Gemeentelijke regelgeving

Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2026

Gemeente Noordoostpolder · geldt sinds 1 januari 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder;

Gelet op de artikelen 4.7 vierde lid, 9.1 tweede lid, 9.7 tweede lid, 9.8 vijfde en zesde lid, 9.9 vierde lid, 10.5 tweede lid, 11.1 derde lid en 11.2 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2026 en artikel 5.3, vierde lid, van de Verordening jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2022;

overwegende dat het gewenst is nadere regels vast te stellen ter uitvoering van deze Verordeningen;

besluit de volgende nadere regels vast te stellen

Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2026

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

1In dit Besluit wordt verstaan onder:

a.bijstandsnorm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Participatiewet waarbij paragraaf 3.3 van de Participatiewet onverminderd van toepassing is,

b.diensten: maatwerkvoorziening in de vorm van huishoudelijke ondersteuning, begeleiding, dagactiviteiten en kortdurend verblijf op grond van de Wmo 2015,

c.jaarinkomen: het inkomen als bedoeld in paragraaf 3.4 van de Participatiewet,

d.pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 2.3.6 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of artikel 8.1.1 van de Jeugdwet,

e.tarieven: de bedragen op grond waarvan de hoogte van het pgb wordt vastgesteld;

f.verordening Jeugd: verordening jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2022,

g.verordening Wmo: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2026,

h.peildatum: de datum van aanvraag.

2Alle begrippen die in dit Besluit worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de daarop gebaseerde lagere regelgeving, de Jeugdwet en de daarop gebaseerde lagere regelgeving, de Verordening Wmo, de Verordening Jeugd en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

HOOFDSTUK 2 PERSOONSGEBONDEN BUDGET WMO

Artikel 2.1 Besteding persoonsgebonden budget buiten Noordoostpolder en buitenland

1De budgethouder kan het toegekende pgb voor diensten, met uitzondering voor huishoudelijke ondersteuning, voor ten hoogste 13 weken per kalenderjaar inzetten voor de betaling van al toegekende ondersteuning die wordt geboden tijdens het verblijf buiten Noordoostpolder, mits de noodzaak tot (meer) ondersteuning niet (enkel) voortvloeit uit het verblijf buiten Noordoostpolder.

2De budgethouder kan het toegekende pgb voor diensten, met uitzondering voor huishoudelijke ondersteuning, voor ten hoogste zes weken per kalenderjaar inzetten voor betaling van ondersteuning te verlenen tijdens verblijf buiten Nederland, mits de noodzaak tot (meer) ondersteuning niet (enkel) voortvloeit uit het verblijf buiten Nederland.

3Het college kan op aanvraag de termijn van zes weken, als bedoeld in het tweede lid, verlengen als bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.

4Op de besteding van het pgb blijven alle verplichtingen die rechtstreeks voortvloeien uit het pgb van toepassing.

Artikel 2.2 Persoonsgebonden budget woningaanpassing

Voor het realiseren van een complexe woningaanpassing met een pgb kan het college de volgende kosten in aanmerking nemen:

a.de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de woningaanpassing. Indien de woningaanpassing in zelfwerkzaamheid wordt getroffen vervallen de loonkosten,

b.het architectenhonorarium, indien dit noodzakelijk is, tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald voor de leden van NLingenieurs en BNA in DNR 2011 (De Nieuwe Regeling 2011, herziening juli 2013),

c.de kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom,

d.de leges voor de omgevingsvergunning, voor zover deze betrekking heeft op het treffen van de woningaanpassing,

e.de door college schriftelijk goedgekeurde kostenverhoging, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn.

Artikel 2.3 Budgetperiode en instandhoudingskosten hulpmiddelen

1Het pgb is toereikend voor de aanschaf van een aangewezen hulpmiddel volgens de indicatie in natura.

2De budgetperiode (afschrijvingstermijn) wordt vastgesteld in het individuele toekenningsbesluit.

3Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb kunnen (reële) instandhoudingskosten in aanmerking genomen. Het bedrag wordt opgenomen in het individuele toekenningsbesluit.

HOODFSTUK 3 TARIEVEN EN BEDRAGEN WMO

Artikel 3.1 Huishoudelijke ondersteuning

1Voor schoonmaakondersteuning geldt het bij Verordening Wmo bepaalde percentage van € 40,91 per uur.

2Voor ondersteuning regie/zorg geldt het bij Verordening Wmo bepaalde percentage van € 40,91 per uur.

Artikel 3.2 Begeleiding en dagactiviteiten arbeidsmatig

1Voor begeleiding geboden door professionals geldt het bij Verordening Wmo bepaalde percentage van een uurtarief.

2Voor begeleiding geldt een uurtarief van:

a.€ 69,66 voor professionals met mbo-deskundigheid;

b € 77,12 voor professionals met hbo-deskundigheid.

3Voor dagactiviteiten arbeidsmatig geldt het bij Verordening Wmo bepaalde percentage van een tarief van € 48,58 per dagdeel. Een dagdeel bestaat uit drie tot vier uur.

4Voor vervoer dagactiviteiten arbeidsmatig gelden de volgende tarieven naar en van de locatie waar de dagactiviteiten arbeidsmatig worden geboden (eens per etmaal):

a.zonder rolstoel € 12,80,

b.met rolstoel € 28,45.

Artikel 3.3 Dagactiviteiten overig

Voor dagactiviteiten belevingsgericht en dagactiviteiten niet aangeboren hersenletsel (NAH) geldt het bij Verordening Wmo bepaalde percentage van een tarief van € 48,58 per dagdeel. Een dagdeel bestaat uit drie tot vier uur.

Artikel 3.4 Kortdurend verblijf

Voor kortdurend verblijf geldt het bij Verordening Wmo bepaalde percentage van € 323,89 per etmaal.

Artikel 3.5 Beschermd wonen

Voor beschermd wonen geldt het bij Verordening Wmo bepaalde percentage voor:

a.beschermd wonen hoog € 97.457,92 per plaats op jaarbasis en € 267,09 per dag;

b.beschermd wonen midden € 71.085,41 per plaats op jaarbasis en € 194,75 per dag;

c.beschermd wonen beschut excl. dagbesteding € 46.296,60 per plaats op jaarbasis en € 126,84 per dag;

d.beschermd wonen beschut wonen incl. dagbesteding € 60.277,56 per plaats op jaarbasis en € 165,14 per dag.

Artikel 3.6 Financiële tegemoetkoming

1De hoogte van de financiële tegemoetkoming voor:

a.de verhuiskosten en/of herinrichtingskosten bedraagt € 2.714,12,

b.het gebruik van een (eigen) auto bedraagt maximaal € 513,55 per jaar,

c.het gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt maximaal € 2.046,00 per jaar,

d.het gebruik van een individuele taxi bedraagt maximaal € 1.365,71 per jaar.

2Het college kan de hoogte van de tegemoetkoming in het eerste lid onder b, c, of d afstemmen op de samenvallende vervoersbehoefte van de echtgenoten of daarmee gelijkgestelden.

3Vallen de vervoersbehoeften als bedoeld in het vorige lid samen, dan verstrekt het college slechts een keer het bedrag genoemd in het eerste lid onder b, c, of d.

4Vallen de vervoersbehoeften als bedoeld in het vorige lid niet of slechts ten dele samen, dan kan aan elke bedoelde persoon een tegemoetkoming worden verstrekt welke tezamen niet meer bedragen dan 1,5 maal het bedrag genoemd in het eerste lid onder b, c, of d.

Artikel 3.7 Bijdrage in de kosten wasservice

1De wekelijkse bijdrage in de kosten per waszak bedraagt voor:

a.de eerste, derde en vijfde waszak € 5,30 en bevat maximaal twee was- en droogbeurten;

b.de tweede, vierde en zesde waszak € 2,65 en bevat maximaal één was- en droogbeurt.

2De bedragen genoemd in het eerste lid zijn gebaseerd op de Nibudprijzengids 2025-2026 (prijsniveau augustus 2025) en gaan uit van (gemiddeld) drie was- en droogbeurten per week. De bijdrage van € 5,30 is gebaseerd op:

a.waskosten op 40 graden € 2,20 (2 x € 1,10) per waszak;

b.wasdroger € 3,06 (2 x € 1,53) per waszak.

HOOFDSTUK 4 TEGEMOETKOMING MEERKOSTEN

Artikel 4.1 Doelgroep en aanvraag

1De persoon als bedoeld in artikel 11.1 van de Verordening Wmo behoort tot de doelgroep van de tegemoetkoming meerkosten als:

a.het (gezins)inkomen lager is dan 110% van de bijstandsnorm, en

b.er aannemelijke meerkosten zijn als rechtstreeks gevolg van een beperking, chronisch psychisch of psychosociaal probleem, en

c.de hoogte van de Tegemoetkoming arbeidsongeschikten (UWV) niet meer bedraagt dan de hoogte van de tegemoetkoming meerkosten als genoemd in artikel 4.2.

2Van aannemelijke meerkosten is sprake als deze op jaarbasis ten minste ter hoogte zijn van de kosten van het verplicht eigen risico als bedoeld in de Zorgverzekeringswet in het jaar waarop de tegemoetkoming meerkosten betrekking heeft.

3Het inkomen wordt op de peildatum als volgt vastgesteld.

a.bij regelmatige inkomsten: het inkomen in de maand voorafgaande aan de maand van ontvangst van de aanvraag;

b.bij onregelmatige inkomsten: het gemiddelde inkomen in de drie maanden voorafgaande aan de maand van ontvangst van de aanvraag;

c.bij inkomsten als zelfstandige: het gemiddelde inkomen in de periode van 24 maanden voorafgaande aan de maand van ontvangst van de aanvraag.

4De aanvraag voor de tegemoetkoming meerkosten wordt met een daartoe bestemd aanvraagformulier ingediend in het kalenderjaar waarop de aannemelijke meerkosten betrekking hebben.

5In afwijking van het vierde lid dient de persoon die aanspraak heeft op de Tegemoetkoming arbeidsongeschikten (UWV) een aanvraag in tussen 1 augustus en 31 december in het kalenderjaar waarop de aannemelijke meerkosten betrekking hebben.

Artikel 4.2 Hoogte tegemoetkoming meerkosten

1De hoogte van de tegemoetkoming meerkosten is € 250,00 per kalenderjaar.

2In afwijking van het eerste lid bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming meerkosten voor een persoon die aanspraak heeft op de Tegemoetkoming arbeidsongeschikten (UWV) het verschil tussen de tegemoetkoming meerkosten en de Tegemoetkoming arbeidsongeschikten (UWV). Voor de berekening wordt uitgegaan van het bedrag Tegemoetkoming arbeidsongeschikten zoals het in 2024 gold.

Artikel 4.3 Uitbetaling tegemoetkoming meerkosten

De tegemoetkoming wordt uitbetaald nadat het college de aanvraag om de tegemoetkoming meerkosten heeft toegekend.

HOODFSTUK 5 TARIEVEN JEUGDHULP

Artikel 5.1 Begeleiding individueel

1Voor begeleiding individueel geldt het bij Verordening Jeugd bepaalde percentage van € 77,12 per uur.

2Voor begeleiding individueel specialistisch geldt het bij Verordening Jeugd bepaalde percentage van € 120,66 per uur.

Artikel 5.2 Begeleiding groep

Voor begeleiding groep geldt het bij Verordening Jeugd bepaalde percentage van € 64,78 per dagdeel (exclusief vervoer). Een dagdeel bestaat uit drie tot vier uur.

Artikel 5.3 Kortdurend verblijf

Voor kortdurend verblijf (extra zwaar) geldt het bij Verordening Jeugd bepaalde percentage van het volgende tarief per etmaal (exclusief vervoer) € 323,89.

Artikel 5.4 Vervoer

Voor vervoer gelden de volgende tarieven naar en van de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden (eens per etmaal):

a.zonder rolstoel € 12,80,

b.met rolstoel € 28,45.

HOOFDSTUK 6 SLOTBEPALINGEN

Artikel 6.1 Citeertitel en inwerkingtreding

1Dit Besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

2Het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2025 wordt met ingang van 1 januari 2026 ingetrokken.

3Dit Besluit wordt aangehaald als: Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2026.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.