Aanhef
Over de opvang en huisvesting van asielzoekers in Oirschot
4. Doelgroepen
4.1 Doelgroep 1 (asielzoekers)
Asielzoekers die in Nederland komen, vragen in de meeste gevallen asiel aan. Zij komen terecht in een asielprocedure die oftewel leidt tot vergunningverlening of tot een afwijzing van de asielaanvraag. Asielzoekers die zich bevinden in deze asielprocedure worden normaliter gehuisvest in een asielzoekerscentrum. Door de enorme toestroom van asielzoekers in de afgelopen periode was de opvangcapaciteit en de doorstroming in de reguliere opvangcentra echter onvoldoende. Deze asielzoekers zijn daarom ook opgevangen in crisisnood-, nood- en tijdelijke opvang (zie definitieblad voor nadere toelichting).
Situatie Oirschot:
● Crisisnoodopvang:
We hebben in het najaar 2015 eenmalig circa 500 asielzoekers crisisnoodopvang geboden voor de duur van 72 uren in de kazerne.
● Nood- en tijdelijke opvang:
Deze hebben we niet verzorgd.
● Reguliere opvang:
Het COA heeft tweemaal het verzoek gedaan bij de gemeente voor reguliere opvang. Het eerste verzoek betrof het voormalige klooster Groot Bijstervelt in Oirschot (reguliere opvang voor een periode van 10 jaar voor 600 asielzoekers).
Het tweede verzoek betrof het vakantiepark Den Beerschen Bak in Westelbeers (reguliere opvang voor de periode van 28 maanden voor 200 asielzoekers en vergunninghouders). De raad heeft vooralsnog niet ingestemd met opvang in Groot Bijstervelt. Eind 2015 heeft de raad wel ingestemd met opvang op Den Beerschen Bak. De eerste asielzoekers en vergunninghouders zijn begin 2016 gehuisvest in de avo Westelbeers.
Te volgen koers voor de gemeente Oirschot:
● Crisisnoodopvang:
We zijn geen voorstander van crisisnoodopvang omdat dit voor de asielzoekers een noodmaatregel is die in onze ogen niet wenselijk is voor de asielzoekers zelf. Zij worden verplaatst van de ene crisisnoodopvang naar de andere waardoor een vaste basis ontbreekt. De verwachting vanuit het COA is dat crisisnoodopvang in 2016 minder tot niet nodig is. Ook in het bestuursakkoord wordt gesproken over de uitfasering van crisisnoodopvang. Mocht blijken dat de behoefte aan noodopvang de komende periode blijft bestaan, dan zijn we bereid medewerking te verlenen om crisisnoodopvang in de kazerne nogmaals mogelijk te maken. We zijn geen voorstander van crisisnoodopvang in gemeentelijke of particuliere accommodaties binnen onze gemeente.
● Nood- en tijdelijke opvang:
We zijn niet vóór nood- of tijdelijke opvang omdat deze vorm van opvang voor asielzoekers een noodmaatregel is. We willen voorkomen dat asielzoekers vaak moeten verhuizen waardoor een vaste basis ontbreekt. Mocht blijken dat er door ontwikkelingen een nieuwe noodzaak ontstaat ten aanzien van nood- en tijdelijke opvang, dan zijn we bereid naar de mogelijkheden binnen onze gemeente te kijken. Dit heeft echter niet onze voorkeur.
● Reguliere opvang:
We staan open voor een uitbreiding van het aantal reguliere opvangplekken binnen onze gemeente. Gezien de evenredige spreiding van opvangplekken over de gemeente komen de kernen Oirschot en Spoordonk hiervoor als eerste in beeld. We kiezen daarbij als uitgangspunt voor kleinschalige opvang van ongeveer 200 opvangplekken
4We sluiten met dit aantal aan bij de in de brief van de Commissaris van de Koning (d.d. 31 maart 2016) genoemde ondergrens van het COA van 200 voor een zogenaamde satelliet locatie. Onlangs (13 mei 2016) hebben alle gemeenten) tevens een brief van Minister Plasterk ontvangen waarin wordt ingegaan op de wens van een aantal gemeenten voor meer kleinschalige opvang. Hierin wordt aangegeven dat de eerder genoemde ondergrenzen blijven bestaan (en dus niet worden verlaagd). Landelijk gezien zijn 1 of 2 experimenten mogelijk zolang deze binnen de afspraken van het bestuursakkoord blijven (bijvoorbeeld satellietconstructie). Kleinschaligheid als het gaat om de huisvesting van vergunninghouders is wel mogelijk.
voor een tijdelijke periode vanaf tenminste één jaar. We kiezen voor een periode van minimaal één jaar, omdat we deze termijn tenminste nodig achten voor de omgeving om vertrouwd te raken met de doelgroep, voor de doelgroep om gewend te raken aan de omgeving en een eerste start te kunnen maken met de integratie in de samenleving. Uit diverse publicaties blijkt dat de locatie van opvangcentra van belang is, met name als de nadruk ligt op vroegtijdige activering en integratie in de samenleving (zie ook hoofdstuk 5). Er moeten voldoende contactmogelijkheden zijn met de lokale bevolking. Onze voorkeur gaat daarom uit naar locaties die relatief dicht bij de dorpskern liggen of een goede verbinding tot de dorpskern hebben. Het COA hanteert hierbij een richtlijn van maximaal 3 km. We realiseren ons dat elke initiatief maatwerk is en stellen daarom geen absolute grenzen. We bekijken de mogelijkheden en onmogelijkheden per situatie en kiezen daarbij voor “eigenschaligheid”. Op dit moment vindt er landelijk gezien veel discussie plaats over kleinschaligere opvang. Mocht het COA de huidige drempel verlagen dan komt ook voor Oirschot (nog) kleinschaligere opvang in beeld. Onze voorkeur gaat uit naar opvangplekken voor vergunninghouders (doelgroep 2).
● Concrete locaties worden bij voorkeur aangedragen en opgepakt vanuit particulier initiatief en/of door onze maatschappelijke partners. We zien onze rol als gemeente als faciliterend in dit proces. We nemen geen eigendom over. Naast Groot Bijstervelt, waar de raad al een uitspraak over gedaan heeft, is er geen geschikt gemeentelijk vastgoed beschikbaar.
Resultaat burgerpanel (mei 2016)
De gemeente Oirschot moet, zo lang de vluchtelingencrisis voort duurt, bereid zijn om nog meer asielzoekers op te vangen:
33% eens/ zeer mee eens
19% neutraal
46% mee oneens/ zeer mee oneens
Van de respondenten vindt 72% dat er maximaal 100-200 asielzoekers per opvanglocatie opgevangen mogen worden. Ongeveer een derde (36%) vindt dat een opvanglocatie maximaal 2 jaar gebruikt mag worden. Ongeveer 35% vindt dat een opvanglocatie maximaal 2 tot 5 jaar gebruikt mag worden.
Welke zaken moet de gemeente meewegen bij de besluitvorming over de locaties voor de opvang van asielzoekers:
91% Voldoende spreiding van opvangplekken over de gemeente
56% Beperkte afstand tot voorzieningen
58% Opvangen van zowel personen met als zonder verblijfsvergunning
4.2 Doelgroep 2 (vergunninghouder die nog niet gekoppeld is aan gemeente)
Asielzoekers die een verblijfsvergunning ontvangen worden normaliter op het moment van ontvangst van de vergunning nog opgevangen in een regulier opvangcentrum. Na ontvangst van de vergunning worden deze personen zo snel mogelijk gekoppeld aan een gemeente en worden zij door de gemeente in een sociale huurwoning gehuisvest.
Op het moment dat zij gehuisvest worden door een gemeente tellen zij mee voor de zogenoemde taakstelling. Door de enorme toestroom van asielzoekers de afgelopen periode was de opvangcapaciteit en de doorstroming van de reguliere opvangcentra naar gemeenten onvoldoende.
Vergunninghouders verbleven daarom nog vaak lang in asielzoekerscentra of werden opgevangen in nood- of tijdelijke opvang (zie definitieblad voor nadere toelichting). Ook in 2016 wordt verwacht dat dit nog deels het geval zal zijn.
Situatie Oirschot:
● Crisisnoodopvang: zie doelgroep 1.
● Nood- en tijdelijke opvang: Deze hebben we niet verzorgd.
● Reguliere opvang: zie doelgroep 1. De beoogde opvanglocatie Groot Bijstervelt was bestemd als regulier asielzoekerscentrum, waardoor zowel doelgroep 1 als doelgroep 2 hier gehuisvest kon worden. De avo Westelbeers betreft een aanvullende opvanglocatie. De eerste 200 vluchtelingen vallen onder doelgroep 2 (vergunninghouders in afwachting van een toe te wijzen huurwoning). Lege plekken worden zowel opgevuld met doelgroep 1 als 2.
Te volgen koers voor de gemeente Oirschot:
● Crisisnoodopvang:
We zijn niet vóór crisisnoodopvang. Bij acute noodzaak zijn we bereid medewerking te verlenen om crisisnoodopvang in de kazerne nogmaals mogelijk te maken (zie toelichting doelgroep 1).
● Nood- en tijdelijke opvang:
We zijn niet vóór nood- of tijdelijke opvang. Als er een acute noodzaak ontstaat om deze vormen van opvang te verzorgen dan zijn we wel bereid hier als gemeente naar te kijken. (zie toelichting bij doelgroep 1).
● Reguliere opvang:
We staan open voor een uitbreiding van het aantal reguliere opvangplekken (zie toelichting bij doelgroep 1). Onze voorkeur gaat daarbij uit naar opvang voor vergunninghouders (doelgroep 2).
● Concrete locaties worden bij voorkeur aangedragen en opgepakt vanuit particulier initiatief en/of door onze maatschappelijke partners (zie toelichting bij doelgroep 1).
4.3 Doelgroep 3 (vergunninghouder die gekoppeld is aan gemeente)
Vergunninghouders worden vanuit een opvanglocatie gekoppeld aan een gemeente. Dit betekent dat deze gemeente de gekoppelde vergunninghouders dient te huisvesten. Op het moment dat deze vergunninghouders gehuisvest worden in een gemeente vallen zij niet meer onder de opvang van het COA. Ze zijn dan reguliere inwoners van de betreffende gemeente met dezelfde rechten en plichten als elke andere inwoner. De nieuwe inwoners zijn bijstandsgerechtigd, ontvangen toeslagen en zijn zelf verantwoordelijk voor zijn of haar financiële verplichtingen.
Het Rijk stelt voor iedere gemeente in Nederland elk half jaar de taakstelling vast van het aantal te huisvesten vergunninghouders. Gemeenten zijn verplicht huisvesting te verzorgen. In de Huisvestingswet 2014 is geregeld dat deze doelgroep met voorrang in aanmerking komt voor een sociale huurwoning. De provincie houdt als interbestuurlijk toezichthouder toezicht op het tijdig realiseren van de taakstelling door de gemeente.
Wanneer gemeenten de taakstelling niet behalen kan de provincie het interbestuurlijk toezicht in werking laten treden. Dit betekent concreet de inzet van het instrument Indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing. Hierbij zal de provincie of het Rijk de taak (het huisvesten van vergunninghouders) namens de gemeente uitvoeren op kosten van de gemeente.
De Indeplaatsstelling treedt pas in werking als een gemeente gedurende 2 à 3 perioden een achterstand in haar taakstelling heeft opgebouwd en deze niet via de gebruikelijke wijze kan inlopen. De taakstelling is de laatste jaren door de hoge toestroom steeds verhoogd. En ook in 2016 hebben gemeenten een hogere taakstelling dan in 2015.
In veel gevallen huisvesten gemeenten deze vergunninghouders in sociale huurwoningen van hun woningcorporaties. Veel gemeenten hebben moeite om aan deze taakstelling te voldoen, o.a. door verdringing van andere doelgroepen die ook aangewezen zijn op sociale huurwoningen. Hierdoor vertraagt de doorstroom van vergunninghouders van asielzoekerscentra naar reguliere huisvesting elders in het land.
Situatie Oirschot:
We hebben als gemeente Oirschot de laatste jaren voldaan aan onze taakstelling. We verwachten dat we de komende jaren meer problemen gaan ondervinden, zowel in aantallen beschikbare sociale huurwoningen als in verdringing van andere doelgroepen die aangewezen zijn op sociale huurwoningen. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat de wachttijd voor gezinshereniging opgelopen is tot ongeveer 1,5 jaar. Vergunninghouders in afwachting van gezinshereniging moeten we daarom huisvesten als één-persoonshuishoudens. Door deze toename van 1 persoonshuishoudens hebben we meer woningen nodig voor hetzelfde aantal vergunninghouders. In onderstaande tabel staat een overzicht van de taakstelling van de afgelopen jaren:
Periode
Taakstelling
Gerealiseerd
Aantal woningen
Hele jaar 2013
8
8
3
Hele jaar 2014
17
17
7
Hele jaar 2015
31
34
9
Eerste helft 2016
22
16
5Stand van zaken half mei 2016. Tweede helft mei en juni 2016 zijn hierin nog niet meegenomen.
85
Tweede helft 2016 (prognose)
6Dit aantal wijkt iets af van het in de brief van de Commissaris genoemde aantal van 45 (totaal 2016). Inmiddels is bekend dat de taakstelling voor de tweede helft van 2016 landelijk 23.000 bedraagt. Dit betekent een taakstelling voor Oirschot voor de tweede helft van 2016 van circa 25 personen.
25
Tabel: Ontwikkeling en prognose taakstelling huisvesting vergunninghouders gemeente Oirschot
Als de gezinsherenigingen uiteindelijk plaatsvinden tellen deze uiteraard ook mee voor de taakstelling.
Te volgen koers voor de gemeente Oirschot:
Gezien de algemene problematiek van doorstroming van asielzoekers met een verblijfsvergunning naar reguliere woningen in gemeenten én de verwachting dat we vanaf 2016 zonder extra maatregelen niet meer kunnen voldoen aan onze taakstelling, willen we sterk inzetten op het huisvesten van vergunninghouders:
● We willen de komende jaren aan onze taakstelling voldoen.
● We streven daarnaast vanaf 2017 naar het (tijdelijk) huisvesten van 10% extra vergunninghouders binnen onze gemeente.
● Onze voorkeur gaat uit, gezien de aard van onze woningen, naar het huisvesten van gezinnen. Dit sluit aan bij het onlangs afgesloten Actieplan Statushouders waarin is gesteld dat de gemeenten ‘zich samen verantwoordelijk voelen voor de totale taakstelling’. Onderling uitwisselen van statushouders is mogelijk, waarbij plussen en minnen per gemeente kunnen ontstaan. De steden Eindhoven en Helmond richten zich - vanwege de samenstelling van de woningvoorraad – meer op 1- en 2-persoonshuishoudens. De andere gemeenten juist meer op gezinnen. We sluiten het huisvesten van andere typen huishoudens in onze gemeente niet uit.
● We vullen onze taakstelling bij voorkeur in met vergunninghouders die zich reeds in een opvanglocatie binnen onze gemeente bevinden
7Op dit moment worden asielzoekers die vanuit een reguliere opvanglocatie in aanmerking komen voor huisvesting over het hele land verspreid. Oorzaak hiervan is de niet-evenredige spreiding van opvanglocaties en het aantal beschikbare woningen over Nederland.
. Hierdoor hoeven asielzoekers niet opnieuw kennis te maken met de omgeving en kan de integratie binnen de lokale samenleving die deels al heeft plaatsgevonden verder voortgezet worden. Op dit moment houdt het COA weinig tot geen rekening met de locatie van de opvangvoorziening en de gemeente waarin vergunninghouders worden gehuisvest. We gaan het gesprek aan met het COA om te bekijken in hoeverre hier, in ieder geval op de schaal van Oirschot, meer rekening mee gehouden kan worden.
● Uitgangspunt is dat we vanaf 2017 80% (indicatief) van de te huisvesten vergunninghouders (taakstelling 2017 + 10% extra) in reguliere sociale huurwoningen huisvesten. Voor het andere deel kiezen we voor creatieve (tijdelijke) huisvestingsoplossingen zoals het inzetten van leegstaande panden, indien mogelijk in Kempenverband.
● We huisvesten vergunninghouders zoveel mogelijk verspreid over de verschillende kernen en buurten. We proberen hiermee te voorkomen dat er een sterke concentratie van gelijke etniciteiten ontstaat. Bovendien draagt het gespreid huisvesten van vergunninghouders in onze visie bij aan de integratie van vergunninghouders in de lokale samenleving.
Resultaat burgerpanel (mei 2016)
De gemeente Oirschot is mede verantwoordelijk voor het oplossen van de landelijke achterstand in het huisvesten van vergunninghouders in gemeenten:
41% eens/ zeer mee eens
43% mee oneens/ zeer mee oneens
De gemeente Oirschot moet de komende periode bereid zijn meer vergunninghouders dan deze taakstelling te huisvesten.
22% eens/ zeer mee eens
56% mee oneens/ zeer mee oneens
70% van de respondenten is van mening dat ouder(s) met kinderen voorrang tot opvang en huisvesting moeten krijgen. Ongeveer 44% heeft geen voorkeur voor een specifieke doelgroep.
Om aan bovenstaande punten te voldoen, zetten we in op de volgende oplossingen:
1Huisvesting binnen reguliere huurwoningen proberen we op een creatieve manier te realiseren door in te zetten op kamergewijze verhuur. Hierdoor kunnen we meer vergunninghouders, eventueel gecombineerd met arbeidsmigranten en jongeren
8In aansluiting op de op 24 november 2015 aangenomen raadsmotie over de tijdelijke huisvesting van vergunninghouders, starters op de woningmarkt en arbeidsmigranten.
, huisvesten en beperken we de verdringing. Daarnaast kunnen we de groep alleenstaanden, die wachten op gezinshereniging, alvast tijdelijk huisvesten. Na de hereniging kunnen we hen vervolgens een woning aanbieden die past bij hun gezinssituatie. We gaan hiervoor op korte termijn het gesprek met onze maatschappelijke partners zoals woningcorporaties aan.
2We kiezen naast het huisvesten van vergunninghouders in een reguliere woning ook voor tijdelijke huisvestingsoplossingen (minimaal 5 jaar
9Met deze termijn sluiten we aan bij de minimale termijn zoals gehanteerd in de subsidieregeling voor het aanpassen en herbestemmen van leegstaande panden zoals opgenomen in het Onderhandelaarsakkoord.
) om aan de grotere taakstelling te kunnen voldoen en 10% extra te huisvesten. Bij deze tijdelijke huisvestingsoplossingen zoeken we zo veel mogelijk naar een combinatie met arbeidsmigranten en jongeren. We kiezen daarbij voor kleinschalige oplossingen met maximaal 50 huisvestingsplaatsen. Onze voorkeur gaat daarbij uit naar initiatieven die een koppeling maken met het tegengaan van leegstaand vastgoed waardoor dit een (tijdelijk) nieuwe economische drager wordt voor bijvoorbeeld religieus erfgoed, leegstaande complexen/ landgoederen een tijdelijke huisvesting op een braakliggend terrein. Deze 2 oplossingen worden bij voorkeur aangedragen en opgepakt vanuit particulier initiatief en/of door onze maatschappelijke partners. We zien onze rol als gemeente als faciliterend in dit proces. We nemen geen eigendom over.
Deze 2 oplossingen worden bij voorkeur aangedragen en opgepakt vanuit particulier initiatief en/of door onze maatschappelijke partners. We zien onze rol als gemeente als faciliterend in dit proces. We nemen geen eigendom over.
Resultaat burgerpanel (mei 2016)
Meer dan driekwart (78%) van de panelleden is van mening dat de huisvesting van vergunninghouders door middel van het inzetten van leegstaande panden opgelost moet worden. Ongeveer 35% kiest voor het inzetten van sociale huurwoningen, 31% kiest voor kamergewijze verhuur.
We sluiten met bovenstaande koers aan bij de uit eerder onderzoek (in: Policy Brief, “Geen tijd verliezen”) gebleken succesfactoren die bijdragen aan een adequate huisvesting en integratie van statushouders. Dit zijn het plaatsen van beperkte aantallen, kleinschalige huisvesting (geen grote wooncomplexen) en voldoende spreiding over buurten. Daarnaast is het informeren en betrekken van buurtbewoners bij de komst van vergunninghouders van belang.
5. Integratie, participatie en maatschappelijke begeleiding
5.1 Integratie en participatie in een opvanglocatie
Om integratie en participatie al in een vroeg stadium te laten beginnen kiezen we, met name bij de eerste twee doelgroepen die zich in een opvanglocatie bevinden, in beginsel voor kleinschalige burgerinitiatieven. We zetten de kracht van onze lokale samenleving in en faciliteren daar waar nodig. Juist met deze kleinschalige initiatieven, passend bij de lokale situatie, worden de meeste effecten bereikt. We kiezen daarom ook niet voor het institutionaliseren of opschalen van deze initiatieven. We hebben de afgelopen periode gezien hoe krachtig een lokale samenleving kan zijn als het gaat om het begeleiden en ondersteunen van vluchtelingen in de brede zin van het woord.
12Nog voor de start van de opvanglocatie in Westelbeers was al een enorm potentieel aan vrijwilligers bereid om zich in te zetten voor de begeleiding, ondersteuning en integratie van asielzoekers in Westelbeers.
Resultaat burgerpanel (mei 2016)
We mogen van alle inwoners van de gemeente verwachten dat zij willen bijdragen aan de integratie van asielzoekers in opvangcentra in onze gemeente:
48% mee eens/ zeer mee eens
27% mee oneens/ zeer mee oneens
We mogen van alle inwoners van de gemeente verwachten dat zij willen bijdragen aan de integratie van vergunninghouders die in onze gemeente een woning hebben gekregen:
60% mee eens/ zeer mee eens
17% mee oneens/ zeer mee oneens
Naast deze burgerinitiatieven zijn de volgende partners in beeld als het gaat om de integratie van asielzoekers die zich in een opvanglocatie bevinden (doelgroep 1 en 2):
-COA: Tijdens het verblijf in de opvang biedt het COA asielzoekers activiteiten en programma’s aan op gebied van inburgering en integratie.
-Vluchtelingenwerk Nederland: Ondersteuning en begeleiding van asielzoekers voor wat betreft (juridische) procedures, asielprocedures etc.
-Vrijwilligers: Op alle opvanglocaties worden vrijwilligers door het COA ingezet in het kader van integratie en activering voor bijvoorbeeld taallessen of kinderopvang.
Ook zijn vrijwilligers actief die niet direct aangestuurd worden door het COA maar die (al dan niet in samenwerking met het COA) activiteiten buiten de opvanglocatie organiseren die sterk bijdragen aan de integratie in de lokale samenleving.
5.2 Integratie en participatie van gehuisveste vergunninghouders
Na de eerste fase van activering en de start van het integratieproces vanuit een opvanglocatie begint, na huisvesting in de gemeente, de daadwerkelijke integratie in de lokale samenleving. Zoals reeds aangegeven hebben we daarbij niet alleen aandacht voor de integratie van vergunninghouders in de Nederlandse samenleving, maar zetten we ook in op het vergroten van kennis en kunde van onze inwoners over deze nieuwe doelgroepen. We proberen daarmee eventuele vooroordelen over elkaar te verkleinen, proberen zorgen weg te nemen over de huisvesting van deze nieuwe doelgroepen in de buurt en proberen de interactie tussen buurtbewoners en vergunninghouders te stimuleren. Deze interactie tussen buurtbewoners en vergunninghouders zien we als een essentieel onderdeel van het integratieproces. In de nog op te stellen uitvoeringsnotitie geven we verder invulling aan dit onderdeel. We maken dan bijvoorbeeld concreet op welke manier we de buurt informeren en kennis laten maken met vergunninghouders op het moment dat zij in een bepaalde straat of wijk gehuisvest worden.
Discussieavonden 18 en 19 mei
-Informeer de buurt actief als er vergunninghouders in de wijk gehuisvest worden
-Nodig buurtbewoners actief uit om hun kennis te vergroten over andere culturen en gewoonten. Zorg bijvoorbeeld voor een informatieavond waar dit aan bod komt.
-Zorg dat buurtbewoners weten wie gehuisvest worden en wat hun dagelijkse bezigheden zijn.
-Maak gebruik van bestaande middelen zoals buurtbeheer, buurtcoördinatoren. De gemeente hoeft alleen te faciliteren. Laat het vooral via deze laagdrempelige kanelen lopen.
-Richt hier geen protocollen voor in maar laat het juist over aan de buurt zelf
We streven voor wat betreft de integratie van vergunninghouders naar een snelle toeleiding naar (vrijwilligers)werk en uiteindelijk deelname aan het reguliere arbeidsproces. Integratie en participatie in de lokale samenleving zien we daarbij als een motor om dit te kunnen bereiken. We proberen daarmee tevens te voorkomen dat vergunninghouders in een negatieve vicieuze cirkel belanden en voor een lange periode in de bijstand terecht komen.
We realiseren ons dat integratie en specifiek toeleiding naar werk een lastig proces is. Recent onderzoek wijst uit dat de arbeidsmarktparticipatie van asielzoekers achterblijft ten opzichte van de autochtone bevolking. Dit heeft een aantal oorzaken.
Zo worden buitenlandse diploma’s niet erkend, zijn vergunninghouders in de eerste jaren druk bezig om aan de inburgeringseis te voldoen, zijn er taalachterstanden, is er sprake van een suboptimale ruimtelijke verdeling van asielzoekers over Nederland ten opzichte van de werkgelegenheid en kampt tot wel 80% met depressie- en angstklachten. Ook de tijdelijkheid (en dus onzekerheid) van de verblijfsvergunning is ongunstig voor de integratie (uit: Landen in Nederland). Daarnaast wordt het vinden van werk bemoeilijkt doordat werkgevers vaak werkervaring of een relevante opleiding vragen. Voor volwassenen is geen studiefinanciering beschikbaar wat omscholing bemoeilijk
13Vanaf 2017 introduceert Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) het levenlanglerenkrediet. Met dit krediet kunnen volwassenen tot 55 jaar een wettelijk erkende opleiding in het hoger onderwijs of een beroepsopleidende leerweg in het mbo volgen. Dit krediet geeft ook vergunninghouders de mogelijkheid om zich om te scholen of bij te scholen.
. In het genoemde rapport ‘Geen tijd verliezen
14SCP, WRR en WODC, december 2015
’ worden hierover een aantal aanbevelingen gedaan. Zo zou het kabinet bij het huisvesten van zogenoemde statushouders ook rekening moeten houden met hun werkervaring. Nu worden asielzoekers met een status lukraak door het land ondergebracht. Het lijkt beter lijkt om een woning te vinden in een regio waar ook werk voor die persoon beschikbaar zou kunnen zijn.
Gezien bovenstaande en op basis van onderzoek en ervaringen naar eerdere vergelijkbare vluchtelingengroepen is niet te verwachten dat een snelle toeleiding naar werk eenvoudig gerealiseerd kan worden.
Een belangrijk deel van het economisch potentieel van de vluchtelingen zal zich vermoedelijk pas in de tweede en anderhalve generatie (vluchtelingen die als kind naar Nederland zijn gekomen) manifesteren (uit: Landen in Nederland).
Bovenstaande toont aan dat veel oorzaken die (arbeids)participatie van vergunninghouders bemoeilijken niet op lokaal niveau op te lossen zijn. Participatie en integratie in de lokale samenleving vormen echter wel een belangrijke basis om, al dan niet op langere termijn, deel te nemen aan het reguliere arbeidsproces.
Voor wat betreft deze participatie, integratie en (deels) toeleiding naar werk van vergunninghouders (doelgroep 3) zien we de gemeente als regisseur. Dit betekent niet dat we ontzorgen; de vergunninghouder is zelf regievoerder. We gaan uit van eigen kracht en zelfredzaamheid, net zoals we dat doen voor elke inwoner van onze gemeente (Sociaal beleidskader, 2014). We realiseren ons echter dat deze groep inwoners in veel gevallen minder zelfredzaam is en in mindere mate een beroep kan doen op (eigen) sociale netwerken. We brengen als gemeente alle partijen bij elkaar om met elkaar te werken aan hetzelfde doel; zo snel mogelijke participatie en integratie van vergunninghouders in de lokale samenleving met als uiteindelijk doel de toeleiding naar werk.
We bekijken de komende periode hoe we een betere match kunnen bereiken tussen vraag en aanbod van lokaal (vrijwilligers)werk en asielzoekers en vergunninghouders voor wat betreft de lokale situatie. We maken hierbij zoveel mogelijk gebruik van bestaande kanalen en onze maatschappelijke partners.
De volgende partners zijn op dit moment in beeld voor wat betreft participatie, integratie en toeleiding naar (vrijwilligers)werk van doelgroep 3:
-ISD: De ISD draagt zorg voor de re-integratie van vergunninghouders en toeleiding naar werk of de hoogst haalbare vorm van participatie
15Onlangs is de RMBA vergoeding voor de maatschappelijke begeleiding van vluchtelingen verhoogd van € 1.000 naar € 2.370 per vergunninghouder van 16-65 jaar. Deze vergoeding gaat vooralsnog rechtstreeks naar de ISD. Er zijn echter meerdere partijen die extra kosten hebben door de verhoogde vluchtelingeninstroom.. Het ligt niet voor de hand dat de verhoging uitsluitend aan de ISD wordt toegekend. We bekijken dit in Kempenverband en nemen hier op korte termijn een besluit over.
.
-Vluchtelingenwerk Oirschot (SWBO): Inzet van een professionele coördinator die samen met vrijwilligers zorg draagt voor ondersteuning en begeleiding van gehuisveste vergunninghouders. Voorbeelden hiervan zijn administratieve ondersteuning, taalcafé, formulierenspreekuur etc. De inzet is met name gericht op maatwerk (wat heeft iemand nodig).
-Vrijwilligers: Inzet van vrijwilligers waaronder vrijwilligers vanuit vluchtelingenwerk, burgerinitiatieven en de inzet van buurtcoördinatoren (indien gewenst).
-Sociaal netwerk: Het geheel van relaties en sociale netwerken rondom het gezin of de persoon.
We sluiten daarnaast aan bij de onlangs opgerichte taskforce ‘Meedoen’. Deze taskforce heeft als opdracht te onderzoeken op welke manier we de zelfredzaamheid en inburgering van vergunninghouders kunnen versnellen. De oprichting van de taskforce komt voort uit het Actieplan Statushouders 2016-2017.
Naast de genoemde partijen zijn voor beide doelgroepen partners in beeld waarvan de primaire taak niet direct maatschappelijke begeleiding/ integratie is, maar die hier wel direct aan bijdragen. Hierbij denken we aan onderwijs, sportverenigingen, bibliotheek, werkgevers maar natuurlijk ook de buurt of de wijk.
Discussieavonden 18 en 19 mei
-“Er is op dit moment onvoldoende zicht op vraag en aanbod als het gaat om asielzoekers/ vergunninghouders en (vrijwilligers)werk. Betrek lokale werkgevers hierbij. Werkgevers weten niet wat asielzoekers/ vergunninghouders kunnen, weten niet of ze mogen werken, weten niet hoe lang ze mogen blijven etc. Neem deze drempels weg en vervul hier als gemeente (of lokale partner) een bemiddelende rol in”.
-“Asielzoekers mogen werken, zelfs als ze in een opvanglocatie verblijven. Zorg dat dit bekend is bij lokale ondernemers. Dit kan een win-win situatie voor beide groepen opleveren!”
-. “Asielzoekers en vergunninghouders willen participeren en zetten zich over het algemeen graag in. Vrijwilligerswerk draagt bij aan integratie. Er is nu onvoldoende zicht op vraag en aanbod. Zorg voor een betere match en vervul hier als gemeente een bemiddelende rol in. Gebruik bij voorkeur bestaande middelen, bijvoorbeeld Oirschot Doet.
-“Sport en bewegen draagt bij aan participatie en integratie, met name op lokaal niveau. Betrek lokale sportverenigingen!”
In deze paragraaf hebben we het belang van spoedige integratie in de lokale samenleving verwoord. In deze koersnotitie hebben we reeds een aantal punten aangegeven waarmee we aansluiten bij onze visie op integratie in plaats van opvang en het zo snel mogelijk laten integreren in onze maatschappij:
-We vullen onze taakstelling bij voorkeur in met vergunninghouders die zich reeds in een opvanglocatie binnen onze gemeente bevinden
16Op dit moment worden asielzoekers die vanuit een reguliere opvanglocatie in aanmerking komen voor reguliere huisvesting over het hele land verspreid. Oorzaak hiervan is de niet-evenredige spreiding van opvanglocaties en het aantal beschikbare woningen over Nederland.
. Hierdoor hoeven asielzoekers niet opnieuw kennis te maken met de omgeving en kan de integratie binnen de lokale samenleving die deels al heeft plaatsgevonden verder voortgezet worden. Er kan hierdoor ook al direct bij binnenkomst in een opvanglocatie gestart worden met het integreren in de lokale samenleving.
-Vergunninghouders; we kiezen zo mogelijk voor de opvang van vergunninghouders als het gaat om doelgroep 2. Door te kiezen voor vergunninghouders is er geen twijfel over het wel of niet (tijdelijk) in Nederland mogen verblijven en kan eerder ingezet worden op integratie.
-Huisvesten van gezinnen; we kiezen zo mogelijk voor de opvang en huisvesting van gezinnen als het gaat om doelgroep 3. Doordat gezinnen uit meerdere personen van verschillende leeftijdscategorieën bestaan komen zij automatisch met meerdere leefgebieden (onderwijs, sport, werk, gezondheidszorg, etc) in aanraking. Hierdoor wordt de participatie en integratie versterkt en versneld.
-We hebben voldoende aandacht voor de locatie van een eventueel opvangcentrum (doelgroep 1 en 2). Er moeten voldoende contactmogelijkheden zijn met de lokale bevolking. Onze voorkeur gaat daarom uit naar locaties die relatief dicht bij de dorpskern liggen of een goede verbinding tot de dorpskern hebben.
Samen met onze inwoners en onze professionele partners geven we onze visie op integratie de komende periode verder vorm. We gaan met hen het gesprek aan om uiteindelijk te komen tot een nog beter en sluitend netwerk (maatschappelijke begeleiding) rondom de opvang van asielzoekers en huisvesting van vergunninghouders en een optimale integratie in onze lokale samenleving. We gaan daarbij zoveel mogelijk uit van één partij of organisatie als regisseur/ coördinator. In de uitvoeringsnotitie gaan we in op de verschillende rollen en concrete uitwerking hiervan.
Bijlage 1 Begrippen en definities van type opvang
● Reguliere opvang Reguliere opvanglocaties hebben een opvangcapaciteit van 300-1500+ personen en worden door het COA geëxploiteerd voor een termijn van minimaal twee jaar. Incidenteel worden ook recreatieparken, migrantenhuisvesting of vergelijkbare accommodaties benut, als bijvoorbeeld een aanvullende opvanglocatie (avo). Een avo biedt kleinschalige en tijdelijke huisvesting voor asielzoekers in bijvoorbeeld hotels, pensions en campings. In de reguliere opvang heeft de bewoner onderdak en toegang tot basisvoorzieningen als kook- en wasruimten en computers. Ook krijgt hij wekelijks leefgeld en sluit het COA een ziektenkostenverzekering voor hem af. De dagelijkse begeleiding is gericht op de fase van de asielprocedure waarin hij zit. Op de andere typen opvanglocaties gelden andere voorzieningen dan in de azc's.
● Noodopvang.
Met deze tijdelijke locaties biedt het COA een soberder, maar adequate opvang aan. Het gaat om hallen (Zwolle), paviljoens (Heumensoord) en aangepaste kantoren (Den Haag) die voor de duur van 6 tot 12 maanden opvang kunnen bieden aan +/- 300+ asielzoekers. Bewoners genieten hier doorgaans minder privacy dan op een reguliere opvanglocatie; ze hebben er ook geen gelegenheid om zelf te koken. Ze hebben echter wel dezelfde toegang tot gezondheidszorg. Voorbeelden zijn de locatie Heumensoord (3.000 bedden), de voormalige penitentiaire inrichting in Alphen a/d Rijn (1140) en de opvang voor minderjarige alleenstaande asielzoekers in Scheerwolde (35).
● Crisisnoodopvang.
Crisisopvang vindt plaats in accommodaties, zoals sporthallen, die ook worden gebruikt voor de opvang van burgers bij incidenten, rampen of crises. De coördinatie van deze opvang ligt primair bij de veiligheidsregio of bij een provincie of grote stad. Crisisnoodopvang is bedoeld voor in beginsel 72 uur, waarna asielzoekers kunnen doorstromen naar de andere vormen van opvang. Gemeenten kunnen aanbieden om een crisisnoodopvang langer open te houden.
Bijlage 2 Bronvermelding
-www.cbs.nl
-www.coa.nl
-Bestuursakkoord Verhoogde Asielinstroom tussen de VNG en het Rijk,
-Advies Provincie Noord-Brabant “Uit verre landen; vluchtelingen in een gastvrij Brabant”. November 2015.
-Actieplan Statushouders 2016-2017 “Samenwerken aan huisvesting in het Stedelijk Gebied Eindhoven”
-Rapport Landen in Nederland; De vluchtelingenstroom in integratieperspectief. (A. Leerkes en P. Scholten). Februari 2016. In opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
-Sociaal Beleidskader gemeente Oirschot; Voor elkaar, met elkaar, door elkaar. Juni 2014.
-Maandelijkse uitgave van Vreemdelingenvisie (februari 2016, 03/ 2016)
-Policy Brief “Geen tijd verliezen: van opvang naar integratie van asielmigranten” door Godfried Engbersen (WRR), Jaco Dagevos (SCP), Roel Jennissen (WODC), Linda Bakker (SCP/EUR) en Arjen Leerkens (WODC), met medewerking van Jeanine Klaver en Arend Odé (Regioplan). December 2015.
-Brief Commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant d.d. 31 maart 2016 betreffende opvang asielzoekers en huisvesting vergunninghouders.
-Brief Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties d.d. 13 mei 2016 betreffende “Noodzaak tot versnelling oplevering opvanglocaties”.