Aanhef
In het kort aan te duiden alsAfwijkingenbeleid Wabo – bebouwde kom, herziening 2015
Burgemeester en wethouders van Nuenen c.a.,
-gelet op het bepaalde in de Gemeentewet en in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
-gelet op het bepaalde in artikel 2.12, onderdeel 1, onder a, sub 2º en 3º Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met artikel 2.7 van het Besluit omgevingsrecht en de artikelen 4 tot en met 7 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht en
-gelet op artikel 6.4a Wet ruimtelijke ordening.
Overwegende
-dat op 25 april 2013 in werking is getreden de wet van 28 maart 2013 tot wijziging van de Crisis- en herstelwet en diverse andere wetten in verband met het permanent maken van de Crisis- en herstelwet en het aanbrengen van enkele verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht;
-dat op 1 november 2014 in werking is getreden het Besluit van 4 september 2014 tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht en diverse andere algemene maatregelen van bestuur in verband met het permanent maken van de Crisis- en herstelwet en het aanbrengen van enkele verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht;
-dat door de wetswijzing van 1 november 2014 van het Bor de wettelijke bepalingen voor zowel het bouwen zonder vergunning als de lijst van categorieën van gevallen zoals benoemd in artikel 4 bijlage II van het Bor behoorlijk verruimd.
-dat de gewenste planologische kaders voor de bebouwde kom in de bestemmingsplannen zijn vastgelegd.
-dat uit een inventarisatie van de bestemmingsplannen (oktober 2014) van de bebouwde kom blijkt dat deze – door de actualisatie van de bestemmingsplannen - nagenoeg identiek zijn aan de regels in het Afwijkingenbeleid herziening 2013, 1e wijziging (vastgesteld 29 juli 2014).
-dat het gewenst is voor bouwplannen gelegen in de bestemmingsplannen van de bebouwde kom een Afwijkingenbeleid te hebben waarin het toepassingsbereik van dit beleid op deze gewijzigde landelijke regelgeving is afgestemd, waardoor meer maatwerk mogelijk is.
BESLUITEN:
1tot het herzien van de beleidsregel Afwijkingenbeleid Wabo – bebouwde kom, herziening 2013, 1e wijziging’ voor het verlenen van een afwijking van een bestemmingsplan in het bijzonder met betrekking tot:
a.het verwijderen van volgende begrippen in artikel 1.3 begrippenlijst;
-sub a. afhankelijke woonruimte
-sub d. bestaande bouwtype woningen
-sub f. bijbehorende bouwwerk
-sub m. huishouden
-sub n. mantelzorg
-sub o. lichtkoepel/ lichtstraat
-sub p. ondergeschikte bouwdelen
-sub q. pergola
-sub v. voorgevelrooilijn
-sub w. voorgevel
-sub x. woning
-sub y. wooneenheid
b.het verwijderen van artikel 1.4 wijze van meten
c.het verwijderen van artikel 3.1 Algemeen
d.het verwijderen van artikel 3.2 Uitbreiding hoofdgebouw
e.het verwijderen van artikel 3.3 Uitbreiding van of een bijgebouw bij een hoofdgebouw
f.het verwijderen van artikel 3.4 Bouwwerk, geen gebouw zijnde
g.het verwijderen van artikel 3.5 Dakkapel, dakopbouw of een gelijksoortige uitbreiding van een gebouw
h.het verwijderen van artikel 5.1 Publieksaantrekkende beroep- of bedrijfsactiviteiten aan huis
i.het verwijderen van artikel 5.2 Mantelzorg
2de beleidsregels ‘Beleidsregel voor het beoordelen van verzoeken om af te wijken van een bestemmingsplan, die zijn gelegen binnen de bebouwde kom van Nuenen c.a.’, in het kort aan te duiden als ‘Afwijkingenbeleid Wabo – bebouwde kom, herziening 2015’;
3de beleidsregel op te nemen in de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte bijlage Afwijkingenbeleid Wabo – bebouwde kom, herziening 2015’ vastgesteld 23 december 2014;
4te bepalen dat deze beleidsregel in werking treedt op de dag na de bekendmaking ervan.
hoofdstuk
Paragraaf 1 Inleiding
Artikel 1.1 Plangebied afwijkingenbeleid
Dit afwijkingenbeleid is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Nuenen c.a. voor zover gelegen binnen de bestemmingsplannen voor de bebouwde kom, met uitzondering van de gronden gelegen in het bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen–West’. Onder deze uitzondering vallen ook de uit dit bestemmingsplan voortvloeiende uitwerkingsplannen.
Artikel 1.2 Begrippenlijst
Bij toepassing van deze beleidsregels geldt de begrippenlijst zoals deze in onderstaande lijst is opgenomen:
Begrippenlijst bestemmingsplan versus beleidsregel
Indien een omschrijving van een begrip in deze beleidsregels afwijkt van de omschrijving zoals deze is opgenomen in het van toepassing zijnde bestemmingsplan, dan geldt de omschrijving zoals deze is opgenomen in deze beleidsregels.
Begrippenlijst Besluit omgevingsrecht versus beleidsregel
In artikel 1 bijlage II van het Bor staat de begrippenlijst voor buitenplanse afwijkingen van artikel 2.12, lid 1 onder a, onder 2°.
a.bestaand:
bij bouwwerken: aanwezig op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van deze beleidsregel, alsmede bouwwerken die op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van deze beleidsregel mogen worden gebouwd krachtens een daartoe verleende bouw- dan wel omgevingsvergunning;
b.bezoeker:
degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van:
1de exploitant;
2de beheerder;
3de prostituee;
4het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;
5toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6:2 APV Nuenen;
6andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is
c.bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond.
d.escortbedrijf:
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend
e.evenement:
een activiteit in de openlucht dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, toeristisch-recreatieve, commerciële, sociale, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden, alsmede (week)markten, kermissen, braderieën en festivals of daarmee te vergelijken evenementen.
f.exploitant:
de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert of exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen
g.gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden (twee of meer) omsloten ruimte vormt;
h.hoofdgebouw:
een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meerdere gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkste is, exclusief bijbehorende bouwwerken en niet zijnde vrijstaande bijgebouwen (artikel 1, bijlage II Bor);
i.prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
j.prostituee:
degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
k.seksinrichting:
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoning van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een (raam)prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
l.sekswinkel:
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd
Paragraaf 2 Algemene criteria
Artikel 2.1 Algemene criteria
Burgemeester en wethouders kunnen alleen medewerking verlenen aan een verzoek voor het afwijken van een bestemmingsplan onder de voorwaarde dat:
a.de afwijking van het bestemmingsplan niet in strijd is met de uitgangspunten van het bestemmingsplan1;
b.de stedenbouwkundig kwaliteit van de beoogde ontwikkeling aanvaardbaar is;
c.de brand- en constructieve veiligheid van het bouwwerk en de naastgelegen bouwwerken niet worden aangetast;
d.de aspecten bezonning van tuinen en lichttoetreding van naburige percelen door het verzoek niet onevenredig wordt aangetast. Indien nodig kan aanvrager worden verzocht een en ander nader te onderbouwen met een onderzoek;
e.het verzoek geen onevenredige hinder geeft aan de aspecten verkeer en parkeren in de naastgelegen omgeving;
f.er geen sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering;
g.een bouwwerk of gebruik welke op grond van een als ontwerp ter inzage gelegd bestemmingsplan is toegelaten. In dergelijke gevallen kan in anticipatie op dit bestemmingplan worden afgeweken van het vigerende bestemmingsplan aangezien de ontwikkeling past in het toekomstig planologisch regime.
1Zie: ABRvS gemeente Eemnes, 27 maart 2013, nr. 201270635, r.o. 4
Paragraaf 3 Gebruiken van gronden of bouwwerken voor evenementen binnen bebouwde kom
Artikel 3.1 Gebruiken van gronden of bouwwerken voor evenementen binnen bebouwde kom
Burgemeester en wethouders kunnen toestemming verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan voor het gebruiken van gronden of bouwwerken voor een evenement binnen de bebouwde kom, onder de voorwaarden dat:
a.op één locatie niet meer dan 3 evenementen per jaar mogen worden gehouden;
b.het evenement niet meer dan maximaal 15 dagen mag duren, inclusief het opbouwen en afbreken van de voorzieningen voor het evenement;
c.de brand- en constructieve veiligheid van het bouwwerk en de naastgelegen bouwwerken niet worden aangetast en
d.de naastgelegen omgeving niet onevenredig wordt aangetast, waarbij in ieder geval de aspecten verkeer, parkeren en geluid zijn afgewogen.
Paragraaf 4 Wijziging van het gebruik van bouwwerken, al dan niet in samenhang met inpandige bouwactiviteiten
Artikel 4.1 Gebruiken van gronden of bouwwerken voor seksinrichtingen en escortbedrijven
Burgemeester en wethouders kunnen een toestemming verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan voor het gebruiken van gronden of bouwwerken voor een seksinrichting of om een escortbedrijf te exploiteren, onder de voorwaarden dat:
a.indien het pand waarin de seksinrichting wordt gevestigd is gelegen in het bestemmingsplan Nuenen Centrum 2012;
b.het pand waarin de seksinrichting wordt gevestigd de bestemming centrum en de functieaanduiding horeca (bestemmingsplan Nuenen Centrum 2012) heeft;
c.de afstand van het pand waarin de seksinrichting wordt gevestigd tot kerken, moskeeën en scholen (en andere door kinderen gebruikte gebouwen) ten minste 50 meter bedraagt;
d.binnen gemeentegrenzen voor maximaal één seksinrichting of escortbedrijf een vergunning wordt verleend.
Paragraaf 5 Tijdelijke afwijking tweede woning op perceel gedurende bouw werkzaamheden
Artikel 5.1 Tijdelijke afwijking tweede woning op perceel gedurende bouw werkzaamheden
Onder de navolgende voorwaarden kan het college van burgemeester en wethouders medewerking verlenen voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan voor het in gebruik nemen van een bijbehorend bouwwerk als afhankelijke woonruimte:
a.de tijdelijke bewoning is uitsluitend toegestaan in een daarvoor geschikt bouwwerk;
b.om overlast richting de belendende percelen te voorkomen worden naast de voorgaande bepalingen de volgende voorwaarden opgesteld:
1de afstand van de tijdelijke bouwwerken ten opzichte van de zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 2.00m te bedragen;
2het bouwwerk dient binnen 3 maanden na oplevering van de woning te worden verwijderd.
Paragraaf 6 Slotbepalingen
Artikel 6.1 Hardheidsclausule
Artikel 2.7 Bor in samenhang met bijlage II, artikel 4 en artikel 5 Bor
Burgemeester en wethouders kunnen in bijzonder individuele gevallen en omstandigheden van de beleidsregels afwijken. Het toepassen van deze afwijkingsbevoegdheid wordt terughoudend en gemotiveerd toegepast om geen afbreuk te doen aan deze beleidsregels (4:84 Awb).
Artikel 6.2 Planschadeverhaalsovereenkomst
Artikel 2.12 lid 1, onderdeel a, onder 2º en onder 3º Wabo
Burgemeester en wethouders sluiten een planschadeverhaalsovereenkomst in de gevallen van:
a.artikel 2.12 lid 1, onderdeel a, onder 2 Wabo (planologische kruimelgevallen) indien het toepassen van de bevoegdheid tot het afwijken van een bestemmingsplan kan leiden tot een waardevermindering van de omliggende bebouwing, welke het normaal maatschappelijk risico kan overstijgen. De overeenkomst dient door partijen te zijn ondertekend, voordat het besluit tot het verlenen van de medewerking wordt genomen;
b.artikel 2.12 lid 1, onderdeel a, onder 3 Wabo (omgevingsvergunnningen met uitgebreide procedure). De medewerking voor deze gevallen wordt uitsluitend verleend, indien tussen initiatiefnemer en gemeente een planschadeverhaalsovereenkomst is gesloten. De overeenkomst dient door partijen te zijn ondertekend, voordat aan de raad de verklaring van geen bedenkingen wordt gevraagd en de ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage wordt gelegd.
Artikel 6.3 Overgangsrecht
Bouwwerken die aanwezig zijn op het tijdstip van de ter inzage leggen van dit beleid dan wel mogen worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning ingevolge de Wabo, en die afwijken van deze beleidsregels en overeenstemming zijn met het voorliggende ‘Afwijkingenbeleid bebouwde kom, herziening 2013, 1e wijziging vastgesteld 29 juli 2014, mogen, behoudens onteigening overeenkomstig de wet als zodanig worden gebouwd.
Artikel 6.4 Inwerkingtreding beleidsregels
De beleidsregels ‘Afwijkingenbeleid bebouwde kom, herziening 2015’ treden in werking de dag na de openbare bekendmaking hiervan en zijn van toepassing op aanvragen om omgevingsvergunning waarop de dag na de openbare bekendmaking een besluit wordt genomen.
Aldus op 23 december 2014 vastgestelddoor burgemeester en wethouders van de gemeente Nuenen c.a.
de secretaris,
de burgemeester,
N.J.H. Scheltens
M.J. Houben MBA
Hoofdstuk 3 - Planologische beoordeling
Paragraaf 3.4 Toetsen geldend beleid
Bijlage 1 artikel 2.7 Bor
geldend 12 december 2014
Artikel 2.7 Planologische gebruiksactiviteiten
Als categorieën gevallen als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet worden aangewezen de categorieën gevallen in artikel 4 van bijlage II.
Bijlage 2 artikel 4 van bijlage II Bor
geldend 12 december 2014
Hoofdstuk IV. Categorieën gevallen waarin voor planologische gebruiksactiviteiten een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet kan worden verleend
Artikel 4
Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking:
1een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen:
a.niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf,
b.de oppervlakte niet meer dan 150 m2;
2een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, onder a, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemd eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
a.niet hoger dan 5 m, en
b.de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
3een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
a.niet hoger dan 10 m, en
b.de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
4een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw dan wel de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard;
5een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m;
6een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998;
7een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen;
8het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied;
9het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers;
10het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
a.de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Woningwet aan een bestaande woning gestelde eisen;
b.de bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden,
c.de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en
d.de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was;
11ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.
Bijlage 3 artikel 4a en 5 van bijlage II Bor
geldend 12 december 2014
Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen - Bor
Artikel 4a
1Onverminderd artikel 5, zijn de artikelen 2 en 3 slechts van toepassing op een activiteit die plaatsvindt in, aan, op of bij een beschermd monument als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Monumentenwet 1988, een monument waarop artikel 5 van die wet van toepassing is, een krachtens een provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen monument dan wel een monument waarop, voordat het is aangewezen, een zodanige verordening van overeenkomstige toepassing is, voor zover het een activiteit betreft als bedoeld in:
a.artikel 2, onderdelen 1 en 2, of
b.artikel 2, onderdelen 4 tot en met 21, of artikel 3, onderdelen 4 tot en met 8:
1°. in, aan of op een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft, of
2°. bij een monument.
2Onverminderd artikel 5, zijn de artikelen 2 en 3 slechts van toepassing op een activiteit die plaatsvindt in een beschermd stads- of dorpsgezicht, voor zover het een activiteit betreft als bedoeld in:
a.artikel 2, onderdelen 1 en 2, of
b.artikel 2, onderdelen 4 tot en met 21, of artikel 3 voor zover het betreft:
1°. inpandige veranderingen,
2°. een verandering van een achtergevel of achterdakvlak, mits die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd,
3°. een bouwwerk op erf aan de achterkant van een hoofdgebouw, mits dat erf niet ook deel uitmaakt van het erf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd, of
4°. een bouwwerk op gronden die onderdeel zijn van openbaar toegankelijk gebied.
Artikel 5
1Bij de toepassing van de artikelen 2, 3 en 4 blijft het aantal woningen gelijk. Deze eis is niet van toepassing op de gevallen, bedoeld in:
a.de artikelen 2, onderdelen 3 en 22, en 3, onderdeel 1, voor zover het betreft huisvesting in verband met mantelzorg,
b.artikel 4, onderdeel 1, voor zover het betreft huisvesting in verband met mantelzorg,
c.artikel 4, onderdelen 9 en 11.
2De artikelen 2 en 3 zijn niet van toepassing op een activiteit die plaatsvindt in, aan, op of bij een bouwwerk dat in strijd met artikel 2.1 van de wet is gebouwd of wordt gebruikt.
3Artikel 2, onderdeel 3, is evenmin van toepassing op een activiteit die plaatsvindt in:
a.een in het bestemmingsplan of de beheersverordening opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een inrichting voor activiteiten met ontplofbare stoffen;
b.een gebied waarin die activiteit op grond van het bestemmingsplan of de beheersverordening niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een inrichting, transportroute of buisleiding dan wel vanwege de ligging in een belemmeringenstrook ten behoeve van het onderhoud van een buisleiding;
c.een gebied dat is gelegen binnen een van toepassing zijnde afstand als bedoeld in artikel 3.12, 3.18, 3.28, 3.30a, 4.3, 4.4, 4.5, 4.5a, 4.5b, 4.77 of 4.81 van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
4Artikel 3, onderdelen 1 en 2, is evenmin van toepassing voor zover voor het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft krachtens het bestemmingsplan regels gelden die met toepassing van artikel 40 van de Monumentenwet 1988 in het belang van de archeologische monumentenzorg zijn gesteld, tenzij de oppervlakte van het bouwwerk minder dan 50 m2 bedraagt.
5Artikel 3, onderdeel 8, is evenmin van toepassing op een activiteit die tevens een activiteit is als bedoeld in artikel 2, onderdelen 2 tot en met 21, of 3, onderdelen 1 tot en met 7, maar niet voldoet aan de in die artikelen ten aanzien van die activiteit gestelde eisen.
6Artikel 4, onderdelen 9 en 11, is niet van toepassing op een activiteit als bedoeld in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.