4. Onze ambities
4.1. Karaktervolle groei
We willen in de geraamde woningbehoefte voorzien met stevig verder bouwen in Nieuw Rhijngeest, maar ook door ruimte te geven voor plannen in het bestaande dorp. We willen daarbij ons dorpse en groene karakter behouden en versterken. We zetten in op de nieuwbouw van gemiddeld 125 à 130 woningen per jaar. Om dit de bereiken ramen we een plancapaciteit van 30% extra (totaal 165 à 170 woningen per jaar). Rekening houdend met de gebruikelijke planuitval komen we op de gewenste productie uit. Het getal is echter niet heilig. We gaan voor woningbouw die een meerwaarde heeft voor het karakter van het dorp.
Wat willen we: onze belangrijkste uitdagingen
1Er is behoefte aan minimaal 1230 woningen tot 2030 erbij, maar we streven naar een toevoeging van 1400 woningen in onze gemeente. Hiermee vangen we ook een deel van de subregionale behoefte op waarin andere gemeenten niet kunnen voorzien. Met 30% erbij (uitgaande van 1400 woningen) komen we uit op een nastrevenswaardige plancapaciteit van 1800 woningen. Dit aantal is met de Leidse subregio afgestemd. Het is tegelijkertijd ook een maximum. Als Oegstgeest meer plancapaciteit zou willen is opnieuw regionale afstemming nodig.
2We realiseren dit met doorbouwen in Nieuw Rhijngeest èn met plannen in het bestaande dorp.
3In de omgevingsvisie is ruimtelijk ingevuld hoe we het dorpse karakter behouden, door bijvoorbeeld te bepalen wat passende bouwhoogtes zijn voor welk type woongebied.
4Binnen het dorp zien we kansen voor herbestemming omdat bijvoorbeeld bankvestigingen hun functie verliezen, of door het verplaatsen van de Leo Kannerschool naar de ‘Geesten’. Op deze plekken willen we meewerken aan het realiseren van woningen, door middel van transformatie of sloop/nieuwbouw.
5We willen de bouwplannen (binnen het dorp) in een breder verband beoordelen en daarin meenemen; moet het plan deel uitmaken van een bredere gebiedsgerichte ontwikkeling? Wat is de maatschappelijke meerwaarde en wat is eventueel het maatschappelijke ‘verlies’ (bijvoorbeeld indien als gevolg van de functieverandering een populaire maatschappelijke ontmoetingsplek verdwijnt). En wat zijn de ‘meekoppelkansen’ zoals een aantrekkelijker openbare ruimte, of aantrekkelijker groen, etc. Dit pakken we integraal op in de omgevingsvisie.
6Bij nieuwbouw en transformatie streven we naar een klimaatbestendiger Oegstgeest. Denk daarbij aan gescheiden afvoer en infiltratie van regenwater en voldoende buffering hiervoor, groene tuinen, groene daken etc.
7Karaktervolle groei tenslotte is ook een buitenruimte die uitnodigt tot gezond gedrag en sociaal contact: lopen, fietsen, elkaar ontmoeten. Onze bosachtige parken nodigen daarvoor al uit. De nieuwbouw doet hier niet aan af maar draagt juist bij aan de diversiteit van groen en ontmoeting (nieuwe aantrekkelijke pleinen, plantsoenen, groene gevels, etc.).
8We willen ruimte geven aan Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). Bijvoorbeeld collectieven van starters of van ouderen (Knarrenhof), met daarbij de kanttekening dat de verwerving van grond een verantwoordelijkheid van de initiatieven zelf is.
9Tenslotte willen we meer grip krijgen op kamerverhuur en koop door beleggers. Het valt op dat er binnen de gemeente steeds meer vragen binnenkomen over woningsplitsing. Dit lijkt te worden veroorzaakt door enerzijds de strengere regelgeving op het gebied van kamerverhuur in Leiden, en anderzijds doordat steeds meer spaarders de woningmarkt hebben ontdekt als interessant belegging, nu spaargeld niets meer opbrengt. Hierdoor bestaat het risico op een moeilijker toegankelijk koopaanbod voor reguliere kopers. Enerzijds wordt op deze wijze betaalbare woonruimte gerealiseerd. Anderzijds kan, bij grote concentraties, de leefbaarheid van buurten onder druk komen te staan.
Wat gaan we doen?
Doelstelling
Inspanningen en instrumenten
Nieuwbouw tot 2030
Integrale afweging bij de beoordeling van nieuwbouwplannen
We geven ruimte aan initiatief en willen tegelijkertijd het karakter van ons dorp versterken. Er zijn nu voldoende plannen, maar tegelijkertijd nodigen we partijen uit die grond bezitten of grond kunnen verwerven, om met plannen te komen die maatschappelijke meerwaarde hebben.
De omgevingsvisie maakt een integrale afweging van plannen mogelijk. Met een integraal afwegingskader voor bouwplannen willen we anticiperen op de systematiek van de omgevingsvisie. In de aanloop naar de omgevinsgvisie omarmen we alvast de filosofie.
We denken hierbij aan een periodieke beoordeling van bouwplannen op basis waarvan we een ranglijst opstellen. Projecten dienen aan te sluiten bij de woningbehoefte en te voldoen aan onze eisen voor betaalbaarheid. Bovendien gaat het in de beoordeling juist ook om kenmerken die we niet in eisen (kunnen) vastleggen maar die wel onderscheidend zijn en het karaker van Oegsgeest versterken. Te denken valt aan:
•het creëren van senioren woningen speciaal in centraal gelegen delen van het dorp in de buurt van voorzieningen (een ontwikkelaar kan bijvoorbeeld in zee gaan met een een Knarrenhof initiatief);
•Natuurinclusief bouwen: De gemeente wil het dorp verder vergroenen en aantrekkelijker maken als leefomgeving voor mensen en (beschermde) dieren. Daarom moedigt de gemeente aan om natuurvriendelijk te bouwen. Dit heet ook wel ‘natuurinclusief bouwen’. Bij natuurinclusief bouwen houden ontwikkelaars rekening met beschermde diersoorten en de hoeveelheid groen op, aan en rondom gebouwen.
•Voldoen aan ‘bijna energieneutraal bouwen’ (BENG): vanaf 1 januari 2021 verplicht.
Benutten bestaande woningvoorraad
Regelgeving opstellen kamerverhuur en woningsplitsing
We stellen een huisvestingsverordening op waarin we kamerverhuur gaan reguleren. Eventuele waterbedeffecten vanuit Leiden zullen hierin worden geadresseerd.
Met de huisvestingsverordening willen we de leefbaarheid van buurten borgen door bijvoorbeeld een maximum te stellen aan het aantal in een woning te verhuren kamers, of bijvoorbeeld het percentage panden voor kamerverhuur per buurt en/of per straat.
4.2. Betaalbaarheid en beschikbaarheid
We willen meer betaalbare woningen voor onze jongeren die een start op de woningmarkt maken. Ook voor ‘semi-starters’, zoals mensen die snel een huis nodig hebben vanwege een verbroken relatie, willen we dat er meer woon mogelijkheden zijn, zodat bijvoorbeeld gescheiden ouders bij elkaar in de buurt kunnen blijven wonen.
Ook moeten er meer woningen komen voor huishoudens met een lager en midden inkomen. Dat is het cement van ons dorp: zoals onze leraren, verplegers, politie, verzorgenden, agenten, loodgieters etc.
Wat willen we: onze belangrijkste uitdagingen
1We willen een gemeente zijn die voldoende voorziet in de woonbehoefte van huishoudens met een laag- en een middeninkomen. Voldoende woningen voor jonge starters uit Oegstgeest, maar ook voor huishoudens met lage- en middeninkomens, zodat mensen met essentiële beroepen (leraar, politieagent, verzorgende, , verpleegkundige, loodgieter, elektricien) meer kans krijgen op een betaalbare woning in Oegstgeest. Tegelijkertijd zijn we een welvarend dorp en willen we ook voor de bemiddelde Oegstgeestenaar en instromer bouwen. We bouwen kortom voor een regionale behoefte, waarmee we tegelijkertijd voldoende woonmogelijkheden voor onze inwoners realiseren.
2Voor de sociale huur zien we vooral als gevolg van de woonvraag van bijzondere doelgroepen en statushouders een extra opgave. In plaats van 15% sociale huur op basis van de trendmatige behoefte (waarmee het huidige aandeel sociale huur in onze gemeente min of meer gelijk zou blijven) zetten we in deze collegeperiode in op 25% sociale huur. Met de nagestreefde toevoeging van 1400 woningen tot 2030 (zie par. 4.1) komt dit neer op 350 woningen, gemiddeld 32 woningen per jaar. Dit is inclusief de verhoging met 10% (van 15% naar 25%). Deze 10% komt neer op 140 sociale huurwoningen extra, gemiddeld is dat 14 woningen per jaar: dit is de helft van de geraamde extra opgave in verband met de huisvesting van bijzondere doelgroepen (zie hoofdstuk 3). We willen invulling geven aan deze behoefte, maar blijven ook voorzichtig, omdat we niet precies weten hoe deze zich de komende jaren ontwikkelt, en in hoeverre de verdeling van deze groepen over de regio verandert, ten opzichte van de geanalyseerde situatie in 2018.
3Voor het voorzien in de woonbehoefte van middeninkomens zetten we in deze collegeperiode in op middeldure huur. Daarbij zorgen we ervoor dat de middeldure huur minimaal 20 jaar middelduur blijft. Het alternatief voor middeninkomens, een substantiële toevoeging van koopwoningen (ruim) onder de € 300.000,- lijkt vooralsnogniet realistisch, vanwege de hoge grondprijzen in Oegstgeest. Bovendien kent Oegstgeest een relatief hoog percentage ZZP-ers, een categorie die moeilijk een hypotheek krijgt. Op termijn is het niet uitgesloten dat deze betaalbare koopwoningen aan de woningvoorraad kunnen worden toegevoegd. Het is een wenselijke aanvulling op het woningaanbod voor middeninkomens. We zetten ons hiervoor in mits in voldoende mate verzekerd kan worden dat deze woningen gedurende langere tijd betaalbaar blijven voor middeninkomens en met inachtneming van het feit dat het op korte termijn moeilijk kan blijken dit type woningen aan de woningvoorraad toe te voegen.
4Martpartijen pakken deze vraag niet op. Vanwege dit marktfalen willen we concrete afspraken maken met MeerWonen over middeldure huur. In de prestatieafspraken voor 2020 is reeds opgenomen dat, als de gemeente MeerWonen benadert met een concrete locatie voor middeldure huur, de corporatie daar in principe positief tegenover staat, mits dit binnen de kaders past.
5Voor de nieuwbouw kiezen we voor de volgende verdeling naar eigendom en prijs (prijspeil 2023):
•Sociale huur: 30% (huur tot € € 808,06)
•Middeldure huur of betaalbare koop: 35% (huur € 808,06 tot € 1.021.02 of betaalbare koop met een vrij-op-naamprijs tot € 355.000,-)
•Vrije sector koop: 35% (in de praktijk vrij-op-naam prijzen van € 355.000,- en hoger
6Hiermee sluiten we goed aan bij de regionale afspraken voor sociale- en middeldure woningbouw, zoals opgenomen in de Woonagenda – Holland Rijnland 2023 (de Regionale Woonagenda), namelijk:
•“Van de nieuwbouw is minimaal 30% sociale huur (netto toevoeging) in elke gemeente. We monitoren de realisatie hiervan op het niveau van het totale programma in de gemeente, dus niet op het niveau van afzonderlijke projecten”;
•“Van de nieuwbouw is minimaal 35% van de netto toevoeging bereikbaar voor middeninkomens (op gemeenteniveau). De verdeling over prijscategorieën binnen dit segment wordt door de gemeenten zelf bepaald”.
Over de uitvoering is in de Regionale Woonagenda afgesproken dat de nieuwe percentages stapsgewijs worden ingevoerd. Op programmaniveau moet alle nieuwbouw in elke gemeente vanaf 2025 conform de percentages uit de RWA worden gerealiseerd.
7Er moeten voldoende betaalbare huurwoningen beschikbaar komen voor uitstroom uit Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Jeugdzorg (met name eenpersoonshuishoudens): kleine woningen, bij voorkeur tot de kwaliteitskortingsgrens en anders tot de eerste aftoppingsgrens.
8We willen flexibele oplossingen zoeken voor de bij elkaar genomen aanzienlijke actuele vraag naar betaalbare sociale huurwoningen. Dit is vaak ook een vraag naar kleine woningen. Voor veel woningzoekenden vanuit Beschermd Wonen of de Maatschappelijke Opvang is een woonoppervlakte van 30 tot 50m2 al genoeg, en voor sommigen zelfs de meest passende woninggrootte.
9Een specifieke woonvorm binnen Oegstgeest vormen de woonwagens (9 standplaatsen). Op basis van de uitspraak van het College van de Rechten van de Mens en het rapport ‘Woonwagenbewoner zoekt standplaats’ van de Nationale Ombudsman moeten gemeenten maatwerk bieden. De regio Holland Rijnland gaat de woningbehoefte van woonwagenbewoners in kaart brengen. Vervolgens bespreken de regiogemeenten welk beleid nodig en wenselijk is. In afwachting hiervan blijft het aantal standplaatsen in Oegstgeest onveranderd.
10Ten slotte is er vanuit de Duin- en bollenstreek vraag naar huisvesting voor laagbetaalde arbeidsmigranten. We vinden dat de verantwoordelijkheid hiervoor bij lokale werkgevers ligt. Ook wordt de gemeente af en toe benaderd met de vraag of er ruimte is voor ‘tiny houses
3Een compact veelal zelfvoorzienend (niet aangesloten op gas, elektra, riolering) vrijstaand huisje, met doorgaans natuurlijke materialen gebouwd, passend bij een milieuvriendelijke, minimalistische levensstijl.
’. We vinden dat ‘tiny houses’ niet passen binnen het karakter en de schaarse ruimte van Oegstgeest.
Wat gaan we doen?
Doelstelling
Inspanningen en instrumenten
Nieuwbouw tot 2030
Verplichting 25% sociale huur per nieuwbouw plan voor deze collegeperiode
We stellen een minimum van 25% sociale huur verplicht per bouwplan. De verplichting geldt voor elk bouwplan, met uitzondering van de bouw van 1 woning voor eigen bewoning. Indien dit percentage redelijkerwijs niet haalbaar is, bestaat de mogelijkheid de verplichting tot sociale huur af te kopen. De hoogte van de afkoopsom wordt periodiek geïndexeerd. Met deze afkoopsom kan elders in het dorp de sociale woningbouw gecompenseerd worden.
Bij grotere bouwlocaties hebben we een voorkeur voor exploitatie door een toegelaten instelling (MeerWonen). We leggen dit vast in bijvoorbeeld een anterieure overeenkomst of in het bestemmingsplan gekoppeld aan een doelgroepenverordening.
Verplichting 25% middeldure huur per nieuwbouw plan voor deze collegeperiode
We stellen, aanvullend op 25% sociale huur, een minimum van 25% middeldure huur verplicht per bouwplan. De verplichting geldt voor elk bouwplan, met uitzondering van de bouw van 1 woning voor eigen bewoning. Indien dit percentage redelijkerwijs niet haalbaar is, bestaat de mogelijkheid de verplichting tot middeldure huur af te kopen. Bovendien bestaat de mogelijkheid om binnen dit percentage eveneens te kiezen voor het realiseren van betaalbare koop, mits de initiatiefnemer kan verzekeren dat deze woningen gedurende langere tijd betaalbaar blijven voor middeninkomens.
We leggen dit vast in bijvoorbeeld een anterieure overeenkomst of in het bestemmingsplan gekoppeld aan een doelgroepenverordening.
Actualiseren vereveningsfonds sociale huur
Onze huidige ‘beleidsregels stimulering sociale woningbouw’ dienen geactualiseerd te worden. De belangrijkste veranderingen zijn:
•Aanpassing van het aandeel sociale huur naar 25%
•De afkoop van sociale huur dient marktconform te worden (gebaseerd op actuele grondprijzen), evenals de bijdrage voor partijen die meer dan 25% sociale huur realiseren.
Introductie vereveningsfonds middeldure huur
Volgens dezelfde systematiek als voor de sociale huur hebben we het voornemen om voor de middeldure huur een vereveningsfonds in te stellen. Het fonds wordt gevuld met bijdragen van projecten waar minder dan 25% middeldure huur/betaalbare koop gerealiseerd wordt. Hiermee worden partijen ondersteund (gecompenseerd voor hun onrendabele top) die meer dan 25% middeldure huur realiseren. Uitgangspunt is dat de inleg en de ondersteuning marktconform en (in gelijke situaties) gelijk zijn, en dat de steun alleen mogelijk is zolang het fonds beschikt over voldoende middelen.
Opstellen huisvestingsverordening/ doelgroepenverordening
Voor zover sociale- en middeldure huurwoningen geen eigendom worden van woningcorporaties, leggen we vast waar sociale- en middeldure huur aan dient te voldoen. De voorwaarden betreffen:
•De prijs/kwaliteit verhouding (op basis van het woningwaarderingsstelsel)
•De maximale huurverhoging per jaar
•Een minimale instandhoudingstermijn van 20 jaar
•De wijze van toewijzing (sociale huur via de regionale systematiek voor woningtoewijzing Huren in HollandRijnland)
Dit zal worden vastgelegd in een huisvestingsverordening, in combinatie met een doelgroepenverordening.
Betere toegankelijkheid woningvoorraad
Creëren meer woonmogelijk-heden voor jongeren
Zoals is opgenomen in de prestatieafspraken met MeerWonen en de huurders van MeerWonen gaan we de mogelijkheid onderzoeken om huurwoningen beter te benutten voor jongeren, doordat zij met samen met vrienden in een woning kunnen wonen (bijvoorbeeld friends-contracten). Bij grootschalige toepassing zou deze woonvorm een nadelig effect op de woonomgeving kunnen hebben. Kleinschalige toepassingen, om te beginnen in de vorm van enkele pilots, zien we als een kansrijke manier om de woonmogelijkheden voor onze jongeren te verbeteren.
Voorrang geven aan verschillende categorieën huurders (starters, gezinnen, senioren) voor verschillende woningtypen in Oegstgeest met lokaal maatwerk.
Op 1 januari 2O2O zijn de aangepaste regels voor lokaal maatwerk in werking getreden. Deze worden aangehaald als: 'Beleidsregels Lokaal Maatwerk Gemeente Oegstgeest'. Hierbij stelt de gemeente bij maximaal 25% van het gemiddeld aantal verhuringen van sociale huurwoningen specifieke eisen aan de toewijzing. Samenvattend worden:
•eengezinshuurwoningen met voorrang toegewezen aan gezinnen;
•senioren huurwoningen met voorrang toegewezen aan senioren;
•overige huurapparementen met voorrang toegewezen aan starters.
Binnen de categorieën gezinnen en senioren is extra voorrangscriterium het achterlaten van een sociale huurwoning.
Tenslotte krijgen binnen elke categorie, na toepassing van bovenstaande criteria, woningzoekenden uit Oegstgeest voorrang.
Het lokaal maatwerk is vastgesteld in overleg met MeerWonen en de huurders van MeerWonen. In de prestatieafspraken 2020 is opgenomen dat de effecten van de inzet van lokaal maatwerk jaarlijks worden geëvalueerd.
Evaluatie startersleningen
In de tweede helft van 2020 wordt een evaluatie van de bestaande starterslening, met bijbehorend advies, aan de raad voorgelegd.
4.3 Zorgzame en inclusieve wijken
In de gemeente Oegstgeest maken we goed wonen voor mensen met een zorgbehoefte mogelijk. Dat vraagt om een integrale benadering van wonen, zorg en welzijn, samenwerking, mogelijkheden voor ontmoeting en geschikte woonvormen op de juiste plek. Mensen moeten zoveel mogelijk een wooncarrière in de eigen omgeving kunnen maken, zodat zij goed wonen in een omgeving waar ze zich thuis voelen en waar zij een netwerk hebben of kunnen opbouwen, dit bevordert ook de leefbaarheid.
Wat willen we: onze belangrijkste uitdagingen
1In onze woon-zorg opgave onderscheiden we (kwetsbare) ouderen en overige zorgdoelgroepen. Voor de ouderen hebben we de opgave voor Oegstgeest goed op het netvlies. We willen de levensloop faciliteren van vitaal naar een toenemende zorgbehoefte.
2We willen meer woningen voor vitale senioren realiseren. Woningtypen die aansluiten bij deze doelgroep zijn: grondgebonden met kleine tuin/terras of gemeenschappelijke tuin en goede bezonning. Met wonen, slapen en sanitair op de begane grond. Een ontwerp dat uitnodigt tot sociaal contact zoals een hofje of geschakelde bungalows. Zowel koop als huur, en van betaalbaar, tot middensegment, tot duur.
3Voor ouderen met een toenemende zorgvraag willen we het mogelijk maken om een ‘woonzorgcarrière’ te maken in de eigen woonomgeving van individueel zelfstandig naar meer geclusterd of beschermd en andersom. Zodanig dat mensen hun (zorg)netwerk kunnen behouden. En met mogelijkheden om de eigen woning aan te passen aan de toenemende zorgbehoefte of ondersteund te worden bij de afweging om te verhuizen naar een geschikte woning. We willen tot 2030 minimaal totaal 20 à 40 zelfstandige woonzorg woningen realiseren.
4Voor mensen die intensieve dementiezorg nodig hebben willen we voldoende verpleegplaatsen; tot 2030 is een extra behoefte van circa 40 plaatsen voorzien. Het betreft kleinschalige woonvormen met intensieve zorg. We willen daarbij de ontwikkeling van nieuwe woonzorgconcepten stimuleren, die de aanwezige sociale verbanden en ontmoetingsplekken benutten, zodat ontmoeting laagdrempelig kan ontstaan.
5Voor de overige doelgroepen, met name de mensen die verblijven in een beschermde woonvorm of in de maatschappelijke opvang, dan wel van daaruit uitstromen naar een zelfstandige woning, is de regionale opgave in Holland Rijnland uitgangspunt. In de regio is overleg gaande over de wenselijke verdeling van de instellingen voor verblijf, en van de uitstroom naar zelfstandige woningen over de subregio’s en de gemeenten. Voor zowel verblijf als voor de uitstroom is voor Oegstgeest evenredigheid naar aandeel van de bevolking (van de gemeenten in de subregio’s en van de subregio’s in de regio) een werkbaar uitgangspunt voor het gesprek hierover. Binnen deze ‘theoretische’ verdeling kunnen gemeenten zich specialiseren in bepaalde voorzieningen en daarin een meer dan evenredig aandeel van de regionale opgave op zich nemen, wat dan gecompenseerd wordt door andere gemeenten, voor een ander deel van de opgave.
6We willen een inclusieve samenleving zijn met een diversiteit aan woonvormen: niet voor iedereen is wonen in de wijk weggelegd, al of niet tijdelijk. Er zijn inwoners die (tijdelijk) beter wonen in een omgeving met meer rust. Dat vraagt om maatwerk. Daarnaast zouden woon-zorgcirkels kunnen passen bij de kwetsbare doelgroep: een zelfstandige woning nabij een steunpunt of beschermde woonvorm.
7Verder zien we dat, als gevolg van de geringe beschikbaarheid, corporatiewoningen steeds meer worden toebedeeld aan personen uit de hoogste urgentieklassen met een laag inkomen. Dit leidt tot een concentratie van mensen met vergelijkbare problemen, èn een laag inkomen. Hierdoor kan de leefbaarheid in woningcomplexen en straten onder druk komen te staan. Dit landelijke fenomeen zien we ook in Oegstgeest terug.
•Via ‘slimme toewijzing’, goede begeleiding en differentiatie van buurten willen we mogelijke leefbaarheidsproblemen zoveel mogelijk voorkomen. Denk aan een combinatie van een zekere spreiding van doelgroepen in dezelfde buurt, waarbij concentraties vermeden worden maar zorg en zo nodig toezicht wel efficiënt kunnen worden georganiseerd. En mocht het ondanks alle preventie toch misgaan, dan pakken gemeente, woningcorporatie en veiligheidspartners woonoverlast snel en daadkrachtig aan.
•Ook willen we, in straten en complexen waar MeerWonen dit nodig vindt, de corporatie de benodigde ruimte geven om een evenwichtiger mix van huurders naar inkomen en draagkracht te bereiken.
Wat gaan we doen?
Instrument
Omschrijving
Woningen voor vitale senioren
Initiatieven die inspelen op nieuwe woonvormen voor vitale ouderen hebben een pré boven andere plannen (mits op de goede locatie). Goede locaties zijn in de nabijheid van winkels en voorzieningen, zoals bijvoorbeeld verdichtingsplannen in het centrum. We willen ook ruimte bieden aan CPO-initiatieven van ouderen, zoals het ‘Knarrenhof’-concept.
Levensloopbestendigheid gelijkvloerse nieuwbouw
We stellen eisen aan gelijkvloerse nieuwbouw ten aanzien van levensloopbestendigheid/ aanpasbaarheid/ infrastructuur voor domotica. Deze dient minimaal rollator toegankelijk te zijn: twee sterren uit het Rijnlands (RevalidatieCentrum) sterrensysteem.
Afwegingskader woonzorg woningen voor senioren (zelfstandig, geclusterd) en beschermd wonen (intramuraal geclusterd), dan wel tussenvormen
De realisatie van zorgwoningen voor senioren is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente én haar woonpartners (MeerWonen en zorgorganisaties). Ook particuliere initiatiefnemers kunnen in deze behoefte voorzien. We willen dat deze passen bij de behoefte van Oegstgeest en een wooncarrière in eigen wijk mogelijk maken. We stellen daarom een afwegingskader/dialoogkader op voor woonzorginitiatieven. Een afwegingskader dat past in de filosofie van de omgevingsvisie en daarop anticipeert. Uitgangspunt is een periodieke beoordelingscyclus waarin we plannen prioriteren. Mogelijke criteria zijn:
•Zijn de woningen voldoende fysiek geschikt voor het verlenen van zorg en voor mensen met somatische beperkingen (niveau rolstoel afhankelijk)?
•Welke financieringsvormen worden toegepast, of zijn mogelijk in de betreffende zorgwoningen en wat betekent dit voor het potentiële beroep op Wmo-voorzieningen?
•Nodigt de plek uit voor ontmoeting (ontmoetingsplekken in gebouwen en openbare ruimte)?
•Nodigt de plek uit tot bewegen (voorzieningen en winkels op loopafstand, paar honderd meter, groen, aantrekkelijke looproutes)?
•Sluit het initiatief goed aan bij andere ontwikkelingen (zoals bijvoorbeeld gezamenlijk onderbrengen van de zorgpartners op een centrale plek)?
•Innovatieve concepten (menging van ouderen -met een zorgbehoefte- en jongeren die voor levendigheid zorgen en zorg kunnen verlenen; een denkbare variant is dat jongeren huurkorting krijgen en daarvoor als tegenprestatie zorg verlenen, zoals een praatje, klusjes et cetera).
•De inbedding van de initiatiefnemer in de Oegstgeestse dorpsgemeenschap (zorgorganisatie, burgerinitiatief, commerciële partij)
Afspraken wonen met begeleiding voor de Maatschappeljjke Opvang/Begeleid Wonen (MO/BW) doelgroep
Voor de MO/BW-doelgroep die weer in de wijk gaat wonen zijn kleine woningen en flexwonen van belang. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente, MeerWonen en de zorgorganisaties. We maken hierover prestatieafspraken met MeerWonen over de beschikbaarheid van woningen en afspraken met zorgorganisaties over het leveren van woonbegeleiding. Voor de aantallen zijn de nog vast te stellen (sub)regionale afspraken over de verdeling leidend.
Uitgangspunt is het wonen zoveel mogelijk normaliseren. In het kader van de contingentenregeling wordt voor een zogeheten ‘contingentwoning’ een driepartijen-overeenkomst (cliënt, corporatie, zorgorganisatie) afgesloten waarin wonen en begeleiding onlosmakelijk gekoppeld zijn. Indien de begeleiding stopt, stopt ook de huurovereenkomst. De contingentwoning is doorgaans een reguliere woning. Het kan ook zijn dat het een min of meer ‘speciale’ woning is, waarbij zodra mogelijk de cliënt doorstroomt naar een reguliere (betaalbare) sociale huurwoning. Bij calamiteiten is er een korte lijn naar de veiligheidsregio (politie, OM). Op deze wijze willen we in de woonbehoefte van kwetsbare personen voorzien én de leefbaarheid en de veiligheid van de omwonenden waarborgen.
Snel reageren op situaties waar de leefbaarheid onder druk staat
In situaties waarin MeerWonen dit nodig vindt (wooncomplexen of straten met een toenemende concentratie van huurders uit de hoogste urgentieklassen) geven we de corporatie de benodigde ruimte om een evenwichtiger mix van huurders naar inkomen en draagkracht te bereiken. Bijvoorbeeld door:
•Maximale benutting van de wettelijke ruimte om 10% van de verhuurde woningen aan hogere inkomens toe te wijzen.
•Woningen (tijdelijk) in het middeldure huursegment aan te bieden.
Actief zoeken naar passende locaties en gebouwen
De gemeente ondersteunt zorgpartijen en MeerWonen bij het zoeken naar geschikte gebouwen, dan wel locaties voor de MO/BW doelgroep (de contingent woningen of wooneenheden).
Bijlage I: geraadpleegde data en documenten voor de Woonvisie
•Woningmarktanalyse Oegstgeest, basis voor een nieuwe woonvisie (RIGO, januari 2020)
•Online informatie op: waarstaatjegemeente.nl/CBS Statline
•NVM cijfers Leidse Regio 4e kwartaal 2019
•Alzheimer Nederland, mensen met dementie per gemeente (januari 2020)
•Coalitieakkoord 2018-2022
•Collegewerkprogramma 2018-2022
•Woonvisie 2025: Samen investeren in karakter en kwaliteit (2016)
•Regionale Woon Agenda 2017 Regio Holland Rijnland: Kwaliteit voor kwantiteit (februari 2018)
•Het hart van Holland: Regionale Agenda Omgevingsvisie 2040 (2017)
•Data WoningNet over 2018
•Jaarverslag HollandRijnlandWonen 2018
•Van beschermd wonen naar een beschermd thuis: Advies Commissie Toekomst beschermd wonen ‘commissie Dannenberg’ (november 2015)
•Doordecentralisatie Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen: Procesplan uitwerking bouwstenen Expertiseteam MO-BW-BG (VNG november 2019)
Bijlage II: begrippenlijst
Betaalbare koopwoningen
Woningen tot € 300.000,-.
Doelgroep van beleid (sociale huur)
Huishoudens met een inkomen tot € 39.055,-.
Geschikte woningen voor ouderen met mobiliteitsbeperkingen
De woning is een 1 ster nultredenwoning of gemakkelijk op dit niveau te brengen. Dat betekent:
•De woning ligt op de begane grond of is per lift bereikbaar.
•In de woning liggen alle primaire voorzieningen (woon-, slaap-, badkamer en keuken): gelijkvloers dan wel bouwkundig gezien eenvoudig bereikbaar te maken met een (stoeltjes) traplift.
Goedkope koopsector
In de Regionale Woon Agenda (RWA) Holland Rijnland 2017 is sprake van de goedkope koopsector (woningen tot € 187.000,-).
Inclusieve samenleving
Sinds juli 2016 is in Nederland het VN-verdrag Handicap van kracht. Het verdrag gaat over vele thema’s en terreinen, zoals: arbeid, onderwijs, wonen, verkeer en vervoer, zorg, ondersteuning, sport, cultuur, vrijetijdsbesteding en uitgaan. Binnen al deze thema’s is de ambitie gelijk: zorg ervoor dat mensen met een beperking op voet van gelijkheid met andere kunnen meedoen aan de samenleving. In het licht van de Woonvisie hanteren we een bredere interpretatie van inclusieve samenleving. Zonder dat we de groep mensen met een beperking of handicap en chronisch zieken te kort te doen, beschouwen we de inclusieve samenleving als een samenleving waarin iedereen ongeacht zijn achtergrond of huidige situatie er als vanzelfsprekend bij hoort. Het gaat nadrukkelijk over de insluiting van alle mensen.
Intramuraal (beschermd) wonen
Woon- en verblijfsvormen met 24-uurs nabije zorg en bescherming. Met 'nabij' wordt gedoeld op zorg die permanent aanwezig is. In het algemeen betreft het onzelfstandig wonen. Deze zorg wordt gefinancierd vanuit de Wet Langdurige Zorg (Wlz) en betreft zowel de zorg als het verblijf.
Middeninkomens:
Voor de definiëring van middeninkomens wordt de definitie gevolg die de gemeente Den Haag hanteert in de woonagenda Den Haag 2019-2023:
•Alleenstaanden: maximaal €55.000,-
•Meerpersoonshuishoudens: maximaal €65.000,-
Nultredenwoning
1- 5-ster classificatiesysteem uit het Rijnlands (RevalidatieCentrum) sterrensysteem:
•1-ster Nultredenwoning. De woning ligt op de begane grond of is per lift bereikbaar. In de
•woning liggen alle primaire voorzieningen (woon-, slaap-, badkamer en keuken)
•gelijkvloers.
•2-ster Nultredenwoning, rollator toegankelijk
•3-ster Nultredenwoning, rolstoel toegankelijk, rollator toe- en doorgankelijk
•4-ster Nultredenwoning, rolstoel toe- en doorgankelijk
•5-ster Nultredenwoning, toe- en doorgankelijk voor complexe rolstoelen of een brancard
Particulier opdrachtgeverschap/Collectief particulier opdrachtgeverschap
Onder particulier opdrachtgeverschap worden die vormen van woningbouwontwikkeling verstaan waarbij de kopers zelf hun grondkavel kopen of pachten en een architect kiezen om zo met maximale invloed hun woning te realiseren. Kopers kunnen ook gezamenlijk een woningbouwproject realiseren.
Passend toewijzen
Woningcorporaties moeten per 2020 ten minste 95% van de huishoudens met recht op huurtoeslag een woning toewijzen met een huur onder de aftoppingsgrens.
Prijsgrenzen sociale huur (prijspeil 2020)
Kwaliteitskortingsgrens
€ 432,51
Eerste aftoppingsgrens
€ 619,01
Betaalbare huurwoning; tot de tweede aftoppingsgrens
Tweede aftoppingsgrens
€ 663,40
Sociale huurwoning; tot de liberalisatiegrens
Liberalisatiegrens
€ 737,14
Prijsgrens middensegment huur (prijspeil 2020)
Voor middensegment huur (middeldure huurwoningen) geldt dat deze een huur hebben boven de liberalisatiegerens (€ 737,14). Er is geen sprake van een wettelijk vastgestelde bovengrens. Per gemeente en regio worden uiteenlopende prijsgrenzen gehanteerd. We kiezen voor een prijsgrens die gekoppeld is aan de maximaal redelijke huur voor een zelfstandige woning met maximaal 184 punten volgens het woningwaarderingstelsel (€ 950 prijspeil 2020). Het puntensysteem wordt jaarlijks geïndexeerd door het Rijk. We volgen deze indexering voor de maximum huurprijs van middensegment huurwoningen. Door de huurprijs te koppelen aan het woningwaarderingsstelsel van het Rijk kan een huur niet zomaar verhoogd worden om de huisvestingsvergunning te ontlopen. We volgen hiermee de systematiek die door de gemeente Den Haag is uitgewerkt (Woonagenda 2019-2023).
Starter
Starters op de woningmarkt zijn huishoudens die voor het eerst een zelfstandige woonruimte betrekken. Volgens deze definitie worden huishoudens die van een huurwoning naar een eerste koopwoning gaan niet als starter, maar als doorstromer gezien.
Toewijzingsregels sociale huur
Woningcorporaties moeten tenminste 90% van de vrijkomende sociale huurwoningen (met een huurprijs tot € 737,14) toewijzen aan hun doelgroepen.
•De belangrijkste doelgroep van woningcorporaties zijn huishoudens met een inkomen beneden € 39.055 (prijspeil 2020). De woningcorporatie moet jaarlijks ten minste 80% van de vrijkomende sociale huurwoningen aan die groep toewijzen.
•Daarnaast mogen corporaties tot 2021 10% van de vrijkomende woningen toewijzen aan huishoudens met een inkomen tussen € 39.055 en € 43.574 (prijspeil 2020). Deze 10% kan echter ook worden toegewezen aan huishoudens met een inkomen onder de € 39.055.
De overige, maximaal 10% van de vrijkomende woningen, mogen woningcorporaties vrij toewijzen. Zolang de woningcorporatie maar voldoet aan de eis 80% van de vrijkomende sociale huurwoningen toe te wijzen aan haar belangrijkste doelgroep (inkomens tot € 39.055), mag zij er ook voor kiezen om alle sociale huurwoningen aan de doelgroep (huishoudens met een inkomen onder de € 43.574) toe te wijzen.
Tussenvormen (intramuraal/extramuraal)
Meer en meer vervaagt het onderscheid tussen zelfstandig wonen met zorg en intramuraal wonen. In tussenvormen blijft de woonvorm fysiek hetzelfde, maar kan de financiering per bewoner een verschillende grondslag hebben. De langdurige zorg kan worden gefinancierd uit de Wlz. Er kan ook sprake zijn van een Volledig pakket thuis (vpt), een Modulair pakket thuis (Mpt) of een Persoonsgebonden budget (Pgb). Hiervan zijn ook combinaties mogelijk. Bij lichtere zorg/ondersteuning kunnen bewoners een beroep op de Wmo doen.
Vergunninghouder
Asielzoeker van wie het verzoek is ingewilligd en die een (legale) verblijfsstatus heeft gekregen. Ook wel statushouder of verblijfsgerechtigde genoemd.
Verzorgd wonen en zelfstandig wonen met begeleiding
Enerzijds betreft dit zelfstandige woningen voor ouderen met een zorgindicatie die tot voor kort nog recht op intramuraal verblijf hadden. Het gaat hier voornamelijk om ouderen met ZZP 3 en 4. Het gaat om een zelfstandige (geclusterde) woning, waarbij zorg op afroep beschikbaar is en met een ontmoetingsruimte/mogelijkheid voor dagbesteding in de nabijheid. Deze (nieuwbouw) woningen zijn gelijkvloers en rollator toegankelijk (2 sterren in het Rijnlands sterrensysteem.
Anderzijds betreft het zelfstandige (huur)woningen voor mensen met een zorgindicatie met ambulante begeleiding - al dan niet geclusterd. Het gaat hier om mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking of psychische problematiek. De benodigde zorg en ondersteuning wordt doorgaans gefinancierd vanuit de Wmo. Er kan ook sprake zijn van langdurige zorg; Volledig pakket thuis (vpt), een Modulair pakket thuis (Mpt) of een Persoonsgebonden budget (Pgb).