode van tien jaar hieraan voorafgaand, dient de kostprijs minus de eigen bijdrage te worden terugbetaald volgens het afschrijvingsschema:

a.eerste en tweede jaar: 100% van het bedrag;

b.derde en vierde jaar: 80% van het bedrag;

c.vijfde en zesde jaar: 60% van het bedrag;

d.zevende en achtste jaar: 40% van het bedrag;

e.negende en tiende jaar: 20% van het bedrag.

Artikel 8. Verhuis en inrichtingskosten

De kosten voor verhuizen wordt in de vorm van een Pgb verstrekt, gebaseerd op de werkelijke kosten tot een vastgesteld maximumbedrag van € 2.750,-. Daarvoor is het noodzakelijk om een gedetailleerd kostenoverzicht in te dienen.

Artikel 9. Pgb budget woningaanpassing

1De hoogte van het Pgb voor het realiseren van een woningaanpassing wordt vastgesteld op basis van tenminste twee in te dienen offertes en een door het college goedgekeurd programma van eisen (kwaliteit).

2Bij de verlening van een Pgb voor het realiseren van een woningaanpassing dient binnen drie maanden na het toekenningsbesluit met de werkzaamheden te worden begonnen.

3Het Pgb voor woningaanpassingen moet binnen 15 maanden na toekenning zijn aangewend voor de bekostiging van het doel waarvoor het Pgb is verleend en voldoen aan het programma van eisen als bedoeld in het vorige lid.

4Voor de verstrekking van een Pgb voor een woningaanpassing gelden de volgende voorwaarden:

a.met de werkzaamheden waarop de maatwerkvoorziening betrekking heeft, mag geen aanvang worden gemaakt voordat het college positief heeft beslist op de aanvraag, tenzij het college de cliënt schriftelijk toestemming heeft verleend;

b.de aanvrager biedt het college de gelegenheid op één of meer door het college te bepalen tijdstippen toegang tot de woning of het gedeelte van de woning waar de aanpassing wordt aangebracht te geven;

c.de cliënt verstrekt desgevraagd inzage in de bescheiden en tekeningen die betrekking hebben op de woningaanpassing;

d.aan het college wordt desgevraagd de gelegenheid geboden tot het controleren van de woningaanpassing.

5De cliënt aan wie een Pgb is toegekend voor het realiseren van een woningaanpassing aan de eigen woning is verplicht zorg te dragen voor een opstalverzekering die in voldoende mate de te verzekeren waarde van de woning dan wel de getroffen woningaanpassing dekt voor het risico van schade.

6Bij een bouwkundige aanpassing dient er overleg te worden gevoerd met medewerkers van het Omgevingsloket van de gemeente.

Artikel 10. Vervoer

1Indien een Pgb voor aanschaf van een vervoersvoorziening wordt verstrekt, kan zo nodig ook een Pgb voor onderhoud, service en verzekering worden toegekend.

2Het Pgb voor onderhoud, service en verzekering wordt éénmalig beschikbaar gesteld gebaseerd op de in het gebruikelijk verkeer bedoelde technische levensduur van de vervoersvoorziening.

3De kosten voor een aanpassing van de eigen auto worden toegekend tot ten hoogste € 7.500,= éénmalig voor een periode van 5 jaar.

Artikel 11. Bijdrage in de kosten maatwerkvoorziening en persoonsgebonden budget

1De cliënt aan wie een maatwerkvoorziening of een Pgb is toegekend voor diensten is de bijdrage in de kosten verschuldigd gedurende de periode van de indicatie dan wel de budgetperiode.

2Het college hanteert de norm dat de eigen bijdrage nooit de kosten van de verstrekte voorziening mag overschrijden. De looptijd van de eigen bijdrage wordt gebaseerd op de kosten van de voorziening.

3De kostprijs van een bouwkundige of woon technische woningaanpassing wordt vastgesteld op basis van de door het college geaccepteerde offerte, of op basis van vaste prijsafspraken.

Artikel 12. Bijdrage in de kosten Publiek Vervoer

Eigen bijdrage reiziger

1Ritten tot en met 25 kilometer:

•Per kilometer € 0,27;

•Daar bovenop per rit een instaptarief van € 1,27;

•Het instaptarief moet worden betaald bij elke rit. Er geldt geen vrijstelling tijdens daluren;

•Geregistreerde inwonende kinderen tot 12 jaar mogen gratis meereizen.

•Een assistenthond (Sociale Hond of assistenthond Activiteiten in het Dagelijks Leven) of hulphond mag ook gratis meereizen als dit door de gemeente is goedgekeurd.

2Ritten van meer dan 25 kilometer:

Voor elke kilometer meer dan 25 kilometer moet het commerciële tarief van de vervoerder worden betaald.

3De huisgenot en of mantelzorger betaald dezelfde bijdrage als de pashouder/reiziger.

Medereiziger-tarief

Connexxion

1Medereizigers via de taxi moeten per persoon zelf de ritkosten betalen.

2Medereiziger betaalt voor ritten tot en met 25 kilometer:

•Per kilometer € 0,59;

•Er hoeft geen instaptarief te worden betaald.

3Medereiziger betaalt voor ritten van meer dan 25 kilometer:

•Voor elke kilometer meer dan 25 kilometer moet het commerciële tarief van de vervoerder worden betaald.

Artikel 13. Hulpmiddelen in eigendom

Hulpmiddelen kunnen zowel in bruikleen als in eigendom worden verstrekt. Relatief goedkope hulpmiddelen (waarvan de kosten van transport en reiniging voor herverstrekking niet opwegen tegen de kosten van verstrekking van een nieuw hulpmiddel), worden in eigendom verstrekt. Een scootmobiel blijft in principe eigendom van de gemeente.

Artikel 14. Verplichtingen budgethouder bij vervoersvoorzieningen en hulpmiddelen

Bij de verstrekking van een Pgb voor een vervoersvoorziening of een hulpmiddel worden, voor zover van toepassing in de individuele situatie, de volgende voorwaarden opgelegd:

1De budgethouder is verplicht om gedurende de gebruiksduur de aangeschafte voorziening voldoende te laten onderhouden en kan verplicht worden een onderhoudscontract af te sluiten met een leverancier, waarin tenminste zijn opgenomen de kosten van reparaties (inclusief onderdelen, voorrijkosten en arbeidsloon), 24-uurs-service, recht op gebruik van leenvoorziening, jaarlijks onderhoud en keuring;

2De budgethouder dient de aangeschafte voorziening, voor zover van toepassing, toereikend te verzekeren. Bij aanschaf van een vervoersvoorziening dient de budgethouder een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten.

3De budgethouder dient het college desgevraagd in de gelegenheid te stellen de met het Pgb aangeschafte maatwerkvoorziening te bezichtigen en te (laten) beoordelen.

4Ingeval het gebruik van de voorziening welke met een Pgb is aangeschaft, is beëindigd en de gebruiksduur van de voorziening niet geheel is verstreken, is de budgethouder verplicht de voorziening te retourneren dan wel de restwaarde, onder verrekening van eventueel ingebrachte eigen middelen, aan de gemeente te vergoeden.

Artikel 15. Budgetperioden en hoogte PGB-voorzieningen

1Het Pgb wordt geacht in ieder geval toereikend te zijn om, rekening houdend met de economische levensduur, het geïndiceerde hulpmiddel met het Pgb aan te schaffen. De budgethouder wordt geacht gedurende deze periode te kunnen gebruikmaken van een compenserende maatwerkvoorziening.

2Indien de afschrijvingstermijn van het geïndiceerde hulpmiddel, al dan niet aangeschaft met een Pgb, is verstreken kan deze door het verlenen van instandhoudingskosten nog steeds als goedkoopst passende bijdrage worden aangemerkt. De gebruikersduur wordt in dit geval dan verlengd.

3De hoogte van het Pgb voor een hulpmiddel of vervoersvoorziening die door de budgethouder wordt aangeschaft, wordt bepaald door het bedrag van de goedkoopst compenserende maatwerkvoorziening in natura en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering voor de duur van maximaal 6 jaar.

Artikel 16. Slotparagraaf

1Het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning 2025 gemeente Oldambt treedt in werking op 1 januari 2025 onder intrekking van het financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Oldambt 2018;

2Dit Financieel besluit wordt aangehaald als “Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldambt 2025”;

3Een bewoner houdt het recht op de verstrekte voorziening inclusief het daarbij verstrekte Pgb ook na inwerkingtreding van het nieuw Financieel besluit 2025, tot de einddatum van de beschikking of tot het moment waarop het college een nieuw besluit over de betreffende individuele maatwerkvoorziening heeft genomen.

4Op bezwaarschriften wordt beslist met in achtneming van het Financieel besluit 2025 dat geldig is ten tijde van het besluit op de aanvraag.

5Het college kan in bijzondere gevallen in het voordeel van cliënt afwijken van bepalingen in dit Financieel besluit 2025 als door toepassing ervan de cliënt duidelijk onrecht wordt aangedaan.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.