Gemeentelijke regelgeving

Parkeernota 2021 Gemeente Oegstgeest

Gemeente Oegstgeest · geldt sinds 3 december 2021

Aanhef

De gemeenteraad van Oegstgeest;

het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 juli 2021;

De wens om actueel parkeerbeleid te voeren;

De Parkeernota 2021 vast te stellen en daarmee de volgende uitgangspunten:

1De parkeernormen voor Oegstgeest komen overeen met het gemiddelde van de CROW-richtlijnen;

2Aanvullen van het laadpalenbeleid: naast laadpalen in woonstraten waarbij bewoners binnen een straal van 200 meter een laadpaal vinden, zetten we ons in om, samen met onder meer de netbeheerder, geschikte locaties te zoeken voor geconcentreerde (snel)laadvoorzieningen;

3Deze visie op laadinfrastructuur wordt opgenomen in de Regionale Energie Strategie (RES);

4Onderzoeken of de bestaande openbare parkeerterreinen voor vrachtwagens aan de Apollolaan en Almondeweg opgeheven kunnen worden of dat daarvoor een alternatieve locatie kan worden gevonden;

5Bij herbestrating onderzoeken of het verhard oppervlak kan worden gereduceerd, of dat de waterdoorlatendheid kan worden vergroot, ten gunste van groen en klimaatbestendigheid;

6Aan het verstrekken van een mindervalidenparkeerplaats op kenteken worden duidelijke voorwaarden gesteld en aspecten zoals de parkeerdruk worden meegewogen in het besluit;

7Terughoudendheid bij het verlenen van inritvergunningen voor bestaande panden waar het parkeren in de openbare ruimte is opgelost;

8Parkeerplaatsen worden vormgegeven conform de meest recente ontwerpeisen en NEN2443;

9Beantwoording van de zienswijze zoals weergegeven in bijgevoegde zienswijzerapportage.

7 ALGEMEEN PARKEERBELEID

7.2 PARKEERBEHOEFTE BIJ BESTAANDE VOORZIENINGEN

7.2.1 Parkeerdruk bij herinrichting

Het verhogen van het aantal parkeerplaatsen in een bestaande omgeving is vaak niet gewenst. De beschikbare ruimte moet worden verdeeld tussen groen, parkeren, speelgelegenheid en water. Om die reden dient naast het verhogen van het aantal parkeerplaatsen altijd ook gekeken worden naar alternatieve oplossingen zoals het uitbreiden van het aantal fietsparkeerplaatsen. Het realiseren van extra parkeergelegenheid is vaak moeilijk. Om die reden wordt dan ook geen parkeernorm voor bestaande situaties gehanteerd; per locatie zal moeten worden bekeken hoe al deze functies zo optimaal mogelijk in de openbare ruimte kunnen worden ingepast. Vaak wordt als gevolg van een herinrichting door groot onderhoud of rioolvervanging de parkeersituatie bekeken en bekeken of deze kan worden geoptimaliseerd.

Bij bestaande bouw wordt geredeneerd vanuit de bezettingsgraad. Bij een parkeerdruk hoger dan 85% is het wenselijk te verkennen welke maatregelen mogelijk zijn waardoor de parkeerdruk afneemt. Dit kan door extra parkeerplekken te realiseren, te voorzien in betere fietsvoorzieningen of over te gaan tot parkeerregulering. Omdat ruimte niet overal beschikbaar is, is afweging met ander vakdisciplines over hoe de beschikbare openbare ruimte in te delen noodzakelijk en moeten keuzes worden gemaakt. Bij strijdige belangen wordt de uiteindelijke keuze inclusief onderbouwing voorgelegd aan het college van B&W.

Bij een lage parkeerdruk (onder de 65%) is mogelijk een deel van de parkeerplaatsen overbodig. Vanuit het oogpunt van verduurzaming kan op deze locaties overwogen worden om parkeerplaatsen op te heffen en zo te vergroenen. Het aantal vakken dat opgeheven kan worden wordt bepaald door het aantal vakken waarbij de parkeerdruk op 85% uitkomt. Een aantal van de parkeerplaatsen kan ook beschikbaar worden gesteld voor fietsparkeerplaatsen. Het aantal parkeervakken mag echter niet lager uitkomen dan de parkeernorm.

Parkeernota 2004:

•Afweging met ander vakdisciplines over hoe de beschikbare openbare ruimte in te delen. Bij strijdigheid beslist het college van B&W.

•Geen parkeernorm toepassen bij herinrichting van de openbare ruimte.

Reden wijziging:

Beschrijving is te vrijblijvend

Nieuw parkeerbeleid:

•Bij bezettingsgraad onder 65% kan overwogen worden om parkeerplaatsen op te heffen voor het vergroenen;

•Bij een bezettingsgraad tussen de 65% en 85% blijft het aantal parkeerplaatsen ongewijzigd;

•Boven de 85% wordt onderzocht welke maatregelen mogelijk zijn om de parkeerdruk te verlagen. Dit doen we in een integrale afweging met andere vakdisciplines. Bij conflicten beslist B&W.

7.2.2 Loopafstand naar woning vanaf de parkeerlocatie

Uit onderzoek blijkt dat de loopafstand van de parkeerlocatie naar de uiteindelijke eindbestemming vaak als belangrijkste factor wordt aangegeven als het gaat om de keuze van de parkeerlocatie. Vrijwel iedereen wil de loopafstand tussen de parkeerlocatie en de eindbestemming minimaliseren. Afhankelijk van wat men gaat doen en hoeveel tijd dit kost, is men bereid om een grotere afstand te overbruggen.

In het mobiliteitsplan 2017-2027 zijn uitgangspunten opgenomen dat een loopafstand van 100 meter in bestaande woonbuurten met een parkeerdruk tot 95% wordt geaccepteerd. Bij een parkeerdruk gelijk aan of hoger dan 95% wordt een loopafstand van 150 meter geaccepteerd.

Parkeernota 2004:

Geen beleid hiervoor opgenomen in parkeernota 2004

Reden wijziging:

In het mobiliteitsplan zijn loopafstanden opgenomen en benoemd. Om vast te kunnen stellen of sprake is van een parkeerknelpunt is het noodzakelijk te weten welke loopafstanden zijn vastgesteld.

Nieuw parkeerbeleid:

Conform het mobiliteitsplan zijn de volgende loopafstanden vanaf de woning tot aan de beschikbare parkeerplaatsen als volgt:

•Maximaal 100 meter in bestaande woonbuurten met een parkeerdruk tot 95%.

•Maximaal 150 meter in bestaande woonbuurten met een parkeerdruk gelijk aan of hoger dan 95%.

Als niet kan worden voldaan aan de bovenstaande loopafstanden dient nagedacht te worden over aanvullende maatregelen. In paragraaf 3.2 staat beschreven maatregelen dan mogelijk zijn.

7.2.3 Parkeren op eigen terrein, inritten

De meest voorkomende vormen zijn een garage, carport en een opstelplaats nabij een gebouw. Om deze te kunnen bereiken is een aansluiting op de openbare weg nodig: een inrit. Hiervoor is een “omgevingsvergunning voor een inrit” van de gemeente nodig. Na ontvangst van de vergunningaanvraag wordt allereerst onderzocht of het bestemmingsplan parkeergelegenheid toestaat en of de afmeting van de parkeergelegenheid voldoende is voor het parkeren van een voertuig. Daarnaast zijn in de Algemene Plaatselijke Verordening (artikel 2.1.5.3) onderstaande weigeringsgronden opgenomen:

Een vergunning kan worden geweigerd indien door het realiseren ervan:

a.Gevaar of hinder ontstaat of dreigt te ontstaan voor het wegverkeer ter plaatse;

b.Het gebruik van een bestaande openbare parkeerplaats onmogelijk wordt gemaakt of dreigt te worden gemaakt;

c.De groenvoorziening in de gemeente wordt geschaad of dreigt te worden geschaad;

d.Het uiterlijk aanzien van de omgeving wordt geschaad of dreigt te worden geschaad;

De cultuurhistorische waarden van een beschermd monument of beschermd dorpsgezicht onherroepelijk en/of onaanvaardbaar worden aangetast.

Een aangevraagde inritvergunning bij een beschermd monument, in een beschermd dorpsgezicht of als cultuurhistorische waarden aantast worden, wordt niet getoetst door de monumentencommissie. Extra terughoudendheid met het verlenen van een uitritvergunning is dan geboden.

Aanvraag voor inrit in relatie tot parkeerdruk en wens om te vergroenen

De aanleg van een inrit kan ten koste gaan van één of meer openbare parkeerplaatsen. In die situatie leidt de aanleg van de inrit tot hogere parkeerdruk, wat onwenselijk is als de parkeerdruk hoog is (hoger dan 85%). De parkeerdruk wordt daarom meegewogen in de afweging. Verder is het onwenselijk dat het verhard oppervlak toeneemt door het verlenen van een inritvergunning, dus ook dit aspect wordt meegewogen bij een aanvraag.

In stand houden van parkeergelegenheid op eigen terrein

Soms is het niet meer mogelijk is om van een parkeerplaats op eigen terrein gebruik te maken, bijvoorbeeld doordat een garage is omgebouwd tot woongedeelte. Als er sprake is van een instandhoudingsverplichting, dan kan de eigenaar worden aangeschreven met de mogelijkheid om binnen een bepaalde termijn weer een parkeergelegenheid op eigen terrein te realiseren. Als hij dit niet doet, kan de vergunning worden ingetrokken en de inrit verwijderd. Aangezien het lastig zal zijn om de kosten van het verwijderen van de inrit bij de eigenaar te verhalen, is het logisch dit alleen te doen bij een herinrichting of wanneer de parkeerdruk ter plaatse erg hoog is.

Parkeren voor een inrit

Parkeren voor een inrit is verboden. Aan individuele personen kan een ontheffing worden verleend om voor de eigen inrit te parkeren. Dit levert in theorie extra parkeergelegenheid op, omdat het dan mogelijk is om één voertuig op de inrit en één voor de inrit te parkeren. Het kan echter niet worden verplicht om ook daadwerkelijk gebruik te maken van deze ontheffing. De bewoner mag zijn voertuig ook elders in de straat parkeren waardoor de theoretische winst niet altijd in de praktijk wordt behaald. Dit kan worden ondervangen door bij het verlenen van de ontheffing de voorwaarde op te nemen dat er alleen voor de inrit geparkeerd mag worden als er een voertuig op de inrit geparkeerd staat. Dit zal dan gelden voor alle nieuwe verleende ontheffingen.

Parkeernota 2004:

•Beleid op basis van de APV 2020

Reden wijziging:

•In de praktijk blijkt dat het algemeen belang (de parkeerdruk in de straat) onvoldoende wordt meegewogen. Ook blijkt een inrit vaak ten koste te gaan van een groene tuin en te leiden tot extra verhard oppervlak.

Nieuw parkeerbeleid:

•Terughoudendheid bij het beoordelen en verlenen van inritvergunningen voor bestaande panden. Dus: nee tenzij.

8 SPECIFIEK PARKEERBELEID VOOR DOELGROEPEN

8.1 MINDERVALIDEN

8.1.1 Algemene mindervalidenparkeerplaatsen

Om mindervaliden een grotere kans te geven om dicht bij de entree van voorzieningen te kunnen parkeren, worden algemene mindervalidenparkeerplaatsen aangewezen. Op deze plaatsen mag alleen worden geparkeerd met een mindervalidenparkeerkaart. Voorbeelden van dergelijke voorzieningen zijn winkelcentra, openbare gebouwen, huisarts, culturele uitgangscentra, kerken, en sportcentra.

In Oegstgeest zijn op diverse locaties algemene gehandicaptenparkeerplaatsen aanwezig. Zover bekend volstaat het huidige aantal. Op verzoek kan worden onderzocht of het wenselijk is om het aantal plaatsen uit te breiden op specifieke locaties.

Parkeernota 2004:

De algemene gehandicaptenparkeerplaats wordt ruimer vormgegeven en wordt voorzien van een gehandicaptenbord en bij voorkeur ook van markering op de wegdekverharding.

Reden wijziging:

Geen duidelijke richtlijnen over aantal mindervalidenparkeerplaatsen binnen een bepaalde straal.

Nieuw parkeerbeleid:

•Op verzoek wordt onderzocht of extra algemene mindervalidenparkeerplaatsen nodig zijn

•De afmetingen van een mindervalidenparkeerplaats worden conform de maatvoering in de meest recente uitgave van de ASVV gerealiseerd.

•Afwijken van deze richtlijn is alleen mogelijk indien hier op basis van praktijkgegevens noodzaak toe is.

8.1.2 Individuele mindervalidenparkeerplaats (kentekengebonden)

Voor inwoners van Oegstgeest die een loopbeperking hebben en niet over parkeergelegenheid op eigen terrein beschikken of deze kunnen creëren, kan een mindervalidenparkeerplaats op kenteken nabij de woning worden toegewezen. Om hiervoor in aanmerking te komen, dient men in het bezit te zijn van een mindervalidenparkeerkaart voor een bestuurder. Zorginstellingen waar bewoners met een handicap wonen, kunnen ook een mindervalidenparkeerkaart aanvragen. Deze instellingen dienen parkeerruimte op eigen terrein te realiseren voor hun voertuig.

Indien het recht op een mindervalidenparkeerkaart vervalt, vervalt ook het recht op een mindervalidenparkeerplaats op kenteken. Zodra de kaart komt te vervallen, kan het verkeersbesluit voor het instellen van de mindervalidenparkeerplaats op kenteken worden ingetrokken. Na verloop van de beroep- en bezwaartermijn kan het besluit worden geeffectueerd.

Daarnaast is gebleken dat er op dit moment niet automatisch een signaal wordt afgegeven wanneer iemand een verhuizing doorgeeft of komt te overlijden. Hierdoor komt het voor dat een mindervalidenparkeerplaats ten onrechte ongebruikt blijft liggen.

Parkeernota 2004:

Een individuele mindervalidenparkeerplaats wordt zo dicht mogelijk bij de ingang van de woning of de werkplek aangelegd indien er geen parkeermogelijkheden op eigen terrein zijn. Bij het toekennen van de gehandicaptenparkeerplaats wordt kritisch naar de parkeerdruk gekeken en zo nodig een extra parkeerplaats gerealiseerd. Nieuw was toen dat voortaan ook een aanvraag kon worden gedaan op basis van een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier.

Reden wijziging:

•In de praktijk (b)lijkt er geen toets plaats te vinden op de parkeerdruk. Tegelijk is de parkeerdruk behoorlijk toegenomen sinds 2004 en uitbreiden van de parkeercapaciteit is, zoals elders in deze nota aangegeven, ongewenst omwille van groen en klimaat. Dit rechtvaardigt een terughoudender beleid, dat rekening houdt met de parkeerdruk.

•Geen beleid wanneer de toegewezen individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt opgeheven, bijvoorbeeld bij verhuizing of overlijden. Een plaats kan ten onrechte of ongebruikt blijven liggen.

•Onduidelijk wanneer iemand recht heeft op een gehandicaptenparkeerplaats. Het is geen recht!

Nieuw beleid:

•Een mindervalidenparkeerplaats, gereserveerd op kenteken, kan worden toegekend aan iemand die:

1In het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart voor de duur van vijf jaar;

2Geen parkeergelegenheid heeft op eigen terrein;

3Als bestuurder gebruik maakt van het betreffende voertuig.

•Aan personen in het bezit van een gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers wordt geen mindervalidenparkeerplaats, gereserveerd op kenteken, toegekend;

•Bij de beoordeling van de aanvraag wordt de parkeerdruk meegewogen en een hoge parkeerdruk kan een reden zijn voor afwijzing;

•Andere aspecten, zoals ligging in een blauwe zone, afmeting voertuig en de mogelijkheid om een geschikt (formaat) parkeervak te maken, worden eveneens meegewogen;

•Mindervalidenparkeerplaatsen op kenteken die niet langer als zodanig gebruikt worden, komen te vervallen.

8.1.3 Scootmobielen

Inwoners die op grond van een WVG-indicatie beschikken over een scootmobiel, moeten deze veilig bij hun woning kunnen stallen. In principe gebeurt dat op eigen terrein. Wanneer het niet mogelijk is om deze binnen te zetten of in een schuur, garage of achtertuin, kan desnoods een scootsafe in de voortuin worden gerealiseerd. Wanneer ook dat niet mogelijk is, is het niet ondenkbaar dat er op de openbare weg, bijvoorbeeld het trottoir, een scootsafe wordt gerealiseerd.

8.2 BEWONERS

8.2.1 Parkeren recreatievoertuigen en aanhangers

In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is vastgelegd dat voertuigen die bestemd zijn voor recreatie (bijvoorbeeld caravans, campers, aanhangers) niet langer dan 3 achtereenvolgende dagen op de openbare weg mogen staan. Dit is om te voorkomen dat het uiterlijk aanzien van de gemeente wordt aangetast. Recreatievoertuigen dienen in een stalling te worden opgeslagen als zij niet worden gebruikt. Vaak ontvangt de gemeente in het voorjaar en in de zomer klachten hierover en vindt naar aanleiding daarvan handhaving plaats.

Huidig beleid:

Recreatievoertuigen en aanhangers mogen maximaal drie aaneengesloten dagen op de weg worden geplaatst. N.a.v. klachten handhaven dat deze termijn niet wordt overschreden.

Reden wijziging:

-

Nieuw beleid:

Ongewijzigd

8.2.2 Bestelbussen/ bedrijfsauto’s

Sommige bewoners parkeren in de straat niet alleen hun privéauto, maar ook een bedrijfswagen. Dit kan een gewone stationwagen zijn of een bestelbus. Dit mag, mits het voertuig niet hoger is dan 2,4 m of langer dan 6 meter, zoals bepaald in de APV.

Daarnaast is steeds meer sprake van bezorging aan huis door zowel specifieke bedrijven als postbedrijven. Met name het stil staan op de rijbaan om pakketten te bezorgen zorgt voor een korte overlast voor het overig verkeer. Het aantal klachten hierover is beperkt.

Tijdens de uitgevoerde inventarisatie is niet een groot aantal geparkeerde bedrijfswagens waargenomen. De conclusie is dan ook dat het niet zinvol is om het parkeren van bedrijfswagens cq bestelbussen in de woonstraten te verbieden.

Huidig beleid:

Bestelbussen en bedrijfsauto’s die niet tot de grote voertuigen behoren, mogen overal parkeren.

Reden wijziging:

-

Nieuw beleid:

Ongewijzigd

8.2.3 Elektrische auto’s

Het beleid voor laadpalen is vastgelegd in beleidsregels. Het beleid is dat burgers een laadpaal kunnen aanvragen.

Op aanvraag wordt bij een bestaande parkeerplaats op de openbare weg een (extra) laadpaal geplaatst mits:

•Er nog geen oplaadpaal is binnen 200 meter of

•indien er wel een oplaadpaal binnen 200 meter is, maar de reeds bestaande oplaadfaciliteit, op basis van gegevens van de oplaadpalenexploitant, veel gebruikt wordt;

•De aanvrager niet op eigen terrein kan laden;

•De capaciteit van het elektriciteitsnet voldoende is.

Naast het dekkende netwerk, zetten we in op laadpleinen en snellaadvoorzieningen.

Hoewel het beleid voldoet, geldt dat niet voor de “Beleidsregels publieke oplaadlocaties elektrische voertuigen”, vastgesteld in 2015. Een beleidsregel is een zelf opgelegde regel, bedoeld om burgers rechtszekerheid te bieden. Het instrument beleidsregel is echter niet nodig. Bovendien is de betreffende tekst onduidelijk en juridisch onvoldoende.

Huidig beleid:

Op dit moment gelden de Beleidsregels over elektrisch laden 2015.

Reden wijziging:

In de parkeernota dient het parkeren van elektrische voertuigen te worden benoemd.

Nieuw beleid:

•Op aanvraag wordt een laadpaal geplaatst, mits er nog geen is binnen een straal van ongeveer 200 meter en de aanvrager niet op eigen terrein kan laden

•Onderzoeken mogelijkheid voor laadpleinen en snellaadvoorzieningen op strategische locaties

8.3 BEZOEKERS

8.3.1 Parkeerschijfzone (blauwe zone)

Als voor kortparkeerders moeilijk parkeerruimte te vinden is doordat langparkeerders de parkeerplaatsen bezetten, dan kan het parkeren worden gereguleerd. Deze situatie doet zich voor bij winkelcentrum De Kempenaerstraat, winkelcentrum de Lange Voort en het gemeentehuis. Hier zijn parkeerschijfzones ingesteld. Indien de parkeerdruk er aanleiding toe geeft, kunnen de tijdsduur, venstertijden en het gebied waarin de zone van kracht is, worden gewijzigd.

Bewoners in de blauwe zone in Oegstgeest hebben de mogelijkheid om een ontheffing aan te vragen. Verleende ontheffingen doen de kracht van de blauwe zone deels teniet. Belangrijk is om het aantal ontheffingen zoveel als mogelijk te beperken. Per blauwe zone is in de volgende paragrafen per gebied beschreven of ontheffing wel/niet mogelijk is. Aan bewoners die beschikken over een eigen parkeervoorziening wordt geen ontheffing verstrekt. Ontheffinghouders moeten als eigenaar én gebruiker of als huurder én gebruiker zijn geregistreerd op het genoemde adres en ingeschreven zijn in de gemeentelijke basisadministratie.

Huidig beleid:

•In de blauwe zone De Kempenaerstraat/Terweeplein wordt aan bewoners die zich na 2003 hebben gevestigd, maximaal 1 ontheffing per woonadres afgegeven, tenzij ze beschikken over eigen parkeergelegenheid. Voor bewoners van voor 2003 is het aantal ontheffingen onbeperkt.

•Er worden geen ontheffingen van de blauwe zone aan de Lange Voort verstrekt.

•Bewoners die beschikken over een eigen parkeervoorziening in een blauwe zone geen ontheffing verstrekken.

Reden wijziging:

Aanvullen om het mogelijk te maken om blauwe zones als variabel instrument te gebruiken om de parkeerdruk te beïnvloeden.

Nieuw beleid:

•Vigerend beleid, aangevuld met de volgende punten

•Er worden geen ontheffingen van de blauwe zone bij het gemeentehuis verstrekt.

•Indien de parkeerdruk er aanleiding toe geeft; de tijdsduur, de venstertijden en het gebied waarin de zone van kracht is, wijzigen..

8.3.2 Scholen

Kinderen zijn kwetsbare verkeersdeelnemers; de veiligheid rondom de school en op de route tussen de woning en de school dient daarom zo groot mogelijk te zijn. Op de tijden dat de scholen beginnen en eindigen, vinden in een korte periode veel verkeersbewegingen van en naar de school plaats. Dit resulteert soms in chaotische situaties die als verkeersonveilig kunnen worden ervaren. In tegenstelling tot dit subjectieve gevoel blijken er objectief weinig ongevallen plaats te vinden.

Kinderen worden lopend, fietsend of met de auto naar school gebracht. Het halen en brengen van de kinderen gebeurt op twee verschillende manieren.

Enerzijds zijn er mensen die hun kind(eren) uit of in laten stappen en dan weer verder rijden. De zogenaamde “kiss & ride” voorzieningen daarvoor zijn vaak vormgegeven als een parkeerstrook nabij de entree van de school. Kinderen kunnen dan veilig en zelfstandig de entree van de school bereiken. Tot op heden is gebleken dat deze strook onvoldoende functioneert. Door het ontbreken van toezicht (van zowel politie als aanspreken op gedrag door de schoolleiding en andere ouders) wordt hier vaak langer op geparkeerd dan de bedoeling is. Daarnaast zorgen dergelijke kiss & ride stroken ervoor dat het met de auto naar school brengen, wordt gestimuleerd, wat niet wenselijk is. Doordat de kiss & ride stroken zich vaak voor de entree van de school bevinden, wordt het autoverkeer hier geconcentreerd, juist op de locatie waar ook leerlingen die te voet of per fiets komen waardoor vermenging optreedt. Deze stromen moeten juist van elkaar gescheiden zijn. Om deze redenen wordt terughoudend omgegaan met het realiseren van een kiss & ride strook bij de ingang van de scholen.

Daarnaast zijn er ouders die langer parkeren om bijvoorbeeld nog even met andere ouders of de leerkracht te praten of om mee te lopen de klas in. Zij parkeren gemiddeld 15 tot 30 minuten. Parkeerruimte voor hen kan op iets grotere afstand liggen; zij begeleiden de kinderen immers naar de schoolentree.

Bij middelbare scholen doen zich vrijwel geen problemen voor met het halen en brengen van kinderen; Deze leerlingen komen vooral op de fiets of met het openbaar vervoer. Bij kinderdagverblijven en naschoolse opvang is het halen en brengen vaak over een grotere tijdsperiode verspreid waardoor er minder problemen ontstaan.

Huidig beleid:

•Bij iedere school is de parkeer- en verkeerssituatie anders; maatwerk is vereist om een veilige schoolomgeving te realiseren.

•De loop- en fietsroutes naar school dienen veilig te zijn. Door onder meer veilige fietsroutes te creëren willen we het autogebruik voor het brengen en halen zoveel mogelijk beperken

•Communicatie tussen ouders, school en omgeving is van groot belang voor draagvlak en werking van de maatregelen.

•Het gebruik van K&R-stroken (Kiss and Ride) bij scholen, in plaats van meer parkeerplaatsen voor langsrijdende ouders kan een goed alternatief zijn

Reden wijziging:

Beleid rondom ‘kiss en ride’ en locatie van parkeerplaatsen ontbreekt.

Nieuw beleid:

•Bij iedere school is de parkeer- en verkeerssituatie anders; maatwerk is vereist om een veilige schoolomgeving te realiseren.

•Terughoudend omgaan met het realiseren van een kiss en ride strook voor de ingang van de school. Op locaties waar zowel voetgangers, fietsers als auto’s samen komen worden geen kiss & ride stroken gerealiseerd.

8.4 WERKGERELATEERDE PARKEERPLAATSEN

8.4.1 Parkeerplaatsen voor eerste hulpdiensten

De gemeente ontvangt met enige regelmaat het verzoek vanuit inwoners om een eigen parkeerplaats in verband met de uitoefening van het beroep. Dit betreft leden van het brandweerkorps, huisartsen maar ook vrachtwagenchauffeurs of aannemers.

Bij beroepen waar hulp aan personen wordt gegeven, kan elke seconde van levensbelang zijn. Het is dus van groot belang dat men zo snel als mogelijk kan vertrekken. Daarom is het wenselijk hieraan medewerking te verlenen door parkeerplaatsen te reserveren.

De brandweer in Oegstgeest maakt gebruik van vrijwilligers. Zij bevinden zich niet op de brandweerkazerne maar zijn oproepbaar. Na een oproep verplaatsen zij zich naar de brandweerkazerne. Dit houdt in dat zij thuis, op het werk en nabij de brandweerkazerne hun voertuig dicht bij de entree willen parkeren zodat de uitruktijd laag blijft. Op vertreklocaties waar een concentratie van vrijwilligers aanwezig is, wordt een parkeerplaats voor een brandweervoertuig gereserveerd of een vergunningenparkeerplaats aangewezen zodat hier een personenauto kan staan. Nabij de brandweerkazerne worden ook vergunningenparkeerplaatsen aangewezen waarvoor alleen vrijwilligers van de brandweer een vergunning kunnen krijgen. Indien de parkeerdruk nabij de woning dusdanig hoog is dat men vaak een grote loopafstand moet afleggen, kan bij de woning een parkeerplaats worden gereserveerd.

Soms zijn er locaties waar men veelvuldig komt. Bijvoorbeeld een ambulance die met enige regelmaat wordt opgeroepen om met spoed naar een verzorgingshuis te komen. Als het parkeren op een dergelijke locatie problemen oplevert, kan mogelijk een parkeerplaats voor een ambulance worden gereserveerd.

Ook huisartsen vervullen een belangrijke rol in de eerstehulpverlening; zij zijn vaak eerder aanwezig dan de ambulance. Als zij niet beschikken over parkeergelegenheid op eigen terrein nabij de huisartspraktijk, kan een parkeerplaats in de openbare ruimte voor hen worden gereserveerd door een vergunningenparkeerplaats aan te wijzen. Daarnaast kan een ontheffing worden verleend voor de maximale parkeerduur in de blauwe zones van Oegstgeest. Verloskundigen krijgen geen gereserveerde parkeerplaats nabij hun praktijk omdat bij hen het spoedeisende karakter minder van toepassing is. Wel komen zij in aanmerking voor een ontheffing van de maximale parkeerduur van de blauwe zones in Oegstgeest. Het aantal vergunningen en/of gereserveerde parkeerplaatsen zal niet hoger zijn dan het aantal medewerkers dat tegelijkertijd bereikbaarheidsdienst heeft.

Huidig beleid:

-

Reden wijziging:

Geen concreet parkeerbeleid omtrent personen met oproepdienst (menselijke hulp).

Nieuw beleid:

•Indien op eigen terrein bij een vertrekpost geen mogelijkheid is om nood- en hulpvoertuigen te parkeren, zal hiervoor parkeergelegenheid in de openbare ruimte worden gereserveerd.

•Voor brandweervrijwilligers is het mogelijk een parkeerplaats nabij hun woning, werk en de brandweerkazerne te reserveren.

•Op locaties waar vaak een hulpdienst moet komen en op eigen terrein geen parkeermogelijkheid is, kan parkeergelegenheid in de openbare ruimte worden gereserveerd.

•Indien nodig medewerking verlenen aan parkeeroplossingen voor personen die een medisch beroep met oproepdienst hebben vanuit de eerstehulpverlening zoals huisartsen.

8.4.2 Technische hulp

Bij technische problemen waarvoor bijvoorbeeld wegsleepbedrijven en storingsdiensten van nutsvoorzieningen worden opgeroepen is het weliswaar wenselijk dat men snel ter plaatse is, maar zullen enkele minuten meer of minder geen levensbedreigende situaties tot gevolgen hebben. Met andere woorden: als het voertuig iets verder weg staat geparkeerd, is dit acceptabel. Voor deze oproepdiensten worden daarom geen parkeerplaatsen gereserveerd of vergunningen verstrekt.

Huidig beleid:

-

Reden wijziging:

Geen concreet parkeerbeleid omtrent personen met een technisch beroep.

Nieuw beleid:

Geen medewerking verlenen aan personen die een technisch beroep met oproepdienst hebben. Voor deze soort oproepdiensten worden geen parkeerplaatsen gereserveerd of vergunningen verstrekt.

8.4.3 Aannemers

Aannemers gebruiken hun voertuig om bouwmateriaal en gereedschap mee te vervoeren en moeten vaak dingen uit- en inladen. Dat is dus laden en lossen en dat is vrijwel overal in Oegstgeest toegestaan. Zo ook binnen een blauwe zone of in een willekeurige woonstraat, zelfs als er een parkeerverbod van kracht is. Als het voertuig bij het laden en lossen dusdanig wordt geplaatst dat er hinder voor anderen ontstaat, kan er wel worden gehandhaafd op belemmering van de doorstroming van het overige verkeer.

Op het moment dat het voertuig wordt gebruikt als “gereedschapskist” is er geen sprake meer van laden en lossen, maar van parkeren met de bijbehorende verkeersregels. Wat de aannemer moet doen, is het uitladen van zijn gereedschap (= laden en lossen) en daarna zijn voertuig op correcte wijze parkeren. Vaak wordt op het trottoir geparkeerd. Het verlenen van een ontheffing zodat wel op het trottoir mag worden geparkeerd is ongewenst als hierdoor het trottoir langdurig ontoegankelijk is voor voetgangers met een rolstoel, kinderwagen of rollator. Daarnaast blijkt uit de praktijk dat veel bewoners zich ergeren aan de voertuigen van aannemers. Dit wordt alleen maar erger indien er ontheffingen worden verleend om parkeerovertredingen te mogen maken. Daarnaast geeft het “ongelijkheid” richting de bewoners die geen toestemming hebben om op die wijze te parkeren. Aannemers zullen hiervoor een andere oplossing moeten bedenken.

Huidig beleid:

Geen medewerking verlenen aan aannemers die om een parkeerontheffing verzoeken.

Nieuw beleid:

Ongewijzigd

8.4.4 Parkeren grote voertuigen

Er zijn regels om te voorkomen dat grote voertuigen het uiterlijk aanzien van de gemeente aantasten en het uitzicht van bewoners belemmeren. Daarvoor zijn in de APV 2020

3Bron: APV Oegstgeest, 2020

bepalingen opgenomen voor voertuigen langer dan 6,0 meter of hoger dan 2,40 meter, in Artikelen 5:8 en 5:9. Op alle wegen binnen de gemeente mag op werkdagen tussen 8:00 uur en 18:00 uur een groot voertuig worden geparkeerd, zolang deze niet het uitzicht van bewoners belemmert. Hiervoor is gekozen om het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten niet te belemmeren. Buiten deze tijden mag slechts op locaties worden geparkeerd die hiervoor zijn aangewezen: het parkeerterrein aan de Almondeweg, de Apollolaan (36 meter vanaf het Apolloplein aan de oostzijde van de weg) en de recent gerealiseerde vrachtwagenparkeerplaatsen op De Boeg.

Het parkeren van grote voertuigen op privéterrein is niet aan restricties gebonden.

Vanuit de participatie is het parkeerterrein bij de Apollolaan benoemd als een plaats waar veel onveilige situaties ontstaan. Het is wenselijk om in elk geval te onderzoeken de parkeerterreinen aan de Apollolaan en Almondeweg kunnen worden opgeheven en of er wellicht geschiktere locaties zijn.

Huidig beleid:

Bepalingen over het parkeren van grote voertuigen zijn opgenomen in de APV:

•Geparkeerde (grote) vrachtwagens passen niet bij het uiterlijk aanzien van de gemeente, en is daarom in principe niet toegestaan.

•Met oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte is parkeren van grote voertuigen toegestaan op werkdagen tussen 8:00 en 18:00 uur. Buiten deze tijden mag dit alleen op aangewezen locaties (Apollolaan en Almondeweg).

Parkeren van grote voertuigen op privéterrein is niet aan restricties gebonden, dit behoeft dan ook de voorkeur.

Grote voertuigen die het uitzicht van bewoners of gebruikers van een gebouw (dagelijks gebruik) belemmeren of anderszins hinder of overlast bezorgen, zijn niet toegestaan, tenzij de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is voor het uitvoeren van werkzaamheden.

Reden wijziging:

•Ontbreken parkeerlocatie voor grote voertuigen tijdens evenementen

Nieuw beleid:

•Onderzoeken of de vrachtwagenparkeerplaatsen aan de Apollolaan en Almondeweg kunnen worden opgeheven

8.4.5 Laden en lossen

Met name rondom winkels worden goederen gelost en/of geladen. Dit kan met grote vrachtwagens, maar ook met bestelbussen of personenauto’s plaats vinden. In zowel De Kempenaerstraat als winkelcentrum de Lange Voort zijn laad- en losvoorzieningen in de openbare ruimte aanwezig. Ondanks de aanwezige laad- en losvoorzieningen, wordt regelmatig op de rijbaan geladen en gelost. Dit belemmert de doorstroming voor het overige verkeer vanwege de beperkte ruimte. Zoals eerder ook benoemd leidt het kortstondig parkeren voor laden en lossen incidenteel tot problemen maar is nog geen sprake van een structureel probleem.

Bij (her)ontwikkeling van voorzieningen waarbij sprake is van laden en lossen, heeft het sterk de voorkeur om dit op eigen terrein, indien mogelijk inpandig, op te lossen. Aandachtspunt is de geluidsoverlast die kan ontstaan. Het is daarom verboden om te laden en te lossen tussen 23:00 uur in de avond en 07:00 uur in de morgen, behoudens op marktdagen. Als in de toekomst eventueel een stadsdistributienetwerk in de regio wordt gerealiseerd, is het wenselijk om hierop aan te sluiten.

Huidig beleid:

In stand houden / realiseren laad- en losgelegenheden nabij voorzieningen.

Reden wijziging:

Eventuele overlast van het laden en lossen moet bij nieuwe voorzieningen geminimaliseerd worden

Nieuw beleid:

•Bij (her)ontwikkeling van voorzieningen waar laden en lossen van toepassing is, de ontwikkeling dusdanig vormgeven dat het laden en lossen zoveel mogelijk op eigen terrein (indien mogelijk inpandig) plaats kan vinden.

•Aansluiten op het toekomstige regionale netwerk van stadsdistributie als dit wordt gerealiseerd.

Bijlage 1: Parkeernormen auto

De hoogte van de parkeernormen wordt onder andere aan de hand van de stedelijkheids-graad en de indeling van de stedelijke zones bepaald.

1Stedelijkheidsgraad, stedelijke zones en toe te passen normen

In de door het CROW opgestelde publicatie 381 (Toekomstbestendig Parkeren) is voor de bepaling van de parkeernormen rekening gehouden met de stedelijkheidsgraad, de bereikbaarheidskenmerken een aanwezigheid van voorzieningen zoals winkels.

Stedelijkheidsgraad

Onder de stedelijkheidsgraad wordt verstaan het aantal adressen per vierkante kilometer. Doorgaans gaat een hogere stedelijkheidsgraad samen met een lager autobezit. Naarmate de omgevingsadressen dichtheid afneemt, is het aanbod en kwaliteit van alternatieve vervoerswijzen lager met als gevolg een hoger parkeerkencijfer. Het CROW hanteert de volgende klassen:

Klasse

Omgevingsadressen dichtheid (adressen per km2)

Zeer sterk stedelijk

> 2.500

Sterk stedelijk

1.500 – 2.500

Matig stedelijk

1.000 – 1.500

Weinig stedelijk

500– 1.000

Niet stedelijk

< 500

De gemeente Oegstgeest valt op dit moment, 2020, onder sterk stedelijk. In feite kan een groot deel van Oegstgeest worden gezien als sterk stedelijk.

Stedelijke zones

Het CROW onderscheidt ook nog stedelijke zones: het centrum, de schil rondom het centrum, de rest van de bebouwde kom en het buitengebied. Oegstgeest wordt beschouwd als ‘rest bebouwde kom’.

Toe te passen parkeernormen

De door het CROW opgestelde parkeerkencijfers zijn afgeleid van landelijke ervaringen en hebben daarom een bandbreedte. Gemeente Oegstgeest hanteert daarvan het gemiddelde. De tabel toont het gemiddelde van de CROW-kencijfers en links daarvan de parkeernormen voor Oegstgeest.

In bestemmingsplannen zijn tot op heden eigen parkeernormen opgenomen. Ter vergelijking zijn de parkeernormen uit het bestemmingsplan Bio Science Park en Rhijnfront in de kolommen onder ‘bestemmingsplannen’ toegevoegd.

De kolom aandeel bezoekers geeft aan welk deel van de parkeereis is bedoeld voor bezoekers. Het aandeel bezoekers is al verwerkt in de parkeernorm en komt dus niet bovenop de norm uit de eerste kolom. De laatste kolom geeft ten slotte aan of de norm geldt voor een object of dat uitgegaan dient te worden van een aantal m2.

Nr

Functie

Bestemmingsplannen

Oegstgeest

CROW

BSP

Oud

Oegstgeest aan de Rijn

Aandeel

bezoekers

Eenheid

1

Wonen

1.1

Koop, vrijstaand

2,1

2,1

1,8

0,3

Stuk

1.2

Koop, 2-onder-1-kap

2

2

1,8

0,3

Stuk

1.3

Koop, tussen/hoek

1,8

1,8

1,8

1,8

0,3

Stuk

1.4

Koop, appartement, duur

1,9

1,9

1,7

1,8

0,3

Stuk

1.5

Koop, appartement, midden

1,7

1,7

1,7

1,8

0,3

Stuk

1.6

Koop, appartement, goedkoop

1,5

1,5

-

1,8

0,3

Stuk

1.7

Huurhuis, vrije sector

1,8

1,8

1,8

0,3

Stuk

1.8

Huurhuis, sociale huur

1,5

1,5

1,3

1,8

0,3

Stuk

1.9

Huur, appartement, duur

1,7

1,7

1,8

0,3

Stuk

1.10

Huur, appartement, midden/goedkoop/sociaal

1,3

1,3*

1,8

0,3

Stuk

1.11

Kamerbewoning (geen studenten)

0,65

0,65

1,8

0,2

Stuk

1.12

Kamerbewoning, studenten

0,25

0,25

0,25

1,8

0,2

Stuk

1.13

Aanleunwoning en serviceflat

1,1

1,1

1,8

0,3

Stuk

1.14

Kleine eenpersoonswoning of tiny house

0,65

0,65

1,8

2

Werken

2.1

Kantoren zonder balie

1,65

1,65

100m2

2.2

Kantoren met balie

2,25

2,25

2,25

100m2

2.3

Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief

2,15

2,15

0,8

100m2

2.4

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief

0,95

0,95

0,8

100m2

2.5

Bedrijfsverzamelgebouw

1,55

1,55

0,8

100m2

3

Winkelen

3.1

Buurtsupermarkt

3,4

3,4

3,3

100m2

3.2

Discountsupermarkt

3,3

3,3

100m2

3.3

Fullservice supermark

5,15

5,15

100m2

3.4

Grote supermarkt XL

7,7

7,7

100m2

3.5

Groothandel levensmiddelen, kantoor e.d.

5,9

5,9

100m2

3.6

Groothandel algemeen

6,4

6,4

3.7

Dorpscentrum

3,7

3,7

100m2

3.8

Wijkcentrum (klein) (n.v.t. in Centrum)

4,5

4,5

100m2

3.9

Wijkcentrum (gemiddeld) (n.v.t. in Centrum)

5,1

5,1

100m2

3.10

Wijkcentrum (groot) (n.v.t. in Centrum)

5,7

5,7

100m2

3.11

Stadsdeelcentrum (n.v.t. in Centrum)

6,3

6,3

100m2

3.12

Weekmarkt (bij klein wijk-, buurt-, en dorpscentrum)

0,2

0,2

Kraam

3.13

Kringloopwinkel (n.v.t. in Centrum)

1,65

1,65

100m2

3.14

Bruin- en witgoedzaken

7,35

7,35

100m2

3.15

Woonwarenhuis/woonwinkel

1,65

1,65

100m2

3.16

Woonwarenhuis (zeer groot) (alleen in Buitenschil/Rest)

4,75

4,75

100m2

3.17

Meubelboulevard

2,25

2,25

100m2

3.18

Winkelboulevard (n.v.t. in Centrum)

3,95

3,95

100m2

3.19

Outletcentrum (n.v.t. in Centrum)

9,6

9,6

100m2

3.20

Bouwmarkt (n.v.t. in Centrum)

2,25

2,25

100m2

3.21

Tuin- of groencentrum (n.v.t. in Centrum)

2,55

2,55

100m2

4

Cultuur

4.1

Bibliotheek

1,05

1,05

100m2

4.2

Museum

0,95

0,95

100m2

4.3

Bioscoop

11

11

100m2

4.4

Filmtheater / filmhuis

7,7

7,7

100m2

4.5

Theater / schouwburg

9,8

9,8

100m2

4.6

Musicaltheater

3,9

3,9

100m2

4.7

Casino

6,5

6,5

100m2

4.8

Bowlingcentrum

2,8

2,8

Baan

4.9

Biljart / snookercentrum

1,35

1,35

Tafel

4.10

Indoor speeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner

4,4

4,4

100m2

4.11

Indoor speeltuin (kinderspeelhal), groot

5,3

5,3

100m2

4.12

Indoor speeltuin (kinderspeelhal), zeer groot

5,5

5,5

100m2

4.13

Kinderboerderij

4,4

4,4

Stuk

4.14

Dierenpark

8

8

Ha

4.15

Attractie- en pretpark

8

8

Ha

4.16

Volkstuin (n.v.t. in Centrum)

1,35

1,35

10

4.17

Botanische tuin

10,5

10,5

Stuk

5

Sportvoorziening

5.1

Dansstudio

5,4

5,4

100m2

5.2

Fitnessstudio/sportschool

4,7

4,7

100m2

5.3

Fitnesscentrum

6,2

6,2

100m2

5.4

Sporthal

2,65

2,65

100m2

5.5

Sportzaal

2,65

2,65

100m2

5.6

Tennishal

0,5

0,5

100m2

5.7

Squashhal

2,7

2,7

100m2

5.8

Zwembad openlucht

12,9

12,9

Bassin

5.9

Sportveld

20

20

Ha

5.10

Jachthaven

0,6

0,6

Ligplaats

5.11

Manege

0,4

0,4

Box

6

Wellness

6.1

Wellnesscentrum

9,3

9,3

100m2

6.2

Sauna / hammam

6,6

6,6

100m2

7

Horeca

7.1

Camping (kampeerterrein)

1,2

1,2

Standplaats

7.2

Bungalowpark

1,6

1,6

Bungalow

7.3

1* hotel

2,3

2,3

10kamers

7.4

2* hotel

3,85

3,85

10kamers

7.5

3* hotel

4,7

4,7

10kamers

7.6

4* hotel

6,8

6,8

10kamers

7.7

5* hotel

10,1

10,1

10kamers

7.8

Café/bar/cafetaria

6

6

100m2

7.9

Restaurant

13

13

13

100m2

7.10

Discotheek

18,4

18,4

100m2

7.11

Evenementenhal / beursgebouw / congresgebouw

7,5

7,5

100m2

8

Zorg

8.1

Huisartsenpraktijk (-centrum)

2,95

2,95

Behandelkamer

8.2

Apotheek

3,15

3,15

Stuk

8.3

Fysiotherapiepraktijk (-centrum)

1,75

1,75

Behandelkamer

8.4

Consultatiebureau

1,85

1,85

Behandelkamer

8.5

Consultatiebureau voor ouderen

1,9

1,9

Behandelkamer

8.6

Tandartsenpraktijk (-centrum)

2,35

2,35

1,55

Behandelkamer

8.7

Gezondheidscentrum

2,15

2,15

1,55

Behandelkamer

8.8

Ziekenhuis

1,7

1,7

1,4

100m2

8.9

Verpleeg- en verzorgingstehuis

0,6

0,6

0,6

Woning

10

Onderwijs

10.1

Kinderdagverblijf*

1,2

1,2

1

100m2

10.2

Basisonderwijs*

0,75

0,75

0,75

leslokaal

10.3

Middelbare school

4,3

4,3

3,7

100leerl

10.4

ROC

5,2

5,2

4,7

100leerl

10.5

Hogeschool

9,5

9,5

9,3

100stud

10.6

Universiteit

14,7

14,7

13,2

100stud

10.7

Avondonderwijs

6

6

4,5

10stud

11

Overig

11.1

Crematorium (alleen in Buitenschil/Rest)

30

30

-

plechtigheid

11.2

Begraafplaats (alleen in Buitenschil/Rest

31

31

-

11.3

Penitentiare inrichting

1,65

11.4

Religiegebouw

0,15

0,15

0,15

* bvo = bruto vloeroppervlak; 100m² bvo = 60-80m² vvo (verkoop (netto) vloeroppervlak).

Algemene invalidenparkeerplaatsen

Bij openbare gebouwen en in winkelgebieden dienen algemene invalidenparkeerplaatsen te worden gerealiseerd. De richtlijn hiervoor is 1 per 50 te realiseren parkeerplaatsen.

Halen en brengen bij basisscholen en kinderdagverblijven

In de parkeernota is al aangegeven dat de inrichting van schoolomgevingen maatwerk is en dat je je moet afvragen of het wenselijk is om het halen en brengen met de auto te faciliteren. Wordt daar toch voor gekozen, dan biedt het navolgende een richtlijn voor het aantal parkeerplaatsen voor halen en brengen met de auto bij kinderdagverblijf en basisscholen. De rekenregel gaat uit van het aantal leerlingen vermenigvuldigd met het aandeel halen/brengen met de auto, vermenigvuldigd met reductiefactoren voor de parkeerduur en voor het aantal kinderen per auto: aantal leerlingen x %halen/brengen x 0,5 (reductiefactorparkeerduur) x 0,75 (aantal kinderen per auto)

•Groepen 1 t/m 3: aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,5 x 0,75 Reductiefactor parkeerduur = 0,5, omdat de parkeerduur bij groepen 1 t/m 3 gemiddeld 10 minuten in perioden van 20 minuten bedraagt. Reductiefactor aantal kinderen per auto = 0,75 voor groepen 1 t/m 3.

•Groepen 4 t/m 8: Aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,25 x 0,85 Reductiefactor parkeerduur = 0,25, omdat parkeerduur bij groepen 4 t/m 8 gemiddeld 2,5 minuten in perioden van 10 minuten bedraagt. Reductiefactor aantal kinderen per auto = 0,85 voor groepen 4 t/m 8.

•Kinderdagverblijf: Aantal leerlingen x % leerlingen met auto x 0,25 x 0,75 Reductiefactor parkeerduur = 0,25, omdat parkeerduur bij kinderdagverblijven gemiddeld 15 minuten in perioden van 60 minuten bedraagt. Reductie factor aantal kinderen per auto = 0,75 voor kinderdagverblijf.

Bijlage 2: Parkeernormen fiets

Bij de realisatie van solitaire voorzieningen kan gebruik worden gemaakt van de onderstaande richtlijnen voor het benodigde aantal fietsparkeerplaatsen. Bronnen: o.a. CROW, Plaats maken voor de fiets; leidraad voor parkeren en stallen)

Voorziening

Norm

Per

Hoofdwinkelcentrum

-

100m² bvo

Wijkwinkelcentrum

5

100m² bvo

Buurtwinkelcentrum

6

100m² bvo

Kantoor C-lokatie (overig gebied)

0,5 – 1,0

100m² bvo

Museum

25

100bezoekers

Archief

25

100bezoekers

Bibliotheek

45

100bezoekers

Kinderdagverblijf

3

10kinderen

Basisschool

4

3

10personeelsleden

10leerlingen

Voortgezet onderwijs

4

6

10personeelsleden

10leerlingen

Hoger onderwijs

4

6

10personeelsleden

10studenten

Sporthallen

40

100bezoekerscapaciteit

Sportvelden met tribune

20

100bezoekerscapaciteit

Sportvelden

20

wedstrijdveld

Zwembaden (binnenbad)

15

100m² wateroppervlak

Zwembaden (buitenbad)

15

100m² wateroppervlak

Theater

20

100bezoekers

Concertzaal

25

100bezoekers

Bioscoop

25

100bezoekers

Discotheek stedelijk

25

100bezoekers

Discotheek niet-stedelijk

15

100bezoekers

Ziekenhuis met stedelijke functie

-

100bedden

Ziekenhuis met regionale functie

30

100bedden

Verpleeghuis

15

100bedden

Recreatiegebied

20- 40

100bezoekers topdag

Attractiepark

15- 20

100bezoekers topdag

Bijlage 3: Parkeernormen scooter

Voorziening

Norm

Per

Hoofdwinkelcentrum

maatwerk

100m² bvo

Wijkwinkelcentrum

‘’

100m² bvo

Buurtwinkelcentrum

‘’

100m² bvo

Kantoor

Kantoor met baliefunctie

0,2

0,5

100m² bvo

Winkel / supermarkt

0,2

100m² bvo

Horeca I, fastfood, cafeta-ria, snackbar, lunchroom,koffie/theehuis, ijssalon,etc.

0,5

100m² bvo

Horeca II a en b, III en IV

IIa zaalverhuur, sociëteit

IIb: dancing of discotheek,

Café, restaurant

1

100m² bvo

Bibliotheek

0,2

100m² bvo

Bioscoop

0,5

100m² bvo

Fitness

0,4

100m² bvo

Museum

-

100m² bvo

Sporthal

0,2

100m² bvo

Theater

2

100zitplaatsen

Zwembad overdekt

1,5

100m2 bassin

Haltes voor bus, trein en HOV

maatwerk

n.b.

Voortgezet onderwijs

0,4

100m² bvo

ROC

0,4

Bijlage 4: Stappenplan toetsing parkeernormen

De gemeente heeft een aantal mogelijkheden om afspraken te maken die met betrekking tot parkeren meegenomen moeten worden als sprake is van nieuwbouw, verbouw of functiewijziging van een gebouw. Dit zijn afspraken over bijvoorbeeld het aantal parkeerplaatsen en de vormgeving daarvan. Alle plannen worden hierop getoetst. Relevante documenten zijn:

1Ontwikkelovereenkomst

Voorafgaand aan de ontwikkeling van een gebied waarin nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd, wordt er een contract gesloten tussen de gemeente en de ontwikkelaar. Hierin kunnen parkeernormen worden opgenomen waaraan moet worden voldaan.

Belangrijk aandachtspunt bij deze overeenkomsten is dat er voldoende aandacht moet zijn voor het parkeren. Als een groter gebied in deelgebieden wordt ontwikkeld, bijvoorbeeld Nieuw-Rhijngeest, dan is het noodzakelijk om een totale parkeerbalans te maken en bovendien per deelgebied te toetsen of dit voldoet. Zo wordt voorkomen dat een tekort aan parkeerplaatsen wordt doorgeschoven naar het laatste deelgebied en dat de parkeerbalans niet meer sluitend is te maken.

2Bestemmingsplannen

Op dit moment liggen de parkeernormen in Oegstgeest vast in de bestemmingsplannen en hanteert elk bestemmingsplan zijn eigen parkeernormen. Met de parkeernota 2020 worden de parkeernormen voor de verschillende functies uitgebreid en gelijk getrokken voor alle nieuwe ontwikkelingen in heel Oegstgeest. Hiervoor is een nieuw paraplu-bestemmingsplan opgesteld.

In het bestemmingsplan kan aanvullend op de parkeernota worden geregeld dat parkeergelegenheid op eigen terrein verplicht moet worden aangelegd en in stand moet worden gehouden. Daarmee kan overigens niet worden voorkomen dat die ruimte na verloop van tijd door de bewoner in gebruik wordt genomen voor iets anders. In een aantal bestemmingsplannen is expliciet vastgelegd dat deze parkeergelegenheid in stand moet worden gehouden. Handhaving hierop heeft overigens geen prioriteit.

3Omgevingsvergunning voor bouwen

De aanvraag van een omgevingsvergunning wordt op een aantal aspecten getoetst waaronder ook parkeren. De toets vindt plaats aan de hand van het bestemmingsplan of de nadere overeenkomst als hier afwijkende afspraken ten opzichte van het bestemmingsplan in zijn vastgelegd. Het is wel aan te bevelen dat in de ontwikkelingsovereenkomst, het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning wordt uitgegaan van dezelfde parkeernorm.

Op basis van de omvang van de (ver)bouwontwikkeling en de parkeernormen kan het aantal parkeerplaatsen worden bepaald. Daarnaast wordt getoetst op bijvoorbeeld maatvoering en bruikbaarheid van parkeerplaatsen. Aspecten van de parkeertoets:

•Berekening parkeerbehoefte

•Locatie van de parkeerplaatsen

•Dubbelgebruik parkeerplaatsen

•Ontheffing parkeernormen

•Laden en lossen

Berekening parkeerbehoefte

De parkeereis geldt uitsluitend voor de omvang van een functiewijziging of nieuwbouw. Het aantal parkeerplaatsen wordt berekend op basis van de normen en afgerond. Ook wordt bekeken of dit leidt tot voldoende bezoekersparkeerplaatsen, dus geen tekort of overschot. Een overschot kan ontstaan bij een relatief groot aantal woningen met een gezamenlijke parkeervoorziening. Bijvoorbeeld 30 bezoekersparkeerplaatsen in een appartementencomplex met 100 woningen, zoals de norm aangeeft, zal waarschijnlijk teveel zijn. Bij een enkele woning of een gering aantal, zal de bezoekersnorm, en dus de hele parkeernorm, mogelijk te laag zijn. Voor sommige specifieke functies, zoals een internationale school of speciaal onderwijs, zijn er geen normen. In dat geval moet de aanvrager op basis van referentiesituaties inzichtelijk maken wat de verwachte parkeerbehoefte is.

Locatie van de parkeerplaatsen

1Uitgangspunt is parkeren op eigen terrein

2Locatie voor bezoekersparkeren woningen

3Parkeren buiten het eigen terrein

1Uitgangspunt is parkeren op eigen terrein

Aanvragers zijn in principe verplicht om de voor hun bouw of ontwikkelinitiatief van toepassing zijnde parkeernorm op het eigen terrein aan te leggen. De parkeerbehoefte moet dus op eigen terrein worden opgelost.

Bij bijvoorbeeld nieuwbouwwijken kan mogelijk het hele plangebied als het “eigen terrein” worden beschouwd. Dat betekent dat er ook in de nieuwe openbare ruimte geparkeerd kan/moet worden. Als het eigen terrein qua parkeren voor een bepaald project of ruimtelijke ontwikkeling ruimer kan worden opgevat dan het eigen, private perceel zal dat in het betreffende bestemmingsplan of de betreffende omgevingsvergunning voor dat project of die ontwikkeling worden aangegeven en gemotiveerd.

2Bezoekersparkeren woningen

Het heeft de voorkeur om het bezoekersparkeren gebundeld in de openbare ruimte of in een collectieve parkeergarage te realiseren. Het voordeel hiervan is dat de parkeerplaatsen door iedereen gebruikt kunnen worden en er wellicht minder nodig zijn. Als gemeente moeten we daar waar mogelijk op aansturen.

3Parkeren buiten het eigen terrein

Als de parkeereis niet (volledig) op eigen terrein kan worden gerealiseerd, dan kan een initiatiefnemer mogelijk in uitzonderlijke situaties elders parkeerruimte huren of kopen, mits op korte loopafstand. Dit moet dan contractueel met een anterieure overeenkomst voor minimaal 10 jaar worden geregeld. Een andere optie is dat het parkeren in de openbare ruimte wordt opgelost, mits dat niet leidt tot problemen.

Onderstaande tabel toont de acceptabele (maximale) loopafstanden per functie.

Functie

Acceptabele loopafstanden

Wonen

100meter (100 - 250 meter voor bezoekers)

Winkelen

200– 600 meter

Werken

200– 800 meter

Ontspanning

100– 600 meter

Gezondheidszorg

100meter

Onderwijs

100meter

Bij het parkeren buiten het eigen terrein wordt getoetst of deze parkeerplaatsen binnen de genoemde maximaal acceptabele loopafstand van de ontwikkeling worden aangelegd en of er geen alternatieven op kortere afstand zijn.

Kwaliteit van de parkeerplaatsen

Van belang is dat de parkeerplaatsen aan een minimale maatvoering voldoen. Bij te smalle parkeervakken bijvoorbeeld zal het aantal te benutten parkeerplaatsen in de praktijk minder zijn.

1Parkeren op parkeerterreinen

De maatvoering van aan te leggen parkeerplaatsen dient te voldoen aan de eisen vermeld in de meest actuele versie van het ASVV en de NEN 2443 ‘Parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in garages’. De NEN 2443 is in 2013 herzien. Een belangrijke wijziging hierin is de verbreding van de parkeervakken. Voorbeelden van maatvoering:

1Langsparkeren: tenminste 2,00 meter diep en een lengte van tenminste 6,00 meter. Bij voorkeur worden de parkeervakken breder ontworpen zodat de parkeermanoeuvre eenvoudig kan worden uitgevoerd en het in- en uitstappen van het voertuig vergemakkelijkt. Langsparkeervakken langs gebiedsontsluitingswegen zijn tenminste 6,5 meter lang zodat vooruit inparkeren mogelijk is.

2Haaksparkeren: tenminste 2,50 meter breed en een lengte van tenminste 5,00 meter. De rijbanen dienen 6,00 meter breed te zijn.

2Parkeren op oprit of in garage(box)

In onderstaande tabel is de minimale maatvoering opgenomen waaraan een oprit en een garage(box) moet voldoen. Voor opritten geldt als aanvullende eis dat er tenminste 1 meter vrije ruimte, naast de oprit, moet zijn om de voordeur, de garage of de steeg (voor bijvoorbeeld het stallen van een fiets) te kunnen bereiken. Voor de garage(box) geldt dat er naast de garage een ruimte moet zijn om de fietsen te kunnen stallen dan wel dat er een grotere garage wordt gebouwd.

Parkeervoorziening

Kwaliteit

Enkele oprit

minimaal 5,50 meter diep en 2,40 meter breed

Lange oprit

minimaal 11,00 meter diep en 2,40 meter breed

Dubbele oprit

minimaal 5,50 meter diep en 4,50 meter breed

Garage (bij woning)

minimaal 5,50 meter diep en 2,80 meter breed inwendige maat

Garagebox (niet bij woning)

minimaal 5,50 meter diep en 2,80 meter breed inwendige maat

De hierboven genoemde maatvoering van parkeerplaatsen geldt voor nieuwbouw. Wanneer er sprake is van vervanging van bestaande bebouwing met behoud van functie en niet voldaan kan worden aan deze kwaliteit, kan daarvan worden afgeweken. In dit geval mag voor de kwaliteit van de parkeerruimte worden teruggevallen op de maatvoering van de (voorheen) geldende bouwverordening.

Volgens deze verordening moet/moest de ruimte voor het parkeren van auto’s afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto’s. Aan deze eis wordt/werd volgens de bouwverordening voldaan indien:

a) de afmetingen van bedoelde parkeerruimten tenminste 1,80m bij 5,00m en ten hoogste 3,25m bij 6,00m bedragen;

b) de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapten – voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst – tenminste 3,50m bij 5,00m bedragen.

Dubbelgebruik parkeerplaatsen

Bij sommige bouwplannen of ruimtelijke ontwikkelingen is sprake van verschillende functies binnen hetzelfde (bestemmings)plan. Mogelijk kan door een gezamenlijke parkeervoorziening met minder parkeerplaatsen worden volstaan. Verschillende functies hebben namelijk op verschillende momenten een piek in de parkeerbehoefte. De werkelijke parkeerbehoefte wordt bepaald met de onderstaande bezettingspercentages. Het drukste moment is maatgevend en bepaalt de parkeereis.

Moment

Functie

werkdag

overdag

werkdag

middag

werkdag

avond

koop-

avond

zaterdag-

middag

zaterdag-

avond

zondag-

middag

Woningen

50

60

100

90

60

60

70

Detailhandel

30

70

20

100

100

0

0

Kantoor

100

100

5

10

5

0

0

Bedrijven

100

100

5

10

5

0

0

Sociaal cultureel

10

40

100

100

60

90

25

Sociaal medisch

100

100

30

15

15

5

5

Ziekenhuis

85

100

40

50

25

40

40

Dagonderwijs

100

100

0

0

0

0

0

Avondonderwijs

0

0

100

100

0

0

0

Bibliotheek

30

70

100

70

75

0

0

Museum

20

45

0

0

100

0

90

Restaurant

30

40

90

95

70

100

40

Café

30

40

90

85

75

100

45

Bioscoop,theater

15

30

90

90

60

100

60

Sport

30

50

100

90

100

90

85

Tabel 4: Te hanteren aanwezigheidspercentages voor dubbelgebruik

Ontheffing parkeernorm

Bij zwaarwegende bezwaren kan (deels) ontheffing van de parkeereis worden verleend als de ontwikkeling wenselijk is. Hierbij gelden wel de volgende voorwaarden:

a) Er moet worden aangetoond dat er redelijkerwijze voldoende inspanning is gepleegd om te voldoen aan de parkeernormering;

b) De parkeernorming is (nog) de enige belemmerende factor voor de realisering van het initiatief of ontwikkeling.

c) Indien met een uitgevoerd parkeeronderzoek kan worden aangetoond dat met een lagere norm kan worden volstaan, kan het college van de norm afwijken.

Bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan zal iedere keer worden afgewogen in hoeverre deze afwijkingsmogelijkheid als een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid in dat plan zal worden opgenomen.

Afwijkingen werden tot nu toe niet geregistreerd en geëvalueerd, maar dat is wel wenselijk.

Bijlage 5: Samenvatting knelpunten per thema bewonersavond

Om een goed beeld te krijgen hoe de inwoners van Oegstgeest de huidige parkeersituatie ervaren en welke verbeteringen zij hierin zien, zijn informatieavonden georganiseerd. Naast een algemene toelichting op het proces en de aanleiding van de nota is gevraagd om met de gemeente mee te denken over de verschillende parkeer-onderwerpen die leven. .Een volledig verslag van de avonden kan bij de afdeling worden opgevraagd. Hieronder staan de onderwerpen die bij de presentatie zijn benoemd, samen met aangedragen oplossingsrichtingen. Deze opmerkingen, suggesties en reacties zijn meegenomen in de parkeernota.

Uitdaging 1: Elektrische voertuigen en laadpalen

Het plaatsen van laadpalen en daarmee toewijzen van parkeerplaatsen voor elektrische voertuigen wordt als een knelpunt ervaren. Dit gaat ten koste van parkeerplaatsen voor reguliere auto’s terwijl de oplaadplaatsen een groot deel van de tijd niet bezet zijn. Ook bestaat de angst dat de huidige laadpalen straks niet meer nodig of bruikbaar zijn waardoor de investering onrendabel is. Om hier als gemeente goed op voorbereid te zijn hebben we verschillende suggesties meegegeven waaronder:

•Instellen van een limiet aan laadplaatsen als de parkeerdruk hoog is of inzetten op efficiënter gebruik van laadplaatsen zodat alleen geparkeerd wordt tijdens het opladen.

•Als gemeente op de hoogte blijven van de ontwikkelingen op het gebied van elektrisch laden. Door in het beleid hierop te anticiperen is het mogelijk tussentijds andere keuzes te maken.

•Nadenken over verzamellocaties voor laadpalen en ze weren uit het straatbeeld.

•Bij nieuwbouw direct nadenken over laadvoorzieningen.

Uitdaging 2: Parkeren vs. groen

Vanuit de bewoners wordt aangegeven dat groen en parkeren vaak tegengestelde belangen hebben bij een herinrichting. Hier moet tijdens het ontwerpproces meer aandacht voor zijn zodat groen en parkeren beter op elkaar zijn afgestemd en het allebei realiseerbaar is. Hiervoor worden de volgende suggesties gedaan:

•Meer eenrichtingsverkeer waardoor wegen smaller kunnen en ruimte beschikbaar komt voor groen.

•Huidige groen op orde brengen en dan vormgeven samen met de parkeeropgave.

•Parkeerplaatsen voorzien van waterdoorlatende bestrating zodat een parkeerplaats twee functies krijgt.

•Inzetten op andere duurzaamheidsmaatregel zoals groene daken zodat minder water op straat terecht komt.

Uitdaging 3: Parkeernormen

Het aanbod van openbaar vervoer is in Oegstgeest volgens de inwoners te beperkt om lagere parkeernormen te hanteren. Daarnaast is op dit moment de parkeerdruk op sommige plekken al hoog en een lagere norm zal leiden tot een verhoging hiervan. In de reacties wordt veel aangegeven dat het openbaar vervoer moet worden verbeterd en de huidige parkeernormen niet gewijzigd moeten worden. Wel kan het goed zijn per wijk een andere normering te hanteren om zo de wijken waar de parkeerdruk hoog is te ontlasten en in wijken waar juist minder parkeerplaatsen nodig zijn deze ook niet te realiseren.

Uitdaging 4: Fietsparkeren

Wat betreft fietsparkeren wordt duidelijk aangegeven dat op dit moment onvoldoende fietsparkeerplaatsen aanwezig zijn. Zowel in het centrum als bij andere voorzieningen zoals appartementencomplexen. Door meer stallingsmogelijkheden te plaatsen neemt het fietsgebruik toe en wordt minder op ongewenste plekken geparkeerd. Ook moet rekening gehouden worden met speciale parkeerplaatsen voor bijvoorbeeld bakfietsen. Hiervoor worden de volgende suggesties gedaan:

•Op bepaalde plekken zijn er te weinig fietsparkeerplaatsen. Om fietsen te stimuleren, moeten er meer fietsklemmen/-parkeerplaatsen bij appartementencomplexen worden geplaatst. Bijvoorbeeld in Poelgeest. En overal waar er ruimte is moeten nietjes worden geplaatst voor fietsen. Dit kan gedaan worden in combinatie met het autovrij maken van straten, waardoor er meer ruimte vrijkomt voor fietsers.

•Anderen mogelijkheden zijn ondergrondse stallingen of pop-up stallingen voor fietsen.

•Alle aspecten van fietsen moet worden aangepakt, aangezien OV niet geschikt is binnen de gemeente.

•Fietsen worden vaak zomaar ergens neergezet. Hier moet iets aan gedaan worden.

Uitdaging 5: Vrachtwagenparkeren

Geparkeerde vrachtwagens binnen de kern Oegstgeest worden als onwenselijk ervaren. De meeste bewoners willen deze uit het straatbeeld hebben en verplaatsen naar terreinen die hiervoor geschikt zijn. De huidige parkeerplaats in de Apollolaan is niet wenselijk vanuit verkeersveiligheidsoogpunt. Gesuggereerd wordt de vrachtwagens alleen te laten parkeren op het bedrijventerrein en bezoekend vrachtverkeer de bevoorrading plaats te laten vinden met kleine elektrische voertuigen. Hieronder een aantal suggesties:

•Bedrijventerreinen openstellen voor particuliere vrachtwagens.

•Aan de randen van de steden ladingen van grote vrachtwagens overslaan op kleinere elektrische voertuigen. Hierdoor zal er minder last zijn van grote vervuilende voertuigen in de binnenstad.

•Vrachtwagens bij het bedrijventerrein De Boeg laten parkeren in plaats van naast de internationale school (Apollolaan).

•Geen vrachtwagens overdag toestaan, maar alleen maar ’s avonds/’s nachts.

•Tijdelijk vrachtwagens parkeren op de nieuwbouwlocatie Rhijngheest.

•Er moet een grote centrale parkeerplaats komen voor vrachtwagens en deze niet verdelen over verschillende wijken.

•Vrachtwagens kunnen ’s nachts parkeren op het terrein van het Groene Kerkje.

•Vrachtwagens moeten geheel buiten het zicht worden geplaatst, bijvoorbeeld bij van der Luyt.

Uitdaging 6: Parkeerregulering

Het introduceren van parkeerregulering wordt niet door alle bewoners direct als onwenselijk benoemd. Wel dient het goed uitgewerkt te worden en is van belang dat na invoering ook handhaving plaats vindt. Als de gemeente hiertoe over gaat moet dit per locatie worden uitgewerkt, besproken worden met de omgeving en vervolgens ook duidelijk zichtbaar zijn op straat. Bij de invoering van parkeerregulering moet daarnaast ook voldoende aandacht zijn voor doelgroepen parkeren zoals mindervalide of deelauto’s. Hieronder nog een aantal suggesties die zijn benoemd:

•Parkeerregulering moet er inderdaad komen, maar regulering en normen stellen betekent ook handhaven.

•Input via een enquête en per wijk uitwerken met bewoners.

•Aangezien er veel senioren zijn in Oegstgeest moet de belangengroep van senioren hierbij betrokken worden. Senioren zijn namelijk meer afhankelijk van de auto.

•Burgers moeten ook gevraagd worden een stuk van hun tuin af te staan voor eigen parkeergelegenheid.

•In sommige buurten en straten zijn enorme parkeerproblemen. Bijvoorbeeld in de Sterreschans. Suggestie is om daar blauwe zones of haaks (steek)parkeren toe te passen. Aan dergelijke oplossingen moet zeker ook gedacht worden bij herinrichting van wijken/buurten.

•Er moet (tijdelijk) parkeerplaatsen komen voor bouwterrein en toeleveranciers (verkeerscirculatie).

•Duidelijkheid in parkeernormen, waarbij de voorkeur gaat naar zelfde norm per wijk. Behalve als het om een speciale buurt gaat, bijvoorbeeld een Eco-wijk.

•Autobezit limiteren, bijvoorbeeld één auto per huishouden toestaan.

•Constatering: bij huizen met een oprit verandert deze oprit vaak in een tuin. Gevolg is dat auto’s op straat terechtkomen, waardoor er parkeerproblemen ontstaan.

•Als gereguleerd wordt met behulp van pasjes, dan moeten deze gratis beschikbaar zijn en de garantie bieden dat een parkeerplaats beschikbaar is.

Bijlage 6: Toelichting en resultaten parkeerdrukonderzoek 2019

Om een beeld te krijgen van de bestaande parkeersituatie is een parkeerdrukmeting uitgevoerd. Dit is gedaan door eerst het aantal parkeerplaatsen in de openbare ruimte te tellen. Daarna is op representatieve momenten het aantal geparkeerde auto’s geteld. Hiermee wordt de bezettingsgraad bepaald. Voor een woonstraat is de nacht representatief, omdat dan de meeste mensen thuis zijn en de parkeerdruk het hoogst is. Voor winkelgebieden of rondom sportcomplexen gelden andere piekmomenten waardoor deze locaties op een ander moment is geteld. Bij een nadere analyse van parkeerproblemen op een specifieke locatie, kan het zinvol zijn om een extra meting te doen.

Op dinsdag 8 oktober 2019 is een nachtelijke parkeertelling uitgevoerd. Daarnaast is er rondom de winkelgebieden ook overdag een parkeerdrukmeting uitgevoerd. Op dat moment zijn de winkels open en zijn de aantallen bezoekers naar verwachting het hoogst en daarmee ook de parkeerdruk. Tijdens de metingen is het aantal geparkeerde auto’s geteld op openbare parkeerplaatsen. Inritten of bijvoorbeeld parkeergarages onder appartementencomplexen zijn hierin niet meegenomen.

Globaal geldt dat bij een bezettingsgraad lager dan 80% voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Bij een bezettingsgraad tussen 80% en 90% is er sprake van een langere zoektijd. Als de parkeerplaatsen geconcentreerd liggen (parkeerterreinen en parkeergarages), geldt eerder een grens van 90% omdat het vinden van een beschikbare parkeerplaats op deze locaties eenvoudiger is. Een hogere grens wordt ook gehanteerd als in het gebied voornamelijk langparkeerders (bewoners of werknemers) komen en er dus relatief weinig verkeer is. Bij een bezettingsgraad hoger dan 100% staan er meer voertuigen geparkeerd dan er parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Dit kan doordat auto’s illegaal geparkeerd staan, of doordat meerdere kleine auto’s in een parkeerstrook staan. Illegaal parkeren gebeurt met name in woonwijken waar de parkeerdruk hoog is.

Hieronder beschrijven we de opzet en globale resultaten van de parkeerdrukmeting.

Onderzoek

In oktober 2019 heeft een parkeeronderzoek plaatsgevonden. In het onderzoeksgebied (zie Figuur ) zijn de openbare en doelgroepparkeerplaatsen (invalide, laden- en lossen, elektrisch) meegenomen.

Figuur 1 Onderzoeksgebied parkeerdrukmeting 2019

De metingen overdag zijn uitgevoerd in onderzoeksperioden van 2 uur. In de nachtmeting is een onderzoeksperiode genomen van 7 uur. Er is onderzoek gedaan in de volgende perioden:

•dinsdag 08 oktober (nachtelijke periode): tussen 23:00 - 6:00

•woensdag 09 oktober: tussen 8:00 - 10:00 uur, 10:00 - 12:00 uur, 14:00 - 16:00 uur en 16:00 - 18:00 uur

•zaterdag 12 oktober: tussen 10:00 - 12:00 uur, 14:00 - 16:00 uur en 16:00 - 18:00 uur

•zaterdag 19 oktober: tussen 8:00 - 10:00 uur

Tijdens de nachttelling van 2019 (zie resultaten in Figuur ) kan opgemerkt worden dat de bezettingsgraad binnen een buurt varieert. In tabel 1 is per wijk een korte beschrijving weergegeven van de parkeersituatie. De volledige resultaten van de parkeerdrukmeting zijn opgenomen in bijlage 7.

1

Rhijngeest

In grote delen van Nieuw Rhijngeest is de bezettingsgraad onder de 75%. Dit is voornamelijk het geval in het zuiden van Rhijngeest. Het beeld is niet zuiver, omdat deze woonwijk nog in ontwikkeling is.

2

Rijnfront

In Rijnfront is de bezettingsgraad over het algemeen laag (<85%). Dit is voornamelijk het geval rondom de straat de Drie Gebroeders. Echter zijn er ook een aantal straten waar de bezettingsgraad hoog is (>85%). Bijvoorbeeld in de Sterreschans en op de Oude Rijnsburgerweg. Hoewel er hier en daar enkele drukke straten in de Rijnfront liggen, zijn er geen eenduidige clusters aan te wijzen, waar de bezettingsgraad hoog is.

3

Buitengebied

In het buitengebied zijn er weinig parkeerplaatsen te vinden. De parkeerdruk is laag. Dit is het geval in bijvoorbeeld de Oude Vaartweg.

4

Oranje Nassau

In Oranje Nassau is de bezettingsraad in veel straten hoog. Met uitzondering van de straten ten zuiden van het Oranjepark, zoals de straten rondom de Prins Hendriklaan en de Kempenaerstraat, zitten de bezettingsgraden in deze wijk over het algemeen boven de 85%.

5

Oudenhof

In Oudenhof varieert de parkeerdruk tussen het oosten van de Schildersbuurt en het noord-westen van de Schildersbuurt. In het oosten ligt de bezettingsgraad van een groot deel van de straten onder de 75%, terwijl de bezettingsgraden in het noord-westen van de Schildersbuurt (met uitzondering van enkele straten zoals de President Kennedylaan en de Nicolaas Maeslaan) boven de 75% ligt.

6

Bloemenbuurt

De bezettingsgraden in de Bloemenbuurt lopen per straat uiteen. In enkele straten, bijvoorbeeld in de Gladiolenlaan, is de parkeerdruk laag (<85%); terwijl de bezettingsgraad in andere straten hoog is. Verder zijn er enkele clusters van straten te vinden met een hoge parkeerdruk; bijvoorbeeld straten rondom de Aert van Neslaan. Maar er zijn ook clusters van straten te vinden met een lage parkeerdruk zoals in de straten rondom de Asterlaan.

7

Voscuyl

In Voscuyl is de parkeerdruk over het algemeen laag. In deze buurt zijn er vele straten met een bezettingsgraad van onder de 75% te vinden.

8

Buitenlust

In het zuiden van Buitenlust zijn er verschillende straten met een parkeerdruk van boven de 85%. Bij enkele straten is de parkeerdruk lager, zoals bijvoorbeeld in de straten Floresstraat en Surinamestraat.

9

Haaswijk-West

In Haaswijk (zowel Haaswijk West en Haaswijk Oost) zijn er verschillende straten met een hoge bezettingsgraad van boven de 95%. Dit is bijvoorbeeld het geval in de straten rondom de Kerckwervelaan en de straten rondom de Annie M.G. Schmidtlaan. Verspreid in deze buurt zijn er ook straten te vinden met een lage parkeerdruk onder de 75%.

10

Haaswijk-Oost

11

De Morsebel

In Morsebel lopen de bezettingsgraden uiteen. De bezettingsgraden liggen in deze buurt het hoogst in de straten Gerrit Rietveldlaan, Theo van Doesburglaan, Aldo van Eycklaan en de Willem Dudoklaan.

12

Poelgeest

Ook in Poelgeest lopen de bezettingsgraden uiteen. De straten met een hoge bezettingsgraad (>95%) liggen rondom de Jac. P. Thijsselaan Noord, ook in de Cornelis van Steenishof is de parkeerdruk hoog. Rond de Adriaan van Royenlaan en de Jac. P. Thijsselaan Zuid is de parkeerdruk lager dan 75%.

Tabel 1: toelichting parkeersituatie per wijk

Figuur 2 Resultaten nachttelling bezettingsgraad 2019

Bijlage 7: Gedetailleerde resultaten parkeerdrukonderzoek 2019

Op de volgende pagina zijn de resultaten van de parkeerdrukmeting in een interactieve PDF weergegeven. In dit PDF-bestand zijn alle telmomenten in een aparte laag opgenomen. Door in het PDF-bestand zelf een telmoment te selecteren zijn de resultaten per sectie (wegvak) zichtbaar)

Hoe kan je deze lagen bekijken?

1

Breid het linker informatiescherm uit door op de grijze pijl te klikken.

(zie de afbeelding hiernaast)

2

Vervolgens verschijnen er een aantal icoontjes. Klik op het volgende icoontje

3

Vervolgens kan je de map Lagen uitbreiden

4

Tenslotte kies je van welk telmoment je de resultaten wil zien

5

Op de kaart verschijnen de resultaten van het betreffende telmoment.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.