Aanhef
Burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder,
overwegende, dat alcoholgebruik op de openbare weg kan leiden tot overlast voor passanten en omwonenden;
dat er daarom behoefte bestaat aan een rechtsgrond om hiertegen op te kunnen treden, ook wanneer er nog geen sprake is van daadwerkelijke schade of gepleegde strafbare feiten;
dat deze behoefte met name bestaat voor de dorpskernen in deze gemeente;
gelet op artikel C 39a van de Algemene Plaatselijke Verordening Noordoostpolder;
B E S L U I T E N:
Artikel I
De in deze gemeente ingevolge artikel 8 van de Wegenverkeerswet door gedeputeerde staten vastgestelde bebouwde kommen aan te wijzen als gebied waar het verboden is op de weg alcoholhoudende drank te nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben;
Artikel II
Het onder I. genoemde verbod niet te laten gelden voor:
a.een terras dat deel uitmaakt van een inrichting, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet;
b.de plaats, niet zijnde een inrichting, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 38, tweede lid, van de Drank- en Horecawet.
Artikel III
Dit aanwijzingsbesluit te publiceren in "De Noordoostpolder" en op het gemeentelijk publicatiebord.