Aanhef
Inleiding
In het coalitieakkoord 2022-2026 is als doel gesteld om de Noordoostpolder te ontwikkelen tot een bruisend gebied waar genoeg te beleven is voor jong en oud. Levendigheid en gezelligheid in de gemeente worden onder andere bepaald door horeca en de evenementen die hier plaats vinden. Jaarlijks vinden er ongeveer 175 evenementen plaats. Het aantal en de omvang van de evenementen nemen ieder jaar toe.
De evenementen verschillen onderling van omvang en aard en dragen allemaal bij aan de sociale cohesie, levendigheid van de gemeente en zijn vanuit economisch perspectief aantrekkelijk. Veel evenementen, zoals de dorpsfeesten, autocrossen en de Buitendag doen dit op lokaal niveau. Daarnaast kent de gemeente evenementen zoals Wildeburg, het Uit-je-tent festival en het Tulpenfestival, die ook publiek trekken van buiten de regio.
Maar evenementen hebben ook een keerzijde. Omwonenden van de evenementen kunnen overlast ervaren van geluid of verkeer. Veel evenementen zijn in de afgelopen jaren gegroeid en trekken veel bezoekers. Dit vergt inspanning van organisatoren maar ook van de gemeente en hulpdiensten om de veiligheid van bezoekers en deelnemers te waarborgen. Niet voor niets is voor het houden van een evenement een vergunning nodig waarbij getoetst wordt aan de gevolgen voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en de bescherming van het milieu.
Deze uitvoeringsregels zijn daarom opgesteld als kader voor het toetsen en beoordelen van deze vergunningaanvragen en het toezicht en de handhaving daarop.
1. Vergunningsplichtige evenementen
1.1 Juridisch kader
1.1.1 Verbod Algemene Plaatselijke Verordening Noordoostpolder (APV)
In de APV staat de definitie van een evenement als volgt omschreven: “elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak” met uitzondering van:
•bioscoop- en theatervoorstellingen;
•markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22 APV;
•kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
•het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
•betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
•activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 APV;
•sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f.
Onder evenement wordt mede verstaan:
•een herdenkingsplechtigheid;
•een braderie;
•een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;
•een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
•een straatfeest of buurtbarbecue;
•een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. Ingevolge artikel 2:25 van de APV is het verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
1.1.2 Beslistermijn en Weigeringsgronden
Beslistermijn artikel 1:2 APV
•Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
•Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.
•In afwijking van het eerste lid is de beslistermijn voor een evenementenvergunning, zoals bedoeld in artikel 2:25:
○ voor een regulier evenement, acht weken;
○ voor aan aandachtevenement, twaalf weken, en
○ voor een risicovol evenement, zestien weken.
•De aanvraag kan buiten behandeling worden gelaten als de aanvraag korter dan de in het eerste of derde lid genoemde termijn voor de uitvoering van de activiteit wordt ingediend.
Weigeringsgronden
In artikel 1:8 van de APV staat dat een vergunning voor een evenement kan worden verleend of geweigerd in het belang van:
•de openbare orde;
•de openbare veiligheid;
•de volksgezondheid;
•de bescherming van het milieu.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd, indien:
•de organisator of de aanvrager van een vechtsportevenement van slecht levensgedrag is;
•de aanvraag minder dan het in artikel 1:2, derde lid genoemde aantal weken voor de beoogde datum van het evenement wordt ingediend.
De burgemeester heeft de bevoegdheid op basis van de APV al dan niet vergunning te verlenen voor het organiseren van het evenement. Als één van bovenstaande aspecten onvoldoende gewaarborgd is kan de burgemeester besluiten vergunning te weigeren.
1.1.3 Vergunningsvrije evenementen
Kleinschalige evenementen kunnen zonder vergunning worden georganiseerd. Dit kan als:
•het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;
•het evenement tussen 08.00 en 00.30 uur plaats vindt;
•geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur;
•het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;
•slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;
•er een organisator is.
1.1.4 Evenementen in een gebouw
Voor een evenement dat in een gebouw plaats vindt, (of een gedeelte daarvan), dat bestemd is voor dat evenement of horeca, hoeft geen evenementenvergunning aangevraagd te worden. Het kan zijn dat er wel andere vergunningen of toestemmingen nodig zijn. Zoals een melding brandveiligheid, ontheffing van de Alcoholwet of een Kennisgeving Incidentele Festiviteiten (KIF) melding voor het overschrijden van de geluidsnorm.
Voor een evenement in een bestaand gebouw dat niet bestemd is voor een evenement of horeca moet wel een evenementenvergunning worden aangevraagd.
1.1.5 Besloten evenement
Een besloten evenement is niet voor publiek toegankelijk en daarom niet vergunningsplichtig op grond van artikel 2:25 APV. Het kan zijn dat er wel andere vergunningen of toestemmingen nodig zijn. Zoals een melding brandveiligheid, ontheffing van de Alcoholwet of een KIF melding voor het overschrijden van de geluidsnorm.
3. Beoordeling van de aanvraag
3.1 Specifieke aandachtspunten openbare orde
3.1.1 Inzet beveiliging
De vergunninghouder is verantwoordelijk voor de orde en de veiligheid van de bezoekers op het evenemententerrein en mede verantwoordelijk voor de orde en veiligheid buiten het evenemententerrein. De organisatie moet daarom zorgen dat er voldoende toezicht is.
Bij A-evenementen wordt per evenement gekeken of er sprake is van een reëel risico voor het verstoren van de openbare orde waarbij de inzet van beveiliging noodzakelijk is. Het aantal beveiligers dat moet worden ingezet, wordt in overleg met de politie bepaald. Bovenmatig alcohol- of middelengebruik of een specifieke doelgroep kunnen risicofactoren zijn die aanleiding kunnen geven om beveiligers te verplichten, ook bij kleinschalige evenementen.
Bij alle B- en C- evenementen vereist de gemeente dat de organisator gecertificeerde beveiligers inzet.
Het aantal beveiligers wordt per evenement in overleg met de hulpdiensten bepaald en in de evenementenvergunning vastgelegd.
3.1.2 Begin- en eindtijden
De gemeente hanteert in de regel een uiterste eindtijd van 24.00 uur voor alle evenementen die plaatsvinden tussen zondagavond en donderdagavond. De evenementen die op vrijdag en zaterdag worden georganiseerd hebben een eindtijd van uiterlijk 2.00 uur. Het College kan ontheffing verlenen van de genoemde eindtijden.
Voor de veiligheid en het beperken van overlast is het bij sommige evenementen wenselijk dat de geluidproductie eindigt op de aangegeven eindtijd, maar dat de drankverstrekking en met name de verstrekking van etenswaren nog een uur doorgaat. Dit bevordert een rustiger en geleidelijke afloop van het evenement. In overleg met de organisatie kan daarom besloten worden om na de aangegeven eindtijd niet alle voorzieningen te sluiten.
3.2 Specifieke aandachtspunten openbare veiligheid
3.2.1 Brandveiligheid
De Veiligheidsregio toetst de aanvraag aan de Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (BGBOP).
In de BGBOP zijn landelijk geldende, uniforme regels opgenomen voor het brandveilig gebruiken van plaatsen die in georganiseerd verband worden gebruikt. De regels gelden voor alle locaties waar evenementen worden georganiseerd, bijvoorbeeld evenementen in tenten, festivalterreinen of paasvuren.
De organisatie moet op grond van de BGBOP een gebruiksmelding doen als:
•in een verblijfsruimte nachtverblijf wordt verschaft aan meer dan 10 personen;
•een verblijfsruimte op die plaats is bestemd voor meer dan 150 personen tegelijk.
De gebruiksmelding wordt automatisch meegenomen in de evenementenaanvraag voor een evenementenvergunning. Als een gebruiksmelding gedaan moet worden vraagt de gemeente de Veiligheidsregio om advies. Daarnaast kan de vergunningverleners beoordelen dat er andere aspecten zijn die een risico vormen voor de brandveiligheid. Ook dan wordt de aanvraag ter advies uitgezet bij de Veiligheidsregio.
Het advies van de Veiligheidsregio kan leiden tot maatwerkvoorschriften die opgenomen worden in de evenementenvergunning.
3.2.2 Constructieve veiligheid
De constructieve veiligheid wordt getoetst door een constructeur. De constructeur toetst de aanvraag aan de “Richtlijn voor constructieve toetsingscriteria bij een aanvraag voor een evenementenvergunning” van het Centraal overleg bouwconstructies (COBc).
Om de aanvraag te kunnen toetsen moet de aanvragers van bouwsels groter dan 25 m2 een tentenboek of constructieve berekening indienen. Dit kunnen podia, tribunes, tenten of andere bouwsels zijn. De constructeur kan maatwerkvoorschriften opleggen die worden opgenomen in de evenementenvergunning.
3.2.3. Verkeersveiligheid
Een evenement kan invloed hebben op het verkeer en daarmee ook op de verkeersveiligheid. Door de toename van de verkeersbewegingen, wegafzettingen en parkeren.
Als een evenement invloed heeft op het verkeer dan is de organisatie verplicht om een mobiliteitsplan en/of een parkeerplan in te dienen. Daarin moet worden aangegeven welke maatregelen ze nemen om risico’s beheersbaar te maken. Dit plan wordt ter beoordeling voorgelegd aan de verkeerskundige. De verkeerskundige beoordeelt of de maatregelen die worden genomen, zoals de inzet van verkeersregelaars, omleidingen, voldoende zijn.
Gebruik van provinciale wegen moet door de organisatie worden afgestemd met de Provincie.
3.2.4 Reglementen overkoepelende organisaties
Voor specifieke evenementen, zoals autosportwedstrijden of truck- en tractor-pulling-wedstrijden, gelden naast de regels uit dit evenementenbeleid de reglementen van de overkoepelende organisaties. Hierbij kan gedacht worden aan het KNAF Reglementenboek, het NTTO wedstrijdreglement en het OCR International reglement voor obstacle course racing. Welk reglement van toepassing is, wordt opgenomen in de evenementenvergunning
3.2.5 Bereikbaarheid
Elk evenement heeft te maken met het onderwerp bereikbaarheid. De bereikbaarheid van een gebouw is geregeld in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Voor bouwsels, zoals tenten en overige plaatsen, is de bereikbaarheid geregeld in de BGBOP.
Als het gaat om de bereikbaarheid dan wordt er eerst gekeken naar de wegbreedtes en de doorgangen. De minimale doorrijbreedte voor hulpdiensten is 4,5 meter, waarvan 3,25 meter verhard en een hoogte van 4,5 meter. Bij drukte en in een stedelijk gebied kan de bereikbaarheid een uitdaging zijn en is volstaan aan bovenstaande norm onvoldoende. Er zal dan samen met de hulpdiensten en de organisatie gekeken moeten worden naar de wijze waarop inzet in dat gebied kan plaats vinden.
Daarnaast moeten de brandkranen en andere bluswaterwinplaatsen worden vrijgehouden, zodat hiervan onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt.
Eventuele wegafzettingen moeten worden aangegeven in de aanvraag. De vergunningverlener zet dit door aan de verkeerskundige die de afzetting in een systeem zet. Waardoor alle stakeholders (provincie, connexxion, hulpdiensten) hierover worden geïnformeerd.
3.2.6 Risico’s bij extreem weer
Een buitenevenement organiseren brengt risico’s met zich mee. Extreem weer, zoals hitte, extreme regenval, onweer en harde wind, kunnen leiden tot een onveilige situatie van de bezoekers.
Er wordt verwacht dat evenementenorganisaties rekening houden met deze scenario’s. Wanneer wordt het evenement afgelast? Wanneer gaat de organisatie over tot ontruiming? En hoe gaat de organisaties de bezoekers vervolgens veilig naar huis laten gaan.
In de plannen van de organisatie moet naar voren komen hoe deze vragen worden beantwoord en welke maatregelen er worden genomen om de risico’s te beperken. Elk evenement is anders. De benadering van deze vraagstukken vraagt daarom om maatwerk.
3.3 Specifieke aandachtspunten volksgezondheid
3.3.1. Bovenmatig alcohol en drugs gebruik
Op (muziek)evenementen gebruiken mensen alcohol en soms ook andere middelen, zoals drugs. Mensen onder invloed kunnen onwel of ziek worden. Het kan zelfs tot levensbedreigende effecten leiden. Daarnaast kunnen er veiligheidsproblemen ontstaan. Mensen kunnen onder invloed een korter lontje hebben.
Uit de regionale behandelscan kan naar voren komen dat er naar verwachting bovenmatig alcohol en middelengebruik (drugs) tijdens het evenement plaats vindt. Dit kan voortkomen uit de doelgroep, eerdere ervaring, type evenement en muzieksoort. De organisatie is verantwoordelijk voor een veilig evenement en moet preventieve maatregelen nemen om bovenmatig alcohol en middelengebruik (drugs) te voorkomen.
Samen met de organisatie en adviseurs wordt er met de organisatie gekeken om de risico’s te beperken. Er wordt onder meer gekeken naar voorlichting, huisregels, de afspraken met betrekking tot toezicht, het schenkbeleid, het activiteitenaanbod, vervoersmogelijkheden en de EHBO voorzieningen.
3.3.2. Extreme warmte
Hitte tijdens een evenement heeft direct betrekking op de gezondheid van de bezoekers. Je kunt daarbij denken aan verbranding door de zon, uitdroging, zonnesteek of zelfs een hitteberoerte.
De genoemde risico’s kunnen in verschillende mate optreden afhankelijk van het soort evenement. Dit is afhankelijk van de doelgroep, dichtheid van het publiek en de activiteit die georganiseerd wordt. Ouderen zijn gevoeliger voor extreme warmte.
In de richtlijn Veldnorm Evenementenzorg zijn praktische aandachtspunten benoemd die kunnen worden toegepast voor de hulpverlening in warme omstandigheden.
De organisatie kan de bezoekers waarschuwen, zorgen voor voldoende drinkwater, voldoende schaduwplekken en de EHBO’ers goed instrueren en voorzien van de juiste middelen.
Evenementen in de zomer moeten in hun plannen rekening houden met het scenario extreme hitte.
Als er extreme warmte wordt verwacht komt de RIVM met een voorwaarschuwing. De organisaties die gaan plaats vinden worden door de gemeente extra geïnformeerd en gewezen op het advies van de Ghor over de maatregelen die ze kunnen nemen.
3.4 Specifieke aandachtspunten bescherming van het milieu
3.4.1 Geluid
De vergunningverlener bepaalt in overleg met de geluidsspecialist of het opnemen van maatwerkvoorschriften voor geluid in de evenementenvergunning noodzakelijk is. Met deze voorschriften kunnen maatregelen ter beperking van geluidsoverlast worden opgelegd.
De geluidsnormstelling is te vinden in het Geluidsbeleid Evenementen Noordoostpolder. Bij het bepalen van een geluidsnormstelling moet deze vooral realistisch en maatschappelijk acceptabel zijn. De geluidsnormstelling is daarom toegespitst op verschillende soorten evenementen.
3.4.2 Stikstof uitstoot
Is er een Natura 2000 gebied binnen een straal van 25 km van een evenement, dan kan de organisatie een natuurvergunning nodig hebben. Voor de aanvraag van een natuurvergunning is een AERIUS berekening nodig. Daarnaast kan voor de bescherming van de effecten op beschermde dier- en/of plantensoorten een quickscan nodig zijn.
De provincie verleend de natuurvergunningen. De aanvraag wordt dan ook niet rechtsreeks aan deze regelgeving getoetst maar de aanvrager wordt hierover geïnformeerd.
3.5 Bijzondere evenementen
3.5.1 Braderieën
Met een markt of braderie wordt in deze paragraaf een evenement bedoelt en niet de weekmarkt, zoals bedoelt in Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL). Daarbij kan gedacht worden aan de jaarlijkse zomermarkten of de Pieperbraderie.
Markten en braderieën kunnen een positief effect hebben op het centrum, aangezien bestedingen hiermee gestimuleerd worden. Maar het aantal aanvragen voor markten kan hoger zijn dan de behoefte. Om te voorkomen dat er verzadiging optreedt, mogen er:
•in het centrum van Emmeloord maximaal 12 markten of braderieën per jaar worden georganiseerd;
•niet meer dan 1 markt per week op dezelfde locatie worden georganiseerd.
Bij meerdere aanvragen worden de regels omtrent concurrerende aanvragen gevolgd.
3.5.2. Circussen
Vanuit het advies van de Vereniging Nederlandse Circus Ondernemingen (VNCO) wordt rekening gehouden met:
•maximaal twee circussen per jaar in de gemeente;
•tussen twee circussen moet tenminste een periode van 12 weken zitten.
Vanwege bovengenoemd maximumstelsel en het feit dat er jaarlijks meer aanvragen kunnen worden ontvangen dan evenementenvergunningen voor het houden van een kermis of een circus worden verleend, is sprake van zogenaamde “schaarse vergunningen”. De gemeente Noordoostpolder hanteert voor het verdelen van evenementenvergunningen voor circussen de volgende regels:
•de gemeente Noordoostpolder wil een gevarieerd aanbod van circussen. Dit houdt in dat een circus niet in twee opvolgende jaren een vergunning krijgt voor het houden van een kermis of circus, tenzij er geen ander circus voor een vergunning in aanmerking komt;
•indien meer dan twee aanvragen voor een circus worden ontvangen, vindt een loting plaats onder de vergunningaanvragen.
3.5.3. Schuurfeesten
Schuurfeesten zijn typerend voor de Gemeente Noordoostpolder. Deze feesten vinden plaats in een schuur of loods vaak op een boerenerf vaak als afsluiting van een (sport)activiteit. Deze feesten vragen extra aandacht op het gebied van brandveiligheid.
Een schuur is geen verblijfsruimte, zoals bedoelt in de BGBOP. De brandveiligheid moet daarom oorspronkelijk worden getoetst aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Omdat er sprake is van een incidentele activiteit en geen regulier gebruik wordt door de Veiligheidsregio de regels van de BGBOP aangehouden die gebruikelijk zijn voor evenementen.
3.5.4. Kermissen
De kermis heeft een lange en rijke historie. Het concept kermis heeft zich in de loop van de jaren steeds weten aan te passen aan de tijdgeest en maakt sinds 2022 zelfs officieel deel uit van het immaterieel erfgoed.
Een kermis is een organisatie die van gemeente naar gemeente reist. De organisatie heeft minder gebiedskennis dan andere evenementenorganisaties. Dit type evenement vraagt daarom om extra aandacht van de vergunningverlener en Wijkbeheer.
Een kermis is een evenement voor jong en oud. Maar een kermis is ook een plek waar groepen jongeren de openbare orde kunnen verstoren. Naast het nemen van aanvullende maatregelen kunnen jongerenwerkers hierin een belangrijke rol spelen.
4. Toezicht en handhaving
4.5 (Nood) bevoegdheid van de burgemeester
4.5.1 Lichte bevelsbevoegdheid (art. 172a Gemeentewet)
De burgemeester heeft op grond van artikel 172a Gemeentewet de bevoegdheid om een gebiedsverbod, groepsverbod of meldplicht opleggen. Hij kan deze maatregelen ook tegelijkertijd opleggen. Dit is een gericht instrument om kleine verstoringen aan te pakken.
4.5.2 Noodbevel (art. 175 Gemeentewet)
Bij escalaties, zoals rellen of ernstige dreigingen, kan de burgemeester noodbevelen uitvaardigen. Een noodbevel is een beschikking, die bedoeld is voor één of enkele individuen of een afgebakende groep. Het noodbevel heeft een eenmalige en onmiddellijke werking.
4.5.3 Noodverordening (art. 176 Gemeentewet)
Voor langdurige of complexe situaties, zoals bij maatschappelijke spanningen, kan de burgemeester tijdelijk aanvullende regels instellen. De noodverordening is, net zoals een reguliere verordening, gericht op een onbepaald aantal personen en is voor herhaalde toepassing vatbaar. De noodverordening moet bekend worden gemaakt om in werking te treden. De burgemeester kan hierbij zelf de wijze van bekendmaking bepalen.
4.5.4 Gebiedsontzeggingen (art. 2:78 APV)
Op grond van artikel 2.78 van de APV kan de burgemeester personen verbieden zich in een gebied op te houden.
4.5.5 Intrekken wijzigen evenementenvergunning (art. 1:6 APV)
De burgemeester kan een evenementenvergunning gedeeltelijk wijzigen of intrekken als de aan de vergunning verbonden voorschriften niet worden nagekomen of als dit noodzakelijk is ter bescherming van de in artikel 1:8 APV genoemde belangen. Mocht een of de aanwijzingen van de toezichthouders niet opvolgen, dan kan besloten worden om de vergunning in te trekken of een volgende aanvraag te weigeren. Dit zal vooral spelen bij meerdaagse evenementen waarbij er geen vertrouwen meer in de organisator is dat hij alsnog zichtbare inspanningen gaat leveren om het evenement volgens de regels en de voorschriften te laten verlopen of als er signalen zijn dat de openbare orde zal worden verstoord.
5. Faciliteiten vanuit de gemeente
5.4 Informatievoorziening
5.4.1 Intakegesprekken
Aan het begin van ieder jaar kunnen evenementenorganisaties zich inschrijven voor een intakegesprek met een vergunningverlener om de activiteiten of aanvraag voor te bespreken. De vergunningverlener kan de organisatie alvast meegeven waar ze rekening mee moeten houden en welke gegevens ze moeten indienen.
5.4.2 Format draaiboek/ veiligheidsplan
Op de website staat voor A evenementen een format draaiboek/ veiligheidsplan. Organisaties kunnen dit draaiboek invullen en uploaden bij het aanvraagformulier. Door het aanbieden van het format helpen we organisaties op weg met hun aanvraag voor een evenementenvergunning.