Gemeentelijke regelgeving

Nadere Regels Jeugdhulp Noordwijk 2026

Gemeente Noordwijk · geldt sinds 1 oktober 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk;

gelet op artikel 35, tweede lid, van de Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2026;

gelet op de Jeugdwet en de daarop gebaseerde regelgeving;

overwegende dat het noodzakelijk is om voor de uitvoering van de Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2026 op enkele onderdelen nadere uitvoeringsregels vast te stellen;

overwegende dat onderwerpen die reeds volledig in de Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2026 zijn geregeld, niet opnieuw in deze nadere regels worden uitgewerkt;

besluit vast te stellen de volgende Nadere Regels Jeugdhulp Noordwijk 2026.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

1Begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en niet afzonderlijk zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, de daarop gebaseerde regelgeving en de Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2026.

2In deze nadere regels wordt verstaan onder:

a.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk;

b.verordening: de Verordening Jeugdhulp Noordwijk 2026;

c.sociaal wijkteam: het sociaal wijkteam als bedoeld in de verordening;

d.routekaart integraal arrangeren: de actuele regionale werkwijze of regionale procesafspraken voor integraal arrangeren in Holland Rijnland;

e.collectief jeugdhulpvervoer: jeugdhulpvervoer dat gezamenlijk of georganiseerd wordt aangeboden en waarbij meerdere jeugdigen gebruik kunnen maken van dezelfde vervoersvoorziening;

f.individueel jeugdhulpvervoer: jeugdhulpvervoer dat voor de individuele jeugdige wordt ingezet omdat collectief jeugdhulpvervoer niet passend of niet toereikend is;

g.verwijzer: de professional die de noodzaak van jeugdhulp of jeugdhulpvervoer beoordeelt binnen de kaders van de verordening en deze nadere regels.

Artikel 2. Reikwijdte

1Deze nadere regels geven uitsluitend nadere uitvoering aan onderdelen van de verordening waarvoor een concrete uitvoeringsregel nodig is.

2Voor zover een onderwerp volledig in de verordening is geregeld, wordt dat onderwerp niet opnieuw in deze nadere regels uitgewerkt.

3Bij strijdigheid tussen deze nadere regels en de verordening gaat de verordening voor.

Hoofdstuk 2. Gebruikelijke hulp, algemene- en voorliggende voorzieningen

Artikel 3. Buitenschoolse opvang plusvoorziening

1Het college kan nadere invulling geven aan de algemene voorzieningen als bedoeld in artikel 3 van de verordening.

2Voor toegang tot een buitenschoolse opvang plusvoorziening is een beoordeling door het sociaal wijkteam of een daartoe gemandateerde professional vereist, indien de betreffende voorziening vanwege doelgroep, ondersteuningsbehoefte of capaciteit niet rechtstreeks vrij toegankelijk is.

3Indien een buitenschoolse opvang plusvoorziening niet beschikbaar, passend of toereikend is voor de ondersteuningsvraag, beoordeelt het college of een individuele jeugdhulpvoorziening noodzakelijk is.

Artikel 4. Integraal arrangeren

1De actuele regionale routekaart of de opvolgende regionale afspraken voor integraal arrangeren zijn richtinggevend voor de uitvoering, zonder dat een specifieke versie daarvan onderdeel uitmaakt van deze nadere regels.

Hoofdstuk 3. Individuele voorzieningen

Artikel 5. Diergeleide interventies

1De inzet van dieren binnen jeugdhulp is uitsluitend toegestaan als onderdeel van een behandelplan.

2Het behandelplan wordt uitgevoerd door een gekwalificeerd professional en bevat een onderbouwing waarom de inzet van dieren noodzakelijk, passend en doelmatig is voor het behalen van de doelen van de jeugdhulp.

3Inzet van dieren vindt uitsluitend plaats na beoordeling en akkoord van de daartoe gemandateerde professional van de toegang.

Artikel 6. Inzet bij aanbieder met actieve aanwijzing of herstelopdracht

1Indien ten aanzien van een jeugdhulpaanbieder een actieve aanwijzing of herstelopdracht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd loopt, vindt inzet bij deze aanbieder in beginsel niet plaats voor zover dit relevant is voor veiligheid, kwaliteit of continuïteit van de jeugdhulp.

2Het college kan hiervan uitsluitend gemotiveerd afwijken indien inzet in het individuele geval noodzakelijk is in het belang van de jeugdige, de risico’s voldoende zijn beoordeeld en geen passend alternatief beschikbaar is.

3Een afwijking als bedoeld in het tweede lid wordt vastgelegd in het ondersteuningsplan, het besluit of het dossier.

Hoofdstuk 4. Jeugdhulpvervoer

Artikel 7. Algemene uitgangspunten jeugdhulpvervoer

1De verwijzer beoordeelt welke vervoersvorm passend en toereikend is.

2Daarbij wordt in ieder geval beoordeeld of aanspraak bestaat op:

a.eigen vervoer;

b.collectief jeugdhulpvervoer, waaronder collectieve taxi;

c.individueel maatwerkvervoer.

Artikel 8. Collectief jeugdhulpvervoer

1Indien jeugdhulpvervoer noodzakelijk is, is collectief jeugdhulpvervoer het uitgangspunt.

2Collectief jeugdhulpvervoer kan worden ingezet wanneer vervoer niet redelijkerwijs door ouders, verzorgers, het sociaal netwerk, de jeugdhulpaanbieder of een voorliggende voorziening kan worden georganiseerd en collectief vervoer passend en toereikend is voor de jeugdige.

3Bij de beoordeling of collectief jeugdhulpvervoer passend is, betrekt het college in ieder geval de leeftijd, zelfredzaamheid en belastbaarheid van de jeugdige, de veiligheid tijdens vervoer, afstand en reistijd en de mogelijkheden van ouders en sociaal netwerk.

4Bij de beoordeling of er sprake van een gebrek aan zelfredzaamheid, zoals bedoeld in artikel 15 lid 2 onderdeel a van de verordening, betrekt de verwijzer in ieder geval:

a.de eigen mogelijkheden van de jeugdige;

b.de mogelijkheden van ouders, verzorgers en het sociaal netwerk op financieel, materieel en tijdsmatig gebied;

c.de leeftijd en ontwikkelingsfase van de jeugdige, waarbij voor jeugdigen jonger dan 12 jaar als uitgangspunt geldt dat zij niet zelfstandig kunnen reizen;

d.de veiligheid en stabiliteit binnen het gezin;

e.de financiële stabiliteit van het gezin;

f.de vraag of het organiseren van vervoer door ouders of verzorgers het behoud van werk onevenredig onder druk zet.

5Collectief jeugdhulpvervoer wordt niet ingezet indien aannemelijk is dat hierdoor de doelen van de jeugdhulp niet kunnen worden bereikt of het vervoer voor de jeugdige niet verantwoord is.

Artikel 9. Individueel jeugdhulpvervoer

1Individueel jeugdhulpvervoer wordt uitsluitend ingezet indien collectief jeugdhulpvervoer niet passend of niet toereikend is.

2Individueel jeugdhulpvervoer kan aan de orde zijn indien de jeugdige tijdens collectief vervoer een gevaar vormt voor zichzelf of anderen, of indien de doelen van de jeugdhulp aantoonbaar niet worden bereikt door overprikkeling of andere zwaarwegende omstandigheden tijdens collectief vervoer.

3De noodzaak en urgentie van individueel jeugdhulpvervoer worden aangetoond door een onafhankelijk onderzoek van de GGD, overeenkomstig artikel 16 van de verordening.

4Voor eigen vervoer kan een kilometervergoeding worden verstrekt op basis van de op het moment van uitvoering geldende maximale onbelaste kilometervergoeding zoals vastgesteld door de Rijksoverheid.

5De vergoeding wordt berekend over de kortste gebruikelijke route tussen het woonadres of verblijfadres van de jeugdige en de jeugdhulplocatie en terug.

6Het college kan verlangen dat de noodzaak, omvang en kosten van het vervoer worden onderbouwd met gegevens over de jeugdhulplocatie, reisafstand, frequentie, aanwezigheid bij de jeugdhulp en de wijze waarop het vervoer wordt georganiseerd.

Artikel 10 Kwaliteitseisen individuele voorziening in de vorm van een Pgb

1Onder aantoonbare vaardigheden en deskundigheid als bedoeld in artikel 20 van de verordening wordt verstaan dat de uitvoerder beschikt over kwalificaties die passend zijn bij de aard, inhoud en zwaarte van de ondersteuning.

2Bij professionele ondersteuning wordt in ieder geval voldaan aan de eisen voor professionele ondersteuning zoals opgenomen in artikel 1 van de verordening.

Hoofdstuk 5. Overige bepalingen

Artikel 11. Protocol gecertificeerde instellingen

1Het college legt afspraken met gecertificeerde instellingen vast in een protocol als bedoeld in artikel 31 van de verordening.

2Het protocol bevat in ieder geval afspraken over verwijzingen naar jeugdhulp, monitoring van ingezette hulp, informatie-uitwisseling, overleg over benodigde jeugdhulp en inzet van niet-gecontracteerde jeugdhulp.

3Dit artikel regelt uitsluitend dat een protocol wordt vastgesteld of gehanteerd; de inhoudelijke samenwerkingsafspraken worden niet in deze nadere regels uitgewerkt.

Artikel 12. Overgang 18- naar 18+

1Voor jeugdigen die vanaf het 16e jaar jeugdhulp ontvangen en naar verwachting ook na het 18e jaar ondersteuning nodig hebben, wordt een perspectiefplan opgesteld overeenkomstig artikel 32 van de verordening.

2Het perspectiefplan besteedt in ieder geval aandacht aan de volgende leefgebieden:

a.wonen;

b.school, werk of daginvulling;

c.inkomen en financiën;

d.zorg en ondersteuning;

e.welzijn, sociaal netwerk en participatie.

3Het perspectiefplan bevat de acties die nodig zijn om de overgang naar ondersteuning vanaf 18 jaar tijdig te realiseren en vermeldt wie verantwoordelijk is voor aanvraag, overdracht en monitoring.

4Het sociaal wijkteam beoordeelt het perspectiefplan en stemt waar nodig af met betrokken aanbieders en voorzieningen vanuit de Wmo, Wlz, Zorgverzekeringswet of verlengde Jeugdwet.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 13. Hardheidsclausule

1Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of ouders afwijken van deze nadere regels indien toepassing daarvan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard en afwijking past binnen de verordening en de Jeugdwet.

2Een afwijking als bedoeld in het eerste lid wordt gemotiveerd vastgelegd.

Artikel 14. Intrekking oude nadere regels

1De Nadere regels Jeugdhulp Noordwijk 2023 worden ingetrokken met ingang van de datum waarop deze nadere regels in werking treden.

Artikel 15. Overgangsbepaling

1Aanvragen die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze nadere regels en waarop nog niet is beslist, worden afgehandeld volgens deze nadere regels, tenzij toepassing daarvan voor de jeugdige of ouders nadeliger is en de verordening of het overgangsrecht anders bepaalt.

2Lopende voorzieningen blijven gelden tot de einddatum van de beschikking of totdat het college een nieuw besluit heeft genomen.

Artikel 16. Citeertitel en inwerkingtreding

1Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere Regels Jeugdhulp Noordwijk 2026.

2Deze nadere regels treden in werking op 1 oktober 2026

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.