Aanhef
Bestuurlijke samenvatting
Voor u ligt het integraal beleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving van de gemeente Noordenveld voor de jaren 2017 tot 2020 (VTH beleid). In dit document kunt u lezen op welke wijze toezicht- en handhavingstaken in de gemeente Noordenveld worden uitgevoerd op het gebied van de fysieke leefomgeving. Het beleid richt zich specifiek op de VTH-taken die volgen uit het omgevingsrecht (bouwen, ruimtelijke ordening, milieu en (brand)veiligheid).
Aanleiding
Het Rijk, het IPO en de VNG zijn in 2009 een set kwaliteitscriteria overeengekomen. Deze kwaliteitscriteria 2.1 zijn bedoeld om de uitvoering van de VTH-taken door gemeenten en provincies in het omgevingsrecht te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. In het najaar van 2016 heeft onze gemeenteraad hiertoe een verordening vastgesteld. Hiervoor is een Drentse verordening gebruikt, op basis van de kwaliteitscriteria 2.1, waarmee gemeenten op meer uniforme wijze de kwaliteit van de uitvoering van VTH-taken kunnen borgen. Ook voor de totstandkoming van dit voorliggende beleid zijn deze criteria belangrijk.
De kwaliteitscriteria 2.1 gaan over proces, inhoud en kritieke massa. Dit beleid heeft voornamelijk betrekking op de procescriteria. De kwaliteitscriteria vereisen een actueel en volledig VTH-beleid, waarin wordt opgenomen welke doelen de gemeente zichzelf stelt bij uitvoering van de VTH-taken, hoe deze doelen worden bereikt en op welke wijze de gemeente haar taken zal uitvoeren. Door te voldoen aan de kwaliteitscriteria wordt ervoor gezorgd dat de gemeente Noordenveld in staat is de gewenste kwaliteit en continuïteit te leveren.
Het beleidsdocument is in samenwerking met de gemeenten Aa en Hunze, Assen en Tynaarlo opgesteld. Reacties van samenwerkingspartners (de Veiligheidsregio Drenthe en de Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe) zijn in dit stuk verwerkt. Het is een gemeenschappelijk beleidsdocument voor de Noord-Drentse gemeenten, dat lokaal aangepast is waar nodig. Dit om de “couleur locale” te behouden en aansluiting te zoeken bij het vastgestelde bestuursakkoord en de opgestelde Omgevingsvisie.
Visie
Vergunningverlening, toezicht en handhaving dragen bij aan de kernwaarden van de Omgevingsvisie van de gemeente Noordenveld. Samen willen wij een veilige, gezonde, aantrekkelijke en duurzame omgeving waarin onze inwoners kunnen wonen, werken, recreëren, opgroeien en leven.
Echter, soms kan het gedrag van individuele inwoners of bedrijven bovenstaande visie en/of kernwaarden bedreigen en een risico opleveren voor de leefomgeving. Het is dan aan de gemeente om te zorgen dat de risico's beheersbaar blijven. Er is echter altijd een grens aan de middelen die de gemeente daarvoor kan en wil inzetten. Deze grens bepaalt daarmee ook de mate van risico die we acceptabel vinden om door de gemeentelijke samenleving te worden gedragen.
Vergunningverlening
De gemeente Noordenveld wil bij vergunningverlening een betrouwbare partner zijn voor inwoners en ondernemers. Zij wil zich dienstverlenend opstellen en de inwoner zo optimaal mogelijk bedienen. De gemeente Noordenveld kiest voor een klantgerichte en vraaggerichte benadering, waarbij een snelle, zorgvuldige en tijdige afhandeling van de vergunningaanvragen centraal staan.
De inwoner wordt daarbij op een deskundige en vriendelijke wijze van informatie voorzien. Voortdurend wordt gestreefd naar verbetering van de dienstverlening.
De focus van de gemeente Noordenveld ligt niet op de beperkingen die wet- en regelgeving met zich meebrengen, maar bij het beoordelen van vergunningaanvragen wordt gezocht naar de mogelijkheden om de aangevraagde activiteiten te vergunnen (ja-tenzij principe).
Toezicht en handhaving
De gemeente Noordenveld zorgt samen met haar inwoners en bedrijven voor een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving. Toezicht en handhaving zijn instrumenten die bij kunnen dragen dit streven.
Daarnaast wil de gemeente Noordenveld op een goede wijze uitvoering te geven aan de taken die voortvloeien uit wetgeving en beleid.
De gemeente streeft naar duidelijke normen, zodat inwoners, bedrijven, instellingen en overheden hun eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen om zich volgens de voor hen geldende regels te gedragen. Naleefgedrag neemt in de visie een centrale plaats in. Naleving is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven zelf. Van inwoners en ondernemers wordt verwacht dat ze zich maatschappelijk verantwoord gedragen, de regels kennen en naleven en dat zij hierin samenwerken en elkaar aanspreken op ieders verantwoordelijkheid.
Ter verbetering van naleefgedrag wordt gekozen voor een gerichte aanpak. De aanpak bestaat uit een doordachte combinatie van handhavingsinstrumenten en wordt op de situatie toegesneden. Hierbij hebben preventieve instrumenten de voorkeur boven repressieve instrumenten.
Voor het bepalen van de prioriteiten voor handhavingsdomeinen, is een risicoanalyse uitgevoerd. Per handhavingsdomein wordt gekeken naar mogelijke negatieve effecten en kansen op niet naleven van de regels. De handhavingscapaciteit wordt ingezet op hoogst scorende domeinen van de risicoanalyse. Vervolgens zal bepaald worden op welke wijze er invulling gegeven wordt aan de handhavingsprioriteiten. De uitwerking van de handhavingsprioriteiten van de gemeente Noordenveld zijn opgenomen in het VTH-programma.
Uitwerking van het beleid
Het VTH-beleid wordt jaarlijks uitgewerkt in een VTH programma. Het VTH programma bevat een realistische raming van de VTH activiteiten die dat jaar zullen worden uitgevoerd. Het VTH programma is leidend voor de uitvoering van deze taken.
Daarbij dient uiteraard rekening gehouden te worden met de organisatorische en financiële mogelijkheden en de bestuurlijke ambitie.
Monitoring
Gedurende de uitvoering van het VTH-programma vindt monitoring plaats van de onderwerpen die hierin zijn geregeld. Het monitoren hiervan is bijvoorbeeld belangrijk om lopende het jaar te kunnen sturen op de planning, om te controleren of gehandeld wordt conform de vastgestelde (beleids)kaders en om gegevens te verzamelen ten behoeve van de evaluatie. De verzamelde gegevens worden daarnaast gebruikt als input voor het VTH-programma van het opvolgende jaar en kunnen aanleiding zijn om het VTH-beleid op onderdelen aan te passen.
Evaluatie
Na afloop van een kalenderjaar wordt er een VTH jaarverslag opgesteld. Dit verslag geldt als evaluatie van het VTH programma van het desbetreffende jaar. In deze evaluatie wordt een overzicht gegeven van de doelstellingen uit het VTH programma. Deze doelstellingen worden afgezet tegen de resultaten van het desbetreffende jaar. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft, worden de prioriteiten, beleidsdoelstellingen of strategieën aangepast in het VTH programma voor het daaropvolgende jaar.
Afkortingen
APV Algemene plaatselijke verordening
BOA Buitengewoon opsporingsambtenaar
Bor Besluit omgevingsrecht
College College van burgemeester en wethouders van Noordenveld
DHW Drank- en Horecawet
IPO Interprovinciaal Overleg
NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
Raad Gemeenteraad van Noordenveld
RUD Regionale uitvoeringsdienst Drenthe
VNG Vereniging van Nederlandse Gemeenten
VRD Veiligheidsregio Drenthe
VTH Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Inhoudsopgave
Bestuurlijke samenvatting
1Inleiding
1.1 Algemeen
1.2 Afbakening
1.3 Leeswijzer
2Achtergrond VTH-beleid
2.1 Inleiding
2.2 Aanleiding
2.3 Definities
2.4 Beleidskaders
2.5 Relatie met andere (beleids)documenten
3Visie
3.1 Inleiding 14
3.2 Visie
3.3 Uitgangspunten
3.4 Doelstellingen
4Omgevingsanalyse
4,1 Inleiding
4.2 Probleemanalyse
4.3 Risicoanalyse
4.4 Prioriteiten
5Strategie vergunningverlening
5.1 Inleiding
5.2 Algemeen
5.3 Vooroverleg
5.4 Toetsing aanvraag omgevingsvergunning – algemeen
5.5 Toetsing aanvraag omgevingsvergunning – inhoudelijk
5.6 Besluitvorming
6Nalevingsstrategie
6.2 Inleiding
6.3 Landelijke handhavingsstrategie
6.4 Toezichtstrategie
6.5 Sanctiestrategie
6.6 Gedoogstrategie
6.7 Samenwerking
7Monitoring en evaluatie
7.1 Monitoring
7.2 Evaluatie
Bijlage I. Risicoanalyse
Bijlage II. Handboek
Bijlage III. Landelijke handhavingsstrategie
De eigen prioriteiten van de gemeente zijn opgenomen in het VTH-programma.
De landelijke prioriteiten zijn opgenomen in het VTH-programma.
6 Nalevingsstrategie
6.4.2 Functies en bevoegdheden
Toezichtbevoegdheid
Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormt voor gemeentelijke toezichthouders het algemeen kader voor beschikbare toezichtsbevoegdheden. Daarnaast kan specifieke wet- of regelgeving een aanvullende, beperkende of toevoegende werking op dit kader hebben. In het algemeen is bij toezichthandelingen sprake van feitelijk handelen, waar ook de beginselen van behoorlijk bestuur uit afdeling 3.2 Awb op van toepassing zijn voor zover de aard van de toezichthandeling zich daar niet tegen verzet. De toezichthouder maakt slechts gebruik van zijn bevoegdheid voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is. Hieruit vloeit voort dat de toezichthouder zijn bevoegdheid moet uitoefenen op de wijze die voor de burger de minst belastende is.
Een toezichthouder mag elke plaats betreden en mag daarbij ter ondersteuning personen meenemen en zich desnoods met behulp van de politie toegang verschaffen. Voor het betreden van een woning is toestemming van de bewoner nodig. Indien nodig kan de toezichthouder op basis van de Algemene wet op het Binnentreden daartoe worden gemachtigd. Ook mag een toezichthouder in het kader van de uitoefening van toezicht personen vragen om zich te identificeren, inlichtingen en inzage vorderen, zaken alsmede voertuigen onderzoeken, monsters nemen. Men is verplicht hieraan medewerking te verlenen.
Toezichthouders
Onder toezichthouder wordt verstaan een persoon bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Aan de toezichthouders wordt een legitimatiebewijs verstrekt waarop ook de wet- en regelgeving staat vermeld ten aanzien waarvan de toezichthouder bevoegd is om toezicht uit te oefenen. Binnen de gemeente zijn verschillende ambtenaren door middel van aanwijzingsbesluiten door het college aangewezen als toezichthouder. Daarin is aangegeven op welke grondslag een toezichthouder wordt aangewezen en welke bevoegdheden hij heeft. Toezichthouders worden over het algemeen belast met het houden van toezicht op de naleving van een groot deel van de wet- en regelgeving die betrekking heeft op bouwen en ruimtelijke ordening en openbare ruimte. Zo kan ook naar aanleiding van bevindingen die inspecteurs doen buiten hun eigen vakgebied actie worden ondernomen (signaaltoezicht).
Toezichthouders hebben geen verbaliserende bevoegdheid of opsporingsbevoegdheid, dit is voorbehouden aan BOA’s. Zij kunnen wel overtredingen signaleren en in samenwerking met de juridisch medewerkers handhaving (met in achtneming van een groot aantal tussenstappen) overgaan tot het toepassen van bestuursrechtelijke dwangmiddelen.
Buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA)
Een BOA is een opsporingsambtenaar die niet in dienst is bij de politie of de marechaussee maar wel opsporingsbevoegdheden heeft. De Minister van Justitie verleent deze bevoegdheden. Toekenning van opsporingsbevoegdheden geschiedt alleen wanneer is aangetoond dat het verkrijgen van die bevoegdheden noodzakelijk is voor het verrichten van een functie en wanneer de BOA voldoet aan eisen van vakbekwaamheid en van onbesproken gedrag is. In een akte van opsporingsbevoegdheid worden de verleende opsporingsbevoegdheden genoemd. Bij de werkzaamheden van de BOA gaat het zowel om preventief als repressief toezicht. Zijn aanwezigheid in de wijk is preventief, zodra hij een overtreder bekeurt is het repressief.
Opsporing is gericht op de ontdekking van strafbare feiten en uiteindelijk op het bestraffen van plegers. Dit is wezenlijk anders dan het houden van toezicht om overtredingen te ontdekken zodat deze ongedaan kunnen worden gemaakt. Vaak hebben BOA’s echter ook toezichtbevoegdheden. Deze toezichtbevoegdheden mogen niet worden gebruikt ter opsporing van strafbare feiten. Wanneer een BOA in het kader van het houden van toezicht op enig moment vermoedt dat een strafbaar feit is gepleegd dient hij belanghebbenden in te lichten dat zij verdachten zijn (cautie). Dit moment dient ook in het proces-verbaal te worden beschreven. Een buitengewoon opsporingsambtenaar kan van een strafbaar feit een proces verbaal opmaken, dat bewijskracht heeft. Op basis daarvan kan het Openbaar Ministerie (OM) besluiten om tot vervolging over te gaan.
6.5.2 Sanctiestrategie
Minnelijke handhaving
Minnelijke handhaving betreft de inspanningen gericht op het ongedaan maken van ongewenste situaties waarbij nog geen handhavingsinstrumenten worden toegepast. Dit kan beperkt blijven tot het aanspreken of informeren van een overtreder. Denk hierbij aan de toezichthouder die overtreders aanspreekt op hun gedrag. Anderzijds kan dit ook een langdurig proces betreffen waarbij meerdere malen wordt overlegd met overtreders over het beëindigen van ongewenste situaties. De achtergrond bij deze wijze van handhaving is echter het gegeven dat er reeds een overtredingssituatie bestaat of dat deze zich zal aandienen. Behoudens situaties waarin legaliseren of gedogen is aangezegd, geldt dat deze overtredingen dienen te worden beëindigd. De wijze waarop overtredingen ongedaan dienen te worden gemaakt, de te volgen procedure en benodigde medewerking van de gemeente, de termijnen die daarvoor worden gegund en (in mindere mate) de hoogte van sancties zijn onderwerp van gesprek. Idealiter worden langs deze weg overtredingen ongedaan gemaakt terwijl toch zo veel mogelijk rekening wordt gehouden met belangen van overtreders. Ook kan schriftelijke informatie worden verstrekt of kan verwezen worden naar websites. Aanspreken of informeren is vooral aan de orde bij goedwillende overtreders die onbedoeld niet naleven en die gemotiveerd zijn de niet naleving zo snel mogelijk zelf op te heffen.
Repressieve handhaving
Repressieve handhaving is globaal onder te verdelen naar drie soorten: bestuursrechtelijke, strafrechtelijke en privaatrechtelijke. Het college heeft op basis van de Gemeentewet de mogelijkheid om bestuursrechtelijk te handhaven. De wijze waarop bestuursrechtelijke handhaving dient plaats te vinden is in hoofdzaak beschreven in de Awb. De inventarisatie van de handhavingsinstrumenten betreft dan ook in hoofdzaak bestuursrechtelijke instrumenten.
Bij bestuursrechtelijke handhaving staat in de eerste plaats het ongedaan maken of voorkomen van overtredingen en de gevolgen daarvan voorop.
Sancties die met dit doel worden opgelegd noemen we herstelsancties. Het gaat hierbij dus om het adresseren van ongewenste situaties en niet om het bestraffen van degene die deze situatie veroorzaakt.
Vaak is de overtreder ook de persoon die het in zijn macht heeft om een overtreding te beëindigen maar dat hoeft niet. Uitgangspunt is dat degene die deze macht heeft wordt verplicht om overtredingen te beëindigen. Ook vallen enkele bestraffende sancties onder het bestuursrecht.
Strafrechtelijke handhaving richt zich tegen de overtreder door deze te bestraffen. In wezen gaat het om door de rechtsstaat gelegitimeerde vergelding door leedtoevoeging aan overtreders. Strafrecht richt zich daarmee dus niet op het ongedaan maken van ongewenste situaties maar op bestraffing van overtreders. Hier gaat ook een afschrikkende werking vanuit, wat preventief kan werken.
Privaatrechtelijke handhaving heeft een geheel andere invalshoek. Privaatrechtelijke handhaving door de gemeente vindt zijn herkomst in rechten van de gemeente. Daarbij treedt de gemeente op als elk andere rechtspersoon en natuurlijke persoon. De te handhaven rechten kunnen ofwel grondslag vinden in overeenkomsten waarbij het bestuursorgaan partij is en kan optreden vanwege het niet nakomen van deze overeenkomsten, ofwel het bestuursorgaan kan optreden vanuit een rechtspositie ten opzichte van bij een overtreding betrokken objecten en/of vanuit het aansprakelijkheidsrecht.
In tabel 6.3 geven we de verschillende vormen van repressieve handhaving overzichtelijk weer per categorie. Toelichting of verdere beschrijving van de sancties is te vinden in het Handboek in bijlage II.
Plaatje
Tabel 6.3 Vormen van repressieve handhaving
Categorie
Sanctie
Herstelsancties
Last onder dwangsom
Preventieve last onder dwangsom
Last onder bestuursdwang
Tijdelijk stilleggen
Intrekken, beperken en schorsen van vergunningen/ontheffingen
Bestraffende sancties
Bestuurlijke boete
Schorsen of intrekken vergunning
Strafrechtelijke handhaving
Bestuurlijke strafbeschikking
Privaatrechtelijke handhaving
Hanteren van eigenaarsbevoegdheid
Gebruik van privaatrechtelijke overeenkomst
Actie uit onrechtmatige daad
Bijlage
Bijlage I. Risicoanalyse
1.1 Algemeen
Een groot aantal wetten en regels op het gebied van de fysieke ruimte waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, zijn niet op dezelfde intensieve manier te handhaven. Tevens varieert het effect bij niet handhaven van een bepaalde regel op de fysieke ruimte ook. Voor een duidelijk en weloverwogen handhavingsbeleid is daarom een prioriteitenstelling noodzakelijk. Dit betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden. Daarbij spelen vragen als wat gaan we handhaven, hoe gaan we handhaven, wat heeft prioriteit en wat heeft minder prioriteit.
Met het maken van deze keuzes wordt de handhavingscapaciteit efficiënter ingezet.
Om de actualiteit van de handhavingsproblematiek te waarborgen, moet het VTH beleid periodiek opnieuw door het college worden vastgesteld. In de gemeente Noordenveld zullen de handhavingstaken in beginsel iedere 4 jaar opnieuw worden geprioriteerd. Tussentijdse aanpassing is mogelijk. Jaarlijks wordt bij het opstellen van het VTH programma beoordeeld of de prioritering uit de risicoanalyse nog actueel is.
Een integrale benadering van de handhavingsproblematiek laat zien dat handhaving vaak taakveldoverschrijdend kan zijn. Juist dan is afstemming van en duidelijkheid over handhaving op zijn plaats. De beleidsuitgangspunten, omgevingsanalyse en de risicoanalyse vormen hierbij de basis voor het stellen van prioriteiten. Daarbij krijgen de handhavingstaken met de grootste risico’s logischerwijs de hoogste prioriteit. Om die risico’s te kunnen schatten, is een risicoanalyse uitgevoerd.
1.2 Risicoanalyse
Zoals in de vorige paragraaf al werd aangegeven, is de prioriteitenstelling gebaseerd op een inschatting van het risico op negatieve effecten bij overtreding van de verschillende handhavingstaken. Om die risico’s in te kunnen schatten is een risicoanalyse gemaakt op basis van de systematiek van het Ministerie van Justitie. De risicoanalyse bestaat uit een aantal stappen en past in het beleidsconcept programmatisch handhaven. Een waarschuwing vooraf. Hoewel de risicomatrix met cijfers werkt is de uitkomst niet objectief maar subjectief. Het is het gevolg van een keuze. De matrix helpt bij het rationaliseren van die keuze.
Allereerst is gekeken welk belang er gehecht wordt aan de aspecten:
-Fysieke veiligheid (letsel, al dan niet dodelijk);
-Kwaliteit (kwaliteit van de sociale omgeving, waaronder gevoelens van (on)veiligheid);
-Financieel-economische schade;
-Verlies van of schade aan natuurschoon (teruggang van biodiversiteit);
-Schade aan de (volks)gezondheid
-Schade aan het bestuurlijke of gemeentelijke imago.
Vervolgens is gekeken naar de effecten: wat is het effect van het niet naleven van de regels voor de verschillende beleidsvelden op de hiervoor genoemde aspecten? Met andere woorden hebben de regels die worden overtreden tot doel bovenstaande aspecten te beschermen?
Tenslotte is een inschatting gemaakt wat de kans op regelovertreding is bij de huidige handhavingsinspanning. Hierbij is wel rekening gehouden met andere mechanismen die de naleving beïnvloeden zoals andere bevoegde gezagen en regelgeving waarvoor de gemeente niet bevoegd is maar die van invloed kunnen zijn op de kans dat de betreffende regels worden overtreden.
Werkwijze
Door middel van een score van 0 tot 5 is de ernst van de gevolgen weergegeven. Daar waar 0 ingevuld is, zijn wij van mening dat niet navolgen van de gedragsregels geen enkele invloed heeft op het betreffende criterium. Daarbij gaan wij ervan uit dat het belang dat men aan de verschillende criteria hecht in principe gelijk is. Echter indien er twijfel bestaat bij de prioritering zijn de factoren gezondheid en fysieke veiligheid doorslaggevend.
De vijfpuntschaal:
0= n.v.t.
1= heel klein
2= klein
3= gemiddeld
4= groot
5= heel groot
In onderstaande tabel staat de nadere benoeming van de cijfers die zijn gehanteerd.
Fysiek
kwaliteit
Finanec
Natuur
Volksgezondheid
imago
0,01 geen effect
idem
idem
idem
idem
idem
1= pijn of letsel bij een individu
1= nauwelijks toename onveiligheidsgevoelens
1= € 1, -
-
€1000,-
1= Enige verstoring van het aanzien
1= gering gevaar voor de gezondheid
1= nauwelijks bestuurlijk belang/ aantasting imago
2= pijn of letsel bij meer individuen
2= Enige toename onveiligheidsgevoelens
2= €1000,-
-
€10000,-
2= Aanzienlijke aantasting van het aanzien
2= gevaar voor de volksgezondheid
2= klein bestuurlijk belang/ aantasting imago
3= Zwaar letsel bij een enkeling of gering letsel bij velen
3= Gemiddelde toename onveiligheidsgevoelens
3=
€10000,-
-
€100000,-
3= Aantasting leefomgeving van enige duur
3= groot gevaar voor de volksgezondheid id e/o enige ziekte gevallen
3= gemiddeld bestuurlijk belang/ aantasting imago
4= Dood van een enkeling of ernstig letsel bij velen
4= Grote toename onveiligheidsgevoelens
4= €100000,-_
-
€1000000,-
4= Aantasting leefomgeving van lange duur
4= Veel ziekte gevallen e/o een enkel geval
4= Groot bestuurlijk belang/ aantasting imago
5= meer doden
5= Zeer grote toename onveiligheidsgevoelens
5= > €1000000,-
5= vernietiging leefomgeving
5= meer sterfgevallen
5= zeer groot bestuurlijk belang/aantasting imago.
Invullen van de risicomatrix
In de tabel wordt in de verticale kolom het “negatieve effect” gescoord. Dit is de verwachte ernst van de gevolgen van overtreding van gedragsregels die voor het desbetreffende beleidsveld gelden. In algemene woorden gesteld gaat het om het belang dat het gedragsvoorschrift beschermt en in welke mate het die bescherming biedt. Bij het invullen van de matrix zijn de volgende vragen geformuleerd.
Fysieke veiligheid: in welke mate draagt voldoen aan de gedragsvoorschriften, die tot deze handhavingstaak behoren bij aan de fysieke veiligheid/ zijn de gedragsvoorschriften bedoeld om de fysieke veiligheid te beschermen?
Kwaliteit sociale leefomgeving: in welke mate draagt voldoen aan de gedragsvoorschriften die tot deze handhavingstaak behoort bij aan de kwaliteit van de sociale leefomgeving/ zijn de gedragsvoorschriften bedoeld om de kwaliteit van de sociale leefomgeving te beschermen?
Financieel-economisch: Hoe groot is de financieel economische schade voor de gemeenschap en voor de gemeente als alle subjecten de tot hen gerichte gedragsvoorschriften van de betreffende handhavingstaak overtreden?
Natuur: In welke mate draagt voldoen aan de gedragsvoorschriften die tot de handhavingstaak behoren bij aan de bescherming van natuurschoon/ zijn de gedragsvoorschriften bedoeld om het natuurschoon te beschermen?
Volksgezondheid: In welke mate draagt voldoen aan de gedragsvoorschriften dit tot deze handhavingstaak behoren bij aan de bescherming van de volksgezondheid/ zijn de gedragsvoorschriften bedoeld om de volksgezondheid te beschermen?
Imago: Hoe groot is de politiek- bestuurlijke afbreuk als de voorschriften van deze handhavingstaak onvoldoende worden nageleefd?
Kans
De kans is gescoord op grond van de verwachte overtredingskans van die regels met de huidige handhavingsinspanning. Het belang dat de regel beschermt wordt afgewogen tegen de mate waarin de werkgroep verwacht dat mensen die regel overtreden.
Risico
Van de zes criteria is het gemiddelde berekend (totale negatieve effect), het (gewogen) gemiddelde maal de kans dat de regels worden overtreden zonder handhavingsinspanning leidt tot een totaalscore, het risico.
De scores uitgedrukt in woorden
Score <6 = klein risico
Score <12 = gemiddeld risico
Score <20 = groot risico
Score <25 = zeer groot risico
Prioritering op basis van de risicoanalyse
De omvang van het risico uitgedrukt in een cijfer zegt nog niet alles over de prioritering van de handhavingstaak. Het is mogelijk dat er handhavingstaken zijn waar de beschermde belangen oftewel mogelijke negatieve effecten bij regelovertreding groot zijn (4 of 5 scoren), terwijl de kans op overtreding klein is (2 of minder). Deze thema’s scoren hooguit met een gemiddeld risico. Maar voor de handhaving kunnen deze hoge prioriteit hebben, juist omdat de belangen die op het spel staan groot zijn. De taken kunnen derhalve worden geprioriteerd, behalve op grond van risico’s, ook op grond van het beschermde belang enerzijds en de kans anderzijds. We kunnen in de prioritering 4 verschillende clusters onderscheiden:
Prioriteit 1: heel hoog (groot belang/ grote overtredingskans);
Prioriteit 2: hoog (groot belang/ kleine overtredingskans);
Prioriteit 3: gemiddeld (klein belang/ grote overtredingskans);
Prioriteit 4: laag (klein belang/ kleine overtredingskans).
Hieronder volgt een schematische weergave van de prioriteitstelling.
Kans
Heell groot
Prioriteit 3: gemiddeld
Prioriteit 1: heel hoog
Prioriteit 4: laag
Prioriteit 2: hoog
Heel klein
Heel groot
Belang (potentieel negatief effect)
Toelichting bij de risicomatrix
De voorgaande lijst met handhavingstaken is niet limitatief. Het is een globale weergave van de handhavingstaken. Daarnaast bevat dit schema meer handhavingstaken dan de taken die onder de werking van dit beleid vallen. De handhaving van bepalingen uit de APV vallen in principe (nog) niet onder dit beleid, echter ze worden wel benoemd in het jaarlijks op te stellen VTH programma. Om deze reden staan deze taken wel opgenomen in het schema.
Tot slot kunnen de globale taken in het schema verder worden onder geprioriteerd. Neem bijvoorbeeld de overtredingen van de gebruiksbepalingen van het bestemmingsplan. Deze taak krijgt een hoge prioriteit. Echter er zijn veel verschillende soorten strijdig gebruik te onderscheiden. De aard en omvang van de overtreding bepaalt welke prioriteit de handhaving van de overtreding krijgt en welke acties passend zijn bij de geconstateerde overtreding.
1.3 Doorwerking van de prioriteiten
De hiervoor weergeven prioriteitenstelling moet richting geven aan de inzet van mensen, middelen, de frequenties van toezicht en handhaving en de aspecten waarop tijdens handhavingsbezoeken wordt gelet. De prioriteitenstelling wil zeggen dat we overal aandacht aan besteden alleen met een verschillende handhavingsinzet.
Prioriteit hoog (1&2)
Een hoge prioriteit betekent dat intensieve en integrale controle op basis van (indien mogelijk) een vooraf opgesteld actieplan plaatsvindt op de naleving van de regels. Integraal wil zeggen: met de betrokken taakvelden van de eigen organisatie en de relevante partners. Een hoge prioriteit brengt met zich mee dat elke melding van burgers, bedrijven of handhavingspartners waaruit zou kunnen worden afgeleid dat er sprake is van regelovertreding van de kernbepalingen een vervolg krijgt.
Bij een eerste constatering van overtreding van handhavingstaken met een hoge handhavingsprioriteit volgt altijd een reactie, daar waar mogelijk lik- op- stuk. Enerzijds om de overtreder direct tot naleving te dwingen, anderzijds om tijdrovende aanschrijvingsprocedures tot een minimum te beperken. Bij constatering van een overtreding van een kernbepaling bij hercontrole volgt een bestuursrechtelijke of strafrechtelijke sanctie. Over de toepassing van strafrechtelijke en bestuursrechtelijke sancties afhankelijk van de aard van de overtreding en over de aard en omvang van de strafrechtelijke geldboete heeft het gemeentebestuur afspraken gemaakt met politie en Openbaar Ministerie.
Prioriteit gemiddeld (3)
Bij constatering van een overtreding volgt altijd een reactie. Indien bij hercontrole opnieuw een overtreding wordt geconstateerd volgt een sanctie, afhankelijk van de aard van de overtreding bestaande uit een strafrechtelijke geldboete of een bestuursrechtelijke sanctie. Over de aard en omvang van de strafrechtelijke geldboete heeft de gemeente afspraken gemaakt met politie en Openbaar Ministerie.
Prioriteit Laag (4)
Een lage prioriteit betekent dat minimale handhavingsactiviteit plaatsvindt. Handhaving in de vorm van controles vindt alleen plaats indien uit een melding of waarneming rechtstreeks een vermoeden van regelovertreding voortvloeit.
Doel van deze acties is het in beeld krijgen van de naleving van regelgeving op de verschillende taakvelden en het verkrijgen van input voor hernieuwde prioriteitstelling.
Bij constatering van een overtreding volgt een schriftelijke dan wel mondelinge waarschuwing. Over de aard en de omvang van de sanctie heeft de gemeente afspraken gemaakt met politie en Openbaar Ministerie.
Klachten
De afhandeling van meldingen heeft een hoge prioriteit. Indien er is bepaald of de vakgroep Handhaving de juiste vakgroep is voor de afhandeling van de melding zal er een onderzoek moeten plaatsvinden om te bepalen of er sprake is van de overtreding van een voorschrift waarvoor de gemeente het bevoegde gezag is. Naar aanleiding van dit onderzoek wordt bepaald op welke wijze er wordt opgetreden.
In beginsel wordt geprobeerd om tot een praktische oplossing te komen voor een probleem alvorens een handhavingsprocedure wordt opgestart.
Aan de hand van de vraag of sprake is van een spoedeisende of bedreigende situatie wordt de prioriteit van een melding/ klacht bepaald. Voor overtredingen met een hoge prioriteit zal een juridische procedure worden opgestart. Mocht van een hoge prioritering geen sprake zijn dan kan dit betekenen dat niet direct een handhavingsprocedure wordt opgestart. Aangezien het vaak gaat om conflicten die voortvloeien uit een verslechterde relatie tussen inwoners wordt de verantwoordelijkheid voor het oplossen van het probleem terug gelegd bij de inwoner en zal deze gewezen worden op de eigen verantwoordelijkheid om te komen tot een oplossing.
Bijlage
Bijlage II. Handboek
De gedetailleerde uitwerking van dit beleid wordt onder andere nog ingevuld in het Handboek, waarin procesmatige beschrijvingen komen te staan aangaande hoe per product te werk wordt gegaan. Dit wordt het komende jaar (2017) verder uitgewerkt.
Bijlage
Bijlage III. Landelijke handhavingsstrategie
Bijlage III landelijke handhavingsstrategie