Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk besluit:
•gelet op artikel 125 van de Ambtenarenwet;
•gelet op artikel 160 van de Gemeentewet;
•gelet op hoofdstuk 3 van de CAR/UWO gemeente Noordwijk;
•na verkregen instemming van het Bijzonder Georganiseerd Overleg;
tot het vaststellen van de navolgende:
Beloningsregeling gemeente Noordwijk 2019
Artikel 1 Begripsbepaling
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a.Aanloopschaal: de schaal waarin de ambtenaar wordt benoemd die nog niet aan alle functie-eisen voldoet of die de functie nog niet volledig uitoefent;
b.CAR/UWO: de collectieve arbeidsregeling en uitwerkingsovereenkomst gemeente Noordwijk;
c.Functie: het geheel van werkzaamheden dat door de medewerker is te verrichten conform artikel 3:1 CAR/UWO;
d.Functieschaal: de functieschaal zoals bedoeld in artikel 1:1, onder ss CAR/UWO;
e.Maximumsalaris: het hoogste bedrag van de salarisschaal behorend bij een betreffende functie;
f.Medewerker: de ambtenaar in de zin van de CAR, dan wel degene met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is gesloten;
g.Salaris: maandbedrag dat binnen de salarisschaal is toegekend, naar evenredigheid van de formele arbeidsduur;
h.Salarisschaal: reeks maandbedragen als opgenomen in bijlage II CAR/UWO;
i.Salaristoelagen: de toelagen als bedoeld in artikel 1:1, onder rr CAR/UWO;
j.Teamcoach: geeft uitvoering aan rol werkgever;
k.Thuisbasis: de plaats waar de ‘vlek’ van het team volgens het vlekkenplan is gehuisvest;
l.Uitloopschaal: de naasthogere schaal ten opzichte van de functieschaal. De uitloopschaal blijft bestaan tot minstens 1 januari 2020;
m.Werkgever: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Noordwijk.
Artikel 2 Algemene bepalingen
1De CAR-bepalingen hebben een dwingendrechtelijk karakter. Van deze afspraken mag de gemeente niet afwijken. Daarnaast is er ruimte voor lokaal beloningsbeleid. Dit lokale beloningsbeleid is voor gemeente Noordwijk vastgesteld in deze beloningsregeling.
2Voor de bepalingen die reeds zijn uitgewerkt in de CAR wordt enkel volstaan met een verwijzing naar de CAR.
3De gemeente Noordwijk conformeert zich aan wijzigingen van de dwingendrechtelijke bepalingen van de CAR.
Artikel 3 Toekenning salarisschaal
1De werkgever bepaalt met inachtneming van een functiewaarderingsonderzoek en aan de hand van de vastgestelde conversietabel de voor de functie geldende salarisschaal (functieschaal).
2De werkgever kan nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van een functiewaarderingsonderzoek en de daarbij te hanteren methode.
Artikel 4 Periodieke verhoging van het salaris
In aanvulling op artikel 3:4 CAR geldt ten aanzien van salarisverhoging het volgende:
1Het salaris van de medewerker wordt bij gebleken geschiktheid en normaal goede functievervulling binnen de voor de medewerker geldende salarisschaal periodiek verhoogd tot het naast hogere bedrag.
2Als periodiekdatum geldt de datum van in diensttreden.
3Aan de medewerker, die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, kan een extra periodieke verhoging toegekend worden, niet uitgaande boven het maximumsalaris, op grond van buitengewone bekwaamheid, geschiktheid en ijver.
4Een besluit over de toepassing van lid 3 van dit artikel wordt genomen op basis van personeelsbeoordeling of voortgangsgesprek als bedoeld in de regeling ‘Functionering- en beoordelingsgesprek gemeente Noordwijk 2019’.
5Van een beslissing of toepassing van artikel 3 wordt de medewerker zo spoedig mogelijk, schriftelijk mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben geleid.
Artikel 5 Niet toekennen periodieke verhoging
In aanvulling op artikel 3:4 CAR geldt ten aanzien van salarisverhoging het volgende:
1Bij onvoldoende geschiktheid en functievervulling kan worden bepaald dat voor hem de periodieke salarisverhoging achterwege gelaten wordt.
2Een besluit over de toepassing van lid 1 van dit artikel wordt genomen op basis van een personeelsbeoordeling of voortgangsgesprek als bedoeld in de regeling ‘Functionering- en beoordelingsgesprek gemeente Noordwijk 2019’.
3Van een beslissing tot toepassing van lid 1 wordt de medewerker zo spoedig mogelijk, maar in elk geval vóór de datum waarop anders de salarisverhoging zou ingaan, schriftelijk mededeling gedaan, onder vermelding van de redenen welke tot de beslissing hebben geleid.
Artikel 6 Bevordering
In aanvulling op artikel 3:6 CAR geldt ten aanzien van inpassing in hogere schaal het volgende:
1Bij de overgang naar een hogere schaal wordt de medewerker ingeschaald op het naast hogere bedrag in de nieuwe schaal. De groei moet minimaal 75% van het salarisverschil bedragen, welke de medewerker met de voorgaande periodieke verhoging in de oude schaal heeft gekregen.
2Voor de medewerker die het maximum van de oude schaal heeft bereikt, moet de groei minimaal 75% van het salarisverschil bedragen, welke de medewerker met de voorgaande periodieke verhoging in de oude schaal heeft gekregen.
3Bij een gelijktijdige bevorderingsperiodiek en een periodieke verhoging vindt eerst de periodieke verhoging plaats in de huidige schaal en daarna de bevorderingsperiodiek in de naast hogere schaal.
4De periodiekdatum wijzigt op het moment dat een nieuwe schaal gaat gelden c.q. een andere functie wordt aanvaard. De nieuwe periodiekdatum verschuift dan naar de maand van ingang van de nieuwe schaal.
5Een bevordering vindt niet plaats binnen één jaar na aanstelling of een vorige bevordering. In zeer bijzondere omstandigheden kan de werkgever hiervan afwijken.
Artikel 7 Functioneringstoelage
In aanvulling op artikel 3:8 CAR geldt ten aanzien van een functioneringstoelage het volgende:
1Aan de medewerker kan alleen een functioneringstoelage worden toegekend indien deze twee of meer jaren direct aansluitend zeer goed of uitstekend functioneert.
2Dat een medewerker zeer goed of uitstekend functioneert dient te blijken uit minimaal twee opeenvolgende beoordelingsverslagen, dan wel uit minimaal twee verslagen van gevoerde voortgangsgesprekken.
3Aan de medewerker die voldoet aan de voorwaarde genoemd in het eerste lid van artikel 3:8 CAR wordt op basis van de gehouden beoordelings- en/of voortgangsgesprekken een functioneringstoelage van minimaal 3% tot maximaal 10% van zijn salaris toegekend.
4De functioneringstoelage dient vergezeld te gaan van schriftelijke afspraken over de duur (maximaal 1 jaar), de grond, de hoogte en de ingangs- en einddatum van deze toelage.
5De functioneringstoelage wordt maandelijks uitbetaald bij het salaris voor de duur waarvoor deze is toegekend.
6Het recht op de functioneringstoelage eindigt van rechtswege of kan beëindigd worden, indien de schriftelijk vastgelegde gronden waarop de functioneringstoelage werd toegekend niet meer aanwezig zijn.
Artikel 8 Arbeidsmarkttoelage
In aanvulling op artikel 3:9 CAR geldt ten aanzien van arbeidsmarkttoelage het volgende:
1Het college kan de medewerker een arbeidsmarkttoelage toekennen om redenen van werving of behoud.
2De krachtens het eerste lid toegekende arbeidsmarkttoelage wordt ingetrokken indien de gronden, waarop de toelage wordt toegekend, niet meer aanwezig zijn, tenzij het college van oordeel is dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel of gedeeltelijk te handhaven.
3Tenzij anders overeengekomen wordt de arbeidsmarkttoelage telkens voor één jaar vastgesteld.
Artikel 9 Toelage onregelmatige dienst
In aanvulling op artikel 3:11 CAR geldt ten aanzien van de toelage onregelmatige dienst het volgende:
1De toelage onregelmatige dienst wordt bepaald op basis van een jaarrooster en wordt voor dat jaar toegekend.
2De uitbetaling geschiedt in gelijke maandelijkse termijnen.
Artikel 10 Toelage beschikbaarheidsdienst gladheidsbestrijding
In aanvulling op artikel 3:13 CAR geldt ten aanzien van toelage beschikbaarheidsdienst het volgende:
1Gedurende de maanden december t/m maart wordt een rooster opgesteld vanwege beschikbaarheid voor de gladheidsbestrijding.
2De medewerker is volgens rooster een week beschikbaar voor gladheidsbestrijding.
3De medewerker wordt niet op aaneensluitende weken ingedeeld in het rooster.
4Vanwege beschikbaarheid voor de gladheidsbestrijding wordt op maandag t/m vrijdag van 17.00 uur tot 07.00 uur een toelage van 5% van het uurloon en voor de uren op zaterdag, zondag en feestdagen een toelage van 10% van het uurloon toegekend.
5Het uurloon, is voor de toepassing van dit artikel minimaal gelijk aan het uurloon dat behoort bij het maximumsalaris van salarisschaal 6.
6Er wordt maximaal 1 beschikbaarheidsdienst per week uitbetaald. De hoogste toelage wordt daarbij toegekend.
Artikel 11 Toelage beschikbaarheidsdienst rampen en crisisbeheersing
In aanvulling op artikel 3:13 CAR geldt ten aanzien van toelage beschikbaarheidsdienst het volgende:
1Voor de daarvoor aangewezen medewerkers wordt een rooster opgesteld vanwege beschikbaarheid voor rampen en crisisbeheersing.
2De medewerker is volgens rooster een week beschikbaar voor rampen en crisisbeheersing.
3De medewerker wordt niet in op aaneensluitende weken ingedeeld in het rooster.
4Vanwege beschikbaarheid voor rampen en crisisbeheersing wordt een vergoeding verstrekt. De vergoeding is gelijk aan de vergoeding regionale piketten bevolkingszorg van de Veiligheidsregio Hollands Midden.
Artikel 12 Toelage overige beschikbaarheidsdienst
In aanvulling op artikel 3:13 CAR geldt ten aanzien van toelage beschikbaarheidsdienst het volgende:
1Voor de daarvoor aangewezen medewerkers wordt een rooster opgesteld vanwege beschikbaarheid.
2De medewerker is volgens rooster een week beschikbaar voor de aangewezen dienst.
3De medewerker wordt niet op aaneensluitende weken ingedeeld in het rooster.
4Vanwege beschikbaarheid voor aangewezen werkzaamheden wordt op maandag t/m vrijdag van 17.00 uur tot 07.00 uur een toelage van 5% van het uurloon en voor de uren op zaterdag, zondag en feestdagen een toelage van 10% van het uurloon toegekend.
5Het uurloon, is voor de toepassing van dit artikel minimaal gelijk aan het uurloon dat behoort bij het maximumsalaris van salarisschaal 7.
6Er wordt maximaal 1 beschikbaarheidsdienst per week uitbetaald. De hoogste toelage wordt daarbij toegekend.
Artikel 13 Inconveniëntentoelage
In aanvulling op artikel 3:14 CAR geldt ten aanzien van inconveniëntentoelage het volgende:
1Het college kan aan een medewerker een inconveniëntentoelage toekennen indien er sprake is van niet vermijdbare zware, onaangename of gevaarlijke arbeid.
2De toelage op basis van een fulltime dienstverband is opgenomen in bijlage A van deze regeling.
3De toelage wordt toegekend naar rato dienstverband en volgt de cao verhoging salarissen.
Artikel 14 Beloning schadevrij rijden
Aan de ambtenaar die is aangewezen als chauffeur, plaatsvervangend chauffeur en als zodanig langer dan 6 maanden een gemeentelijk voertuig heeft bestuurd, wordt een beloning toegekend overeenkomstig de bedragen en voorwaarden, genoemd in bijlage A van deze regeling.
Artikel 15 Garantietoelage
In aanvulling op artikel 3:15 CAR geldt ten aanzien van garantietoelage het volgende:
1Een garantietoelage, zoals bedoeld in artikel 3:15 van de CAR/UWO, wordt toegekend aan de medewerker, zolang de grondslag aanwezig is.
Artikel 16 Gratificatie
In aanvulling op artikel 3:20 CAR geldt ten aanzien van beloning uitstekend functioneren en/of bijzondere prestaties het volgende:
1Indien de medewerker een uitstekende individuele prestatie heeft geleverd kan aan hem een gratificatie worden toegekend.
2Aan een groep ambtenaren die een uitstekende collectieve prestatie heeft geleverd, kan een groepsgratificatie worden toegekend.
3Een gratificatie als beloningsinstrument kan worden gebruikt voor het belonen van eenmalige bijzondere prestaties die een extra inzet vragen. De bedragen van de gratificaties worden aangepast aan de algemene salarisverhogingen en worden afgerond op een veelvoud van 5 euro.
4De hoogte van de individuele en groepsgratificaties zijn opgenomen in bijlage A van deze regeling.
Artikel 17 Reiskostenvergoeding dienstreizen
In aanvulling op artikel 3:21 CAR geldt ten aanzien van reiskostenvergoeding dienstreizen het volgende:
1Onder dienstreizen wordt ook verstaan het reizen voor opleidingen.
2Voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten geldt dat de locatie van je thuisbasis het beginpunt en het eindpunt is van de dienstreis.
3In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan de woning van de medewerker of een andere plaats als beginpunt respectievelijk eindpunt van de dienstreis worden aangemerkt, tenzij op de heenreis onderscheidenlijk de terugreis de locatie van je thuisbasis wordt bezocht.
4Voor dienstreizen dient zoveel mogelijk gebruik te worden gemaakt van het openbaar vervoer. Hiervoor gebruikt de medewerker de ns businesscard van de gemeente. Mochten alle ns businesscards uitgeleend zijn, dan kan de medewerker de kosten op basis van tarief 2e klasse declareren. Bij de declaratie moet een betalingsbewijs vervoerskosten worden ingeleverd.
5Indien de dienstreis naar het oordeel van de werkgever niet op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan worden ondernomen, wordt de medewerker toestemming verleend te reizen per eigen motorvoertuig, scooter of (brom)fiets.
6Indien de medewerker voor de dienstreis gebruik maakt van een in lid 4 genoemd vervoersmiddel, heeft hij recht op een vergoeding. De vergoeding wordt verleend op declaratiebasis. De vergoeding voor het gebruik van een eigen motorvoertuig bedraagt € 0,31 per afgelegde kilometer, waarvan een wettelijk vastgesteld maximum deel onbelast en het restant belast. De vergoeding voor het gebruik van een eigen scooter of (brom)fiets bedraagt € 0,19 onbelast per afgelegde kilometer. Parkeer-, veer- en tolgelden worden vergoed op declaratiebasis, met overlegging van een betalingsbewijs.
Artikel 18 Verblijfskosten dienstreizen
In aanvulling op artikel 3:21 CAR geldt ten aanzien van verblijfskosten dienstreizen het volgende:
1De in verband met een dienstreis noodzakelijk gemaakte kosten voor maaltijden en logies worden op declaratiebasis vergoed tot ten hoogste de vergoedingen opgenomen in ‘Reisregeling Binnenland’.
2Voor dienstreizen korter dan 4 uur en dienstreizen waarvan het reisdoel zich binnen de gemeentegrenzen bevindt wordt geen vergoeding verleend voor verblijfskosten.
3Aanspraak op vergoeding van kosten als bedoeld onder lid 1 bestaat;
-voor logies en ontbijt, indien de overnachting binnen de dienstreis valt;
-voor een lunch, indien de tijd tussen 12.00 en 14.00 uur geheel binnen de dienstreis valt;
-voor een avondmaaltijd, indien de tijd tussen 18.00 uur en 20.00 uur geheel binnen de dienstreis valt.
4Vergoeding van verblijfskosten worden alleen betaald bij overlegging van een gespecificeerde factuur en betalingsbewijs.
Artikel 19 Maaltijdvergoeding bij overwerk en avonddienst
In aanvulling op artikel 3:21 CAR geldt ten aanzien van maaltijdvergoeding bij overwerk en avonddienst het volgende:
1Indien van gemeentewege geen maaltijd kan worden verstrekt ontvangt de medewerker een vergoeding tot ten hoogste de bedragen voor een avondmaaltijd bij dienstreizen van de ‘Reisregeling Binnenland’. Bij de declaratie moet een betalingsbewijs van de maaltijd worden ingeleverd.
2Indien de dagelijkse werktijd van de medewerker op de dag waarop overwerk wordt verricht met tenminste 2 overwerkuren wordt verlengd of indien de medewerker volgens rooster na 19.00 uur dienst moet verrichten en het dienstbelang naar het oordeel van de werkgever, niet toelaat dat hij zijn maaltijd op de hiervoor bestemde tijd op de voor hem gebruikelijke plaats nuttigt bestaat recht op een verstrekking van een maaltijd door de werkgever.
Artikel 20 Reiskostenvergoeding woon/werkverkeer
In aanvulling op artikel 3:22 CAR geldt ten aanzien van reiskostenvergoeding woon/werkverkeer het volgende:
1De werkgever verleent aan de medewerker een vergoeding van de reiskosten woon-werkverkeer van en naar zijn woning.
2Er bestaat pas recht op een vergoeding indien sprake is van een enkele reisafstand van meer dan 6 kilometer.
3Vergoeding vindt plaats op basis van het totale aantal kilometers van de heen- en terugreis, gecorrigeerd met 12 kilometer.
4De vergoeding wordt begrensd tot een maximum van 50 kilometer enkele reis (minus 6 kilometer) van de afstand woon/werkverkeer.
5Als je gebruik maakt van eigen vervoer bedraagt de onbelaste vergoeding € 0,19 per kilometer, waarbij vaststelling van de afstand woon-werkverkeer plaatsvindt aan de hand van de ANWB routeplanner snelste route, met één cijfer achter de komma weergegeven. Indien de onbelaste vergoeding van € 0,19 landelijk (Belastingdienst) wijzigt, wijzigt deze vergoeding automatisch mee.
6De vergoeding wordt maandelijks achteraf betaald op basis van declaratie.
7Bij gebruik van openbaar vervoer is de vergoeding ten hoogste 100% van de kosten op basis van 2e klas. De vergoeding vindt plaats op declaratiebasis met overlegging van vervoers- en betalingsbewijs.
8De medewerker maakt een keuze voor het reizen per openbaar vervoer of eigen vervoer.
Artikel 21 Vergoeding stagiair
1Bij het verlenen van een stageplek wordt een stageovereenkomst gesloten met de stagiair.
2Aan de stagiair wordt een stagevergoeding verleend, afhankelijk van opleidingsniveau, duur van de stage en naar rato van de aantal uren stage per week.
3De stagevergoeding is afgeleid van schaal 4, periodiek 0 van de salarisschalen in bijlage II CAR/UWO.
4Een stagiair op MBO, HBO of WO niveau ontvangt bij een stage met een duur korter dan 6 weken een vergoeding van 10% van schaal 4, periodiek 0.
5Een stagiair op MBO niveau ontvangt bij een stage van 6 weken of langer een vergoeding van 15% van schaal 4, periodiek 0. Een stagiair op HBO of WO niveau ontvangt bij een stage van 6 weken of langer een vergoeding van 20% van schaal 4, periodiek 0.
Artikel 22 Hardheidsclausule
1In individuele gevallen waarin deze regeling niet voorziet of leidt tot een kennelijk onredelijke toepassing, kan de werkgever hiervan afwijken.
Artikel 23 Inwerkingtreding
Deze regeling gaat in op 1 januari 2019 onder gelijktijdige intrekking van de Beloningsregeling gemeente Noordwijk 2016 en de Beloningsregeling gemeente Noordwijkerhout 2016 en kan worden aangehaald als “Beloningsregeling gemeente Noordwijk 2019”.
Bijlage A bij beloningsregeling gemeente Noordwijk 2019
Artikel 13 Inconveniententoelage
Toelage medewerker buitendienst € 45,-- bruto per maand. Medewerker behoudt toelage die hij had. Niemand gaat er op voor- of achteruit.
Toelage medewerker wijkteam buitendienst € 79,75 bruto per maand.
Artikel 14 Beloning schadevrij rijden
Zwaarder dan 3000 kg:
Huisvuilauto
Grote vrachtwagen €225,00 bruto per jaar
Kolkenzuiger
Tractor Hoogwerker
Lichter dan 3000 kg:
Kleine vrachtwagen
Transportwagen €114,00 bruto per jaar
Grasmaaimachine
LM-trac
•uitbetaling in februari over het voorafgaande kalenderjaar;
•chauffeur 100% en plaatsvervangend chauffeur 50% van de genoemde jaarvergoedingen;
•in het kalenderjaar schade van meer dan 1/3 van de genoemde bedragen aan of met het motorvoertuig, veroorzaakt door de schuld of nalatigheid van de chauffeur of de plaatsvervangend chauffeur, dan korting van 50% op de genoemde jaarvergoedingen;
•in het kalenderjaar twee of meer schades aan of met het motorvoertuig, veroorzaakt door de schuld of nalatigheid van de chauffeur of de plaatsvervangend chauffeur, dan korting van 100% op de genoemde jaarvergoedingen;
•schade aan het motorvoertuig, die door de chauffeur of de plaatsvervangend chauffeur niet wordt gemeld aan de leidinggevende, heeft tot gevolg dat alle chauffeurs en plaatsvervangend chauffeurs die het desbetreffende motorvoertuig in het kalenderjaar hebben bestuurd niet in aanmerking komen voor genoemde jaarvergoedingen.
Artikel 16Gratificatie
Individuele gratificaties kunnen worden toegekend ten bedrage van:
€ 165,--, € 325,-- en € 640,--.
Groepsgratificaties kunnen worden toegekend ten bedrage van:
€ 15,-- per persoon
€ 22,50 per persoon
€ 30,-- per persoon