Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oirschot;
besluit vast te stellen het:
Regionaal operationeel kader milieutoezicht en handhaving 2025-2028 (ROK VTH 2025-2028).
3 Doelen voor vergunningverlening in Zuidoost-Brabant
3.2 Wat zijn onze doelen voor de komende 4 jaar voor vergunningverlening?
3.2.1 Zorgen voor focus op milieurisico's, die ertoe doen
Vergunningverlening is bij uitstek het instrument om maatwerk te leveren voor de juiste balans tussen het benutten van de omgeving bij het verrichten van activiteiten en het beschermen van die omgeving. Dit doen we door:
-Uniforme criteria: meldingen worden getoetst aan de indieningsvereisten. Vergunningaanvragen worden tevens inhoudelijk getoetst aan uniforme (landelijke provinciale of lokale) criteria/wetgeving. De normering voor diverse milieuaspecten zijn hiervoor verwerkt in standaarden die worden gebruikt bij de beoordeling van de aanvraag en de inhoudelijke voorschriften in de vergunning.
-Risicogericht maatwerk: vergunningaanvragen milieu worden afgehandeld op basis van de risico-inschatting. De Landelijke Vergunningen Strategie (LVS) is daarbij de leidraad en een tool voor de uitvoering door Omgevingsdiensten. Deze landelijke tool wordt momenteel ontwikkeld op basis de aanpak die is gebaseerd op ons huidige ROK-VV. De LVS gaat uit van een intrinsieke risico van een milieubelastende activiteit, welke verzwaard kan worden vanwege lokale omgevingsfactoren, maatschappelijk complexe situatie of naleefgedrag. Hoe groter het risico, hoe diepgaander de toets. Een ICT-tool wordt hierbij als ondersteuning ingezet. Zie ook bijlage 5.
-Integrale afweging: De deelactiviteit milieu dient integraal samen te komen met de andere onderdelen van de Omgevingsvergunning. De (gemeentelijke) casemanager heeft hier een centrale rol in. Bij volledig mandaat verzorgt de ODZOB deze afweging, anders levert de ODZOB een advies.
3.2.2 Zorg voor actuele vergunningen
Actuele voorschriften
Het toetsen en actualiseren van vergunningen is een basistaak. In de Omgevingswet is aangegeven dat het bevoegde gezag “regelmatig” beziet of de aan een vergunning verbonden voorschriften nog toereikend zijn. Ook wordt aangegeven dat technische ontwikkelingen of de kwaliteit van het milieu hiervoor aanleiding kan geven. Er zijn meerdere redenen om vergunningen te toetsen op actuele voorschriften en deze eventueel ook aan te passen:
-Als wetgeving of beleid wijzigt: Europese of landelijke normstelling, jurisprudentie of beste beschikbare technieken schrijven aanscherping van de voorschriften voor bij bepaalde MBA’s (binnen 1-4 jaar).
-Als vanuit toezicht een ernstige tekortkoming of een acute situatie wordt vastgesteld op een locatie.
Daarnaast kunnen ook regionale of lokale doelen worden nagestreefd: voorkomen van rechtsongelijkheid (door verouderde voorschriften), aanscherpen van voorschriften vanwege gemeentelijke beleidsthema’s of het verbeteren van het vergunningenbestand.
Gebruiksruimte
Toets op gebruiksruimte (intrekken vergunning): In de Omgevingswet zijn regels opgenomen voor het intrekken van vergunningen om te voorkomen dat er onnodig milieugebruiksruimte vergund blijft. In praktijk blijkt dat vooral interessant als een gemeente een eigen ambitie heeft op gebied van ruimtelijke ontwikkeling (in het buitengebied). Een vergunning kan voor intrekking in aanmerking komen als:
-Aantoonbaar gedurende drie jaren geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van het milieudeel van de vergunning en intrekken milieutechnisch meerwaarde heeft.
-Als een MBA niet kan voldoen aan de eisen van Best Beschikbare Technieken (BBT) en als daardoor (onherstelbare) milieuschade ontstaat.
3.2.3 Afstemming tussen vergunningverlening en toezicht en handhaving
Samenwerking met toezicht en handhaving: een inhoudelijk correcte afhandeling van een melding of vergunning kan inzet op toezicht en handhaving beperken. Als er sprake is van een aanvraag of melding n.a.v. een controle vraagt de vergunningverlener de toezichthouder om informatie over de aangetroffen situatie en aandachtspunten op de locatie. De toezichthouder krijgt een rol bij het toetsen op de mogelijkheid tot handhaving van kritische en/of 'maatwerk’ vergunningvoorschriften (handhaafbaarheidstoets). Er wordt een “warme overdacht” tussen vergunningverlener en toezichthouder georganiseerd, zeker bij complexe vergunningen. Hierbij wordt ook afgestemd met de betreffende gemeente.
3.2.4 Integrale afstemming met regionale bevoegde gezagen en partners.
In de regio zijn Samenwerkingsafspraken opgesteld over vergunningverlening onder de Omgevingswet, met als onderdeel de Omgevingstafel. Deze afspraken tussen gemeenten, veiligheidsregio, GGD en de ODZOB hebben als doel op een snelle, adequate en integrale manier een initiatief te beoordelen vanuit “ja, mits”. Een adviseur, dan wel een vergunningverlener vanuit de ODZOB (afhankelijk wat zich aandient), sluit aan bij de Omgevingstafel.
Daarnaast wordt er ook afgestemd met de provincie Noord-Brabant en/of andere Omgevingsdiensten als het gaat over meervoudige vergunningaanvragen waar de behandeling en inhoud moet worden afgestemd.
3.3 Op welke manier plannen en programmeren wij?
3.3.1 Actuele voorschriften
De werkwijze blijft vergelijkbaar met het ROK VV van 2019. Bij de aanpak is aangesloten bij de werkwijze, die wordt voorgesteld in het rapport ‘Systematiek Programmatisch actualiseren: systematiek en werkafspraken van de zes BRZO Omgevingsdiensten’ versie 1.4 d.d. 1 januari 2022. Het IPO heeft hiermee een basis willen geven voor een landelijk geharmoniseerde werkwijze voor bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijk of milieuverontreinigende stoffen werken.
In dit rapport is een prioriteitenladder opgenomen: we leggen de focus op de prioriteiten 1, 2 en 3. In de bijlage 3 is de aanpak verder uitgeschreven. In het implementatieplan zal dit ook verder worden uitgewerkt.
-Wij stellen een regionaal jaarplan op bij aanpassing van wetgeving of normen en/of geven advies bij andere aanleidingen voor toetsen en/of actualiseren van vergunningen.
-We beoordelen regelmatig (in het reguliere werk) of de voorschriften nog actueel zijn: bij vergunningaanvragen beoordelen we of de overige voorschriften nog actueel zijn. In principe worden de voorschriften (met prioriteit 1, 2 en 3 zoals omschreven in bijlage 3) in dezelfde procedure geactualiseerd.
-We hanteren een vangnet: vergunningen van risicorelevante bedrijven worden de van toepassing zijnde MBA eenmaal per vijf (5) jaar getoetst op actualiteit.
-Bij incidentele ernstige tekortkomingen die vragen om aanpassing van voorschriften is het (ambtshalve) aanpassen van voorschriften een kwestie van maatwerk.
Heeft een gemeente aanvullende ambities dan is dat altijd maatwerk.
3.3.2 Gebruiksruimte
Als een MBA niet kan voldoen aan de eisen van BBT en als daardoor (onherstelbare) milieuschade ontstaat wordt dat met betreffende gemeente afgestemd.
Het onderzoeken en zo mogelijk intrekken van (agrarische) vergunningen / gebruiksruimte is een gemeentelijke ambitie. Ook hiervoor geldt dat dit maatwerk is, waarvoor middelen, capaciteit en randvoorwaarden onderzocht moeten worden.
4 Doelen voor milieutoezicht in Zuidoost-Brabant
4.2 Welke strategie hanteren we om de toezichtdoelen te kunnen realiseren?
4.2.1 Preventiestrategie
De preventiestrategie richt zich op de vergroting van bewustwording bij burgers, bedrijven en instellingen dat er bepaalde regels gelden en dat de ODZOB toeziet op de naleving daarvan. Voor veel bewoners en bedrijven draagt bekendheid met regels bij tot het gewenste naleefgedrag. Deze groep valt binnen de nalevingspiramide onder de categorie ‘spontaan en bewust naleven’ en ‘onbewust overtreden’. Een mix van instrumenten kan worden ingezet om de bewustwording te vergroten, gericht op communicatie en (naleef)ondersteuning. Door de ODZOB worden deze instrumenten vooral ingezet bij nieuwe ontwikkelingen of wanneer naleefgedrag beperkt is door onwetendheid. De acties kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het aanschrijven van een bepaalde doelgroep van bedrijfsactiviteiten (zoals bij kantoorgebouwen met energielabel C is gedaan).
4.2.2 Toezichtstrategie
De toezichtstrategie is gericht op het verkrijgen van inzicht in de mate van naleving en beschrijft de wijze waarop het toezicht op naleving door de ODZOB wordt uitgevoerd.
Toezicht houden betekent dat actief binnen een doelgroep wordt beoordeeld of wet- en regelgeving wordt nageleefd. Ook bij de inzet van toezichtinstrumenten geldt dat inzicht in de redenen van het niet naleven van belang zijn. Het toezichtproces is te verdelen in drie opeenvolgende stappen: waarnemen, oordelen en interveniëren.
De ODZOB hanteert binnen de uitvoering van het toezicht de volgende vijf hoofduitgangspunten:
1Het toezicht is risicogericht en informatie gestuurd.
2Het toezicht is maatwerk. De intensiteit van het toezicht is gerelateerd aan het risico en de prestatie van de bedrijven. Deze feitelijke risicoanalyse gaat verder dan de theoretische risicoanalyse ten behoeve van het uitvoeringskader. De ODZOB baseert de keuze van het toezichtinstrument op het te verwachten effect op regelnaleving en overlastreductie.
3De branche- en themaplannen beschrijven hoe het maatwerk binnen het toezicht wordt vormgegeven.
4De verantwoordelijkheid voor het naleven van wet- en regelgeving ligt primair bij het bedrijf.
5Bij het toezicht wordt gebruik gemaakt van een breed palet aan toezichtinstrumenten en oplossingsrichtingen. We kennen verschillende toezichtinstrumenten zoals het administratieve toezicht, het nalevingstoezicht (hierbij kun je nog onderscheid maken uit verschillende vormen van toezicht. Denk aan: gevelcontroles, opleveringscontroles en aspectcontroles) en het systeemgericht toezicht (Systeemgericht toezicht is mogelijk bij bedrijven met een systeem van beheersing en controle, zoals een milieumanagementsysteem. Dit systeem moet tijdig signaleren wanneer er een (dreigende) overtreding is. Het bedrijf kan de overtreding dan zelf voorkomen en schade aan het milieu beperken. Voorwaarde voor systeemgericht toezicht is dat er werkafspraken zijn tussen het bevoegd gezag en het bedrijf). Maar ook kan het gaan om het geven van voorlichting (bijvoorbeeld bij energiebesparing) en informatie.
Daarnaast maken we een strikt onderscheid tussen toezicht en handhaving. In paragraaf 4.3 wordt uitgebreid ingegaan op de ontwikkelde ROK-systematiek binnen de ODZOB.
4.2.3 Gedoogstrategie
De gedoogstrategie legt vast onder welke voorwaarden handhavend optreden tegen overtreders tijdelijk achterwege kan blijven. Handhaven blijft het uitgangspunt en gedogen is uitzonderlijk en tijdelijk dus eindig. De algemene landelijke nota ‘Grenzen aan gedogen’ is het landelijk kader voor gedogen. Bij gedogen hanteert de ODZOB de volgende uitgangspunten:
-Handhaven moet, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Gedogen dient zoveel mogelijk beperkt te blijven in omvang en tijd.
-Gedogen gebeurt expliciet en na een zorgvuldige en transparante afweging van belangen;
-Gedogen vindt enkel plaats in die gevallen dat het betreffende verantwoordelijke bestuur hierover is geïnformeerd en daarmee instemt
-In het geval van een gedoogsituatie vindt actief toezicht plaats. Dit toezicht richt zich op de vraag of de redenen om te gedogen nog steeds gegrond zijn en of er sprake is van naleving van de opgelegde beperkingen en voorschriften.
Op grond van jurisprudentie van de bestuursrechter en op basis van het landelijk gedoogbeleid is gedogen alleen gerechtvaardigd in uitzonderlijke omstandigheden.
4.2.4 Sanctiestrategie
De sanctiestrategie beschrijft de wijze van handhaven bij geconstateerde overtredingen. De Omgevingswet gaat uit van vertrouwen. Bij vertrouwen hoort het nemen van verantwoordelijkheid. De overheid wil erop kunnen vertrouwen dat burgers en bedrijven zich houden aan de voor hen geldende regels. Burgers en bedrijven mogen erop vertrouwen dat de overheid degenen aanspreekt die de regels overtreden. Dat draagt bij aan een gelijk speelveld en doet recht aan het rechtsgevoel van de samenleving. Handhaving is dan ook één van de instrumenten waarmee de overheid het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit nastreeft. Handhaving is een essentieel element van de werking van de rechtsstaat.
De ODZOB sluit aan bij de Landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO), zie bijlage 4. De LHSO is bedoeld als strategisch instrument voor de organisaties belast met de handhaving van de Omgevingswet en daarop gebaseerde regels. Om effectief te kunnen handhaven, moeten deze organisaties intensief en loyaal samenwerken. Dat geldt voor bestuurlijke overheden en instanties binnen de strafrechtketen onderling en voor deze organisaties met elkaar. Vrijwel alle omgevingsrechtelijke regels worden immers zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk gehandhaafd.
Uit oogpunt van rechtsgelijkheid behoren interventies in vergelijkbare situaties op eenzelfde wijze te worden toegepast. Interveniëren is daarbij breder dan het opleggen van sancties; ook aanspreken, waarschuwen en informeren kunnen in een concreet geval passende interventies zijn. De LHSO biedt een afwegingsinstrument om in concrete gevallen afgestemd, eenduidig, effectief en evenredig te kunnen interveniëren. De LHSO dient als hulpmiddel voor een effectieve en rechtmatige handhaving.
Bijlage 1 Beleid en coalitieakkoorden
Europees
Europees beleid en wetgeving wordt door vertaald in landelijk beleid en wetgeving. Duidelijke voorbeelden zijn de derogatie stikstof en beleid en wetgeving met betrekking tot afvalpreventie en -verwerking. Europees beleid en wetgeving heeft daarmee invloed op de werkzaamheden van de ODZOB.
Landelijk
Het Nationaal Milieubeleidskader en de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geven richting aan het beschermen en behouden van een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Landelijk spelen grote complexe transities een grote rol: verduurzaming energie, klimaatverandering, circulaire economie, stikstofproblematiek en verduurzaming veehouderij.
Gezondheid wordt een belangrijk onderwerp onder de Omgevingswet. Zeer Zorgwekkende Stoffen hebben de volle aandacht naar aanleiding van o.a. de PFAS-problematiek. Recente rapportages over de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in onze dagelijkse leefomgeving zal de volgende worden. Door toezicht op regelgeving ten aanzien van uitstoot naar de lucht en bodem (is in de maak) kunnen we een bijdrage leveren. Gezondheid in relatie tot intensieve veehouderij (geur, fijnstof, ammoniak, endotoxinen, zoönose, antibiotica resistentie) heeft eveneens de volle aandacht.
Het beleid en de wet- en regelgeving rondom de stikstofproblematiek zijn op dit moment niet stabiel door recente uitspraken van de Raad van State en de Europese Commissie. Deze problemen bij de uitvoering van de Wet natuurbescherming (Wnb) werken door naar vergunningverlening, toezicht en handhaving in het kader van de Omgevingswet. (Agrarische) vergunningverlening heeft zelfs een periode deels op slot gezeten en toezicht vanuit Wnb is nog steeds problematisch. Dit zijn echter uitzonderlijke situaties, waarmee bij het stellen van prioriteiten en het maken van keuzes nauwelijks rekening is te houden.
Het Schone Lucht Akkoord (SLA) stimuleert projecten om de luchtkwaliteit te verbeteren. Een aantal gemeentes en de provincie heeft het SLA ondertekend. Een uitwerking hiervan wordt op dit moment concreet vormgegeven in actieplannen. Een doorvertaling voor vergunningverlening, toezicht en handhaving zal vervolgens opgesteld moeten worden. Aanvullend heeft een aantal gemeentes het ondertekenen van het SLA nog in overweging.
Het Klimaatakkoord geeft richting aan de beperking van CO2-uitstoot en aan de verduurzaming van energieopwekking en -verbruik. Toezicht op het treffen van energiebesparende maatregelen wordt belangrijk gevonden. Extra middelen worden ingezet om omgevingsdiensten extra toezicht te laten uitvoeren. Het toepassen van andersoortige energietechnieken (bodemenergiesystemen e.d.) heeft eveneens impact op (de wijze van) toezicht.
Bij Circulaire Economie gaat het vooral om barrières weghalen bij vergunningverlening in de experiment/pilot-fase. De bijdrage vanuit toezicht ligt op het vlak van het tegengaan van misbruik van stoffen in het kader van Zeer Zorgwekkende Stoffen.
Voor externe veiligheid bij bedrijven is een heel stelsel van regelgeving. Veelal gaat het om opslag of verwerking van gevaarlijke stoffen. Bijvoorbeeld opslag in propaantanks en grote ammoniakkoelinstallaties. Voor veel risicovolle activiteiten is er een registratieplicht. Toezicht door de ODZOB richt zich op de risicorelevante bedrijven en activiteiten. Complexe bedrijven die onder de SEVESO-richtlijn vallen (nu nog BRZO-bedrijven), worden door de OMWB gecontroleerd. Onder de Omgevingswet verandert er instrumenteel veel.
Provinciaal
De provincie heeft een energieagenda, een uitvoeringsagenda circulaire economie, een beleidskader leefomgeving, een beleidskader gezondheid en beleidskader landbouw en voedsel. Het bestuursakkoord wordt opgesteld en is ten tijde van deze rapportage nog niet definitief. Het is daarom nog niet duidelijk of en hoe VTH een plek krijgt in het bestuursakkoord.
Voor toezicht en handhaving is de doorwerking van dit beleid o.a. in de provinciale verordening, waarin concrete instructieregels zijn opgenomen voor bepaalde gebieden of omstandigheden, het meest belangrijke.
Regionaal
In MRE-verband (MRE = Metropool Regio Eindhoven) is een samenwerkingsakkoord opgesteld. Dit richt zich op economie, bouwen, mobiliteit en landelijk gebied. Regionaal speelt de Regionale Energiestrategie (RES) een grote rol. Daarnaast is er een gebiedssamenwerking De Peel als één van de uitwerkingen van de NOVI. In MRE-verband is een regionaal streefbeeld Landelijk gebied opgesteld. De ODZOB heeft in nauwe samenwerking met het MRE een Werkprogramma Agrofood en Leefomgeving. Regionaal is ook een programma opgezet rondom een luchtkwaliteitsmeetnet.
Voor toezicht is de samenwerking binnen het MRE alleen relevant op die onderdelen waar een doorvertaling in het gemeentelijk beleid plaatsvindt. Dit is vooralsnog niet aan de orde.
Lokaal
VNG heeft de coalitieakkoorden en de samenstelling colleges geanalyseerd. In het rapport van de VNG zijn de coalitieakkoorden geanalyseerd op het aantal keer dat een thema voorkomt in het akkoord. Voor de gemeentes Heeze-Leende, Someren, Gemert-Bakel is geen coalitieakkoord geanalyseerd aangezien deze niet beschikbaar was op het moment van rapportage.
Tabel: Voorkomen van de thema’s in de coalitieakkoorden
Thema
Gemeenten
(thema komt één of meerdere keren voor in coalitieakkoord)
Bestuurskracht
Best, Bladel, Waalre
Ondermijning
Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Laarbeek, Valkenswaard
Woningnood
Eersel, Eindhoven, Helmond, Valkenswaard, Veldhoven
Hittestress
Best, Deurne, Waalre
Luchtkwaliteit
Eersel, Eindhoven, Waalre
Stikstof
Best, Cranendonck, Eersel, Oirschot, Valkenswaard
Verkeersveiligheid
Asten, Bergeijk, Bladel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Gerwen en Nederwetten, Oirschot
Internationaal
Asten, Best, Bladel, Deurne, Eindhoven
De uitkomsten uit de analyse laten zien dat gemeentes in Zuidoost-Brabant in de coalitieakkoorden veel aandacht hebben voor de fysieke leefomgeving. Dit wordt verwoord in ambities als ‘vitaal buitengebied’, ‘een gezonde leefomgeving’ en ‘klimaat & duurzaamheid’, met ruimte voor bedrijvigheid en ondernemen. Naast een tekort aan woningen liggen er grote opgaven op het gebied van de energietransitie, klimaatadaptatie en duurzaamheid. Dit is een uitdaging en vraagt om met een integrale blik naar de verschillende opgaven te kijken, om zo de balans tussen wonen, werken en natuur in de omgeving te behouden of te verbeteren.
Eigenlijk hebben alle gemeentes een Transitie Visie Warmte opgesteld of zijn daar nog mee bezig (procedureel). Als vervolg hierop gaan gemeentes wijkuitvoeringsplannen maken en/of een (gemeentebrede) isolatieaanpak maken en uitvoeren. Sommige gemeentes maken hierbij apart onderscheid naar bedrijven. In het kader van het goede voorbeeld geven, zijn of gaan gemeentes aan de slag met het verduurzamen van hun eigen vastgoed. Verder is er natuurlijk een gezamenlijk RES bod vanuit de regio gedaan over duurzame opwekking met behulp van zon en wind. Een deel van de gemeentes heeft een beleidsvisie voor zon- en windenergie. De provincie Noord-Brabant en meer dan de helft van de gemeentes in onze regio heeft het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen medeondertekend en een actieplan MVI gemaakt. Dit jaar komt er een vernieuwd Manifest. Het is nog niet duidelijk welke gemeentes uit onze regio daaraan gaan meedoen. Voor toezicht zijn het minder relevante onderwerpen.
Voor een toezichthouder (en ook vergunningverlener) is het wel belangrijk te weten welke gemeenten er beleid en regels hebben voor geur- en geluidsoverlast en externe veiligheid. Hier is wellicht een (afwijkende) norm van kracht waarmee rekening moet worden gehouden.
Thema
Gemeenten die beleid hebben
Geur Industrieel
Bergeijk, Helmond, Deurne (gemeente Eindhoven in de maak) bron: team Omgevingskwaliteit ODZOB, geurspecialist)
Geur Landelijk
Zie figuur Geur landelijk gebied (bron: GIS-viewer ODZOB)
Geluid
Zie tabel Geluid (bron: team geluid ODZOB, GIS-viewer ODZOB)
Externe Veiligheid
Allen (alle gemeenten hebben ook een programma, behalve de Kempengemeenten) (bron: team Omgevingskwaliteit ODZOB)
Figuur Geur Landelijk gebied
Daar waar het gekleurd is, zijn de normen anders dan de reguliere waarden. Deze afwijkende waarden zijn opgenomen in verordeningen.
(bron GIS-viewer ODZOB, 8-2-2023)
Tabel Geluid (indicatief)
(bron: team geluid, GIS-viewer ODZOB 8-2-2023)
Bijlage 2 Resultaat risicoanalyse TH
Voor de risicoanalyse is gebruik gemaakt van een model dat uitgaat van het principe: RISICO = KANS x EFFECT. Het resultaat is een risicoscore per branche, zie de tabel hieronder.
Op basis van ‘expert judgement’ is voor elke branche een effectscore (de potentiële impact op het milieu) bepaald aan de hand van de milieuthema’s: afval, afvalwater, bodem, externe veiligheid, geluid/trillingen, geur en lucht.
Op vergelijkbare wijze is vervolgens per branche de kansscore (de kans dat een milieu-incident kan plaatsvinden) waarbij gebruik is gemaakt van de laatste inzichten die zijn opgedaan bij het gebruik van het zogenaamde Interventiekompas van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Daarmee is door onze experts een beeld gevormd van de door hen ervaren nalevingsproblematiek binnen de diverse branches.
Branche
Risicoscore
Agrarisch - Veehouderij (IPPC)
33,8
Agrarisch - Veehouderij
31,4
Industrie - Chemische producten
31,3
Transport Logistiek - Reinigen tanks / verpakking / voertuig / container
29,4
Afvalbeheer - Zuiveringtechnisch werk
28,2
Afvalbeheer - Recycling Metaal
27,8
Industrie - Minerale producten
26,8
Transport Logistiek - Bunkerstation / Tankplaats schepen
26,8
Afvalbeheer - Recycling Rubber / Kunststof
26,3
Agrarisch - Telen in gebouw
26,1
Industrie - Leerlooierij
25,9
Afvalbeheer - Demontage gemotoriseerde voertuigen
25,9
Afvalbeheer - Grondbank / Grondreiniging
25,8
Industrie - Metaalproducten
25,8
Industrie - Rubber / Kunststof
25,8
Transport Logistiek - Brandstoffenhandel / Tankopslag
25,2
Industrie - Voedingsmiddelen
25,0
Transport Logistiek - Spoorwegemplacement
24,7
Agrarisch - Glastuinbouw
24,6
Agrarisch - Telen in openlucht
24,6
Industrie - Papier / Karton
24,4
Dienstverlening - Laboratorium
24,2
Nutssector
24,1
Transport Logistiek - Onderhoud bus / trein / tram / metro
23,9
Transport Logistiek - Overig
23,7
Dienstverlening - Chemische wasserij
23,6
Agrarisch - Telen kweken water- planten/dieren
23,3
Transport Logistiek - Tankstation LPG
23,2
Transport Logistiek - Opslag / Transport / Groothandel / Containerterminal
23,2
Transport Logistiek - Tankstation
23,2
Agrarisch - Loonwerk / Landbouwmechanisatie
23,1
Industrie - Scheepswerf
23,0
Industrie - Hout
22,6
Transport Logistiek - Onderhoud vliegtuig / Vliegveld
22,6
Industrie - Overig
22,2
Transport Logistiek - Garage / Autoschadeherstel / Motorrevisie
22,0
Industrie - Mengvoeder
21,6
Afvalbeheer - Recycling overig
21,4
Sport en recreatie - Schietbaan
20,9
Dienstverlening - Repareren / verhuren gemotoriseerde werktuigen
20,7
Dienstverlening - Datacentrum
20,6
Afvalbeheer - Milieustraat
20,6
Industrie - Textiel / Leer
20,6
Dienstverlening - Crematorium
20,0
Zorg - Ziekenhuis
19,8
Sport en recreatie - Jachthaven
19,8
Sport en recreatie - Sneeuwbaan / Ijsbaan
19,8
Bijeenkomstfunctie - Horecabedrijven
19,6
Sport en recreatie - Auto / Motorsport
19,2
Industrie - Grafisch
18,8
Dienstverlening - Overig
18,5
Transport Logistiek - Autoberging / pechhulp
18,5
Dienstverlening - Ambachtsbedrijven
18,5
Sport en recreatie - Zwembad
17,0
Vuurwerk- en munitieopslag en/of verkooppunt
16,5
Afvalbeheer - Kringloopbedrijf / reparatie gebruikte producten
16,1
Dienstverlening - Supermarkten
16,0
Zorg - Verzorgingstehuizen (incl. GGZ, PI)
16,0
Sport en recreatie - Overig (o.a. sportvelden en -hallen)
15,9
Onderwijs
15,9
Voorzieningen en installaties
15,5
Agrarisch - Overig (o.a. fokken/trainen dieren, dierentuin)
14,3
Dienstverlening - Grootwinkelbedrijf
14,3
Woon- en verblijfsgebouwen
13,8
Dienstverlening - Detailhandel
13,5
Zorg - Overig (o.a. praktijkruimtes, kinderdagverblijven)
13,4
De vertaling van de risicomatrix naar de doelen pakken we op bij de sessies die gepland zijn om de doelstellingen te concretiseren.
Bijlage 3 Aanpak actualisatie voorschriften en intrekken vergunningen(gebruiksruimte)
De werkwijze blijft vergelijkbaar met de het ROK-VV van 2019. Bij de aanpak is aangesloten bij de werkwijze, die wordt voorgesteld in het rapport ‘Systematiek Programmatisch actualiseren: systematiek en werkafspraken van de zes BRZO Omgevingsdiensten’ versie 1.4 d.d. 1 januari 2022. Het IPO heeft hiermee een basis willen geven voor een landelijk geharmoniseerde werkwijze voor bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijk of milieuverontreinigende stoffen werken. Deze aanpak is (in afgeslankte vorm) ook toepasbaar voor gemeentelijke bedrijven.
In voorgenoemd rapport is een landelijke prioriteitslader opgesteld. Hierin is de prioriteit van aanleidingen opgenomen.
Prioriteitsladder
Voor de selectie van te toetsen vergunningen houden we rekening met de volgende prioriteiten:
1Actualisaties naar aanleiding van (Europese) BBT-conclusies of BREF’s.
2Actualisaties naar aanleiding van nieuwe Nederlandse BBT documenten op het gebied van externe veiligheid.
3Actualisaties naar aanleiding van:
a.tijdens het toezicht geconstateerde ernstige tekortkoming of bij een acute situatie
b.(overige) nieuwe Nederlandse BBT documenten.
4Uitkomsten uit een actualisatie toets voor zover deze geen relatie hebben met punt 1 tot en met 3b.
5Actualisatie naar aanleiding van jurisprudentie of bevindingen tijdens toezicht (niet zijnde een ernstige tekortkoming of acute situatie).
6Projectmatige onderwerpen die een lokaal karakter hebben, landelijk de aandacht hebben of voortvloeien uit regionaal beleid.
Toepassing
-In de (reguliere) afhandeling van veranderingsvergunningen worden de actualiteit van de voorschriften getoetst en aangepast (bij prioriteit 1, 2 of 3).
-Voor de risicorelevante bedrijven regelen we een vangnet: deze worden via toezicht of handhaving minimaal eens per 5 jaar getoetst op actuele voorschriften.
-Bij actualisatie (bij prioriteit 1 t/m 3) of een planologische ontwikkeling kan een projectmatige aanpak nodig zijn.
Basisaanpak projectmatige toetsing en actualisatie
De aanpak is op basis van 4 stappen, Dit is een jaarlijkse uitvoeringscyclus:
1Selectie doelgroep voor toetsen actuele voorschriften en voorleggen regionaal of lokaal voorstel;
2Toetsen en beoordelen relevante vergunningen en advies over intrekken/actualiseren aan deelnemers, uitvoering conform regionaal voorstel;
3Plannen van tempo en inhoud. Zo mogelijk wordt een natuurlijk moment (met een aanvraag) benut. De gemeente bepaalt op basis van advies ODZOB.
4Actualiseren of (gedeeltelijk) intrekken, uitvoering ODZOB conform lokaal werkprogramma.
Aandachtspunten
-De omvang is vooraf niet in te schatten en kan van jaar tot jaar anders zijn. Bij grote doelgroepen (zoals de IPPC-veehouderijen) kunnen kosten of beperkte capaciteit beperkende factoren zijn en kan een projectvoorstel volgen.
-Voor intrekken wordt op basis van een goede belangenafweging bekeken of een verzoek om intrekken door het bedrijf realistisch is. Pas daarna wordt ambtshave intrekken geadviseerd.
-Bij intrekking van een omgevingsvergunning (vooral bij veehouderijen) is ook afstemming over de Wet natuurbeschermingsvergunning van belang. Het intrekken van een omgevingsvergunning heeft met betrekking tot stikstofemissie alleen zin als ook een voor een locatie verleende vergunning Wet natuurbescherming wordt aangepast aan de gewijzigde situatie. Hoe deze aanpassing van de vergunning Wet natuurbescherming vorm moet krijgen dient te worden afgestemd met de ODBN.
Bijlage 4 De Landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)
Het proces van toezicht en handhaving binnen de ODZOB ziet er als volgt uit:
Aanleiding
De Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO), de opvolger van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) uit 2014, is vastgesteld in het Bestuurlijk Omgevingsberaad. Aanleiding is de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De LHSO heeft betrekking op deze wet en de daarop gebaseerde regels en is daarmee breder dan de LHS. De LHSO is onderdeel van o.a. het gemeentelijk en provinciaal handhavingsbeleid voor de uitvoering van de VTH-taken.
Het Omgevingsbesluit stelt eisen aan de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Ook zijn alle organisaties die betrokken zijn bij handhaving verplicht een uitvoerings- en handhavingsstrategie vast te stellen in een of meer documenten. Daarin wordt gemotiveerd aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht. Voor het handhavingsdeel wordt door gemeenten bij voorkeur de LHSO gebruikt. Voor de omgevingsdiensten is dit verplicht.
Bestuursrechtelijk en strafrechtelijk handhaven
De LHSO is bedoeld als instrument voor de organisaties belast met de handhaving van de Omgevingswet en daarop gebaseerde regels. Om effectief te kunnen handhaven, moeten deze organisaties intensief en loyaal samenwerken. Dat geldt voor bestuurlijke overheden en instanties binnen de strafrechtsketen onderling en voor deze organisaties met elkaar. Vrijwel alle omgevingsrechtelijke regels worden immers zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk gehandhaafd.
Afwegingsinstrument
Uit oogpunt van rechtsgelijkheid behoren interventies in vergelijkbare situaties op eenzelfde wijze te worden toegepast. Interveniëren is daarbij breder dan het opleggen van sancties; ook aanspreken, waarschuwen en informeren kunnen in een concreet geval passende interventies zijn. De LHSO biedt een afwegingsinstrument om in concrete gevallen afgestemd, eenduidig, effectief en evenredig te kunnen interveniëren. De LHSO dient als hulpmiddel voor een effectieve en rechtmatige handhaving.
Toepassing voor basistaken en breder
Een deel van de taken, het basistakenpakket, moet worden uitgevoerd door de regionale omgevingsdiensten. Daarvoor moeten de bestuursorganen die in een omgevingsdienst deelnemen, gezamenlijk een uniforme handhavingsstrategie vaststellen. Toepassing van de LHSO leidt tot afgestemd en effectief bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk optreden. Het is in dat kader van belang dat de LHSO zo spoedig mogelijk (bij voorkeur vóór 1 januari 2024) door elke individuele gemeente bestuurlijk wordt vastgesteld.
Gemeentes kunnen de LHSO ook vaststellen voor andere taken dan de verplichte basistaken. Het gaat dan bijvoorbeeld om taken die burgemeester en wethouders ‘in eigen huis’ verrichten of als verzoektaak uitbesteden aan de omgevingsdienst. De uiteindelijke werkingssfeer hangt dus af van de mate waarin bestuursorganen de LHSO toepassen en in hun handhavingsbeleid overnemen.
Bijlage 5 De Landelijke Vergunningenstrategie
De Landelijke Vergunningen Strategie (LVS) is een methode om milieuaanvragen risicogericht te beoordelen. Dit is een doorontwikkeling van de risico-gerichte aanpak uit het ROK-VTH 2018 en gaat uit van de milieubelastende activiteiten (MBA’s) uit de Omgevingswet. Het is een eerste stap naar een landelijk level-playing-field voor het toetsen van milieuaanvragen. Daarnaast is de tool ingericht op de Omgevingswet. De LVS wordt ontsloten via een ICT-tool die voor alle 29 Omgevingsdiensten in Nederland gratis beschikbaar komt. De LVS-tool is gevuld en geverifieerd door experts van acht verschillende omgevingsdiensten. De eerste versie van de tool is opgeleverd het voorjaar 2023. Met de ingang van het ROK-VTH in 2025 verwachten we een goede tool ter beschikking te hebben.