Gemeentelijke regelgeving

Regeling beloningsbeleid gemeente Oisterwijk 2016

Gemeente Oisterwijk · geldt sinds 1 januari 2016

Aanhef

Het college,

gelet op hoofdstuk 3 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Oisterwijk (CAR-UWO);

gehoord de Commissie voor Bijzonder Georganiseerd Overleg d.d. 15 december 2015;

besluit

vast te stellen de:

Regeling beloningsbeleid 2016

Regeling beloningsbeleid 2016

Artikel 1 - Begrippen

1De begrippen zoals genoemd in artikel 1:1 CAR-UWO zijn van toepassing.

2Daarnaast wordt in deze regeling verstaan onder:

Aanloopschaal de eerst lagere salarisschaal dan de functieschaal

Maximumsalaris het hoogste bedrag van een salarisschaal

Personeelsbeoordeling de beoordeling zoals opgenomen in de gesprekscyclus

Artikel 2 – Vaststelling salaris (Artikel 3:3 CAR-UWO)

1Het salaris wordt vastgesteld aan de hand van de functieschaal op grond van ervaring, geschiktheid en bekwaamheid.

2Indien de medewerker

a.de functie (nog) niet volledig vervult, en/of

b.(nog) niet voldoet aan de eisen die aan de functievervulling zijn verbonden,

wordt hij ingeschaald in de aanloopschaal.

Artikel 3 – Toekenning periodieke verhoging (Artikel 3:4, lid 1 CAR-UWO)

1Het salaris van de medewerker wordt bij voldoende functioneren binnen de voor hem geldende salarisschaal jaarlijks periodiek verhoogd tot het naast hogere bedrag totdat het maximum van de voor hem geldende schaal is bereikt.

2Tenminste één maand voordat de termijn als genoemd in artikel 3:4, lid 1, sub c, CAR-UWO is verstreken, wordt bij voldoende functioneren, al dan niet blijkend uit een personeelsbeoordeling, besloten tot toekenning van een periodieke verhoging.

Artikel 4 – Niet toekennen periodieke verhoging (Artikel 3:4, lid 2 CAR-UWO)

1Het toekennen van een periodieke verhoging kan achterwege worden gelaten:

a.Gedurende de tijd dat een medewerker op zijn verzoek onbetaald verlof van 3 maanden of langer heeft genoten

b.Gedurende de tijd waarin de medewerker in de uitoefening van zijn functie is geschorst op grond van het bepaalde in hoofdstuk 8 van de CAR-UWO

c.Indien een medewerker 3 maanden of langer volledig arbeidsongeschikt is geweest

d.Indien een medewerker, blijkend uit een personeelsbeoordeling onvoldoende functioneert. In dit geval wordt tenminste één maal per 3 maanden opnieuw bezien in hoeverre er aanleiding is om deze situatie te bestendigen.

In de onder a, b en c genoemde situaties wordt het tijdstip van toekennen van een periodieke verhoging opgeschort met tenminste de duur van de afwezigheid.

2Indien op basis van lid 1 van dit artikel een periodieke verhoging op een later tijdstip wordt toegekend, geldt dat tijdstip als nieuwe periodiekdatum en kan een volgende verhoging eerst 12 maanden na die nieuwe periodiekdatum worden toegekend.

3Van een besluit tot toepassing van het eerste lid wordt de medewerker zo spoedig mogelijk, doch in elk geval vóór de datum waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 5 – Toekennen extra periodieke verhoging

(Artikel 3:4, lid 3 CAR-UWO)

Artikel 6 – Verlaging salarisschaal (Artikel 3:5, lid 2 en 3 CAR-UWO)

1Indien op enig moment blijkt dat een medewerker zijn functie niet meer op voldoende wijze kan vervullen, dan wel niet meer aan de functie-eisen kan voldoen, zullen werkgever en medewerker zich inspannen om de werkzaamheden binnen de functie aan te passen dan wel herplaatsing in een andere functie te realiseren, passend bij de ervaring, geschiktheid en bekwaamheid van de medewerker en met instemming van de medewerker. Een nader onderzoek kan hieraan ten grondslag liggen.

2Als de functiewijziging leidt tot een lagere functieschaal of als aan de functie waarin de medewerker is herplaatst een lagere functieschaal is verbonden, wordt het salaris dienovereenkomstig aangepast.

3Na 24 maanden van ziekte wordt passende arbeid, bedoeld in artikel 7:11, lid 2, CAR-UWO aan de medewerker opgedragen door definitieve herplaatsing. De aanstelling wordt hiermee gewijzigd. Als aan deze functie waarin de medewerker is herplaatst een lagere functieschaal is verbonden, wordt het salaris dienovereenkomstig aangepast.

Artikel 7 – Inpassing in hogere schaal (Artikel 3:6 CAR-UWO)

1Wanneer de medewerker wordt bevorderd naar een schaal met een hoger maximumsalaris, wordt het salaris in de nieuwe schaal vastgesteld op het eersthogere bedrag in die schaal. Als de inpassing in de nieuwe schaal tegelijkertijd plaatsvindt met een periodieke verhoging wordt eerst de periodieke verhoging toegepast, waarna inpassing in de nieuwe schaal plaatsvindt.

2Bij toepassing van het eerste lid van dit artikel wordt het nieuwe salaris met één periodiek verhoogd, indien het naast hoger gelegen salaris in de nieuwe schaal een groei van minder dan 75% van het salarisverschil bedraagt, dat de medewerker zou hebben ontvangen indien hij in zijn oude schaal een periodieke verhoging zou hebben gekregen.

3Voor de medewerker die het maximum van de oude schaal heeft bereikt, moet de groei minimaal 75% van het verschil bedragen van het naastlagere bedrag in die schaal.

Artikel 8 – Functioneringstoelage (Artikel 3:8 CAR-UWO)

1Het college kan aan een medewerker die het maximum van zijn functieschaal heeft bereikt, een functioneringstoelage toekennen.

2Omstandigheden die aanleiding kunnen zijn voor toekenning van deze toelage zijn:

a.de medewerker heeft tenminste drie jaar achtereen zeer goed of uitstekend gefunctioneerd

b.de medewerker verricht tijdelijk (al dan niet bij wijze van proef) een andere functie waaraan een hogere schaal is verbonden

c.de medewerker verricht, naast zijn hoofdfunctie, tijdelijk werkzaamheden van een hoger niveau, die niet tot zijn hoofdfunctie behoren.

3De toelage wordt toegekend voor maximaal één jaar of voor de duur van de onder lid 2, sub b en c genoemde omstandigheden. Bij het voortduren van de gronden waarop de toelage is toegekend, kan deze opnieuw worden toegekend.

4De toelage bedraagt ten hoogste 10% van het salaris, met dien verstande dat de som van dat salaris en die toelage niet het maximumsalaris van de naast hogere schaal overschrijdt.

5De toelage kan per maand worden toegekend of, in een veelvoud daarvan na afloop van de periode van toekenning, of, indien de periode een kalenderjaar overschrijdt tussentijds in de maand december.

Artikel 9 – Arbeidsmarkttoelage

(Artikel 3:9 CAR-UWO)

1Het college kan aan een medewerker een arbeidsmarkttoelage toekennen om hem in dienst te kunnen nemen of te behouden, als schaarste op de arbeidsmarkt daartoe aanleiding geeft en er in het desbetreffende vakgebied sprake is van een ernstig tekort aan personeel.

2De toelage wordt toegekend voor een vooraf vastgestelde periode van minimaal één en maximaal drie jaar.

3Na afloop van de vooraf vastgestelde periode wordt onderzocht of de situatie op de arbeidsmarkt nog steeds aanleiding geeft voor toekenning van de toelage. Wanneer de situatie op de arbeidsmarkt ongewijzigd is, kan opnieuw een toelage worden toegekend voor minimaal één en maximaal drie jaar. De toelage wordt beëindigd indien de gronden voor toekenning niet meer aanwezig zijn.

4De toelage bedraagt ten hoogste 10% van het salaris, met dien verstande dat de som van dat salaris en die toelage niet het maximumsalaris van de naast hogere schaal overschrijdt.

5De toelage kan per maand worden toegekend of, in een veelvoud daarvan na afloop van de periode van toekenning of, indien de periode een kalenderjaar overschrijdt tussentijds in de maand december.

Artikel 10 – Waarnemingstoelage

(Artikel 3:10 CAR-UWO)

1Indien een medewerker wordt aangewezen om een functie waar te nemen met een hogere functieschaal, wordt hem een waarnemingstoelage toegekend.

2Bij de aanwijzing wordt bepaald of sprake is van volledige of gedeeltelijke waarneming, alsmede het aantal uren waarneming per week. Op basis hiervan wordt vastgesteld of de toelage volledig of naar evenredigheid wordt toegekend.

3De medewerker wordt fictief ingeschaald in de functieschaal van de functie die wordt waargenomen conform artikel 7 van deze regeling.

Artikel 11 – Garantietoelage

(Artikel 3:15 CAR-UWO)

1Ingeval de functie van een medewerker als gevolg van herwaardering in een lagere salarisschaal wordt ingedeeld wordt de medewerker ingedeeld in de lagere functieschaal. Voor het verschil tussen het maximum van de oude en de nieuwe functieschaal wordt een garantietoelage toegekend.

2Bij aanpassing van het salaris naar een lagere functieschaal ingevolge artikel 6, lid 1 en 2 van deze regeling wordt het verschil in salaris omgezet in een garantietoelage ter hoogte van 75% van het verschil, in het tweede jaar aflopend naar 50% en het derde jaar 25%.

3De medewerker die een garantietoelage ontvangt die niet in deze regeling is opgenomen, blijft deze toelage ontvangen.

4Indien het salaris van de medewerker wordt verhoogd doordat hij een functie aanvaardt waaraan een hogere salarisschaal is verbonden, wordt de toelage verrekend met de salarisverhoging.

5De garantietoelagen stijgen mee met de loonontwikkelingen voor gemeentelijk personeel.

Artikel 12 – Beloning uitstekend functioneren en/of bijzondere prestaties

(Artikel 3:20 CAR-UWO)

1Indien een medewerker of een groep medewerkers een uitstekende kortdurende of eenmalige prestatie heeft geleverd, kan het college eenmalig een geldbedrag toekennen.

2Het toe te kennen bedrag bedraag minimaal € 50,-- netto en kan, oplopend met stappen van € 50,-- oplopen tot maximaal € 750,-- netto.

Artikel 13 – Inwerkingtreding regeling

Deze regeling kan worden aangehaald als de “Regeling beloningsbeleid 2016” en treedt in werking op 1 januari 2016.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.