Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordenveld;
gelet op artikel 84 Gemeentewet en artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
besluit vast te stellen de
Regeling inzake de behandeling van bezwaarschriften gemeente Noordenveld 2022
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a.commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften;
b.wet: Algemene wet bestuursrecht;
c.bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen.
Het kan gaan om het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester of de gemeenteraad, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft.
Artikel 2 Inleidende bepaling
1Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester.
2De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen en retributies of de Wet waardering onroerende zaken.
3De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften met betrekking tot beschermd wonen en opvang zoals beschreven in artikel 1.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Artikel 3 Samenstelling van de commissie
1De commissie bestaat uit een voorzitter en tenminste twee leden.
2De voorzitter en de leden worden door het college benoemd en ontslagen.
3De commissie regelt onderling de vervanging van de voorzitter en leden ingeval van verhindering of overmacht.
4De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan.
Artikel 4 Benoeming en zittingsduur
1De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd door burgemeester en wethouders voor een periode van vier jaar.
2Zij kunnen éénmaal worden herbenoemd voor een periode van vier jaar.
3De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.
4De aftredende of ontslagnemende voorzitter of leden van de commissie kunnen hun functie blijven vervullen totdat in de opvolging is voorzien.
Artikel 5 Secretaris
1De secretaris van de commissie is een door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar. Burgemeester en wethouders kunnen één of meer ambtenaren aanwijzen als secretaris.
2Burgemeester en wethouders kunnen een of meer plaatsvervangers van de secretaris aanwijzen. Voor de uitvoering van de taken van de secretaris kan een externe plaatsvervangend secretaris worden ingeschakeld door burgemeester en wethouders.
Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift
1Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.
2Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde bijlagen wordt ingeboekt in de werkvoorraad van het secretariaat van de commissie.
3Een bezwaarschrift dat anders is ingeboekt wordt zo spoedig mogelijk doorgestuurd naar de commissie.
4De commissie verstuurt de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 6:14 van de wet.
Artikel 7 Uitoefening bevoegdheden
De voorzitter van de commissie oefent voor de toepassing van deze Regeling de bevoegdheden van de wet uit die staan vermeld in;
•2:1, tweede lid (verzoek om machtiging);
•6:6, voor wat betreft het aan de indiener stellen van een termijn;
•6:17, voor zover de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie;
•7:4, tweede lid (ter inzage leggen van stukken voor belanghebbenden) ;
•7:6, vierde lid (besluiten over geheimhouding in specifieke situaties).
Artikel 8 Vooronderzoek
1De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.
2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe in de zitting te verschijnen. Als daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van burgemeester en wethouders vereist.
Artikel 9 Hoorzitting
1De voorzitter bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.
2De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet.
3Als de voorzitter op grond van het tweede lid besluit van het horen af te zien doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbende(n) en het bestuursorgaan;
4Het bestuursorgaan levert vóór een door de commissie te bepalen tijdstip het procesdossier en een schriftelijke reactie op het bezwaar aan bij het secretariaat van de commissie.
Artikel 10 Uitnodiging zitting
1De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het bestuursorgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.
2Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen zij onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.
3De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.
4De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid.
Artikel 11 Quorum
Voor het houden van een zitting is vereist dat tenminste twee leden, dan wel de voorzitter en een lid aanwezig zijn. De commissie vergadert gewoonlijk in een samenstelling van twee leden en de voorzitter.
Artikel 12 Niet-deelneming aan de behandeling
De voorzitter en de leden van de commissie nemen geen deel aan de behandeling van een bezwaarschrift, als daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen.
Artikel 13 Openbaarheid zitting
1Hoorzittingen van de commissie zijn in beginsel openbaar.
2Een hoorzitting kan besloten plaatsvinden als de voorzitter of een lid van de commissie dat nodig oordeelt, al dan niet op verzoek van een belanghebbende.
3De hoorzittingen inzake persoonsgebonden besluiten (Sociaal Domein) zijn niet openbaar.
Artikel 14 Verslaglegging
1Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet bestaat uit een digitale geluidsopname of uit een schriftelijk verslag van de hoorzitting
2In de volgende situaties is het verslag in ieder geval schriftelijk:
•wanneer een belanghebbende of diens gemachtigde geen toestemming heeft
•gegeven voor het maken van een geluidsopname;
•wanneer het bestuursorgaan dit nodig acht voor zijn besluitvorming;
•wanneer een belanghebbende daarom verzoekt of
•op verzoek van een gerechtelijke instantie in het geval van een (hoger)beroepsprocedure.
3Een geluidsopname wordt op verzoek aan belanghebbende(n) ter beschikking gesteld, tenzij de voorzitter daarmee niet akkoord gaat. In dat geval wordt een schriftelijk verslag verstrekt.
4Het schriftelijke verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.
5Het schriftelijke verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.
6Als de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of als belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het schriftelijke verslag hiervan melding.
7Het schriftelijke verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.
8Het schriftelijke verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
Artikel 15 Digitaal of telefonisch horen
1De voorzitter beslist omtrent telefonisch of digitaal horen, met inachtneming van de belangen van eventuele andere belanghebbenden.
2De voorzitter kan het telefonisch horen opdragen aan de secretaris.
3Voor het digitaal of telefonisch horen wordt een separate afspraak gemaakt.
4Van het digitaal of telefonisch horen wordt een verslag gemaakt.
5Het bepaalde in artikel 14 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16 Nader onderzoek
1Als na de zitting maar voordat het advies wordt uitgebracht nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie dit onderzoek houden.
2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het bestuursorgaan en de belanghebbenden toegezonden.
3De leden van de commissie, het bestuursorgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de informatie de voorzitter van de commissie vragen om een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo’n verzoek.
4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze regeling die betrekking hebben op de hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17 Raadkamer en advies
1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.
2De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.
3Als bij een stemming de stemmen staken dan beslist de stem van de voorzitter.
4Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt, als die minderheid dat verlangt.
5Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.
6Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend.
Artikel 18 Uitbrengen advies
1Het advies wordt tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. Het eventuele schriftelijke verslag als bedoeld in artikel 14 wordt meegestuurd net als eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie.
2De voorzitter van de commissie vraagt het bestuursorgaan om de beslistermijn (de termijn van twaalf weken als bedoeld in artikel 7:10 eerste lid van de wet) te verdagen als hij verwacht dat die termijn ontoereikend is voor het nemen van een beslissing op bezwaar;
3Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift.
Artikel 19 Inwerkingtreding
1Deze Regeling treedt in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking daarvan.
2Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van deze Regeling vervalt de Regeling behandeling bezwaarschriften gemeente Noordenveld 2014.
Artikel 20 Citeertitel
Deze regeling kan worden aangehaald als:
Regeling behandeling bezwaarschriften gemeente Noordenveld 2022.