2 Nuenense openbare verlichting
2.1 Mens als gebruiker van de buitenruimte tijdens donkerte
Openbare verlichting en de bijdrage aan veiligheid
Openbare verlichting is bedoeld voor de gebruikers van de openbare ruimte tijdens duister. De gemeente levert op deze wijze een bijdrage aan de verkeers- en sociale veiligheid tijdens deze momenten.
Sociale veiligheid
Sociale veiligheid, of de beleving ervan, heeft een relatie met criminaliteit, gevaar en overlast van (andere) mensen. Dit heeft dus primair te maken met aan de ene kant het zelf kunnen anticiperen op potentieel ongewenst gedrag van de medeweggebruiker, of het aanschouwelijk maken van ongewenst gedrag tussen twee personen aan derden. Een donker afgelegen fietspad of tunneltje voelt onveiliger dan een goed verlichte straat. Het plaatsen van openbare verlichting uit oogpunt van sociale veiligheid is met name voor de gemeente relevant, aangezien het overgrote deel van de verlichting om en nabij bewoning is gesitueerd.
Zonder sociale controle geen sociale veiligheid
Verlichting heeft een beperkt effect op de daadwerkelijke veiligheid. Verlichting draagt alleen bij aan de sociale veiligheid als ook sprake is van sociale controle: “zien en gezien worden”. Wanneer er geen sprake is van sociale controle, bijvoorbeeld bij parken of wegen in buitengebieden, is het beter om, indien mogelijk, alternatieve (fiets)routes te stimuleren waar verlichting én sociale controle aanwezig zijn.
Verkeersveiligheid
Het bijdragen aan verkeersveiligheid is eveneens een belangrijk doel van
openbare verlichting. Bij verkeerswegen heeft verlichting tot doel:
•het verloop van de weg en de wegsituatie te overzien;
•andere verkeersdeelnemers waar te nemen;
•de eigen positie op de weg waar te nemen.
Naast een bijdrage aan een veilige en overzichtelijke afwikkeling van het verkeer, draagt openbare verlichting bij aan het rijcomfort van de verkeersdeelnemers. Het voorkomt daarmee een te hoge taakbelasting. Bij hogere verkeersintensiteit kan openbare verlichting de complexiteit van de rijtaak verminderen waardoor veiligheid en doorstroming verbeteren.
Er zijn landelijke richtlijnen voor goede openbare verlichting (ROVL 2011
3ROVL 2011 is een richtlijn voor openbare verlichting. Deze wordt landelijk door overheden gehanteerd en is uitgevaardigd door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde. Op dit moment zijn er geluiden uit de markt in hoeverre de oplossingen die worden geboden vanuit de ROVL in voldoende mate aansluiten op de behoeftes van beheerders en burgers.
). Deze beschrijven met name de toe te passen lichtniveaus in bepaalde situaties en onder bepaalde omstandigheden. Ook Nuenen verlicht in de geest van deze richtlijn en gaat hier pragmatisch mee om.
Sfeer en ambiance
Bij de keuze voor verlichting gaat de gemeente uit van goede verlichting, laag onderhoud en energie zonder dat deze overdag al te veel opvalt in het straatbeeld. Winkel- en uitgaanscentra vragen in de regel om een andere benadering. Hier worden veelal andere eisen gesteld aan de inrichting van de openbare ruimte. Dit geldt ook voor de verlichting.
Extra aandacht aan de inrichting van het centrum maakt de openbare ruimte zichtbaar en leesbaar na zonsondergang en creëert een veilig gevoel. Naast de historische, toeristische, sociale en recreatieve meerwaarde, draagt een mooie verlichte openbare ruimte een identiteit uit naar de burger en bezoeker.
Met decoratieve armaturen en masten of het met licht accentueren van markante gebouwen kan in combinatie met openbare verlichting een aantrekkelijk geheel gerealiseerd worden.
2.2 Milieuaspecten in relatie tot verlichting
Straatverlichting heeft diverse raakvlakken met duurzaamheid. Het meest actuele thema in dit kader is de ambitie om het energieverbruik terug te dringen. In september 2013 is het SER (Sociaal Economische Raad) energie akkoord gepresenteerd. Dit bevat prestatiedoelen en procesafspraken.
Voor openbare verlichting zijn ook specifieke doelen opgenomen:
Voor openbare verlichting wordt gestreefd naar een versnelde renovatie van het huidige, grotendeels verouderde park. Openbare verlichting en verkeersregelinstallaties leveren ten opzichte van 2013 20% besparing in 2020 en 50% in 2030. Op weg hiernaartoe is minimaal 40% van het bestaande openbare verlichtingspark in 2020 voorzien van slim energiemanagement en energiezuinige (led) verlichting.
De VNG heeft namens alle Nederlandse gemeenten ingestemd de gestelde doelen te behalen.
Energie besparen op verlichting is mogelijk. Vanaf 2011 is de gemeente actief bezig energiebesparing te realiseren door het toepassen van led bij renovaties. Hiermee heeft de gemeente al een aanzienlijke verbeterslag behaald, waardoor sterk op kosten en energie is gereduceerd. Hiermee loopt de gemeente feitelijk vooruit op de SER doelen van 2013.
De komende jaren zal de gemeente doorgaan met de vervangingen van de apparatuur. De gemeente kiest hierbij bewust voor energiezuinige lichtbronnen met een lange levensduur. Hierdoor kan een aanzienlijke energiebesparing worden gerealiseerd. Een niet onbelangrijk voordeel is dat door het lager energieverbruik ook kosten op de energierekening worden bespaard. Vanwege de lage energieprijs zijn de besparingskosten echter beperkt. Door de langere levensduur van led-lichtbronnen bespaart de gemeente ook op het onderhoud.
De inhaalslag voor vervanging van de afgelopen jaren heeft reeds geleid tot kosten- en energiebesparing
4De focus lag hierbij op het vervangen van SOX-verlichting. Deze verlichting kenmerkt zich door de gele lichtkleur. De onderhoudskosten en energieverbruik zijn ten opzichte van led hoog. Alle SOX-verlichting is ondertussen nagenoeg vervangen. De huidige lichtbrontypen zijn in verhouding tot de SOX-lichtbronnen efficiënter in energie en onderhoud. Gemeente heeft hiermee een flinke besparing weten te behalen op energie en onderhoud.
.
Verhoudingsgewijs zullen de te verwachten kostenbesparingen niet zo groot zijn als in het verleden, aangezien de gemeente de grootste besparingen al heeft gerealiseerd.
2.3 Beheer: in stand houden en verbeteren van verlichting
Openbare verlichting is in principe niet echt complex in beheer. Het enige dat het mogelijk complex maakt is de omvang van de installatie en de diversiteit van soorten apparatuur. Daarbij wordt verwacht dat deze elke avond bij donker weer licht gaan geven.
Continuïteit
Het bovengrondse deel van de OVL is in eigendom van de gemeente. Het ondergrondse deel is in eigendom van de netbeheerder. Indien een storing in het voedende net optreedt, is de netbeheerder verantwoordelijk voor het herstel ervan.
De elementen van de OVL van het bovengrondse deel zijn de masten, armaturen en lichtbronnen.
•De lichtbron (of lamp) genereert het licht.
•Het armatuur beschermt de lichtbron tegen weer en wind. De in het armatuur gemonteerde optiek stuurt het licht naar de juiste plek op straat. Ook is elektronica in het armatuur gemonteerd ten behoeve van het correct functioneren van de lichtbron en/of het dimmen van de lichtbron.
•De lichtmast (lantaarnpaal) draagt het armatuur op de juiste hoogte.
Beheermaatregelen instandhouding
Voor instandhouding hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten.
3 Gemeentelijke ambities concreet gemaakt
3.1 Een terugblik: 2012-2016
De gemeente heeft de afgelopen jaren op een doelmatige, sobere wijze de OVL installatie beheerd en in stand gehouden. Een belangrijk aandachtspunt hierbij was het uitfaseren van de verouderde OVL. Voor een groot deel betrof dit vervanging van armaturen met lichtbronnen (type SOX
5De SOX-lichtbron heeft ook voordelen: de lumen/watt verhouding is zeer hoog, wat deze lichtbron met name voor verkeerstoepassingen zeer geschikt maakt als alleen het lichtbeeld wordt beschouwd.
) die destijds en ook nog tegenwoordig als minder duurzaam worden gekenmerkt door de hoge aanschafprijs, hoog energieverbruik en de beperkte levensduur.
Verlichtingskwaliteit, onderhoudskwaliteit
De gemeente heeft als uitgangspunt dat zij een veilige leef- en werkomgeving wil bieden. In dit kader zijn uitgangspunten vastgelegd waaraan verlichting dient te voldoen, gerelateerd aan de functie van de te verlichten openbare ruimte. Denk hierbij aan verkeersveiligheid, sociale veiligheid en leefbaarheid.
De wegcategorisering en de uitgangspunten vanuit het plan van 2012 is een goede leidraad gebleken en wordt nog steeds gehanteerd.
De sobere, doelmatige OVL kenmerkt zich ook in de toe te passen apparatuur. Bij vervanging en renovatie hanteert de gemeente een vervangingsinterval van 20 jaar voor armaturen en 40 jaar voor masten.
Bij realisatie van nieuwe verlichting of renovaties hanteert de gemeente waar mogelijk dimmen en led. Uitgangspunt is een TCO
6TCO: Total cost of ownership. TCO geeft een kostenschatting voor de bepaling van de economische waarde van een investering. Een TCO-analyse omvat de totale verwervingskosten en de onderhoudskosten. Een TCO-analyse wordt gebruikt om de haalbaarheid van (kapitaal)investering te bepalen.
berekening: indien blijkt dat dimmen of led in concrete situaties aantrekkelijk is, wordt dit toegepast.
De kwalitatieve uitgangspunten voor beheer, vervanging en realisatie zijn nog steeds praktisch toepasbaar en gelden ook voor de komende beleidsperiode als uitgangspunt.
MAATREGELEN EN FINANCIEN
De focus lag de afgelopen jaren op het vervangen van niet duurzame (SOX) verlichting
7Speerpunten nota duurzaamheid Nuenen, januari 2012.
. In 2011 bedroeg dit aantal ca. 900 stuks. De gemeente heeft in de periode 2012-2016 ongeveer 800 masten en 1300 armaturen vervangen en bijgeplaatst. Hiertoe is de reserve vervanging openbare verlichting aangewend. Een deel van de nieuwe masten en armaturen is gefinancierd vanuit projectbudgetten
8De laatste SOX armaturen worden met de reconstructie van de Broekdijk in de nabije toekomst vervangen.
.
Het actuele energieverbruik is becijferd op een kleine 700 MWh per jaar. Vergeleken met de cijfers van 2013 betekent dit een besparing op het energieverbruik van ruim 30%
9Berekend op basis van OVL database gegevens: energieverbruik van 2013: 1007 MWh/jaar; energieverbruik 2016: 679 MWh/j.
. Hiermee zijn nu al de SER-doelen van 2020 voor wat betreft energiebesparing ruimschoots behaald.
Het aandeel nieuwe, duurzame led-lichtbronnen bedraagt momenteel 1550 stuks. Dit komt overeen met 26% van het totale areaal. Hiermee loopt de gemeente in Nederland voorop in het toepassen van LED verlichting, zie onderstaande figuur.
Ontleend aan http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/ovl/energieakkoord/stavaza-2015/
Resultaat gevoerd beleid
Gesteld mag worden dat de beoogde renovaties volgens het beleid 2012-2016 zijn
uitgevoerd. Hiermee is de beoogde kostenbesparing gerealiseerd!
3.2 Paspoort OVL
Het beeld van de actuele OVL installatie in het onderstaande overzicht op hoofdlijn weergegeven
10Dit is geactualiseerd op eind 2016. Dan heeft de gemeente de laatste renovaties vanuit de vorige beleidsperiode gerealiseerd.
. Bij het onderdeel “maatregelen en effecten” is een tweetal renovatiescenario’s gepresenteerd met de te verwachten effecten.
In de navolgende paragrafen worden de maatregelen en effecten nader uitgewerkt.
3.3 Risico-vermijdende renovatiescenario’s
De OVL-installatie van de gemeente Nuenen kamt met een aanzienlijke achterstand in vervanging. Voor alle hierna te benoemen scenario’s geldt dat de veiligheid van de installatie wordt geborgd door het vervangen van te oude apparatuur. Hiermee beperkt de gemeente de risico’s als gevolg van aanraakgevoeligheid van elektrische delen en het afbreken of omvallen van masten en armaturen. De maatregelen voor beheer, zoals benoemd in paragraaf 2.3, zijn hiertoe de basis.
In het navolgende worden de volgende scenario’s voor renovatie uitgewerkt:
1vervangen van oude masten en armaturen;
2als 1, met extra aandacht voor reductie op onderhoud en energie door vervroegde vervanging van armaturen op verkeerswegen;
3.3.1 Scenario 1: vervangen van de oude masten en armaturen
Uitgangspunt bij instandhouding is datasten en armaturen in groepen worden vervangen, zodat het wegbeeld uniform blijft. Ongewenste diversiteit van masten en armaturen per straat wordt zo tegengegaan.
De vervangintervallen zijn gebaseerd op landelijk gehanteerde uitgangspunten en ervaringen van de gemeente. Fabrikanten gaan bij de constructie van hun producten ook uit van de genoemde minimale vervangingsintervallen. Om efficiënt te vervangen, kan enig uitstel na de vervanglevensduur in de regel niet al te veel kwaad. Om risico's tot omvallen van masten of afbreken van armaturen of delen ervan te beperken, is het raadzaam de genoemde vervangingsintervallen te gebruiken bij budget- en planvorming.
Bij het bepalen van de vervangingen van masten en armaturen is zowel gekeken naar de geconstateerde kwaliteit van de masten en armaturen alsook de leeftijd
11Aangezien niet van alle objecten leeftijdsgegevens bekend zijn, is bij het bepalen van de te vervangen masten en armaturen ook gebruik gemaakt van de kwaliteitscijfers die in 2009 zijn opgenomen.
.
Tot 2027 komen bij het eerste scenario 1.567 masten en 2.245 armaturen voor vervanging in aanmerking.
De jaarlijkse investeringskosten voor Scenario 1 bedragen € 177.000, voor een periode van 10 jaar.
CO2 reductie
Naast de kosten- en energiebesparing is ook een inschatting gemaakt voor de reductie van CO2 uitstoot als direct gevolg van het verlaagde energieverbruik. Gerekend is met 0,4 kg CO2 per kWh elektrische energie.
3.3.2 Scenario 2: verhogen duurzaamheidambitie
In dit tweede scenario wordt naast het vervangen van oude OVL de focus gelegd op armaturen met een hoog energieverbruik. Door hier led toe te passen, kan een grote energiebesparing per vervangen armatuur behaald worden. Hiermee wordt de bijdrage aan de gemeentelijke duurzaamheidambities verhoogd. Armaturen waarvoor dit geldt zijn die met SON-lichtbronnen. Deze zijn in de regel gesitueerd op hogere lichtmasten. Dit soort armaturen komen bijvoorbeeld op de Beekstraat voor (zie foto).
Google maps: Beekstraat Nuenen
Tot 2027 komen bij tweede scenario 1628 masten en 3001 armaturen voor vervanging in aanmerking.
Een relatief laag extra jaarlijks investeringsbedrag over een periode van 10 jaar (ca. € 33.000 per jaar) levert naar verhouding (ten opzichte van scenario 1) een flinke energie- en kostenbesparing per jaar op. De extra te vervangen armaturen zijn relatief duur in onderhoud en verbruiken veel energie. Dit is terug te zien in de besparingscijfers.
Met dit scenario reduceert de gemeente de risico’s als gevolg van de verouderde installatie. Ook loopt de gemeente hiermee in pas (na renovatie) met het energiebesparingsdoel van de SER in 2030: 50% energiebesparing ten opzichte van 2013.
3.4 Toepassing van led, keuze voor dimmen
De wijk Een eind wordt sinds eind 2012 verlicht met intelligente straatverlichting. De straatverlichting is standaard gedimd op 20% en gaat vanzelf feller branden bij detectie
12Bewegingssensoren aan de verlichting detecteren passanten. Het verlichtingsniveau neemt toe wanneer een auto, fietser of voetganger de lichtmast passeert. De sensoren communiceren tegelijkertijd met sensoren op andere lichtmasten, zodat die alvast feller gaan schijnen. Gebruikers zijn zo in principe altijd omgeven door een veilige cirkel van licht.
van een passant. Zodra gedurende 30 seconden geen passanten meer gedetecteerd worden dimt het licht weer terug.
Deze intelligente straatverlichting biedt de gemeente Nuenen een aantal voordelen: een veilige en sfeervolle leefomgeving, energiebesparing en hierdoor ook kostenbesparing. Ook kan de installatie op afstand beheerd worden. Zo kunnen dimniveaus en andere instellingen op afstand gewijzigd worden en kan worden bekeken of de lichtmast nog functioneert.
Het plaatsen van de intelligente verlichting is voor de gemeente Nuenen een pilot project en werd gefinancierd door de provincie Noord-Brabant via het IDOP (integraal dorps ontwikkelingsprogramma).
Evaluatie en vervolg?
Aangezien de aanschaf van een dergelijke openbare verlichtingsinstallatie kostbaar is in vergelijking met een installatie voorzien van dimmers met een vast regime, is een kostenvergelijking gemaakt. Hieruit blijkt dat het verschil in aanschaf van intelligente- ten opzichte van openbare verlichting voorzien van statische dimmers na 50 jaar nog niet is terugverdiend.
Vanuit financieel oogpunt is het dus (nog) niet interessant de OVL met dergelijke dynamische apparatuur uit te rusten. De extra kosten wegen onvoldoende op tegen de besparingen. Maar wellicht is deze apparatuur op een zeker moment toch aantrekkelijk om op bepaalde locaties toe te passen. Denk hierbij aan de reductie van lichtvervuiling, extra CO2 reductie, de mogelijkheid om de OVL op afstand te kunnen beheren en het kunnen meten van het werkelijke energieverbruik.
Voor de komende beleidsperiode blijft de techniek van Eeneind dus beperkt tot de genoemde wijk. De gemeente past bij renovatie alleen autonome dimmers toe met een vast dimregime. De gemeente blijft ontwikkelingen op dit gebied natuurlijk wel volgen. Bij aangetoonde geschiktheid in de toekomst worden dergelijke systemen ook toegepast.
3.5 De toekomst van smart city en smart lighting
Smart City
Een actueel thema is het fenomeen “Smart City”, een begrip dat staat voor de innovatieve stedelijke planning die is gebaseerd op slimme technologie die steden veiliger, schoner en efficiënter maakt. Smart Cities brengen datatechnologie, mobiliteit, ruimte, veiligheid, infra en milieu samen. Op deze wijze tracht men met techniek de kwaliteit van leven te verbeteren.
Wat de toekomst op dit vlak gaat brengen en hoe gemeenten hierop gaan acteren is nog niet te voorzien. Op dit moment gebruiken gemeenten diverse ICT systemen en bijbehorende infrastructuren naast elkaar. In het kader van het smart city concept wordt een optimalisatie verwacht: integratie en uitbreiding van systeem. Op dit moment worden de diverse systemen vaak door verschillende afdelingen beheerd en bestuurd. Hoe de toekomst op het vlak van smart city eruit gaat zien is niet alleen een technologische vraag, maar er zal op dit vlak integraal beleid gemaakt moeten worden. Daarnaast zal ook nagedacht moeten worden over de organisatorische en beheeraspecten. De concepten binnen smart city bieden kansen. De gemeente gaat na hoe zij deze in de toekomst optimaal kan benutten.
De rol van OVL
OVL biedt een fijnmazig netwerk voor allerlei systemen die niets met OVL te maken hebben maar wel gebruik maken van de OVL als drager. De lichtmasten worden door de samenleving in de openbare ruimte geaccepteerd. Daarom is het logisch dat andere systeem gebruik maken van deze dragers.
OVL als drager voor smart city elementen (bron www.ovlnl.nl)
OVL kan op deze wijze een uitrol van smart city faciliteren. Te denken valt aan wifi (5G), camera’s, sensoren (beweging, temperatuur of luchtkwaliteit) of de combinatie met een laadpaal voor elektrische voertuigen.
Smart Lighting
Was vroeger de OVL een lichtmast die ’s avonds aan en ’s morgens uit ging, tegenwoordig gaan de ontwikkelingen op het vlak van slimmer maken van OVL razendsnel. De mate van “slimheid” is een keuze die elke gemeente zelf moet maken.
Toename van technologie in OVL en de toename van waarde voor de maatschappij (bron: Strategic Roadmap 2025 of the European LightingIndustry).
Het is aan te bevelen de ontwikkelingen op dit vlak te blijven volgen en na te denken of het zinvol is speciale lichtscenario’s voor calamiteiten te ontwikkelen routes anders te verlichten zodat mensen deze (bewust of onbewust) kiezen en daarmee de drukte op bepaalde trajecten te beïnvloeden, of dynamische lichtscenario’s te introduceren om de sfeer bij evenementen te verhogen.
Pilots gemeente Nuenen
Samen met stakeholders Bouwfonds/CIF, CityTec en Close the Gab worden
momenteel enkele pilots voorbereid. Gedacht wordt aan:
•Nuenen West (o.a. wifi);
•Nuenen centrum , zorgcentrum De Akkers (dwaal detectie);
•Gerwen ZO;
•Bedrijventerreinen Eeneind (camera bewaking).
Deze pilots bevinden zich nog in een vroeg stadium, maar worden op de voet gevolgd.
4 De balans: kosten en opbrengsten
4.1 Investeringskosten als onderdeel van de begroting
Vervangen van bestaande openbare verlichting:
Alle bedragen zijn tegen prijsniveau 2016 en exclusief BTW. de becijferde energiebesparingen zijn gebaseerd op een op een vervanging door gedimde led-apparatuur, op basis van actuele lichtbrontechnologie. Scenario 1 en 2 hebben een looptijd van10 jaar.
De gemeente heeft voor de periode 2018-2022 nog niet voldoende middelen gereserveerd om bovenstaande investeringen uit te kunnen voeren. Dit beleidsplan heeft daarom als doel de benodigde middelen in beeld te brengen.
Indien renovaties uitblijven, gaan problemen ontstaan met betrekking tot de veiligheid van de verlichtingsinstallatie en stijgen de onderhoudslasten ten gevolge van meer dan gemiddelde uitval van masten en armaturen.
In het navolgende is voor scenario 2 het effect op de begroting nader uitgewerkt. Dit is het scenario dat ambtelijk wordt geadviseerd. Als bestuurlijk voor een ander scenario gekozen wordt, heeft dit uiteraard effect op de cijfers.
4.3 Exploitatielasten dalen
4.4 Energieverbruik daalt
In de grafiek is op de verticale as het energieverbruik in mega-watt uur per jaar (MWh/j) weergegeven. Het SER energieakkoord meet de besparingen vanaf het peiljaar 2013. Voor dit jaar is een energieverbruik van 1007 MWh/j berekend.
Het verloop van het jaarlijks energieverbruik van de openbare verlichting van de gemeente Nuenen, als gevolg van de renovaties conform scenario 2.
De rode lijn geeft de reductiedoelstellingen weer van het SER-energieakkoord voor de gemeente Nuenen.
De groene lijn geeft het energiebesparingseffect weer van de al uitgevoerde renovaties (2013-2016) en de nog uit te voeren renovaties (2018-2027). Te zien is dat in de jaren tot 2016 al een flinke energiebesparing is behaald. Na 2027 zijn nog geen vervangingen becijferd en daalt het energieverbruik niet meer. Hier loopt de groene lijn horizontaal.
Om de doelen van 2030 ook te kunnen behalen zijn meer besparingen nodig. Het SER-doel ligt op 50% besparing ten opzichte van het energieverbruik van 2013. Dit komt overeen met een totaalverbruik van 500 MWh/j.
Met de renovatie van scenario 2 is ingeschat dat na 2027 het energieverbruik 525 MWh/j is. Dit betekent dat in de jaren 2028-2030 de gemeente een aanvullende energiebesparing van (afgerond) 22 MWh/j zou moeten realiseren. Naar verwachting is dit met de dan geldende technologie goed realiseerbaar.
4.5 Begrotingsoverzicht tot en met 2021
Om inzicht te geven in de begroting voor de komende vier jaar is onderstaand overzicht de financiële cijfers gepresenteerd.
Huidige begroting
2018
2019
2020
2021
Energiekosten
105.999
105.999
105.999
105.999
Onderhoud OVL
85.110
85.110
85.110
85.110
Storting in onderhoudsfonds
80.075
80.075
80.075
80.075
Totaal openbare verlichting
271.184
271.184
271.184
271.184
Energiekosten: Transportkosten en energieverbruik
De energiekosten bestaan uit de transportkosten (afhankelijk van het aantal aansluitingen) en de variabele kosten voor levering van energie, afhankelijk van het toegepaste vermogen van de aangesloten apparatuur.
In de tabel is voor 2018 en de jaren die hierna volgen het energieverbruik gelijk gehouden.
De gemeente verwacht een uitbreiding van het OVL-areaal (Nuenen-West). Hierdoor stijgen de jaarlijkse kosten die gerelateerd zijn aan energie. Hoeveel dit is, wijst de toekomst uit.
De te verwachten daling van het energieverbruik als gevolg van de renovaties is opgenomen in de post “besparing op energie en onderhoud” in de onderstaande tabel.
Onderhoudskosten openbare verlichting
Dagelijks onderhoud voor OVL bestaat uit beheer en het preventief en correctief onderhoud. Lampvervanging, storingen en schades verhelpen, schilderen van lichtmasten en schouwen maken onderdeel uit van het onderhoud. Het schilderen van lichtmasten is de afgelopen jaren nauwelijks uitgevoerd vanwege bezuinigingen op onderhoud openbare verlichting. Om het schilderen van lichtmasten weer naar behoren uit te kunnen voeren is € 10.000 extra benodigd.
Uitbesteden beheer openbare verlichting.
Het beheer van de openbare verlichting ligt nu voor een deel bij de aannemer en voor een deel bij de afdeling openbare werken. Ook het Klant Contact Centrum (KCC) speelt hierin een belangrijke rol. Vanwege de vele meldingen en wensen van bewoners kost dit veel kostbare tijd. Om deze tijd terug te dringen en hiermee het ambtelijk apparaat te ontzorgen, wordt geadviseerd het beheer van de openbare verlichting uit te besteden bij een extern bureau. Zij vormen dan de schakel tussen het Klant Contact Centrum en de aannemer. Ook het melden van storingen wordt eenvoudiger voor bewoners. De kosten voor het uitbesteden van het beheer openbare verlichting bedragen circa € 14.000.
Besparing op energie en onderhoud.
Als gevolg van de renovaties bedraagt de ingeschatte jaarlijkse besparing
€ 18.000 per jaar. De ingeschatte besparing loopt op van € 0 (2018) naar € 18.000 per jaar na gereedkomen van de renovatie in 2027. De werkelijke kostenbesparing hangt ook af van het actuele energietarief, de daadwerkelijk uitgevoerde renovaties en toegepaste apparatuur. In bovenstaande tabel is het besparingseffect en de investering verwerkt in een geactualiseerd begrotingsoverzicht.
voorgestelde begroting scenario 2
2018
2019
2020
2021
Energiekosten
105.999
105.999
105.999
105.999
Onderhoud OVL
95.110
95.110
95.110
95.110
Uitbesteden beheer OVL
14.000
14.000
14.000
14.000
Besparing OVL
0
-1.800
-3.600
-5.400
Kapitaallasten
1.050
15.098
28.962
42.641
Storting in onderhoudsfonds (vervalt)
0
0
0
0
Totaal openbare verlichting
216.159
228.407
240.471
252.350
Onderhoudsfonds en kapitaallasten
Vanaf 1 januari 2017 is de begrotingswijze van gemeenten met betrekking tot investeren en grootschalige vervangingen
14BBV: besluit begroting en verantwoording
veranderd. Investeringen met een maatschappelijk nut worden vanaf dan geactiveerd en gedurende de levensduur afgeschreven.
In bovenstaand overzicht is deze systematiek concreet gemaakt door de storting in het onderhoudsfonds te laten vervallen. Het effect op de begroting is als kapitaalslasten opgenomen in de tabel. De kapitaalslasten stijgen jaarlijks als gevolg van de jaarlijkse investeringen. Na 10 jaar dalen de kapitaalslasten voor de geplande renovaties.
Voorbereidingskosten projecten
Naast de daadwerkelijke renovatie zelf is ook rekening gehouden met kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht (VAT-kosten). Gebruikelijk is hiervoor een bedrag van 15% te hanteren. De kosten zijn verwerkt in de kapitaallasten.
Bijlage A. Lichtbronsoorten en efficiency
In het recente verleden is met renovatie van OVL een verbeterslag uitgevoerd, door de focus te leggen op lichtbronnen met een relatief hoog energieverbruik en hoge onderhoudslasten (SOX). Het actuele lichtbronareaal geeft mogelijkheden door via slim renoveren eerder te profiteren van kosten- en energiebesparing.
De eerste taartgrafiek geeft de aantallen weer van de lichtbronsoorten in het OVL-bestand van de gemeente.
Opvallend hierin is het grote aandeel TL-verlichting en het aanzienlijke aandeel dat de led-lichtbron uitmaakt van het totaal. Het aandeel SOX is, zoals is te verwachten, zeer beperkt.
Overigens is de situatie van eind 2016 weergegeven. Op dat moment zijn nagenoeg alle geplande renovaties daadwerkelijk uitgevoerd.
Energiebesparing
Het uitgangpunt is dat bij ombouw led wordt toegepast. De energiebesparing is als gevolg daarvan per lichtbron in beeld gebracht. Wat opvalt, is dat naar verhouding de SON verlichting relatief meer energiebesparing levert dan andere lichtbronsoorten. De taartpunt is groter dan bij het eerste schema.
Kostenbesparing
Ook hier springt SON verlichting in het oog: het kostenbesparingspotentieel is bij SON verlichting het grootst.
Overigens geldt voor HPL verlichting hetzelfde: ook hier zijn de kosten en energiebesparing ten opzichte van de gemiddelde besparingen veel groter. Het absolutie aantal in HPL verlichting is relatief klein.
Bijlage B. Kwaliteitscijfers OVL
In 2009 heeft een inspectie van de OVL plaats gevonden. Alle masten en armaturen zijn geïnspecteerd. Het doel van de inspectie was inzichtelijk te krijgen wat de actuele kwaliteit van de OVL was om zo te bepalen welke apparatuur op welke termijn voor vervanging in aanmerking komt.
De in 2009 geconstateerde kwaliteitscijfers zijn in onderstaande grafieken in beeld gebracht. Deze cijfers zijn sinds 2009 niet meer aangepast, tenzij (oude) verlichting is gerenoveerd. Nieuwe objecten krijgen na renovatie het kwaliteitscijfer Q=1 (nieuwstaat) en een plaatsingsjaar.
Grafisch inzicht in armatuuraantallen (links) en mastaantallen (rechts) per kwaliteit. De kwaliteiten Q=4 en Q=5 komen voor de komende 10 jaar voor vervanging in aanmerking. Bron: OVL database gemeente.
Voor zowel masten als armaturen geldt dat als de kwaliteit is 4 of 5, deze objecten voor vervanging in aanmerking komen. Acute gevallen zijn in de afgelopen jaren al eerder vervangen, dus kunnen objecten die aan gestelde waarden voldoen projectmatig ingepland worden (geen spoed).
De te vervangen onderdelen zijn gevisualiseerd met de oranje kleur.
Bijlage C. Beleidsvoorstellen beleids- en beheerplan OVL 2012-2016
De beleidsvoorstellen kort samengevat per categorie gerangschikt op prioriteit
Buiten de bebouwde kom
1Het binnen tien jaar vervangen van alle SOX armaturen.
2De overige lichtmasten en armaturen met de slechtste staat van onderhoud vervangen.
3Op Erftoegangswegen type B (verlicht) buiten de bebouwde kom alleen verlichting aanbrengen ter hoogte van gevaarlijke bochten, kruisingen en bij een verzameling van woningen. Indien de lichtmasten, die op andere locaties staan, zijn afgeschreven zullen géén nieuwe lichtmasten worden teruggeplaatst.
4Buiten de kom verlichting aanbrengen langs Gebiedsontsluitingswegen en Erftoegangswegen type A conform de uitgangspunten in dit beleidsplan. De functie van de weg, welke is aangegeven in de ‘Categorisering wegen’, is bepalend voor de keuze van het verlichtings-niveau. De lichtniveaus bepalen in overeenstemming met de geldende Richtlijnen NSVV, ROVL 2011. Een samenvatting is te vinden in tabel 2 ‘Verlichtingsniveau’
5Géén verlichting aanbrengen op Erftoegangswegen type B (onverlicht) buiten de bebouwde kom aangegeven op de tekening ‘Categorisering wegen’
6Belangrijke fietspaden langs buitenwegen te verlichten wanneer de sociale veiligheid in het geding is. Ook hierbij geldt dat afwegingen in het kader van verkeersveiligheid en/of leefbaarheid een belangrijke rol spelen.
7In de omgeving van de natuurgebieden zal het aantal lichtpunten beperkt blijven. Hierbij zullen de Richtlijnen Openbare Verlichting Natuurgebieden van de NSVV een leidende rol hebben. De gemeente Nuenen volgt hiermee de Flora- en Faunawet dat verstorend licht in natuurgebieden wordt beperkt dan wel wordt voorkomen. Tevens wordt er in de ecologische hoofdstructuurwegen (EHS) geen verlichting geplaatst, mits om verkeers- en/of sociale veiligheid toch verlichting gewenst is.
8Alle nieuwe verlichting in het buitengebied ‘s nachts laten branden en voorzien van een dimunit.
Binnen de bebouwde kom
1Het binnen tien jaar vervangen van alle SOX armaturen.
2De overige lichtmasten en armaturen met de slechtste staat van onderhoud vervangen.
3De wegen en straten in de kernen conform de uitgangspunten in dit beleidsplan van verlichting voorzien. Afwegingen in het kader van verkeersveiligheid, sociale veiligheid en/of leefbaarheid spelen hierbij een belangrijke rol. De functie van de weg aangegeven in de ‘Categorisering wegen’ is bepalend voor de keuze van het verlichtingsniveau. De lichtniveaus bepalen in overeenstemming met de geldende Richtlijnen NSVV, ROVL 2011.
4Gelijkmatigheid in de nachtelijke uren van de openbare verlichting dient te worden verkregen door het ’s nachts laten branden van de verlichting en indien er een nieuw armatuur wordt gemonteerd te voorzien van een dimunit. Alle nieuwe verlichting dient vanaf nu ‘s nachts te blijven branden.
5Op Gebiedsontsluitingswegen en wegen aangeduid als Erftoegangsweg type A en B de gelijkmatigheid van de verlichting gelijkwaardig stellen aan het verlichtingsniveau. De lichtniveaus bepalen aan de hand van de Richtlijnen van de NSVV, ROVL 2011. Een samenvatting daarvan is te vinden in de tabel 2. ‘Verlichtingsniveau’. Alle nieuwe verlichting uitvoeren als nachtbranders en voorzien van een dimunit.
6Belangrijke fietspaden voorzien van verlichting. De verlichting ‘s nachts laten branden.
7Voetpaden (vrijliggende) voorzien van verlichting. De verlichting ‘s nachts laten branden.
8Gemeentelijke brandgangen te behandelen als verblijfsgebied en als zodanig te verlichten.
9In openbare achterpaden en/of brandgangen, in eigendom toebehorende aan stichtingen of particulieren, dient de aanleg en het gebruik van verlichting door en voor rekening van de eigenaar te geschieden en dus niet meer door en op kosten van de gemeente De eigenaar blijft verantwoordelijk voor de kwaliteit van het verlichtingsniveau.
10Om het dorpse karakter te behouden dient het lichtniveau in woongebieden gerealiseerd te worden met lichtmasten met een lage lichtpunthoogte. De juiste situering van elk lichtpunt als lichtbron, in relatie met obstakels en straatmeubilair wordt in het “veld” vastgesteld. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de geprojecteerde bomen en groenvoorzieningen.
11In het winkelgebied zal de keuze van de verlichting worden afgestemd op de omgeving met inachtneming van een hoger verlichtingsniveau en gelijkmatigheid. De verlichting moet een gezellig en sfeervol gevoel creëren bij de bezoekers van het winkelgebied.
12Speelvelden (terreinen) worden in beginsel niet verlicht om schijnveiligheid te voorkomen. In parken kan afhankelijk van bestemming en gebruik oriëntatieverlichting worden aangebracht.
Bijlage
Armatuur
Behuizing van de lichtbron die op de lichtmast kan worden gemonteerd. Daarbij zijn in het armatuur voorzieningen getroffen om het gegenereerd licht zo efficiënt mogelijk te richten naar de plek waar het nodig is.
Dimmen
Tijdelijk verlagen van het lichtniveau. Bijkomend effect is het lagere energieverbruik.
Dimmer
Elektronische component die het mogelijk maakt het lichtniveau te verlagen.
Dimregime
Het volgens een vooraf vastgesteld programma naar beneden aanpassen van het lichtniveau gedurende de nacht. Ongedimd is 100% licht, gedimd is bijvoorbeeld 70% licht tussen 23u en 6u.
Duurzame
Openbare verlichting die zo weinig mogelijk negatief effect heeft op
openbare
het milieu. CO2 uitstoot reductie is een belangrijk
verlichting
duurzaamheidsthema bij openbare verlichting.
Dynadimmer
Programmeerbare, autonoom werkende dimmer voor openbare
verlichting, zonder communicatiefunctie.
Het dimprogramma bij de voorbereiding van de plaatsing ingegeven.
Led
Light emitting diode, een elektronische component waarmee ook straatverlichting gerealiseerd kan worden. Led kenmerkt zich door zijn lange levensduur en laag energieverbruik.
Lichtkleur
Feitelijke benaming is kleurtemperatuur. Dit is gedefinieerd als de temperatuur van een hypothetisch zwart lichaam waarvan het uitgestraalde licht dezelfde kleurindruk geeft als de lichtbron. De kleurtemperatuur wordt uitgedrukt in kelvin [K]. Licht met een lagere kleurtemperatuur wordt als "warmer"ervaren dan licht met een hogere kleurtemperatuur.
Licht¬
Het vertalen van 'de geest' van het object of de ruimte naar een scenografie passende sfeer en beleving met licht in binnen- of buitenruimtes waardoor een extra dimensie tot stand komt.
Mast
Drager van een armatuur
NSvV
Afkorting voor Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde. Deze stichting is hèt onafhankelijk kennisinstituut voor verlichting, waaronder buitenverlichting.
Optiek
Spiegels, lenzen en reflectieonderdelen in een verlichtingsarmatuur. Hiermee wordt het gegenereerd licht gestuurd op de gewenste plaats op straat.
OVL
Veel gebruikte afkorting voor openbare verlichting.
ROVL 2011
Kwaliteitsrichtlijn voor het ontwerp van openbare verlichting, opgesteld in opdracht van de NSVV.
Scenario
Uitgewerkt alternatief, waarbij gekeken is naar voor- en nadelen.
SER energie akkoord
In 2013 heeft de SER met diverse organisaties, waaronder de VNG, afspraken gemaakt over het verduurzamen van de energieconsumptie. Ook voor openbare verlichting zijn doelen geformuleerd.
Smart city
Het met elkaar of met een centraal systeem kunnen communiceren van elementen uit de openbare ruimte en op grond hiervan autonomen beslissingen kunnen nemen of informatie verschaffen aan belanghebbende personen.
Smart
Term die aanhaakt op de ontwikkeling die speelt om openbare
Lighting
verlichting slimmer te maken. Door het toevoegen van communicatie apparatuur kunnen lichtmasten zichzelf defect melden of kan op afstand gedimd worden.
VAT
afkorting voor voorbereiding, administratie en toezicht. Dit zijn de bijkomende kosten als een werk wordt gerealiseerd. Het zijn meestal kosten voor, tijdens en na de daadwerkelijke renovatie, reconstructie of nieuwbouw. Vaak wordt een percentage van het renovatieproject gebruikt om in de voorbereidingsfase een beter zicht te krijgen op de complete inspanningen en kosten die horen bij het project.
Veiligheid
OVL draagt bij aan de veiligheid van de weggebruiker door gedurende de donkere uren van het etmaal het beperkte zicht van de weggebruiker te verbeteren.
Veiligheid, persoonlijke
OVL draagt bij aan het zicht op straat: omhoog stekende stoeptegels, stoepranden kunnen waarnemen zodat je zelf veilig kan voortbewegen zonder botsingen of struikelen. OVL draagt bij aan het kunnen beoordelen van potentieel onveilige situaties als gevolg van medemensen met mogelijk kwade bedoelingen.
Veiligheid, sociale
OVL draagt bij aan zicht op straat zodat (complexe)
Veiligheid,
verkeerssituaties juist ingeschat kunnen worden en dat men zich veilig kan meebewegen met het verkeer.
verkeers-
Afkorting voor Vereniging Nederlandse Gemeenten
VNG, VSA, EVSA
Elektronische component die nodig is om de lichtbron te latenbranden. Zonder deze elektronica werkt de lichtbron niet of slecht.
Bijlage E. Bronnen en achtergrondinformatie
•Nobra technisch Adviesbureau, Beleids- en beheerplan Openbare Verlichting gemeente Nuenen, beleidsperiode 2012 – 2016, in opdracht van de gemeente Nuenen, versie 2.5, Schijndel 25 oktober 2011.
•OVL databestand van 24 december 2015,
“OVL inventarisatie Nuenen mast-selectie” (MS Excel)“.