Bijlage 1 Krantenbericht
Teylingen telt 107 illegale paardenweitjes en tuintjes
Zie ook website Waarom Weg?
https://waaromweg.nl/wp-content/uploads/2021/02/Bollenstreek-2625-hectare-feiten-en-fabels.pdf
Bijlage 2 Reactie GOM op paardenweitjes
Toetsing aan de praktijk, enkele casussen
Is het de schuld van GOM dat gemeenten nu paardenweitjes en moestuintjes weg willen hebben? Nee, deze handhaving is al in 2016 afgesproken door de gemeenten. De gemeenten hebben de wettelijke en bestuurlijke plicht om te handhaven als er activiteiten plaatsvinden op gronden of percelen die in strijd zijn met de bestemming van in dit geval bollengrond. De GOM heeft op dit gebied geen taak en is hierbij ook niet betrokken.
Sommige paardenweitjes zouden ongeschikt zijn als bollengrond, klopt dat?
De gemeenten zijn nu bezig met handhaving en kiezen voor maatwerk. Als grond wat betreft ligging en grootte ongeschikt is, kan de bestemming gewijzigd worden. Dan moet – zoals iedereen dat moet – wel compensatie betaald worden voor het wegvallen van de bollengrond. Dat kan voor een lager standaardtarief dan 40 euro, 15 euro is zelfs een uiterste mogelijkheid, maar dit is afhankelijk van maatwerk. Een eigenaar die zegt dat zijn stukje grond ongeschikt is voor bollengrond kan toch gehandhaafd worden. Als in de directe omgeving andere paardenweitjes zijn die gehandhaafd worden, dan kan een groter stuk ontstaan dat wel geschikt is. Dat grond nu niet geschikt is, kan ook veroorzaakt zijn doordat er lange tijd door de eigenaar niets aan die grond is gedaan of er zijn sloten omheen gelegd. Dat is ook niet altijd reden om niet te handhaven, omdat een dergelijke situatie ook ‘hersteld’ kan worden.
Jonge kwekers komen moeilijk aan de bak door de schuld van de GOM?
Voor jonge kwekers is de situatie moeilijk. Ze zoeken grond met schuren en een woning. Dat kost net
als op de ‘gewone huizenmarkt’ heel veel geld. Bovendien willen gestopte (gepensioneerde) kwekers
vaak wel in hun woning blijven wonen. Het verwijt dat de GOM prijsopdrijvend werkt, klopt niet. De GOM werkt gewoon met taxaties voor haar eventuele vergoedingen. Ook die worden niet zelden als ‘te laag’ beoordeeld. Dus ook GOM heeft dan last van het feit dat er soms te veel wordt gevraagd.
Bron:https://www.bollenstreekomroep.nl/28-vragen-over-de-gom-onder-meer-paardenweitjes-jongekwekers-en-woningbouw-op-bollengrond/
Bijlage 3 rapport Heijkoop
AREAAL TEN BEHOEVE VAN COMPENSATIE BOLLENGROND TER PLAATSE VAN DE FUNCTIE BOLLEN
Lokaal is ter plaatse van het areaal met de streekplanfunctie bollen ander landgebruik aanwezig, dat mogelijk gesaneerd of verplaatst kan worden:
☐ gespecialiseerd glas;
☐ paardenveldjes;
☐ kassen die niet in gebruik zijn voor teelt, maar voor bijvoorbeeld caravanstalling
☐ paardenstalling;
☐ bedrijfsgebouwen.
Tijdens het gebiedsbezoek en de interviews zijn de locaties met andere gebruiksvormen dan bollen en andere kansrijke locaties voor de bollenteelt op de streekplankaart aangegeven. Om na te kunnen gaan of het reëel is te verwachten dat deze landgebruiksvormen omgezet kunnen worden tot bollengebied is het van belang na te gaan wat de bestemming van deze locaties is in de bestemmingsplannen van de gemeenten. Daarom zijn de locaties in deze rapportage niet op de streekplankaart, maar op de basiskaart van het Grontmijrapport gezet: kaart 2. Op deze kaart zijn de locaties met een indicatie van het bijbehorende oppervlak dat voor compensatie in aanmerking komt weergegeven. De bevindingen zijn in de onderstaande tabel samengevat. In het rapport Heijkoop uit 2007 is toen ook al gesignaleerd dat er een oneigenlijk gebruik van bollenteeltgrond plaatsvond in de Bollenstreek.
Bijlage 4 Rekenmodel WUR
Standaardopbrengst (SO) Bron: https://edepot.wur.nl/537610
Vanaf 2010 is de Standaardopbrengst (SO) in gebruik als maatstaf om de omvang en specialisatiegraad van bedrijven vast te stellen. In databestanden als de Landbouwtelling en het Bedrijveninformatienet van Wageningen Economic Research zijn de wijzigingen teruggerekend vanaf het jaar 2000. Bij de Standaardopbrengst wordt onderscheid gemaakt tussen de Standaardopbrengst per agrarisch product (SO-norm per product) en de omvang van een bedrijf (Standaardopbrengst per bedrijf).
2.1 SO-norm per product
De SO-norm is een gestandaardiseerde opbrengst (in euro) per ha of per dier die met een gewas of diercategorie gemiddeld op jaarbasis wordt behaald. Opbrengsten uit bedrijfstoeslagen en subsidies zijn niet in de norm meegenomen. Voor biologische productiemethoden worden dezelfde SO-normen gehanteerd als voor gangbare productiemethoden. De SO-norm wordt vastgesteld voor elk agrarisch product dat in de Landbouwtelling wordt gevraagd. De agrarische producten van de Landbouwtelling van 2020, met hun nieuwe normen, voorwaarden en coderingen zijn opgenomen in Bijlage 1.
Vaststellen en gebruik van de SO-norm.
De SO-normen zijn gebaseerd op genormaliseerde vijfjaargemiddelde opbrengsten. De normen worden door Wageningen Economic Research vastgesteld in elk jaar dat Eurostat de Farm Structure Survey (FSS) uitvoert. Tussentijds kunnen wijzigingen plaatsvinden door aanpassingen in de lijst van producten die in de Landbouwtelling worden gevraagd. Voor de Landbouwtelling van 2020 worden de nieuwe normen van prijsniveau 2017 gebruikt. Alle normen zijn in 2020 herberekend. De nieuwe normen zijn gebaseerd op opbrengsten en prijzen uit de jaren 2015-2019 (Tabel 1). Een belangrijke bron bij het vaststellen van de normen is het Bedrijveninformatienet. Ook worden andere bronnen, zoals KWIN (zie Bijlage 3), gebruikt om de fysieke productie en prijzen per product vast te stellen. Voor een deel van de producten, met name de producten die niet vaak voorkomen, is geen (betrouwbare) informatie over opbrengsten per ha of prijzen per kg beschikbaar in genoemde bronnen. In die gevallen zijn gegevens gebruikt van min of meer vergelijkbare producten of gemiddelden van producten uit dezelfde categorie.
Bloembollen en bloemen open grond opbrengst per ha
€€/ ha
2.01.08.01 Dahlia, bloembollen en -knollen ha 25.200
2.01.08.01 Hyacint, bloembollen en -knollen ha 25.500
2.01.08.01 Narcis, bloembollen en -knollen ha 22.000
2.01.08.01 Tulp, bloembollen en -knollen ha 27.600
2.01.08.01 Pioenroos, vermeerdering ha 50.400
2.01.08.01 Dahlia, overige bloemkwekerijgewassen ha 60.000
2.01.08.01 Gladiool, overige bloemkwekerijgewassen ha 60.000
2.01.08.01 Hyacint, overige bloemkwekerijgewassen ha 60.000
2.01.08.01 Narcis, overige bloemkwekerijgewassen ha 60.000
2.01.08.01 Tulp, overige bloemkwekerijgewassen ha 60.000
2.01.08.01 Zantedeschia, overige bloemkwekerijgewassen ha 60.000
2.01.08.01 Pioenroos, overige bloemkwekerijgewassen ha 60.000
2.01.08.01 Overige bloemen, overige bloemkwekerijgewassen ha 60.000
2.01.08.01 Overige bloemzaden open grond ha 60.000
Bijlage 5 Bollengrondcompensatiefonds, ISG – blz 68
5.3 Bollengrondcompensatie(fonds)
Doelstelling van deze structuurvisie (ISG) en daarmee ook van de GOM, nagestreefd in of met het bollengrondcompensatiefonds, is onder meer het behouden van 2.625 ha 1e klas bollengrond. Dit kan alleen door in het geval dat aan 1e klas bollengrond de bestemming wordt onttrokken en er dus sprake is van verlies van m² 1e klas bollengrondareaal, telkens (en consequent) de verplichting te koppelen dat er dan elders evenveel m² nieuwe 1e klas bollengrond zal dienen te worden geproduceerd. De verplichting daartoe wordt door Greenportgemeenten telkens vastgelegd in het betreffende bestemmingsplan of de betreffende omgevingsvergunning en rust op de grondeigenaar van de betreffende, te onttrekken 1e klas bollengrond.
Omdat de integrale, regionale uitvoering van de bollengrondcompensatie van groot belang is, kan een
grondeigenaar die 1e klas bollengrond aan het areaal onttrekt niet zelf compenseren. Om deze reden dienen grondeigenaren in voorkomende gevallen de verplichting tot compensatie van onttrokken m² 1e klas bollengrond over c.q op te dragen aan GOM, gelijk GOM die van die grondeigenaren over zal nemen. In dit kader zullen de betreffende grondeigenaren dan een bijdrage per m² onttrokken 1e klas bollengrond aan GOM dienen te vergoeden.
Compensatie van onttrokken m² 1e klas bollengrond, lees: het produceren van nieuwe 1e klas bollengrond, kan op meerdere manieren, zijnde (i) het opruimen van verrommeling gekoppeld aan de productie van 1e klas bollengrond, (ii) het opwaarderen van 2e klas bollengrond (tot 1e klas bollengrond) en (iii) het omspuiten van grasland. Voor de totale bollengrondcompensatieopgave wordt ernaar gestreefd dat ten minste 40 procent van de benodigde compensatie wordt gerealiseerd met het opruimen van verrommeling en herstructurering (methode (i)).
De overige maximaal 60 procent van de compensatieplicht wordt voor ten hoogste de helft (30%) gerealiseerd door het omspuiten van grasland (methode (iii)) en voor ten minste de helft (30%) door het opwaarderen van 2e klas naar 1e klas bollengrond (methode (ii)). Vertaling van deze streefcijfers in periodieke targets en bewaking hiervan vindt plaats met de jaarlijkse vaststelling van het Meerjarenprogramma van de GOM.
Uitgaande van bovenstaande streeftallen varieert de kostprijs per vierkante meter nieuwe 1e klas bollengrond van (ongeveer) 10 tot 150 euro. In het Meerjarenprogramma van de GOM wordt vastgesteld op welke wijze de productie van nieuwe bollengrond in het kader van zogenaamde ‘bollengrondproducerende projecten’ plaatsvindt. Deze bollengrondproducerende projecten bepalen uiteindelijk de voor het fonds benodigde, kostendekkende bollengrondcompensatiebijdrage.
Op basis van de exploitatie van dit fonds gedurende de eerste vier jaar na oprichting van de GOM is gebleken dat bij een bollengrondcompensatiebijdrage van 40 euro per m² onttrokken 1e klas bollengrond en de hierna bedoelde compensatiebijdrage voor te onttrekken 2e klas bollengrond sprake zal zijn van een financieel neutrale exploitatie van het bollengrondcompensatiefonds. In het geval er sprake is van onttrekking van (de bestemming van) 1e klas bollengronden zal de betreffende grondeigenaar daarom een bijdrage ter hoogte van 40 euro per m² onttrokken 1e klas bollengrond aan de GOM, lees: het bollengrondcompensatiefonds, dienen te voldoen.
De GOM zal – als tegenprestatie – met die bijdrage de op de grondeigenaar rustende verplichting tot compensatie van bollengrond (dus) ovennemen en uitvoeren.
2eklas bollengrond
Omdat het opruimen van verrommeling gekoppeld aan de productie van 1e klas bollengrond ‘duur’ is en het omspuiten van grasland slechts in beperkte mate toegestaan is, is het van groot belang dat er ook voldoende areaal 2e klas bollengrond aanwezig is om te kunnen opwaarderen naar 1e klas bollengrond. Om die reden is ook vereist dat in geval van onttrekking van 2e klas bollengrond door de betreffende grondeigenaar een financiële bijdrage aan het bollengrondcompensatiefonds is verschuldigd.
Indien er immers minder voorraad 2e klas bollengrond aanwezig is, zal de GOM genoodzaakt zijn meer gebruik te maken van de duurdere variant (methode (i)) als hiervoor bedoeld om te kunnen voldoen aan de (over te nemen c.q. overgenomen) compensatieverplichting.
De hoogte van deze bijdrage is gelijk aan het aantal m2 te onttrekken 2e klas bollengrond x (40 euro per m² -/- de kosten per m² die gemaakt moeten worden om 2e klas bollengrondgrond op te waarderen naar 1e klas bollengrond). De GOM zal de betreffende, door grondeigenaren verschuldigde bijdragen inzetten ter realisering van overgenomen compensatieverplichting(en).
Tijdelijke krimp 1e klas bollengrond Tijdelijke krimp van de hoeveelheid 1e klas bollengrond is overigens toegestaan. Hierbij geldt evenwel als voorwaarde dat binnen een periode van drie jaar tenminste 80 procent van de hoeveelheid onttrokken 1e klas bollengrond moet zijn gecompenseerd.
Als niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, zal de GOM dan wel zullen de Greenportgemeenten op eerste verzoek van de GOM geen medewerking verlenen aan de verdere onttrekking van 1e
klas bollengrond. Aan het eind van elke volgende periode van drie jaar geldt dat 100 procent van de in de voorgaande periode van 3 jaren onttrokken 1e klas bollengrond is gecompenseerd (dus aan het einde van jaar 6 dient in de jaren 1 tot en met 3 onttrokken 1e klas bollengrond volledig gecompenseerd te zijn), plus tenminste 80 procent van de in de zojuist afgesloten periode (jaren 4 tot en met 6) onttrokken 1e klas bollengrond. In het kader van het Meerjarenprogramma van de GOM wordt het bovenstaande gewaarborgd.
Samenvattend
De onderstaande tabel vat het systeem voor bijdragen aan het bollengrondcompensatiefonds beknopt samen. Bijdrage door Grondeigenaar die de functie en bestemming bollenteeltgrond wil omzetten naar een andere functie en bestemming.
Ten behoeve van het elders in het ISG-gebied compenseren van nieuwe 1e klas bollengrond
Omvang bijdrage Een door (de aandeelhouders van) de GOM op basis van het Meerjarenprogramma vast te stellen en jaarlijks te actualiseren, kostendekkend tarief. De bollengrondcompensatiebijdrage in geval van onttrekking van 1e klas bollengrond bedraagt 40 euro per m² (prijspeil 2015, jaarlijks te indexeren) onttrokken 1e klas bollengrond. In geval van onttrekking van 2e klas bollengrond bedraagt deze bijdrage per m² te onttrekken 2e klas bollengrond: 40 euro -/- de kosten (per m²) die gemaakt moeten worden om de 2e klas bollengrondgrond op te waarderen naar 1e klas bollengrond.