Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordenveld,
Gelet op het bepaalde in artikel 149 van de gemeentewet en artikel 2 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening (Asv) Noordenveld 2011, uitvoeringsagenda Jeugd.
Besluit:
Vast te stellen de nadere regel Peuteropvang Noordenveld
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Aanbieder : Kinderdagverblijf dat gevestigd is in Noordenveld en dat geregistreerd staat in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen
Kinderopvangtoeslag: De toeslag voor kinderopvang zoals bedoeld in het Besluit Kinderopvangtoeslag
Maximum uurprijs: De uurprijs voor kinderopvang zoals jaarlijks wordt vastgesteld door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Maximum uurprijs VVE: De uurprijs voor kinderopvang zoals jaarlijks wordt vastgesteld door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, met een toeslag van maximaal 15%
Peuter: Een kind dat de leeftijd van twee jaar al wel, maar de leeftijd van vier jaar nog niet heeft bereikt
Peuteropvang; Opvang van een peuter of VVE-peuter verzorgd door een aanbieder
VVE-peuter: Een peuter met een indicatiestelling van het Centrum Jeugd en Gezin die opvang krijgt bij een aanbieder die voldoet aan de voorwaarden genoemd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
Artikel 2 Doel
Subsidie wordt verstrekt aan een aanbieder om alle peuters in de gemeente Noordenveld gelijke kansen op peuteropvang en (taal)ontwikkeling te geven.
Artikel 3 Kosten peuteropvang en peuteropvang VVE
1De kosten voor peuteropvang wordt berekend op basis van 220 uur per jaar vermenigvuldigd met de maximum uurprijs.
2De kosten voor peuteropvang VVE wordt berekend op basis van 180 uur per jaar vermenigvuldigd met de kostprijs van de aanbieder (tot de maximum uurprijs VVE) aangevuld met € 400,- per VVE-peuter per jaar.
3Indien de prijs per uur peuteropvang minder bedraagt dan de maximum uurprijs, dan wordt gerekend met deze lagere uurprijs.
Artikel 4 Hoogte subsidie peuteropvang
1Subsidie wordt verstrekt voor peuteropvang indien de ouder(s)/verzorger(s) van de peuter niet in aanmerking komen voor Kinderopvangtoeslag.
2De subsidie bedraagt een percentage van de kosten van peuteropvang.
3Indien meer dan één kind van een ouder/verzorger gebruik maakt van peuteropvang, wordt voor het percentage onderscheid gemaakt tussen het eerste kind en overige kinderen.
4De percentages als bedoeld in lid 2 en lid 3 staan vermeld in bijlage 1 van het Besluit kinderopvangtoeslag.
5Indien de ouders/verzorgers in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, bedraagt de subsidie in afwijking van lid 2 tot en met 4, de kostprijs van de aanbieder (tot maximum uurprijs VVE ) van peuteropvang.
Artikel 5 Hoogte subsidie peuteropvang VVE
1Subsidie wordt verstrekt voor peuteropvang VVE.
2De subsidie bedraagt de kosten van peuteropvang VVE.
Artikel 6 Verplichtingen aanbieder
1Subsidie wordt verstrekt aan de aanbieder die
a.samenwerkt met het basisonderwijs zodat een doorgaande lijn met het basisonderwijs ontstaat;
b.zorgt voor overdracht van gegevens over de ontwikkeling van de peuter bij de doorstroom naar het basisonderwijs (middels overdrachtsdocument gemeente Noordenveld);
c.zorgt voor een ‘warme’ overdracht over de ontwikkeling van een VVE peuter;
d.werkt met het taalstimuleringsprogramma ‘Piramide’;
e.samenwerkt met het Centrum Jeugd en Gezin.
2De aanbieder is verantwoordelijk voor het innen van de ouderbijdragen.
Artikel 7 Aanvraag van de subsidie
1De subsidie wordt aangevraagd voor 1 september in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
2Bij de subsidieaanvraag verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:
a.Registratienummer landelijk register
b.Locatienaam, adres en contactgegevens
3De aanvrager berekent de hoogte van de te ontvangen subsidie, gebaseerd op de gegevens genoemd in dit lid en verstrekt die gegevens.
a.Het verwachte aantal kinderen voor wie in het kalenderjaar peuteropvang wordt aangeboden, waarvan de ouder(s)/verzorger(s) geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag
b.Het verwachte aantal kinderen voor wie in het kalenderjaar peuteropvang wordt aangeboden, dat een VVE-indicatie heeft
c.Het verwachte aantal kinderen voor wie in het kalenderjaar peuteropvang wordt aangeboden, waarvan de ouder(s)/verzorger(s) in aanmerking komen voor kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen.
d.Uurprijs van peuteropvang.
e.Het verwachte te ontvangen bedrag aan ouderbijdrage.
Artikel 8 Verlening van de subsidie
1Binnen 4 weken nadat de gemeenteraad de begroting heeft vastgesteld wordt beslist op de aanvraag.
2De subsidie wordt uitbetaald in 4 termijnen; in januari, april, juli en oktober
Artikel 9 Vaststelling van de subsidie
1Uiterlijk 6 maanden na het jaar waarvoor de subsidie is verleend, verzoekt de ontvanger om vaststelling van de subsidie.
2De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a.Het aantal kinderen voor wie in het kalenderjaar peuteropvang werd aangeboden, waarvan de ouder(s)/verzorger(s) geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag.
b.Het aantal kinderen voor wie in het kalenderjaar peuteropvang werd aangeboden, dat een VVE-indicatie heeft.
c.Het aantal kinderen voor wie in het kalenderjaar peuteropvang werd aangeboden, waarvan de ouder(s)/verzorger(s) in aanmerking komen voor kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen.
d.Uurprijs van peuteropvang.
e.Het ontvangen bedrag aan ouderbijdrage.
Artikel 10 Inwerkingtreding
Deze nadere regel treedt in werking op 1 september 2017.
Artikel 11 Intrekking
De artikelen 16, 17, 18 en19 van de Subsidieverordening Welzijn, cultuur en sport december 2002 worden per 1 september 2017 ingetrokken met dien verstande dat verleende subsidies op grond van deze uitvoeringsregels kunnen worden vastgesteld.
Artikel 12 Citeerartikel
Deze nadere regel kan worden aangehaald als ‘Nadere regel Peuteropvang Noordenveld’.