Aanhef
De raad van de gemeente Nunspeet;
gelezen de voordracht van het college van burgemeester en wethouders;
Gelet op de ontvangen inspraakreacties van uitvaartondernemers
overwegende dat het gewenst is om regels vast te stellen voor het gebruik en beheer van de
gemeentelijke begraafplaats(en);
gelet op artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;
b e s l u i t :
vast te stellen de volgende Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke
begraafplaatsen gemeente Nunspeet.
Hoofdstuk 1 INLEIDENDE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Deze verordening verstaat onder:
a.Begraafplaatsen: de begraafplaats gelegen aan de Van Oordtstraat 110, genaamd Nunspeet-
West; de begraafplaats gelegen aan de Eperweg 22 te Nunspeet; de begraafplaats gelegen
aan de Eperweg 51 te Nunspeet; de begraafplaats gelegen aan de Uddelerweg 72 te Elspeet;
b.Particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of
rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden
van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
c.Grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden
begraven of asbussen worden bijgezet;
d.Algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan eenieder gelegenheid wordt
geboden tot het doen begraven van lijken;
e.Particulier urnengraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk
of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen bijzetten en bijgezet houden
van asbussen met of zonder urnen;
f.Particulier urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend
recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder
urnen;
g.Urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;
h.Asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
i.Verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;
j.Grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf, of een gedenkteken op een
gedenkplaats;
k.Gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken;
l.Beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats(en) of
degene die hem vervangt;
m.Rechthebbende: de rechthebbende op een particulier graf.
n.Kindergraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of
rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden
van prematuren en lijken van kinderen van 0 t/m 3 jaar;
o.Immatuur: een na een zwangerschap van minder dan 24 weken levenloos ter wereld
gekomen menselijke vrucht.
p.Prematuur: een na een zwangerschap van meer dan 24 weken levenloos ter wereld gekomen
menselijke vrucht.
q.Vlinderveld: een daarvoor aangewezen gedeelte van de begraafplaats waarin de gelegenheid
wordt geboden tot het doen begraven van een immatuur of een prematuur of een kind van 0
tot en met drie jaar.
Artikel 2 Uitbreiding begrip particulier graf
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang,
onder 'particulier graf' mede verstaan: particulier urnengraf, particulier urnennis.
Artikel 3 Bestemming
De begraafplaatsen zijn bestemd voor:
a.Het begraven van lijken van personen, die inwoner zijn of geweest zijn van de
gemeente Nunspeet, of die een eerste of tweede graad van bloed- of
aanverwantschap hadden met een persoon die inwoner is of geweest is van de
gemeente Nunspeet;
b.Het bijzetten van bussen, waarin de as van gecremeerde personen als bedoeld onder
a is geborgen;
c.Het op de verstrooiingsplaats verstrooien van as van gecremeerde personen als
bedoeld onder a.
d.Het begraven van een immatuur op het Vlinderveld van personen als bedoeld a.
Hoofdstuk 2 OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS
Artikel 4 Openstelling begraafplaatsen
1De begraafplaatsen zijn voor eenieder dagelijks toegankelijk van zonsopkomst tot
zonsondergang.
2Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk
worden gesloten.
Artikel 5 Ordemaatregelen
1Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmee gelijk te stellen personen verboden, anders
dan met toestemming van het college van burgemeester en wethouders werkzaamheden
voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaatsen te verrichten.
2De uitvoering van de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden dient uiterlijk drie
werkdagen tevoren schriftelijk bij de beheerder te worden gemeld.
3Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaatsen te rijden:
a.Elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen anders dan voor een begrafenis of voor het vervoeren van materialen;
b.Sneller dan 10 km per uur.
4Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van het verbod,
bedoeld in de aanhef en onder a van lid 3.
5Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de
begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en
netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
6Degenen die zich niet aan de in het vijfde lid bedoelde aanwijzing houden, moeten zich op
eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen.
Artikel 6 Herdenkingen
1Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de
begraafplaats moeten zeven werkdagen tevoren worden gemeld aan het college van
burgemeester en wethouders onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de
wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.
2De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, moeten zich in het belang van
de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
Artikel 7 Opgravingen en ruimen
Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere
personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast.
Hoofdstuk 3 VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING
Artikel 8 Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf
1Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft
daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving,
bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan het college van
burgemeester en wethouders. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet
als werkdag.
2Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het
overlijden te begraven, moet de kennisgeving aan het college van burgemeester en
wethouders zo tijdig mogelijk worden gedaan met inachtneming van artikel 11, eerste lid
3Het lijk, dan wel het omhulsel en de asbus of urn moeten zijn voorzien van een duurzaam
identiteitskenmerk. De gegevens van het kenmerk moeten overeenstemmen met de
administratie van de begraafplaats.
4Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten
van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mogen uitsluitend geschieden door
het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.
Artikel 9 Gebouwen
Het gebruik van de aula op de begraafplaats moet uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag
voorafgaande aan de dag waarop van de aula gebruik zal worden gemaakt, worden aangevraagd bij
het college van burgemeester en wethouders.
Artikel 10 Over te leggen stukken
1Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overgelegd
aan de beheerder.
2Bijzetting van een asbus met of zonder urn in een particulier urnengraf of particulier
urnennis dan wel het verstrooien van as mag slechts geschieden indien tevoren een bewijs
van toestemming tot die handeling is overgelegd aan de beheerder.
3Indien de begraving of de bijzetting van een asbus met of zonder urn in een particulier graf
zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd,
ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de
uitvaart voorziet.
4Begraving of bijzetting in een particulier graf, waarvan geen rechthebbende bekend is, vindt
slechts plaats als gelijktijdig een nieuwe rechthebbende kan worden aangewezen. Artikel 18
is van overeenkomstige toepassing.
5De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.
Artikel 11 Tijden van begraven en asbezorging
1Het is verboden te begraven, of as te bezorgen buiten het tijdvak van 09.00 uur tot 16.00 uur
en op zon- en erkende feestdagen.
2Het college van burgemeester en wethouders besluit hoeveel tijdsruimte er minimaal tussen
twee begravingen en/of twee asbezorgingen moet zijn.
3Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen afwijkingen van het
tweede lid toestaan.
Hoofdstuk 4 INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN
Artikel 12 Indeling graven en asbezorging
1Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven particuliere graven.
a.Op de begraafplaats Nunspeet-West kunnen naast particuliere graven worden uitgegeven:
1Particuliere urnengraven;
2Particuliere urnennissen;
3Particulier gedenkteken op de gedenkplaats;
4Bij het asverstrooiingsveld het recht as te verstrooien;
5Particuliere kindergraven op het Vlinderveld;
6Particulier gedenkteken op het Vlinderveld.
b.Op de begraafplaats Elspeet kunnen naast particuliere graven worden uitgegeven:
1Particulier gedenkteken op het Vlinderveld;
2Particuliere kindergraven op het Vlinderveld.
2Het college van burgemeester en wethouders bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven. Zij bepaalt tevens de afmetingen van de particuliere graven, kindergraven, particuliere urnengraven en particuliere urnennissen
Artikel 13 Aantal overledenen in algemene graven
In de algemene graven kan een door het college van burgemeester en wethouders te bepalen aantal
lijken worden begraven. Zij bepaalt tevens de afmeting van de algemene graven.
Artikel 14 Volgorde van uitgifte
1De particuliere graven worden slechts voor directe begraving en in volgorde van ligging
uitgegeven.
2Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere omstandigheden een
particulier graf toewijzen buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de
begraafplaatsen niet bezwaarlijk is.
Artikel 15 Categorieën
Het college van burgemeester en wethouders kan bij nader vast te stellen regels de algemene en
particulier graven onderverdelen in categorieën. Zij bepalen voor de verschillende categorieën de
situering en oppervlakte.
Artikel 16 Termijnen particuliere graven/particuliere urnengraven en particuliere urnennissen
1Het college van burgemeester en wethouders verleent, als de daartoe bestemde ruimte van
de begraafplaats(en) dit toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag,
voor onbepaalde tijd het recht op een particulier graf. De termijn begint te lopen op de
datum waarop het particulier graf is uitgegeven.
2In afwijking van het eerste lid verleent het college van burgemeester en wethouders op een
daartoe schriftelijk in te dienen aanvraag voor de tijd van vijf jaar het recht op een particulier
urnennis. De termijn begint te lopen op de datum waarop de particuliere urnennis is
uitgegeven en kan telkens met een termijn van vijf jaar worden verlengd, mits de aanvraag
daartoe voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.
3Binnen een jaar na beëindiging van het recht als bedoeld in het tweede lid, wordt door de
rechthebbende aan de in de particuliere urnennis geplaatste urn een andere bestemming
gegeven. Na afloop van dit jaar kunnen burgemeester en wethouders de urn verwijderen uit
de urnennis en daaraan een jaar na de verwijdering een definitieve bestemming geven door
middel van verstrooiing van de as. De verwijdering vindt niet eerder plaats dan het moment
waarop de rechthebbende tijdig en behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden
ingelicht over het voornemen tot verwijdering. Ingeval de rechten bedoeld in het tweede lid
zijn verlengd tot een periode van dertig jaar vindt na deze periode geen verwijdering plaats.
4Een recht als bedoeld in dit artikel, kan slechts aan een rechthebbende worden verleend ten
behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 18, eerste lid.
Artikel 17 Grafkelder
Het college van burgemeester en wethouders kan aan de rechthebbende op een particulier graf
vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder
overeenkomstig de door hen te stellen voorwaarden
Artikel 18 Overschrijving van verleende rechten
1Het recht op een particulier graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden
overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant of
aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten
name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor
gewichtige redenen bestaan.
2Na het overlijden van de rechthebbende kan het particulier graf worden overgeschreven op
naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de
derde graad, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen drie jaar na het overlijden van
de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de in de vorige zin bedoelde
personen is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
3Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het
college van burgemeester en wethouders niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van
dit artikel gestelde termijn, is het college van burgemeester en wethouders bevoegd het
recht op het particulier graf te doen vervallen.
4Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van drie jaar kan het college
van burgemeester en wethouders het particulier graf alsnog op naam stellen van een nieuwe
rechthebbende.
Artikel 19 Afstand doen van graven
Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand
doen ten behoeve van de gemeente van het recht op het particulier graf. Van de ontvangst van
zodanige verklaring doet het college van burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de
rechthebbende.
Artikel 20 Sluiting van graven
1Op aanvraag van de rechthebbende kan het college van burgemeester en wethouders een
graf gesloten verklaren. Gedurende de tijd dat een graf gesloten is, mag daarop geen andere
grafbedekking worden geplaatst en mag daarin geen andere begraving plaatshebben, of
asbus worden bijgezet, dan die van de stoffelijke overschotten van de personen die de
rechthebbende in zijn aanvraag met name heeft genoemd.
2Het college van burgemeester en wethouders bepaalt in overleg met de rechthebbende de
periode waarvoor de in het eerste lid bedoelde sluiting zal geschieden. Zij stellen de
bijzondere voorwaarden vast, waaraan moet zijn voldaan alvorens het graf gesloten wordt
verklaard.
Hoofdstuk 5 GRAFBEDEKKINGEN
Artikel 21 Vergunning grafbedekking
1Voor het hebben van een grafbedekking is de schriftelijke vergunning nodig van het college
van burgemeester en wethouders.
2Voor het hebben van een tijdelijke grafbedekking is een aanvaarde melding nodig van het
college van burgemeester en wethouders.
3De aanvraag voor het hebben van grafbedekking of de melding tijdelijke grafbedekking wordt
gedaan door de rechthebbende op een particulier graf.
4Omtrent de wijze van aanvraag van de vergunning of het doen van de melding, de aard en de
afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen kan het college van
burgemeester en wethouders nadere regels vaststellen.
5De toestemming voor het plaatsen van een particulier gedenkteken op een van de
gedenkplaatsen genoemd in artikel 12 eerste lid onder a sub 6 en eerste lid onder b sub 2,
wordt verleend voor een termijn van vijf jaar. Deze termijn kan telkens met vijf jaar worden
verlengd.
Artikel 22 gedoogplicht
De vergunninghouder is verplicht te gedogen, dat de zich op het graf bevindende voorwerpen door
of vanwege de gemeente worden weggenomen of verplaatst voor zover en voor zolang zulks nodig is
in verband met de begraving van lijken of bijzetting van asbussen met of zonder urnen in de
nabijheid of om andere dringende redenen.
Artikel 23 Grafbeplanting
Het is toegestaan om op een graf bloemen, attributen en beplanting aan te brengen. Burgemeester
en wethouders kunnen nadere regels stellen over de bloemen, attributen en beplanting en over de
wijze van besnoeiing en verwijdering ervan.
Artikel 24 Verwijdering grafbedekking
1De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door het college van
burgemeester en wethouders worden verwijderd.
2Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende ten minste een jaar,
voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd, door op een
graf te plaatsen bordje door het college van burgemeester en wethouders bekendgemaakt,
tenzij het adres van de rechthebbende bij het college van burgemeester en wethouders
bekend is. In dat geval maken zij aan hem uiterlijk twaalf weken voor het genoemd tijdstip
per brief hun voornemen bekend.
3De rechthebbende kan gedurende de in het 2e lid genoemde termijn het college schriftelijk
verzoeken de grafbedekking aan hem ter beschikking te stellen.
Artikel 25 Onderhoud door de rechthebbende
1De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.
2Indien het onderhoud, als bedoeld in lid 1, niet behoorlijk plaatsvindt, geschiedt zulks van
gemeentewege op kosten van rechthebbende; het vorenstaande vindt eerst plaats nadat
rechthebbende binnen de in de bekendmaking te stellen termijn in de gelegenheid is gesteld
alsnog in het onderhoud te voorzien.
3Indien hij nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan het
college van burgemeester en wethouders de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen
of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen.
4De verwijdering vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende behoorlijk per brief is
opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproeping
geschiedt door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van
de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling
aangebracht.
Artikel 26 Onderhoud door de gemeente
1Het onderhoud van de grafbedekking kan geschieden door de gemeente, mits bij
aanvaarding de grafbedekking in goede staat verkeert, zulks tegen een vergoeding van de
rechten als omschreven in de Verordening op de heffing en invordering van begraafrecht in
de gemeente Nunspeet.
2Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten dat tegen betaling van een
bedrag, nader in de Verordening op de heffing en invordering van begraafrecht in de
gemeente Nunspeet bepaald, een rechthebbende van het graf het jaarlijks te betalen
onderhoudsrecht afkoopt door storting ineens.
3Onder het onderhoud van de grafbedekking wordt verstaan het schoonhouden en het na
verzakking opnieuw stellen van het gedenkteken, het eenmaal per jaar reinigen van het
gedenkteken en de zorg voor de winterharde beplantingen.
Hoofdstuk 6 OPGRAVING
Artikel 27 Op verzoek schudden van graf
1De rechthebbende op een particulier graf, kan bij het college van burgemeester en
wethouders een aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weer
in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven.
De rechthebbende op een particulier urnengraf of urnennis kan bij het college van
burgemeester en wethouders een aanvraagindienen de asbus ter beschikking te houden om
elders bij te zetten, of om de as te doen verstrooien.
2Het in het eerste lid genoemde verzoek wordt ingewilligd indien in het desbetreffende graf
een persoon is begraven of is bijgezet, die een bloed- of aanverwantschap in de eerste of
tweede graad heeft met de rechthebbende, of die gehuwd is geweest of een geregistreerd
partnerschap heeft gehad met de rechthebbende of indien van toepassing de nieuwe
echtgeno(o)t(e) of partner van de rechthebbende.
Hoofdstuk 7 INRICHTING REGISTER
Artikel 28 Voorschriften
1Het college van burgemeester en wethouders kan voorschriften vaststellen voor het register
van de begraven lijken en de bezorgde as.
2Het register wordt bijgehouden door het college van burgemeester en wethouders.
Hoofdstuk 8 SLOTBEPALINGEN
Artikel 29 Overgangsbepaling
1Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Beheersverordening
begraafplaatsen gemeente Nunspeet van 1 januari 1998 en sedertdien gewijzigd, gelden als
besluiten genomen krachtens deze verordening.
2Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om
vergunning op grond van de Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Nunspeet van 1
januari 1998 en sedertdien gewijzigd, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding
van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening
toegepast.
Artikel 30 Strafbepaling
1Voor zover overtreding van een krachtens deze verordening gegeven voorschrift niet
afzonderlijk in de Wet op de lijkbezorging strafbaar is gesteld, wordt overtreding daarvan
gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
2Overtreding van enige bepaling van deze verordening kan voorts worden gestraft met
openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
Artikel 31 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023, met ingang van welke datum de Verordening
algemene begraafplaatsen van 1 januari 1998 en sedertdien gewijzigd wordt ingetrokken.
Artikel 32 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als Beheersverordening begraafplaatsen gemeente
Nunspeet.
TOELICHTING OP DE BEHEERSVERORDENING BEGRAAFPLAATSEN GEMEENTE NUNSPEET
Artikel 1 – Begripsomschrijvingen
De begripsomschrijvingen spreken voor zich. Aangetekend wordt dat onder de begripsomschrijving
van een particulier graf ook een ornament wordt verstaan.
Artikel 2 - Uitbreiding begrip particulier graf
Voor een particulier graf, particulier urnengraf, particulier urnennis en een gedenkteken op de
gedenkplaats gelden vrijwel dezelfde rechten en plichten.
Artikel 3 – Bestemming
De begraafplaatsen zijn bestemd voor personen die laatstelijk hun woonplaats in de gemeente
Nunspeet hebben gehad, of oud inwoners zijn geweest of voor personen die een eerste of tweede
van bloed- of aanverwantschap hebben met een persoon die alhier woont of woonde.
Het begraven van prematuren en kinderen van 0 t/m 3 jaar, ook op het Vlinderveld, valt onder de
reikwijdte van Wet op de Lijkbezorging (WodL) en daarmee onder sub a. Het begraven van een
immatuur valt buiten de reikwijdte van de WodL om die reden wordt artikel 3 sub d toegevoegd
zodat ook een immatuur op het Vlinderveld kan worden begraven. Hiervoor wordt geen grafrecht
uitgegeven.
Artikel 4 - Openstelling begraafplaatsen
Dit artikel is opgenomen met het oog op strafbaarstelling van personen die zich op de begraafplaats
bevinden buiten de uren van openstelling voor bezoekers.
Artikel 5 – Ordemaatregelen
Steenhouwers en hoveniers moeten zich er steeds van bewust zijn dat hun werkzaamheden storend
kunnen zijn voor rouwende nabestaanden en tijdens uitvaartplechtigheden. De in het eerste lid
bedoelde toestemming is gemandateerd aan de beheerder. De bevoegdheid van de beheerder om
personen weg te sturen als zij zich niet aan zijn aanwijzingen houden en de verbodsbepalingen
bieden voldoende mogelijkheden om tegen ongewenste activiteiten op te kunnen treden.
Artikel 6 - Herdenkingen en plechtigheden
Met dit artikel wordt beoogd plechtigheden ordelijk te laten verlopen. Door te eisen dat de
mededeling zeven werkdagen vooraf moet plaatshebben, kan worden voorkomen dat de
-10 -
plechtigheid samenvalt met een begrafenis. Een begrafenis moet uiterlijk op de zesde werkdag na
overlijden geschieden.
Artikel 7 - Opgravingen en ruimen
De aard van de werkzaamheden bij het opgraven en ruimen van graven brengt met zich mee dat het
bezwaarlijk is om toe te staan dat anderen hierbij aanwezig zijn.
Artikel 8 - Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf
Een schriftelijke kennisgeving is nodig omdat duidelijk vast moet liggen welke voorziening er wordt
gevraagd. Het personeel van de begraafplaats weet alsdan wat van hen verwacht wordt. Zij zijn om
redenen van veiligheid belast met het openen en sluiten van graven. In bijzondere gevallen kan het
zich voordoen dat de burgemeester toestemming heeft gegeven een lijk binnen 36 uur te begraven.
Sommige nabestaanden vragen om deze toestemming om godsdienstige redenen. Daarnaast kan
spoed geboden zijn in geval van lijkvinding.
Artikel 9 – Gebouwen
Dat het gebruik van de aula dient te worden aangevraagd spreekt voor zich.
Artikel 10 - Over te leggen stukken
De wet eist dat er een verlof tot begraven aanwezig is, afgegeven door de ambtenaar van de
burgerlijke stand. Ook voor de asbezorging dient vooraf toestemming te worden verleend. Indien
niet aan de wettelijke eisen is voldaan dan wel de noodzakelijke toestemming ontbreekt, heeft de
beheerder de bevoegdheid medewerking aan de lijkbezorging te weigeren.
Met de regeling in lid 4 wordt bereikt dat na overlijden van een rechthebbende er expliciet een
nieuwe rechthebbende wordt aangewezen. Waardoor duidelijk is wie verantwoordelijk is voor een
graf.
Artikel 11 - Tijden van begraven en asbezorging
De wet verplicht tot de mogelijkheid van begraven op ieder dag gedurende een bij gemeentelijk
verordening te bepalen tijd. De verplichting geldt niet op zondag en op algemeen erkende
feestdagen, zodat op deze dagen het verbod geldt.
Artikel 12 - Indeling graven en asbezorging
Met uitzondering van de begraafplaats Eperweg 22 kunnen op algemene begraafplaatsen particuliere
graven worden uitgegeven. De begraafplaats Nunspeet-West kent daarnaast verschillende andere
soorten van voorzieningen. In een particulier graf kunnen normaliter 2 lijken worden begraven dan
wel 2 urnen worden bijgezet. In een aantal graven is het vanwege de ligging mogelijk drie lijken te
begraven. Het college kan hiervoor ontheffing verlenen.
Artikel 13 - Aantal overledenen in algemene graven
Het karakter van een algemeen graf is dat geen uitsluitend recht wordt uitgegeven. Algemene graven
zijn onder meer nodig als niemand in de lijkbezorging voorziet. De burgemeester moet dan deze taak
op zich nemen. Een algemeen graf is ook beschikbaar als nabestaanden dat wensen. In een algemeen
graf worden twee lijken begraven. Op een algemeen graf kan geen gedenkteken worden geplaatst.
Artikel 14 - Volgorde van uitgifte
Een graf zal alleen buiten de volgorde van ligging worden toegewezen als dit niet bezwaarlijk is voor
de situatie op de begraafplaats. Hierbij kan worden gedacht aan de gesteldheid van de bodem en aan
het aanzien van de begraafplaats.
Artikel 15 – Categorieën
Op de begraafplaatsen is een apart gedeelte aangewezen voor particuliere graven en particuliere
grafkelders. Er wordt geen onderscheid gemaakt in klassen. Op de begraafplaats Eperweg 51 en
Nunspeet-West is een RK-gedeelte aangewezen. Op de begraafplaats Nunspeet-West zijn
mogelijkheden voor '3 diep' graven. Op de begraafplaatsen Nunspeet-West en Elspeet zijn
kindergraven aangewezen. Ook kan in voorkomende gevallen gekozen worden voor een '3 diep' graf.
Artikel 16 - Termijnen particulier graven.
Het recht op een particulier graf wordt verleend door een beschikking van het college van
burgemeester en wethouders. Hierin wordt de aanvrager het uitsluitend recht gegeven om lijken in
een bepaald graf te doen begraven. Het recht op een particulier graf wordt voor onbepaalde tijd
uitgegeven en voor zover de begraafplaats als zodanig in gebruik is en begint te lopen op de datum
-11 -
waarop het particulier graf is uitgegeven. Dus niet op het moment van eerste begraving. In de
praktijk zullen deze momenten nagenoeg samenvallen. Ten aanzien van de uitgifte van particuliere
urnengraven, urnennissen en gedenktekens op de gedenkplaats wordt dezelfde uitgiftetermijn
gehanteerd. Voor urnennissen is het daarnaast mogelijk om deze voor een periode van vijf jaar uit te
geven, Deze periode kan telkens verlengd kan worden met een periode van vijf jaar,
Artikel 17 – Grafkelder
In dit artikel is geregeld dat het de rechthebbende op een particulier graf is toegestaan een
grafkelder aan te brengen.
Artikel 18 - Overschrijving van verleende rechten
Het is gewenst dat na het overlijden van een rechthebbende een nieuwe rechthebbende wordt
aangewezen die de verantwoordelijkheid voor de grafruimte en de daaraan verbonden kosten voor
zijn rekening neemt. Tot aanwijzing van een nieuwe rechthebbende kunnen alleen personen
bevoegd worden geacht die belang hebben bij het graf. Dit zijn in de eerste plaats bloed- en
aanverwanten, genoemd in het eerste lid van dit artikel. De ervaring heeft geleerd dat het gewenst is
om slechts één persoon als rechthebbende te doen aanwijzen.
Artikel 19 - Afstand doen van graven
Dit artikel is opgenomen om buiten twijfel te stellen dat rechthebbende afstand van het graf kan
doen.
Artikel 20 - Sluiting van graven
Er kunnen burgers zijn die behoefte hebben aan een graf voor lange tijd. Voor hen biedt de regeling
dat men telkenmale bij het verstrijken van de termijnen om verlenging kan vragen geen bruikbare
oplossing. Om aan dit bezwaar tegemoet te komen, biedt dit artikel de mogelijkheid een graf
gesloten te verklaren. Bij het sluiten van een graf wordt in een overeenkomst met de aanvrager de
prijs vastgesteld en de rechten en plichten tussen hem en de gemeente geregeld. De prijs zal zodanig
moeten worden vastgesteld dat de gemeente in de toekomst geen geldelijk risico ondervindt.
Artikel 21 - Vergunning grafbedekking.
De vergunningseis geldt voor de grafbedekkingen particuliere graven. Voor tijdelijke grafbedekking
kan een melding gedaan worden. De vergunningseis omvat mede het gedenkteken.
Artikel 22 – Gedoogbepaling
Het spreekt voor zich dat de grafbedekking wordt weggenomen dan wel wordt verplaatst indien dit
noodzakelijk geacht wordt ten behoeve van begraving of bijzetting in de nabijheid.
Artikel 23 – Grafbeplanting
Geregeld wordt wat is toegestaan aan grafbeplanting. Het college kan nadere regels stellen omdat
het in de dagelijkse praktijk voor komt dat moeilijkheden ontstaan over verwijderde bloemen en
eenjarige planten en winterharde beplanting.
Artikel 24 - Verwijdering grafbedekking
De mededeling dat het college voornemens is om de grafbedekking te verwijderen, wordt ten minste
een jaar van tevoren gedaan, aan de rechthebbende op een graf. Deze mededeling geschiedt door
het plaatsen van een bordje bij het graf tenzij de rechthebbende bekend is. De rechthebbende kan
verzoeken de grafbedekking aan hem ter beschikking te stellen. Een grafmonument is naar zijn aard
bestemd om duurzaam met de grond verenigd te zijn. Dit houdt in dat de eigenaar van de
begraafplaats (de gemeente) als gevolg van natrekking eigenaar is van het grafmonument.
Natrekking geldt niet voor zover en voor zolang er nog wettelijke grafrust is of een rechthebbende
bekend is. Impliciet is ook gesteld dat de eigenaar van de begraafplaats eigenaar is van het graf. De
eigenaar van de begraafplaats is dan ook aansprakelijk voor gevaar voor personen of zaken indien
het grafmonument niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag
stellen.
Artikel 25 - Onderhoud door rechthebbende
Mede gelet op de aansprakelijkheid van de eigenaar van de begraafplaats dient de rechthebbende de
grafbedekking behoorlijk te onderhouden en zo nodig te herstellen. De gemeente kan indien de
rechthebbende zijn verplichtingen dienaangaande niet nakomt op kosten van de rechthebbende in
het onderhoud voorzien dan wel de grafbedekking verwijderen.
-12 -
Artikel 26 - Onderhoud door de gemeente
Het onderhoud door de gemeente is een zorg met de bedoeling de begraafplaats als geheel een
verzorgd aanzien te geven. Bij de aanvraag om een vergunning voor het hebben van de
grafbedekking kan het onderhoud worden afgekocht. Het onderhoud wordt dan door de gemeente
verricht. In het derde lid staat omschreven wat onder het onderhoud wordt verstaan.
Artikel 27 – Opgraving
Met dit artikel is het mogelijk om in incidentele gevallen over te kunnen gaan tot het zogenaamde
roeren of schudden van graven. Dit is een bijzondere vorm van ruiming. Het is dan ook mogelijk een
asbus in een ander particulier graf dan een urnengraf of urnennis bij te zetten. Asverstrooiing in een
urnengraf wordt gezien de mogelijkheden niet wenselijk en nodig geacht. Wel is asverstrooiing
mogelijk in een ander particulier graf dan een urnengraf. Gedacht moet worden aan (groot)ouders en
hun (voor-)overleden (klein)kind of achterblijvend kind of aan de situatie dat een man of vrouw een
tweede huwelijk is aangegaan.
Artikel 28 – Register
Het spreekt voor zich dat een register voor het begraven van lijken en de asbezorging aan bepaalde
voorschriften dient te voldoen.