Gemeentelijke regelgeving

Gladheidsbestrijdingsplan 2023 – 2027

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten · geldt sinds 13 september 2023

3. BELEID GLADHEIDSBESTRIJDING

3.2 Keuzes uitvoering gladheidsbestrijding

3.2.1 Afwegingen materieel

Alle strooimaterieel is in eigendom van de gemeente Nuenen. De gemeente beschikt over:

•Drie hoofdrijbaan natzoutstrooiers.

•Drie hoofdrijbaan sneeuwschuiven.

•Twee natzoutstrooiers voor fietsroutes.

•Twee sneeuw rolbezems voor fietsroutes.

•Twee fietsroute sneeuwschuiven.

•Zoutoplosinstallatie.

•Heftruck voor zoutladen.

In geval van normale sneeuwval op fietspaden, is het resultaat van vegen met sneeuw rolbezems veel beter dan met sneeuwschuiven. Bij extreme sneeuwval worden de sneeuwschuiven (eerst) ingezet omdat borstels grote hoeveelheden ineens niet weg krijgen. Verder zijn alle strooiers uitgerust met het besturingssysteem (“Routemanager”). Hiermee wordt het aan/uitzetten, strooidosering, strooibreedte en de te rijden route, automatisch aangepast aan de situatie ter plaatse. Deze aansturing vindt plaats met behulp van GPS.

3.2.2 Afwegingen personeel

Voor aanvang van de periode van gladheidsbestrijding worden er piketroosters opgesteld waarop is aangegeven wie van het eigen personeel als gladheidscoördinator en zoutbelader optreedt. De rest van het personeel is afkomstig van aannemers. De gemeente Nuenen wil de aansturing van de gladheidsbestrijding vooralsnog in eigen beheer houden.

3.2.3 Systeem gladheidsmeting

De gemeente Nuenen beschikt niet over een eigen gladheidsmeldsysteem (GMS). Sinds seizoen 2017/2018 participeert gemeente Nuenen in het GMS van de gemeente Eindhoven, gelegen op enkele meters van de gemeentegrens van de gemeente Nuenen. Er is een contract met weerbureau DTN waarvan we elke dag een weersverwachting doorgestuurd krijgen. De gemeente Nuenen werkt met een alarmeringssysteem dat regionaal wordt aangestuurd (vanuit Eindhoven). De gemeente Eindhoven berekent samen met Provincie en Rijkswaterstaat aan de hand van alle beschikbare meteorologische gegevens, wat de kans op gladheid is. Een advies wordt doorgegeven middels telefonische meldingen naar de omliggende gemeenten. Bij curatief bestrijden wordt ook gehandeld o.a. op basis van meldingen (van bijv. politie) en eigen waarnemingen.

Controle op het effect van de gladheidsbestrijding

De gladheidscoördinator is tevens belast met systematische controle op het effect van de gladheidsbestrijding tijdens en/of na het strooien. Indien nodig wordt tijdens de rit de zouthoeveelheid aangepast en of worden weggedeelten voor een tweede maal gestrooid. Controle vindt plaats op de meest kritieke punten zoals beschreven in paragraaf 3.3.4 (risicoanalyse).

3.2.4 Communicatie

Interne communicatie

Intern dient het communicatietraject ten behoeve van de gladheidsbestrijding op heldere wijze te zijn vastgelegd in een procedure. Deze dient dan ook in de map ‘gladheidsbestrijding’ in de piketkoffer aanwezig te zijn. Iedereen moet weten wat er in geval van gladheid van hem verwacht wordt. Voor de start van het winterseizoen wordt met alle personen die tijdens het strooiseizoen als gladheidscoördinator (piketambtenaar) dienst gaan doen, het communicatietraject uitvoerig doorlopen. Omwille van de duidelijkheid is er binnen de gemeente een vast aanspreekpunt voor Politie, Brandweer, G.G.D. en de bedrijven die met strooien belast zijn. Het vaste aanspreekpunt is de coördinator Buitendienst. Hij is functioneel verantwoordelijk voor de organisatie van de uitvoering en het onderhoud van contacten met derden en eigen medewerkers van de gladheidsbestrijding. De communicatie tussen gladheidscoördinator en strooiploegen vindt plaats via GSM. Een gladheidscoördinator beslist op het moment, na een melding over uitrukken, met hoeveel en welk materieel etc. Meldingen, eigen waarnemingen, waarnemingen van de strooiploegen, maar ook opmerkingen van derden worden op een rapport van de gladheidscoördinator vermeld en ook digitaal vastgelegd in het strooimanagementsysteem IntelliOPS. De opmerkingen worden na de winterperiode geëvalueerd en kunnen eventueel aanleiding zijn de strooiroute of de wijze van strooien aan te passen.

In het kader van de regionale samenwerking vindt voor de start van het winterseizoen afstemming met de regiogemeenten plaats. Voor een aantal routes is uit het oogpunt van verkeersveiligheid een goede afstemming met de directe buurgemeenten noodzakelijk.

Externe communicatie

Gladheidsbestrijding is seizoensgebonden. De paraatheid van het personeel is hierop afgestemd en ook de communicatie richting de inwoners en ondernemers loopt hier parallel aan. Dat betekent dat, als de gemeente zich gaat instellen op het seizoen, ook inwoners en ondernemers zich moeten voorbereiden. Wanneer sprake is van gladheid, is het noodzakelijk duidelijk te communiceren over de wijze waarop de gemeente deze bestrijdt en welke rol de inwoners daarbij zelf kunnen spelen. De gemeente speelt daarbij een actieve rol. Op die manier kunnen vragen en klachten zoveel mogelijk worden voorkomen, dan wel sterk worden verminderd.

Algemene informatie over gladheid(bestrijding) voor onze inwoners en oondernemers staat op onze website: www.nuenen.nl/gladheid. Hier staat informatie over de rol van gemeente (denk aan strooiroutes, onze werkwijze/hoe we te werk gaan en voor meer verdieping het gladheidbestrijdingsplan) én de rol van de inwoners/ondernemers zelf (denk aan tips voor thuis en onderweg, werkwijze melding doen/vragen stellen). We verwijzen zoveel mogelijk naar de website: vanuit artikelen in de gemeenteberichten van de lokale kranten, vanuit social media, etc. Zoals gebruikelijk bij gemeenten, hebben wij ook een specifiek Twitter account (@strooiploeg) aangemaakt om tijdig (op het moment dat de strooiactie aanvangt) berichten te kunnen verspreiden over strooiacties.

3.2.5 Conservering en onderhoud materieel

Het strooimaterieel is eigendom van de gemeente Nuenen en staat gestationeerd op de gemeentewerf aan de Pastoorsmast. Omdat het strooimaterieel in optimale conditie moet verkeren, is preventief onderhoud na elk strooiseizoen noodzakelijk. Omdat het onderhoud niet door het eigen personeel kan worden uitgevoerd, is hiervoor een contract afgesloten met de leverancier van strooimaterieel. Om de conditie van het materieel in stand te houden, moeten de strooiers na elke strooibeurt leeg gedraaid, afgetankt met zoutoplossing en gestald te worden. Ook is het raadzaam om de wagens periodiek schoon te spuiten. Hierover zijn regels opgesteld die in het uitvoeringsplan aan de orde komen.

3.3 Prioriteiten gladheidsbestrijding – Toepassing integrale visie

3.3.1 Wegtypen

Om de prioriteit (hoog, midden en laag) en de strooimethodiek (curatief of preventief) van gladheidsbestrijding te bepalen is een categorisering van wegen naar hun verkeersfunctie noodzakelijk. In bijlage 1 is per wegcategorie en soort gladheid de voorkeur voor de wijze en prioriteit van gladheidsbestrijding aangegeven.

3.3.2 Tijdscriteria

Ieder jaar van 1 november tot 1 april staan de medewerkers van de buitendienst stand-by om voor de gladheidsbestrijding uit te rukken. De beslissing om tot actie over te gaan ligt in handen van de dienstdoende Gladheidscoördinator.

Bij uitrukken moeten de volgende actietijden worden nagestreefd:

•binnen 30 minuten na alarmering wordt strooiactie gestart.

•de maximale tijdsduur van enige strooiactie mag, onder normale omstandigheden, niet meer zijn dan 2,5 a 3 uur.

Deze tijdsnormen zijn niet van toepassing onder extreme omstandigheden, zoals aanhoudende sneeuwval of ijzel. Gestreefd moet worden om de strooiactie buiten de verkeersspits te voltooien. De Centrale Alarmering Gladheid houdt hier zoveel mogelijk rekening mee.

3.3.3 Doelgroepen

Voor de gladheidsbestrijding worden vier doelgroepen onderscheiden:

1Openbaar vervoer;

De busroutes gaan over het hoofdwegennet en hebben daardoor prioriteit.

2Gemotoriseerd verkeer;

Voor het gemotoriseerd verkeer zijn de wegen in een aantal routes ingedeeld:

-Hoofdwegen. Dit zijn belangrijke verbindingswegen tussen provinciale wegen en tussen de verschillende woonkernen.

-Wijkontsluitingswegen

-Wegen met een lagere prioriteit

1(voor categorisering van wegen zie bijlage 1)

In Nuenen vindt gladheidsbestrijding in eerste instantie plaats op alle wegen die aangeduid worden als gebiedsontsluitingsweg en erftoegangsweg. Bij langdurig extreme omstandigheden kan er aanleiding zijn om overige wegen te behandelen.

3Fietsers en bromfietsers

Een belangrijk deel van het fietspadennetwerk van de gemeente Nuenen wordt door het woon-werk-school verkeer gebruikt. De gladheidsbestrijding op deze fietsroutes heeft een hoge prioriteit. Daarnaast zijn een aantal fietspaden met een lage prioriteit.

4Voetgangers

Trottoirs en voetpaden maken onderdeel uit van de openbare weg. Gladheidsbestrijding beperkt zich echter tot trottoirs en voetpaden in de buurt van openbare voorzieningen, winkels en seniorencomplexen en vindt plaats nadat het reguliere strooiwerk op de hoofdroutes is voltooid en de gladheid langer dan 1 dag aanhoudt.

Strooizout particulieren

De gemeente stelt geen strooizout ter beschikking aan particulieren.

3.3.4 Prioriteit strooiroutes

Voor het bestrijden van gladheid en het ruimen van sneeuw wordt al jaren gebruik gemaakt van vaste routes. Het volgende onderscheidt wordt daarbij gemaakt:

•Hoofdrijbaan- en fietspadroutes

•Overige wegen.

Ad a.) De hoofdroute omvat wegen met een belangrijke verkeersfunctie zoals hoofdwegen, busroutes, hoofdverbindingsroutes, ontsluitingswegen, en straten waar veel (openbare) voorzieningen liggen. Bij optredende gladheid en sneeuwval heeft het berijdbaar houden van deze wegen een hoge prioriteit en worden te allen tijde gestrooid. De fietspadenroute omvat bijna alle fietspaden in de gemeente. Aangezien de fietsroutes belangrijk zijn als ontsluiting voor woon-werk-school verkeer heeft ook de bestrijding van gladheid op de meeste fietspaden een hoge prioriteit en worden altijd gestrooid.

Ad b.) Overige straten in de woonwijken worden in principe niet gestrooid, behoudens in bijzondere gevallen door de gladheidscoördinator te bepalen. Bij langdurige gladheid kan hier incidenteel gladheid worden bestreden.

Een risicoanalyse van (mogelijk) gevaarlijke wegen/ weggedeelten:

Binnen de grenzen van de gemeente zijn enkele wegen die bij temperaturen rond de nul graden Celsius meer kans hebben glad te worden dan andere. Met name wegen bestaande uit gebakken klinkers hebben een verhoogd risico (bijv. Broekdijk). Ook de viaducten en de op- en afritten hebben een verhoogde kans op glad worden. Bij een eventuele afweging wel of niet te gaan strooien zijn deze punten referentiepunten. In het uitvoeringsplan staan de wegen vermeld die worden gecontroleerd op gladheid.

Registratie.

Van iedere strooibeurt en/of uitruk wordt melding gemaakt via formulieren, bestaande uit chauffeurs- en actierapporten. In dit logboek worden alle relevante gegevens, zoals het tijdstip van ontvangen melding, uitruk en terugkomst van strooiers en ingestelde dosering vermeld. Daarnaast worden alle gegevens, zoals wanneer, waar en door wie er is gestrooid, uit het besturingssysteem “Routemanager”, in het managementsysteem “IntelliOPS” opgenomen. Dit digitale systeem is niet te manipuleren en heeft een bepaalde juridische status bij aansprakelijkheidsstelling door derden.

Klachten betreffende gladheidsbestrijding worden geregistreerd via de meldlijn van de gemeente en zo nodig in de evaluatie besproken. In uitzonderlijke gevallen worden ze tijdens kantooruren meteen gemeld bij de Coördinator Gladheidsbestrijding.

BIJLAGE 1

Richtlijnen voor wegen buiten de bebouwde kom

Categorie

Maximum snelheid (km/h)

kenmerken

prioriteit

Gladheid door bevriezing

Gladheid door condensatie

Gladheid door neerslag

Gebiedsontsluitingswegen

80

2x1 rijstroken, rijbaanscheiding, gelijkvloerse kruisingen, onderbroken kantmarkering

Hoog

preventief

preventief

Preventief en curatief (2 ,5 uur)*

Erftoegangsweg I

60

1rijloper, onderbroken kantmarkering, geen asmarkering

Middel

preventief

preventief

Preventief en curatief (4 uur)*

Erftoegangsweg II

60

1rijloper, geen kant- en asmarkering, fiets op de rijbaan

Middel

preventief

preventief

Preventief en curatief (4 uur)*

Vrijliggend fietspad

40

Vrijliggend fietspad

middel

preventief

preventief

Preventief en curatief (3,5 uur)*

*tussen haakjes zijn de richtlijnen genoemd voor curatieve strooiacties. Deze richttijd beslaat de tijd tussen het moment van besluit tot strooien en het strooien van de laatste vierkante meters van een strooiroute.

Richtlijnen voor wegen binnen de bebouwde kom

Categorie

Maximum snelheid (km/h)

kenmerken

prioriteit

Gladheid door bevriezing

Gladheid door condensatie

Gladheid door neerslag

Gebiedsontsluitingswegen

70/50

2x1 of 2x2 rijstroken, rijbaanscheiding, onderbroken kantmarkering, geen fiets op de rijbaan, bromfiets op de rijbaan (50 km/h), gesloten verharding

hoog

preventief

preventief

Preventief en curatief (3,5 uur)*

Erftoegangsweg

30

1rijloper, geen rijbaanscheiding, geen kant- en asmarkering, fiets en bromfiets op de rijbaan, bij voorkeur open verharding

geen

geen

geen

Geen

Vrijliggend fietspad

30

Vrijliggend fietspad

Hoog

preventief

preventief

Preventief en curatief (3,5 uur)*

Busbaan / busstrook

50

Busbaan of busstrook

Hoog

preventief

preventief

Preventief en curatief (3,5 uur)*

*tussen haakjes zijn de richtlijnen genoemd voor curatieve strooiacties. Deze richttijd beslaat de tijd tussen het moment van besluit tot strooien en het strooien van de laatste vierkante meters van een strooiroute.

** op erftoegangswegen (m.u.v. de wegen van het type A zoals het Park), woonerven en parkeervoorzieningen binnen de bebouwde kom wordt niet gestrooid.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.