Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet;
gelezen artikel 12 van de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie,
Commissie Omgevingskwaliteit Nunspeet;
besluit het volgende besluit bekend te maken:
Reglement van Orde voor de Commissie Omgevingskwaliteit Nunspeet
Artikel 1. Definities
In dit Reglement van orde wordt verstaan onder
a.Advies: het advies conform de taken en werkzaamheden uit artikel 2 van de verordening, dat met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit gegeven wordt;
b.College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nunspeet;
c.Commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd Adviescommissie Omgevingskwaliteit Nunspeet;
d.Cultureel erfgoed: erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Omgevingswet.
e.Goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet;
f.Reglement: dit reglement van orde op de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Nunspeet;
g.Subcommissie: een onder verantwoordelijkheid van de gemeentelijke adviescommissie werkende commissie met de bevoegdheid tot het uitbrengen van adviezen;
h.Verordening: Verordening op de gemeentelijke adviescommissie, Commissie Omgevingskwaliteit Nunspeet;
i.Wet: de Omgevingswet.
Artikel 2. De taak en werkwijze van de commissie
1De commissie heeft tot taak het bevoegd gezag op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de omgevingskwaliteit.
2De commissie adviseert over de in artikel 2 lid 1 en 2 van de verordening genoemde adviestaken.
3De commissie vergadert eens per zes weken.
4De commissie regelt zelf haar wijze van werken, rekening houdend met de bepalingen genoemd in de verordening en in het reglement.
5De commissie kan zich hierbij, overeenkomstig artikel 10 van de verordening, laten bijstaan door extra deskundigen. Afhankelijk van het initiatief of de aanvraag die moet worden beoordeeld, nemen de extra deskundigen deel aan de vergadering.
6De deskundigheid van de extra deskundigen wordt gehoord, maar zij hebben geen stemrecht.
7De commissie wijst uit haar midden een voorzitter aan.
Artikel 3. Werkwijze bij het voeren van vooroverleg met planindieners bij een initiatief of een in te dienen aanvraag omgevingsvergunning
1De commissie voert, onder regie van de gemeente en op verzoek van de commissie, de gemeente of een initiatiefnemer, noodzakelijk geacht vooroverleg.
2De commissie regelt zelf haar wijze van werken bij het voeren van vooroverleg, rekeninghoudend met de bepalingen genoemd in de verordening en in het reglement.
3Indien gewenst kan de commissie zich ook bij vooroverleg laten bijstaan door (een) extra deskundige(n).
4Van vooroverleg wordt een beknopt verslag met eventueel gemaakte afspraken gemaakt dat als leidraad kan dienen voor vervolgoverleg en advisering.
5Dit verslag is enkel openbaar wanneer zowel initiatiefnemer, college als commissie hiermee instemmen.
Artikel 4. Wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd
1De agenda van de vergadering wordt digitaal bekendgemaakt.
2De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De openbaarheid geldt niet voor informeel vooroverleg of bij de beleidsgerichte, opgavegerichte of ontwerpgerichte advisering.
3Zowel initiatiefnemers, ontwerpers en belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om de behandeling van een initiatief of aanvraag bij te wonen. Wanneer zij bij de behandeling aanwezig willen zijn kunnen ze dit aangeven bij de aanvraag of rechtstreeks bij de behandelende afdeling van de gemeente. De behandelende afdeling van de gemeente zorgt voor een uitnodiging. Indien het een digitale vergadering betreft zorgt de behandelende afdeling van de gemeente voor een link naar de vergadering.
Artikel 5. Het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de beraadslaging
1Er worden geen adviezen over Rijksmonumentenactiviteiten of met betrekking tot het aanwijzen van gemeentelijk cultureel erfgoed verstrekt indien er niet minimaal twee commissieleden met monumentendeskundigheid in de vergadering aanwezig zijn.
2Over omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op cultureel erfgoed worden geen adviezen verstrekt indien er niet minimaal een commissielid met monumentendeskundigheid in de vergadering aanwezig is.
3De voorzitter of zijn plaatsvervanger opent de besluitvormende vergadering op het vastgestelde tijdstip als het voor het quorum vereiste aantal leden aanwezig is. Wanneer ook de plaatsvervangende voorzitter is verhinderd, wijst de commissie tijdens de vergadering een lid als (plaatsvervangend) voorzitter aan.
4De voorzitter bepaalt de vergaderorde en de orde van de beraadslaging.
5De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde hebben spreekrecht en de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. De voorzitter kan belangstellenden gelegenheid geven tot een korte toelichting. De voorzitter of het aangewezen lid of de aangewezen leden of de subcommissie stellen, afhankelijk van de agenda, vooraf de maximale spreektijd van eenieder vast. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht.
6De voorzitter vat, na de planbehandeling, de uitkomst van het overleg of de besluitvorming samen en geeft een eindconclusie, besluit of een aanbeveling.
7Alleen indien de voorzitter dit nodig acht op basis van de inbreng van de afzonderlijke leden kan hij/ zij besluiten over te gaan tot een hoofdelijke stemming. Bij gelijke stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
8Commissieleden, hun eventuele plaatsvervangers of extra adviseurs nemen niet deel aan de beraadslaging en de vaststelling van een advies waarbij zij direct of zijdelings betrokken zijn of zijn geweest uit anderen hoofde dan het commissielidmaatschap. Zij zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig.
Artikel 6. Notulering, dossiervorming en openbaarheid adviezen
1Van de vergadering en/of de afzonderlijke behandelingen wordt een beknopt verslag aan de agenda toegevoegd zodat eventueel gemaakte afspraken en aanbevelingen duidelijk zijn.
2Wanneer de commissie een advies uitbrengt is dat helder en beargumenteerd. Negatieve adviezen worden gemotiveerd onder andere met een verwijzing naar het van toepassing zijnde gemeentelijke beleid. Positieve adviezen worden alleen gemotiveerd als wordt afgeweken van het van toepassing zijnde gemeentelijke beleid of als daar specifiek om wordt verzocht.
3Het bevoegd gezag besluit op welke wijze de adviezen van de commissie openbaar gemaakt worden.
Artikel 7. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie door lid, leden of subcommissie
1De commissie kan uit haar midden een lid, enkele leden, een subcommissie of subcommissies aanwijzen om namens haar te adviseren of (voor)overleg te voeren.
2De commissie kan dit ook doen wanneer een specifiek initiatief of aanvraag daarom vraagt of wanneer bepaalde deskundigheid gewenst is.
3Het verantwoordelijke lid of de leden, de subcommissie of subcommissies regelen zelf hun wijze van werken, zulks met inachtneming van de bepalingen genoemd in de verordening en in het reglement.
4De commissie blijft eindverantwoordelijk.
Artikel 8. Rol van de ambtelijk secretaris
1De commissie wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris, conform het gestelde in artikel 6 van de verordening.
2De secretaris bereidt de agenda voor, verstuurt de uitnodigingen voor de vergaderingen aan de leden en eventueel aan extra deskundigen. Ook verzorgt de secretaris de notulen tijdens de vergadering.
3Wanneer de secretaris verhinderd is, wijst de commissie tijdens de vergadering uit haar midden een plaatsvervangend secretaris aan.
Artikel 9. Rol van de dorpsbouwmeester
1De dorpsbouwmeester maakt onderdeel uit van de commissie en tevens van een subcommissie die bouwplannen van een relatief geringe ruimtelijke betekenis behandelt.
2De dorpsbouwmeester heeft in die hoedanigheid een mandaat van de commissie om (wekelijks) zelfstandig bouwplannen af te handelen. Bij deze afhandeling kunnen ook burgerleden aanwezig zijn.
3De dorpsbouwmeester voert als gemandateerd lid van de commissie de eerste gesprekken – het vooroverleg - met de gemeente, planindieners, ontwerpers en andere belanghebbenden, verzamelt relevante informatie en bereidt de behandeling van bouwplannen in de commissie voor.
4Het uitgangspunt voor de mandaatverlening is dat de dorpsbouwmeester alleen de grootschalige (stedenbouwkundige) plannen en de meer complexe plannen doorschuift naar de voltallige commissie.
Artikel 10. Selectie en voordracht van leden
1Burgerleden voor de commissie worden lokaal geworven, werving vindt plaats via lokale media.
2Leden op basis van professie worden zowel lokaal als landelijk geworven, werving vindt plaats via lokale media alsook in de betreffende vakbladen.
3De selectie wordt schriftelijk vastgelegd en vertrouwelijk behandeld door het college.
Artikel 11. Inwerkingtreding en citeertitel
1Dit reglement van orde treedt de dag na bekendmaking in werking en met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2024.
2Dit reglement van orde wordt aangehaald als: Reglement van Orde voor de Commissie Omgevingskwaliteit Nunspeet.