Aanhef
Op weg naar een duurzaam, aantrekkelijk en gezond kwaliteitsbeleid
Samenvatting
De Startnota Omgevingskwaliteit behandelt de wijze waarop het huidige Welstands- en Erfgoedbeleid dient te worden gewijzigd vanwege de invoering van de Omgevingswet. De basis voor de startnota betreffen in verschillende gevallen, de verplichting tot het opnemen van beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken en motiveringsregels voor de Adviescommissie Omgevingskwaliteit bij (rijks)monumentenactiviteiten.
De Nota Omgevingskwaliteit gaat over de identiteit en kwaliteiten van een plek en de wijze waarop dit door mensen wordt ervaren. De definitieve nota zal zich richten op de samenhang van onderdelen in de fysieke leefomgeving van cultureel erfgoed, landschap, stedenbouw en het uiterlijk van bouwwerken (voorheen welstandsaspecten). Tegelijkertijd zal in de nota ruimte opgenomen worden voor erfgoedbeleid dat volgt uit de Erfgoedwet.
Binnen de Omgevingswet is er meer ruimte voor ‘ja mits, en minder ‘nee, tenzij’. Dit betekent op verschillende vlakken een grotere vrijheid bij de planvorming, maar initiatiefnemers moeten zich op basis van de zorgplicht wel goed inlezen in de context van de omgeving en de kwaliteiten die daarbij horen. Een Nota Omgevingskwaliteit help daarbij. Deze startnota benoemt hoe de Welstandsnota Noordwijk, losse beleidsregels voor monumenten en Uitwerkingsvisie openbare ruimte omgezet kunnen worden naar een Nota Omgevingskwaliteit.
De startnota gaat eerst in op de juridische werkelijkheid en verplichtingen omtrent het thema omgevingskwaliteit en benoemt de belangrijkste beleidskaders waarbinnen de nota dient te worden opgesteld. Vervolgens gaat de startnota in op de verbeterpunten van huidig beleid en de mogelijkheden van toekomstig beleid. Ze benoemt daarnaast de omgang met de Adviescommissie Omgevingskwaliteit en de positie van de nota ten opzichte van het Omgevingsplan. Als adviseur op dit gebied heeft deze commissie een bijzondere positie. Juist daarom is het ook belangrijk helder in te kaderen welk advies er van de commissie verwacht wordt.
De nota is een integraal document. Daarom is ook de samenhang met andere beleidsvelden en de samenhang met andere gemeenten en overige overheden opgenomen. De laatste delen van deze startnota richten zich op de reikwijdte van de Nota Omgevingskwaliteit, onderzoek wat hieraan voorafging, planning en kosten van de nota en de mate van participatie die gevoerd dient te worden.
Gezamenlijk met de Welstandsnota 2019, Beleidsnotitie Zonne-Energie op beschermde gebouwen en in beschermde gebieden, Richtlijnen inzake duurzame monumentenzorg en Uitvoeringsvoorschriften voor instandhoudingswerkzaamheden, biedt deze startnota de basis voor toekomstig omgevingskwaliteitsbeleid.
Inleiding
Aanleiding
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingegaan, deze vervangt de huidige wet en regelgeving in het ruimtelijk domein. Een van de hoofddoelen van de wet betreft – naast het zorgen voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving – het zorgdragen voor een goede omgevingskwaliteit.
Omgevingskwaliteit is geen afgebakende term, maar in brede zin wordt daaronder verstaan, de landschappelijke of stedenbouwkundige waarden, het uiterlijk van bouwwerken (architectuur) en cultureel erfgoed.
In de geest van de omgevingswet zijn gemeenten voor een groot deel verantwoordelijk voor het verzorgen van een goede omgevingskwaliteit binnen het eigen gemeentelijke grondgebied. Daarnaast kunnen andere overheden verplichtingen stellen waar gemeenten zich aan moeten houden om deze omgevingskwaliteit te waarborgen.
Om die goede omgevingskwaliteit te waarborgen, wordt middels deze startnotitie voorgesteld om het huidige beleid dat toe ziet op bovenstaande onderdelen integraal te benaderen en waar nodig te herzien. In het bijzonder spelen daarbij duurzaamheidsbeleid, gezondheid en regionaal beleid een grote rol.
Grondslag van de nota
Gelet op de bijzondere status van het thema omgevingskwaliteit is er niet één specifieke grondslag waarop de nota is gebaseerd. In de basis vormen de Erfgoedwet en de Omgevingswet de grondslag.
De Erfgoedwet voorziet in grote delen op de bepalingen omtrent Rijksmonumenten, subsidies, cultuurgoederen (roerende goederen) en de werkwijze (certificeringsplicht) binnen de archeologische monumentenzorg. Op basis van artikel 3.16.2 van de erfgoedwet dienen gemeenten (binnen een verordening) beheer en behoud te regelen van cultureel erfgoed dat binnen het gemeentelijk grondgebied ligt. De nota dient hier dus ook op in te gaan.
De Omgevingswet is de nieuwe wet waarin regels voor ruimtelijke ontwikkeling zijn vereenvoudigd en samengevoegd. In de omgevingswet wordt in artikel 1.3 naast het instandhouden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving het bereiken van een goede omgevingskwaliteit als maatschappelijke doel van de wet benoemd. De gemeente dient haar taken op basis van de doelen van de wet uit te oefenen, welke onder artikel 2.1 verder zijn benoemd. Hierbij dient ze rekening te houden met bepalingen van andere overheden (artikel 2.2).
Binnen deze nota spelen de thema’s landschappelijke en stedenbouwkundige waarden, het uiterlijk van bouwwerken en cultureel erfgoed de grootste rol, maar deze kunnen nooit volledig afzonderlijk gezien worden van andere thema’s.
Artikel 4.19 van de Omgevingswet bevat de verplichting voor de gemeenteraad om beleidsregels vast te stellen voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken. De beleidsregels dienen daarbij zo veel mogelijk te worden toegesneden op afzonderlijke gebouwen.
Over welke thema’s in het omgevingsplan in ieder geval regels moeten worden opgenomen is vastgelegd in artikelen 2.28 van de Omgevingswet en artikel 5.130 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving, waarin het Rijk instructieregels stelt om regels op te nemen op het gebied van cultureel erfgoed en landschapsinrichting. Ook als de adviescommissie omgevingskwaliteit wordt gevraagd om een beoordeling, dient zij deze op basis van artikel 17.9 van de Omgevingswet te baseren op deze regels. Op het gebied van bouwwerken, moeten deze regels worden vastgesteld door de gemeenteraad. Voor andere onderdelen volstaat in principe vaststelling door het college.
Naast instructieregels van het Rijk, kunnen er instructieregels worden opgelegd aan de gemeente door de provincie in de door haar vastgestelde Omgevingsverordening. De provincie maakt hier gebruik van op het gebied van “ruimtelijke” kwaliteit, waarbij zij middels een categorisering een minimale kwaliteit van de omgeving afdwingt. Daarnaast zijn instructies gesteld over het opnemen van landgoedbiotopen en molenbiotopen.
Op basis van de omgevingswet (artikel 3.4/ 3.5) kunnen gemeenten een programma opstellen met de uitwerking van het te voeren beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud daarvan binnen de fysieke leefomgeving. Het gaat dan om de taken die benoemd zijn in het eerder genoemde artikel 2.1 van de Omgevingswet.
Niet alle onderdelen vallen direct onder de definitie van een programma zoals bedoeld in de Omgevingswet. Dat geldt bijvoorbeeld bij zaken die op basis van de Erfgoedwet geregeld zijn.
Status van de startnota
De startnota is het richtinggevende document, waarin de doorwerking van de Omgevingsvisie 2.0 en de consequenties daarvan voor het beleid voor het thema omgevingskwaliteit en in het bijzonder het uiterlijk van bouwwerken en blauw-groene infrastructuur is aangegeven en waarover bestuurlijke discussie en besluitvorming kan plaatsvinden.
Respectievelijk is de op basis hiervan uit te werken nota, dus een:
•Beleidsdocument onder de Algemene Wet Bestuursrecht (art 4.81);
•Programma onder de omgevingswet (voor dit programma geldt geen programmatische aanpak, het valt dus ook niet onder hoofdstuk 3 van het omgevingsplan).
En omvat:
•Beleidsregels vanuit de verplichtingen in de Omgevingswet;
•Beleidsregels ten gevolge van de verplichtingen uit de Provinciale Omgevingsverordening; en
•Beleidsregels op eventueel andere van toepassing zijnde regels uit het omgevingsplan.
De nota omgevingskwaliteit biedt een handvat voor ontwerp en is een handboek voor de Adviescommissie Omgevingskwaliteit en ambtenaren die met omgevingskwaliteit te maken hebben.
Totstandkoming
De startnota is tot stand gekomen na bestudering van de relevante beleidsdocumenten en consultatie van:
•De Adviescommissie Omgevingskwaliteit; en
•Adviseurs van de gemeente op het gebied van water, groen, duurzaamheid, ruimtelijke ontwikkeling, cultuur en heilzame badplaats, gebouwenbeheer, archivering en parkeren en verkeer.
De nota is voorbereid door een stedenbouwkundige en de adviseur erfgoed uit het team Ruimtelijk beleid en regie.
Daarnaast is een vragenlijst voorgelegd aan verschillende belangenverenigingen en instellingen die zich bezighouden met omgevingskwaliteit. In het hoofdstuk stakeholders wordt hier verder op in gegaan.
De Nota Omgevingskwaliteit in relatie tot instrumenten van de Omgevingswet.
De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit is geregeld in de artikelen 1.3, 1.6 en 1.7 van deOmgevingswet. Dit maatschappelijke doel van de wet wordt verder toegelicht in de Memorie
Plan van aanpak