Aanhef
De raad van de gemeente Noordoostpolder;
Gelezen het voorstel van het college van 5 december 2023
Gelet op artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet en artikel 12 van de Financiële beheersverordening
Gelezen het advies van de commissie Bestuur, Financiën en Economische zaken;
Besluit vast te stellen: Nota waardering, activeren en afschrijven 2024
4. Materiële vaste activa
4.5 Afschrijvingsmethoden
4.5.1 Aanvang afschrijvingen
Omdat ingebruikname van de investering door het hele jaar heen op willekeurige data kan plaatsvinden, wordt met afschrijving van de vaste activa gestart in het jaar volgend op aanschaf of ingebruikname van het actief. De rente over nieuwe investeringen wordt niet gerekend over het jaar van aanschaf of ingebruikname maar over het jaar t+1.
4.5.2 Afschrijvingstermijnen
Zoals eerder vermeld schrijft artikel 64 van het BBV voor dat op vaste activa met een beperkte gebruiksduur jaarlijks wordt afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. Tevens is bepaald dat de afschrijvingen onafhankelijk van het resultaat geschieden.
Elk jaar wordt een lijst met de vervangingsinvesteringen in de meerjarenprogrammabegroting ter besluitvorming aan de raad aangeboden. Hierop komen de investeringen voor die volledig zijn afgeschreven en op de nominatie staan om te worden vervangen. Pas na goedkeuring van de meerjarenbegroting en de start van het jaar waarin de investering opgenomen is, kan worden overgegaan tot de daadwerkelijke vervanging van het actief. In bijlage 1 staan de (maximale) afschrijvingstermijnen voor vaste activa weergegeven. Bij grote en/of politiek gevoelige investeringen kan een afzonderlijk raadsvoorstel voor de raad gemaakt worden. In die gevallen worden de investeringen in de programmabegroting van een asterisk (*) voorzien.
4.5.3 Vervroegde en/of extra afschrijvingen
Het is belangrijk voor het inzicht in de activa en toekomstige benodigde investeringen om activa consequent en onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar af te schrijven. Artikel 65 van het BBV geeft aan in welke gevallen er toch resultaatonafhankelijk extra moet worden afgeschreven. Extra afschrijvingen moeten plaatsvinden indien het actief wordt afgestoten en er nog een boekwaarde resteert. Tevens dient extra te worden afgeschreven, tot de reële waarde, wanneer er sprake is van naar verwachting duurzame waardevermindering.
Voor vastgoed met een economische functie is afwaardering verplicht en wordt de toets met behulp van de directe opbrengstwaarde voorgeschreven.
Het beleid van Noordoostpolder is conform artikel 65 van het BBV.
4.5.4 Componentenbenadering
De componentenbenadering houdt in dat verschillende samenstellende delen van een investering – bijvoorbeeld een gebouw – afzonderlijk worden afgeschreven op basis van het individuele waardeverloop van die delen. Het is immers goed voorstelbaar dat er, per onderdeel van de investering, verschillen zijn in verwachte gebruiksduur of verwacht gebruikspatroon. Hieronder is als voorbeeld voor de componentenbenadering een gebouw aangegeven, dat in de volgende onderdelen te splitsen is:
•grond: wordt niet op afgeschreven
•gebouw: afschrijftermijn 40 jaar
•technische installaties: afschrijftermijn 15 jaar
De uitgaven worden op basis van hiervan afzonderlijk verwerkt en afgeschreven. In dit voorbeeld kan na 15 jaar zonder verzwaring van de afschrijvingslasten per jaar (indien de aanschafprijs onveranderd blijft) de Cv-installatie worden vervangen en opnieuw geactiveerd. De componentenbenadering is niet voorgeschreven door het BBV.
Het beleid in onze gemeente is dat de componentenbenadering kan worden toegepast voor specifieke (verbijzonderde) gevallen voor materiële vaste activa.
Via eerdergenoemde lijst met vervangingsinvesteringen worden de afzonderlijke componenten in het jaar van vervanging opgenomen en de hieruit voortvloeiende lasten in de programmabegroting verwerkt. De kosten van toekomstig groot onderhoud kunnen via het vormen van een voorziening worden geëgaliseerd. Bij de aanvraag van de initiële investeringsaanvraag zal de uitwerking hiervan in het raadsvoorstel opgenomen moeten zijn.
4.5.5 Restwaarde
De stellige uitspraak van de commissie BBV luidt dat de boekwinst die wordt gerealiseerd bij het afstoten van een kapitaalgoed als incidentele bate in de jaarrekening moet worden verwerkt. De opbrengst mag niet direct met de boekwaarde van het eventuele vervangingsobject worden verrekend.
De restwaarde aan het eind van de gebruiksduur van een actief is vaak nihil (of nagenoeg nihil). In specifieke gevallen kan echter rekening worden gehouden met een restwaarde.
In het algemeen wordt in onze gemeente geen rekening gehouden met een restwaarde van een actief. In specifieke (verbijzonderde) situaties kan hiervan worden afgeweken. Hiertoe dient de raad specifiek te besluiten.
4.5.6 Presentatie in de balans
In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
a.gronden en terreinen;
b.woonruimten;
c.bedrijfsgebouwen;
d.grond-, weg- en waterbouwkundige werken;
e.vervoermiddelen;
f.machines, apparaten en installaties;
g.overige materiële vaste activa.
Tevens wordt in de toelichting op de balans het verloop van deze activa gedurende het begrotingsjaar in een sluitend overzicht weergegeven. Hieruit moet blijken, voor zover van toepassing:
a.de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar;
b.de investeringen of desinvesteringen;
c.de afschrijvingen;
d.bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief;
e.afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen;
f.de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar.
Verder wordt in de toelichting op de balans aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend.
Bijlage 1: Afschrijvingstermijnen
Onderstaande lijst met afschrijvingstermijnen per soort actief geldt voor investeringen vanaf 2017. Voor de investeringen die hun oorsprong kennen in de periode vóór het jaar 2017 worden de oorspronkelijke, voor die periode geldende afschrijvingstermijnen gehanteerd.
Soort actief
Afschrijvingstermijn (maximaal)
1.
Immateriële vaste activa
1.1
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen; saldo agio en disagio
Ineens of maximaal de looptijd van de geldlening
1.2
Onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief
Ineens of maximaal 5 jaren
1.3
Bijdrage aan activa in eigendom van derden
Geen of maximaal de looptijd van het desbetreffend actief
2.
Materiële vaste activa
2.1
Gronden en terreinen
Geen afschrijving
2.2
Woonruimten:
-opstallen permanent (nieuwbouw)
max. 50 jaar
-opstallen permanent (aankoop)
max. 25-50 jaar
-opstallen semi-permanent
max. 25 jaar
-uitbreiding
max. 30 jaar
-ingrijpende renovaties/restauraties
max. 30 jaar
2.3
Bedrijfsgebouwen:
-opstallen permanent (nieuwbouw)
max. 50 jaar
-opstallen permanent (aankoop)
max. 25-50 jaar
-opstallen semi-permanent
max. 30 jaar
-uitbreiding
max. 25 jaar
-ingrijpende renovaties/restauraties
max. 30 jaar
-1e inrichting en onderwijsleerpakketten
max. 20 jaar
-aankoop/plaatsing noodlokalen (onderwijs)
max. 15 jaar
2.4
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken:
-aanleg begraafplaatsen
max. 40 jaar
-aanleg wegen, pleinen, fiets- en voetpaden
max. 40 jaar
-reconstructies wegen, pleinen, fiets- en voetpaden
max. 30 jaar
-aanleg rotondes
max. 25 jaar
-aanleg parkeerterrein
max. 20 jaar
-bruggen (staal):
max. 60 jaar
-bruggen (hout):
max. 20 jaar
-aanleg en reconstructie plantsoenen en parken
max. 25 jaar
-aanleg sportterreinen, speelplaatsen
max. 25 jaar
-aanleg kunstgrasvelden: toplaag
max. 14 jaar
-aanleg kunstgrasvelden: onderlaag
max. 28 jaar
-speeltoestellen/-voorzieningen
max. 15 jaar
-rioleringen
zie: vGRP; ineens t.l.v. spaarvoorziening
2.5
Vervoermiddelen:
-(personen)auto's
max. 8 jaar
-tractoren
max. 10 jaar
-vrachtauto's
max. 8 jaar
-haakarm + container voor vrachtauto
max. 16 jaar
-aanhangers, schaftwagens
max. 10 jaar
2.6
Machines, apparaten en installaties:
-openbare verlichting: masten
max. 40 jaar
-openbare verlichting: armaturen
max. 20 jaar
-technische installaties woonruimten / bedrijfsgebouwen
max. 15 jaar
-verkeersregelinstallaties
max. 15 jaar
-(maai)machines
max. 15 jaar
-automatisering bruggen
max. 10 jaar
-gereedschappen en werktuigen
max. 5 jaar
-materieel gladheidsbestrijding
max. 6-20 jaar
2.7
Overig:
-(kantoor)meubilair en inventaris
max. 20 jaar
-keukenapparatuur
max. 10 jaar
-meubilair pantry's
max. 10 jaar
-koffie automaten
max. 8 jaar
-software
max. 5-10 jaar
-laptops
max. 5 jaar
-audio visuele middelen
max. 5 jaar
-kopieer- en lichtdrukmachines
max. 5 jaar
-foto- en filmapparatuur
max. 5 jaar
-pc's, printers, servers, beamers
max. 5 jaar
-tablets en smartphones
max. 3 jaar
Bijlage 2: Relevante wet- en regelgeving
GEMEENTEWET
Artikel 212
1De raad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.
2De verordening bevat in ieder geval:
a.regels voor waardering en afschrijving van activa;
b.grondslagen voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b, alsmede, voor zover deze wordt geheven, voor de heffing bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
c.regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie.
BESLUIT BEGROTING EN VERANTWOORDING PROVINCIES EN GEMEENTEN
HOOFDINDELING VAN DE BALANS:
Artikel 31
Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van de provincie onderscheidenlijk gemeente al dan niet duurzaam te dienen.
Artikel 32
Op de balans worden de passiva onderscheiden in vaste en vlottende passiva.
Vaste activa:
Artikel 33
Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa.
Artikel 34
In de balans worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
a.kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio;
b.kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;
c.bijdragen aan activa in eigendom van derden.
Artikel 35
1In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
a.investeringen met een economisch nut;
b.investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
c.investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
2Van de materiële vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven.
Artikel 36
In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
a) kapitaalverstrekkingen aan:
1deelnemingen;
2gemeenschappelijke regelingen;
3overige verbonden partijen;
b) leningen aan:
1openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering Decentrale overheden;
2woningbouwcorporaties;
3deelnemingen;
4overige verbonden partijen;
c) overige langlopende leningen;
d) uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
e) uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer;
f) overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
TOELICHTING OP DE BALANS:
Artikel 51
In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend.
Artikel 52
1In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
a.gronden en terreinen;
b.woonruimten;
c.bedrijfsgebouwen;
d.grond-, weg- en waterbouwkundige werken;
e.vervoermiddelen;
f.machines, apparaten en installaties;
g.overige materiële vaste activa.
2In de toelichting op de balans wordt het verloop van de activa, als bedoeld in het eerste lid, gedurende het begrotingsjaar, in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing:
a.de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar;
b.de investeringen of desinvesteringen;
c.de afschrijvingen;
d.bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief;
e.afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen;
f.de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar.
WAARDERING, ACTIVEREN EN AFSCHRIJVEN:
Artikel 59
1Alle investeringen worden geactiveerd.
2In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd.
Artikel 60
Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien:
a.het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;
b.de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;
c.het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en;
d.de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
Artikel 61
Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien:
a.er sprake is van een investering door een derde;
b.de investering bijdraagt aan de publieke taak;
c.de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en;
d.de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
Artikel 62
1Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd.
2In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief op de waardering daarvan in mindering gebracht.
3In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.
Artikel 63
1Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
2De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.
3De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.
4Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde.
5Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen.
6In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer.
7Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd.
8Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend.
Artikel 64
1De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.
2Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar.
3Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur.
4In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening.
5In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar.
6Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt.
Artikel 65
1Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
2Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
3Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.