Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordenveld besluit;
Gelet op de Wmo 2015, de Jeugdwet en de verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp 2017 gemeente Noordenveld;
Vast te stellen de hierna volgende uitvoeringsregels:
Uitvoeringsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Noordenveld 2017
Wijzigingen in wet- en regelgeving en rechterlijke uitspraken kunnen gevolgen hebben voor de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet 2015. Daarnaast kan gewijzigd inzicht aanleiding zijn om de regels omtrent de uitvoering aan te passen. De uitvoeringsregels kunnen en zullen als dat nodig is door het College worden aangepast.
HOOFDSTUK 1
Afwegingskader
Hoofdstuk 2 TOEGANG
Artikel 1. Toegang maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp
HOOFDSTUK 3 RESULTATEN
Artikel 2. Domeinen
Artikel 3. Interventieniveau’s
HOOFDSTUK 4 Maatwerk Wmo en Jeugd
Artikel 4. Maatwerk in de vorm van zorg in natura
Artikel 5. Maatwerk in de vorm van een persoonsgebonden budget
Artikel 6 Beschikking
Artikel 7. Bijdrage in de kosten
Artikel 8. Vrijstelling bijdrage in de kosten
Artikel 9. Terugbetaling bij verkoop
Artikel 10. Huishoudelijke hulp
Artikel 11. Regeling tegemoetkoming meerkosten
Artikel 12. Waardering mantelzorgers
Hoofdstuk 5 Privacy
Artikel 13. Verwerken van gegevens
Artikel 14. Verstrekken van gegevens
Hoofdstuk 6 Klachten
Artikel 15. Klachtenregeling
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Artikel 16. Indexering
Artikel 17. Intrekking oude regelingen en uitvoeringsregels
Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel
Hoofdstuk 2 Toegang in Noordenveld
Artikel 1. Toegang maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp
Artikel 1. Toegang maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp
Melding
Wie
Inwoners van Noordenveld met ondersteuningsvragen op het gebied van wonen, welzijn, zorg en onderwijs kunnen met deze vragen bij de Noordenveldwerker terecht. Ondersteuningsvragen voor inwoners jonger dan 23 jaar worden door het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) opgepakt.
Door of namens een inwoner kunnen ondersteuningsvragen vorm vrij worden ingediend. Naast de inwoner kan ook diens vertegenwoordiger, mantelzorger, partner, familielid, buurman of andere betrokkene een melding doen.
Hoe
Dit kan via: de Noordenveldwerker, het CJG Noordenveld, Welzijn in Noordenveld, Noordermaat, MEE Drenthe, ISD Noordenkwartier en de gemeente.
Informatie en advies
Soms blijkt na een korte vraagverkenning dat met informatie en advies de ondersteuningsvraag is beantwoord. Wanneer verdere vraagverheldering of verdieping nodig is, dan zal een afspraak worden gemaakt met de Noordenveldwerker dan wel de CJG-medewerker om een breed gesprek te voeren. Voor de schulddienstverlening vindt binnen 4 weken het eerste gesprek plaats; dit is de wettelijke termijn op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs).
Registratie
Zodra uit het vooronderzoek blijkt dat de melding onder de Wmo of de Jeugdwet valt en niet kan worden afgehandeld met informatie en advies wordt de melding geregistreerd. Bij een melding op grond van de Wmo begint vanaf dat moment de termijn van zes weken onderzoek te lopen. Bij een melding op grond van de Jeugdwet wordt eerst de woonplaatstoets gedaan.
Spoed
In spoedeisende gevallen kan er na een melding direct een tijdelijke passende maatregel getroffen worden.
Onderzoek
Alle meldingen waarvoor een onderzoek nodig is komen terecht bij het team Noordenveldveldwerkers of bij het CJG. Ondanks het feit dat de meldingen op verschillende plaatsen kunnen binnenkomen en op verschillende manier kunnen worden gedaan, komen ze allemaal in hetzelfde registratiesysteem terecht.
Persoonlijk plan/familiegroepsplan
Bij de Wmo wordt de inwoner gewezen op de mogelijkheid om een persoonlijk plan in te dienen. Een jeugdige of zijn ouders kan een familiegroepsplan (art. 1.1 Jeugdwet) indienen. Als er een persoonlijk plan of familiegroepsplan wordt ingediend dan wordt dit bij het onderzoek betrokken. De inwoner, jeugdige of zijn ouders heeft na de melding zeven dagen de tijd om dit plan in te dienen. Voor een familiegroepsplan kan deze termijn langer zijn. Hij wordt daarover bij het doen van de melding geïnformeerd.
In dit plan dienen de volgende omstandigheden te worden beschreven:
-zijn/haar behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren;
-de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp te voorzien in zijn/haar behoefte;
-de mogelijkheid om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn/haar situatie;
-de behoefte aan ondersteuning van de mantelzorger(s);
-de mogelijkheid om gebruik te maken van algemene voorzieningen;
-de mogelijkheden om tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening te komen met het oog op de behoefte aan verbetering van zelfredzaamheid, participatie of aan beschermd wonen of opvang;
-welke resultaten hij of zij wil bereiken.
Het gesprek
Het gesprek is het uitgangspunt tijdens het uitgebreide onderzoek naar de situatie van de inwoner of jeugdige. Daarbij kan aandacht zijn voor:
-het eventuele persoonlijke plan/familieplan dat is ingediend;
-de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de inwoner of jeugdige of zijn ouders;
-de veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie (Jeugd)
-de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp te voorzien in zijn behoefte;
-de mogelijkheid om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn situatie de financiële situatie van de inwoner;
-de behoefte aan ondersteuning van de mantelzorger(s) van de inwonende of jeugdige;
-de mogelijkheid om gebruik te maken van algemene voorzieningen;
-de noodzaak om gebruik te maken van een maatwerk- of individuele voorziening;
-de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget (pgb), waarbij de inwoner of jeugdige en zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze;
-welke eigen bijdrage van toepassing is;
-afstemming met onderwijs/zorg/ werk en inkomen
De Noordenveldwerker of CJG-medewerker stelt de identiteit van de inwoners, ouders of jeugdige vast aan de hand van een document. Daarnaast wordt op basis van de gegevens uit het gesprek onderzoek gedaan om te bepalen of de inwoner het aangegeven probleem zelf of met steun van zijn omgeving kan bereiken.
Gegevensverzameling
De betrokken inwoner, jeugdige of zijn ouders kan gevraagd worden gegevens en informatie te verstrekken die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij/zij redelijkerwijs kan beschikken. Waar mogelijk wordt de mantelzorger of de vertegenwoordiger van degene waar de ondersteuningsvraag betrekking op heeft betrokken bij het onderzoek.
Een medisch of ergonomisch advies kan onderdeel uitmaken van het onderzoek. Dit onderzoek vindt zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen zes weken plaats na melding of indiening van het persoonlijke plan. Ook bestaande zorgplannen, al uitgevoerde diagnostische onderzoeken en informatie van professionals kunnen onderdeel uitmaken van het onderzoek.
Voor schulddienstverlening kan een BKR-toetsing onderdeel zijn van het onderzoek. Bij de gegevensverzameling zullen de grenzen van de Wet bescherming persoonsgegevens in acht genomen moeten worden. Het College heeft toestemming nodig om gegevens van inwoners te verwerken en zal in het onderzoek de inwoner toestemming vragen om zijn persoonsgegevens te verwerken.
Resultatenplan
De uitkomsten van het onderzoek worden schriftelijk vastgelegd in een resultatenplan. Daarbij wordt in ieder geval opgenomen: de hulpvraag, de gewenste resultaten van de ondersteuning en, indien van toepassing, de aard, omvang en duur van de in te zetten ondersteuning op grond van de Wmo dan wel de Jeugdwet. Dit resultatenplan wordt verstrekt aan de betrokken inwoner/jeugdige en/of zijn/haar ouder(s)/vertegenwoordiger. De inwoner/jeugdige of zijn ouders heeft de mogelijkheid in het resultatenplan correcties en aanvullingen aan te brengen. Deze komen niet in de plaats van het oorspronkelijke plan, maar worden aan het oorspronkelijke plan toegevoegd.
Aanvraag
Wie
Een inwoner of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger, of een jeugdige en/of zijn/haar ouder(s) of vertegenwoordiger moet een aanvraag om een maatwerkvoorziening dan wel individuele voorziening schriftelijk indienen bij het college. Dit is minder ruim dan de kring van personen rond de inwoner die een melding kan indienen.
Hoe
Een aanvraag kan alleen door de gemeente in behandeling worden genomen wanneer een aanvraag of resultatenplan voorzien van naam, adres en ondertekening door de inwoner (of gemachtigde) of jeugdige en/of zijn/haar ouder(s)/vertegenwoordiger. bij de gemeente is ingeleverd. Het college kan een ondertekend resultatenplan, aanmerken als aanvraag als de inwoner of jeugdige en/of zijn/haar ouder(s)/vertegenwoordiger op het plan heeft aangegeven dat hij een aanvraag voor een maatwerkvoorziening dan wel een individuele voorziening wil indienen.
Als er nog stukken ontbreken vraagt de gemeente de inwoner om de aanvraag aan te vullen (artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht)
Hoofdstuk 3 RESULTATEN
Artikel 2. Domeinen
De resultatenmatrix kent vaste domeinen, hoofd- en subresultaten om de te bereiken resultaten van de inwoner te omschrijven. Om de zwaarte en intensiteit van de ondersteuning binnen de resultatenmatrix te duiden gebruiken we interventieniveau’s. Deze worden verderop toegelicht.
Domeinen
In de resultatenmatrix worden vier domeinen onderscheiden. Deze domeinen komen voort uit de Jeugdwet en de Wmo. Te weten veilig (V), zelfredzaam (Z), meedoen (M) en gezond (G).
Hoofdresultaten
De vier domeinen zijn onderverdeeld in een aantal hoofdresultaten. Deze zijn afgeleid van de zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) van de GGD Amsterdam.
Subresultaten
De subresultaten zijn ontwikkeltredes van volledige ondersteuning naar zelfredzaamheid. De tredes gaan veelal van c naar a. Bij subresultaat c gaat het dan om het voorkomen van het verslechteren van een situatie, terwijl de inwoner bij subresultaat a de meest zelfredzame situatie bereikt.
Eenvoudige diagnostiek (D1)
Voor de toegangsmedewerker bestaat de mogelijkheid om eenvoudige diagnostiek aan te vragen, voordat een jeugdige door wordt verwezen naar een specifieke zorgaanbieder. Het gaat dan om eenvoudige diagnostiek om te bepalen op welk resultaatgebied of interventieniveau uitvraag gedaan moet worden bij een aanbieder.
Randvoorwaarden
-Eenvoudige diagnostiek wordt alleen ingezet op verzoek van de toegangsmedewerker indien niet duidelijk is welke hulp de jeugdige dient te ontvangen.
-Het betreft noodzakelijk geachte diagnostiek om juiste interventies te bepalen. Dit kan zowel ondersteuning uit de resultaatgebieden zijn, maar ook vanuit andere wetten zoals bijvoorbeeld de Wet langdurige zorg.
-Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de beoordeling van veiligheid en de ondersteuning ervan al heeft plaatsgevonden en dat dit aspect in het gezin stabiel of op orde is.
-Eenvoudige diagnostiek is snel beschikbaar en laagdrempelig in de buurt van de jeugdige georganiseerd. Als de situatie daarom vraagt, werken de verschillende aanbieders samen.
-Het diagnostisch traject omvat een advies voor het in te zetten resultaatgebied, zodat een adequaat en integraal resultatenplan kan worden opgesteld.
-Deze uitvraag heeft uitsluitend betrekking op jeugd. De medische indicatiestelling voor andere onderdelen in het sociaal domein valt hier buiten.
Hoofdresultaten
V1 Veilige huiselijke relatie
Het gaat om (ambulante) begeleiding van de inwoners in geval de huiselijke relatie niet op orde is. Er is sprake van huiselijk geweld in welke vorm dan ook of verwaarlozing, dan wel een dreiging daartoe.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid (ZRM): De huisgenoten communiceren open met elkaar. Huisgenoten ondersteunen elkaar.
Randvoorwaarden
Dit resultaat is niet van toepassing als er kinderen betrokken zijn. De focus op veiligheid bij kinderen is verweven in alle ondersteuning en hulp in de gehele jeugdhulpketen (van preventief tot specialistische hulp). Specifieke interventies op veiligheid rond kinderen, de veiligheid van het kind (in het systeem), wordt op een andere wijze georganiseerd onder andere via Jeugdbeschermings- en Jeugdreclasseringmaatregelen, Spoed voor Jeugd, Veilig Thuis en crisisopvang.
V2 Veilig wonen
Veilig wonen richt zich op volwassenen met psychiatrische problematiek. Het resultaat is (tijdelijke) veilige en toereikende huisvesting in een beschermde omgeving. Na een gesprek met de Toegang vindt verdere besluitvorming en afhandeling plaats door centrumgemeente Assen.
Z1 Zelfstandig wonen
Het gaat om (ambulante) begeleiding van de inwoners gericht op het groeien naar zelfstandige huisvesting en behouden van deze huisvesting.
Randvoorwaarden
•Ambulante begeleiding gericht op subresultaten a, b en d gebeurt vanuit een zelfstandige woonsituatie van inwoner. Mogelijke interventieniveaus zijn 4, 5 en 6.
•Voor Z1d (Voorkomen dat inwoner naar een beschermde woonomgeving moet of niet meer zelfstandig kan wonen of dakloos wordt) kan het nodig zijn om inwoner naast begeleiding een tijdelijk vangnet intramuraal veilig wonen te bieden (zie V2), het uitgangspunt in een situatie als deze is dat dit maximaal 6 weken duurt.
•Z1c (Inwoner is voorbereid om vanuit een intramurale setting zelfstandig te wonen met ondersteuning) is een zelfstandigheidstraining voor de jeugdige. Het betreft zorg op maat bij het leren een zelfstandig leven op te bouwen. Zelfstandigheidstraining of begeleid kamerwonen kan op de locatie van aanbieder, dan wel een door de aanbieder te organiseren locatie dichter bij de eigen leefomgeving.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner heeft veilige en toereikende huisvesting. Dat wil zeggen een (huur)contract en zelfstandige huisvesting.
Z2 Financiën op orde
Hieronder valt ambulante begeleiding van de inwoners ingeval de financiële situatie niet op orde is. Er is bijvoorbeeld sprake van schuldenproblematiek, onvoldoende inkomsten en/of spontaan of ongepast uitgavenpatroon.
Randvoorwaarden
•Het verwerven van inkomen maakt geen onderdeel uit van dit resultaat.
•Subresultaat c (Schulden zijn stabiel en uitgavenpatroon is passend bij de situatie)
moet altijd in overleg met de GKB, waarbij de taken duidelijk worden verdeeld.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner is financieel zelfredzaam en kan het geld goed beheren. Veel van deze subresultaten kunnen behaald worden door de inzet van sociaal netwerk, vrijwilligers, algemene voorzieningen of bewind voering.
Z3 Omgang met instanties op orde
Dit betreft ambulante begeleiding van inwoners ingeval er sprake is van een onvoldoende beeld welke instanties er zijn, wat je er mee moet doen en hoe ze te benaderen.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner weet voldoende van welke instanties waarvoor ze zijn en hoe ze te benaderen. De inwoner heeft daar geen hulp bij nodig.
Z4 Activiteiten dagelijks leven op orde
Dit betreft ambulante begeleiding van inwoners ingeval er sprake is van onvoldoende mogelijkheden om de dagelijkse activiteiten in het leven zelfstandig te organiseren. Voor de zelfredzaamheid zijn de volgende algemene dagelijkse levensverrichtingen van belang:
-In en uit bed komen
-Aan- en uitkleden
-Bewegen
-Lopen
-Gaan zitten en weer opstaan
-Lichamelijk hygiëne
-Toiletbezoek
-Eten/drinken
-Medicijnen innemen
-Ontspanning
-Sociaal contact
Randvoorwaarden
•In de ZRM wordt gesproken over zelfzorg en complexe activiteiten. Denk daarbij bijvoorbeeld aan aankleden, iets te eten maken, de post openmaken of de boodschappen doen.
•Voor jeugdigen tot 18 jaar valt onder dit resultaat tevens ondersteuning op het gebied van persoonlijke verzorging op grond van de Jeugdwet.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner heeft voldoende regelvermogen, besluitvaardigheid en initiatief om zelfregie en dagstructuur te ontwikkelen en te behouden.
M1 Arbeidsmatige dagbesteding
Arbeidsmatige dagbesteding betreft ondersteuning van de inwoner in groepsverband op locatie overdag. Het betreft activiteiten met een zelfstandig karakter waarbij het vaak zal gaan om het tot stand brengen van een product of dienst, afgestemd op de mogelijkheden en interesse van de inwoner en daarmee werkervaring op te doen.
Er is sprake van het ontbreken van structuur en/of het hebben van de behoefte aan het invullen van een dagritme. De inwoner is vanwege beperkingen (nog) niet in staat om regulier werk te verrichten. Arbeidsmatige dagbesteding is bedoeld om structuur te geven aan de dag en als dat mogelijk is de mogelijkheden om te werken te vergroten door vaardigheden aan te leren.
Randvoorwaarden
•Arbeidsmatige dagbesteding vindt in beginsel plaats op locatie van de aanbieder. Er is
geen sprake van loonvormende arbeid.
•Trajecten op grond van de Participatiewet zijn voorliggend op dit resultaatgebied.
•Indien arbeidsmatige dagbesteding wordt vormgegeven door met ondersteuning vrijwilligerswerk te verrichten, dan mag dit vrijwilligerswerk buiten de locatie van aanbieder plaatsvinden.
•Indien arbeidsmatige dagbesteding wordt vormgegeven door met ondersteuning vrijwilligerswerk te verrichten, dan mag er geen sprake zijn van verdringing van betaalde arbeid.
•Begeleiding op de groep en persoonlijke verzorging van inwoner op locatie van de dagbesteding wordt geacht onderdeel uit te maken van dit resultaat.
•Indien nodig maakt vervoer onderdeel uit van de maatwerkvoorziening.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner is in staat om regulier werk (met ondersteuning) te verrichten.
M2 Educatieve dagbesteding
Educatieve dagbesteding betreft ondersteuning van de inwoner in groepsverband op locatie overdag. Educatieve dagbesteding is bedoeld om de talenten en vaardigheden van de inwoner te ontwikkelen en/of de sterke en minder sterke kanten van zichzelf te accepteren. Het betreft activiteiten gericht op het ontwikkelen van vaardigheden, aangepast aan mogelijkheden en interesse van de inwoner, waaronder handvaardigheid, expressie, beweging, belevingsactiviteiten.
De inwoner is vanwege beperkingen (nog) niet in staat om zelfstandig vrijwilligerswerk of onderwijs te volgen. Hiermee wordt structuur gegeven aan de dag en als dat mogelijk is de mogelijkheden om te werken te vergroten.
Randvoorwaarden
•Dit resultaat kan onderwijs vervangend worden ingezet voor jeugdigen, mits hierdoor
geen strijd ontstaat met de Leerplichtwet.
•Indien educatieve dagbesteding wordt vormgegeven door met ondersteuning vrijwilligerswerk te verrichten, dan mag er geen sprake zijn van verdringing van betaalde arbeid.
•Dit resultaat kan voor inwoners ingezet worden als opmaat naar een reguliere (beroeps)opleiding en dient niet als vervanging van een reguliere (beroeps)opleiding.
•Kosten van een reguliere (beroeps)opleiding maken geen onderdeel uit van dit resultaatgebied.
•Trajecten op grond van de Participatiewet zijn voorliggend op dit resultaatgebied.
•Dit resultaat kan voor inwoners ingezet worden als opmaat naar arbeidsmatige dagbesteding.
•Begeleiding op de groep en persoonlijke verzorging van inwoner op locatie van de dagbesteding wordt geacht onderdeel uit te maken van dit resultaat.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner is in staat om zelfstandig vrijwilligerswerk te verrichten of een opleiding te volgen.
M3 Dagbesteding
Dagbesteding betreft ondersteuning van de inwoner in groepsverband op locatie overdag. Belevingsgerichte activiteiten op een eenvoudig niveau met extra aandacht voor sfeer, geborgenheid, veiligheid, ritme en regelmaat.
Er is sprake van het ontbreken van structuur en/of het hebben van de behoefte aan het invullen van een dagritme. De inwoner kan door bijvoorbeeld een handicap, leeftijd of ziekte of een combinatie van problematiek (nog) niet participeren, werken of naar school gaan. Bovendien is dit resultaat gericht op het ontlasten van de thuissituatie.
Randvoorwaarden
•Het gaat bij dit resultaat om ondersteuning bij een zinvolle invulling van de dag,
•Dit resultaat is voor jeugdigen bijvoorbeeld ingericht door op woensdagmiddag en/of in het weekend gebruik te maken van de opvang bij bijvoorbeeld een zorgboerderij.
•Het gaat bij dit resultaat om het bieden van daginvulling in een veilige en adequate omgeving die bij de beperking of problematiek van de inwoner past.
•Dit resultaat sluit aan bij ‘dagbesteding’ en/of ‘maatschappelijke participatie’ in de ZRM.
•Begeleiding op de groep en verzorging van inwoner op locatie van de dagbesteding wordt geacht onderdeel uit te maken van dit resultaat.
•Dit resultaat kan aangevuld worden met een ander resultaatgebied in het geval dat er individuele begeleiding ingezet moet worden tijdens de educatieve dagbesteding.
•Vervoer kan onderdeel uit maken van de maatwerkvoorziening.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner heeft een zinvolle invulling van de dag.
M4 Sociaal netwerk/Logeren
(Ambulante) begeleiding van de inwoners ingeval het sociaal netwerk niet op orde is. Er is geen of weinig steun van familie en vrienden, er zijn nauwelijks contacten buiten de deur. De inwoner trekt zich passief of actief terug.
Onder de te behalen resultaten wordt onder andere gerekend dat
1de inwoner wordt herkend en erkend door zijn omgeving
2de omgeving van de inwoner kan omgaan met (de beperking of gedragsproblematiek van) de inwoner;
3de inwoner op de hoogte is van contacten in zijn leefomgeving en daar gebruik van maakt;
4de inwoner in staat is zijn sociaal netwerk te ontwikkelen en te onderhouden
Randvoorwaarden
•De begeleiding richt zich niet uitsluitend op het individu maar ook op de andere leden
van het systeem waar het individu deel van uitmaakt.
•Ook logeren is onderdeel van dit resultaat (subresultaat d, interventieniveau 8). Van
belang is dat begeleiding en verzorging onderdeel uitmaken van dat resultaat.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Er is een gezond sociaal netwerk en inwoner ondervindt steun van dit sociaal netwerk.
M5 Maatschappelijke participatie
Ambulante begeleiding van de inwoner ingeval de inwoner niet of nauwelijks participeert in de maatschappij. Er is ofwel gebrek aan motivatie, ofwel gebrek aan sociale vaardigheden om deel te nemen aan de maatschappij.
Randvoorwaarden
•Indien maatschappelijke participatie wordt vormgegeven door met ondersteuning vrijwilligerswerk te verrichten, dan mag er geen sprake zijn van verdringing van betaalde arbeid.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De inwoner participeert actief in de maatschappij.
G1 Gezondheid (begeleiding)
Dit resultaat gaat over het geestelijk welbevinden van de inwoner. De begeleiding is gericht op het stabiel houden van de mentale toestand van de inwoner en de inwoner leert om te gaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De symptomen van de problematiek hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten. Er zijn niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen.
G1 Gezondheid (behandeling alleen voor jeugdigen)
Dit resultaat gaat over het geestelijk welbevinden van de jeugdige. De behandeling is gericht op het stabiel houden van de mentale toestand van de jeugdige en de jeugdige leert om te gaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. De jeugdige kan ten behoeve van de behandeling voor korte of langere tijd intramuraal worden opgenomen.
Randvoorwaarden
•Dit resultaatgebied kent twee vormen:
-behandeling regulier;
-behandeling kort intensief.
•Behandeling kort intensief is gepositioneerd onder interventieniveau 4 en duurt maximaal 3 maanden. Er vindt gemiddeld ten minste 1 gesprek per week plaats.
•De behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het
systeem worden betrokken bij de behandeling.
•Onderdeel van de subresultaten a en b is dat de ouders in staat zijn om zelfstandig of met ondersteuning met de problematiek van de jeugdige om te gaan en hem te ondersteunen.
•Subresultaat c heeft betrekking op de veiligheid van de jeugdige. Veiligheid is altijd een aandachtspunt en loopt dwars door alle interventies heen. Onder veiligheid verstaan we de inkoop van een aantal voorzieningen die betrekking hebben op veiligheid, namelijk: Veilig Thuis, de Jeugdreclassering en de Jeugdbescherming, Spoed voor Jeugd en crisisopvang. Deze taken zijn in Drenthe gezamenlijk gecontracteerd.
•Daghulp: het dagprogramma betreft een integraal aanbod, gebaseerd op een multidisciplinair behandelplan. Onderwijs en behandeling sluiten zoveel als mogelijk op elkaar aan.
•Voorwaarden Verblijf met bed:
-er is sprake van een intensieve verstoring in het psychiatrische ziektebeeld (psychisch, sociaal en somatisch functioneren), ernstige beperking in de sociale redzaamheid en/of ernstige gedragsproblemen waardoor er een noodzaak is tot (crisis-)opname om de zorg te kunnen leveren. Permanente begeleiding is noodzakelijk;
-dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats en voeding en de dagelijkse opvoeding en begeleiding bij onderwijs en vrijetijdsbesteding. Ook het specifiek opvoeden gelet op de problematiek maakt onderdeel uit van dit resultaatgebied;
-behandeling is altijd een onderdeel van dit resultaatgebied. Er dient sprake te zijn van een behandelperspectief;
-er is sprake van een evidence based behandelmethodiek;
-de behandeling is gericht op herstel van het gewone leven, bij voorkeur terugkeer van de jeugdige in het gezin om daar binnen zijn/haar mogelijkheden succesvol op te groeien. Verblijf in de 24-uurs behandelgroep is daarom tijdelijk en vaak onderdeel van een traject.
G1 Gezondheid Medicatiecontrole (alleen voor jeugdigen)
Dit resultaat gaat over het geestelijk welbevinden van de jeugdige. De behandeling is gericht op het stabiel houden van de mentale toestand van de jeugdige en de jeugdige leert om te gaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren.
Randvoorwaarden
•Dit resultaat betreft laagfrequente controle van het gebruik van medicatie voor een psychische beperking van de jeugdige.
•Dit resultaatgebied wordt uitsluitend ingezet indien de behandeling is afgerond. In andere gevallen maakt de medicatiecontrole onderdeel uit van het resultaatgebied dat bij het behandeltraject hoort.
•Dit resultaatgebied wordt toegekend voor de duur van één jaar.
G2 Verslaving ( begeleiding)
De begeleiding is gericht op het stabiel houden van de verslavingsproblematiek in brede zin. De inwoner leert omgaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. Het betreft de afhankelijkheid van middelen en het kunnen omgaan met de eventuele gevolgen daarvan. Doelstelling is afbouw van de afhankelijkheid en het zo goed mogelijk functioneren in de maatschappij.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Er is geen sprake van middelengebruik dan wel middelenmisbruik.
G2 Verslaving ( behandeling alleen voor jeugdigen)
Bij jeugdigen betreft het behandeling van verslavingsproblematiek in brede zin. Het betreft de afhankelijkheid van middelen en het kunnen omgaan met de eventuele gevolgen daarvan. Doelstelling is afbouw van de afhankelijkheid en het zo goed mogelijk functioneren in de maatschappij.
Randvoorwaarden
•De behandeling richt zich niet uitsluitend op de jeugdige. Ook de andere leden van het systeem worden betrokken bij de behandeling.
•Onderdeel van de subresultaten a en b is dat de ouders in staat zijn om zelfstandig of met ondersteuning met de problematiek van de jeugdige om te gaan en hem te ondersteunen.
•Subresultaat c heeft betrekking op de veiligheid van de jeugdige. Veiligheid is altijd een aandachtspunt en loopt dwars door alle interventies heen. Onder veiligheid verstaan we de inkoop van een aantal voorzieningen die betrekking hebben op veiligheid, namelijk: Veilig Thuis, de Jeugdreclassering en de Jeugdbescherming, Spoed voor Jeugd en crisisopvang. Deze taken zijn in Drenthe gezamenlijk gecontracteerd.
•Daghulp: Het dagprogramma betreft een integraal aanbod, gebaseerd op een multidisciplinair behandelplan. Onderwijs en behandeling sluiten zoveel als mogelijk op elkaar aan.
•De inkoop van ‘Verblijf met bed’ maakt geen onderdeel uit van dit resultaat. De contractering vindt bovenregionaal plaats.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Er is geen sprake van middelengebruik dan wel middelenmisbruik.
G3 Gezond opgroeien/opvoeden (voor jeugdigen)
Dit resultaatgebied heeft betrekking op de ondersteuning van zowel de ouders als de jeugdige.
Het gaat om (ambulante) behandeling of begeleiding van de jeugdige en/of de ouders als er behoefte is aan opvoedingsondersteuning van de ouders of behandeling/begeleiding van de jeugdige met gedragsproblematiek.
Randvoorwaarden
•De ondersteuning richt zich niet uitsluitend op het kind, maar ook op de andere leden van het systeem waar het kind deel van uitmaakt.
•Daghulp: het dagprogramma betreft een integraal aanbod, gebaseerd op een multidisciplinair behandelplan. Onderwijs en behandeling worden zoveel als mogelijk op elkaar afgestemd. Aan de gezinssituatie wordt intensieve ambulante hulpverlening geboden, waarbij het doel is het gezin beter toe te rusten om een antwoord te geven op het specifieke gedrag van het kind.
•Voorwaarden Verblijf met bed:
-Er kunnen meerdere redenen zijn waarom Verblijf met bed aan de orde is.
o Er kan sprake zijn van complexe en meervoudige problemen die maken dat intensievere ondersteuning nodig is dan thuis of in een pleeggezin geboden kan worden, en waarvoor de begeleiding zoals de zelfstandigheidstraining die kent onvoldoende is.
o Of het kan zinvol zijn om de jeugdige tijdelijk uit zijn context te halen en elders te verblijven. Dit tijdelijke verblijf kan ook in het buitenland zijn.
-Dit resultaatgebied omvat mede de dagelijkse verzorging van de jeugdige, zoals het bieden van een slaapplaats en voeding en de dagelijkse opvoeding en begeleiding bij onderwijs en vrijetijdsbesteding. Ook het specifiek opvoeden gelet op de problematiek maakt onderdeel uit van dit resultaatgebied.
-Er is sprake van een evidence based behandelmethodiek.
-Het verblijf is gericht op herstel van het gewone leven, bij voorkeur terugkeer van de jeugdige in het gezin om daar binnen zijn/haar mogelijkheden succesvol op te groeien, danwel binnen een gezinsvervangende vorm zoals pleegzorg of een gezinshuis. Verblijf in de 24-uurs setting is daarom tijdelijk en vaak onderdeel van een traject.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Er is slechts sprake van alledaagse herkenbare opvoedingsvragen die gaan over enkelvoudige en praktische problemen. De ouders kunnen de situatie goed aan. Jeugdige verblijft in een positief en veilig opvoedklimaat.
G4 Dyslexie
Dit resultaatgebied heeft betrekking op diagnosestelling en behandeling van dyslexie. De behandeling is gericht op het vergroten van leesvaardigheid, het opheffen of verminderen van de beperking, het omgaan met de beperking en het voorkomen van nadelige gevolgen ervan.
Randvoorwaarden
•Slechts indien sprake is van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) kan er sprake zijn van behandeling van dyslexie.
-De voorwaarden en zorgroute zoals die voor de dyslexiezorg golden blijven van toepassing Dit is verwoord in het document ‘Dyslexiezorg in Drenthe’ versie mei 2016.
-Dyslexiezorg is beschikbaar voor kinderen tot en met 13 jaar.
-Dyslexiezorg is vormgegeven conform het geldende protocol ‘Dyslexie Diagnostiek & Behandeling versie 2.0’ uit 2013.
-De diagnose valt binnen interventieniveau 4.
-De behandeling EED valt binnen interventieniveau 5.
-Voortraject: basisscholen in Drenthe dragen zorg voor de begeleiding en ondersteuning van leerlingen met lees- en spellingsproblemen. Zij doen dit vanuit de protocollen leesproblemen en dyslexie (masterplan Dyslexie) en geven dit vorm volgens het onderwijscontinuüm waarbij begeleiding van kinderen met leesproblemen op 4 zorgniveaus wordt uitgevoerd.
-Verwijzing en diagnose: mocht naar aanleiding van de uitgevoerde protocollen (testresultaten) blijken dat de problematiek zodanig is dat inzet op zorgniveau 3 niet meer toereikend is, dan heeft de school of het schoolbestuur (afhankelijk van de keuze die schoolbesturen maken) de mogelijkheid om, in overleg met ouders, de leerling aan te melden voor gespecialiseerd zorgaanbod om een diagnose uit te voeren gericht op het vaststellen van EED.
-Diagnose en behandeling: mocht er na de diagnose gestart worden met een behandeling dan vindt er tijdens de behandeling afstemming plaats tussen behandelaar en school, zodat ondersteuning en begeleiding vanuit school afgestemd kan worden op de behandeling. Wanneer na de diagnose blijkt dat er geen sprake is van EED vindt er eveneens een terugkoppeling plaats richting de school waarbij gekeken wordt welke andere ondersteuning, begeleiding mogelijk vanuit school gewenst is. In beide gevallen gebeurt dit uiteraard in afstemming met ouders.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De jeugdige is in staat om zelfstandig met zijn beperkingen vanwege dyslexie in het dagelijks functioneren om te gaan.
Artikel 3. Interventieniveau’s
Naast de hoofd- en subresultaten gebruiken gemeenten interventieniveaus om de intensiteit van de ondersteuning aan te duiden. De interventieniveaus maken het mogelijk om het op- en afschalen van ondersteuning te kunnen monitoren.
Niveau 1-3
De toegang is in de uitvoering verantwoordelijk voor informatie, advies, preventie en vrij toegankelijke lichte vormen van ondersteuning.
Niveau 4 ambulant, generalistisch
Jeugd: Ondersteunings- vraag gericht op een mild enkelvoudig probleem/ondersteuning op het gebied van de ontwikkeling of opvoeding van jeugdige
Wmo: Ondersteunings-vraag van een (jong) volwassen inwoner gericht op een mild enkelvoudig probleem in een leefgebied
Het betreft enkelvoudige problematiek of laagfrequente ondersteuning
Niveau 5 ambulant, specialistisch
Jeugd: Ondersteunings- vraag gericht op een ernstig enkelvoudig probleem of meervoudige problematiek op het gebied van de ontwikkeling of opvoeding van jeugdige
Wmo: Ondersteunings-vraag van een (jong) volwassen inwoner gericht op een ernstig enkelvoudig probleem in een leefgebied of gericht op meerdere leefgebieden of meervoudige problematiek
Niveau 6 ambulant, intensief specialistisch
Jeugd: Ondersteunings- vraag gericht op complexe meervoudige problematiek op het gebied van de ontwikkeling of opvoeding van jeugdige, waarbij de verschillende probleemgebieden door elkaar heen lopen en elkaar beïnvloeden (diffuus beeld)
Wmo: Ondersteunings-vraag van een (jong) volwassen inwoner gericht op complexe meervoudige problematiek, waarbij de problematiek op de verschillende leefgebieden door elkaar heen lopen en elkaar beïnvloeden (diffuus beeld)
De complexiteit vloeit voort uit een combinatie van onderstaande factoren:
-er is sprake van meervoudige problematiek op verschillende leefgebieden die elkaar negatief beïnvloeden;
-de problematiek is diffuus;
-de inwoner is niet in staat of bereid om de ondersteuningsvraag te formuleren (onwil dan wel onmacht);
-de sociale omgeving/gezin is niet in staat of bereid om mee te werken.
De ondersteuning is kortdurend en gericht op het stabiliseren van de situatie.
Niveau 7 daghulp
Jeugd: Ondersteuningsvraag jeugdige gericht op dagbehandeling, dagdeelbehandeling, dag-begeleiding of dagbesteding
Wmo: Ondersteuningsvraag van een (jong) volwassen inwoner gericht op dagbesteding
de complexe meervoudige problematiek raakt het hele gezin.
De ondersteuning wordt hoofdzakelijk buitenshuis geboden gedurende een dag of dagdeel in de vorm van daghulp of dagbesteding.
Niveau 8 Verblijf met bed
Jeugd: Ondersteuningsvraag jeugdige gericht op (deeltijd) verblijf met bed in een residentiële voorziening, met of zonder behandeling of ondersteuningsvraag jeugdige gericht op pleegzorg
Wmo: Ondersteunings-vraag van een (jong) volwassen inwoner gericht op (deeltijd) verblijf met bed binnen een 24-uurssetting met begeleiding en/of toezicht
De ondersteuning wordt buitenshuis geboden gedurende 24 uur per dag.
Hoofdstuk 4 Maatwerk Wmo en Jeugd
Artikel 4. Maatwerk in de vorm van zorg in natura
Wanneer duidelijk is dat er een maatwerkvoorziening of individuele voorziening moet komen is het mogelijk om te kiezen voor een voorziening in natura (Zorg in Natura – ZIN). Daarmee wordt bedoeld dat het college aan de aanvrager een voorziening verstrekt, die de inwoner kant-en-klaar ontvangt of die het college rechtstreeks aan de leverancier van die voorziening betaalt. Bijvoorbeeld begeleiding geleverd door de door de gemeente gecontracteerde instelling, een scootmobiel of een rolstoel.
Met de voorziening die de inwoner in natura krijgt, wordt hij/zij in staat gesteld zelfredzaam te zijn of te kunnen participeren en/of gezond en veilig op te groeien. Een maatwerkvoorziening kan ook een passende bijdrage leveren ten aanzien van de behoefte aan beschermd wonen en opvang.
Artikel 5. Maatwerk in de vorm van een persoonsgebonden budget
Een inwoner die in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening of individuele voorziening kan ook kiezen voor een persoonsgebonden budget (pgb) als financieringsvorm van de maatwerkvoorziening. Het pgb is een bruikbaar instrument voor individueel maatwerk en keuzevrijheid: inwoners hebben hiermee directe zeggenschap over hun ondersteuning. De budgethouder is zelf verantwoordelijk voor het inkopen van de individuele voorziening, hulpmiddel of ondersteuning en - waar het gaat om een hulpmiddel - het onderhoud, de reparaties en de verzekering.
Bekwaamheid van de aanvrager
Bij de beoordeling of een inwoner voor een pgb in aanmerking komt onderzoekt het college blijkens de wet of hij op eigen kracht voldoende in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger in staat is te achten de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren.
Bij het onderzoek betrekt het college of er overwegende bezwaren zijn, of er een ernstig vermoeden is dat de budgethouder problemen zal hebben met het omgaan met een pgb. De volgende situaties kunnen van invloed zijn op het besluit om al dan niet een pgb toe te kennen:
-de inwoner is handelingsonbekwaam;
-de inwoner heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie;
-er is sprake van verslavingsproblematiek;
-er is sprake van schuldenproblematiek;
-er is eerder misbruik gemaakt van het pgb;
-er is eerder sprake geweest van fraude.
Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn die van invloed kunnen zijn op de beslissing om al dan niet een pgb toe te kennen, bijvoorbeeld de mogelijke inzet vanuit de naaste omgeving.
In de genoemde situaties kan er aanleiding zijn een pgb niet toe te kennen. Om een aanvraag af te wijzen vanwege dergelijke overwegende bezwaren, moet er enige feitelijke onderbouwing zijn ter motivering van het besluit.
Motivering pgb
Als een inwoner een pgb wenst voor het te behalen resultaat dan moet hij dit motiveren. Voor Jeugd betekent dit dat de inwoner aan moet geven waarom ZIN niet passend is. Daarnaast moet de inwoner aangeven hoe de ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt ingericht (kwaliteit) en van wie hij de ondersteuning wil inkopen (professionals of mensen uit eigen netwerk)
Motivering
Een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt alleen verstrekt indien de inwoner dit gemotiveerd vraagt. Door de motiveringseis wordt de inwoner gestimuleerd na te denken over de invulling van zijn ondersteuningsvraag en deze te concretiseren.
Kwaliteit
Bij de beoordeling of een inwoner voor een pgb in aanmerking komt onderzoekt het college of de maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren veilig, doeltreffend en inwonergericht worden verstrekt. Daarbij wordt tevens beoordeeld of de maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt.
Wie de ondersteuning biedt
De inwoner kan de wens uitspreken om zijn sociale netwerk in te willen zetten. In navolging van de regering is de gemeente van mening dat de beloning van het sociale netwerk in elk geval beperkt moet blijven tot die gevallen waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt. Bij het pgb wordt onderscheid gemaakt in een professioneel tarief en een ‘sociaal netwerk-tarief’. De bedragen genoemd in het financieel besluit vloeien voort uit de verordening.
professioneel tarief
Iemand komt in aanmerking voor het professioneel tarief als hij/zij voldoet aan de professionaliteitsvereisten passend bij de zorgvraag en ook beroepsmatig die hulp verleend. Registratie als zorgverlener is alleen van belang als die specifieke registratie noodzakelijk is om de specifieke zorg te verlenen.
sociaal netwerk-tarief (eigen netwerk/naasten)
Tot ondersteuning uit het sociaal netwerk behoren:
1de familie in de 1e en 2e graad, en voorts
2de rest van de familie en de vrienden, met wie een overeenkomst tot opdracht is gesloten of die als werknemer in dienst is, en die niet voldoen aan de professionaliteitsvereisten en niet beroepsmatig jeugdhulp verleend.
Pgb voor hulpmiddel
Bij een aanvraag om een pgb voor een hulpmiddel kan worden volstaan met de beantwoording van de vragen:
-waarom de inwoner een pgb wil (motivering, doel);
-hoe de ondersteuning veilig, doeltreffend en inwonergericht wordt ingericht.
Diagnostiek
Een aantal zaken lenen zich minder voor pgb. Zo is eenvoudige diagnostiek een hulpmiddel in te zetten door de Toegang om de aard van de ondersteuning te kunnen beoordelen.
Dyslexie
Voor dyslexie volgen we de zorgroute zoals die is vastgelegd in het document Dyslexiezorg in Drenthe, “De zorgroute naar dyslexiezorg in de regio Drenthe” (februari 2015) en de herziening (7 oktober 2015). Hierover zijn afspraken gemaakt met de samenwerkingsverbanden. Het verstrekken van een pgb voor dyslexie past minder goed binnen deze afspraken.
Behandeling en verblijf in instelling
Voor alle vormen van behandeling en verblijf in instelling ( G1 en G3 en Z1) is de inzet van een geregistreerde professional nodig. Dit houdt in dat in beginsel voor deze vormen van hulp geen pgb sociaal netwerk wordt verstrekt.
Zie hiervoor de bijlage met alle tarieven in de resultatenmatrix.
Hoogte van pgb
(De hoogte van een pgb is afgeleid van de kosten van Zorg In Natura o.b.v. de resultaten.)
-wordt mede bepaald aan de hand van een door de inwoner aangegeven motivering over hoe hij het pgb gaat besteden;
-is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en omvat mede een vergoeding voor onderhoud en verzekering;
-wordt voor een hulpmiddel bepaald op ten hoogste de kost-/huurprijs van het hulpmiddel die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als het hulpmiddel in natura zou zijn verstrekt. Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop het hulpmiddel technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de kost-/huurprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering;
-bedraagt voor een hulpmiddel niet meer dan de kost/-huurprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst compenserende voorziening in natura;
-bedraagt voor diensten uitgevoerd door professionals 90% van het zorg in natura tarief
-bedraagt voor diensten uit het sociale netwerk € 20,00 per uur
-bedraagt voor huishoudelijke ondersteuning door het sociale netwerk € 12,80 per uur
Uit het pgb wordt niet betaald:
a.Bemiddelingskosten;
b.Administratieve kosten;
c.Vrij besteedbaar bedrag eenmalige uitkering;
d.Feestdagenuitkering;
e.Reiskosten.
Trekkingsrecht
In de Wmo 2015 is de verplichting opgenomen dat gemeenten pgb’s uitbetalen in de vorm van trekkingsrecht. Dit houdt in dat de gemeente het pgb niet op de bankrekening van de budgethouder stort, maar op de rekening van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
De budgethouder laat via een zorgovereenkomst en declaraties of facturen aan de SVB weten welk(e) / hoeveel uren hulp(middelen) zijn geleverd en de SVB zorgt vervolgens voor de uitbetaling aan de hulpverlener / de leverancier. De niet-bestede pgb-bedragen worden door de SVB na afloop van de verantwoordingsperiode teruggestort naar de gemeente
Eenmalige pgb’s voor een hulpmiddel hoeven niet te worden overgemaakt naar de SVB, maar kan na indiening van de factuur aan de inwoner worden uitbetaald.
Een eenmalige pgb voor een woningaanpassing wordt uitbetaald aan de hoofdbewoner van een woning in eigendom of aan de eigenaar van de woning waaraan de voorzieningen zijn getroffen.
Weigeringsgronden schulddienstverlening
Een inwoner kan een maatwerkvoorziening in het kader van schulddienstverlening geweigerd worden als:
-inwoner onvoldoende inzage geeft in diens financiële situatie;
-inwoner geen aantoonbare motivatie heeft om tot oplossing van schulden te komen;
-de inkomsten en uitgaven van inwoner niet in balans zijn;
-er sprake is van fraudevorderingen jonger dan vijf jaar op inwoner door een bestuursorgaan;
-een eerder traject schuldregeling (minnelijk en/of wettelijk) voortijdig door inwoner is afgebroken, minder dan 1 jaar voor nieuwe aanvraag door inwoner (recidive);
-een eerder traject schuldregeling (minnelijk en/of wettelijk) door inwoner succesvol is doorlopen, minder dan 2 jaar voor nieuwe aanvraag (recidive).
-inwoner een ondernemer is die aanspraak kan doen op het Bijstandsbesluit Zelfstandigen
Artikel 6 Beschikking
6.1 Inhoud beschikking
In de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Noordenveld 2017 is geregeld wat in ieder geval in de beschikking moet staan. Daarnaast wordt in de beschikking verder vermeld dat de inwoner wijzigingen in zijn of haar omstandigheden aan het college moet melden.
Het besluit moet zijn gebaseerd op een zorgvuldige motivering die de inwoner inzicht geeft in de beslissing van het college. In de onderzoeksfase hebben burgemeester en wethouders zicht gekregen op de aard en omvang van de behoefte aan ondersteuning door middel van een maatwerkvoorziening. Op basis van het verslag van het onderzoek zal het college tot zijn beslissing inzake de aard en omvang van de te verstrekken maatwerkvoorziening kunnen komen.
6.2 Beschikking Schulddienstverlening
Binnen de maatwerkvoorziening voor schulddienstverlening geldt voor het product Budgetbeheer dat een beschikking voor maximaal 18 maanden afgegeven wordt, met de mogelijkheid tot verlenging met nogmaals maximaal 18 maanden.
6.3 Einde beschikking
Een toekenning eindigt wanneer de indicatieperiode of geldigheidsduur is verstreken. In de volgende situaties komt eveneens een einde aan het recht op een voorziening:
-de inwoner verhuist naar een andere gemeente;
-de inwoner overlijdt;
-de situatie van de inwoner is veranderd en het college stelt vast dat de verstrekte voorziening niet meer voldoet.
Een verandering van de situatie dient, zoals hiervoor aangegeven, door de inwoner te worden doorgegeven aan de gemeente. Het college zal dan een besluit nemen over de beëindiging (of wijziging) van de toekenning.
6.4 Beëindigingsgronden beschikking schulddienstverlening
Een toekenning maatwerkvoorziening schulddienstverlening kan – naast de bepaling in 6.2 – beëindigd worden als:
-inwoner zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van de schulden;
-inwoner gedurende de looptijd van de maatwerkvoorziening schulddienstverlening nieuwe schulden aangaat;
-na beschikking blijkt dat op basis van onjuiste gegevens door inwoners de maatwerkvoorziening schulddienstverlening is toegewezen, terwijl indien deze informatie ten tijde van het onderzoek bekend zou zijn geweest, een andere beslissing zou zijn genomen.
Artikel 7 Bijdrage in de kosten
Bij gebruikmaking van een maatwerkvoorziening (in natura of PGB) is de inwoner een bijdrage verschuldigd op grond van artikel 2.1.4 lid 1 sub b van de wet Wmo en artikel 10 van de ‘Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Noordenveld
Binnen de gemeente geldt dat er een maximale eigen bijdrage wordt gevraagd
De eigen bijdrage is nooit meer dan de daadwerkelijke kosten.
Het bestaande beleid bestaat uit 2 onderdelen:
-Elke inwoner betaalt naar draagkracht mee. Dit betekent dat wij de inkomensafhankelijke paramaters blijven volgen.
-Voor inwoners die binnen het minimabeleid vallen bieden wij de mogelijkheid om de minimale eigen bijdrage gecompenseerd te krijgen via de collectieve ziektekostenverzekering van de sociale dienst.
Cliëntondersteuning
Voor cliëntondersteuning, verzorgd door MEE, en ondersteuning door de vertrouwenspersoon vraagt de gemeente geen eigen bijdrage. Cliëntondersteuning is gratis en toegankelijk voor iedereen.
Bijdragen voor een algemene voorziening worden door de inwoner rechtstreeks aan de leverancier van het product en/ of de ondersteuning voldaan.
Procedure van inning eigen bijdrage
-De gemeente stuurt de cliëntgegevens naar het CAK.
-Het CAK stelt de eigen bijdrage vast.
-Het CAK stuurt een definitieve beschikking naar de inwoner.
-Het CAK stuurt de factuur, waarop de eigen bijdrage in rekening wordt gebracht, naar de inwoner.
-Het CAK stelt de middelen beschikbaar aan de gemeenten.
Artikel 8 Vrijstelling bijdrage in de kosten
De eigen bijdrage is niet verschuldigd:
a.Als de hulpvrager of de echtgenoot van de hulpvrager een bijdrage als bedoeld in artikel 3.11 of 3.12 dan wel een bijdrage ingevolge de artikelen 3.3.2.1 of 3.3.2.2 van het Besluit langdurige zorg verschuldigd is;
b.indien de hulpvrager of zijn echtgenoot gedurende twee of meer nachten aaneengesloten in de bijdrageperiode in een instelling voor opvang verblijft; voor een rolstoel;
c.voor een inwoner die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, met uitzondering van een woningaanpassing
d.Voor educatieve en arbeidsmatige dagbesteding.
Artikel 9 Terugbetaling bij verkoop
De eigenaar-bewoner, die krachtens de verordening dan wel krachtens een aan de verordening voorafgaande verordening een bouwkundige woonvoorziening heeft ontvangen dient bij verkoop van deze woning binnen een periode van 10 jaar na gereed melding van de voorziening, deze verkoop van de woning onverwijld aan het college te melden. Het college kan de eigenaar/bewoner de verplichting opleggen om een deel van de investering aan de woning terug te betalen. De investering aan de woning door de gemeente wordt in 10 jaar afgeschreven. Het gaat alleen om het terugbetalen van het bedrag dat de gemeente in de verbouwing heeft geïnvesteerd. De reeds betaalde eigen bijdrage wordt van het terug te betalen bedrag afgetrokken.
Het bedrag dat na verkoop van de woning moet worden terugbetaald bedraagt voor het:
-Eerste jaar 60% van de investering;
-Tweede jaar 50% van de investering;
-Derde jaar 40% van de investering;
-Vierde jaar 30% van de investering;
-Vijfde jaar 20% van de investering;
-Zesde jaar 10% van de investering;
-Zevende jaar 10% van de investering;
-Achtste jaar 10% van de investering;
-Negende jaar 10% van de investering;
-Tiende jaar 10% van de investering;
-Elfde jaar 0% van de investering
Artikel 10 Huishoudelijke hulp
De hulp bij het huishouden is een maatwerkvoorziening onder de Wmo. Deze voorziening wordt geïndiceerd in uren. Voor vaststelling van de indicaties hanteren we naar aanleiding van de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep vooralsnog als uitgangspunt het CIZ protocol (onafhankelijk). Hier kan echter wel gemotiveerd van worden afgeweken.
Artikel 11 Regeling tegemoetkoming meerkosten
Deze regeling is bedoeld om chronisch zieken en gehandicapten tegemoet te komen in de extra kosten die hun ziekte en/of beperking met zich meebrengt. Vooral inwoners met een laag inkomen en een laag vermogen worden financieel getroffen door het wegvallen van de regelingen chronisch zieken, ouderen en gehandicapten, de Wtcg en de CER. Uitgangspunt hierbij is dat er sprake moet zijn van aannemelijke meerkosten en dat, wanneer nodig, er maatwerk geleverd wordt.
Voorwaarden
Om in aanmerking te komen voor de regeling tegemoetkoming meerkosten moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
-er is sprake van een chronisch ziekte en/of een beperking;
-de betrokkene is 18 jaar of ouder en inwoner van Noordenveld;
-de draagkracht is onvoldoende om de betreffende meerkosten zelf te kunnen betalen (dit houdt in dat het inkomen niet hoger is dan 110% van de bijstandsnorm die voor de inwoner geldt);
-het (gezamenlijk) vermogen mag de geldende vermogensgrenzen zoals bedoeld in de Participatiewet niet overschrijden;
-er is sprake van aannemelijke meerkosten. Deze kosten worden als aannemelijk beschouwd als de inwoner beschikt over:
. een Wmo-voorziening, of;
. een arbeidsongeschiktheidsuitkering naar de klasse van 80 – 100%, of;
. een geldige indicatie heeft o.g.v. de Wlz van 12 maanden of langer;
-er kan voor deze kosten geen beroep gedaan worden op een voorliggende voorziening;
-de tegemoetkoming is bedoeld voor het jaar waarin deze wordt aangevraagd. Een tegemoetkoming kan niet met terugwerkende kracht verstrekt worden;
-de hoogte van de tegemoetkoming wordt vastgelegd in het financieel besluit en kan jaarlijks worden aangepast.
Deze regeling geldt ook voor ouders met een te laste komend kind.
Artikel 12 Waardering mantelzorgers
Voor de waardering van mantelzorgers is jaarlijks een budget per hulpvrager beschikbaar. De hoogte van het bedrag is te vinden in het financieel besluit.
Om te beoordelen of er sprake is van mantelzorg, wordt de definitie van mantelzorg zoals verwoord in de Wmo 2015, gebruikt. Voorwaarden om in aanmerking te komen voor de waardering zijn:
-de hulpvrager doet aanvraag bij de gemeente;
-de hulpvrager woont in de gemeente Noordenveld;
-de hulp wordt verleend op basis van een sociale relatie;
-de waardering geldt voor het kalenderjaar waarin deze wordt aangevraagd;
-de waardering wordt één keer per kalenderjaar toegekend aan de hulpvrager
-het moet gaan om mantelzorg die langdurig ( > 3 maanden ) en intensief (> 8 uur per week) gegeven wordt.
Hoofdstuk 5 Privacy
Artikel 13. Verwerken van gegevens
Verwerken van persoonsgegevens
De vereisten die voortvloeien uit de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) zijn in de Wmo 2015 en Jeugdwet 2015 geborgd. De bevoegdheden van het College om persoonsgegevens te verwerken en te verstrekken staan in hoofdstuk 5 van de wettekst Wmo 2015 en hoofdstuk 7 Jeugdwet. Het College moet bij de gegevensverwerking transparant zijn over het proces richting de betrokken inwoner. Het moet voor de inwoner duidelijk zijn door wie en welke gegevens met welk doel verwerkt worden. Het college is bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van betrokkene, voor zover die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken met betrekking tot de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Het College is ook bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen en andere huisgenoten, voor zover het noodzakelijk is om te bepalen welke hulp zij de betrokken inwoner kunnen bieden. Het College is tevens bevoegd tot het verwerken van persoonsgegevens van mantelzorgers en anderen uit het sociale netwerk, die noodzakelijk zijn om vast te stellen welke hulp die personen aan de betrokken inwoner bieden of kunnen bieden.
Noodzakelijke gegevens
Voor het verwerken van gegevens, is de invulling van het begrip noodzakelijk cruciaal. Afhankelijk van de situatie, moet het College over bepaalde gegevens beschikken en moeten deze verwerkt worden. Het College moet altijd in staat zijn te kunnen redeneren waarom gegevens worden verwerkt en vastgelegd: waarom dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet.
Voorbeeld
Een buurvrouw doet regelmatig boodschappen voor de inwoners die voor ondersteuning contact zoekt met de toegang. Het is niet noodzakelijk dat het College persoonsgegevens van deze buurvrouw vastlegt. Dat een buurvrouw regelmatig boodschappen doet, is dan voldoende (zogenaamde dat-informatie).
Verwerken van gegevens andere gemeentelijke taken
Als het College persoonsgegevens - die het College ten behoeve van de uitvoering van taken vanuit de Jeugdwet, de Participatiewet of de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening heeft verkregen - wil verwerken voor de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet, dan mag dat enkel als deze inwoner zijn of haar ondubbelzinnige toestemming (expliciete schriftelijke toestemming) heeft verleend. Hierbij moet het College aan kunnen geven waarom het noodzakelijk is voor de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet om deze gegevens te verwerken.
Verwerken van gegevens derden
Het College heeft ook, na uitdrukkelijke toestemming van de betrokken inwoner, de bevoegdheid om gegevens te verwerken die verkregen zijn van een zorgverzekeraar of een zorg-/ ondersteuningsaanbieder en die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Ook hierbij is de invulling van het begrip noodzakelijk weer cruciaal.
Voorbeeld
Vanuit de Wmo 2015 heeft het College de plicht om de problematiek van de betrokken inwoner in het sociale domein in onderlinge samenhang in kaart te brengen en te bevorderen dat de dienstverlening zo goed mogelijk op elkaar is afgestemd. Problemen op grond van de Participatiewet (werkloosheid) kunnen bijvoorbeeld samenhangen met participatieproblemen in het kader van de Wmo 2015 (problemen bij de zelfredzaamheid en participatie) de Jeugdwet. Daarnaast kan het ook van belang zijn om de zorg die deze inwoner op grond van de Zorgverzekeringswet ontvangt, af te stemmen op de ondersteuning die hij of zij in aansluiting of in aanvulling daarop nodig heeft vanuit de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Omdat deze gegevens oorspronkelijk voor een ander doel zijn verwerkt, kan het College deze gegevens enkel verwerken voor de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet als de inwoner zijn of haar toestemming heeft gegeven.
Artikel 14. verstrekken van gegevens
Bevoegdheid verstrekken persoonsgegevens Wmo 2015 en de Jeugdwet.
De wettekst Wmo 2015 geeft zorg- en ondersteuningsaanbieders, het CAK, de SVB en toezichthouders ook bevoegdheden om gegevens te verwerken zodat deze organisaties hun (wettelijke) taken kunnen uitvoeren. Het College is bevoegd om persoonsgegevens te verstrekken aan deze organisaties, voor zover het gaat om gegevens die het College heeft verkregen in het kader van een onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte in het kader van de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Het College mag alleen die informatie verstrekken die de ontvangende organisatie nodig heeft die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de taak.
Voorbeeld
Het is mogelijk een ondersteuningsaanbieder die gegevens te verstrekken, die deze aanbieder nodig heeft om een inwoner de maatwerkvoorziening te leveren waarvoor een toekenning is ontvangen zoals bijvoorbeeld een hulpmiddelen, woningaanpassingen of een andere dienst. Voor het CAK zal het gaan om die gegevens, die noodzakelijk zijn om de inkomensafhankelijke bijdrage vast te stellen.
Gegevens verstrekken aan zorgverzekeraars
Het College mag gegevens aan zorgverzekeraars verstrekken na toestemming van de betrokken inwoner. Het gaat dan om gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken in de Zorgverzekeringswet die aan de zorgverzekeraar zijn opgedragen. Hiermee wordt de zorgverlening van de zorgverzekeraar en de ondersteuning vanuit de Wmo 2015 en de Jeugdwet goed op elkaar afgestemd.
Rechten en plichten inwoner in het kader van gegevensverstrekking Wmo 2015 en de Jeugdwet.
De inwoner heeft ook rechten in het kader van de verwerking en verstrekking van zijn persoonsgegevens: het recht om inzage te verkrijgen in de gegevens van deze inwoner waarover het College beschikt.
Het verwerken en verstrekken van gegevens is in bepaalde gevallen - zoals hierboven beschreven - afhankelijk gesteld van de uitdrukkelijke toestemming van de betrokken inwoner. De inwoner heeft ook de mogelijkheid om deze toestemming te weigeren. Een gevolg van de weigering zal zijn dat het College niet in staat is te komen tot een integraal aanbod voor de ondersteuning. De voorziening in het kader van de Wmo 2015 en de Jeugdwet zal niet of minder goed afgestemd zijn op andere voorzieningen die de betrokken inwoner eventueel ontvangt. Als het College - als gevolg van het niet verlenen van uitdrukkelijke toestemming - niet kan vaststellen of er reden is om de betrokken inwoner met een maatschappelijke voorziening te ondersteunen, dan kan het College negatief besluit nemen over de aanvraag. De betrokken inwoner wordt met de mogelijkheid om al dan niet toestemming te verlenen, zelf in staat gesteld een afweging te maken of hij of zij de gegevensverwerking en verstrekking in verhouding vindt staan tot de benodigde ondersteuning.
Het College meldt aan de inwoner die een melding doet bij de toegang dat de gemeente - indien noodzakelijk voor de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet - gegevens ophaalt, verstrekt en verwerkt die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet conform de regel- en wetgeving die van toepassing is. Na een melding volgt het onderzoek (hoofdstuk 1) dus de inwoner moet direct bij de melding geïnformeerd worden en toestemming geven.
Huiselijk geweld en kindermishandeling
Het College draagt in het kader van de Wmo 2015 en de Jeugdwet ook zorg voor de organisatie van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis Drenthe - VTD). VTD heeft op grond van de wet rechten en plichten om gegevens te verwerken en te verstrekken.
Derden, waaronder leden van de toegang, die beroepshalve beschikken over inlichtingen die noodzakelijk kunnen worden geacht om een situatie van kindermishandeling te beëindigen of een redelijk vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken, kunnen aan het VTD inlichtingen verschaffen. Deze inlichtingen kunnen worden verschaft op verzoek van het VTD of uit eigen beweging van één van de leden van de toegang. Hiervoor is geen toestemming vereist van de inwoner die het betreft en het kan - indien nodig - met doorbreking van de plicht tot geheimhouding op grond van een wettelijk voorschrift of op grond van hun ambt of beroep. Dit is het zogenoemde ‘meldrecht’. Bij de uitoefening van dit recht heeft de professional - het lid van de toegang - beoordelingsvrijheid. Het recht om te zwijgen en het recht van spreken zal moeten worden afgewogen, waarbij de professional deze afweging moet kunnen verantwoorden.
Verwijsindex
In Paragraaf 7.1 van de Jeugdwet zijn de bepalingen betreffende de verwijsindex risicojongeren (VIR) opgenomen. Hier zijn ook enkele bepalingen opgenomen ten behoeve van een gezinsfunctionaliteit, die het mogelijk maakt dat hulpverleners van elkaars betrokkenheid bij andere jeugdigen binnen eenzelfde gezin op de hoogte worden gesteld.
Hoofdstuk 6. Klachten
Artikel 15. Klachtenregeling
In hoofdstuk 9 van de Awb is geregeld hoe de overheid, dus ook de gemeente, met klachten om moet gaan.
Het klachtrecht is bestemd voor klachten over gedragingen van bestuurders en ambtenaren.
Een klacht indienen kan als de hulpvrager vindt dat er niet serieus naar hem/haar geluisterd wordt of dat hij/zij aan het lijntje gehouden wordt. Ook als men van mening is verkeerd of helemaal niet geïnformeerd te zijn, kan dit bijvoorbeeld een reden zijn om een klacht in te dienen.
In de regel zal de aanbieder worden aangesproken bij klachten over de wijze van behandeling. De klachtmogelijkheid tegenover de aanbieder is geregeld in artikel 3.2 e.v. Wmo en artikel 4.2.1 e.v. van de Jeugdwet Pas wanneer dit klachtrecht niet logisch is, bijvoorbeeld bij gedragingen van gemeenteambtenaren, komt de gemeentelijke klachtmogelijkheid in zicht.
Als een hulpvrager een klacht in willen dienen over gedragingen van medewerkers van organisaties die onderdeel uit maken van de toegang, dan dient de klachtenregeling van de betreffende organisatie te worden gevolgd.
Als de hulpvrager een klacht in willen dienen over gedragingen van gemeenteambtenaren dan wordt de klachtenregeling van de gemeente gevolgd.
https://www.gemeentenoordenveld.nl/bestuur_en_organisatie/service,_inspraak_en_klachten/klachtenregeling.
Het indienen van een klacht
Een klacht moet schriftelijk ingediend worden bij het bestuursorgaan waarop de klacht betrekking heeft. Het spreekt vanzelf dat naam en adres van de klager vermeld worden, want anonieme klachten kunnen niet in behandeling genomen worden. In de brief moet een zo duidelijk mogelijke omschrijving staan van wat er gebeurd is. Ook moet er in staan welke ambtenaar of bestuurder het betreft, waar en wanneer het is gebeurd en waarom bezwaar gemaakt wordt tegen de gedraging.
Vindt de hulpvrager het moeilijk om de klacht op papier te zetten, dan kan cliëntondersteuning of de vertrouwenspersoon ze daarbij helpen. Wanneer de brief is ontvangen, krijgt de indiener daarvan een schriftelijke bevestiging. In deze bevestiging staat ook hoe de klacht behandeld zal worden.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 16. Indexering
Bij deze uitvoeringsregels hoort een financieel besluit. De daarin opgenomen bedragen kunnen jaarlijks door het college worden geïndexeerd.
Artikel 17. Intrekking oude beleidsregels en nadere regels
De uitvoeringsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Noordenveld vervangen de Uitvoeringsregels jeugdhulp gemeente Noordenveld 2016 en de uitvoeringsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordenveld 2015.
Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel
De uitvoeringsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Noordenveld 2017 ” treden in werking op 1 januari 2017. Deze beleidsregels zijn een nadere invulling van de “Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Noordenveld 2017 “