Aanhef
Beleidsregels voor de toepassing van artikel 8.0a Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Hoofdstuk 3 Beleidsregels
3.1 Realiseren van bijbehorende bouwwerken of uitbreidingen daarvan, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, bij woonfuncties
3.1a Herhalingsplan
a) Medewerking wordt verleend aan een herhalingsplan, indien het plan identiek is aan een legaal gerealiseerd bouwplan binnen hetzelfde blok. Grotere afwijkingen worden niet toegestaan.
b) Medewerking kan worden verleend aan een herhalingsplan op een ander blok, indien het plan identiek is aan een legaal gerealiseerd bouwplan op een identiek huis in dezelfde wijk én de Commissie omgevingskwaliteit positief adviseert.
Motivering
Ad a). Het gaat hierbij om een plan waarvoor een vergunning is verleend bij hetzelfde type woning in hetzelfde bouwblok. Uiteraard moet het wel gaan om legale zaken. Vanuit stedenbouw en de Commissie omgevingskwaliteit gezien is het fraaier als binnen een bouwblok een zekere mate van eenheid aanwezig is. Dat geldt voor dakkapellen, dakopbouwen, maar ook voor tweelaagse uitbreidingen aan de achterzijde en erkers aan de voorzijde. Met identiek wordt in dit geval bedoeld de maatvoeringen. Het advies van de commissie omgevingskwaliteit zal bepalen in hoeverre de vormgeving/kozijnindeling e.d. ook identiek moet zijn.
Er is géén sprake van een herhalingsplan in die gevallen waarbij vanuit stedenbouwkundig oogpunt alleen op de hoeken van het blok sprake is van een afwijking, die samenhangt met het feit dat het een hoekpand betreft. Bijvoorbeeld de vormgeving van het (vrijstaande) bijgebouw. Of een bouwhoogte/ goothoogteaccent of de kaprichting van het hoofdgebouw. Huizen in het midden zijn dan geen identieke gevallen.
Ad b). Met de regel kan de vergunning worden verleend als het plan identiek is aan een al eerder vergund bouwplan bij een identieke woning, maar deze niet in hetzelfde blok ligt. Maar wel bijvoorbeeld tegenover, of een naastgelegen blok, of een blok verderop in dezelfde wijk. Uiteraard moet het wel gaan om legale zaken. Omdat het niet in hetzelfde blok ligt, is het effect van herhaling van mindere invloed op de ruimtelijke kwaliteit; het betreft immers een bouwplan op een nieuw blok en wordt daarmee bepalend voor de rest van dat blok. Het advies van de commissie omgevingskwaliteit beperkt zich dan niet alleen tot de vormgeving maar zal ook nadrukkelijk moeten ingaan op de vraag of dit herhalingsplan nog steeds past bij die nieuwe woning/ dat nieuwe blok. Medewerking aan zo’n herhalingsplan is dus minder vanzelfsprekend dan een herhalingsplan in hetzelfde blok.
*Met blok wordt hier bedoeld een aaneengesloten rij woningen. Twee blokken worden meestal door een straat of brandgang gescheiden. Soms is er echter sprake van twee aaneengebouwde blokken (meestal is er dan sprake van een duidelijke rooilijnverspringing); er is dan sprake van twee blokken.
Ook een twee-onder-een-kap valt onder het begrip blok. Links en rechts worden dan identiek (eventueel gespiegeld) behandeld.
Voorbeelden van een blok (links) en twee aaneengebouwde blokken (rechts).
3.2 Dakkapellen
3.2.1 Dakkapellen
Voor die gevallen die afwijken van het omgevingsplan (tijdelijk deel) is medewerking in principe alleen mogelijk als die bouwwerken voldoen aan de criteria van de vigerende nota omgevingskwaliteit of voldoen aan de beleidsregel ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken of wanneer het een herhalingsplan betreft (zie 3.2.2).
Uitzonderingen zijn dakkapellen op vrijstaande woningen. Dit is altijd maatwerk.
Indien een dakkapel binnen twee meter van een directe zichtlijn geplaatst wordt (privaatrechtelijke beperkingen), dan is dit maatwerk en kunnen deze beleidsregels niet worden toegepast.
In principe wordt geen medewerking verleend aan de realisatie van een dakkapel op een bijbehorend bouwwerk, tenzij het bijbehorende bouwwerk een dienstwoning betreft of wanneer het om een herhalingsplan gaat (zie 3.2.2).
Motivering
In veel gevallen zijn bouwwerken zoals in 3.2 beschreven vergunningsvrij. Voorwaarden voor het vergunningsvrij bouwen van dergelijke bouwwerken staan beschreven in het Bbl. Valt een aanvraag hier niet onder, dan is het in sommige gevallen toch wenselijk medewerking te verlenen. Dan kan medewerking worden verleend indien voldaan wordt aan de criteria gesteld in de nota omgevingskwaliteit of de beleidsregel ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken.
Bedoeling is dat ruimtelijke kwaliteit boven de algemene regel gaat.
Dakkapellen op bijgebouwen zijn niet wenselijk. Dergelijke gebouwen komen niet in aanmerking en zijn ook niet bedoeld als ruimte voor langdurig verblijf. Een uitzondering is gemaakt voor dienstwoningen en bedrijfswoningen.
3.2.2 Herhalingsplan
a) Medewerking wordt verleend aan een herhalingsplan, indien het plan identiek is aan een legaal gerealiseerd bouwplan binnen hetzelfde blok. Grotere afwijkingen worden in principe niet toegestaan.
b) Medewerking kan worden verleend aan een herhalingsplan op een ander blok, indien het plan identiek is aan een legaal gerealiseerd bouwplan op een identiek huis in dezelfde wijk én de Commissie omgevingskwaliteit positief adviseert.
Motivering
Zie 3.1a.
In dit hoofdstuk staan de uitzonderingen beschreven op de beleidsregels in hoofdstuk 3.
Hoofdstuk 4
4.4 Algemene uitzonderingen
4.4a Kleine afwijkingen in verband met de feitelijke situatie / technische haalbaarheid of esthetiek (duidelijk niet ten behoeve van vergroting van leefruimte)
Motivering
Vaak kunnen dergelijke zaken met behulp van de 10% regeling in het omgevingsplan (tijdelijk deel) opgelost worden, maar dat is niet altijd zo. Ook kan deze 10% regeling niet gebruikt worden als er vergunningsvrij meer mogelijk is dan het omgevingsplan (tijdelijk deel) toestaat. Daarom is deze regeling in het beleid opgenomen. Voorbeeld: om aanbouw (qua m2 groter dan het bestemmingsplan toestaat, maar kleiner dan vergunningsvrij mag) mooi uit te lijnen met het hoofdgebouw is 10cm extra hoogte nodig. Om de schuur fatsoenlijk aan te laten sluiten op de schuine erfgrens is 1m2 extra bebouwing nodig. Het betreft dus kleine praktische verschillen, niet bedoeld om bijvoorbeeld het volume of de hoogte te maximaliseren. Het moet voor iedereen objectief en begrijpelijk kunnen zijn om af te wijken van de hoofdregels uit Hoofdstuk 3. Uitgangspunt is wel dat de aanvrager het plan nadrukkelijk probeert te laten voldoen aan de regels van vergunningsvrij bouwen of het omgevingsplan (tijdelijk deel).
4.4b Kleine afwijkingen om problemen in verband met de ruimtelijke aanvaardbaarheid op te lossen
Motivering
Deze regel is bedoeld om kleine afwijkingen die nodig zijn vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties mogelijk te maken. Bijvoorbeeld een schermhoogte op een balkon van 2m in plaats van 1,50m in verband met de privacy van buren (er dient in dergelijke gevallen wel een akkoord van de buren overhandigd te worden in het kader van participatie) indien de afstand tot de erfgrens kleiner is dan 2m. Of als uit geluidsonderzoek blijkt dat de muur op het achtererf bij een horecagelegenheid 2,30m hoog moet zijn in plaats van de toegestane 2m. Uitgangspunt is wel dat duidelijk moet zijn dat het plan dat binnen de vergunningsvrije regels of het omgevingsplan (tijdelijk deel) past niet tot de gewenste ruimtelijke kwaliteit leidt en het een kleine aanpassing betreft.
4.4c Evidente fouten in het omgevingsplan (tijdelijk deel)
Motivering
Het omgevingsplan (tijdelijk deel) kan fouten bevatten. Als die duidelijk een fout zijn, omdat dat uit de toelichting, het raadsvoorstel of de Nota van beantwoording blijkt, en het plan gerealiseerd kan worden met een afwijking van deze beleidsregel (Beleidsregels buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Noordwijk 2026) kan deze bepaling uitkomst bieden.
4.4d Nieuw beleid en/of veranderde algemene uitgangspunten in nieuwe plannen en/of beleid
Indien er door het college specifiek nieuw beleid wordt vastgesteld dat doorwerkt op deze beleidsregels, dan gaat het nieuwe beleid voor.
Ook indien de gemeenteraad/college in nieuwe plannen of ander beleid (zoals de nota omgevingskwaliteit) duidelijk andere (algemeen bedoelde) kaders stelt dan in oudere plannen, kan medewerking worden verleend indien een plan past binnen de nieuwe kaders.
Motivering
Om te voorkomen dat telkens als er specifiek of sectoraal beleid wordt vastgesteld, dit afwijkingenbeleid ook weer aangepast moet worden, is hier bepaald dat nieuw beleid altijd voorgaat.
Voorbeeld: als de gemeenteraad ervoor zou kiezen om nieuw beleid vast te stellen voor parkeren in voortuinen of een andere standaardmaat voor dakkapellen op woningen, dan ligt het voor de hand zo’n regel via het afwijkingenbeleid breder toe te passen. Dit geldt niet voor een afwijking specifiek voor een nieuwbouwwijk, omdat dat te maken kan hebben met het ontwerp en de gemaakte keuzes in die specifieke wijk.
4.4e Nieuw beleid andere overheden
Indien andere overheden nieuw(e) beleid/regels vaststellen die noodzaken tot het uitbreiden van bebouwing waarvoor afwijking van het omgevingsplan (tijdelijk deel) nodig is, kan medewerking worden verleend. In deze gevallen is een maatwerkbeoordeling nodig.
Motivering
Andere overheden kunnen regels stellen die kunnen noodzaken tot het uitbreiden van bebouwing. Bijvoorbeeld (nieuwe) regels voor het gescheiden aanbieden van verschillende stromen van bedrijfsafval of het voorkomen van uitspoelen van bepaalde stoffen naar het oppervlaktewater. Extra bebouwing kan dan nodig zijn. In overleg met de aanvrager zal eerst onderzocht moeten worden of er geen andere redelijke alternatieven voor handen zijn.
4.4f Indien het college besluit naar aanleiding van een vergunningaanvraag dit beleid te willen aanpassen
Het kan voorkomen dat een bouwplan geweigerd moet worden op basis van deze beleidsregels, terwijl het college van mening is dat soortelijke gevallen mogelijk zouden moeten zijn. Als het college dan tegelijkertijd besluit ook het beleid daarop aan te passen kan vergunning verleend worden.
Motivering
Als er een onvoorzien geval is, waarmee onvoldoende rekening is gehouden in het beleid, kan slechts vergunning worden verleend ná aanpassing van het beleid. Deze uitzondering maakt het mogelijk om te vergunnen in samenhang met het besluit het beleid aan te passen. Dit voorkomt vertraging.