Gemeentelijke regelgeving

Preventie- en handhavingsplan Alcohol en Drugs 2022-2025

Gemeente Nunspeet · geldt sinds 28 april 2024

2 Trends & ontwikkelingen1Trimbos, 2021

2.1 Cijfers jongeren

Sinds 2003 is het alcoholgebruik onder jongeren fors gedaald, zowel bij jongens als bij meisjes. Ook het aantal scholieren dat heeft gebinged (vijf of meer glazen bij één gelegenheid) neemt sindsdien flink af. Het percentage wat ooit gedronken heeft is teruggelopen van 84% (2003) tot 45% (2015). Vanaf 2015 zien we echter dat de daling is gestabiliseerd. De alcoholvrije drankjes zijn onder de jongeren populair. Bijna één op de 10 (9%) van de scholieren van 12 t/m 16 jaar drinkt tenminste wekelijks alcoholvrije dranken als bier, wijn of cider.

Jongeren kunnen na overmatig alcoholgebruik in het ziekenhuis belanden. Het aantal ziekenhuisopnames nam jaarlijks toe tot 2012. In 2017 was het aantal meldingen het laagst met 166, waarna dit weer steeg tot 279 in 2019. Het aantal ongevallen op de spoedeisende hulp, waar zover bekend alcohol bij betrokken was, is in 2019 geschat op bijna 19 duizend.

2.2 Verkrijgen van alcohol door minderjarigen

Alcohol mag alleen verkocht worden aan volwassenen, maar het nalevingsonderzoek van deze regels laat zien dat minder dan 2 op de 5 pogingen mislukt. In horecagelegenheden, cafetaria’s en sportkantines komt het aantal mislukte pogingen niet hoger dan 30%. Naast dat jongeren het nog lukt om alcohol zelf te kopen geeft meer dan de helft aan het te krijgen van ouders (24%) of vrienden (34%).

2.2 Trends in cannabisgebruik

Tussen 2017 en 2019 is het aantal scholieren van 12 t/m 16 jaar dat ooit cannabis heeft gebruikt onveranderd gebleven (9 a 10 procent). Dit geldt ook voor het gebruik in de afgelopen maand (5 procent). Vergeleken met 1999 zijn jongeren in 2019 ouder als ze voor het eerst experimenteren met cannabis (13,6 jaar versus 14,2 jaar).

2.3 Trends in drugsgebruik en lachgas

Tussen 2015 en 2019 is het aantal scholieren van 12 t/m 16 jaar dat XTC, cocaïne, amfetamine of paddo’s heeft gebruikt onveranderd gebleven (1 a 2 procent). Het gebruik van lachgas is toegenomen van 8% in 2015 naar 10% in 2019.

2.3 De Noord-Veluwe

In vergelijking met de regio Noordoost-Gelderland scoort de Noord-Veluwe in alle opzichten gunstiger. Zowel het aantal jongeren wat ooit heeft gedronken of recent bingedrinker was als het aantal recente en zware drinkers ligt lager. Daarbij stemmen minder ouders in met alcoholgebruik.

Ook de cijfers voor drugsgebruik zijn gunstiger voor de Noord-Veluwe ten opzichte van de regio.

Desondanks is er altijd nog winst te behalen en uiten diverse lokale professionals hun zorgen over het lokale middelengebruik.

Alcoholgebruik jongeren

2Meest recente monitor van GGD NOG, 2019

Nunspeet

Noord-Veluwe

Noordoost-Gelderland

Heeft ooit alcohol gedronken (een glas of meer)

Scholieren

31%

28%

35%

Heeft recent alcohol gedronken

Scholieren

27%

24%

31%

Is recent bingedrinker

Scholieren

16%

17%

23%

Ouders stemmen in met alcoholgebruik

Scholieren

19%

18%

25%

Drinkt niet of maximaal 1 glas per dag

Jongvolwassenen

16%

22%

20%

Is een zware drinker

Jongvolwassenen

30%

27%

29%

Drugsgebruik jongeren

3Meest recente monitor van GGD NOG, 2019

Heeft in de laatste 4 weken wiet/hasj gebruikt

Scholieren

3%

3%

4%

Jongvolwassenen

11%

11%

18%

Ooit andere middelen gebruikt

Scholieren

3%

3%

3%

Laatste 4 weken andere middelen gebruikt

Jongvolwassenen

11%

11%

11%

3 Beleidskader

3.1 Alcoholwet

Op grond van de Alcoholwet is de gemeente onder andere de verantwoordelijkheid voor de controle op de naleving van de Alcoholwet en heeft de wetgever bepaald dat de gemeenteraad iedere vier jaar een preventie- en handhavingsplan alcohol vaststelt. Gemeenten zijn de belangrijkste uitvoerders van de Alcoholwet geworden. Zowel op juridisch-, handhavings- en educatief vlak is de gemeente de regisseur van het alcoholbeleid. De gemeente is dus verantwoordelijk voor het gehele proces van vergunningverlening tot aan het toezicht op de naleving van de Alcoholwet.

3.2 Opiumwet

De Opiumwet is de wet waarin de meeste drugs en de al dan niet strafbaarstelling hiervan staan beschreven. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen harddrugs (lijst 1) en softdrugs (lijst 2). De wet verbiedt voor de middelen op lijst 1 de productie, het in bezit hebben en de verkoop. Voor lijst 2 gelden andere regels, waarvan het gedoogbeleid voor de verkoop van softdrugs het meest bekend is. Wat niet in de Opiumwet staat is het gebruik van drugs. Er bestaat geen wettelijke grondslag voor lokaal beleid gericht op drugsgebruik, zoals dat bij alcohol wel het geval is. Wel kunnen gemeenten in hun Algemene Plaatselijke Verordening (APV) het gebruik van drugs in de openbare ruimte strafbaar stellen (Zie volgende pagina).

3.3 Nationaal preventieakkoord

De Rijksoverheid heeft in 2018 met 70 organisaties een Nationaal Preventieakkoord afgesloten. Dit akkoord beschrijft de lange termijn ambities, met een uitgebreid pakket aan maatregelen, voor het terugdringen van roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik. Het nationale akkoord is per gemeente uitgewerkt tot lokale (sport- en) preventieakkoorden.

3.4 Landelijke nota Volksgezondheid 2020-2024 & regionale nota VGZ 2022-2025

Landelijk wordt elke vier jaar een gezondheidsnota vastgesteld. De nota beschrijft de landelijke prioriteiten op het gebied van publieke gezondheid. De nota geeft richting aan de nieuwe regionale gezondheidsnota 2022-2025 die gezamenlijk door de Noord-Veluwse gemeenten is opgesteld. In deze nota wordt aandacht besteed aan een gezonde leefstijl, preventie en middelengebruik.

In de APV van gemeente Nunspeet staan volgende artikelen opgenomen met betrekking tot drugs:

Artikel 2:48a Verkoop en gebruik lachgas

1Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.

2Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.

3Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.

Afdeling 11 Drugsoverlast

Artikel 2:74 Drugshandel op straat

Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik

Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.