Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en invordering van liggeld 2026

Gemeente Noordoostpolder · geldt sinds 27 november 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Noordoostpolder,

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 september 2025, no. 25.0001618;

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

B E S L U I T:

vast te stellen de

Verordening op de heffing en invordering van liggeld 2026

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

a.woonschip: schip dat uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd wordt of bestemd is voor bewoning en ook bewoonde varende monumenten, die als zodanig zijn erkend, als bedoeld in artikel 5:31.1, lid 2, van de Algemene plaatselijke verordening;

b.ligplaats: plaats in het water, bestemd of aangewezen om door een woonschip bij verblijf te worden ingenomen met bijbehorende voorzieningen.

c.bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van een schip als woning niet goed mogelijk is, zoals een bijboot, steiger en een loopplank.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam "liggeld" wordt een recht geheven voor het verstrekken van diensten die met een ligplaats verband houden, voor een woonschip bij een verblijf langer dan twee weken op de krachtens artikel 5:31.1 van de Algemene plaatselijke verordening aangewezen ligplaatsen.

Artikel 3 Belastingplicht

1Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de ligplaats heeft. Als degene die de ligplaats heeft wordt aangemerkt de houder van de ligplaatsvergunning, bedoeld in artikel 5:31.1 van de Algemene plaatselijke verordening, dan wel de hoofdbewoner van het woonschip. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt, wordt naar omstandigheden beoordeeld.

2Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven voor woonschepen op ligplaatsen waarvoor een huurovereenkomst is afgesloten tussen de gemeente Noordoostpolder als grondeigenaar en degene die de ligplaats gebruikt.

Artikel 4 Belastingtarieven

Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar het tarief, opgenomen de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak loopt van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 6 Wijze van heffing

Het recht wordt geheven bij wege van aanslag.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het begin van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat belastingtijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 8 Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van de liggelden wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10 Overgangsrecht

De "Verordening liggeld 2025" van 11 november 2024, no. 24.0001253 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 11 Inwerkingtreding

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening liggeld 2026.

BIJLAGE Tarieventabel behorende bij de "Verordening liggeld 2026"

Omschrijving

Tarieven

Eenheid

Tijd

Bedrag

ligplaats

1

jaar

€ 268,40

Behoort bij raadsbesluit van 10 november 2025

de griffier

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.